CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2573-85 Bijlage 82 toelichting, Aanscherping Sociaal Kompas.pdf

Raadsvergadering 22 februari 2022, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: Vaststellen bestemmingsplan Stedelijk.17.665 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage: 82

Aanscherping Sociaal Kompas

november 2021

Aanscherping Sociaal kompas

Inhoudsopgave Meer richting in het Sociaal Kompas

1.

1

De aanscherping van het Sociaal Kompas krijgt vorm in een wegwijzer

1

Leidraad Aanscherping Sociaal Kompas

1

Vier bouwstenen

1

Leeswijzer

1

Keuzes Sociaal Kompas

2

Bouwsteen 1 en 2: kwetsbare inwoners en aanscherpen van de leidende principes en omvang van het vangnet

2

Bouwsteen 3: Partners

3

Bouwsteen 4: Informatiestromen (integrale aanpak en privacy)

5

2.

De grondslag van het huidige kompas

6

3.

De wegwijzer: het model

9

Voorbeeld Huishoudelijke Ondersteuning

9

Bijlagen

19

Bijlage I. Technisch memo bouwstenen 1 en 2

19

Bijlage II. Technisch memo financiële en juridische consequenties

24

Oplopende kosten

29

Afname van kosten

31

Informatie uitwisseling bij multiprobleemgezinnen

35

Bijlage III. Technisch memo inkoop en subsidies

Leidraad: de beweging naar meer zelfredzaamheid, autonomie en integraliteit

30 30

Instrumenten

31

Verschillen tussen subsidie- en inkooppartners

31

Subsidietafels en inkooptrajecten

31

Invloed op het behalen van resultaten

32

Marktinstrumenten: aanbesteden, subsidie of open house

33

Mogelijkheden in inzet van instrumenten

34

Vervolg Bijlage IV. De wegwijzer en bijbehorende schema’s

35 36

Aanscherping Sociaal kompas

Meer richting in het Sociaal Kompas In 2017 is het Sociaal Kompas voor vier jaar vastgesteld, als beleidsplan op de drie terreinen binnen het sociaal domein: participatie, jeugd en Wmo. In maart 2021 is het Sociaal Kompas met twee jaar verlengd, om zo aan alle wettelijke verplichtingen te blijven voldoen. Tegelijkertijd is een traject ingezet om te komen tot een aantal aanscherpingen. De aanscherping van het Sociaal Kompas krijgt vorm in een wegwijzer Het huidige Sociaal Kompas omvat het totale speelveld in het sociaal domein en de bijbehorende activiteiten die we daar als gemeente en maatschappelijke partners op inzetten, maar geeft nog geen duidelijke richting hoe deze doelen uit te voeren. De aanscherping geeft deze richting wel. Een wegwijzer is ontwikkeld als instrument voor het herzien van beleid dat afloopt en het opstellen van nieuw beleid. Dit wordt per beleidsdossier aangepakt, om uiteindelijk de resultaten te bereiken die we als gemeente in de doelen hebben vastgelegd. Leidraad Aanscherping Sociaal Kompas In de “Leidraad Aanscherping Sociaal Kompas” (vastgesteld op 11 mei 2021) heeft de raad zich uitgesproken over een aantal uitgangspunten voor de aanscherping.

Het gaat er dan onder andere om dat hulp terechtkomt bij de inwoners die deze het hardst nodig hebben, om de beweging van curatief naar preventief, van afhankelijk naar onafhankelijk en om een meer integrale aanpak. Hiermee wordt toegewerkt naar meer zelfredzaamheid en autonomie van onze inwoners. Uitgangspunten die voor een deel al in het Sociaal Kompas terugkwamen, maar nu door deze Leidraad en de aanscherping goed doorgevoerd kunnen worden. Vier bouwstenen Er zijn vier bouwstenen waarop de aanscherping van het sociaal kompas is gebaseerd: kwetsbare inwoners, de leidende principes en de omvang van het vangnet, partners en informatiestromen (integrale aanpak en privacy). Leeswijzer Als eerste komen per bouwsteen de keuzes en randvoorwaarden aan bod die de aanscherping met zich meebrengt. Daarna volgen de grondslagen uit het huidige Sociaal Kompas, die behouden blijven. Vervolgens toont een voorbeeld hoe de toepassing van de wegwijzer er in de praktijk uit kan zien. In de bijlagen zijn de technische memo’s te vinden die voor de raadswerkgroep zijn opgesteld en als basis voor deze keuzes hebben gediend. Deze geven meer achtergrondinformatie per bouwsteen. De laatste bijlage is het instrument de wegwijzer zelf, met bijbehorende schema’s.

1

Aanscherping Sociaal kompas

1. Keuzes Sociaal Kompas Bouwsteen 1 en 2: kwetsbare inwoners en aanscherpen van de leidende principes en omvang van het vangnet Leidraad/wat willen we • Preventief of laagdrempelige ondersteuning/hulp als het kan, curatief als het moet.1 • Hulp komt bij de inwoners die deze het hardst nodig hebben. • We zetten in op normalisering. • We werken toe naar zelfredzaamheid en onafhankelijkheid van de inwoner, maar beseffen ook dat dit niet voor iedereen haalbaar is. • We kijken naar de eigen mogelijkheden van inwoners bij ondersteunend beleid (dus niet bij beleid dat onder de zorgplicht valt). Heeft een inwoner een klein netwerk of een krappe beurs, dan komt iemand eerder in aanmerking voor hulp. • We versterken zwakke netwerken. • Er is ruimte voor experimenten en maatwerk. • We helpen zorgmijders en inwoners die hulp zelf niet/slecht kunnen bereiken hulp/zorg te vinden. • We hebben oog voor de uitvoering en nemen deze uiterst serieus. Dit betekent in de praktijk/wat we nu gaan doen • We versterken ons preventieve aanbod/laagdrempelige ondersteuning en zetten minder in op zwaardere curatieve hulp. Deze curatieve hulp blijft wel beschikbaar en wordt ingezet als dit nodig is. • We zetten met name in op inwoners met een verhoogd risico op kwetsbaarheid en wegen daarbij ook risicofactoren2 mee.

Randvoorwaarden • De wegwijzer wordt gebruikt om per beleidsdossier en ondersteuningsaanbod in beeld te brengen wat de consequenties zijn van de beweging die het kompas hieraan meegeeft. Per beleidsdossier/aanbod wordt bepaald: • Op welke inwoners met verhoogd risico op kwetsbaarheid wordt ingezet. • Hoe zelfredzaamheid en onafhankelijkheid van inwoners wordt versterkt. • Hoe (zwakke) netwerken worden versterkt.3 • Hoe zorgmijders worden bereikt en inwoners die slecht hulp kunnen vinden. • Vragen/spelregels worden opgesteld die de richting van het kompas volgen en die de consulenten bijstaan om inwoners te helpen naar passende ondersteuning. • Bij een hulpvraag weegt de uitvoering af in hoeverre een inwoner zelfredzaam is, hoe groot het (actieve) netwerk is en in hoeverre een inwoner eventuele hulp zelf kan bekostigen als het gaat om ondersteunend beleid4. Heeft een inwoner een klein netwerk of een krappe beurs, dan komt iemand eerder in aanmerking voor hulp. • De gemeente helpt mensen tegenslagen te overwinnen en zet hiermee in op normalisering. Niet iedereen met een verhoogd risico op kwetsbaarheid is daadwerkelijk kwetsbaar. Maatwerk blijft noodzakelijk om te bepalen wat inwoners nodig hebben. Dit hangt af van de individuele situatie van een inwoner. 1 Bij jeugdigen kan het goed zijn om kortdurend curatief in te zetten, om lange zorgcarrières te voorkomen.

Passende hulp, en dus niet persé zo licht mogelijke hulp, bij jeugdigen is daarom belangrijk. 2 Risicofactoren kunnen per beleidsterrein verschillen, voorbeelden zijn: schulden, inkomen, leefstijl, life changing events, disfunctionerend gezin, psychische problemen. 3 Bij jeugdigen is de gezinsgerichte aanpak belangrijk en daarmee ook het behouden of versterken van een goed netwerk. 4 Ondersteunend beleid valt buiten de zorgplicht van de gemeente, zoals aspecten van het leerlingenvervoer.

2

Aanscherping Sociaal kompas

• •

Hulp is in principe tijdelijk. Gewerkt wordt naar een afbouw van hulp en het zelfredzamer maken van de inwoner. In hoeverre dit mogelijk is, is afhankelijk van de hulpvraag van de inwoner. Consulenten zijn op de hoogte van het aanbod in het preventieve veld en kunnen hiernaar adequaat verwijzen.

Voorbeelden Powerful Ageing Powerful Ageing is een aanpak/interventie die wetenschappelijk bewezen helpt bij het weer beter fysiek functioneren van ouderen. Het programma richt zich op het explosief spiervermogen van ouderen, dat na drie maanden een verbetering van 66% laat zien. Het moet wel onderhouden worden. Met dit spiervermogen kunnen ouderen bijvoorbeeld weer makkelijker uit de stoel komen, de trap op of bukken, al naar gelang de vraag. Het is een intensief programma van vier maanden en daarna (vrijwillig) een traject van twee jaar (2x trainen in de week). De aanpak zou goed aansluiten bij de opgaves die er liggen op het gebied van het vergroten van de zelfredzaamheid en het langer zelfstandig thuis wonen. Powerful Ageing kan leiden tot minder inzet op huishoudelijke ondersteuning, maar kan ook leiden tot minder trapliften en scootmobiels. Het is ook goed te combineren met eenzaamheidsbestrijding omdat wordt gewerkt in (kleine) groepjes.

Schoolmaatschappelijk werk plus (pilot preventie +) Het schoolmaatschappelijk werk plus is een aanvulling op het huidige schoolmaatschappelijk werk en biedt intensievere ondersteuning waarbij kind, ouders en school worden betrokken. De hulp is integraal, laagdrempelig, snel en nabij beschikbaar en beoogt geïndiceerde jeugdhulp te voorkomen. De basisvaardigheden van kind/ouders worden versterkt. De pilot “preventie +” (versterking vrij toegankelijke ondersteuning jeugd) wordt uitgevoerd in 2021. Bij goed resultaat wordt beoogd deze innovatieve werkwijze te continueren. Er wordt kwantitatief (aantal doorverwijzingen naar zwaardere jeugdhulp vanuit SMW) en kwalitatief (ervaringen leerlingen en ouders) gemonitord.

Bouwsteen 3: Partners Leidraad/Wat willen we • We stellen heldere doelen. • We monitoren scherp en doelgericht de resultaten. • Er is ruimte voor experimenten en maatwerk. • We verlichten waar dat kan de administratieve lasten van hulpverleners. • Versterken van de sociale infrastructuur vanuit de voelsprieten van de partners. • Op termijn minder instroom in geïndiceerde zorg. • Betere verbinding tussen gesubsidieerde activiteiten en ingekochte zorgproducten. • Mogelijkheid tot op- en afschalen. • Uitwisseling van kennis en expertise. • Minder administratie en bureaucratie.

3

Aanscherping Sociaal kompas

Dit betekent in de praktijk/wat we nu gaan doen • We zetten sterker in op/werken meer met gesubsidieerde ondersteuning/preventie. • We werken zoveel mogelijk met bewezen effectieve interventies.5 • We verbeteren de verbinding tussen subsidie- en inkooppartners, zodat preventief en curatief aanbod goed op elkaar aansluit. • We zetten sterker in op het werken met inkooppartners die lokaal goed zijn geworteld, lokaal meerwaarde hebben6 en/of een goede verbinding hebben met gesubsidieerde partijen. • We indiceren geen individuele trajecten als brede ondersteuning beschikbaar is.7 Randvoorwaarden • Op de subsidietafels is het curatieve aanbod bekend, zodat preventief en curatief aanbod zo goed mogelijk op elkaar kan aansluiten. • Aan het ondersteuningsaanbod hangt een goede monitoring, evaluatie en verantwoording, waarbij rekening wordt gehouden met verschillen tussen professionele partners en vrijwilligersorganisaties. • Bewezen effectieve interventies (Movisie, NJI) zijn te raadplegen door de gemeente of partners en kunnen door hen worden ingezet. • Er blijft voldoende ruimte beschikbaar voor innovatieve ondersteuning/(door)ontwikkeling van het ondersteuningsaanbod. • Om preventief aanbod en laagdrempelige ondersteuning te kunnen versterken lopen kosten in eerste instantie mogelijk op, omdat niet direct minder gebruik wordt gemaakt van zwaarder curatief aanbod. Dit kost tijd.

• Op korte termijn kan dit betekenen: dat middelen voor bepaalde keuzes worden vrijgemaakt door het maken van andere keuzes in het aanbod op de subsidietafels. Indien mogelijk kan ook inzet worden gepleegd met extra (incidenteel) budget vanuit de Rijksoverheid. • Op middellange termijn kan dit betekenen: het analyseren van het huidige (curatieve) aanbod en het maken van keuzes hierin (voor welke hulp is de gemeente verantwoordelijk en voor welke hulp niet) kan een kostenbesparing opleveren. Deze kan worden geïnvesteerd in preventief aanbod. Geld vanuit inkoop vloeit dan naar de subsidietafels. • Op lange termijn kan dit betekenen: minder instroom in curatieve zorg kan een kostenbesparing opleveren, die kan worden geïnvesteerd in preventief aanbod. Geld vanuit inkoop vloeit dan naar de subsidietafels. • Verbinding wordt gemaakt met voor LV de meest relevante partners, om zo het aantal samenwerkingspartners te beperken. Hiertoe wordt een afwegingskader opgesteld (bv. op basis van het aantal cliënten, hoeveel geld erin omgaat, in hoeverre een partner lokaal is geworteld enz.).

Voorbeeld Thuisbegeleiding Thuisbegeleiding kan worden ingezet bij gezinnen met multiproblematiek. De thuisbegeleiding helpt bijvoorbeeld ’s ochtends bij het opstarten van het gezin. Deze vorm van ondersteuning speelt praktisch in op de vraag van gezinnen, maakt goed gebruik van het netwerk, kan snel worden ingezet en kan geïndiceerde jeugdhulp voorkomen. Er is inmiddels al een beperkt aantal trajecten ingezet. Deze laten een duurzaam resultaat zien. Het aantal trajecten zou kunnen worden uitgebreid. Hiervoor is extra budget nodig dat niet zomaar uit budget voor geïndiceerde jeugdzorg kan worden betaald, omdat hier nog sprake is van tekorten. Dit vraagt om andere keuzes aan de subsidietafels of extra (incidenteel) budget vanuit de Rijksoverheid.

5

Evidence based of practice based.

6

Ook doordat ze wendbaar en flexibel zijn.

7

Tenzij bij jeugd individuele hulp meer passend is.

4

Aanscherping Sociaal kompas

Bouwsteen 4: Informatiestromen (integrale aanpak en privacy) Leidraad/wat willen we • Versterken van een integrale benadering naar inwoners binnen het sociaal domein. • Ontschotten van beleid en beschikbare middelen. • Bundelen van hulpverlening of in de goede volgorde hulp aanbieden aan probleemgezinnen. • Verkleinen van het aantal aanspreekpunten voor multi probleemgezinnen. Dit betekent in de praktijk/wat we nu gaan doen • We zetten in op een integrale aanpak, waarbij verschillende taken in de ondersteuning worden gecombineerd zodat inwoners met minder verschillende hulpverleners te maken krijgen. Randvoorwaarden • In het kader van een integrale aanpak wordt per beleidsdossier en ondersteuningsaanbod onderzocht welke ruimte er is om meer integraal te gaan werken. Hierbij is het belangrijk om aan de voorkant goed in beeld te brengen wat de (on)mogelijkheden zijn met informatie. • Een afwegingskader is nodig om per beleidsdossier/activiteit te kunnen bepalen voor welk doel het noodzakelijk is om welke informatie uit te wisselen en met wie. • Het ontschotten van middelen is alleen mogelijk als middelen dit toelaten (niet alle middelen kunnen zomaar voor alles worden ingezet).

5

Aanscherping Sociaal kompas

2. De grondslag van het huidige kompas De doelen en koersen uit het huidige Sociaal Kompas blijven behouden. Naast de keuzes die in hoofdstuk 1 zijn benoemd, behouden we ook de grondslag van het huidige Sociaal Kompas. In het sociaal domein zijn er veel invloeden van buitenaf waar gemeente en partners op willen anticiperen. Ook zijn er enkele gemene delers. De doelen en koersen uit het huidige sociaal kompas zijn dan ook gebaseerd op een aantal belangrijke elementen. 1. 

Langer thuis: zorg dichtbij en integraal Zorg en ondersteuning zullen vaker dichtbij of aan huis worden verleend. Door de toenemende levensverwachting, innovatie in de zorg en de vergrijzing verandert de zorgvraag en neemt deze ook toe. Ook extramuralisering8 van zorg en financiële scheiding van wonen en zorg beïnvloeden de locatie waar mensen zorg ontvangen.

2.

Op maat: ieder mens is uniek Ieder mens is uniek. Er is een beweging zichtbaar van afhankelijkheid van een standaard aanbod van voorzieningen naar een persoonlijke invulling van wonen, welzijn, werk, onderwijs en zorg.

3.

Doe het zelf, doe het samen: andere burger, andere overheid De relatie tussen burger en overheid verandert. De overheid krijgt bij sommige taken een meer faciliterende rol in plaats van uitvoerende rol en tegelijkertijd zijn (groepen) inwoners mondiger en ontwikkelen zij steeds vaker initiatieven in het sociaal domein. Bij ondersteuning van inwoners is een sociaal netwerk steeds belangrijker.

4.

Groen en duurzaam: verduurzaming leefomgeving Er is een toenemend bewustzijn van duurzaamheid en aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving. Een prettige groene, veilige en leefbare woonomgeving stimuleert betrokkenheid, sociale cohesie en zelfredzaamheid in de buurt.

5.

Groen en grijs: minder jongeren en meer senioren De bevolking verandert in samenstelling, het aantal ouderen neemt toe en het aantal jongeren daalt. Daarbij is wel sprake van een toename aan gezonde/vitale ouderen, door verbeterde leefomstandigheden en gezondheidszorg.

6.

Hart-wet-euro balans Soms kan de (juiste) toepassing van wet- en regelgeving in individuele gevallen tot knellende situaties leiden dan wel het oplossen van de problemen van inwoners belemmeren. Dit kan worden voorkomen door te werken volgens de zogenaamde hart-wet-euro balans. Dit houdt in dat een medewerker juridische (wet) en financiële (euro) consequenties en belangen op een zorgvuldige manier afweegt tegen consequenties en belangen voor de inwoner (hart). Op deze wijze kan optimaal maatwerk worden geleverd.

7.

Ruimte voor initiatieven en innovatie Innovatieve en creatieve ideeën van inwoners en organisaties worden omarmd, ondersteund en gepromoot. Dit gebeurt onder andere door ruimte en kansen in regelgeving te benutten (bijvoorbeeld Right to challenge). Waar een wil is, is een weg. Er wordt niet te veel vastgelegd in protocollen en regels, zodat in de uitvoering van ondersteuning ook ruimte ontstaat voor professionals om de transformatie vorm te geven.

8 Het streven om buiten de muren van een intramurale instelling (waar iemand opgenomen wordt) gelijkwaardige zorg te bieden, bijvoorbeeld in de eigen woning.

6

Aanscherping Sociaal kompas

8. Actieve betrokkenheid. Inwoners zijn betrokken bij elkaar, steunen elkaar als dat nodig is en zijn actief in de maatschappij. De belasting van het steunnetwerk is in balans. Iedereen levert een meerwaarde. Dit betekent bijvoorbeeld dat inwoners zich inzetten op sociaal, cultureel, economisch en politiek vlak, bijvoorbeeld als mantelzorger, vrijwilliger of via burgerpanels voor beleidsontwikkeling. De gemeente ondersteunt en faciliteert en springt bij waar nodig. Dit is een nieuwe stap in participerend burgerschap. 9. Mogelijkheden van inwoners benutten en ontwikkelen De gemeente vertrouwt op de mogelijkheden van mensen; dat wat inwoners (potentieel) in zich hebben. Dit wordt benut én versterkt. Het geldt voor talentontwikkeling voor inwoners van alle leeftijden, het stimuleren van een startkwalificatie in het onderwijs en bij de inzet van vrijwilligers. Het geldt ook bij toeleiding naar hulp en ondersteuning, waarbij wordt bekeken wat iemand (met hulp van zijn steunnetwerk) kan, waar iemand goed in is en hoe dit verder is te ontwikkelen. Denk bijvoorbeeld aan een vraagstuk in de opvoeding, maar ook bij aanvraag voor dagbesteding, doelgroepenvervoer of toeleiding naar werk. 10. Resultaatgericht werken voor inwoners  Er wordt steeds nadrukkelijker gestuurd op het daadwerkelijk kunnen meetellen en meedoen voor elke inwoner: Het resultaat van voorzieningen staat voorop.

Hierbij wordt de totale situatie van een inwoner, zijn huishouden en steunnetwerk bezien. Doel is om ondersteuningsvragen goed te identificeren, te verhelderen en inwoners (met waar nodig warme overdracht) passende ondersteuning te geven. Dit heeft gevolgen voor de wijze van inkoop en toekennen van ondersteuning. 11. 

Een solide fundament van vrij toegankelijke voorzieningen en aandacht voor preventie en vroege signalering Een stevig aanbod van basis -en algemene voorzieningen waar inwoners zonder formeel besluit gebruik van kunnen maken is de basis. Bestaande voorzieningen worden zoveel mogelijk met elkaar verbonden of gebundeld. Voorzieningen zijn aantrekkelijk voor een zo groot mogelijke en diverse groep inwoners en sluiten aan bij de wijk. Er is telkens aandacht voor bekendheid met en gebruik van voorzieningen, voor preventie en voor vroege signalering van problematiek die snel en adequaat wordt opgepakt.

12. 

Leren van elkaar en wederzijds begrip Polarisering tussen bevolkingsgroepen wordt tegengegaan door elkaar te leren kennen en met elkaar in gesprek te gaan. Er wordt onder andere geïnvesteerd in activiteiten en voorzieningen die voor meerdere groepen inwoners passend zijn. Dit zorgt voor kruisbestuiving tussen leeftijden, etnische achtergronden en inwoners met en zonder beperkingen. Daarnaast is er aandacht voor behoeften van specifieke groepen, zoals LHBTQI, inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt en jeugd met psychische problematiek. Er vallen geen groepen inwoners buiten de boot. In de zorg en ondersteuning leren ambtenaren en partners ook van inwoners en verdiepen zij zich in de belevingswereld van inwoners.

13. 

Goede informatievoorziening Daar waar de kwaliteit van geleverde zorg doorgaans op peil is, zijn in de toeleiding en informatievoorziening een aantal verbeterpunten te onderkennen. Er wordt geïnvesteerd in adequate informatievoorziening, die aansluit bij de behoeften en belevingswereld van inwoners. Informatie is beschikbaar op herkenbare plekken en wordt overzichtelijk bij elkaar gebracht. Er wordt ook geïnformeerd over afspraken over privacy. De Sociale Servicepunten spelen een prominente rol en bieden informatie, advies en (toeleiding naar) ondersteuning.

7

Aanscherping Sociaal kompas

14. Regie en netwerksamenwerking Vraagstukken in het sociaal domein zijn steeds complexer en een integrale benadering is noodzakelijk om resultaten te behalen. Bijvoorbeeld door één gezin, één plan, één regisseur, met integrale gebiedsnetwerken en bij de overgang van ondersteuning wanneer inwoners 18 jaar worden. De regie op de uitvoering van de ondersteuningsplannen is in principe belegd bij de inwoner zelf. Maar ook de gemeente heeft een regisserende rol. Zij staat voor de uitdaging om partners te verbinden op de maatschappelijke opgaven, in het bijzonder voor een goede samenwerking rondom het kind. Ook ondersteunt de gemeente inwoners die niet zelf de regie kunnen voeren. De regierol van de gemeente varieert. Soms is dit faciliteren (met bijvoorbeeld kennis, kunde, budget en/of gebruik van een locatie), soms aanjagen of stimuleren (zoals drempels in regels verminderen), verwijzen of communiceren (goede informatievoorziening, de weg wijzen), partner of opdrachtgever die helpt ‘zorgen dat’ inwoners ondersteuning krijgen. Op sommige taken heeft de gemeente ook een uitvoerende rol, bijvoorbeeld in de uitvoering van jeugdhulp. In andere gevallen heeft de gemeente een sturende rol en handelt zij coördinerend en regulerend (bijvoorbeeld coördinatie van een netwerk of casusregie). Bijna overal zijn gemeenten en maatschappelijk partners samen aan zet. 15. 

Lokaal waar mogelijk, regionaal waar nodig Het sociaal domein wordt zoveel mogelijk lokaal en dicht bij de inwoners georganiseerd. Iedere gemeente heeft immers een unieke signatuur gebaseerd op onder andere demografische en sociaaleconomische eigenschappen. Dit vraagt om een eigen aanpak. Er zijn echter vraagstukken die om een regionale of zelfs landelijke aanpak vragen. Bijvoorbeeld vanwege wettelijke verplichtingen, kwalitatieve overwegingen of efficiency winst. Denk aan het Inkoopbureau H-10 waar een groot aantal jeugdhulpaanbieders is gecontracteerd voor niet vrij toegankelijke zorg.

8

Aanscherping Sociaal kompas

3. De wegwijzer: het model De wegwijzer9 is een stappenplan voor beleid en uitvoering, dat de richting meegeeft van de aanscherping. Met deze richting maken we de beweging van een curatieve aanpak naar een preventieve aanpak en van ‘zorgen voor’ naar ‘helpen zorgen dat’. Hoe ziet de wegwijzer er dan uit? Een eerste stap in het herzien of opstellen van beleid in de richting van de aanscherping met behulp van de wegwijzer, is een inventarisatie van het huidige ondersteuningsaanbod binnen een beleidsthema. Voorbeeld: de WMO of de opgave langer zelfstandig wonen zou kunnen leiden tot het analyseren van het aanbod huishoudelijke ondersteuning met behulp van de wegwijzer. De wegwijzer bestaat uit een vragenwiel, waarbij per bouwsteen verschillende verdiepende vragen worden gesteld. Deze geven richting aan wat we doen en hoe we dit willen doen. Sommige vragen worden in een bijlage ondersteund door een matrix of ander model. Uiteindelijk willen we met het doorlopen van de wegwijzer een goed overzicht krijgen van wat we in het preventieve veld willen behouden, opzetten of versterken en wat we curatief willen aanpakken om het doel van het beleid te bereiken. Maar ook wat we wellicht kunnen loslaten.

Waarom doe n we dit aan hebben bod zo ingerege nu ld? Ho we e v he er w tv il op ang len e rek ne pre ke t v n ku ve n n ers nne c nti ev aar h huiv n ev en ge Wa eld et , ïn a ? hu dic r k lp ee un te rd ne ru e n , w gd c e rin ura d e ge tie n? ve

Informatie stromen

Partners

Curatief

voor Hoe zorgen we od als curatief aanb od preventief aanb r is? niet beschikbaa

Preventief

Welke partnerscvorm van we nu voohap hebben rnamelijk ?

ng

ri nito mo we tie in? en zett valua Hoe en e

op r ko te in be ? we eld len en d v pe nn en kop ku g e rlig aar Ho voo elk en aan

de

•

Loslaten

Wa vo ar or zit ve de ra nd ruim er ing te ?

nen hoe kun Waar en inistratieve we adm gdringen? lasten teru

de e w i ? n ult en ele m n nd an ezin bu a g oe ulp m H h lee ob pr

Omvang vangnet

Ho e?

n we e werke Hoe n integral ee g? aan derin bena

dig no e or vo iev e er ent nd t is rev gge n? Wa et p oorli rke h /v ste om bod ver n te a a eld v

•

Kwetsbare inwoners

Hoe ruim ver w te o illen pzo we d dit e AVG eken vra in agstbij uk?

Wa t

e nw ike met bere ers Hoe won d? in nbo deze it aa d t ze he e e is r d ik t ? er voo ru od ne jk geb anb an li a W ake om et z s h od er an no won n v in ake m

Welk aanbod bieden we nu?

zie We n lke ee we ris op n v bij ico kw erh inw fac et oo on tor sb gd er en V aa ris s m me oor rh ic e t w eid o t kw een v elke ets erh in ? he baa oog wone ta an rheid d ris rs ic bo d in wille o op zett n we en? Welke inwoners maken nu gebru ik van het aanbod?

we risico’s Waar zien eiken van bij het ber oners? deze inw

?

Wegwijzer

Figuur 1. De wegwijzer.

Na het bepalen van het aanbod wat door de wegwijzer gehaald moet worden, worden per bouwsteen verschillende verdiepende vragen gesteld. Deze staan in het vragenwiel.

9

De wegwijzer en bijbehorende schema’s uit dit hoofdstuk zijn in groot formaat bijgevoegd vanaf pagina 36.

9

Aanscherping Sociaal kompas

Voorbeeld huishoudelijke ondersteuning Om alvast een beeld te geven van hoe de aanscherping meer richting geeft, volgt een voorbeeldcasus. In dit voorbeeld wordt toegelicht hoe de wegwijzer en daarmee de aanscherping van het sociaal kompas werkt. Het voorbeeld gaat over huishoudelijke ondersteuning, omdat hierin duidelijk verschillende dilemma’s kunnen worden weergegeven. Dit betekent overigens niet dat huishoudelijke ondersteuning tijdens de implementatie als eerste door het kompas wordt gehaald.

Informatie stromen

H we oe v h e er w tv il op ang len e r n pre ekke et v n ku ve n n ers nne ntie aa ch n ve r he uive ge Wa n, ve ld? t ï a hu ndi r k lp cee un te rd ne ru e n gd , c we rin ura d ge tie e n? ve •

voor Hoe zorgen we als curatief aanbod bod preventief aan is? aar hikb niet besc

Welke partner vorm van sc we nu vo hap hebben orname lijk?

Partners

Wa vo ar or zit ve de ra nd ruim er ing te ?

g

rin nito mo we tie in? ten zet valua Hoe en e

op r ko te in be ? we eld len en d v pe nn en kop ku g e rlig aar Ho voo elk en aan

de

Omvang vangnet

en hoe kunn Waar en ve nistratie we admi dringen? ug lasten ter

de e w i ? n lt n le u ne de n m zin n a e bu p a g oe ul m H h lee ob pr

dig no e or vo iev e er ent nd t is rev gge n? Wa et p oorli rke h /v ste m r d o bo ve e n aa eld t v

•

Kwetsbare inwoners

Hoe ruim ver w te o illen we pz d dit e AVG oeken vra in ags bij tuk ?

e en w le werk Hoe n integra ? ee aan adering ben

’s n we risico n Waar zie reiken va bij het be oners? deze inw

we t en eik me ber ers Hoe inwon od? e nb dez dit aa t ze he e e is r d ik t ? er voo ru od ne jk geb anb an li a W ake om et z s h od er an no won n v in ake m

zie We n lke ee we ris op n v bij ico kw erh inw fac et oo on tor sb gd er en aa ri s m rh sic e me Voor w ei o t te e d? kwe en ve lke inw rh ts o het baarh oogd ners ris aan e bod id wille ico op inze n w tten e ? Welke inwoners maken nu geb ruik van het aanbod?

Waarom doe n hebben we dit aa nbod nu zo ingere geld?

Verdiepende vragen Bouwsteen 1. Kwetsbare inwoners

Figuur 2a. De wegwijzer, het vragenwiel: kwadrant kwetsbare inwoners.

Verdiepende vragen Welke inwoners maken nu gebruik van het aanbod? Alle inwoners met een indicatie voor huishoudelijke ondersteuning (we maken hierbij geen onderscheid in bijvoorbeeld inkomen of beschikbaar netwerk). • Voor welke inwoners met een verhoogd risico op kwetsbaarheid willen we het aanbod inzetten?  Voor die inwoners die laag scoren op de aspecten sociaal netwerk, lichamelijk functioneren en financiën uit de cirkel van zelfredzaamheid (figuur 3). • Welke risicofactoren zien we bij inwoners met een verhoogd risico op kwetsbaarheid?  Bij inwoners met een kleine beurs, met een lichamelijke beperking, geen/klein sociaal netwerk, geen geschikte woning (figuur 4). • Wanneer is het noodzakelijk voor deze inwoners om gebruik te maken van het aanbod? De zorgvraag is noodzakelijk en acuut als door het niet uitvoeren van de taken de levenskwaliteit en het functioneren wordt beperkt. • Hoe bereiken we deze inwoners met dit aanbod? Goede communicatie vanuit gemeente en partners (huisartsen, voorliggend veld), ook ruimte opzoeken in de bouwsteen privacy om inwoners actief op te zoeken waar het vermoeden is dat dit nodig is. Goede integrale aanpak vanuit andere dossiers. • Waar zien we risico’s bij het bereiken van deze inwoners? Zorgmijders, inwoners met een lage mate van zelfredzaamheid. • 

10

Aanscherping Sociaal kompas

ERE

SO C

N

IAA

LN

ET

W

ER

K

id

Ma te

m

he

DAG BE

zelfredzaa

ATIE ITU

n va

NS

ST E

OO

DI

W

NG

FU

N T IO NC

H DE

IË AC F IN

N

UISH OU N

A

LL

GS AA ED

EV

ERR

ICHTIN

GEN

MO

BIL I

TE

IT

Figuur 3. Aanvullende figuur Cirkel van zelfredzaamheid.

De Cirkel van zelfredzaamheid helpt om te kunnen afwegen voor welke inwoners met een verhoogd risico op kwetsbaarheid bepaald aanbod wordt ingezet. Zelfredzaamheid is het vermogen van mensen om zichzelf te redden op alle levensterreinen met zo min mogelijk professionele ondersteuning en zorg.

Voor wie doen we het?

Inwoners met verhoogd risico op kwetsbaarheid

Risicofactoren

Figuur 4. Aanvullende matrix verhoogd risico op kwetsbaarheid versus risicofactoren.

11

Aanscherping Sociaal kompas

Om een goed overzicht te krijgen van de verschillende groepen inwoners met een verhoogd risico op kwetsbaarheid is bijgevoegde matrix toegevoegd. In deze matrix kunnen per beleidsthema en onderdeel de doelgroepen afgezet worden tegen verschillende risicofactoren. Denk aan chronisch zieken, ouderen boven de 70 en bijvoorbeeld mensen met een licht verstandelijke beperking. Risicofactoren zouden kunnen zijn een laag inkomen, of het ontbreken van een sociaal netwerk. In deze matrix kan worden gevinkt voor welke groepen inwoners een bepaald aanbod wel of niet kan worden ingezet. Ofwel de vraag: voor wie willen we wat doen?

Bouwsteen 2. Omvang van het vangnet Nadat in kaart is gebracht voor wie we ondersteuning willen inzetten, is het belangrijk om te kijken naar wat we dan wel en niet onder deze ondersteuning willen plaatsen. Ofwel: wat moet de omvang van het vangnet zijn? De verdiepende vragen voor deze bouwsteen geven hier meer richting aan.

H we oe v he er w tv il op ang len e r n pre ekke et v n ku ve n n ers nne ntie aa ch n ve r he uive ge Wa n, ve ld? t ï a hu ndi r k lp cee un te rd ne ru e n gd , c we rin ura d ge tie e n? ve

Omvang vangnet

Informatie stromen

Partners

voor Hoe zorgen we als curatief aanbod bod preventief aan aar is? hikb besc niet

Welke partner vorm van sc we nu vo hap hebben orname lijk?

g

rin nito mo we tie in? ten zet valua Hoe en e

op r ko te in be ? we eld len en d v pe nn en kop ku g e rlig aar Ho voo elk en aan

de

•

Wa vo ar or zit ve de ra nd ruim er ing te ?

en hoe kunn Waar en ve nistratie we admi dringen? ug lasten ter

de e w lti ? en u en el m nn nd an ezi u b pa g oe ul m H h lee ob pr

dig no e or vo iev e er ent nd t is rev gge n? Wa et p oorli rke h /v ste m r d o bo ve e n aa eld t v

•

Kwetsbare inwoners

Hoe ruim ver w te o illen we pz d dit e AVG oeken vra in ags bij tuk ?

e en w le werk Hoe n integra ? ee aan adering ben

’s n we risico n Waar zie reiken va bij het be oners? deze inw

we t en eik me ber ers Hoe inwon od? e nb dez dit aa t ze he e e is r d ik t ? er voo ru od ne jk geb anb an li a W ake om et z s h od er an no won n v in ake m

zie We n lke ee we ris op n v bij ico kw erh inw fac et oo on tor sb gd er en aa ri s m rh sic e me Voor w ei o t t ee elke d? kwe n ve inw r ts h o het baarh oogd ners ris aan e bod id wille ico op inze n w tten e ? Welke inwoners maken nu geb ruik van het aanbod?

Waarom doe n hebben we dit aa nbod nu zo ingere geld?

Verdiepende vragen

Figuur 2b: De wegwijzer, het vragenwiel: kwadrant omvang van het vangnet.

Verdiepende vragen • Waarom hebben we dit aanbod nu zo ingeregeld? Vanuit het doel dat iedereen moet kunnen meedoen en meetellen en de juiste zorg op tijd krijgt. Dit doen we nu vanuit een veilige aanpak waarbij in principe iedereen met een indicatie van de ondersteuning gebruik mag maken. De gemeente zet nu niet specifiek in op bepaalde doelgroepen. • 

Hoe ver willen en kunnen we het vangnet verschuiven, oprekken naar het preventieve veld? Er kan worden gekeken naar het aanbod/de initiatiefvraag van de subsidietafels ‘zelfredzame inwoners’ en ‘betrokken en inclusief’, om via het preventieve veld meer in te zetten op zelfredzaamheid en samenredzaamheid. Ook kan worden gekeken naar het bevorderen van gezondheid/fitheid en het meer bewust worden van langer zelfstandig wonen.

12

Aanscherping Sociaal kompas

• 

Waar kunnen we de geïndiceerde, curatieve hulp terugdringen? Bij die inwoners die vanuit de cirkel van zelfredzaamheid in staat zijn of kunnen worden zelf de huishoudelijke ondersteuning te verzorgen, organiseren of financieren.

• Wat is er voor nodig om het preventieve aanbod/voorliggende veld te versterken? Een betere samenwerking tussen de inkooppartners en het voorliggende veld om beter te monitoren waar het kantelpunt van preventie en curatieve zorg ligt. Een duidelijke keuze van gemeente en daarmee verwachting uitspreken waar de gemeente wel en niet van is, en wanneer er een beroep wordt gedaan op de zelfredzaamheid van de inwoners. • Hoe zorgen we voor curatief aanbod als preventief aanbod niet beschikbaar is? Inkoop/open house. Maar wel kritisch kijken naar de toegang tot deze zorg.

Mogelijkheden verschuiving van curatief naar preventief Zelfredzaam/samenredzaam

jk

eli nk

a fh

a

On

Curatief/zorgen voor

Preventief/helpen zorgen dat

jk

li ke

an

h Af

Niet zelfredzaam/niet samenredzaam

Figuur 5. Aanvullende matrix verschuiving van curatief naar preventief.

Om in de beantwoording op deze vragen extra ondersteuning te bieden is ook een matrix opgesteld, waarbij de beweging van linksonder (curatief, niet zelfredzaam, afhankelijk) naar rechtsboven (preventief, zelfredzaam, onafhankelijk) wordt weergegeven, De matrix kan dienen om mogelijke aanpakken of interventies die in deze beweging passen te plaatsen in het model. Em om te kijken hoe ver de rol van de gemeente gaat.

13

Aanscherping Sociaal kompas

Bouwsteen 1 en 2 Kwetsbare inwoners en omvang van het vangnet Randvoorwaarden

Welke knoppen hebben we?

• Een afwegingkader is beschikbaar om per beleidsdossier/activiteit af te kunnen wegen wat de consequenties zijn van de beweging die het kompas maakt op het huidige beleid en de huidige uitvoering. Per beleidsdossier/ activiteit wordt bepaald: - Op welke inwoners met verhoogd risico op kwetsbaarheid wordt ingezet. - Hoe zelfredzaamheid en onafhankelijkheid van inwoners wordt versterkt. - Hoe zwakke netwerken worden versterkt. - Hoe zorgmijders en inwoners die zelf niet/slecht kunnen bereiken hulp/zorg te vinden worden bereikt. • Vragen/spelregels worden opgesteld voor de uitvoering om de juiste vragen te kunnen stellen waarbij de richting van het aangescherpte kompas wordt gevolgd. • Bij een hulpvraag weegt de uitvoering af in hoeverre een inwoner zelfredzaam is, hoe groot het (actieve) netwerk is en in hoeverre in een inwoner eventuele hulp zelf kan bekostigen als het gaat om ondersteunend beleid[1]. Heeft een inwoner een klein netwerk of een krappe beurs, dan komt iemand eerder in aanmerking voor hulp. • We helpen mensen tegenslagen te overwinnen en zetten in op normalisering. Niet iedereen met een verhoogd risico op kwetsbaarheid is daadwerkelijk kwetsbaar. Maatwerk blijft noodzakelijk om te bepalen wat inwoners nodig hebben. Dit hangt af van de individuele situatie van een inwoner. • Hulp is in principe tijdelijk.

Gewerkt wordt naar een afbouw van hulp en het zelfredzamer maken van de inwoner. In hoeverre dit mogelijk is, is afhankelijk van de hulpvraag van de inwoner. • De uitvoering is op de hoogte van het aanbod in het preventieve veld en kan adequaat verwijzen. • Op de subsidietafels is het curatieve aanbod bekend, zodat snel kan worden opgeschaald als dat nodig is.

Figuur 6. Keuzes bouwsteen 1 en 2: kwetsbare inwoners en omvang van het vangnet.

Met de antwoorden op de verschillende verdiepende vragen, afgezet tegen de voorwaarden (vertaalslag van de leidraad en basis voor de aanscherping) die vastgesteld worden, is het de bedoeling weer te geven waar verschillende keuzes zitten. Keuzes die we hierbij hebben: • Moreel appel doen op inwoners bij de toegang. • Kijken naar fitheid/gezondheid van inwoners ter bevordering van zelfredzaamheid. • Grijs gebied in doelgroepen: hoe gaan we om met beperkte zelfredzaamheid, wat vinden we normaal? Hierin zit een stuk maatwerk. Wat heeft de inwoner nodig om zelfredzaam te worden? • Kritische vragen bij de toegang, zoals: • Wat is de hulpvraag? • Ontvangt de inwoner al hulp? • Is de hulp noodzakelijk? • In hoeverre is de inwoner kwetsbaar? • Hoe groot is het netwerk van de inwoner? • Heeft de inwoner een kleine beurs? • Is er preventief aanbod beschikbaar in het voorliggend veld? • Hoe draagt de hulp bij aan de zelfredzaamheid van de inwoner? • Hoe lang is de hulp nodig/wanneer is het doel bereikt? • Hoe kan de hulp worden afgebouwd?

14

Aanscherping Sociaal kompas

Bouwsteen 3. Partners

H we oe v he er w tv il op ang len e r n pre ekke et v n ku ve n n ers nne ntie aa ch n ve r he uive ge Wa n, ve ld? t ï a hu ndi r k lp cee un te rd ne ru e n gd , c we rin ura d ge tie e n? ve

Kwetsbare inwoners

Omvang vangnet

Informatie stromen

Partners

•

voor Hoe zorgen we als curatief aanbod bod preventief aan is? aar niet beschikb

Welke partner vorm van sc we nu vo hap hebben orname lijk?

de

g

rin nito mo we tie in? ten zet valua Hoe en e

op r ko te in be ? we eld len en d v pe nn en kop ku g e rlig aar Ho voo elk en aan

Wa vo ar or zit ve de ra nd ruim er ing te ?

en hoe kunn Waar en ve nistratie we admi dringen? ug lasten ter

de e w i ? n lt n le u ne de n m zin n a e bu p a g oe ul m H h lee ob pr

dig no e or vo iev e er ent nd t is prev ligge n? a r W et oo ke h /v ster om bod ver e n aa eld t v

•

Hoe ruim ver w te o illen we pz d dit e AVG oeken vra in ags bij tuk ?

e en w le werk Hoe n integra ? ee aan adering ben

’s n we risico n Waar zie reiken va bij het be oners? deze inw

we t en eik me ber ers Hoe inwon od? e nb dez dit aa t ze he e e is r d ik t ? er voo ru od ne jk geb anb an li a W ake om et z s h od er an no won n v in ake m

zie We n lke ee we ris op n v bij ico kw erh inw fac et oo on tor sb gd er en aa ri s m rh sic e me Voor w ei o t te e d? kwe en ve lke inw rh ts o het baarh oogd ners aan eid risic bod wille o op inze n w tten e ? Welke inwoners maken nu geb ruik van het aanbod?

Waarom doe n hebben we dit aa nbod nu zo ingere geld?

Over naar het hoe. De verdiepende vragen op de bouwsteen partners geven hier meer richting in. Verdiepende vragen

Figuur 2c. De wegwijzer, het vragenwiel: kwadrant partners.

Verdiepende vragen • Welke vorm van partnerschap hebben we nu voornamelijk? Open house constructies met veel zorgaanbieders. • Waar zit de ruimte voor verandering? Werken met preferente partners binnen het geheel van partners, in het voorliggend veld partners aanbod laten bieden op meer effectieve interventies voor het bevorderen zelfredzaamheid en samenredzaamheid binnen de doelgroepen met bijvoorbeeld beperkte zelfredzaamheid (en tijdelijke impuls, langdurige ondersteuning of chronische aanpak). • Hoe kunnen we inkoop en voorliggend veld beter aan elkaar koppelen? Laat zorgaanbieders meer aansluiten bij de subsidietafels. Kritisch kijken naar het kantelpunt van preventie/curatieve aanpak. • Hoe zetten we monitoring en evaluatie in? Kijk kwantitatief naar het aantal zorgvragen en de afname/toename hierin. Kijk kwalitatief naar de ervaringen van inwoners en partners in het voorliggend veld. Is de mate van zelfredzaamheid bevorderd? • Waar en hoe kunnen we administratieve lasten terugdringen? Door te kijken naar het aantal partners en de afspraken bij de open house constructies/regionale aanpak.

15

Aanscherping Sociaal kompas

Knoppen waaraan we kunnen draaien Dilemma’s bij meer inzetten op gesubsidieerde ondersteuning/preventie

Dilemma’s bij betere verbinding inkoop- en subsidiepartners

Levert op: inwoners worden meer zelfredzaam, behouden zoveel mogelijk autonomie, versterking sociale infrastructuur vanuit de voelsprieten van de partners, op termijn minder instroom in geïndiceerde zorg

Levert op: betere verbinding tussen gesubsidieerde activiteiten en ingekochte zorgproducten, mogelijkheid tot op- en afschalen en uitwisseling van kennis en expertise

Preventie – vrij toegankelijk Consequenties: • Voor subsidiepartners die werken met (veel) vrijwilligers vraagt het veel om ook te verbinden met inkooppartners • Aansturing is anders dan bij inkooppartners (subsidietafels versus contractmanagement), maakt belangen anders en daardoor verbinding lastig

Curatief – Geïndiceerd Consequenties: • Er zijn nu al financiële tekorten in de inkoop, door verschuiven budget worden deze eerst groter • Meeste invloed zit bij inkoop in de toegang • Het grootste deel van de toegang bij jeugd zit bij de huisartsen

Subsidiepartners Consequenties: • Vraagt investering op meer preventieve zorg door extra inzet op subsidietafels • Waar kan investering vandaan komen? - Keuzes maken binnen subsidiebudget - doet iets af aan sociale infrastructuur - Budget van inkoop naar subsidiesverschuiven- kan wachtlijsten vergroten en kan ten kostegaan van kwaliteit zorg; causaliteit is moeilijk aan te tonen.

Inkooppartners Consequenties: • Verbinden met subsidiepartners kan veel opleveren voor inkooppartners, zeker als er veel vrijwilligers worden ingezet • Kost veel tijd om te investeren in lokale partijen • Meer informatiestromen

Inwoners Consequenties: • Bij op- en afschalen meer contactpersonen

Dilemma’s bij terugdringen aantal inkooppartners

Dilemma’s bij geen individuele trajecten waar brede ondersteuning beschikbaar is

Levert op: gemakkelijkere verbinding met subsidiepartners, minder contractmanagement

Levert op: minder administratie, minder bureaucratie, op termijn minder instroom in geïndiceerde zorg

Inkooppartners Consequenties: • Kleinere aanbieders zijn vaak meer lokaal verankerd en hebben vaak innovatiekracht en zijn daarom waardevol om te behouden • Met grote partners kun je doorontwikkelen (Rivierduinen, Parnassia enz.). Doorontwikkelen is meestal op regionale ontwikkeltafels. Dan moet eerst tussen de haaglanden gemeenten overeenstemming bestaan

• Minder aanbieders leidt vaak tot veel onderaanbieders, die je moeilijk kunt monitoren (en mist in cijfers) • Een andere manier van inkopen vraagt een flinke investering, terwijl niet vaststaat dat daardoor de instroom in dure zorg lager wordt

Subsidiepartners

Inwoners

Consequenties: • Andere manier van sturen • Monitoring op resultaat op groepsbegeleiding geeft een algemeen beeld, geen zicht op resultaten per individu • Subsidiepartners moet gaan sturen op de toestroom

Consequenties: • Risico dat te lichte zorg wordt ingezet, waardoor problemen verergeren • Inwoner krijgt geen indicatie en daarmee niet een afdwingbaar recht op zorg

Inwoners

Inwoners

Consequenties: • Minder keuzevrijheid

Consequenties: • Minder werk/inkomsten

Figuur 7. Aanvullende figuur knoppen waaraan we kunnen draaien.

Bijgaand figuur is een afwegingskader met de verschillende knoppen waar binnen de bouwsteen partners aan kan worden gedraaid. Deze omvat verschillende maatregelen met bijbehorende consequenties. De figuur moet een basis bieden om keuzes in de bouwsteen partners te kunnen maken.

Bouwsteen 3 Partners Randvoorwaarden

Welke knoppen hebben we?

• Goede monitoring, evaluatie en verantwoording, waarbij rekening wordt gehouden met in hoeverre we te maken hebben met professionele partners dan wel vrijwilligersorganisaties. • Bewezen effectieve interventies (Movisie, NJI) moeten wel bestaan, te raadplegen zijn door de gemeente dan wel partners en door hen kunnen worden ingezet. Dit is nu vaak niet het geval (vaak zijn bewezen effectieve methoden bijvoorbeeld meetinstrumenten/vragenlijsten die tegen betaling kunnen worden ingezet). • Er blijft voldoende ruimte beschikbaar voor innovatieve ondersteuning/ ontwikkeling het van aanbod. • Kosten lopen in eerste instantie op, omdat niet direct minder gebruik wordt gemaakt van curatief aanbod. Dit kost tijd. • Korte termijn: middelen hiervoor halen uit keuzes aan de subsidietafels of extra budget vanuit rijksoverheid indien mogelijk. • Lange termijn: besparingen op curatieve zorg investeren in preventief aanbod. Geld vanuit inkoop vloeit naar subsidietafels. • Om het aantal partners te beperken, verbinding maken met voor LV de meest relevante partners. Anders is het aantal partners waarmee we moeten samenwerken te groot. • Afwegingskader hiervoor wordt opgesteld (bv. op basis van aantal cliënten, hoeveel geld erin omgaat, in hoeverre lokaal geworteld enz.).

Figuur 8. Keuzes bouwsteen 3: partners.

16

Aanscherping Sociaal kompas

Met de antwoorden op de verschillende verdiepende vragen, afgezet tegen de voorwaarden (vertaalslag van de leidraad en basis voor de aanscherping) wordt in dit schema weergeven welke verschillende keuzes kunnen worden gemaakt. Keuzes die we bijvoorbeeld bij de bouwsteen partners hebben zijn: • meer inzetten op gesubsidieerde ondersteuning en preventieve zorg, minder op inkoop; • een betere verbinding tussen subsidiepartners en inkooppartners stimuleren; • het terugdringen van het aantal inkooppartners; • geen individuele trajecten inzetten waar brede ondersteuning beschikbaar is.

Bouwsteen 4. Informatiestromen

H we oe v he er w tv il op ang len e r n pre ekke et v n ku ve n n ers nne ntie aa ch n ve r he uive ge Wa n, ve ld? t ï a hu ndi r k lp cee un te rd ne ru e n gd , c we rin ura d ge tie e n? ve

Omvang vangnet

Informatie stromen

voor Hoe zorgen we als curatief aanbod bod preventief aan aar is? hikb besc niet Welke partner vorm van sc we nu vo hap hebben orname lijk?

Wa vo ar or zit ve de ra nd ruim er ing te ?

g

rin nito mo we tie in? ten zet valua Hoe en e

op r ko te in be ? we eld len en d v pe nn en kop ku g e rlig aar Ho voo elk en aan

de

•

Partners

en hoe kunn Waar en ve nistratie we admi dringen? ug lasten ter

de e w i ? n lt n le u ne de n m zin n a e bu p a g oe ul m H h lee ob pr

dig no e or vo ntiev de er is reve ggen ? t n Wa et p oorli rke h /v te om bod vers e n aa eld t v

•

Kwetsbare inwoners

Hoe ruim ver w te o illen we pz d dit e AVG oeken vra in ags bij tuk ?

e en w le werk Hoe n integra ? ee aan adering ben

’s n we risico n Waar zie reiken va bij het be oners? deze inw

we t en eik me ber ers Hoe inwon od? e nb dez it aa d t ze he e e is r d ik t ? er voo ru od ne jk geb anb an li a W ake om et z s h od er an no won n v in ake m

zie We n lke ee we ris op n v bij ico kw erh inw fac et oo on tor sb gd er en aa ri s m rh sic e me Voor w ei o t t ee elke d? kwe n ve rho inwon tsb ers het aarh ogd r aan e is bod id wille ico op inze n w tten e ? Welke inwoners maken nu geb ruik van het aanbod?

Waarom do en hebben we dit aa nbod nu zo ingere geld?

De laatste bouwsteen die doorlopen moet worden met verdiepende vragen is die van de informatiestromen (integrale aanpak en privacy). Hier hebben we een drietal vragen geformuleerd die betrekking hebben op integraal werken, privacy en het omgaan met informatie/gegevens. Verdiepende vragen

Figuur 2d. De wegwijzer, het vragenwiel: kwadrant informatiestromen.

Verdiepende vragen •

Hoe werken we aan een integrale benadering?

•

Hoe bundelen we de hulp aan multi probleemgezinnen?

•

Hoe ver willen we de ruimte opzoeken in de AVG bij dit vraagstuk?

Belangrijke opmerking: de beantwoording vraagt om extra onderzoek per beleidsterrein naar de ruimte die er is. Hierbij is het belangrijk om aan de voorkant goed in beeld te brengen wat de (on)mogelijkheden zijn met informatie. Voor deze casus is dit niet verder uitgewerkt.

17

Aanscherping Sociaal kompas

Bouwsteen 4 Informatiestromen Randvoorwaarden

Welke knoppen hebben we?

• Per beleidsdossier/activiteit zal moeten worden onderzocht hoe we meer kunnen doen dan we nu al doen. • Een afwegingskader is nodig om per beleidsdossier/activiteit te kunnen bepalen voor welk doel het noodzakelijk is om welke informatie uit te wisselen en met wie. • Het ontschotten van middelen is alleen mogelijk als middelen dit toelaten (niet alle middelen kunnen zomaar voor alles worden ingezet).

Figuur 9. Keuzes bouwsteen 4: informatiestromen. Ook hier zijn weer voorwaarden voor geformuleerd en kunnen keuzes worden gemaakt. Voor dit voorbeeld is dit dus nog niet verder uitgewerkt.

Alle Keuzes op een rij als input voor beleid/uitvoering Conclusies op bouwsteen 1

Conclusies op bouwsteen 2

Conclusies op bouwsteen 3

Conclusies op bouwsteen 4

Figuur 10. Alle keuzes op een rij als input voor beleid/uitvoering.

In het laatste format in de wegwijzer kunnen alle keuzes worden geplaatst om zo richting te geven aan het beleid en het ondersteuningsaanbod. Dit vormt een basis voor herzien en nieuw beleid, en handvatten voor de uitvoering, in de richting van de aanscherping van het Sociaal Kompas.

18

Aanscherping Sociaal kompas

Bijlagen I. II. III. IV.

Technisch memo bouwsteen 1 en 2 Technisch memo financiële en juridische consequenties Technisch memo inkoop en subsidies De wegwijzer en bijbehorende schema’s

19

Aanscherping Sociaal kompas

Bijlage I. Technisch memo bouwstenen 1 en 2 Aanleiding In de commissie Samenleving van 15 februari 2021 is het voorstel voor het proces herijking sociaal kompas besproken. Tijdens de bespreking van dit voorstel bleek dat er naast het bespreken van het proces, sterk de behoefte leeft het gesprek op inhoud te kunnen voeren. Met deze memo worden de bouwstenen, zoals omschreven in het collegevoorstel nader toegelicht. De inhoud van dit memo dient als input voor bespreking in de raadswerkgroep sociaal kompas op 4 maart aanstaande. Situatie In 2016 stelde de gemeenteraad het sociaal kompas vast. Daarin staan de beleidskaders voor het sociaal domein omdat gemeenten verantwoordelijk werden voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Jeugdwet, de Participatiewet en de wetten op het gebied van voor- en vroegschoolse educatie. Daarnaast beschikte de gemeente al over beleid op het gebied van welzijn. Het sociaal kompas verliep eind 2020 en vraagt nu om een herijking. Evaluatie Het sociaal kompas lijkt in de praktijk te omvangrijk en biedt onvoldoende handvatten voor de uitvoering om veilig keuzes te maken en richting te bepalen. Algemene beleidsevaluatie Een algemene beleidsevaluatie is niet verricht. Een vergelijking tussen de indicatoren in 2015 en 2020 is gedeeltelijk gemaakt. De interpretatie ervan is lastig.

Dat komt omdat in tussentijd bijvoorbeeld de Wmo is aangepast, hetgeen heeft geleid tot een groter aantal aanvragen. Daarnaast is het de bedoeling om ook inwoners terug te vinden die niet eerder bekend waren. Dan kan een stijging op indicatoren aangeven dat meer mensen gevonden zijn dan dat die indicator ook verergert. De stijging in het gebruik van de Jeugdwet is landelijk bekend, en een uitspraak over dat hiervoor meer middelen ter beschikking zijn gesteld door gemeenten is ook mogelijk. Een relatie tussen het beleid en deze toename is al lastiger te stellen. Echter, ook in de Jeugdwet zijn aanvullende maatregelen getroffen. Een stijging in de kosten voor de bijstand is ook te verklaren uit een wijziging in het budgetverdeelsysteem, dat daarna weer aangepast is. Evaluatie op randvoorwaarden. De koersen die in het sociaal kompas staan geven de doelen van het sociaal beleid aan. De wijze waarop het sociaal kompas veel van deze koersen uitwerkt is door professionele en organisatorische randvoorwaarden op te stellen. Op dit moment zijn die professionele en organisatorische randvoorwaarden in plaats. Deze randvoorwaarden geven echter geen richting aan de uitvoering en de keuzes die daar op individueel niveau worden gemaakt.

Evaluatie van de leidende principes Voor een betere richting in de uitvoering, stelt het sociaal kompas leidende principes op, te weten: Het gaat om 1 gezin, 1 plan, 1 aanspreekpunt; van zorgen voor naar zorgen dat; van curatief naar preventief; van categoraal naar integraal; van hoe naar wat; maatwerk. Uit de dagelijkse blijkt dat deze principes ten dele in nadere beleidsregels uitgewerkt. De belangrijkste die ingevoerd is, is de Hart-Euro-Wet balans. Dit uitgangspunt beoogt de best passende oplossing voor bepaalde casuïstiek mogelijk te maken. Het principe ‘1 gezin, 1 plan, 1 aanspreekpunt’ wordt slechts gedeeltelijk gerealiseerd. ‘Van zorgen voor naar zorgen dat’ wordt door consulenten nog te algemeen beschouwd en een nadere duiding is op zijn plaats. Dat geldt ook voor ‘van curatief naar preventief’, ‘van categoraal naar integraal’ en ‘van hoe naar wat’. Opzetten van bouwstenen om meer richting te geven aan de uitvoering Zoals in het collegevoorstel is benoemd zijn er vier bouwstenen waarop de herijking van het sociaal kompas wordt gebaseerd: kwetsbare inwoners, omvang van het vangnet, partners en informatiestromen. Maar wat houden deze bouwstenen nu precies in, wat verstaan we eronder? En hoe verhouden ze zich tot elkaar?

20

Aanscherping Sociaal kompas

Onderstaand schema geeft weer hoe de verschillende bouwstenen zich tot elkaar verhouden.

21

Aanscherping Sociaal kompas

Bouwsteen 1. Kwetsbare inwoners Voor welke inwoners is de gemeente een vangnet? Wie zijn onze meest kwetsbare inwoners? Is het nodig de inzet te focussen en op welke inwoners dan? Om deze doelgroep te bepalen is een goede definitie nodig voor zelfredzaamheid, samenredzaamheid en zelfregie. Wanneer vinden we dat deze definities voldoende zijn voor de basis op orde? Is dat waar we als gemeente naar toe willen werken? Om aan deze vragen tegemoet te komen, wordt voorgesteld deze begrippen nader te duiden, maar ook expliciet aan te geven welke cliënten meer aandacht nodig hebben. Dat kan bijvoorbeeld door het begrip ‘zelfredzaamheid’ uit te werken op verschillende levensterreinen, zoals lichamelijk, psychisch en cognitief functioneren, algemene dagelijkse levensverrichtingen, financiën, sociaal netwerk, woonsituatie, dagbesteding, huishouden, en mobiliteit. De volgordelijkheid in deze lijst geeft op welke levensterreinen cliënten meer of minder ondersteuning kunnen verwachten. Deze vraag is in de ambtelijke ondersteuning bij zowel de beleidsontwikkeling als uitvoering (consulenten en regisseurs) gesteld. Tijdens een sessie waarbij verschillende dilemma’s zijn geïnventariseerd zijn verschillende voorbeelden van ‘kwetsbare inwoners’ naar voren gekomen. Deze staan hieronder in willekeurige volgorde vermeld: Vanuit de consultenten worden de volgende groepen genoemd: 1.

Chronisch zieken 2. Ouderen boven de 70 jaar en alleenstaande ouderen 3. Jongeren met een aandoening 4. Psychiatrische patiënten incl. verslaafden 5. Ouders met een licht verstandelijke beperking (LVB) 6. Eenzame mensen 7. Statushouders en inwoners met een migratieachtergrond 8. Laaggeletterden 9. Alleenstaanden van 45 jaar en ouder 10. Grote gezinnen 11. Mantelzorgers De totale opbrengst van de sessies in de ambtelijke organisatie zijn weergegeven in een praatplaat (zie bijlage). In deze plaat worden verschillende dilemma’s met netrekking tot kwetsbare groepen/inwoners weergegeven. Bouwsteen 2. Aanscherping leidende principes Belangrijk is de vraag te kunnen beantwoorden hoever de rol van de gemeente gaat. Om dit te bepalen is het van belang per levensdomein de meetlat van de leidende principes te gebruiken. In hoeverre zetten we in op preventie? Of beperken we ons in sommige gevallen enkel tot curatieve aanpak? Tot hoever gaat de integraliteit? Keuzes per levensdomein en aanscherping op de leidende principes bepalen uiteindelijk de rol van de gemeente. De mate van het leidende principe kan per levensdomein verschillen.

22

Aanscherping Sociaal kompas

Met een aantal voorbeelden/dilemma’s is geprobeerd de randen van het vangnet per doelgroep op te zoeken. Zie hieronder een voorbeeld: Zelfredzaam/samenredzaam Leerlingenvervoer = categoraal Kind en gezin = integraal Ouders zijn zelf verantwoordelijk voor het naar school brengen van hun kind(eren). (Naar voorbeeld van gemeente Delft) Consequentie: als het ouders niet lukt hun kind naar school te brengen, komt een kind in het uiterste geval thuis te zitten. De rol van de gemeente wordt kleiner. Het vangnet wordt kleiner en kost daarmee minder geld.

Het kind wordt geleerd zelf met het Openbaar Vervoer te gaan. Consequentie: de rol van de gemeente wordt kleiner. Het vangnet wordt kleiner en kost daarmee minder geld.

Wat maakt dat ouders zelf het kind niet naar school kunnen brengen? Hebben ouders geen auto, geen rijbewijs, schulden, kunnen ouders geen flexibele werktijden overeenkomen met hun werkgever? Consequentie: door het achterliggende probleem op te lossen wordt de samenredzaamheid vergroot. De rol van de gemeente wordt tijdelijk groter, maar kan daarna kleiner worden.

Wat heeft het kind nog meer nodig om zo zelfredzaam mogelijk te worden? (bijv. hulp met financiën, sociaal netwerk of lichamelijk/cognitief functioneren) Consequentie: gemeente pakt een grote(re) rol. Het vangnet wordt tijdelijk groter en duurder. Nadat kind meer zelfredzaam is geworden, wordt het vangnet kleiner.

Curatief/zorgen voor

Gemeente regelt en betaalt vervoer Consequentie: ouder(s) en kind zijn volledig afhankelijk van het leerlingenvervoer (ook na werktijd en in het weekend). Het kind wordt niet gestimuleerd meer zelfredzaam te worden.

Onafhankelijk

Preventief/ helpen zorgen dat

Uitzoeken of er een school dichterbij is Consequentie: een school dichterbij past in sommige gevallen minder goed bij de behoeften van het kind. Kan bij een gezin met meerdere kinderen de school van alle kinderen zo gekozen worden dat leerlingenvervoer zo efficiënt mogelijk kan worden georganiseerd?

Afhankelijk

Niet zelfredzaam/niet samenredzaam

We richten ons nu op het WAT, bouwsteen 1 en 2. Het Hoe, bouwsteen 3 en 4 worden opgepakt als bouwsteen 1 en 2 zijn uitgewerkt en richting kunnen geven voor het hoe. Een vooruitblik op bouwsteen 3 en 4 Grotere aanpassingen voor de uitvoering zijn ook gewenst. Er is op veel terreinen nog steeds sprake van categorale in plaats van integrale subsidiëring en inkoop. Op ieder levensterrein kunnen al meerdere instellingen actief zijn, en het komt veel minder vaak voor dat een aanbieder op meerdere levensterreinen actief is. Dat is gestoeld in de gedachte dat door volume prijzen lager kunnen zijn. En de zaken die dan regionaal ingekocht worden, bijvoorbeeld doelgroepenvervoer, zorgt voor lagere prijzen voor een eenduidige dienst. De vraag is of dit ook anders kan en moet. Op een aantal ingrijpende thema’s is wellicht een herziening nodig. Dit zijn vaak meerjarenvraagstukken, zeker als het gaat om grote inkoopprocedures waar meerdere gemeenten in de regio mee te maken heeft. Maar ook het vraagstuk van de uitwisseling van gegevens in het sociaal domein is omvangrijk, al helemaal als bepaalde aanbieders in meerdere gemeenten actief zijn. Voor deze thema’s is nader onderzoek en uitwerking nodig. Vervolg Tijdens de raadswerkgroep op 4 maart worden meerdere dillema’s gepresenteerd.

De standpunten die hierbij worden geformuleerd dienen als input voor de discussie die gevoerd kan worden over de bouwstenen kwetsbare inwoners, ‘voor wie doen we het?’ en een aanscherping op de leidende principes die bepaalt wat de rol van de gemeente is en hoever deze rol gaat. Voor bouwsteen 3 en 4 wordt eenzelfde memo als deze opgesteld voor de raadswerkgroep sociaal kompas. In oktober wordt een raadsvoorstel herijking sociaal kompas ter vaststelling aan de raad aangeboden. Overweging is nog om zowel voor bouwsteen 1 en 2 als voor bouwsteen 3 en 4 twee afzonderlijke raadsvoorstellen richting de raad te sturen ter voorbereiding op het gehele voorstel in oktober.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=71156b97-c1ba-4f36-a2d3-0e47ab990d1a