2722 Bijlage 3 Convenant ondernemersfonds Leidschendam Centrum 2023
Tekst van het document
Convenant ondernemersfonds Leidschendam Centrum
1. Gemeente Leidschendam-Voorburg, in dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door wethouder A.J.W. van Eekelen, krachtens volmacht van de burgemeester van (….datum….) en als zodanig handelend ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders van 4 oktober 2022 (2722), kantoorhoudend te 2264 BP Leidschendam, Raadhuisplein 1, hierna te noemen: “de gemeente”; en 2. Stichting Promotie Leidschendam Centrum (KvK 60079584), gevestigd te Leidschendam, in dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer A. van Kesteren, hierna te noemen: “de stichting”. Hierna gezamenlijk te noemen: “partijen”; Overwegende: •
Dat er sinds 1 januari 2014 een convenant voor de duur van 3 jaar in werking is getreden tussen de per diezelfde datum opgericht ondernemersfonds en de gemeente;
•
Dat per 1 januari 2017 de werking van het ondernemersfonds na een draagvlakmeting onder de achterban is verlengd met een periode van 5 jaar. Parallel hieraan is toen een nieuw convenant met het ondernemersfonds gesloten met een zelfde looptijd;
•
Dat het huidige convenant per 1 januari 2023 afloopt;
•
Dat er een nieuwe draagvlakmeting onder de ondernemers van het Leidschendam Centrum is gehouden waarbij partijen de wens hebben om voor het winkelgebied Leidschendam Centrum Voorburg te komen tot continuering van het ondernemersfonds;
•
Dat de financiële voeding van het ondernemersfonds, conform voorgaande jaren, op basis is van de reclamebelasting met als grondslag de WOZ-waarde van het gebruikersdeel van de onroerende zaak;
•
Dat het gebied waarvoor reclamebelasting wordt ingesteld op een kaart wordt aangegeven welke als bijlage bij dit convenant is gehecht;
•
Dat de stichting het ondernemersfonds zal beheren en ter financiering daarvan jaarlijks bij de gemeente een aanvraag voor een subsidie zal indienen;
•
Dat partijen afspraken willen maken over de continuering van het ondernemersfonds en deze willen vastleggen in dit convenant.
Komen het volgende overeen: 1. Prestatieafspraken De stichting: 1. richt zich op het in samenwerking met ondernemers versterken van het economisch functioneren van het winkelgebied en de realisatie van activiteiten zoals vastgelegd in het ondernemingsplan ondernemersfonds Leidschendam Centrum 2023 - 2028 en bijbehorende begroting van de stichting; 2. zet de ontvangen subsidie van de gemeente in ten behoeve van activiteiten als omschreven in het ondernemingsplan van de stichting ter uitvoering van de thema’s: promotie, activiteiten/evenementen, communicatie, belangenbehartiging, verbetering van het ondernemersklimaat, verbetering van uitstraling van het gebied alsmede het uitdragen van het culturele en historische aspect van het gebied; 3. is zich er bewust van dat zij het risico draagt van eventuele minderopbrengsten van de bijdragen uit de reclamebelasting ten opzichte van de ingeschatte opbrengst. Terugbetalingen als gevolg van verminderingen van de WOZ-waarde en eventuele oninbaarheid van openstaande vorderingen zijn voorbeelden van dit geschetste risico van de stichting; 4. gaat geen verplichtingen aan met financiële gevolgen die hoger zijn dan de jaarlijkse subsidie van de gemeente, tenzij met schriftelijke instemming vooraf van de gemeente; 5.
gaat geen verplichtingen aan met financiële gevolgen die een periode van vijf jaar overschrijden, tenzij met schriftelijke instemming vooraf van de gemeente. De gemeente: 1. zal het concept van de Verordening Reclamebelasting voor de besluitvorming daarover in de gemeenteraad ter kennisgeving aan de stichting sturen; 2. verplicht zich, na inwerkingtreding van de verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting, tot het verstrekken van een jaarlijkse subsidie aan de stichting ter hoogte van de daadwerkelijk in een kalenderjaar netto ontvangen reclamebijdragen, verminderd met de gemeentelijke perceptie- en inningskosten; 3. blijft verantwoordelijk voor de uitvoering van haar publieke taken op het gebied van ruimtelijke kwaliteit, bereikbaarheid, parkeerbeleid, veiligheid en handhaving, minimaal op het niveau van 2022. 2. Opbrengst en verrekening
1. De gemeente verstrekt de subsidie aan de stichting tot maximaal de geïncasseerde heffing van reclamebelasting. De aan de heffing verbonden perceptie- en inningskosten zullen op de subsidie in mindering worden gebracht. De perceptie- en inningskosten bedragen maximaal 5% per jaar; 2. Het subsidiebedrag is opgebouwd uit de inning van het voorafgaande belastingjaar min 5% inningskosten; 3. Tekorten en overschotten worden jaarlijks met het ondernemersfonds verrekend door de gemeente; 4. Partijen kunnen gezamenlijk afspreken om de hoogte van de voet voor de opgelegde reclame belasting tussentijds te indexeren. 3. Begroting en activiteitenplan 1. Ten behoeve van de subsidie dient de stichting jaarlijks bij de gemeente een begroting en een activiteitenplan in voor het betreffende gebied; 2. De hiervoor bedoelde stukken worden in conceptvorm jaarlijks uiterlijk op 1 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het betreffende subsidiejaar ingediend bij de gemeente. 4. Bevoorschotting De gemeente zorgt voor bevoorschotting van de subsidie in vijf termijnen en wel per 15 januari, 15 maart, 15 mei, 15 augustus en 15 oktober van het subsidiejaar. 5. Vaststelling subsidie 1.
Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven door de gemeente, dient de subsidieontvanger uiterlijk vóór 1 juni van het jaar volgend op het subsidiejaar bij de gemeente een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in; 2. De aanvraag gaat vergezeld van: a.
een verslag over het afgelopen subsidiejaar, met in ieder geval een vergelijking tussen de nagestreefde en de gerealiseerde doelstellingen en activiteiten en een toelichting op de verschillen;
b.
een beoordelende verklaring;
c.
een overzicht van de aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten;
d.
een balans naar de toestand aan het einde van het afgelopen boekjaar met een toelichting daarop.
3. De gemeente behoudt zich het recht voor om, indien het daar aanleiding toe ziet, voor rekening van het gemeentebestuur, een al dan niet aanvullend accountantsonderzoek te laten verrichten. De stichting verleent in dit geval haar volledige medewerking door het beschikbaar stellen van gegevens en anderszins. 6. Evaluatie en geschillen 1. In geval van een geschil over dit convenant treden partijen in gezamenlijk overleg en proberen minnelijk tot overeenstemming te komen. In eerste instantie op ambtelijk niveau en als dat niet lukt, wordt opgeschaald op bestuurlijk niveau. 2. Partijen evalueren jaarlijks uiterlijk per 1 juni gezamenlijk het functioneren van het ondernemersfonds voor wat betreft de systematiek van het fonds als wel een financiële evaluatie; 3. De uitkomst van de evaluatie of het niet tot overeenstemming komen in geval van een geschil kan voor partijen aanleiding zijn dit convenant te beëindigen.
7. Duur van het convenant 1. Dit convenant treedt na ondertekening door partijen inwerking met ingang van 1 januari 2023. 2. Wijzigingen van dit convenant zijn mogelijk na schriftelijke instemming van partijen en worden als addendum aan dit convenant toegevoegd. 8. Beëindiging van het convenant Indien één van de partijen dit convenant wil beëindigen, de stichting ontbonden wordt of de gemeente de subsidie wil stopzetten, dan gelden daarvoor de volgende afspraken: 1. Beëindiging door een van de partijen van dit convenant of het stopzetten van de subsidie door de gemeente kan alleen schriftelijk plaatsvinden door middel van een aangetekende brief uiterlijk 1 juni van een kalenderjaar, zulks met dien verstande dat het convenant aan het einde van het kalenderjaar kan worden beëindigd. 2. Deze brief moet zwaarwegende redenen bevatten voor de hiervoor aangehaalde beëindiging of stopzetting. 9. Gevolgen van beëindiging van het convenant Indien het convenant conform de afspraken in artikel 8 wordt beëindigd: 1. Zal de eindafrekening plaatsvinden naar tegen 31 december van het jaar als van beëdiging als bedoeld in art 7 sub;
2. Indien na de eindafrekening als in dit artikel beschreven een batig saldo overblijft, komt dit batig saldo toe aan de stichting; 3. Indien na de eindafrekening als in dit artikel beschreven een tekort resteert, komt dit tekort geheel voor rekening van de stichting; 4. Als de beëindiging van het convenant voortvloeit uit de ontbinding van de stichting, heeft de afwikkeling van dit convenant te gelden als (onderdeel van) de vereffening van het vermogen van de stichting. 10. Overdracht rechten en verplichtingen De stichting is niet gerechtigd de rechten en verplichtingen uit deze overeenkomst zonder schriftelijke toestemming van de gemeente aan een derde over te dragen. Aan deze toestemming kunnen voorwaarden worden verbonden door de gemeente. 11. Strijdigheid Voor zover strijdigheid optreedt met de Algemene Subsidieverordening Leidschendam-Voorburg, gaat de subsidieverordening boven het convenant. Aldus overeengekomen, opgemaakt en in tweevoud ondertekend te Leidschendam op (datum). Gemeente Leidschendam-Voorburg, Mevrouw A.J.W. van Eekelen, wethouder
Namens Stichting Promotie Leidschendam Centrum, De heer A. van Kesteren, voorzitter
Bijlage: kaart gebied