2573-67 Bijlage 64 toelichting, Water en rioleringsplan Leidschendam-Voorburg 2022-2027.pdf
Tekst van het document
Bijlage: 64
2022-2027 WATER- EN RIOLERINGSPLAN LEIDSCHENDAM-VOORBURG
14 september 2021 2021LV-WRP-v.C12
Voorwoord Waar laten we al het water als ‘de bui van de eeuw’ losbarst in onze regio? En hoe zorgen we ervoor dat we waterreserves hebben als we te maken krijgen met perioden van extreme droogte? Wat betekent dat voor de rioolheffing? Voor u ligt het Water- en Rioleringsplan 2022-2027 van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Daarin staat hoe de gemeente de wettelijke taken op het gebied van afvalwater, regenwater, oppervlaktewater en grondwater gaat uitvoeren. Klimaatadaptatie krijgt hierbij nadrukkelijk aandacht. Daarbij is de klimaatadaptatie door de inwoners in en om hun woning hard nodig. Om het hoofd te bieden aan klimaatverandering en te voorkomen dat we straks met veel te veel óf te weinig water zitten, is actie nodig. Leidschendam-Voorburg klimaatproof Voor de grootscheepse operatie om Leidschendam-Voorburg klimaatproof te maken gaan we de komende periode essentieel bewustzijn creëren. Het doel is helder: er mag zo min mogelijk relatief schoon regenwater het riool instromen. Zodat rioleringen bij wateroverlast niet overlopen, en de grond het water opneemt en reserves biedt in periode van extreme droogte. De komende 40 jaar is de riolering overal aan vervanging toe. Zaak is om tijdens die vervanging het hemelwater van het afvalwater af te koppelen. Want in onze gemeente komt veel hemelwater op privégrond terecht. Daarom is de helpende hand van inwoners is zeker nodig.
Je hebt altijd mensen die geen zin hebben in zo’n ingreep, het niet nodig achten of het te duur vinden. Dat kan natuurlijk, maar omdat klimaatverandering (met extreem droge zomers en forse piekbuien) zich niet zomaar terugtrekt, moet er echt iets gebeuren. Daarom doen wij er alles aan om onze inwoners mee te krijgen in die afkoppeloperatie. Tegemoetkoming en afkoppelcoaches Als inwoner van onze gemeente hoeft u niet te vrezen dat u op zichzelf aangewezen bent bij het afkoppelen. De gemeente neemt zo’n 50 procent van de kosten voor de afkoppeling van regen- en afvalwater op zich, namelijk voor het deel aan de voorzijde van de woningen. Dat gebeurt tegelijk met het vervangen van de riolering en we werken met zogeheten afkoppelcoaches die kunnen helpen bij de afkoppeling in achtertuinen. Met deze stimulans hopen wij op bereidwilligheid bij de inwoner om samen met ons het water in onze greep te krijgen. Groene tuinen en daken Naast de grote afkoppelingsopgave, kunt u als inwoner meer doen in de strijd tegen klimaatverandering. Er zijn al veel mooie, goede initiatieven. Van particulieren die kiezen voor een groen dak, tot scholen die hun speelplein vergroenen. Het idee is dan dat je je tuin wat groener maakt, zodat het water wat makkelijker de grond in gaat. Wij hopen dat inwoners dit soort mooie voorbeelden aangrijpen als inspiratie.
Wethouder Floor Kist
Wethouder Jan-Willem Rouwendal
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
2
Samenvatting Inleiding De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft wettelijke taken (zorgplicht) op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater en beleids- en beheertaken voor het oppervlaktewater en klimaatadaptatie. In dit Water- en rioleringsplan 2022-2027 (WRP) is de toekomstvisie voor 2050 op de zorg voor riolering en grond- en oppervlaktewater beschreven. Een bijbehorende strategie beschrijft vervolgens hoe we aan de hand van beleidsdoelen van de huidige situatie geleidelijk komen naar het toekomst wensbeeld in 2050. De maatregelen die hiervoor nodig zijn, zijn op hoofdlijnen in dit plan beschreven. Verdere detailuitwerking vindt plaats in de jaarlijkse operationele plannen. Om de rioleringszorg te bekostigen is een rioolheffing voor de komende jaren berekend die kostendekkend is. Voor het waterbeheer zijn benodigde budgetten bepaald. De volgende beleidsdoelen zijn als uitgangspunt voor bovenstaande aangehouden: Water- en rioleringszorg draagt bij aan een goede volksgezondheid. Leidschendam-Voorburg wordt duurzaam en klimaatbestendig gemaakt. Water- en rioleringszorg draagt bij aan een schone en prettige leefomgeving. De gemeente heeft een goede dienstverlening. De gemeente levert kwaliteit tegen een maatschappelijk verantwoord kostenniveau. Het oppervlaktewater is het meest zichtbaar en er geldt dus: Het watersysteem is duurzaam en robuust. Het water is schoon.
Het water is aansprekend. Toekomstvisie en strategie in dit WRP Vanwege de wijziging van het klimaat zijn maatregelen noodzakelijk om grote schade door piekbuien te voorkomen. Maar ook langdurige droogte kan negatieve gevolgen hebben en bijvoorbeeld leiden tot grondwatertekorten en bodemdaling. In 2050 willen we dat Leidschendam-Voorburg volledig gesteld staat om de wijzigingen in het klimaat adequaat op te vangen. De gemeente versnelde en intensiveerde daarom de aanpak van wateroverlast in 2016 en levert met de riolerings- en waterzorg een bijdrage aan het reduceren van hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. We zetten meer in op scheiden van hemelwater en afvalwater door particulieren (afkoppelen) door o.a. advies via Waterloket, afkoppelcoaches en participatieprojecten. Maatregelen worden zoveel mogelijk gelijktijdig genomen met reconstructiewerkzaamheden aan weg en riolering (het zogenaamde “meekoppelen”). Bewustzijn bij inwoners wordt versterkt door het zwaarder inzetten in de komende planperiode op communicatie rond de gevolgen van klimaatverandering en de eigen verantwoordelijkheid van de inwoners in de te nemen maatregelen. Daarbij hoort ook het ontsluiten van data over de invloed van het klimaat op de eigen directe omgeving op een, voor inwoners toegankelijke wijze.
We gaan zuinig om met middelen door het risico gestuurd onderhoud (een onderdeel van het zogenaamde assetmanagement) verder te verbeteren. Het assetmanagement is gericht op het bewust omgaan met risico’s. Dat doen we scherper te sturen op de risico’s. Kleine defecten (instortingen) in de riolering accepteren we iets vaker. Riolen onder vitale infrastructuur onderhouden we preventief goed en we accepteren bij riolen van ondergeschikt belang iets vaker risico’s. De watercyclus wordt zo veel mogelijk gesloten door zuinig om te gaan met zoet water door waar dat mogelijk is het bergen en vasthouden van grond-, oppervlakte- en hemelwater en het aanwenden van overschotten in droge perioden. Om in de toekomst te kunnen monitoren in hoeverre de werkelijke grondwaterstanden afwijken van de uitgangspunten ontwateringsdiepte, zal in deze planperiode een “uitgangspunt ontwateringsdiepte ” worden vastgesteld voor het openbare gebied per (deel van een) wijk. De uitgangspunten hiervoor zijn in dit WRP opgenomen. Bij rioolvervanging kan dan met over- of onderlast rekening gehouden worden door maatregelen te treffen in openbaar gebied.
Het watersysteem wordt duurzaam en robuust ingericht, is schoon en gezond en heeft voldoende capaciteit om wateroverlast tegen te gaan en verdroging te voorkomen, water is fris en aansprekend en geeft kwaliteit aan de ruimtelijke omgeving en bevordert de biodiversiteit. In het kader van de KRW-doelstellingen voor 2027 zijn enkele maatregelen opgenomen, die goed aansluiten bij het gemeentelijke beleid. De belevingswaarde van oppervlaktewater wordt gestimuleerd, onder andere door kroosruimen en het aanleggen van natuurvriendelijke oevers en het verder bevorderen van meer ecologische diversiteit. In de komende planperiode zal
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
3
onderzoek plaatsvinden naar het toenemen van grondwaterdruk en de verzilting in de droogmakerijen door zeespiegelrijzing en verdroging. Recent heeft de gemeente een afsprakenkader vastgesteld met de Hoogheemraadschappen Delfland en Rijnland: de “Strategische samenwerkingsagenda SSA 2020-2024”. Hierin zijn afspraken opgenomen rond de thema’s: Oppervlaktewaterkwaliteit en biodiversiteit, waterbeheer en -onderhoud, de waterketen, de ruimtelijke inrichting, duurzaamheid, omgevingswet en waterveiligheid. Samen met de Hoogheemraadschappen zal de gemeente bijvoorbeeld in de komende planperiode onderzoeken in hoeverre de waterveiligheid vergroot moet worden door dijken en kades te versterken of andere maatregelen te nemen. De SSA maakt integraal onderdeel uit van dit WRP. In onderstaande tabel is de toekomstvisie met de strategie samengevat. Thema’s toekomstvisie WRP en daarbij behorende strategie Toekomstvisie Strategie opgenomen in dit WRP Bewustwording klimaat en Intensiveren communicatie; wateroverlast inwoners en bedrijven Informatiekaart gebieden met risico vernatting van (kruipruimten en tuinen); Informatiekaart wateroverlast; Klimaatadaptatief reconstrueren van straten en wijken; Inzicht door kansenkaart afkoppelen. Klimaatbestendige en robuuste gemeente
Toepassen zwaardere ontwerpregenbuien voor nieuwbouw en reconstructie, die eens in een leven worden overschreden; Meer samenwerken met buurgemeenten en Hoogheemraadschappen in Waterketenteams; Communicatie over vergroening zowel in de publieke als private ruimte; Bevorderen hergebruik overtollig hemelwater; Afkoppelen in bestaand gebied en op particulier terrein; Inspanningsverplichting grondwaterstanden voldoet aan de uitgangspunten ontwateringsdiepten; Kennis rond innovatieve oplossingen wordt in het Netwerk wAterketen Delfland (NAD) verband met elkaar gedeeld.
Bodemdaling
In NAD verband afspraken rond grondwaterstanden maken tussen gemeenten; Zoveel mogelijk water bergen en vasthouden of vertraagd afvoeren; Goede communicatie met de Hoogheemraadschappen.
Hergebruik en duurzaamheid
Er wordt gekozen voor robuuste oplossingen; De levensduur wordt zo lang mogelijk. Er wordt waar mogelijk en waar geen andere opgaves gelden, gerepareerd. Voor riolering is dat met innovatieve en sleufloze methoden in plaats van vervangen; Kennis rond innovaties wordt in NAD verband met elkaar gedeeld.
Robuust watersysteem
Robuust watersysteem betrekken bij vaststellen bouwpeilen en hoeveelheid oppervlaktewater in nieuwe stedelijke ontwikkelingen; Inzicht door uitvoeren watersysteemberekening. Effecten op de waterkwaliteit door het veranderende klimaat meewegen en waar nodig daarvoor (mitigerende) maatregelen nemen om het negatieve effect te beperken. Op orde brengen van de ecologie-ondersteunende en chemische waterkwaliteit is belangrijk voor een robuust watersysteem. Lozingen van afvalwater via gescheiden riolering wordt zoveel mogelijk voorkomen of tegengegaan.
Waterkwaliteit
Soortenrijkdom in en langs watergangen
Ontwikkelen groen-blauwe zones; Bijdragen aan de KRW-doelen door het bevorderen van een betere ecologische en chemische waterkwaliteit.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
4
Toekomstvisie CO2-neutrale gemeente
Kostenefficiëntie
Strategie opgenomen in dit WRP Er wordt zuinig omgesprongen met energieverbruik in de (afval)waterketen; Een lange levensduur is ook hier belangrijk; Kennis rond innovaties wordt in NAD verband met elkaar gedeeld. Waar mogelijk wordt meegekoppeld met lopende projecten (integrale benadering), echter in de praktijk is rioolvervanging in veel gevallen leidend; Zoveel mogelijk toepassen van robuuste oplossingen die meerdere problemen tegelijk op lossen; In het ontwerp wordt gestuurd op een lange levensduur; Inzet op voorkomen van schade en overlast binnen marges accepteren; Toetsing op basis van KernPrestatie-Indicatoren (KPI’s) intern gemeente; Toetsing op basis van KPI’s in NAD verband (benchmark).
Rioolheffing Het vaststellen van het nieuwe WRP is de gelegenheid om de heffing weer te laten aansluiten op vernieuwde prognoses. Een stijging van de rioolheffing is onontkoombaar en wordt voornamelijk veroorzaakt door toenemende kapitaalslasten van vervangingsinvesteringen van riolering en en daarnaast door klimaatadaptatie, stijging van personeels- en overheadkosten, de nieuwe taken (NAD), het uitvoeren van planmatig onderhoud. De stijging van de kapitaallasten in is in overeenstemming met het geschetste lange termijn beeld uit het WRP 2016-2021. Met de verhoging behoort de heffing van Leidschendam-Voorburg nog steeds tot de middenmoot van gemeenten in de omgeving. In 2022 zit de heffing net boven het gemiddelde van alle gemeenten in 2021. Bij het vaststellen van het nieuwe WRP moet de heffing aansluiten op het huidige areaal, vernieuwde prognoses voor onderhoud en prijsstijging. Daarnaast stijgen in de komende planperiode de investeringen tot gemiddeld € 10,1 miljoen per jaar, voor rioolvervanging en in beperktere mate voor eerder besloten klimaatadaptatie (ca. € 0,5 miljoen). Deze investeringen leiden tot toenemende kapitaalslasten van deze vervangingsinvesteringen. De toenemende investeringen voor rioolvervanging komen omdat riolering uit de jaren 30 en uit de sterke groeiperiode vanaf de jaren 50/60/70 in zettingsgevoelig gebieden nu aan renovatie of vervanging toe zijn.
Daarnaast is de afgelopen jaren sprake geweest van een prijsstijging van circa 31% (periode 2016-2021) die nu zichtbaar wordt in de ramingen van het nieuwe WRP. Naast de stijging van de kapitaallasten als afgeleide van de benodigde investeringen is er sprake van extra kosten op het gebied van beheer en organisatie en zijn ook de kwijtscheldingen toegenomen. Als gevolg van bovengenoemde oorzaken is de komende jaren een stijging van 8% exclusief de nog toe te passen inflatiecorrectie noodzakelijk. De tariefontwikkeling in dit nieuwe WRP is gebaseerd op het huidige beleid en is verwerkt in de meerjarenbegroting en het investeringsplan. De stijging uit dit nieuwe plan is het gevolg van extra inzet op klimaatadaptatie en een inhaaleffect wat betreft prijsindexatie welke de afgelopen jaren zeer beperkt is verwerkt in de tariefaanpassingen. De stijging op korte termijn is noodzakelijk om te zorgen voor voldoende middelen in de voorziening en daarmee de stijgende kosten op te vangen. Hiermee wordt voorkomen dat de voorziening riolering negatief wordt, wat niet is toegestaan. Door een toename in de exploitatiekosten stijgt de heffing ongeveer € 2,70 of 1,5% per huishouden ten behoeve van klimaat adaptieve woningbouw, stimuleren van particuliere maatregelen betreffende bui van de eeuw en het waterloket. Door nieuw beleid is het topniveau in 2054 met 7% verhoogd.
Het WRP 2022-2027 onderbouwt waarom dit in verhouding staat tot de maatschappelijke meerwaarde, zoals afgesproken in het Bestuursakkoord van het NAD. Overzicht rioolheffing per jaar Rioolheffing Per heffingseenheid (meestal een woning)
2022 € 194,40
2023 € 209,95
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
2024 € 226,75
2025 € 244,89
2026 € 264,48
2027 € 272,41
5
Inhoudsopgave 1
Inleiding ............................................................................................................................................................... 8 1.1
Aanleiding .......................................................................................................................................................................................... 8
1.2 Serie doelen-WRP ............................................................................................................................................................................ 8 1.2.1 Doelen voor riolerings- en waterzorg .............................................................................................................................. 8 1.2.2 Toekomstvisie 2050 - waar werken we naar toe ......................................................................................................... 9 1.3
Integraal leefomgevingsbeleid – de Omgevingswet ................................................................................................................ 10
1.4
Wettelijk kader ............................................................................................................................................................................... 11
1.5 Wat doet de gemeente, wat doen andere partijen .................................................................................................................. 11 1.5.1 Afstemming WRP met andere overheden ..................................................................................................................... 12 1.5.2 Aandachtspunten Hoogheemraadschappen ................................................................................................................. 12
2
3
1.6
Leesbaarheid .................................................................................................................................................................................... 12
1.7
Geldigheidsduur .............................................................................................................................................................................. 12
Evaluatie ............................................................................................................................................................ 13 2.1
Inleiding ............................................................................................................................................................................................ 13
2.2
Methodiek ........................................................................................................................................................................................ 13
2.3
Overzicht KPI’s ............................................................................................................................................................................... 13
2.4
Regionale samenwerking in de (afval)waterketen 2015-2021 ............................................................................................. 15
2.5
Monitoring KRW en maatregelen knelpunten ............................................................................................................................ 16
Visie, strategie en daaruit volgende opgave..................................................................................................... 18 3.1
Integrale watervisie ........................................................................................................................................................................ 18
3.2
Visie op de toekomst ...................................................................................................................................................................... 19
3.3 Overkoepelende strategie ............................................................................................................................................................. 19 3.3.1 Basishouding en -aanpak.................................................................................................................................................. 19 3.3.2 Samenwerken in de Waterketen .................................................................................................................................... 20 3.3.3 Gegevensbeheer op orde ................................................................................................................................................ 22 3.3.4 Dienstverlening .................................................................................................................................................................... 22 3.4 Oppervlaktewatersysteem ............................................................................................................................................................. 24 3.4.1 Strategische Samenwerking Agenda (SSA) ..................................................................................................................
25 3.4.2 Waterrecreatie ................................................................................................................................................................... 25 3.4.3 Sturen op monitoring oppervlaktewaterkwalitetit ...................................................................................................... 26 3.4.4 Watersysteemberekening en peilen .............................................................................................................................. 26 3.5 Grondwatersysteem ........................................................................................................................................................................ 27 3.5.1 Aandacht voor grondwater .............................................................................................................................................. 27 3.5.2 Grondwatermeetplan ........................................................................................................................................................ 28 3.5.3 Drainage ..............................................................................................................................................................................
28 3.5.4 Warmte- en koudeopslag (WKO) .................................................................................................................................. 29 3.6 Afvalwater en regenwater............................................................................................................................................................. 29 3.6.1 Assetmanagement/Risico gestuurd beheer ................................................................................................................... 30 3.6.2 Afkoppelen .......................................................................................................................................................................... 30 3.6.3 Hemelwater: gebruiken, vasthouden, bergen, afvoeren ........................................................................................... 31 3.6.4 Voorbereiden op klimaatverandering: duurzaam, circulair en klimaatbestendig ............................................... 31 3.6.5 Klimaatstresstest en maatregelen ................................................................................................................................... 32
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
6
4
Middelen ............................................................................................................................................................ 34 4.1
Wat gaan we doen voor het taakveld afvalwater? ................................................................................................................. 34
4.2
Wat gaan we doen voor het taakveld water? .......................................................................................................................... 36
4.3
Personele middelen ......................................................................................................................................................................... 36
4.4
Kostendekking ................................................................................................................................................................................. 36
4.5
Financiële verordening ................................................................................................................................................................... 37
4.6
Vervangingswaarde ....................................................................................................................................................................... 37
4.7
Financieringswijze investeringen ................................................................................................................................................... 38
4.8
Voorziening ..................................................................................................................................................................................... 38
4.9
Aantal inwoners en woonruimten.................................................................................................................................................. 38
4.10
Verdere uitgangspunten voor de berekening ....................................................................................................................... 38
4.11
Rechtmatigheid .......................................................................................................................................................................... 38
4.12
BTW ............................................................................................................................................................................................ 39
4.13
Jaarlijkse heffing ....................................................................................................................................................................... 39
4.14
Stijging rioolheffing ................................................................................................................................................................. 41
4.15
Tussentijdse financiële evaluatie .............................................................................................................................................. 42
4.16
De rioolheffing in de regio en in Nederland ........................................................................................................................ 42
BIJLAGEN ..................................................................................................................................................................... 44 1 Verklarende woordenlijst .................................................................................................................................. 45 2 Wettelijk kader en plaats van het WRP ............................................................................................................ 47 3 Overzicht van de riool- en waterassets ............................................................................................................. 61 4 Messagehouse WRP-communicatie .................................................................................................................. 64 5 Uitwerkingsthema’s Oppervlaktewatersysteem .............................................................................................. 65 6 Verantwoordelijkheden rond grondwater ....................................................................................................... 73 7 Wensbeeld grondwaterstanden 2050............................................................................................................... 75 8 Uitwerking zorgplicht inzamelen afvalwater ....................................................................................................
79 9 Garanderen goede werking afvalwatersysteem .............................................................................................. 82 10 Toelichting op afkoppelen ................................................................................................................................. 84 11 Klimaatontwikkeling.......................................................................................................................................... 86 12 Klimaatadaptatie ............................................................................................................................................... 89 13 Toedeling kosten aan rioolheffing .................................................................................................................... 92 14 Onderliggende prestatie-indicatoren KPI ......................................................................................................... 94 15 Overzicht exploitatiekosten planperiode ......................................................................................................... 96 16 Overzicht investeringen planperiode .............................................................................................................. 101 17 Bodemopbouw, bodemkwaliteit en maaiveldhoogtekaart ...........................................................................
104 18 Beschermingszone waterkeringen .................................................................................................................. 107 19 Zonekaart ecologisch baggeren en schonen van overige wateren ................................................................ 108 20 Locaties overstorten hemelwater en vuilwater ............................................................................................. 110
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
7
1 Inleiding Water in de gemeente Leidschendam-Voorburg.
1.1
Aanleiding
De gemeente Leidschendam-Voorburg ligt in één van de dichtst bevolkte gebieden van Nederland. Daarom is het uiterst belangrijk het (afval)watersysteem op orde te brengen en te houden. Het sanitaire afvalwater dient op een hygiënische wijze afgevoerd en gezuiverd te worden in de afvalwaterzuiveringsinstallatie (AWZI). Ook is voldoende afvoercapaciteit nodig om overtollig hemelwater en grondwater af te voeren uit het stedelijk gebied. Daarnaast zal de gemeente zich tijdig moeten voorbereiden op noodzakelijke adaptieve maatregelen om het veranderende klimaat met heviger regenval en langere droogteperioden het hoofd te bieden. De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft wettelijke taken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater en beleidsen beheertaken voor het oppervlaktewater en klimaatadaptatie. Hieruit volgt misschien ook een toekomstige taak voor de aanvoer van grondwater vanuit de sloten om verdroging tegen te gaan. Dit water moet wel beschikbaar zijn in Delfland. Het Water- en rioleringsplan (WRP) geeft invulling aan deze gemeentelijke watertaken. Er zijn sterke relaties tussen het oppervlaktewater, hemelwater, grondwater en ruimtelijke ontwikkelingen. De interactie tussen de systemen, het toenemend gebruik van de ondergrond en de problematiek van de veranderingen in het klimaat maken een integrale benadering wenselijk.
Door de visie op de hele waterketen (dus inclusief het oppervlaktewater) op te nemen in een Water- en rioleringsplan (WRP) wordt het mogelijk om synergie te behalen bij de verdere verduurzaming van het gehele watersysteem. In het kader van duurzaamheid speelt ook het sluiten van de water-, energie, en grondstoffencycli, zoals verwoord in het Strategisch Ketenplan van het NAD en het op 14 januari 2020 ondertekende bestuursakkoord. Materiaalgebruik in voorzieningen komt dus aan bod. Het voor u liggende Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 van de gemeente Leidschendam-Voorburg is de opvolger van het Water- en rioleringsplan 2015-2021. Met het nieuwe WRP legt het gemeentebestuur het water- en rioleringsbeleid, de strategie en de maatregelen vast voor de komende planperiode met een doorkijk naar de toekomst. Ook wordt inzicht gegeven in de financiële dekking hiervoor.
1.2 1.2.1
Serie doelen-WRP Doelen voor riolerings- en waterzorg
Riolering is oorspronkelijk aangelegd om epidemieën en andere ziektes te voorkomen en verlost te worden van de overlast door stank en overtollig hemelwater in de stedelijke omgeving. Met de komst van de Wet gemeentelijke watertaken heeft de zorg voor het hemelwater een aparte positie gekregen en is de zorg voor het grondwater toegevoegd. De algemene, wettelijke taken van de gemeente voor de (brede) rioleringszorg bestaan uit: Zorgen voor inzameling van stedelijk afvalwater. Zorgen voor transport van stedelijk afvalwater naar de hoofdgemalen van de Hoogheemraadschappen. Zorgen voor inzameling van overtollig hemelwater (beperkt). Zorgen voor verwerking van ingezameld hemelwater en dit strekt zich uit tot bepaalde taken in het oppervlaktewaterbeheer. Zorgen dat (voor zover wenselijk, doelmatig en mogelijk) grondwaterstanden de bestemming van een gebied niet structureel belemmeren. Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) is onderdeel van het nationaal Deltaprogramma en is in dit WRP vertaald in gemeentelijk beleid en maatregelen. Vanuit de gemeentelijke zorg voor inrichting van de openbare ruimte staat al het water in de belangstelling. De belevingswaarde van water is een gemeentelijke taak en maakt onderdeel uit van het gemeentelijke programma voor een aantrekkelijke groene woongemeente.
In de gemeentelijke doelenboom zijn daarom twee doelstellingen geformuleerd voor oppervlaktewater: Zorgen voor een duurzaam, robuust en kwalitatief goed watersysteem; Versterken van de aanwezige groen-blauwe verbindingen. Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
8
Het Nationaal Waterplan vormt het kader voor de regionale waterplannen en de beheerplannen. Deze vormen weer het kader voor de strategie rond oppervlaktewater van de gemeente. Op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (zoals het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel) kan bij het vaststellen van gemeentelijke beleid rond water, niet zomaar worden afgeweken van het Nationaal Waterplan en de regionale waterplannen en de -beheerplannen. Voor de komende planperiode formuleert de gemeente op basis van de wettelijke taken voor rioleringszorg en de taken rond grondwater en oppervlaktewater, een serie doelen-WRP van 5 hoofddoelen waar onze zorg voor afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater op gebaseerd is. Daarbij houden we rekening met het veranderende klimaat, de Omgevingswet en onze visie op het invullen van onze zorgplicht.
Water- en rioleringszorg draagt bij aan een goede volksgezondheid. Afvalwater wordt op een veilige en hygiënische manier afgevoerd naar de AWZI om gezuiverd te worden. Leidschendam-Voorburg wordt duurzaam en klimaatbestendig gemaakt. De gemeente versnelt en intensiveert de aanpak van wateroverlast en levert met de riolerings- en waterzorg een bijdrage aan het reduceren van hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. Raakvlakken ontstaan bij ontwikkelen van WKO’s of andere bodemenergiesystemen en warmtewinning uit oppervlaktewater. Tijdens lange droge periode is er weinig doorspoeling in de watergangen dat kan leiden tot eutrofiëring en blauwalg wat vaak reden is voor vissterfte. Ook dient voldoende ondergrondse ruimte beschikbaar te zijn voor eventuele warmtetransportleidingen. Water- en rioleringszorg draagt bij aan een schone en prettige leefomgeving. Het watersysteem wordt duurzaam en robuust ingericht, is schoon en gezond en heeft voldoende capaciteit om wateroverlast tegen te gaan en verdroging te voorkomen, water is fris en aansprekend en geeft kwaliteit aan de ruimtelijke omgeving en bevordert de biodiversiteit. De belevingswaarde van oppervlaktewater wordt gestimuleerd.
De gemeente spant zich in om de uitgangspunten voor de ontwateringsdiepte voor de grondwaterstand op doelmatige wijze te handhaven en zo bij te dragen aan het voorkomen van grondwateroverlast, beschermen van houten paalfunderingen en het voorkomen van bodemdaling. De gemeente heeft een goede dienstverlening. De dienstverlening wordt ingericht op een manier die aansluit bij de verwachtingen van de inwoners en bedrijven. Dat doen we door gebruiksvriendelijke digitalisering, duidelijke communicatie en een beperkte regeldruk waar dat mogelijk is. De gemeente levert kwaliteit tegen een maatschappelijk verantwoord kostenniveau. Er vindt interne controle aan de hand van KernPrestatie-indicatoren (KPI’s) plaats, waarbij getoetst wordt of de gemeente haar doelen bereikt en kostenefficiënt handelt.
1.2.2
Toekomstvisie 2050 - waar werken we naar toe
Deze paragraaf beschrijft hoe de water- en rioleringssystemen in 2050 in de ideale situatie eruitzien en worden ervaren. De visie uit dit WRP vormt de input “Water” voor de uiterlijk in 2023 vast te stellen Omgevingsvisie. In hoofdstuk 3 is de visie verder uitgewerkt en is de strategie toegevoegd. We streven naar het volgende ideaalbeeld in het jaar 2050: Water speelt een belangrijke rol in de samenleving. De inwoners van Leidschendam-Voorburg zijn zich bewust dat goed waterbeheer geen vanzelfsprekendheid meer is vanwege ontwikkelingen in het klimaat. Maar Leidschendam-Voorburg is in 2050 klimaatbestendig: tijdens extreme neerslag of periodes van langdurige droogte leveren overschotten en tekorten van hemel- en grondwater tot op zekere hoogte, geen schade op. Voor extreme neerslag is dat eens in je leven. Af en toe ongeveer eens per 2 jaar, na hevige neerslag, levert water op straat, overstroomde speelplaatsen en natte plaatsen in parken, overlast op, maar de inwoners kennen door de goede voorlichting van de gemeente de achtergrond daarvan. Daarom kunnen ze het accepteren en weten ze dat de overlast van korte duur is. Ze hebben ook meegeholpen de stad klimaat-adaptief te maken door vergroening van hun tuinen en minder regenwater vanaf verharding naar de riolering te laten afstromen.
Het overtollige water wordt zoveel mogelijk hergebruikt, bijvoorbeeld om het openbaar groen robuust te houden in tijden van langdurige droogte. De stad is vergroend om de nadelige Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
9
gevolgen van langdurige zomerse hitte voor de inwoners te beperken. Hergebruik van regenwater beperkt ook het drinkwaterverbruik en draagt zo bij voldoende drinkwater beschikbaar te hebben voor de toegenomen bevolking in de regio. Afvloeiend hemelwater komt vrijwel niet in de afvalwaterketen terecht. Alleen in de oudere delen van het stedelijk gebied van de gemeente komt nog hemelwater in de vuilwaterriolering terecht, maar dat wordt steeds minder. Het lokaal vertragen in de bodem brengen en opslaan van afvloeiend hemelwater, draagt ook bij aan een oplossing voor het risico op schade aan houten paalfunderingen door een te lage grondwaterstand. De gemeente is terughoudend met grondwaterstand-verlagende maatregelen in zettingsgevoelige gebieden zodat bodemdaling zo veel mogelijk wordt beperkt. Grondwaterstanden worden niet tot beneden de oppervlaktewaterpeilen verlaagd. Een hoge grondwaterstand is immers een natuurlijk verschijnsel en hoort bij de ligging aan de voet van de duinen en de diepere polders van het buitengebied van Leidschendam-Voorburg. Het is ook niet altijd mogelijk water in kruipruimten en natte tuinen te voorkomen. Gemiddeld eens per jaar is dit accepteren onvermijdelijk. Met name in lage delen van onze gemeente, langs de boezemwatergangen, de wijken langs het spoor naar Leiden en na langdurige natte perioden speelt dit.
Inwoners zijn zich daarvan bewust door de communicatie van de gemeente en realiseren zich dat ze zelf hun huis (zowel hun dak als hun vloer), waterdicht moeten maken en houden bij het inrichten van hun tuin rekening met deze vernatting. Het oppervlaktewatersysteem is robuust. Er is voldoende berging in de watergangen in stedelijk gebied aanwezig om hevige regenval op te kunnen vangen. Dat komt ook omdat er vertraagd wordt afgevoerd vanuit het stedelijk gebied. Het oppervlaktewater ziet er aantrekkelijk uit. Door een goede samenwerking met de hoogheemraadschappen is alle oppervlakte- en grondwater naar een goede kwaliteit gebracht. Het behalen en handhaven van de KRW-doelstellingen (Europese KaderRichtlijn Water) heeft hieraan sterk bijgedragen, hetgeen in 2021 1 nog niet het geval was. Alle lokale watergangen die niet primair als doel hebben om water snel af te voeren naar het poldergemaal, zijn ingericht als ecologische zone met een weelderige en diverse plantengroei tot gevolg, zowel op de oever als in de watergang. De rijkdom en diversiteit aan (water)planten geeft een goede leefomgeving aan vissen en insecten die op hun beurt weer vogelsoorten en andere ecologische rijkdom aantrekt. Duurzaamheid en innovatie zijn belangrijke pijlers voor de gemeentelijke watertaken. De succesfactor om de kosten doelmatig te houden is een zo lang mogelijke levensduur voor assets.
Op grote schaal vindt productie van grondstoffen en energie plaats uit de waterstromen en worden veel bruikbare componenten uit reststromen hergebruikt of vermarkt. Om verontreinigingen te minimaliseren en goed te kunnen beheersen, zijn de verschillende waterstromen zo veel mogelijk gescheiden. De gemeente is CO2-neutraal en de zorg voor de gemeentelijke watertaken levert daaraan een bijdrage. Dat wil zeggen dat het benodigde energieverbruik wordt gecompenseerd door energiewinning bijv. uit oppervlaktewater en rioolwater. De gemeentelijke watertaken worden efficiënt uitgevoerd met een optimale balans tussen maatschappelijke kosten en acceptabele risico’s.
1.3
Integraal leefomgevingsbeleid – de Omgevingswet
Water en riolering zijn verweven met de stedelijke omgeving. Water en riolering zijn nodig om de stedelijke omgeving goed te laten functioneren. Dit geldt ook andersom. Er zijn aanpassingen in de stedelijke omgeving nodig om de riolering en het watersysteem goed te laten functioneren. Het klimaatbestendig maken van Leidschendam-Voorburg op het gebied van wateroverlast, kan niet alleen met ondergrondse maatregelen. Water en riolering hebben elkaar nodig om in de toekomst goed te kunnen functioneren. Het is beter om keuzes en ontwerpen af te stemmen op het geheel. Met de invoering van de Omgevingswet wordt ook de regelgeving hierop aangepast. De gemeente kan dan in het Omgevingsplan kaders geven voor de kwaliteit van de gehele leefomgeving en niet meer alleen voor de ruimtelijke ordening. Vooruitlopend daarop gaat dit WRP uit van de integrale benadering van de ruimtelijke omgeving en het afvalwater- en watersysteem als geheel. Er is een aantal regels opgesteld voor het omgevingsplan: Hemelwaterverordening; Landelijke milieuregelgeving zoals bijvoorbeeld de Wet milieubeheer, het Barim (activiteitenbesluit), Besluit lozingen buiten inrichting en de Waterwet.
1
De waterkwaliteit is in 2021 nog niet overal op orde. Ecologische doelen voor overig water en KRW-waterlichamen (Boezem Schie) zijn nog niet gehaald.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
10
1.4
Wettelijk kader
De wettelijke verantwoordelijkheden van de gemeente ten aanzien van de watertaken zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer (artikel 10.33) en de Waterwet (artikel 3.5 en 3.6). De watertaken betreffen echter slechts een deel van de gehele watercyclus, waardoor ook aanpalende wetgeving relevant is. Voor een belangrijk deel bepaalt Europese regelgeving ons water- en rioleringsbeleid, in het bijzonder de Europese Richtlijn Stedelijk Afvalwater, de Europese Kaderrichtlijn Water en de Europese Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR) 2007. Deze richtlijnen zijn in Nederland in 2009 geïmplementeerd in de Waterwet. Daarnaast zijn er beleidskaders op provinciaal, gemeentelijk en regionaal niveau. Ook voor de rioolheffing gelden specifieke regels voor de heffingswijze en toerekening van kosten aan deze belasting. Zie Bijlage 2 voor de uitwerking van het wettelijke kader.
1.5
Wat doet de gemeente, wat doen andere partijen
De Waterwet en de Wet Milieubeheer regelen dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het inzamelen, afvoeren en verwerken van stedelijk afvalwater en in beperkte mate hemelwater en grondwater. De gemeente spant zich in om overlast van water-op-straat en structurele grondwateroverlast en -onderlast te voorkomen. Bij de inrichting van de gemeente en het beheer en onderhoud van de openbare buitenruimte krijgt dit vorm. Ook de Hoogheemraadschappen hebben een verantwoordelijkheid. Zij transporteren en zuiveren het afvalwater dat LeidschendamVoorburg aanlevert op de eindgemalen (deels via het stelsel van de gemeenten Den Haag en Voorschoten), zuiveren het afvalwater, baggeren het hoofdwatersysteem en houden de waterstand en de waterkwaliteit van singels en andere wateren op peil. Relatief nieuw is dat de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) voor de gemeente de lozingsvergunningen op de riolering verleent. Dit gaat in samenspraak met het gemeentelijk waterloket. Alle overheden (Rijk, provincies, gemeenten en hoogheemraadschappen) staan samen aan de lat voor het behalen van de doelstellingen uit de KRW. Ieder neemt maatregelen binnen de eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Het Rijk stelt in 2021 het Stroomgebiedbeheerplan vast met een samenvatting van alle maatregelenpakketten in het gehele stroomgebied. De provincie stelt daarvoor de regionale of provinciale waterprogramma’s vast.
Daarin staan de maatregelen die de provincie zelf in haar gebied zal nemen, de doelen (voor zover die niet door het Rijk zijn vastgesteld) en de begrenzing en status van de KRW- waterlichamen. In de praktijk doet zij dit op voorstel van de waterbeheerders. Hoogheemraadschappen zijn als waterbeheerder de penvoerder voor het beheergebied richting Rijk en richting de provincie. Penvoerderschap wil zeggen dat het hoogheemraadschap namens het beheergebied rapporteert over de KRW. Hoogheemraadschappen nemen in hun waterbeheerprogramma de maatregelen op die zij zelf in hun beheergebied zullen treffen en de maatregelen die door andere partijen, zoals gemeenten, zullen worden getroffen. Gemeenten zijn betrokken bij het opstellen hiervan en leveren hun maatregelen aan bij het hoogheemraadschap. In bijlage 6 zijn de verantwoordelijkheden, taken en instrumenten van specifiek gemeenten meer in detail weergegeven. Het vaarwegbeheer is verdeeld over provincie, hoogheemraadschappen en de gemeente. Het grondwaterbeheer voor het diepe grondwater en in waterkeringen ligt bij de hoogheemraadschappen. (Particuliere) grondeigenaren zijn zelf grondwaterbeheerder en rioolbeheerder op eigen terrein. Dat geldt ook voor het openbare gebied dat de gemeente beheert (dus niet de snelwegen en Vlietland).
Daarbovenop gelden voor de gemeente ook de zorgplichten om overtollig water af te voeren via openbaar gebied. Duikers met een algemeen belang in het openbare gebied zijn daarom in beheer bij de gemeente. De gemeente is daarbovenop beheerder van de drukrioleringsgemalen en afvoerende persleidingen op particuliere grond. De oevers langs de watergangen zijn in beheer bij de grondeigenaren. Dat geldt meestal ook voor oeverconstructies. Uitzonderingen zijn constructies in verband met vaarwegen (de Vliet) en soms waterkerende constructies. In een klein aantal specifieke gevallen is in contracten anders overeengekomen. Als laatste heeft ook de Provincie taken. Zij is samen met de Hoogheemraadschappen bevoegd gezag voor grondwateronttrekkingen en stelt de veiligheidsnormen van regionale waterkeringen vast. De provincie wijst ook zwemwaterlocaties aan en stelt waterkwaliteitsdoelen vast. Daarnaast houden Gedeputeerde Staten (GS) in elke provincie toezicht op de ontwikkeling van de financiële positie van gemeenten.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
11
1.5.1
Afstemming WRP met andere overheden
Het WRP is afgestemd met het Hoogheemraadschap van Rijnland (HHR) en het Hoogheemraadschap van Delfland (HHD). Zij zijn reeds in een vroeg stadium bij het tot stand komen van dit WRP betrokken geweest. Ze hebben het WRP getoetst op het in kaart brengen van de gevolgen voor het milieu van de aanwezige voorzieningen en van de in het plan aangekondigde activiteiten zoals in artikel 4.22, lid 2 onder d, van de Wet Milieubeheer is aangegeven. Het WRP is ook gedeeld met de Provincie Zuid-Holland, toezichthouder op de gemeentelijke begroting en de Milieudienst Haaglanden (ODH), gedelegeerd toezichthouder op een schone en veilige omgeving. 1.5.2
Aandachtspunten Hoogheemraadschappen
Leidschendam-Voorburg ligt in het beheergebied van twee Hoogheemraadschappen: Het Hoogheemraadschap van Delfland (HHD) en Het Hoogheemraadschap van Rijnland (HHR). Zij zorgen voor de zuivering van afvalwater, schoon en voldoende water in sloten en meren en bescherming tegen overstromingen. Het beleid van deze Hoogheemraadschappen is vastgelegd in waterbeheerplannen. Met HHD en HHR is een strategische samenwerkingsagenda waterbeheer afgesproken. De Hoogheemraadschappen hebben in overleg met de gemeente de volgende gezamenlijke aandachtpunten opgesteld voor hemelwater, afvalwater en stedelijk oppervlaktewater: Het maken van duidelijke afspraken rondom afnameverplichtingen voor hemel- en afvalwater; Aandacht voor lokale knelpunten door hemel-, afval- of grondwater en het klimaatbestendig maken van de stedelijke omgeving; Gezamenlijk uitvoeren van KRW-maatregelen en monitoring van resultaten; Bij warmte-koudeopslag lozing bij voorkeur terug in de bodem en niet op het oppervlaktewater of de riolering; Inzicht in de belasting van riolering vanuit bemalen drainage; Deze punten zullen in de (onderzoeks)projecten in de komende jaren steeds weer terugkomen. Gemeente Leidschendam-Voorburg en Hoogheemraadschappen van Delfland en Rijnland blijven in deze projecten en in de processen samenwerken.
1.6
Leesbaarheid
In het WRP staat vaktaal. Leidschendam-Voorburg laat met dit WRP zien hoe ze het beheer en onderhoud van het stedelijk (afval)watersysteem en klimaatadaptatie aanpakt en wat de resultaten en de financiële gevolgen van de maatregelen zijn. Het is vooral een middel voor de afstemming binnen interne (technische) teams en de in de Wet milieubeheer genoemde instanties, zoals de Hoogheemraadschappen en de provincie. Om de vaktaal wat begrijpelijker te maken, is een verklarende woordenlijst in bijlage 1 opgenomen.
1.7
Geldigheidsduur
Er is, op basis van de huidige kennis en aanwezige gegevens, een zo realistisch mogelijk beeld geschetst van de te verrichten activiteiten en te nemen maatregelen in de planperiode. Beleidsontwikkelingen, zoals Waterbeheer 21ste eeuw en de Europese Kaderrichtlijn Water, maar ook autonome ontwikkelingen als klimaatverandering, maken een beperkte plancyclus gewenst om het gemeentelijk beleid op de landelijke ontwikkelingen aan te laten sluiten. Het voorliggende WRP heeft daarom betrekking op een planperiode van 2022 tot en met 2027.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
12
2 Evaluatie Hoe is het afgelopen jaren gegaan?
2.1
Inleiding
Op 15 december 2015 heeft de raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg het Water- en Rioleringsplan 2016-2021 (WRP 20156-2021) vastgesteld en daarmee de basis gelegd voor het uitvoeren van de verbreden watertaken, de daarmee veranderende rioolheffingsgrondslag en de te verwachten ontwikkeling van de rioolheffing voor de periode van 2016 tot en met 2021. In het WRP 2016-2021 is een aantal beleidsdoelen opgenomen die in de planperiode tot en met 2021 dichterbij gebracht werden. Dit is gemonitord met behulp van Kernprestatie-indicatoren (KPI), die in het WRP zijn gedefinieerd (zie bijlage 14). De gestelde ambitie in het WRP is zoveel mogelijk streefwaarden van de onderliggende prestatie-indicatoren te bereiken in 2021.
2.2
Methodiek
Er zijn voor het GRP 2016-2021 KPI’s gedefineerd. Deze zijn minimaal eenmaal gemonitord. De beoordeling van de KPI’s gebeurt op basis van het totale beeld over de onderliggende prestatie-indicatoren. De beoordeling van de KPI kan ‘goed’ (groen) zijn, terwijl enkele onderliggende prestatie-indicatoren ‘bijna goed’ (geel) of ‘kan beter’ (oranje) zijn beoordeeld. Bij de beoordeling telt mee wat realistisch haalbaar is in de planperiode van 2016 tot en met 2021. In februari 2020 is een rapportage “Monitoring kpi’s 2018 en 2019” naar de raad gestuurd.
2.3
Overzicht KPI’s
De doelstelling van het WRP 2016-2021 is gehaald. Er is 80% van de rioolvervangingen (investeringsprojecten) volledig afgerond. Ondanks de doelstelling van 80% was het onderliggende streven om 100% te halen. Dat is niet gelukt. Er is prioriteit gegeven aan de speerpuntprojecten Bui van de Eeuw boven reguliere vervangingsprojecten en zijn projecten uitgesteld wegens de ingevoerde risicobenadering. Het komt verder doordat er gedurende de gehele periode een onderbezetting was voor aan de riolering gerelateerde werkzaamheden, daardoor is er vertraging ontstaan in de projecten. Inmiddels is dit aangepakt met het Uitvoeringsplan Rioolvervangingen en versterking van de organisatie met tijdelijke krachten. In het WRP zijn 5 kernprestatie-indicatoren (KPI’s) opgenomen: 1. Tevreden gebruikers; 2. Realisatie volgens plan; 3. Toestand van de infrastructuur is op orde; 4. Toelaatbaar omgevingseffect; 5. Goed gebruik.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
13
Samenvatting KPI’s 2016-2021 KPI Tevreden gebruikers
KPI Realisatie volgens plan
Foto: Afsluiting Bui van de Eeuw-project Broekweg
Foto: Van rioolvervanging naar buurtopgave
Gezien het aantal meldingen zijn de gebruikers over het algemeen tevreden. Tijdens extreme neerslag in 2018 is op enkele locaties wateroverlast ervaren, wat tot extra meldingen leidt. Uit gesprekken blijkt dat de bewoners tevreden zijn over de gemeentelijke reactie op overlast door extreme neerslag (speerpunt Bui van de eeuw).
In 2019 verloopt de realisatie van het aantal projecten volgens de doelstellingen van het WRP. De investeringen blijven binnen de raming van het WRP en lopen tot nu toe volgens de doelstelling. De verwachting is dat eind 2021 de doelstelling van 80% van de projecten gerealiseerd behaald is.
KPI Toestand op orde
KPI Toelaatbaar omgevingseffect
Foto: Rioolvervanging Nieuwstraat
Meer dan de helft van de indicatoren bereikt de doelstelling. In combinatie met enige relativering met betrekking tot de kolken leidt dit tot een eindbeoordeling die voldoende is.
Foto: Werking van een overstort
Het omgevingseffect van de riolering is beperkt. De overstortingsvolumes zijn lastig te beperken maar voldoen wel aan de afspraken met de Hoogheemraadschappen. Een enkele keer komt vissterfte voor na een overstorting in combinatie met temperatuurstijging van het oppervlaktewater.
KPI Goed gebruik Foto: Doorlaatbare bestrating aan de van Ruijsdaellaan laat regenwater infiltreren in de bodem.
Het zwaartepunt ligt bij de ongewenste afvoer van grondwater via de riolering en het bevorderen van het scheiden van afvalwater en hemelwater. Met hemelwater dient duurzaam te worden omgegaan door het vasthouden in de bodem. Dit zijn lange termijn processen en een groene waarde is moeilijk bereikbaar. Het bevorderen kan intensiever bijvoorbeeld door meer voorlichting. Daarnaast is bij deze KPI het lozingsgedrag van huishoudens en bedrijven van belang en het beperken van grondwaterafvoer via de afvalwaterriolering. Zie bijlage 14 voor een overzicht van de onderliggende prestatie-indicatoren.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
14
2.4
Regionale samenwerking in de (afval)waterketen 2015-2021
In de planperiode 2015-2021 is regionaal samengewerkt in Het Netwerk Waterketen Delfland (het zogenaamde NAD). Gemeenten, drinkwaterbedrijven en Delfland gaan in het NAD steeds nauwer met elkaar samenwerken richting één faciliterende en kaderstellende maatschappelijke onderneming. In Nederland stijgen de kosten van het rioleringsbeheer, onder andere omdat de komende decennia geïnvesteerd moet worden in rioolvervanging en klimaatmaatregelen. Met het bestuursakkoord Water (BAW) van 2011 is er een opgave gekomen om deze kostenstijging te beperken. Het water- en rioleringsbeheer moet doelmatiger, ofwel effectief en efficiënt. De focus ligt niet op het voldoen aan normen, maar op het efficiënt aanpakken van bestaande of dreigende problemen. In 2011 is een eerste aanzet gegeven tot een doelmatigere samenwerking in de waterketen tussen de gemeente en de Hoogheemraadschappen. Er is in oktober 2020 een nieuwe bestuurlijke intentieovereenkomst voor de periode 2021-2027 afgesloten met als doel om steeds meer projectmatig te gaan samenwerken in een netwerkorganisatie met andere gemeenten in de regio, het hoogheemraadschap van Delfland en de drinkwaterbedrijven DUNEA en EVIDES. Op dit moment werkt Leidschendam al samen in een gemeenschappelijk gemalenbeheer met de gemeenten Delft en Pijnacker-Nootdorp.
Uit de doelmonitor, die in het NAD verband wordt uitgevoerd, is gebleken dat regio breed voldaan worden aan de doelstellingen uit het BAW (bestuursakkoord water) voor “kosten” en “kwaliteit” maar dat de doelstelling “kwetsbaarheid” nog achterloopt. De vermindering van de personele kwetsbaarheid is in Leidschendam-Voorburg, vanwege het optuigen van het gemeenschappelijke gemalenbeheer, beter gelukt dan in andere NAD-gemeenten. Het is op dit moment erg moeilijk om goed geschoold personeel te interesseren voor een baan in de (afval)waterketen, zeker bij de kleine en middelgrote gemeenten.
Dashboard NAD-Doelmonitoring
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
15
Eind 2020 was de personele bezetting in Leidschendam-Voorburg 75% dit was voor het NAD gemiddeld 86%. De rioolheffing bedroeg eind 2020 €174, dit was voor het NAD gemiddeld €196 (gewogen gemiddelde €182).
2.5
Monitoring KRW en maatregelen knelpunten
Voor de monitoring van de effecten van de KRW-maatregelen is door HHD de “Rapportage nul-situatie waterkwaliteit Gemeentelijk Waterplan Leidschendam-Voorburg” opgesteld (DMSP, augustus 2015). Monitoring op basis van deze nulsituatie zal in de komende planperiode gaan plaatsvinden. Door HHR is “Status notitie waterkwaliteit Leidschendam-Voorburg 2014; noordelijk landscheiding” opgesteld (memo 15.043118, 12 juni 2015). In deze notitie worden de veranderingen besproken ten opzichte van de metingen in 2004 en 2009. Het algehele beeld is dat de kwaliteit sinds 2009 is verbeterd. Metalen voldoen aan het maximaal toelaatbaar risiconiveau (MTR). Te constateren is dat de nutriënten concentraties nog te hoog zijn. Zuurstofconcentraties zijn weliswaar nog te laag maar verbeteren duidelijk. Dit heeft mogelijk te maken met gewijzigde doorstroming op een aantal plekken (bijvoorbeeld het Waterspoorpark). De ecologische toestand is verbeterd. Lange termijn metingen zijn nodig om dit beeld te bevestigen. Dat zal in de komende planperiode worden opgepakt door het Hoogheemraadschap van Rijnland.
Op onderstaande kaart zijn de maatregelen opgenomen ten aanzien van de waterknelpunten. De actuele stand van zaken medio 2021 is als volgt: Status Uitgevoerd
Knelpunt 1,2,4, 7 (kroosruimen), 9, 10, 12, 13, 14 (Voorburgs kwartier ontpolderd), 17, 18
In uitvoering
3 (in september 2021 start fase 3)
In voorbereiding
5, 8, 15, 19 (kroosruimen of verversen)
Ernst beperkt
6. Verdiepte garages beschermd. Betreft nu nog verkeersoverlast 11. Wadi en overloopvoorziening gereed, maar er is meer noodzakelijk
Nog te starten
16
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
16
Maatregelenkaart Waterknelpunten
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
17
3 Visie, strategie en daaruit volgende opgave Hoe gaan we de toekomst in?
3.1
Integrale watervisie
In dit hoofdstuk beschrijft de gemeente haar visie en strategie voor het stedelijk water binnen de gemeentegrenzen en de wijze waarop zij haar zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater de komende planperiode wenst in te vullen. Riolering en stedelijk water zijn niet van elkaar te scheiden; zij vormen een samenhangend geheel. De gemeente draagt de integrale zorg voor de leefomgeving, zeker in openbaar gebied. Hieruit vloeit ook de zorg voor de inrichting en beleving van oppervlaktewater voort. Dit is beleidsgebied waar een sterk verband met de zorg voor de water(bodem)kwaliteit bestaat, wat een taak is van de hoogheemraadschappen Delfland en Rijnland. Maar er zijn ook raakvlakken met andere gemeentelijke taken zoals weg-, groenbeheer (oevers en beschoeiingen), zorg voor de leefomgeving (zwerfvuil) en kunstwerken (bruggen, kademuren en damwanden). Vanwege al deze raakvlakken streeft de gemeente naar een integrale benadering van de openbare ruimte. De strategie is een plan waarmee de hoofddoelen uit de serie doelen-WRP kunnen worden gerealiseerd. Het is het geheel van samenhangende keuzen met betrekking tot de inzet van middelen en deelactiviteiten om die doelen te realiseren. Een strategie is bedoeld voor de langere termijn, dus ook voor na de planperiode.
In 2027 wordt de strategie geëvalueerd en aangepast op de dan geldende wettelijke, financiële, maatschappelijke, bestuurlijke en politieke ontwikkeling. De Strategie wordt in dit hoofdstuk uitgesplitst in: Overkoepelende strategie. Strategie duurzaam en klimaatbestendig; Strategie oppervlaktewater; Strategie afvalwaterzorgplicht; Strategie hemelwaterzorgplicht; Strategie grondwaterzorgplicht. In dit hoofdstuk zijn de hoofdpunten opgenomen. Een verdere uitwerking is in bijlage 5 (watersysteem) bijlage 7 (grondwatersysteem), bijlage 8 en 9 (afvalwatersysteem) en bijlage 11 en 12 (klimaatontwikkeling en -adaptatie) opgenomen.