2807 Bijlage 1 bij Raadsvoorstel Tarievenvoorstel 2023
Tekst van het document
Bijlage bij raadsvoorstel Tarievenvoorstel 2023 (iBabs 2807) 1. Inleiding In aansluiting op de paragraaf "Lokale heffingen" in de begroting 2023 wordt hieronder het tarievenvoorstel voor het jaar 2023 voor de diverse heffingen weergegeven. De bijbehorende belastingverordeningen zijn als concept raadsbesluiten toegevoegd. Ten opzichte van 2022 zijn in de belastingverordeningen 2023 de tarieven gewijzigd en technische en tekstuele wijzigingen aangebracht. De verordeningen en de bijbehorende tarieventabel zijn gebaseerd op de modelverordeningen zoals die door de VNG zijn opgesteld. Daar waar nodig zijn de verordeningen aangepast aan de situatie in Leidschendam-Voorburg. Het tarievenvoorstel betreft de volgende heffingen en belastingen: De retributies: · Afvalstoffenheffing 2023 · Lijkbezorgingsrechten 2023 · Leges 2023 · Marktgelden 2023 · Riool- en Waterzorgheffing 2023 De belastingen: · Hondenbelasting 2023 · OZB 2023 . Reclamebelasting 2023 · Toeristenbelasting 2023 De uitgangspunten voor het tarievenvoorstel 2023 zijn: a. de Kaderbrief 2023 - 2026 b. de indexatie van 6,16% conform de meest recente Macro Economische Verkenning; c.
maximaal 100% kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing, rioolheffing, marktgelden, begraafrechten en leges (conform het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV); In Tabel 1 zijn de opbrengsten van de verschillende heffingen en belastingen voor 2023 weergegeven: Tabel 1 Opbrengsten Tarievenvoorstel: OZB Afvalstoffenheffing Riool- en waterzorglheffing Leges Lijkbezorgingsrechten Toeristenbelasting Hondenbelasting Reclamebelasting
Begroot voor 2022 € 13.918.358 € 12.797.018 € 7.246.657 € 3.438.120 € 896.742 € 378.505 € 374.559 € 155.055
In % 35,4% 32,6% 18,4% 8,7% 2,3% 1,0% 1,0% 0,4%
Marktgeld
€ 82.379
Totaal
€ 39.287.393
In % 35,9% 31,3% 19,3% 10,1% 2,3% 0,9%
0,2%
Begroot voor 2023 € 14.817.146 € 12.937.101 € 7.991.531 € 4.169.025 € 952.000 € 378.505 N.v.t. * Loopt via een apart raadsvoorstel ** € 82.379
100%
€ 41.327.687
100%
0,2%
* Afgeschaft per 1 januari 2023 ** Zie onderwerp Reclamebelasting.
1
2
2.
Inhoudelijke toelichting
Opbouw voorstel Dit Tarievenvoorstel gaat eerst in op de tarieven van de retributies. Dit zijn heffingen waar een aanwijsbare prestatie tegenover staat. Daarna worden de belastingen behandeld. Per onderdeel komen de ontwikkeling en de hoogte van de tarieven aan bod. De tarieven van de afvalstoffenheffing, rioolheffing en hondenbelasting zijn deelbaar door 12 maanden gemaakt. Dit is omdat de belastingplicht kan aanvangen of eindigen aan het begin respectievelijk einde van elke kalendermaand als gevolg van verhuizing naar of vertrek uit deze gemeente. DE RETRIBUTIES Begrotingsvoorschriften en kostenonderbouwing heffingen Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en diensten wordt een systeem van kostprijstoerekening gehanteerd conform de Financiële verordening van de gemeente LeidschendamVoorburg. De gemeenteraad besluit voor het belastingjaar 2023 bij de behandeling van de Begroting 2023, welk bedrag aan overhead moet worden meegenomen. Het raadsbesluit is opgenomen in de Paragraaf lokale heffingen 2023, die onderdeel uitmaakt van de Begroting 2023. In deze Paragraaf lokale heffingen 2023 is een overzicht opgenomen van de raming van baten en lasten voor de heffingen. Afvalstoffenheffing Voorgesteld wordt om de tarieven van de afvalstoffenheffing voor 2023 niet te verhogen en gelijk te houden aan de tarieven van 2022.
Deze tarieven worden ook niet geïndexeerd en gaan daarmee dus netto omlaag. Lasten afvalstoffenheffing Aan de lastenkant is rekening gehouden met een wijziging van de kosten. Daarin zijn meegenomen: •
• • • •
De lasten van de Dienstverleningsovereenkomst met Avalex dalen met ongeveer € 306.700 ten opzichte van 2022. Deze daling wordt onder meer veroorzaakt doordat de opbrengsten van PMD (plastic-, metaal- en drinkverpakkingen) nu ook via Avalex verloopt. Daarnaast is er een stijging van de opbrengsten van grondstoffen, zowel qua vergoeding die de gemeente ontvangt als het aantal tonnages dat aangeboden wordt. Een efficiencyslag die is gemaakt met betrekking tot de routes die door Avalex worden gereden.. De BTW daalt met € 24.500. Door een betere afvalscheiding beperken we de kosten en houden we de tarieven van de afvalstoffenheffing betaalbaar. Voor de doorberekening van de kosten is rekening gehouden met een indexatie van 6,16% conform de meest recente Macro Economische Verkenning. Om niet boven de 100% kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing uit te komen zijn de tarieven van de afvalstoffenheffing vervolgens verlaagd met datzelfde percentage van 6,16%. Rekening houdend met de inflatie daalt dus de netto afvalstoffenheffing voor huishoudens.
Baten afvalstoffenheffing Aan de batenkant zijn de opbrengsten PMD afgeraamd aangezien deze nu zijn verwerkt in de Dienstverleningsovereenkomst met Avalex. De tarieven worden dan als volgt: Tarieven afvalstoffenheffing Heffingsmaatstaf Tarief 2022 Eenpersoonshuishouden € 318,00 Meerpersoonshuishouden € 384,72
Tarief 2023 € 318,00 € 384,72
Verschil € 0,00 € 0,00
3
Lijkbezorgingsrechten Voorgesteld wordt de tarieven van de lijkbezorgingsrechten 2023 te verhogen met de indexatie van 6,16% conform de meest recente Macro Economische Verkenning. De tarieventabel van de lijkbezorgingsrechten is als bijlage opgenomen bij de Verordening op de heffing en invordering van Lijkbezorgingsrechten 2023. Leges De gemeente streeft naar kostendekkende tarieven. Bij het kostendekkend maken van de legestarieven wordt onder meer gekeken naar de tijdsbesteding per legesproduct. Ook is rekening gehouden met de hoogte van de leges van omliggende gemeenten. De VNG heeft met de komst van de Omgevingswet de modelverordening Leges aangepast. Waar eerst sprake was van “Titels en Hoofdstukken” wordt nu uitgegaan van “Hoofdstukken en Paragrafen”. Voor het belastingjaar 2023 is dit ook zo verwerkt in de gemeentelijke Legesverordening. Hoofdstuk 1 (was Titel 1) Algemene dienstverlening: De tarieven van Hoofdstuk 1 (voorheen Titel 1) Algemene dienstverlening zijn kostendekkend gemaakt met uitzondering van die van de paspoorten, identiteitskaarten en het rijbewijs. Hiervoor gelden namelijk maximum Rijkstarieven. De maximale Rijkstarieven voor 2023, zoals van toepassing bij de identiteitskaart, paspoort en rijbewijs zijn op het moment van opstellen van dit tarievenvoorstel nog niet bekend.
De aanpassingen daarvan worden later in 2022 opgenomen in de 1e wijziging van de Legesverordening 2023. De tarieventabel van de leges is als bijlage opgenomen bij de Verordening op de heffing en invordering van Leges 2023. Hoofdstuk 2 (was Titel 2) Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet: Het is de bedoeling dat de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen op 1 januari 2023 in werking treden. De Omgevingswet vervangt de huidige Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). De invoering van de Omgevingswet is momenteel in behandeling bij de Eerste Kamer. Uitgangspunt van de Eerste Kamer is dat de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2023 plaats zal vinden. Het volgende plenaire debat van de Eerste Kamer over dit onderwerp staat - onder voorbehoud - gepland voor 1 november 2022. Voor de Begroting 2023, de Legesverordening 2023 en de bijbehorende tarieventabel kan niet worden gewacht op de besluitvorming van de Eerste Kamer in november 2022. In het Tarievenvoorstel 2023 zijn daarom twee Legesverordeningen 2023 (A en B) en twee bijbehorende tarieventabellen opgenomen. Legesverordening 2023 A betreft de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2023. De Legestarieventabel 2023 bij hoofdstuk 2 is hierop aangepast. Legesverordening 2023 B betreft bij Hoofdstuk 2 de huidige Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
Als de invoering van de Omgevingswet wordt uitgesteld (Legesverordening 2023 A) ,dan blijft de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van kracht zoals bij Legesverordening 2023 B) is aangegeven. In de financiële begroting zijn de cijfers van de Omgevingswet verwerkt. Als de Omgevingswet niet door gaat dan zal er een begrotingswijziging worden gemaakt omdat er onder de Wabo minder kosten zijn. De opbrengst wordt in verband met de maximale kostendekkendheid van 100% ook lager. Hoofdstuk 3 (was Titel 3) Dienstverlening vallend onder de dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2: 4
In de Legesverordening zijn vrijstellingsbepalingen opgenomen voor o.a. niet-commerciële activiteiten van sportverenigingen, niet commerciële activiteiten door organisaties, zonder winstoogmerk, die een cultureel, sociaal of voor de gemeente promotioneel doel nastreven, kleinschalige, niet commerciële buurtgerichte activiteiten, niet-commerciële activiteiten van (sport)verenigingen waarbij de behartiging van een sociaal en/of sportief belang voorop staat en collectevergunningen van erkende goede doelen. Deze vrijstellingen blijven gehandhaafd. Hoofdstuk 3 is door de vrijstellingsbepalingen in de Legesverordening op dit moment daarom niet kostendekkend. Bij besluitvorming van de Nota van Wijzigingen 2021 is voor het belastingjaar 2023 een taakstelling opgenomen van € 100.000. Deze taakstelling wordt gefaseerd over vier jaar met kostendekkende tarieven gerealiseerd. Algemeen Voorgesteld wordt om met het vaststellen van de Legesverordening 2023, de leges te verhogen met de indexatie van 6,16% conform de meest recente Macro Economische Verkenning. Marktgelden Voorgesteld wordt de tarieven van de marktgelden voor 2023 te verhogen met de indexatie van 6,16% conform de meest recente Macro Economische Verkenning. Het marktgeld bedraagt per standplaats of gedeelte daarvan: Heffingsmaatstaf Per dag of gedeelte daarvan Per kalenderkwartaal
Tarief 2022 € 16,65 € 166,50
Tarief 2023 € 17,65 € 176,50
Verschil € 1,00 € 10,00
Riool- en waterzorgheffing Wateroverlast en verdroging vragen steeds meer maatregelen in de publieke ruimte. Om meer recht te doen aan de bredere invulling van de gemeentelijke watertaken heeft de VNG de naam rioolheffing gewijzigd in riool- en waterzorgheffing. Van de maatregelen in de publieke ruimte heeft iedereen profijt. Voor het belastingjaar 2024 zal worden onderzocht of er door de komst van de nieuwe modelverordening Riool- en waterzorgheffing ook andere belanghebbenden (belastingplichtigen) zijn die in de riool- en waterzorgheffing moeten worden betrokken. Voorgesteld wordt om de tarieven van de riool- en waterzorgheffing voor 2023 te verhogen conform het Water- en rioleringsplan 2022 – 2027 (inclusief indexatie van 6,16% conform de meest recente Macro Economische Verkenning) zoals hieronder is weergegeven. Baten Aan de batenkant is rekening gehouden met een onttrekking uit de voorziening riool van € 242.273. Lasten • Aan de lastenkant is rekening gehouden met een stijging van de lasten die voortvloeien uit het Water- en rioleringsplan (WRP) 2022 – 2027. • De indexatie van 6,16% conform de meest recente Macro Economische Verkenning.
Heffingsmaatstaf Rioolheffing per perceel
Tarief 2022 € 194,40
Tarief 2023 € 216,36
Verschil € 21,96
5
DE BELASTINGEN Hondenbelasting Voorgesteld wordt om de Verordening Hondenbelasting 2022 per 1 januari 2023 in te trekken. Onroerende-zaakbelastingen Voor het belastingjaar 2023 worden alle onroerende zaken gewaardeerd naar een waardepeildatum van 1 januari 2022. De prognoses duiden op een gemiddeld genomen lokale WOZ-waardestijging ten opzichte van de waardepeildatum van 1 januari 2022 voor woningen. Voor niet-woningen is er een gemiddeld genomen dalende lokale WOZ-waardeontwikkeling: · ·
voor woningen met voor niet-woningen met
6,5% -1,0%
Dit is een gevolg van de ontwikkelingen op de vastgoedmarkt. In de conceptprogrammabegroting 2023-2026 is voor de hoogte van de OZB-opbrengsten rekening gehouden met nieuwbouw, sloop, leegstand, de inflatiecorrectie en de verwachte uitkomsten van de herwaardering 2023. Het verschil tussen de verwachte totale WOZ-waarde en de uiteindelijke definitieve WOZ-waarde kan leiden tot een verschil in gerealiseerde OZB-baten. Verhoging OZB in 2023 Eigenaren van woningen Door een gemiddeld genomen lokale WOZ-waardestijging van woningen met 6,5%, wordt voorgesteld het tarief van eigenaren van woningen te verminderen met 6,5% en daarna te verhogen met een prijsindexatie van 6,16% conform de meest recente Macro Economische Verkenning. Eigenaren van niet-woningen Door een gemiddeld genomen dalende lokale WOZ-waardeontwikkeling voor niet-woningen van 1,0% wordt voorgesteld om het tarief van eigenaren van niet-woningen te verhogen met 1% en daarna te verhogen met een prijsindexatie van 6,16% conform de meest recente Macro Economische Verkenning en de uitgangspunten voor de begroting zoals opgenomen in de kadernota 2023. Dit betekent dat de opbrengst van de OZB ook hier alleen stijgt met het percentage van de meest recente Macro Economische Verkenning. Gebruikers van niet-woningen - Voor de gebruikers van niet-woningen wordt voorgesteld om het tarief in 2023 op 0 % te houden.
OZB-tarieven 2023 In de tarieven van de eigenaren van woningen en niet-woningen is rekening gehouden met een percentage toegekende WOZ-bezwaarschriften, waardoor de OZB-aanslag wordt verminderd en de opbrengst van de OZB daalt. Dit leidt voor 2023 tot de volgende OZB-tarieven: Percentage van de WOZ- Tarieven 2022 Voorgestelde waarde van: tarieven 2023 Woningen: - eigenaren 0,07113 % 0,07139 % Niet-woningen: - eigenaren 0,39862 % 0,42922 % - gebruikers 0% 0% Het te betalen bedrag aan OZB is de WOZ-waarde van uw pand x het tarief. 6
Reclamebelasting Het convenant met de ondernemersfondsen Leidschendam Centrum en Huygenskwartier Voorburg is in 2017 verlengd voor een periode van 5 jaar en eindigde op 1 januari 2022. In verband met de coronapandemie is het convenant, met instemming van de besturen van de ondernemersfondsen door middel van een addendum met een jaar verlengd (iBabs 2258). Het verlengen van het convenant met 1 jaar voor het belastingjaar 2022 betekent dat de ondernemers 6 jaar i.p.v. 5 jaar via de reclamebelasting bijdragen aan het ondernemersfonds. Om voor 2023 te komen tot een vervolg van de ondernemersfondsen , is het noodzakelijk een draagvlakmeting te houden (september 2022) onder de ondernemers. Hiervoor wordt in de 2e helft van 2022 een apart raadsvoorstel gemaakt. Hierin wordt ook de Verordening Reclamebelasting 2023 meegenomen. Toeristenbelasting Voorgesteld wordt de tarieven van de toeristenbelasting voor 2023 te verhogen met de indexatie van 6,16% conform de meest recente Macro Economische Verkenning. Het tarief bedraagt per persoon per overnachting: Toeristenbelasting 2022 In een hotel, bed & breakfast, Airbnb, Wimdu, en andere vormen van short stay € 5,30 camping of een kampeerboerderij € 1,60
2023 € 5,60 € 1,70
Lastendruk voor huishoudens Ter vergelijking wordt in tabel 3 een woonlastenoverzicht weergegeven voor de belastingjaren 2022 en 2023. Deze woonlasten bestaan uit de tarieven voor de afvalstoffenheffing, de riool- en waterzorgheffing en de OZB. In het jaar 2022 wordt voor de bepaling van de OZB gerekend met de standaardwaarde van een woning van € 361.500. Voor het jaar 2023 is de standaardwaarde € 385.000. Tabel 3 Woonlasten
1. OZB woningen *) 2. Afvalstoffenheffing 3. Rioolheffing: Totaal *) Alleen voor eigenaren
Eenpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden StijgingsStijgings2022 2023 percentage 2022 2023 percentage € 257,13 € 274,85 6,89% € 257,13 € 274,85 6,89% € 318,00 € 318,00 0,00% € 384,72 € 384,72 0,00% € 194,40 € 216,36 11,30% € 194,40 € 216,36 11,30% € 769,53 € 809,21 5,16% € 836,25 € 875,93 4,74%
COELO Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen maakt jaarlijks een "Atlas van de lokale lasten". Dit is een landelijk overzicht van de lokale lasten per gemeente. In tabel 4 zijn de lasten 2022 voor eigenaren van woningen van de omliggende gemeenten weergegeven. In de woonlasten zijn de afvalstoffenheffing, rioolheffing en de OZB meegenomen. Bij de OZB is door COELO uitgegaan van een gemiddelde landelijke WOZ-waarde. De woonlasten in tabel 4 wijken daarom iets af van die in tabel 3.
7
Tabel 4 Lasten voor eigenaren van woningen in 2022 (afvalstoffenheffing, rioolheffing en OZB) Gemeentelijke Eenpersoonshuishouden Meerpersoonshuishouden Ranglijst COELO woonlasten 2022 2022 Den Haag € 675,00 € 747,00 21 Leidschendam-Voorburg € 800,00 € 867,00 114 Zoetermeer € 875,00 € 922,00 195 Pijnacker-Nootdorp € 869,00 € 971,00 249 Lansingerland € 915,00 € 977,00 254 Rijswijk € 885,00 € 1.001,00 275 Westland € 899,00 € 1.016,00 286 Zoeterwoude € 1.006,00 € 1.024,00 295 Delft € 900,00 € 1.045,00 301 Midden-Delfland € 1.024,00 € 1.113,00 322 Voorschoten € 1.289,00 € 1.372,00 345 Wassenaar € 1.323,00 € 1.562,00 348 Gemiddelde Zuid-Holland € 834,00 € 923,00 Zoals in de tabel te zien is, vallen de gemeentelijke woonlasten in Leidschendam-Voorburg ruim onder het provinciaal gemiddelde.
8