CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2573-93 Bijlage 07 regels Ruimtelijke kwaliteitsparagraaf.pdf

Raadsvergadering 22 februari 2022, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: Vaststellen bestemmingsplan Stedelijk.18.554 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het stimuleren van recreatie en versterken van het karakter van het veenweidegebied dient samen te gaan met het verminderen van de hoeveelheid gemotoriseerd verkeer op de lintwegen in het landelijk gebied. Dit komt tevens voort uit het beleidspunt uit de structuurvisie om de rust en ruimte in het landelijk gebied te versterken. Dit is tot uiting gekomen in de gebiedsvisie voor Stompwijk door het aanwijzen van een recreatief knooppunt aan het begin van de Stompwijkseweg om zo het meeste recreatief auto verkeer af te vangen, de wens tot het ‘downgraden’ van de Stompwijkseweg zelf tot recreatieve route en de tot stand koming van een verbindingsweg om het zwaar- en doorgaand verkeer uit de dorpskern te weren. Hiermee hangt samen dat verkeersaantrekkende functies worden geconcentreerd aan de randen van het landelijk gebied.

C. een activiteit: wel landschappelijke winst, geen verkeersaantrekkende werking. Activiteiten die een toegevoegde waarde hebben op het landschap en/of de recreant, zonder een verkeersaantrekkende werking leveren de meeste winst op voor het landelijk gebied. Deze activiteiten stimuleren (en bieden ontwikkelingskansen voor) de melkveehouderij én versterken het recreatief medegebruik van het landschap. Hierdoor blijft het open veenweidelandschap behouden. D. een activiteit: geen landschappelijke winst, geen verkeersaantrekkende werking. Dit zijn activiteiten die geen relatie hebben met het landelijk gebied en dus geen toegevoegde waarde hebben op het landschap en/of de recreant. Echter geldt ook dat deze activiteiten geen bedreiging vormen voor het landelijk gebied aangezien er geen sprake is van een verkeersaantrekkende werking.

56

Ruimtelijke kwaliteitparagraaf

6.6 Zonering van de activiteiten De zonering van het gebied hangt samen met de in hoofdstuk 3 benoemde structuren (linten) en de in hoofdstuk 5 benoemde waarden van de deelgebieden. De zonering is opgehangen aan de wegen in het plangebied die beschreven staan in hoofdstuk 3.1 lintdorpen en lintwegen van deze kwaliteitsparagraaf. Er zijn vier zones opgenomen, welke zijn:

6.7 Ruimtelijke randvoorwaarden De bouwwerken ten behoeve van de (deeltijd)activiteiten dienen binnen het aanwezige bestemmingsvlak te liggen. Voor deelactiviteiten geldt dat het gezamenlijk oppervlak aan bebouwing binnen het bestemmingsvlak niet vergroot mag worden, tenzij aangetoond wordt dat bebouwing niet meer geschikt is voor de gewenste activiteit. Bestaande leegstaande bouwwerken dienen als eerst gebruikt te worden ten behoeve van de deelactiviteiten. De ondergeschiktheid van de (deeltijd)activiteit speelt ook een rol (zie paragraaf 6.2 – 6.4).

Zone 1: Het Oosteinde (N206) als doorgaande weg met een breed profiel. Deze weg kan verkeersaantrekkende deeltijdfuncties goed aan. Het achterliggende weidegebied (Groote Westeindsche polder en Zwet- en Groote Blanckaartpolder) dient hierbij wel beschermd te worden tegen intensieve gebruiksfuncties, zoals paardenbeweiding en poldersporten, vanwege de landschaps- en natuurwaarden (zie toelichting van het bestemmingsplan).

In de regels binnen dit bestemmingsplan zijn voor een aantal (deeltijd)activiteiten al toelaatbaarheideisen opgenomen. Bijvoorbeeld het maximale gebruiksvloeroppervlak ten behoeve van een activiteit. Voor niet benoemde activiteiten in de regels vormt het toetsingskader zoals in de vorige paragraaf beschreven globale randvoorwaarden. Bij een aanvraag kunnen nadere eisen gesteld worden aan bijvoorbeeld maximaal gebruiksvloeroppervlak. Naast het toetsingskader verwijzen wij naar de voorgaande hoofdstukken 3, 4 en 5 waarin de ruimtelijke voorwaarden, zoals hoe een boerenerf opgebouwd is, welke bouwstenen daarbij horen en in welk gebied ze thuis horen, zijn beschreven. Niet benoemde activiteiten kunnen altijd aan de gemeente voorgelegd worden. Samen wordt er gekeken naar de (benodigde) randvoorwaarden.

Zone 2: De overgang van stad naar land aan het begin van de Stompwijkseweg en in de toekomst goed ontsloten Westeinderweg, nabij de kern Stompwijk. Bij de laatste dient rekening gehouden te worden met intensief gebruik van de weides in verband met aanwezige landschaps- en natuurwaarden (Meeslouwerpolder). Zone 3: De Stompwijkseweg als doorgaande weg met een profiel breder dan 4 meter. In de toekomst de belangrijkste recreatieve route. Zone 4: De Oostvlietweg als belangrijke landelijke recreatieve route en de overige smalle linten (vaak niet breder dan 4 meter) in het plangebied met hun waardevol achterland (landschaps en natuurwaarden). In het schema op de volgende bladzijde zijn de vier categorieën activiteiten met voorbeelden en/of toelichting uiteengezet, waarbij tevens aangegeven wordt binnen welke zone deze toepasbaar zijn en bij welke bestemmingen. Op de kaart is de zonering weergegeven.

57

58

Voorbeelden en/of toelichting

kinderdagopvang bij de boer eten bij de boer, catering, etc dierenpension

kinderopvang

kleinschalige horeca, horecawet van toepassing

vervolgfunctie: landelijk bedrijf

workshops, kinderfeestjes, schoolexcursies, etc. pensionstalling van maximaal 15 paarden inclusief eigen paarden alleen in zone randgebieden, dus een gedeelte van zone 2

agrarische dagrecreatie gericht op natuur en educatie, landschap en cultuurhistorie

paardenpension

vervolgfunctie: paardenhouderij

riet- en/of vlechtwerkbedrijf, hoefsmederij etc. theetuin/ -schenkerij kamperen bij de boer

kleinschalig ambachtelijk bedrijf

kleinschalige horeca, horecawet niet van toepassing

kleinschalig kamperen

hoveniersbedrijf

vervolgfunctie: landelijk bedrijf

A-PH = Agrarisch Paardenhouderij

A = Agrarisch bedrijfscentrum

W* = Woonboerderijen onder woonbestemming (voormalig agrarisch bedrijfscentrum)

vervolgfunctie: wonen

‘stille’ opslag alleen binnen bestaande bouwwerken, ‘stille’ opslag van kampeermiddelen etc.

kleinschalige opslag van goederen

D. een activiteit zonder landschappelijke winst én zonder verkeersaantrekkende werking.

bed and breakfast (maximaal 4 kamers)

recreatief nachtverblijf

C. een activiteit met landschappelijke winst, maar zonder verkeersaantrekkende werking.

v

v

v

v

v

v

v

v

v

v

v kano-, roeiboot-, huifkar- en/of fietsverhuur

v

verhuur tbv recreatie

boerenlandwinkel, antiekwinkel

kleinschalige detailhandel

v

v

v

v

Zone 1

zorgboerderij

boerengolf, hindernisbaan, etc.; bij gebruik van weilanden alleen bij AW-L

poldersport

B. een activiteit met landschappelijke winst én met verkeersaantrekkende werking.

meubelstofeerderij, fysiotherapeut, kappersalon, wasserette etc.

kleinschalig bedrijf (aan huis)

A. een activiteit zonder landschappelijke winst, maar met verkeersaantrekkende werking.

activiteiten

v

v

v

v

v

v

v

o

v

v

v

v

v

v

v

v

Zone 2

v

v

v

v

v

v

v

v

v

Zone 3

v

v

v

v

v

v

v

v

Zone 4

A, A-PH

A, A-PH

A

A

A, W*

A, W*

A, W*

A

A volwaardig

A, W*

A, W*

A, A-PH

A, W*

A

A, A-PH

A

A

A, W*

Mogelijk bij bestemming

Ruimtelijke kwaliteitparagraaf

Zonering (deeltijd)activiteiten en vervolgfuncties

59

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=3d301463-93a9-40f9-a336-99806acc6690