2573-54 Bijlage 51 toelichting, Sociale structuurvisie - Ruimte voor mensen 2024.pdf
Tekst van het document
Bijlage: 51
Sociale Structuurvisie
Ruimte voor Mensen 2024
Sociale Structuurvisie
Ruimte voor Mensen 2024
Inhoudsopgave
Inleiding
7
Hoofdstuk 1 Algemene sociale visie
12
Hoofdstuk 2 Rol van de gemeente
15
Hoofdstuk 3 Vier opgaven
17
A. De basis op orde B. Iedereen doet mee C. De solidaire stad D. Een vangnet zonder gaten
19 23 27 31
Nawoord
36
RU I M T E VO O R M E N S E N 2 0 2 4 / 5
Inleiding
‘Leidschendam-Voorburg is een aantrekkelijke, groene woonstad én een toekomstbestendige, (financieel en sociaal) gezonde gemeente.’ Met dit duidelijke doel voor ogen bestuurt het college van burgemeester en wethouders de stad. Deze algemene visie is gedeeltelijk uitgewerkt in de Structuurvisie ‘Ruimte voor Wensen 2040’. Met de Structuurvisie geven wij richting aan de ruimtelijke ontwikkeling van Leidschendam-Voorburg. Met deze Sociale Structuurvisie ‘Ruimte voor Mensen 2024’ geven wij richting aan de ontwikkeling van de stad op sociaal maatschappelijk gebied. De ruimtelijke en de sociale structuurvisie staan niet los van elkaar, maar vullen elkaar aan. Daar waar de visies worden uitgewerkt in concrete plannen op wijk en buurtniveau zullen de verbanden zichtbaar worden.
‘Met de Jeugdzorg, de Begeleiding en de Persoonlijke verzorging uit de Awbz en de Participatiewet, krijgt de gemeente er de komende jaren omvangrijke nieuwe taken bij.’
Omdat de samenleving voortdurend en steeds sneller verandert is het niet goed mogelijk een sociale visie voor twaalf jaar vast te leggen.We zullen de visie daarom tussentijds evalueren en aanpassen als het nodig is. Dat gebeurt in elk geval bij het begin van iedere nieuwe collegeperiode. Dan wordt ook de Sociale Agenda voor vier jaar bepaald. Met de Sociale Agenda geeft het bestuur aan wat de gemeente in die periode gaat doen om de Sociale Structuurvisie te realiseren. Jaarlijks wordt er vervolgens een integraal uitvoerings programma opgesteld om de Sociale Agenda uit te voeren. Juist in een turbulente tijd is het belangrijk om ons niet alleen te laten leiden door de waan van de dag, maar verder vooruit te kijken.
6 / SOC I A L E S T RU C T U U RV I S I E
Met de Jeugdzorg, de Begeleiding en de Persoonlijke verzorging uit de Awbz en de Participatiewet, krijgt de gemeente er de komende jaren omvangrijke nieuwe taken bij. Tegelijkertijd hebben we te maken met een onzekere economische- en politieke situatie, een vergrijzende bevolking, een groeiende vraag naar zorg en een krimpende arbeids markt.Met al deze en andere ontwikkelingen moeten wij r ekening houden bij het bepalen van de sociaal-maatschappelijke k oers voor de komendetwaalf jaar.
‘Leidschendam-Voorburg is een aantrekkelijke, groene woonstad én een toekomstbestendige, (financieel en sociaal) gezonde gemeente.’
De Sociale Structuurvisie is ontwikkeld binnen de bestaande kadersvan de Strategische Visie en het Coalitieakkoord 2010-2014 ‘ Verantwoord Vooruit’. De visie wordt in de volgende fase van het project verder uitgewerkt binnen het financiële kader van de V oorjaarsnota 2011 ende budgetten die door het Rijk beschikbaar worden gesteld voor uitvoering van de nieuwe taken. Om de gemeentelijke begroting op termijn sluitend te houden, heeft de gemeenteraad bij de Voorjaarsnota 2011 besloten tot een structurele bezuiniging van 23 miljoen euro. Deze bezuiniging moet in 2018 zijn gerealiseerd. Veel maatregelen die zijn genomen hebbenbetrekking en effect op het sociale domein en de ambtelijke organisatie.We zullen onze wettelijke taken dus met minder geld en een kleinere ambtelijke organisatie moeten uitvoeren. In deze context is het extra belangrijk dat we kunnen werken vanuit een heldere socialevisie. Een visie op de sociale ontwikkeling van de stad, maar ook een visie op een nieuwe manier van (samen)werken en besturen.
RU I M T E VO O R M E N S E N 2 0 2 4 / 7
‘Deze Sociale Structuurvisie ‘Ruimte voor Mensen 2024’ kan alleen worden gerealiseerd als inwoners, maatschappelijke partners, ondernemers en de gemeente de handen ineen slaan en er samen de schouders onder zetten.’
Door focus aan te brengen binnen het sociale beleid kunnen we niet alleen efficiënter (samen)werken, maar kunnen we ook betere resultaten voor onze inwoners behalen.
voor een vruchtbare samenwerking. Die samenwerking zullen wij als gemeente ook moeten zoeken in coalities met nieuwe partners, zoals bijvoorbeeld de zorgverzekeraars en gemeenten in de regio.
De gemeente krijgt steeds meer wettelijke taken als het gaat om de ondersteuning van inwoners die het op eigen kracht, of met hulp uit hun sociale netwerk, niet redden. De sociale visie is erop gericht dat de gemeente de verantwoordelijkheid voor de ondersteuning van deze kwetsbare groep nu en in de toekomst kan dragen. Daar hebben alle inwoners belang bij. De toenemende behoefte aan professionele zorg en ondersteuning stelt ons in dit verband voor een belangrijke uitdaging. We zullen deze trend moeten keren door strategisch duurzame keuzes te maken. Intern zullen wij het werk slimmer moeten organiseren, maar ook in de samenwerking met inwoners en maatschappelijke partners zal de gemeente haar rol op een andere manier moeten invullen. Daarbij komt er een sterkere nadruk te liggen op de verantwoordelijkheid die inwoners hebben voor zichzelf en hun omgeving. Die individuele verantwoordelijkheid is de basis van al het sociale beleid. Maar ook onze maatschappelijke partners hebben eigen verantwoordelijkheden, belangen en bevoegdheden. Het is zaak deze te kennen en te erkennen, maar niet over te nemen.
Deze Sociale structuurvisie ‘Ruimte voor Mensen 2024’ kan alleen worden gerealiseerd als inwoners, maatschappelijke partners, ondernemers en de gemeente de handen ineen slaan en er samen de schouders onder zetten. De gemeente voert de regie, maar kan daarin alleen succesvol zijn als er draagvlak is voor deze visie in de lokale samenleving. Om de visie te verbeteren en het draagvlak te vergroten, hebben wij onze belangrijkste partners geconsulteerd tijdens twee bijeenkomsten en een aantal bilaterale gesprekken. Deze bijeenkomstenen gesprekken hebben wij als zeer nuttig en inspirerendervaren. Verder hebben wij tijdens de ontwikkeling van de visie een aantal constructieve gespreken gevoerd met vertegenwoordigersvan de Participatieraad. De belangrijkste inzichten, opmerkingen en aanvullingen van deze partijen zijn in de notitie verwerkt, of zullen bij de uitwerking van de visie, worden betrokken. Ook in de volgende fase zullen we een beroep doen op inwoners en maatschappelijke partners om samen met ons de in deze notitie geformuleerde opgaven uit te werken. Die betrokkenheid is noodzakelijk om te komen tot realistische en uitvoerbare voorstellen.
‘Er komt een sterkere nadruk te liggen op de verantwoordelijkheid die inwoners hebben voor zichzelf en hun omgeving.’
De gemeente zal in de uitvoering van haar wettelijke taken meer dan ooit complementair moeten zijn aan het maatschappelijk veld en als een gelijkwaardige bondgenoot moeten samenwerken met inwoners, partners en andere overheden om haar doelen voor de stad te realiseren.Daar waar de belangen overeenkomen ligt de basis
8 / SOC I A L E S T RU C T U U RV I S I E
RU I M T E VO O R M E N S E N 2 0 2 4 / 9
‘Als de basis op orde is, kunnen inwonerslanger de regie over hun eigen leven houden en zal het beroep op individuele voorzieningen en de zwaardere zorg beperkt blijven.’
Leeswijzer
leven houden en zal het beroep op individuele voorzieningen en de zwaardere zorg beperkt blijven.
Hoofdstuk 1: Algemene sociale visie In dit hoofdstuk geven we de algemene sociale visie van de gemeente Leidschendam-Voorburg weer. Deze visie is gebaseerd op de kaders uit het coalitieakkoord ‘Verantwoord Vooruit’ en beschrijft de stad die Leidschendam-Voorburg op sociaal gebied wil zijn en blijven. De sociale visie geeft richting aan het beleid dat in deze nota op hoofdlijnen wordt uitgewerkt.
B. Iedereen doet mee Het is voor alle inwoners van belang dat ze, ieder op hun eigen wijze, volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Dat betekent naar school gaan, werken, mensen ontmoeten of op een andere manier actief zijn. Voor de samenleving als geheel is het belangrijk dat zoveel mogelijk mensen meedoen. Iedereen heeft daarin een eigen verantwoordelijkheid.
Hoofdstuk 2: Rol van de gemeente Hierin beschrijven we de rol van de gemeente binnen het Sociale domein. Dat doen we om aan te geven wat partners en inwoners van de gemeente kunnen verwachten.
C. De solidaire stad De gemeente vertrouwt en bouwt op de bereidheid van inwoners, organisaties en ondernemers om zich in te zetten voor elkaar en voor de stad. Vrijwilligerswerk, burenhulp, informele zorg en maatschappelijkverantwoord ondernemerschap vormen samen de kurk waar het sociale beleid van de gemeente op drijft. Hoe steviger die kurk, hoe sterker de stad.
Hoofdstuk 3: Vier opgaven De algemene sociale visie (hoofdstuk 1) en de rol van de gemeente (hoofdstuk 2) worden uitgewerkt in vier opgaven voor de komende 12 jaar: A. De basis op orde Een solide sociale infrastructuur is het fundament voor het welzijn en de participatie van onze inwoners. Het gaat dan om de algemene- en preventieve voorzieningen die samen de sociale randvoorwaarden voor een leefbare en toekomstbestendige stad vormen. Als de basis op orde is, kunnen inwoners langer de regie over hun eigen
1 0 / SO C I A L E S T RU C T U U RV I S I E
D. Een vangnet zonder gaten Inwoners en gezinnen die het op eigen kracht, of met hulp uit hun omgeving niet redden, vallen niet tussen de wal en het schip. De gemeente zorgt dat deze mensen de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben om mee te kunnen blijven doen in de samenleving.
‘Voor de samenleving is het belangrijk dat zoveel mogelijk mensen meedoen.’
Per opgave beschrijven we eerst de ambitie en vervolgens de stand van zaken.
RU I M T E VO O R M E N S E N 2 0 2 4 / 1 1
1 Algemene sociale visie
‘Elk mens maakt zijn eigen keuzes en neemt op eigen wijze deel aan de samenleving. In Leidschendam- Voorburg is er ruimte voor die verschillen.’
In dit hoofdstuk geven we de algemene sociale visie van de gemeente Leidschendam-Voorburg weer. Deze visie is gebaseerd op de kaders uit het coalitieakkoord 2010-2014 ‘Verantwoord Vooruit’ en beschrijft de stad die Leidschendam-Voorburg op sociaal gebied wil zijn en blijven. De sociale visie geeft richting aan het beleid dat in deze nota op hoofdlijnen wordt uitgewerkt.
De sociale visie Leidschendam-Voorburg is een veilige stad waar alle inwoners hun talenten en vaardigheden kunnen ontdekken, ontwikkelen en benutten.Elk mens maakt zijn eigen keuzes en neemt op eigen wijze deel aan de samenleving. In Leidschendam-Voorburg is er ruimte voor die verschillen en kan iedereen zijn eigen leven leiden. Verreweg de meeste mensen kunnen en doen dat. Zij gaan naar school, aan het werk, voeden hun kinderen op, hebben een sociaal leven en zorgen voor elkaar als het nodig is. Ook regelen inwoners op eigen kracht de ondersteuning die in het leven soms nodig is. Ze vinden die steun in hun sociale netwerk of bij één van de maatschappelijke organisaties die hierin een taak hebben. Maar soms gaat dat niet, dan is extra ondersteuning, hulp of zorg nodig. Als iemand de noodzakelijke hulp niet (meer) zelf kan organiseren,kan de gemeente hierin adviseren of ondersteunen. De ondersteuning die de gemeente biedt is in principe tijdelijk en in de eerste plaats gericht op het herstel van de zelfredzaamheid van
1 2 / SO C I A L E S T RU C T U U RV I S I E
het individu of, indien van toepassing, het betrokken gezin. Sommige inwoners hebben langdurige ondersteuning of zorg nodig om mee te kunnen blijven doen in de samenleving. De gemeente zorgt dat deze inwoners en hun gezin de hulp krijgen die in hun specifieke situatie nodig is om hun zelfredzaamheid te ondersteunen. De zorg voor de meest kwetsbare inwoners die zelf geen hulp (kunnen) zoeken, pakt de gemeente actief op. Het bieden van ondersteuning is maatwerk. Maatwerk leveren betekentinspelen op de vraag, deze zo nodig verhelderen en het aanbod zo formuleren dat het doelmatig is. Dit gebeurt altijd in overleg met de cliënt waarbij zijn of haar eigen kracht het uitgangspunt is en de (gezins)situatie in kaart wordt gebracht. Het antwoord op de vraag wordt eerst gezocht in de naaste omgeving van de cliënt of binnen het aanbod van algemene- en preventieve voorzieningen. Pas als de oplossing daar niet wordt gevonden, kan de cliënt in aanmerking komen voor een individuele voorziening. De gemeente vertrouwt en bouwt op de bereidheid van inwoners, organisaties en ondernemers om zich in te zetten voor elkaar en voor de stad. Inwoners die vanuit hun persoonlijke betrokkenheid, tijdelijk of structureel, zorgen voor een naaste kunnen rekenen op advies en ondersteuning om overbelasting te voorkomen.
‘De gemeente vertrouwt en bouwt op de bereidheid van inwoners, organisaties en ondernemers om zich in te zetten voor elkaar en voor de stad.’
RU I M T E VO O R M E N S E N 2 0 2 4 / 1 3
2 Rol van de gemeente
In dit hoofdstuk beschrijven we de rol van de gemeente binnen het sociale domein. Dat doen we om aan te geven wat partners en inwonersvan de gemeente kunnen verwachten.
De rol van de gemeente:
‘Het komt erop aan om samen ketens te bouwen en partner te zijn in oplossingen.’
De sociale ontwikkeling van de stad is niet de verantwoordelijkheid van de gemeente alleen. Inwoners, organisaties en ondernemers leveren hierin, vanuit hun eigen verantwoordelijkheid, een belangrijke bijdrage. Daarnaast zijn er op rijksniveau regelingen zoals de verschillende fiscale toeslagen en collectieve voorzieningen. De gemeente is slechts één van de partijen in het maatschappelijk krachtenveld, maar wel een partij met een steeds dominantere positie. We overschatten onze invloed op het sociale domein niet, maar benutten de mogelijkhedendie wij hebben om voor onze inwoners - nu en in de toekomst - een optimale situatie te creëren.
Wij vullen onze rol in door: - richting te geven; - wettelijke taken effectief en efficiënt uit te voeren; - ruimte te bieden aan anderen; - uit te gaan van de kracht en de eigen verantwoordelijkheid van inwoners, organisaties en ondernemers; - vertrouwen te geven én te vragen aan de partners waarmee we
1 4 / SO C I A L E S T RU C T U U RV I S I E
samenwerken; - te sturen op resultaten die we in overleg met onze partners benoemen. - lef te hebben (bijvoorbeeld om knopen door te hakken, te kiezen voor innovatieve oplossingen of los te laten!). De gemeente voert de regie als dat nodig is om wettelijke taken uit te voeren en maatschappelijke doelen te realiseren. Ook wanneer sociaal-maatschappelijke vraagstukken zo complex zijn dat de betrokkenpartijen er op eigen kracht niet uitkomen, kan de gemeente de regie nemen.
‘Als regisseur bundelen we onze gemeentelijke kracht met het creatieve, organiserende en financiële vermogen van andere overheden, organisaties, inwoners en ondernemers.’
Als regisseur bundelen we onze gemeentelijke kracht met het crea tieve, organiserende en financiële vermogen van andere overheden, organisaties, inwoners en ondernemers. Het komt erop aan om samen ketens te bouwen en partner te zijn in oplossingen. Wij brengen waar nodig partijen bij elkaar en organiseren de samenwerking. Vertrouwen hebben in onze partners, betekent vertrouwen hebben in hun oplossingen. Ook als wij andere keuzes hadden gemaakt. De gemeente geeft het goede voorbeeld en levert zelf resultaat. Waar nodig en mogelijk treden we regulerend op, handhaven we en hakken we knopen door. We zoeken de samenwerking met gemeenten in de regio als dit bijdraagt aan de realisatie van onze doelen. De wijze waarop we onze regierol vorm geven hangt af van de mate van beleidsvrijheid die we hebben en van de middelen die we kunnen inzetten om het gewenste effect te realiseren.
RU I M T E VO O R M E N S E N 2 0 2 4 / 1 5
3 Vier opgaven
Het zal per onderwerp verschillen hoeveel ruimte we (kunnen) geven aan de inbreng van en de uitvoering door anderen. In de samenwerkingmet partners en inwoners streven we naar helderheid over de verdeling van taken, v erantwoordelijkheden en bevoegdheden. Zonodig spreken we partners op hun maatschappelijke verantwoordelijkheid aan. We houden de regie over onze contracten door de prestaties te toetsen. We zijn een goed opdrachtgever door structureel, consequenten in samenspraak met onze partners te sturen op resultaat. Om - nu en in de toekomst - succesvol te kunnen zijn in onze regierol, is er behoefte aan een kleinere gemeentelijke organisatie die ontkokerd, oplossingsgericht en wendbaar is. De basis voor zo’n organisatie is onder andere gelegd met de ontwikkeling van deze sociale structuurvisie van waaruit we samen kunnen werken aan de realisatie van onze maatschappelijke doelen.
De algemene visie (hoofdstuk 1) en de rol van de gemeente (hoofdstuk 2) worden uitgewerkt in vier opgaven:
Vangnet zonder gaten
A. De basis op orde B. Iedereen doet mee C. De solidaire stad D. Een vangnet zonder gaten De visie en de rol van de gemeente werken we uit in vier o pgaven voor de komende 12 jaar. Per opgave beschrijven we onze ambitie en geven we weer wat de stand van zaken op dit moment is. Daarbij interpreteren we de feitelijke conclusies van de analyse en betrekken we de relevante maatschappelijke ontwikkelingen en trends.
De solidaire stad
Iedereen doet mee
De basis op orde
1 6 / SO C I A L E S T RU C T U U RV I S I E
RU I M T E VO O R M E N S E N 2 0 2 4 / 1 7
A. De basis op orde Een solide sociale infrastructuur is het fundament voor het welzijn en de participatie van onze inwoners. Het gaat dan om de algemene- en preventieve voorzieningen die samen de sociale randvoorwaarden voor een leefbare en toekomstbestendige stad vormen. Als de basis op orde is, kunnen inwoners langer de regie over hun eigen leven houden en zal het beroep op individuele voorzieningen en de zwaardere zorg beperkt blijven.
‘Er zijn parken, sportvelden en gymzalen waar jong en oud plezier kunnen maken en kunnen werken aan een goede conditie.’
Ambitie
Leidschendam-Voorburg is een stad waar iedereen zijn talenten en vaardigheden kan ontdekken, ontwikkelen en benutten. Alle jeugdigen gaan naar school en groeien op in een gezonde en veilige omgeving zodat ze zich goed op hun toekomst kunnen voorbereiden. In de buurt is er ruimte om buiten te spelen en elkaar te ontmoeten. Er zijn parken, sportvelden en gymzalen waar jong en oud plezier kunnen maken en kunnen werken aan een goede conditie. Inwoners kunnen zich ontwikkelen en hun sociale netwerk opbouwen door lid te worden van een vereniging of deel te nemen aan activiteiten in de buurt. Men voelt zich veilig op straat en houdt rekening met elkaar. Voor de dagelijkseboodschappen of een bezoek aan de huisarts, de tandarts of de fysiotherapeut hoeft men niet ver te reizen. Er zijn voldoende betaalbare woningen voor inwoners met een klein inkomen. Ook mensen met een fysieke beperking kunnen zelfstandig (blijven) wonen in een geschikt huis en zich van A naar B verplaatsen omdat de openbare ruimte en het openbaar vervoer toegankelijk zijn. Het aanbod van informatie, advies en lichte ondersteuning is bekend, overzichtelijk en gericht op het ontwikkelen, het behoud of het herstel van zelfredzaamheid. Voor ondersteuning op het gebied van opvoeden, o pgroeien, gezondheid, wonen, welzijn en zorg kan men terecht bij de maatschappelijke organisaties die hierin een taak hebben.
De basis op orde
1 8 / SO C I A L E S T RU C T U U RV I S I E
RU I M T E VO O R M E N S E N 2 0 2 4 / 1 9
‘Leidschendam-Voorburg is een middelgrote sterk vergrijsde gemeente waarvan op dit moment 10% van de inwoners de leeftijd van 75 heeft bereikt. Het is de verwachting dat dit percentage toeneemt tot 12.6% in 2025 en 15% in 2040.’
Stand van zaken 2012 Inwoners Leidschendam-Voorburg is een middelgrote sterk vergrijsde gemeente waarvan op dit moment 10% van de inwoners de leeftijd van 75 heeft bereikt. Het is de verwachting dat dit percentage toeneemt tot 12.6% in 2025 en 15% in 2040. (Primos prognose). Met onze bevolking gaat het gemiddeld genomen goed, maar dit gemiddelde geeft geen volledig beeld van de werkelijke situatie. Wanneer we het bekijken op wijk- en buurtniveau, blijkt dat het met de meeste inwoners heel goed gaat, maar dat er ook een groep mensen is, waarmee het op diverse terreinen beduidend minder gaat. In de buurten Prinsenhof (hoogbouw), Bovenveen, Voorburg Noord, De Heuvel, Voorburg Midden en Leidschendam-Zuid zijn de arbeidsparticipatie, het gemiddelde inkomen en het opleidingsniveau laag. In deze buurten wonen ook de meeste kinderen en jongeren met een verhoogd risico op problemen. Maatschappelijke partners geven aan dat de sociale afstand tussen de groep inwoners waar het goed mee gaat en het minder welvarende deel van de bevolking groter wordt. Het risico bestaat dat deze trend de komende jaren doorzet. Door de economische crisis en de daarmee samenhangende bezuinigingsmaatregelen, kan er binnen huishoudens een stapeling van negatieve ontwikkelingen plaatsvinden. Algemene voorzieningen Inwoners zijn over het algemeen tevreden met de voorzieningen in de buurt.
Het gaat dan om de speelmogelijkheden, voorzieningen en
2 0 / SO C I A L E S T RU C T U U RV I S I E
activiteiten voor ouderen, welzijnsvoorzieningen, gezondheidsvoorzieningen, openbaar vervoer, winkels voor dagelijkse boodschappen, culturele voorzieningen en sportvoorzieningen. Mogelijk neemt deze tevredenheid in de komende jaren af, als de effecten van de economischecrisis en de daarmee samenhangende bezuinigingen zich duidelijker manifesteren. Het minst tevreden zijn de inwoners over de voorzieningen en activiteiten voor jongeren. In enkele wijken is er behoefte aan een ruimte waar jongeren elkaar kunnen ontmoeten. Naast de bovengenoemde algemene voorzieningen telt de gemeente 21 basisscholen, zeven scholen voor voortgezet onderwijs en één school voor beroepsonderwijs.
Preventie: informatie, advies en lichte ondersteuning Informatie en advies over welzijn, wonen en zorg worden op diverse plaatsen en door verschillende partijen aangeboden. De huidige situatie is onvoldoende duidelijk voor professionals en bewoners. Met de opening van het Centrum voor jeugd en Gezin (CJG) in september 2010 is hier voor jeugd een verbeterslag gemaakt. Het CJG is de centrale plaats waar jongeren, ouders, professionals en vrijwilligers terecht kunnen voor informatie, advies en (lichte) ondersteuning op het gebied van opvoeden en opgroeien. Daarnaast wordt vanuit het CJG de zorg aan jeugd en gezinnen met een complexere problematiek gecoördineerd.
Gezondheid Mensen met een goede gezondheid kunnen makkelijker meedoen in de samenleving en zijn langer zelfredzaam. Een gezonde b evolking heeft dus een hogere (arbeids)participatiegraad. Veel effecten van (chronische) ziekten kunnen worden verminderd of zelfs worden voorkomen door een gezonde leefstijl. Als we kijken naar de belangrijkste risico’s voor de gezondheid (overgewicht, roken, alcohol gebruik, psychische klachten) wijkt de bevolking van LeidschendamVoorburg niet of nauwelijks af van het gemiddelde in de regio, maar algemene trends zijn ook in deze gemeente zichtbaar. Veel mensen zijn te dik en worden gedurende hun leven steeds zwaarder. Een op de vijf ouderen (65+) drinkt teveel en met de vergrijzing neemt het ook aantal inwoners met een chronische ziekte zoals dementie toe. Bijna een op de vijf jeugdigen heeft een indicatie voor psychosociale problematiek.
Het aanbod van alle lichte ondersteuning (preventie) is gericht op het behoud of het herstel van de zelfredzaamheid. Maar we weten niet in hoeverre, met het bestaande aanbod, het beroep op de individuele voorzieningen en de zwaardere (jeugd)zorg ook daadwerkelijk wordt beperkt. Dat is vooralsnog moeilijk vast te stellen. Het bereik van een aantal lokale preventieve voorzieningen voor jeugdigen op het gebied van opvoeden en opgroeien is de afgelopen jaren kleiner geworden. Op zich hoeft dit geen probleem te zijn. Maar in combinatie met de stijgende vraag naar geïndiceerde jeugdzorg verdient dit wel aandacht. Huisartsen hebben een groot bereik en kunnen problemen vaak in een vroeg stadium signaleren. Toch blijkt in de praktijk dat de betrokkenheid van deze beroepsgroep in de (jeugd)zorgketens beperkt is.
Toegankelijkheid Van de vier winkelcentra in Leidschendam-Voorburg zijn de twee grootste goed toegankelijk voor inwoners met een fysieke beper king. De twee kleinere centra zijn niet goed toegankelijk. Er zijn in Leidschendam-Voorburg nauwelijks uitgaansgelegenheden met een invalide WC. Deze ontbreken ook in de openbare ruimte. Ook zijn er in de stad nog onvoldoende geasfalteerde doorgaande fietsroutes. Het is voor mensen met een handbike of scootmobiel, maar ook voor de oudere fietser makkelijker en minder belastend om zich te verplaatsen over asfalt. Geasfalteerde fietsroutes zijn dus van belang voor de toegankelijkheid van de openbare ruimte. Het openbaar vervoer is in theorie vaak wel toegankelijk, maar in de praktijk valt dat tegen. Wel zijn er aanvullende vervoersvoorzieningen voor mensen met een rolstoel. Het toenemende aantal ouderen dat langer zelfstandig wil blijven wonen, zorgt steeds vaker voor knelpunten op het gebied van huisvesting. Er is in de bestaande woningvoorraad een tekort aan levensloopbestendige woningen. Veiligheid Inwoners van Leidschendam-Voorburg voelen zich over het algemeen veilig. In enkele buurten is het gevoel van veiligheid minder. In de Prinsenhof (hoogbouw) is het veiligheidsgevoel het laagst. Dat gegeven correspondeert wel met signalen en ervaringen van politie, maatschappelijke partners en betrokken ambtenaren.
Onveiligheidsgevoelens ontstaan onder andere door de ervaren overlast van jeugd op straat, maar bijvoorbeeld ook door zwerfafval.
RU I M T E VO O R M E N S E N 2 0 2 4 / 2 1
B. Iedereen doet mee Het is voor alle inwoners van belang dat ze, ieder op hun eigen wijze, volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Dat betekent naar school gaan, werken, mensen ontmoeten, of op een andere manier actief zijn. Voor de samenleving als geheel is het belangrijk dat zoveel mogelijk mensen meedoen. Iedereen heeft daarin een eigen verantwoordelijkheid.
‘Ouders ondersteunen en begeleiden hun kinderen op de weg naar volwassenheid en zorgen er samen met de scholen voor dat zij het onderwijs niet zonder startkwalificatie verlaten.’
2 2 / SO C I A L E S T RU C T U U RV I S I E
Ambitie
Elke inwoner van Leidschendam-Voorburg neemt, op zijn of haar eigen wijze, volwaardig deel aan de samenleving. Ouders ondersteunen en begeleiden hun kinderen op de weg naar volwassenheid en zorgen er samen met de scholen voor dat zij het onderwijs niet zonder startkwalificatie verlaten. Opleidingen sluiten aan op de arbeidsmarkt. Als een jeugdige op school of thuis in de problemen dreigt te raken, wordt dat in een vroeg stadium gesignaleerd, zodat de jeugdige en het betrokken gezin tijdig de juiste ondersteuning krijgen. Inwoners die kunnen werken voorzien als het enigszins mogelijk is in hun eigen levensonderhoud. Mensen die niet werken omdat ze dat niet meer hoeven of niet k unnen, houden zo lang mogelijk de regie over hun eigen leven. Zij blijvensociaal actief en verpieteren niet (ongewild) achter de geraniums. Veel van hen zetten zich naar v ermogen in voor de lokale s amenleving en vervullen daarmee een rol van betekenis in het sociale domein. Als mensen informatie, advies of ondersteuning nodig hebben om mee te kunnen (blijven) doen in de samenleving, regelen ze dat zoveel mogelijk zelf. Ze doen daarvoor een beroep op hun eigen sociale netwerk of op één van de maatschappelijke organisaties die daarin een taak hebben.
Iedereen doet mee
RU I M T E VO O R M E N S E N 2 0 2 4 / 2 3
‘Met verreweg de meeste kinderen en jongeren gaat het goed. Deze groep zal zich zonder al te veel problemen ontwikkelen tot gezonde, zelfredzame volwassenen.’
Stand van zaken 2012 Ontwikkelingskansen jeugd Met verreweg de meeste kinderen en jongeren gaat het goed. Deze groep zal zich zonder al te veel problemen ontwikkelen tot gezonde, zelfredzame volwassenen. Het percentage voortijdig schoolverlaters ligt met 3.2 % iets hoger dan het landelijk gemiddelde, maar lager dan het gemiddelde in de regio. In de buurten Prinsenhof (hoogbouw), De Heuvel, Bovenveen, Voorburg Midden en Voorburg Noord woont verhoudingsgewijs veel jeugd met een verhoogd risico om op de weg naar volwassenheid problemen te ondervinden. Dit zijn de kinderen en jongeren die wonen in een eenoudergezin, een gezin met een minimuminkomen, een gezin met een niet-westers allochtone achtergrond of een gezin met laag opgeleide ouders. Kinderen die wonen in gezinnen met een cumulatie van risicofactoren hebben een sterker verhoogd risico op problemen. Werk en Inkomen Het werkeloosheidspercentage in Leidschendam-Voorburg wijkt niet noemenswaardig af van de regio, maar is hoger dan het landelijk gemiddelde. Wel zien we grote verschillen als we de arbeidsparticipatieop wijk- en buurtniveau bekijken. Van het totaal aantal werkzoekenden is 14% jonger dan 27 jaar. Dat percentage ligt hoger dan het gemiddelde in de regio en het land. Meer dan 35 % van de werkloze jongeren heeft geen startkwalificatie.
Dat percentage ligt lager dan het landelijk gemiddelde maar hoger dan het gemiddelde in de regio.
2 4 / SO C I A L E S T RU C T U U RV I S I E
Tot 2010 nam het aantal inwoners dat een aanvraag deed voor schuldhulpverlening af. Vanaf 2010 is er een stijging van het aantal aanvragen. Er is een groep inwoners die te maken heeft (of zal krijgen) met een combinatie van verschillende bezuinigingsmaatregelen. De financiële gevolgen kunnen zo verstrekkend zijn dat ze de participatie van deze inwoners in de weg staan. Werkgelegenheid Er is binnen de gemeentegrenzen weinig werkgelegenheid als we het aantal arbeidsplaatsen afzetten tegen de grootte van de eigen beroepsbevolking. De arbeidsmarkt is regionaal georganiseerd. Veel inwoners zijn hoog opgeleid en hebben er geen problemen mee om te forenzen. Voor laagopgeleiden en mensen met een arbeidsbeperking is dat lastiger. Zij hebben behoefte aan werk dicht bij huis. Er is lokaal op dit moment te weinig werkgelegenheid voor deze groepen. Zelfredzaamheid ouderen (65+) Als we de zelfredzaamheid van onze oudere inwoners vergelijken met de zelfredzaamheid van ouderen uit Rijswijk en Wassenaar zien we geen noemenswaardige verschillen. Het volgende beeld komt naar voren: Een op de tien ouderen heeft moeite om rond te komen. Bijna de helft van de ouderen voelt zich matig tot zeer eenzaam. Een derde van de ouderen heeft één of meer functionele beperkingen (mobiliteit, gehoor, gezicht).
17% heeft een of meer beperkingen als het gaat om persoonlijke verzorging en 70% heeft één of meer beperkingen als het gaat om huishoudelijk werk. Bijna de helft van de ouderen gebruikt internet.
‘Bijna de helft van de ouderen voelt zich matig tot zeer eenzaam.’
RU I M T E VO O R M E N S E N 2 0 2 4 / 2 5
C. De solidaire stad De gemeente vertrouwt en bouwt op de bereidheid van inwoners, organisaties en ondernemers om zich in te zetten voor elkaar en voor de stad. Vrijwilligerswerk, burenhulp, informele zorg en maatschappelijkverantwoord ondernemerschap vormen samen de kurk waar het sociale beleid van de gemeente op drijft. Hoe steviger die kurk, hoe sterker de stad.
‘Inwoners die vanuit hun persoonlijke betrokkenheid zorgen voor een familielidof vriend kunnen rekenen op advies en ondersteuning om overbelasting te voorkomen.’
Vangnet zonder gaten
De solidaire stad
Iedereen doet mee
De basis op orde
2 6 / SO C I A L E S T RU C T U U RV I S I E
Ambitie
Inwoners van Leidschendam-Voorburg voelen zich verantwoordelijk voor zichzelf, hun naasten en hun omgeving. Een grote groep mensen is actief in de buurt of levert als vrijwilliger een waardevolle bijdrage aan het lokale verenigingleven. Buren kennen elkaar en kunnen een beroep op elkaar doen als het nodig is. Onderlinge meningsverschillen lossen ze in goed overleg op en samen met de gemeente zorgen zij ervoor dat hun buurt leefbaar blijft. Inwoners die vanuit hun persoonlijke betrokkenheid zorgen voor een familielidof vriend kunnen rekenen op advies en ondersteuning om overbelasting te voorkomen. De gemeente en andere maatschappelijke organisaties dragen ieder vanuit hun eigen verantwoordelijk heidbij aan het sociale klimaat van de stad. Zij vullen elkaar aan, maken gebruik van elkaars expertise en werken constructief samen als dat nodig is om hun gezamenlijke maatschappelijke doelen te realiseren. Ondernemers zijn betrokken bij de lokale samenleving en geven blijk van deze betrokkenheid door bij te dragen aan maatschappelijke ontwikkelingen als daarmee ook hun bedrijfsbelang is gediend. Lokale werkgevers zorgen er samen voor dat er voldoende reguliere arbeidsplaatsen zijn voor mensen met lage opleidingof een arbeidsbeperking. Ook investeren zij in het arbeidspotentieel van de toekomst door het aanbod van stageplekken en leer-werktrajecten te vergroten.
RU I M T E VO O R M E N S E N 2 0 2 4 / 2 7
‘Bij iedere vraag om ondersteuning zal ook eerst worden nagegaan of die ondersteuning niet binnen het sociale netwerk van de aanvrager geboden kan worden.’
De stand van zaken 2012 Betrokkenheid bij de buurt Inwoners voelen zich over het algemeen redelijk betrokken bij de buurt. Meer dan de helft van alle inwoners geeft aan bij ziekte hulp uit de buurt te kunnen krijgen. In de buurten Prinsenhof (hoogbouw), Voorburg Noord, Bovenveen en de Heuvel zijn de bewoners minder betrokken. Deze buurten scoren op de verschillende aspecten van leefbaarheid ook lager dan andere buurten. Vrijwillige inzet Vergeleken met andere gemeentes in de regio scoort LeidschendamVoorburg gemiddeld op vrijwillige inzet. De toename van het aantal 65 plussers in de komende jaren biedt mogelijkheden om de vrijwillige inzet te vergroten. Informele zorg Circa 22% van de vrijwilligers is werkzaam in de sector zorg en welzijn en ongeveer een kwart van de totale bevolking van LeidschendamVoorburg is mantelzorger. Het percentage mantelzorgers is vergelijk baar met andere gemeenten in de regio. Er zijn diverse maatschappelijke ontwikkelingen die de vraag naar mantelzorg zullen vergroten. De vergrijzing is op zichzelf zo’n ontwikkeling. Maar ook de trend dat ouderen en mensen met een beperking langer zelfstandig (willen) blijven wonen. Daarnaast zullen de invoering van eigen bijdragen, de decentralisatie van de AWBZ begeleiding en andere bezuinigingen in
2 8 / SO C I A L E S T RU C T U U RV I S I E
de zorg ook zorgen voor meer druk op mantelzorgers. Bij iedere vraag om ondersteuning zal ook eerst worden nagegaan of die ondersteuningniet binnen het sociale netwerk van de aanvrager geboden kan worden. De toenemende vraag naar en druk op mantelzorgers is een punt van zorg. Maatschappelijk verantwoord ondernemen/arbeidsmarkt Inwoners met lage opleiding of een arbeidsbeperking hebben behoefte aan werk dicht bij huis. Op dit moment is er voor deze groep lokaal onvoldoende werk waardoor het arbeidspotentieel van deze mensen niet maximaal kan worden ingezet. Jongeren hebben behoefte aan stageplekken en duale trajecten om hun kansen op de arbeidsmart kunnen vergroten. Binnen een aantal jaar zal de arbeidsmarkt krapper worden. Dan zal de vraag naar arbeid dus groter zijn dan het aanbod. De gemeente kan zich niet permitteren om mensen die kunnen werken aan de kant te laten staan, maar het is ook in het belang van de lokale werkgevers om nu te investeren in het arbeidspotentieel van de toekomst.
‘Inwoners met lage opleiding of een arbeidsbeperking hebben behoefte aan werk dicht bij huis.’
RU I M T E VO O R M E N S E N 2 0 2 4 / 2 9
D. Een vangnet zonder gaten Inwoners en gezinnen die het op eigen kracht, of met hulp uit hun omgeving niet redden, vallen niet tussen de wal en het schip. De gemeente zorgt dat deze mensen de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben om mee te kunnen blijven doen in de samenleving.
Ambitie
Inwoners die het op eigen kracht of met hulp uit hun omgeving niet redden, kunnen rekenen op advies en ondersteuning. De hulp die de gemeente biedt is in principe tijdelijk en in de eerste plaats gericht op het herstel van de zelfredzaamheid van het individu of, indien van toepassing, het betrokken gezin. Sommige inwoners hebben langdurige ondersteuning of zorg nodig om mee te kunnen blijven doen in de samenleving. De gemeente zorgt dat deze inwoners en hun gezinnen de ondersteuning of zorg krijgen die in hun specifieke situatie nodig is om hun zelfredzaamheid te ondersteunen.
Vangnet zonder gaten
‘De zorg voor de meest kwetsbare inwonersdie zelf geen hulp (kunnen) zoeken, pakt de g emeente actief op.’
De solidaire stad
Iedereen doet mee
De basis op orde
3 0 / SO C I A L E S T RU C T U U RV I S I E
De zorg voor de meest kwetsbare inwoners die zelf geen hulp (kunnen) zoeken, pakt de gemeente actief op. De gemeente levert maatwerk. Maatwerk leveren betekent inspelen op de vraag, deze zo nodig verhelderen en het aanbod zo formuleren dat het doelmatig is. Dit gebeurt altijd in overleg met de cliënt, waarbij zijn of haar eigen kracht het uitgangspunt is en de (gezins)situatie in kaart wordt gebracht.Het antwoord op de hulpvraag wordt eerst gezocht in de naaste omgeving van de cliënt of binnen het aanbod van de algemene en preventieve voorzieningen. Pas als de oplossing daar niet wordt gevonden, kan de cliënt in aanmerking komen voor een individuele voorziening.
RU I M T E VO O R M E N S E N 2 0 2 4 / 3 1
‘De afgelopen jaren zijn de zorgkostenper inwoner toegenomen. Het is de verwachting dat deze trend de komende 12 jaar doorzet.’
Stand van zaken 2012 Groeiende vraag naar zorg • WMO Leidschendam-Voorburg is een sterk vergrijsde gemeente waarvan op dit moment 10% van de inwoners de leeftijd van 75 heeft bereikt. De gemiddelde leeftijd van inwoners die een beroep doen op ondersteuning in het kader van de Wmo is 72 jaar en 75% van de mensen die ondersteuning nodig heeft is 65 plusser. In de wijken Prinsenhof, Leidschendam-Zuid en Duivenvoorde wordt er verhoudingsgewijs een groot beroep op ondersteuning gedaan. In deze wijken wonen veel ouderen. In de afgelopen jaren zijn de zorgkosten per inwoner toegenomen en het is de verwachting dat deze trend de komende 12 jaar doorzet. • Geïndiceerde jeugdzorg De afgelopen jaren is de vraag naar de zwaardere jeugdzorg toegenomen. Daar liggen een aantal ontwikkelingen aan ten grondslag. - Een lagere acceptatie van risico’s en afwijkend gedrag; - Een verbeterde signalering; - Onvoldoende eerstelijnszorg (preventie); - Multiproblematiek en zorgmijders; - Medicalisering;
3 2 / SO C I A L E S T RU C T U U RV I S I E
- Sterkere roep om verantwoording (bureaucratisering) De decentralisatie van de jeugdzorg naar gemeente zal ertoe moeten leiden dat er een effectiever en efficiënter stelsel ontstaat. Daarnaast zullen we als samenleving (weer) beter moeten leren omgaan met afwijkingen, verschillen en risico’s. • AWBZ Het landelijke beeld is dat het beroep op de AWBZ steeds groter wordt. Dit is één van de belangrijkste aanleidingen voor de decentralisatie van de extramurale begeleiding, want men gaat ervan uit dat de gemeente deze taken effectiever en efficiënter kan uitvoeren. De decentralisatie zal dan ook gepaard gaan met een efficiencykortingvan 5%. Na de val van het kabinet Rutte is de invoering van deze decentralisatie uitgesteld. Dit geeft de gemeente iets meer tijd om de transitie voor te bereiden. Complexiteit van de zorg Er zijn zoveel aanbieders van (lichte) ondersteuning, hulp en zorg dat het zelfs voor professionals moeilijk is om het overzicht te bewaren. Er is sprake van een versnipperde verantwoordelijkheid en handelingsverlegenheid bij professionals. Dit komt de slagkracht in de (jeugd) zorgketen(s) niet ten goede. Innovatie in de zorg Het vernieuwen van de zorg zal de komende jaren steeds belangrijker worden. Bij innovaties kan worden gedacht aan het gebruik van hulpmiddelen (tilliften, scootmobielen), technologie (domotica, zorg
op afstand) en nieuwe technieken. Maar ook het anders en slimmer organiseren van het werk valt onder innovatie. Op dit moment wordt er in Leidschendam-Voorburg nog niet veel gebruik gemaakt van innovatieve oplossingen in de zorg. De gemeente is een groot voorstander van innovatie in het sociale domein. Zij zal innovatieve oplossingen omarmen daar waar het een positieve werking heeft op de zelfredzaamheid van de inwoners (digitalisering, sociale media enz.). Groepen inwoners met een verhoogd risico op het verlies van zelfredzaamheid Het is een gegeven dat sommige inwoners (tijdelijk) een beperkte mogelijkheid hebben om de regie en verantwoordelijkheid over hun eigen leven en hun maatschappelijk functioneren te dragen. Door deze (tijdelijke) beperking van hun zelfredzaamheid, lopen zij het risico om uiteindelijk in persoonlijke problemen of in een maatschappelijkisolement te raken. Deze groep kwetsbare inwoners kan ondersteuning nodig hebben om te gaan meedoen of is gebaat bij ondersteuning om langer te kunnen meedoen. • 75-plussers Inwoners van 75 jaar en ouder hebben een verhoogd risico op verlies van hun zelfredzaamheid. Ongeveer 10% van de inwoners is 75 jaar of ouder. Het is de verwachting dat dit percentage toeneemt tot 12.6% in 2025 en 15% in 2040. (Primos prognose). • Minima Mensen met een minimum inkomen kunnen minder makkelijk
meedoen in de samenleving. Voor de inwoners met de laagste inkomens zijn er voorzieningen zoals de bijzondere bijstand en categoriale regelingen, maar deze mogelijkheden zijn niet altijd bekend bij de doelgroep. In Leidschendam-Voorburg zijn ongeveer 3000 huishoudens die van een minimum inkomen moeten rondkomen. • Inwoners van 18 jaar en ouder met een beperking door een chronische ziekte, een lichamelijke of verstandelijke handicap of psychiatrische problematiek Op 1 juli 2011 waren er 3.123 inwoners met een Awbz indicatie in verband met een chronische ziekte, een lichamelijke of verstandelijkehandicap of psychiatrische problematiek. De zorg voor deze groep inwoners blijft vooralsnog een landelijke verantwoordelijkheid en wordt gefinancierd binnen de Awbz. • Inwoners (18+) met een indicatie voor extramurale begeleiding (Awbz) Leidschendam-Voorburg heeft 770 inwoners van 18 jaar en ouder met een Awbz indicatie voor extramurale begeleiding. Deze taak wordt vanaf 2013 belegd bij de gemeente. • Kinderen/jongeren (0-17) in jeugdzorg en jeugd GGZ In 2010 waren er in Leidschendam-Voorburg 298 kinderen/ jongeren met een jeugdzorgindicatie (vrijwillig kader), 144 met een jeugdzorgindicatie (gedwongen kader) en 77 kinderen met een Awbz indicatie in verband met een licht verstandelijke handicap. 540 jeugdigenvan 0-23 jaar werden behandeld in de jeugd-GGZ.
RU I M T E VO O R M E N S E N 2 0 2 4 / 3 3
‘Binnen de gemeentelijke organisatie wordt nu nog vanuit verschillende beleidsmatige en financiële kaders gewerkt. Deze verkokerde werkwijze is niet meer effectief en efficiënt.’
• Zorgwekkende zorgmijders Het aantal zorgwekkende zorgmijders is in Leidschendam-Voorburg groter dan in omliggende gemeenten. De kans bestaat dat deze groep groter wordt door de invoering van de eigen bijdrage in de zwaardere geestelijke gezondheidszorg. • Ex-gedetineerden Ongeveer 105 inwoners gaan jaarlijks in en uit detentie, waarvan een aantal meerdere keren per jaar. Veel van hen vallen na hun detentie terug in strafbaar gedrag. Recidive is een belangrijke bron van overlasten onveiligheid. Het brengt ook hoge kosten met zich mee voor burgers, overheden en maatschappelijke instellingen. De gemeente heeft de taak om sluitende nazorg te organiseren. • Slachtoffers en daders van geweld in afhankelijkheidsrelaties De nieuwe benaming voor huiselijk geweld is: Geweld in afhankelijkheidsrelaties (GIA). Dat geeft aan dat geweld niet alleen in huiselijke kring maar ook in bijvoorbeeld verpleeg- en verzorgingstehuizen kan plaatsvinden. In 2011 waren er 85 meldingen van GIA bij de politie en het steunpunt huiselijk geweld. • Overlastgevende/criminele jeugd De reguliere preventieve- en repressieve aanpak van overlastgevende/criminele jeugd is voor een deel van deze doelgroep onvoldoende e ffectief gebleken. Om deze 80 tot 100 jongeren in het gareel te krijgenen te houden is de ketenaanpak JORP (jeugd op het rechte pad) gestart. Binnen de aanpak van JORP is soms sprake
3 4 / SO C I A L E S T RU C T U U RV I S I E
is van preventie en soms van drang/dwang. Een belangrijk deel van de JORP doelgroep bestaat uit LVG-jongeren (Licht Verstandelijk Gehandicapten). Huidige werkwijze gemeente: Binnen de gemeentelijke organisatie wordt nu nog vanuit verschillende beleidsmatige en financiële kaders gewerkt. Deze verkokerde werkwijze is niet meer effectief en efficiënt. Met het ontwikkelen van een gezamenlijke sociale visie en een gemeenschappelijk kader is de basis gelegd voor een nieuwe ‘gekantelde’ werkwijze.
‘Leidschendam-Voorburg heeft 770 inwoners van 18 jaar en ouder met een Awbz indicatie voor extramurale begeleiding.’
RU I M T E VO O R M E N S E N 2 0 2 4 / 3 5
Nawoord
Onlangs heeft de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg de Sociale Structuurvisie ‘Ruimte voor Mensen 2024’ vastgesteld. Als wethouder voor werk en inkomen, zorg, welzijn en sport ben ik hier erg blij mee. Met deze sociale structuurvisie hebben we de kaders bepaald voor de invulling van de sociale taken van de gemeente voor de komende periodes. Daarmee kunnen we meer samenhang brengen in het sociale beleid, maar ook de keuzes bepalen die we moeten maken. Dat is van belang, omdat de gemeente de komende jaren van het rijk veel meer verantwoordelijkheden krijgt op het gebied van arbeid, maatschappelijke ondersteuning en zorg. Terwijl de financiële middelen die daarvoor beschikbaar zijn fors zullen dalen. Op deze nieuwe taken zullen we ons als gemeente goed moeten voorbereiden. Het gaat er daarbij niet alleen om goede zorg te kunnen bieden aan de kwetsbaarste inwoners van onze gemeente. Ook moeten we blijven investeren in preventie en in goede algemene voorzieningen. Alleen dan kunnen onze inwoners langer zelfstandig en gezond blijven wonen en meedoen in de samenleving. Met meer taken en minder middelen, ontkomen we er niet aan om voor de sociale leefbaarheid in onze gemeente een groter beroep te doen op de ‘kracht’ van onze lokale samenleving. Op de sociale verbanden in onze gemeente, op vrijwilligersorganisaties en op initiatieven van burgers.
Maar het betekent ook dat we als gemeenteonze dienstverlening op een andere manier zullen moeten organiseren.En dat we de rol van de gemeente als opdrachtgeveren samenwerkingspartner van allerlei professionele
3 6 / SO C I A L E S T RU C T U U RV I S I E
uitvoeringsorganisatiesop de arbeidsmarkt en in zorg en welzijn, opnieuw scherper in moeten vullen. Samen met onze maatschappelijke partners zullen we de komende jaren hard blijven werken aan de sociale kwaliteit en maatschappelijke dienstverlening van Leidschendam-Voorburg. De Sociale Structuurvisie ‘Ruimte voor Mensen 2024’ is daarbij onze leidraad.
‘Ruimte voor Mensen 2024’
Gregor Rensen, wethouder werk en inkomen, zorg, welzijn en sport
Colofon Uitgave van: Gemeente Leidschendam-Voorburg Beeld: Hollandse Hoogte Charles Groeneveld, pagina 14 Ot Douwes, pagina 16 Norbert Waalboer, pagina 36 Vormgeving: Manon Engbers / Jongma Ontwerpers
RU I M T E VO O R M E N S E N 2 0 2 4 / 3 7