CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2573-53 Bijlage 50 toelichting, Sociaal Kompas.pdf

Raadsvergadering 22 februari 2022, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: Vaststellen bestemmingsplan Stedelijk.27.821 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Samenvatting Sociaal Kompas

Koers 1.1. Meer jeugd groeit op in een veilige omgeving Ieder kind heeft recht op een veilige omgeving om ongestoord te kunnen opgroeien. Dit is de basis voor een kind om zich optimaal te ontwikkelen en op te groeien tot een zelfredzame inwoner die positief bijdraagt aan de samenleving. Om dat te bereiken is er voor kinderen en jongeren een kansrijke, veilige en gezonde situatie nodig in en om het gezin. Opvoedondersteuning, jongerenwerk en jeugdhulp dragen daar aan bij, net als veilige speelplekken en veilige wijken waar overlast wordt tegengegaan. Er ligt een focus op preventie, vroegtijdig signaleren en zorgen voor een effectief hulpaanbod dat het probleemoplossend vermogen versterkt en kinderen daar waar het kan thuis laat opgroeien. Ouders zijn primair verantwoordelijk. Daarnaast is er een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een veilige omgeving om op te groeien in de keten tussen ouders, informeel sociaal netwerk en professionals, zoals onderwijs, zorg en politie.

Koers 1.2. Inwoners ontdekken en ontwikkelen hun talenten en vaardigheden Door te investeren in talenten en vaardigheden kunnen inwoners het beste uit zichzelf halen. Dit versterkt niet alleen welzijn en eigenwaarde, maar zorgt ook dat inwoners competenties verwerven waarmee ze actief kunnen zijn in de samenleving op een manier die bij hen past. Er zijn voldoende mogelijkheden nodig om (van elkaar) te leren. Belemmeringen moeten waar mogelijk weggenomen worden, zodat alle inwoners in staat worden gesteld om te ontwikkelen. Dat begint al op jonge leeftijd met aandacht voor voor- en vroegschoolse educatie en brede scholen met een focus op brede talentontwikkeling. Het blijft ook op latere leeftijd gelden met bijvoorbeeld aandacht voor laaggeletterdheid, een aansprekend aanbod van kunst en cultuur, een eigentijdse bibliotheekfunctie en educatieve cursussen gericht op ‘21st century skills’.

Koers 1.3. Inwoners bereiken het voor hen best passende opleidingsniveau Inwoners die het best passende opleidingsniveau binnen hun capaciteiten bereiken, kunnen daarmee een goede positie verwerven op de arbeidsmarkt . Daarvoor worden stimuleringsmaatregelen genomen, naast de maatregelen op het gebied van handhaving van de leerplicht. Het lokale onderwijsbeleid speelt hier een belangrijke rol, met aandacht voor onder andere onderwijsachterstanden, passend onderwijs en praktijkonderwijs. Centraal staat de samenwerking tussen diverse partners, het zorgdragen voor een goede doorgaande leerlijn en duurzaamheid.

Koers 1.4. Meer jongeren zijn goed voorbereid op de arbeidsmarkt. Een goede voorbereiding op de arbeidsmarkt vergroot de kansen op werkgelegenheid. Door jongeren bekend te maken met de mogelijkheden op de arbeidsmarkt en te ondersteunen in de stap van onderwijs naar arbeidsmarkt, wordt voorkomen dat jongeren na afronding van school werkloos thuis zitten. Daarbij is er aandacht voor het creëren van stage- en werkervaringsplekken voor jongeren, zodat zij werkervaring kunnen opdoen en op die manier instromen op de arbeidsmarkt.

Koers 1.5. Meer inwoners met een gezonde leefstijl Een gezonde leefstijl draagt bij aan een goede participatie en zelfredzaamheid van inwoners. Een gezonde leefstijl begint op jonge leeftijd en is ook op latere leeftijd van groot belang. Centraal staat vroegtijdige signalering bij ongezonde leefstijl, kennisdeling over gezonde leefstijl en het optimaal benutten van de openbare ruimte en spotfaciliteiten.

Koers 2.1. Meer mensen redden zich zonder individuele ondersteuning van de gemeente Een streven is dat een zo groot mogelijke groep inwoners in staat is om zijn/haar eigen leven te leiden zonder individuele (intensieve) gemeentelijke zorg en ondersteuning. Zelfstandigheid vergroot de eigenwaarde. Dit betekent niet dat inwoners op zichzelf zijn aangewezen, integendeel! Er wordt fors ingezet op sterke sociale netwerken en een goed aanbod van algemene voorzieningen zoals ontmoetingsplekken, cursussen en lichtere hulp zoals algemeen maatschappelijk werk en cliëntondersteuning die zonder besluit van de gemeente toegankelijk is. Daarbij is er oog voor dat voorzieningen gemakkelijk zijn te vinden en meerdere groepen en meerdere doelen tegelijk dient. Laagdrempelige ondersteuning in een vroeg stadium kan verergering van problemen voorkomen en ervoor zorgen dat mensen zichzelf kunnen blijven redden. Wat voor de een geschikt is, is voor een ander niet mogelijk. Er zullen altijd inwoners zijn die (tijdelijk of permanent) wél individuele voorzieningen nodig hebben. Voor die inwoners blijft het streven om snel de juiste hulp toe te kennen en effectieve ondersteuning te bieden (koers 4). Extra aandacht is er ook voor ondersteuning van mantelzorgers, met overbelasting als aandachtspunt.

Koers 2.2. Meer mensen kunnen zich financieel beter redden. Financiële zelfredzaamheid draagt bij aan participatie en welbevinden. Niet iedereen is in staat om altijd in zijn of haar levensonderhoud te voorzien. De gemeente ondersteunt indien nodig inwoners (tijdelijk) met een inkomensvoorziening op maat. De ondersteuning is gericht op het voorkomen van armoede en het realiseren van een financieel stabiele situatie voor de toekomst. Een financieel stabiele situatie is vaak een basisvoorwaarde voor het succes van andere zorg en ondersteuningstrajecten, daarom moet de toegang tot schuldhulpverlening geen drempel vormen. Schuldhulpverlening gaat uit van een integrale aanpak op meerdere leefdomeinen met een duurzaam effect, met de schuldenaar als probleemeigenaar. Door vroege signalering, preventie en nazorg wordt het (opnieuw) ontstaan of verergeren van schulden zoveel mogelijk voorkomen. Andere pijlers zijn stabilisatie en het oplossen van schulden. Het gebruik van minimaregelingen wordt gestimuleerd. Extra aandacht is er voor onevenredig hoge kosten door een stapeling van eigen bijdrage en voor gezinnen met kinderen, om te voorkomen dat jongeren en kinderen in armoede opgroeien.

Koers 2.3. Meer inwoners zijn aan het werk, bij voorkeur op een reguliere werkplek. Betaald werk is niet alleen van belang om in het eigen levensonderhoud te voorzien, maar draagt ook bij aan persoonlijke ontwikkeling, maatschappelijke betrokkenheid en sociale contacten. De

activiteiten in koers 2.3 zijn erop gericht zoveel mogelijk mensen aan het werk te krijgen bij een reguliere werkgever. Daarbij is er extra aandacht voor personen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Blijkt een werkplek bij een reguliere werkgever niet mogelijk dan wordt er gezocht naar een passend alternatief zoals beschut werk, zodat iedereen mee kan doen in de maatschappij.

Koers 2.4: Meer mensen zijn in staat (begeleid en langer) zelfstandig te wonen De trend is dat inwoners steeds langer thuis blijven wonen. Door de toenemende levensverwachting, innovatie in de zorg en de vergrijzing verandert de zorgvraag en neemt deze ook toe. Ouderen kiezen minder snel voor een verpleeg- of verzorgingshuis, waardoor de zwaardere zorg aan huis stijgt. Ook extramuralisering van zorg, gestimuleerd door de rijksoverheid, beïnvloedt de locatie waar mensen zorg ontvangen. Om dit alles mogelijk te maken zijn uiteenlopende inspanningen noodzakelijk variërend van het verstrekken van informatie over bijvoorbeeld leeftijdsbestendig wonen en het optimaliseren van het woonaanbod. Hieronder valt o.a. het stimuleren van de toegankelijkheid van (nieuwe) woningen en woonvormen en gerichte toewijzing en goede doorstroming binnen de huursector. Ook hulp en ondersteuning leveren een bijdrage aan het langer thuis kunnen blijven wonen.

Koers 2.5. Meer mensen zijn maatschappelijk zelfredzaam Het is belangrijk dat iedereen volwaardig kan meedoen in de maatschappij. Sommige inwoners hebben hier een beetje ondersteuning bij nodig. Aan inwoners die dit nodig hebben, biedt de gemeente passende ondersteuning. Door informatie te verstrekken over de mogelijkheden voor ondersteuning wordt ingezet op het vergoten van de bekendheid van het ondersteuningsaanbod, zodat professionals en mensen die dat nodig hebben de weg naar deze extra ondersteuning weten te vinden. Voor de organisatie van dagbesteding wordt aangesloten bij beschikbare locaties in de wijk. Op deze manier wordt efficiënt en zo dichtbij mogelijk ondersteuning geboden. Met het aanbieden van doelgroepenvervoer wordt aan kwetsbare inwoners tegelijkertijd mobiliteit geboden. Daarnaast is huishoudelijke ondersteuning en respijtzorg beschikbaar gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid.

Koers 3.1. Meer inwoners voelen zich betrokken bij elkaar, buurt en/of de gemeente Een sterke sociale cohesie en civil society vergoot de zelfredzaamheid van inwoners. Het bundelen van krachten in de maatschappij vergroot de gezamenlijke draagkracht. De gemeente biedt hiertoe de ruimte. De inbreng van inwoners en professionals op beleidsmatig niveau wordt meegenomen. Lokale burgerinitiatieven worden ondersteund en gefaciliteerd. Vraag en beschikbaar aanbod wordt samengebracht.

Koers 3.2. Er is ruimte voor verschillen Hoewel Nederland bekend staat als een tolerant land blijft acceptatie van specifieke groepen achter. Leidschendam-Voorburg streeft er juist naar om voor al haar inwoners een solidaire en inclusieve gemeente te zijn. Dit betekent dat iedere inwoner van Leidschendam-Voorburg maximaal moet kunnen participeren, ongeacht geslacht, leeftijd, geaardheid, geestelijke en/of fysieke belemmering, religie of afkomst. Hier wordt op ingezet met goede voorlichting aan de groepen zelf over

voorzieningen, het daadwerkelijk creëren van veilige ontmoetingsplekken om van elkaar te leren en voorlichting aan meerdere groepen om discriminatie tegen te gaan (bijvoorbeeld met voorlichting en een meldpunt discriminatie).

Koers 3.3. Minder inwoners ervaren belemmeringen mee te doen in de samenleving Iedereen moet kunnen meedoen. Daarom is het nodig dat er voorziening zijn die belemmeringen verminderen. Het gaat dan om voorzieningen op het gebied fysieke toegankelijkheid, maar ook digitale informatievoorziening, het bevorderen van de participatie van minderheden en inwoners met een beperking, en het verlagen van financiële drempels voor deelname aan sociale, culturele, educatieve en sportieve activiteiten.

Koers 4.1. Kwalitatief goede en rechtmatige hulp De gemeente vindt het belangrijk om publieke belangen zoals kwaliteit (waaronder veiligheid, doelmatigheid, en cliëntgerichtheid) en rechtmatigheid van de ingezette hulp in het sociaal domein goed te borgen. Hiervoor heeft de gemeente diverse sturingsmogelijkheden, zoals het toezichthouderschap voor de Wmo en de kinderdagverblijven. Ook handhaving, privacy afspraken en de toepassing van methodieken, zoals normgericht werken en de plan-do-check-act systematiek, kunnen de publieke belangen helpen borgen. De ervaring en het perspectief van de inwoners staat centraal bij het beoordelen en verbeteren van de kwaliteit. Mocht er toch een incident of calamiteit in het sociaal domein plaatsvinden dan is het van belang om adequaat te handelen door het inzetten van het calamiteitenprotocol.

Koers 4.2. Snelle, klantvriendelijke toeleiding naar juiste hulp Wanneer wordt gesignaleerd dat een inwoner behoefte heeft aan ondersteuning is het zaak om op snelle en klantvriendelijke wijze toegang te verschaffen tot deze ondersteuning. In de toegang staat de inwoner centraal. Het streven is dat de inwoner niet van het kastje naar de muur wordt gestuurd en in de regel maar één keer het verhaal hoeft te doen. Speciale aandacht is er voor de toeleiding van zorgmijders die zelf de weg naar de zorg niet kunnen of willen vinden. Het gesprek met de inwoner over het ondersteuningsplan is een belangrijk onderdeel bij de toeleiding naar de juiste hulp. Snel maatwerk leveren en doelgericht handelen is het streven, ook in geval van spoed. De dienstverlening door de professionals in de toegang stopt echter niet na opstellen van het ondersteuningsplan: er is sprake van warme overdracht aan de zorgverleners en nazorg. De regie op de uitvoering van het ondersteuningsplan is een verantwoordelijkheid van de cliënt of zijn of haar vertegenwoordiger. Mocht de cliënt, eventueel met ondersteuning, onvoldoende in staat zijn om zelf de regie te voeren dan kan de Lokale Kamer (team Veiligheid en Zorg) van de gemeente dit overnemen.

Koers 4.3. Effectieve ondersteuning, licht waar mogelijk, zwaar waar nodig Deze koers gaat over de zware geïndiceerde zorg voor de top 5 tot 10% van de inwoners die zorg nodig heeft. Deze effectieve ondersteuning bestaat uit een gevarieerd en flexibel aanbod van individuele ondersteuning. De individuele ondersteuning wordt samengebracht in een arrangement dat is afgestemd op de behoeften van de cliënt en zijn of haar mantelzorger. De ondersteuning is

erop gericht om cliënten in de thuissituatie te ondersteunen of om een vangnet met opvang of crisisvoorzieningen te bieden aan cliënten met complexe of zware problematiek. Ook het gedwongen kader van de jeugdzorg valt onder deze koers. Streven is waar mogelijk een beweging op gang te brengen van zwaar naar middel naar licht zorg. Dit kan onder andere door resultaatgericht en efficiënt (samen) te werken via het principe ‘1 huishouden, 1 plan, 1 regisseur’. Andere randvoorwaarden voor effectieve zorg zijn regionale inkoop (op onderdelen), innovatie en zorgcontinuïteit voor bijvoorbeeld jongeren die de leeftijd van 18 jaar bereiken.

Op reis met het Sociaal Kompas ADVERTENTIE Gevraagd: kompas. Betrouwbaar kompas om mee te navigeren in het woud van het sociale domein. Geschikt voor een reis van 4 jaar. Praktisch in gebruik, doelgericht, weersbestendig en moet tegen een stootje kunnen. Door groepen personen te gebruiken voor een breed terrein in het sociale domein. Moet stimuleren om zelf op ontdekking te gaan en buiten gebaande paden te treden. Problemen van diverse aard helpen voorkomen, en als dat nodig is zorgen voor passende hulp om weer op koers te raken en het (eind)doel te bereiken.

1. Aanleiding Kompas gevraagd Op reis Het stelsel voor zorg en ondersteuning in Nederland verandert regelmatig. Nieuwe wetten en regels, praktijkervaring en innovaties uit het werkveld vragen om aanpassingsvermogen. Dat maakt het weinig effectief om steeds één en dezelfde positie in te blijven nemen in het beleid. Beter is het om mee te reizen met de ontwikkeling die het sociaal domein doormaakt. Maar hoe doe je dat? Een kompas dat helpt navigeren tijdens de reis is essentieel. Aanleiding voor vertrek Sinds 2015 hebben gemeenten nieuwe taken en verantwoordelijkheden op het terrein van jeugd, zorg en arbeidsparticipatie. In 2014 zijn beleidsplannen sociaal domein voor 2015-2016 vastgesteld. De focus lag destijds op de transitie van gedecentraliseerde taken en op de zorgcontinuïteit voor inwoners. Op grond van de Wmo 2015 en de Jeugdwet is de gemeenteraad verplicht om periodiek een beleidsplan vast te stellen. Het huidige transitie beleidsplan loopt af. Deze nieuwe taken vragen om een fundamentele verandering van gemeenten. Een transformatie in de aanpak van vraagstukken, in de manier van werken en in de rol van de gemeente. Dit gaat hand in hand met een verandering in denken, werken, cultuur en gedrag. Niet alleen bij de gemeente, ook bij zorgleveranciers, maatschappelijke partners en inwoners.

De verankering van beleid in een Sociaal Kompas biedt ruimte om deze verandering vorm te geven. Met een heldere koers die enkele jaren mee kan. Er zijn al grote stappen gezet. De gemeente besteedt aandacht aan de verbetering van de ondersteuning aan inwoners: effectiever, sneller en beter op elkaar afgestemd. Zo wordt zorg bijvoorbeeld gecoördineerd aangeboden voor huishoudens met meerdere complexe problemen.

Wat moet het Sociaal Kompas kunnen? In de bijgevoegde advertentie is samengevat waar behoefte aan is en waar het Sociaal Kompas in tegemoet moet komen. Hierin staat onder andere dat het nodig is om beleid goed op elkaar af te stemmen. Daarvoor is het noodzakelijk om het brede sociaal domein in samenhang te bezien. Dat betekent een integrale aanpak met ondersteuning op meerdere leefgebieden die elkaar beïnvloeden, zoals wonen, werk, onderwijs, gezondheid, cultuur, sport, zorg en financiën. Daarnaast is een duidelijke koppeling van beleid aan maatschappelijke doelen gevraagd om het eindresultaat voor de inwoner voorop te stellen.

1. Wat is het Sociaal Kompas Het Sociaal Kompas is een beleidsplan. Het bevat beleidsbepalingen die tot en met 2020 richting geven aan de uitvoering van gemeentelijke taken in het gehele sociaal domein van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Het is een kapstok die de onderlinge samenhang tussen beleidsterreinen weergeeft en afzonderlijke voorstellen helpt plaatsen in een groter geheel. Het Sociaal Kompas geeft antwoord op de vraag wat bijdraagt aan het behalen van maatschappelijke doelen. Het beschrijft de doelen en vraagstukken die specifiek in onze gemeente aan de orde zijn en de oplossingsrichtingen waar de gemeente en lokale partners belang aan hechten. Anders dan in voorgaande jaren is gekozen voor één integrale, domein overstijgende aanpak. Daarnaast is er, waar dit elkaar kan versterken, ook een link gelegd met het fysieke domein, zoals bij inspanningen op het terrein van wonen en duurzaamheid. In het Sociaal Kompas komen veel waardevolle elementen terug die ook in eerder beleid zijn verwerkt. Het meeste is niet nieuw. De transformatie zal voornamelijk vorm krijgen door het realiseren van slimme en praktische koppelingen binnen het sociaal domein. De veranderingen in beleid zijn dan ook aanscherpingen; subtieler dan voorheen, maar daardoor niet minder belangrijk. Het Sociaal Kompas behandelt thema’s op hoofdzaken vanwege de wens om niet alles ‘dicht te regelen’.

Dit plan biedt een set (niet uitputtende) inspanningen om op koers te blijven. Gemeente en partners gebruiken het Sociaal Kompas als leidraad voor de uitvoering, dat ervoor zorgt dat steeds het maatschappelijk doel voor ogen blijft. Als een thema niet is genoemd wil dit niet zeggen dat er helemaal geen aandacht voor is in het sociale beleid. Het is alleen niet aangemerkt als koersbepalend voor de komende vier jaar. Het Sociaal Kompas is geen uitvoeringsplan en bevat dan ook geen hele concrete voorstellen. Voor sommige thema’s kan een concrete beleidsuitwerking wenselijk of al voorhanden zijn. Dat geldt voor onderwerpen als gezondheid, onderwijs en schuldhulpverlening. Met het Sociaal Kompas worden geen verordeningen ter vaststelling voorgelegd. Verordeningen zijn een verdere uitwerking van beleid uit een beleidsplan. Het is ook geen afvinklijst met SMART acties. Daarvoor kan een uitwerking in plannen van aanpak nodig zijn van gemeente en diverse partners. Het Sociaal Kompas laat bewust ruimte aan professionals. Ruimte die nodig is om in de dagelijkse uitvoeringspraktijk samen stappen te zetten en te bepalen hoe de uitwerking er het beste uit kan zien, wie wat doet en op welk moment.

2. Het Sociaal Kompas als navigatie-instrument Maatschappelijke doelen als bestemming Een kompas wordt gebruikt om te navigeren naar een eindbestemming. Bij het Sociaal Kompas zijn dat de hoofdinspanningen met maatschappelijke doelen. Om inwoners goed te ondersteunen is bij elk initiatief een duidelijke koppeling met het doel van zorg en ondersteuning gewenst. Er is voor gekozen om maatschappelijke doelen als basis te nemen voor het ontwikkelen van beleid. Het Sociaal Kompas hanteert de doelen uit de Monitor Sociaal Domein, ook wel: Doelenboom. Dit instrument is op verzoek van de gemeenteraad in 2015 tot stand gekomen. Elk maatschappelijk doel vertelt wat de gemeente samen met partners wil bereiken voor inwoners van Leidschendam-Voorburg. Er zijn vier hoofdinspanningen geformuleerd die samen bijdragen aan “Meetellen en Meedoen”. Deze hoofdinspanningen corresponderen op hoofdlijnen met de vier hoofdopgaven van de sociale structuurvisie ‘Ruimte voor Mensen 2024’. Onder de hoofdinspanningen zijn 16 maatschappelijke doelen benoemd, die het brede spectrum van het sociale domein beslaan. Doelen uit diverse beleidsplannen zijn nu samengebracht en op maatschappelijk effectniveau geformuleerd. Dit biedt informatie om als raad invulling te geven aan de kaderstellende rol, met focus op maatschappelijke effecten.

Daarnaast helpt het de gemeentelijke organisatie en maatschappelijke partners met een duidelijk gezamenlijk kader om vanuit te werken. In 2015 zijn 20 doelen geformuleerd. Nu de doelen in de organisatie in gebruik zijn en is bepaald wat er wordt gedaan om ze te bereiken, blijkt een indeling in 16 onderscheidende doelen te volstaan. Een aantal doelen is samengevoegd en het doel ‘Kwalitatief goede en rechtmatige hulp’ is toegevoegd. De doelen in het sociaal domein maken nu tevens onderdeel uit van een gemeentelijke doelenboom waar bijvoorbeeld ook doelen voor ruimtelijke ontwikkeling in staan. De gemeentebegroting Leidschendam-Voorburg hanteert dezelfde indeling. Coördinaten Een digitaal kompas maakt gebruik van GPS coördinaten om te bepalen waar je staat. Inzicht in de huidige situatie is nodig om goed beleid te ontwikkelen. Voor het Sociaal Kompas vertellen gegevens zoals uit de Wijkatlas, informatie over groepen inwoners en scores op effectindicatoren waar de gemeente staat. De ‘Nulmeting Monitor Sociaal Domein’ (december 2016) bevat de effectindicatoren bij elk maatschappelijk doel én een meting. Het Sociaal Kompas hanteert de effectindicatoren die zijn opgenomen in de Monitor Sociaal Domein. Dit geeft een eerste globale indicatie van de mate waarin de gemeente op de goede weg is.

Voor sommige indicatoren kan het wenselijk zijn om een streefwaarde te bepalen, bijvoorbeeld score 7.5 op cliëntervaring voor het effect van ondersteuning. Dat is dan een concretisering van het effect dat bereikt moet worden. Op weg Het Sociaal Kompas beschrijft de koers die bepalend is voor het succes van de hoofdinspanning en de weg die wordt afgelegd. Er zijn principes die tijdens de hoofdinspanning leidend zijn. Tijdens de reis houden we rekening met de wind die waait (trends met kansen en uitdagingen) en kalibreren we het kompas als dat nodig is (bijstellen op basis van evaluatie en ervaringen). Het kompas is een instrument dat helpt bij de oriëntatie. De daadwerkelijke route die wordt afgelegd is van verschillende factoren afhankelijk en ligt niet vast, de richting is wel vastgelegd in richtinggevende inspanningen.

Voorbeeld: Leerling A (14 jaar) gaat een moeilijke periode door. Ouders liggen in scheiding en hebben veel ruzie. Daarnaast is er sprake van schuldenproblematiek. Hierdoor lopen de spanningen thuis flink op. A voelt zich verdrietig en zit liever thuis alleen te gamen dan dat hij naar school gaat. Zijn ouders hebben geen zicht op het schoolrooster en spijbelen wordt extra makkelijk omdat A. zijn tijd in twee huizen door kan brengen. Een van de doelen is ‘Inwoners bereiken het best passende opleidingsniveau binnen hun capaciteiten’. Om dit te bereiken wordt ingezet op het verminderen van verzuim en voortijdig schoolverlaten. In koers 1.3 zijn verschillende inspanningen benoemd die op elkaar aansluiten. Met een eenduidige registratie en goede afspraken kan het verzuim van A vroegtijdig worden gesignaleerd. Met aandacht voor de achterliggende problematiek kunnen verschillende vormen van ondersteuning worden ingezet om A te helpen. Zo kan A bijvoorbeeld terecht bij schoolmaatschappelijk werk om zijn zorgen en spanningen te delen.

4. Samen invulling geven aan het Sociaal Kompas Het sociaal domein is van ons allemaal. Dat betekent dat gemeente, inwoners en professionals samen voor de uitdaging staan om invulling te geven aan de transformatie van dit domein. Maatschappelijke partners hebben veel kennis en expertise in huis over het bieden van ondersteuning aan inwoners. Het Sociaal Kompas is dan ook tot stand gekomen met inbreng van een groot aantal partners, zoals de Participatieraad Leidschendam-Voorburg, het Platform Werk en Inkomen, medewerkers van zorginstellingen, sport- en welzijnsinstanties, onderwijs en vrijwilligersorganisaties. Er zijn onder andere denksessies georganiseerd waar meer dan 60 professionals en andere belanghebbenden hebben meegedacht over de inspanningen die kunnen bijdragen aan onze gezamenlijke doelen. Ook de samenwerkingsverbanden passend onderwijs zijn geconsulteerd. Verder is gebruik gemaakt van ervaringen van inwoners, met conclusies uit de cliëntervaringsonderzoeken Wmo en Jeugd en de tussenevaluatie van de drie decentralisaties uit 2016. De denksessies en de ervaringen van de inwoners staan aan de basis van het Sociaal Kompas.

5. Het instellen van de koers In het volgende schema is te zien welke informatie heeft bijgedragen aan het bepalen van de koers van het Sociaal Kompas. De oranje bijdragen zijn vooral van invloed geweest op het vaststellen van de huidige koers van het Sociaal Kompas, het vertrekpunt voor de reis. De groene bijdragen zitten vooral ingebed in houding en gedrag (de leidende principes) en in de wind die tijdens de looptijd van het Sociaal Kompas waait (landelijke trends). Deze laatste bijdragen zijn verder uitgewerkt na het schema.

1. Doelen en bepalingen uit huidige wetgeving

2. Bestaande plannen en huidige ontwikkelingen die bijdragen aan de gewenste transformatie

6. Ideeën die (tijdens de denksessies) zijn aangedragen door professionals binnen en buiten de gemeente, gebaseerd op knelpunten in de praktijk en succesvolle trajecten.

5. Landelijke trends die de komende jaren impact hebben op het sociaal domein

3. Informatie uit evaluaties en cliëntervaringsonderzoek.

4. Leidende principes in houding en gedrag

Toelichting op invloeden die richting bepaald hebben: 1.

Kernwoorden uit wetgeving: veiligheid (van jeugd) voorop, (zorg) afhankelijkheid tegengaan, opvoedkundig klimaat versterken, eerder de juiste hulp op maat, één gezin, één plan, één regisseur, uitgaan van mogelijkheden.

2.

Het Sociaal Kompas sluit aan bij beleid uit de ‘Sociale Structuurvisie: Ruimte voor Mensen 2024’, de notitie “Transformatie Sociaal Domein” en de bijbehorende ‘Ontwikkelagenda Sociaal Domein’ en het ‘Contourenplan dienstverlening sociaal domein’. Bij de ontwikkeling van het Sociaal Kompas is ook afstemming gezocht met het traject van de Omgevingswet. De hoofdlijnen van bestaand beleid uit 2016 (zie bijlage… voor een overzicht) zijn verwerkt in het Sociaal Kompas, denk bijvoorbeeld aan de LEA en het Actieplan Jeugdwerkgelegenheid. Specifieke wettelijke bepalingen, anders dan de Jeugdwet en Wmo, behoren in dergelijke uitwerkingsplannen terug te komen.

3.

Denk hierbij aan onderzoeken als Evaluatie 3D, cliëntervaringsonderzoeken Jeugd en Wmo 2016.

4.

De leidende principes zijn: ‘van categoraal naar integraal’, ‘van curatief naar preventief’, ‘van zorgen voor naar helpen zorgen dat’ en van ‘hoe naar wat’. (Zie uitwerking in volgende paragraaf).

5.

De top 5 van trends zijn: ‘groen en grijs’, ‘groen en duurzaam’, ‘doe het zelf doe het samen’, ‘op maat’, ‘langer thuis’. (Zie uitwerking in volgende paragraaf).

6.

Enkele voorbeelden die zijn genoemd: ‘geef ruimte aan professionals’, ‘zoek ruimte op in de regels’, ‘stimuleer ontmoeting’, ‘bevorder goed burgerschap onder kinderen en jongeren’. .

5.1. Leidende principes voor onderweg De koers die het Sociaal Kompas beschrijft wordt ingegeven door een viertal richtingbepalende uitspraken, ofwel ‘leidende principes’ voor de transformatie van het sociaal domein in de gemeente. De principes zijn mede ontleend aan doelen uit wetgeving en beschreven in de “Ontwikkelagenda Sociaal Domein”. Zoals uit de advertentie blijkt zijn elementen als ‘preventie’, ‘passende zorg’, ‘innovatie’ en ‘zelfredzaamheid’ van belang om te verankeren. Beleid moet gemakkelijk te gebruiken zijn en geen drempels opwerpen voor professionals in de uitvoering van zorg en ondersteuning. Kort samengevat houden de principes het volgende in: A. Van "categoraal" naar "integraal" Een hulpvraag van een inwoner kan betrekking hebben op meerdere levensdomeinen. De dienstverlening is cliëntgericht en samenhangend. Met de inwoner wordt een passend ondersteuningsarrangement ontwikkeld. OF: Er is ruimte om samen met de inwoner een passend ondersteuningsarrangement te ontwikkelen. B. Van "curatief" naar "preventief" Voorkomen is beter dan genezen. Inzet is dat de ondersteuning altijd passend is bij de situatie. Zwaar indien noodzakelijk en licht als dit mogelijk is. C. Van "zorgen voor" naar "helpen zorgen dat" Ondersteuning is er op gericht dat inwoners zoveel mogelijk zelfstandig of met hulp van hun directe omgeving kunnen meedoen en meetellen.

De gemeente 'helpt zorgen dat' dit mogelijk is. D. Van "hoe" naar "wat" De gemeente bepaalt niet langer vooraf "hoe" de ondersteuning vorm gegeven moet worden, maar benoemt gezamenlijk met de betrokken hulpverlener en de inwoner het te behalen resultaat, het 'wat'.

5.2. Wind die waait Op reis in het sociaal domein zijn er invloeden van buitenaf waar gemeente en partners op willen anticiperen. Vanuit het landelijke programma ‘Gemeenten van de Toekomst’ zijn de twintig meest impactvolle trends voor het sociaal domein benoemd. De trends zorgen voor uitdagingen én kansen. De impact van de trends verschilt in principe per gemeente. Om die reden is aan bestuurders, maatschappelijke partners en medewerkers van de gemeente gevraagd welke van deze trends volgens hen de komende jaren de meeste impact hebben op Leidschendam-Voorburg. Deze analyse heeft geresulteerd in de volgende top 5: 1.Langer thuis: zorg dichtbij en integraal Zorg en ondersteuning zullen vaker dichtbij of aan huis verleend worden. Door de toenemende levensverwachting, innovatie in de zorg en de vergrijzing verandert de zorgvraag en neemt deze ook toe. Ook extramuralisering van zorg en financiële scheiding van wonen en zorg beïnvloeden de locatie waar mensen zorg ontvangen. In 2016 is door Atrivé onderzoek gedaan naar het langer thuis

blijven wonen in Haaglanden. Uit prognoses blijkt dat het aantal huishoudens met een fysieke beperking in Leidschendam-Voorburg stijgt van 7260 in 2015 naar 7675 in 2020. Betrof de extramuralisering van de langdurige zorg in 2015 nog 385 inwoners, in 2020 zullen dit naar verwachting 790 personen zijn. 2. Op maat: ieder mens is uniek Ieder mens is uniek en er is een beweging zichtbaar van afhankelijkheid van een standaard aanbod van voorzieningen naar een persoonlijke invulling van wonen, welzijn, werk, onderwijs en zorg. De effecten van maatwerk zijn niet eenduidig te meten, maar een indicator voor de interactie met inwoners is de cliënttevredenheid. Zo is in de cliënttevredenheidsonderzoeken gevraagd of er bij het opstellen van het ondersteuningsplan voldoende geluisterd is naar de cliënt. Ook is er gevraagd of de cliënt tevreden is met de oplossing. De tevredenheid van cliënten in de gemeente is gemiddeld voldoende. De cliënttevredenheid onder W&I en Jeugd cliënten is ook uitgedrukt in een cijfer. Respectievelijk betrof dit een 7,0 en een 7,4 (bron Monitor Sociaal Domein). 3. Doe het zelf, doe het samen: andere burger, andere overheid De relatie tussen burger en overheid verandert.

De overheid krijgt bij sommige taken een meer faciliterende in plaats van uitvoerende rol en tegelijkertijd zijn (groepen) inwoners mondiger en ontwikkelen zij steeds vaker initiatieven in het sociaal domein. Bij ondersteuning van inwoners is een sociaal netwerk steeds belangrijker. De mate van betrokkenheid van inwoners bij elkaar valt onder andere af te lezen aan het indexcijfer sociale cohesie. In Leidschendam-Voorburg werd de sociale cohesie in 2014 gewaardeerd met een 6.2, wat overeenkomt met het landelijk gemiddelde. In totaal had 74% van de inwoners regelmatig contact met buurtgenoten, doet 27% vrijwilligerswerk en waren 8.200 inwoners mantelzorger (bron Wijkatlas en Monitor Sociaal Domein). 4. Groen en duurzaam: verduurzaming leefomgeving Er is een toenemend bewustzijn op het gebied van duurzaamheid en aandacht voor de kwaliteit van de leefomgeving. Een prettige groene, veilige en leefbare woonomgeving stimuleert betrokkenheid, sociale cohesie en zelfredzaamheid in de buurt. In de Wijkatlas is de algemene leefbaarheid in Leidschendam-Voorburg in 2014 gewaardeerd met een 7,7. De scores voor het onderhoud van groen en het gevoel van veiligheid waren respectievelijk een 7,1 en 7,6. 5. Groen en grijs: minder jongeren en meer senioren De bevolking verandert van samenstelling, het aantal ouderen neemt sterk toe en het aantal jongeren daalt.

Daarbij is wel sprake van een toename aan gezonde/vitale ouderen, door verbeterde leefomstandigheden en gezondheidszorg. De trend wordt gestaafd met prognosecijfers. Volgens de Primosprognose zal in 2020 31% van de inwoners van LV 60 jaar of ouder zijn. In 2015 was dat nog 29%. Dit is een groter aandeel dan het aandeel jongeren (21% in 2015 én in 2020). De koers in het Sociaal Kompas maakt gebruik van de kansen en uitdagingen die deze trends bieden. Zo heeft de trend ‘Langer thuis blijven wonen’ een impact op de vraag naar woonvoorzieningen. Daarom is er bijvoorbeeld een inspanning opgenomen om de ontwikkeling van woonvormen met zorg of begeleiding (zoals geclusterd en beschut wonen) te stimuleren. Een nadere omschrijving van de trends en hun impact op het Sociaal Kompas is op genomen in de bijlagen.

6. Kompaskoers; knooppunten op de weg Er zijn enkele gemene delers in de beleidsrichtingen die per doel zijn beschreven. Deze zijn te beschouwen als de overall koers van het Sociaal Kompas. Het zijn knooppunten op de weg die wordt gegaan en die je altijd tegenkomt. Het laat zien welke aandachtspunten voor de komende vier jaar zijn gekozen. 1. Hart-wet-euro balans. Soms kan de (juiste) toepassing van wet- en regelgeving in individuele gevallen tot knellende situaties leiden dan wel het oplossen van de problemen van inwoners belemmeren. Dit kan worden voorkomen door te werken volgens de zogenaamde hart-weteuro balans. Hierbij wordt vooral gekeken naar de maatschappelijke kosten en baten. Wat is de bedoeling van een bepaalde aanpak, en wat is het maatschappelijk rendement van een investering? Ofwel: op een beargumenteerde en afgewogen wijze een keuze maken voor zowel korte als lange termijn. Dit houdt in dat een medewerker juridische (wet) en financiële (euro) consequenties en belangen op een zorgvuldige manier afweegt tegen consequenties en belangen voor de inwoner (hart). Op deze wijze kan optimaal maatwerk worden geleverd. 2. Ruimte voor initiatieven en innovatie. Innovatieve en creatieve ideeën van inwoners en organisaties worden omarmd, ondersteund en gepromoot. Dit gebeurt onder andere door ruimte en kansen in regelgeving te benutten (bijvoorbeeld Right to challenge).

Waar een wil is, is een weg. Er wordt niet te veel vastgelegd in protocollen en regels, zodat in de uitvoering van ondersteuning ook ruimte ontstaat voor professionals om de transformatie vorm te geven. 3. Actieve betrokkenheid. Inwoners zijn betrokken bij elkaar, steunen elkaar als dat nodig is en zijn actief in de maatschappij. De belasting van het steunnetwerk is in balans. Iedereen levert een meerwaarde. Dit betekent bijvoorbeeld dat inwoners zich inzetten op sociaal, cultureel, economisch en politiek vlak, bijvoorbeeld als mantelzorger, vrijwilliger of via burgerpanels voor beleidsontwikkeling. De gemeente ondersteunt en faciliteert en springt bij waar nodig. Dit is een nieuwe stap in participerend burgerschap. 4. Mogelijkheden van inwoners benutten en ontwikkelen. De gemeente vertrouwt op de mogelijkheden van mensen; dat wat inwoners (potentieel) in zich hebben. Dit wordt benut én versterkt. Het geldt voor talentontwikkeling voor inwoners van alle leeftijden, het stimuleren van een startkwalificatie in het onderwijs en bij de inzet van vrijwilligers. Het geldt ook bij toeleiding naar hulp en ondersteuning, waarbij wordt bekeken wat iemand (met hulp van zijn steunnetwerk) kan, waar iemand goed in is en hoe dit verder is te ontwikkelen. Denk bijvoorbeeld aan een vraagstuk in de opvoeding, maar ook bij aanvraag voor dagbesteding, doelgroepenvervoer of toeleiding naar werk.

5. Resultaatgericht werken voor inwoners. Er wordt steeds nadrukkelijker gestuurd op het daadwerkelijk kunnen meetellen en meedoen voor elke inwoner: het resultaat van voorzieningen staat voorop. Hierbij wordt de totale situatie van een inwoner, zijn huishouden en steunnetwerk bezien. Doel is om ondersteuningsvragen goed te identificeren, te verhelderen en inwoners (met waar nodig warme overdracht) passende ondersteuning te geven. Er wordt continue voor ogen gehouden wat de bedoeling is en wat

er uiteindelijk (zowel individueel als maatschappelijk) bereikt moet worden. Dit heeft gevolgen voor de wijze van inkoop en toekennen van ondersteuning. 6. Een solide fundament van vrij toegankelijke voorzieningen en aandacht voor preventie en vroege signalering. Een stevig aanbod van basis- en algemene voorzieningen waar inwoners zonder formeel besluit gebruik van kunnen maken is de basis. Bestaande voorzieningen worden zoveel mogelijk met elkaar verbonden of gebundeld. Voorzieningen zijn aantrekkelijk voor een zo groot mogelijke en diverse groep inwoners en sluiten aan bij de wijk. Er is telkens aandacht voor bekendheid met en gebruik van voorzieningen, voor preventie en voor vroege signalering van problematiek die snel en adequaat wordt opgepakt. 7. Leren van elkaar en wederzijds begrip. Polarisering tussen bevolkingsgroepen wordt tegengegaan door elkaar te leren kennen en met elkaar in gesprek te gaan. Er wordt onder andere geïnvesteerd in activiteiten en voorzieningen die voor meerdere groepen inwoners passend zijn. Dit zorgt voor kruisbestuiving tussen leeftijden, etnische achtergronden en inwoners met en zonder beperkingen. Daarnaast is er aandacht voor behoeften van specifieke groepen, zoals LHBT, inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt en jeugd met psychische problematiek. Er vallen geen groepen inwoners buiten de boot.

In de zorg en ondersteuning leren ambtenaren en partners ook van inwoners en verdiepen zij zich in de belevingswereld van inwoners. 8. Goede informatievoorziening. Daar waar de kwaliteit van geleverde zorg doorgaans op peil is, zijn in de toeleiding en informatievoorziening een aantal verbeterpunten te onderkennen. Er wordt geïnvesteerd in adequate informatievoorziening, die aansluit bij de behoeften belevingswereld van inwoners. Informatie is beschikbaar op herkenbare plekken en wordt overzichtelijk bij elkaar gebracht. Er wordt ook geïnformeerd over afspraken over privacy. De Sociale Servicepunten spelen een prominente rol en bieden informatie, advies en (toeleiding naar) ondersteuning. 9. Regie en netwerksamenwerking. Vraagstukken in het sociaal domein zijn steeds complexer en een integrale benadering is noodzakelijk om resultaten te behalen. Bijvoorbeeld door één gezin, één plan, één regisseur, met integrale gebiedsnetwerken en bij de overgang van ondersteuning bij 18 jaar. De regie op de uitvoering van de ondersteuningsplannen is in principe belegd bij de inwoner zelf. Maar ook de gemeente heeft een regisserende rol. Zij staat voor de uitdaging om partners te verbinden op de maatschappelijke opgaven, in het bijzonder voor een goede samenwerking rondom het kind. Ook ondersteunt de gemeente inwoners die niet zelf de regie kunnen voeren. De regierol van de gemeente varieert.

Soms is dit faciliteren (met bijvoorbeeld kennis, kunde, budget en/of gebruik van een locatie), soms aanjagen of stimuleren (zoals drempels in regels verminderen), verwijzen of communiceren (goede informatievoorziening, de weg wijzen), partner of opdrachtgever die helpt ‘zorgen dat’ inwoners ondersteuning krijgen. Op sommige taken heeft de gemeente ook een uitvoerende rol, bijvoorbeeld in de uitvoering van jeugdhulp. In andere gevallen heeft de gemeente een sturende rol en handelt zij coördinerend en regulerend (bijvoorbeeld

coördinatie van een netwerk of casusregie). Bijna overal zijn gemeenten en maatschappelijk partners samen aan zet. 10. Lokaal waar mogelijk, regionaal waar nodig. Het sociaal domein wordt zoveel mogelijk lokaal en dicht bij de inwoners georganiseerd. Iedere gemeente heeft immers een unieke signatuur gebaseerd op onder andere demografische en sociaaleconomische eigenschappen. Dit vraagt om een eigen aanpak. Er zijn echter vraagstukken die om een regionale of zelfs landelijke aanpak vragen. Bijvoorbeeld vanwege wettelijke verplichtingen, kwalitatieve overwegingen of efficiëncywinst. Denk aan het Inkoopbureau H-10 waar een groot aantal jeugdhulpaanbieders is gecontracteerd voor niet vrij toegankelijke zorg.

7. Op weg naar de bestemming Nu de koers is bepaald vervolgen gemeente en partners samen de reis met het Sociaal Kompas in de hand. Tijdens deze reis worden de fases van de planning- en control cyclus doorlopen. Hieronder wordt geschetst welke plek het Sociaal Kompas hierin heeft. De opgesomde onderdelen geven een indicatie van de producten en activiteiten die kenmerkend zijn voor een bepaalde fase. Het schema biedt dus geen volledig overzicht.

•waar is extra aandacht voor nodig? •Streefwaarden bijstellen •Sociaal Kompas of ander beleid bijstellen •prioriteiten bijstellen •Handhaven

•Wat willen we bereiken? •Sociale structuurvisie •Doelenboom •Hoe gaan we dat realiseren? •beleid zoals Sociaal Kompas •inkoop- en subsidie strategie bepale •Prioriteiten bepalen •Hoe gaan we dat betalen? •Kadernota en begroting •Hoe gaan we dat meten? •Indicatoren en normen vaststellen

(Plan) (Act)

•hoe staan we ervoor •check rechtmatigheid, zoals met subsidieverantwoording •check kwaliteit en effect zoals met managementrapportages, onderzoek en analyse, zoals cliëntervaringsonderzoek, meting op effectindicatoren, feedback stakeholders, benchmarks en evaluaties

Reageren

Programmeren en strategie vormen

(Check)

(Do)

onderzoeken

Uitvoeren •Wie doet wat, wanneer en met wie •Plannen van aanpak opstellen en uitvoeren •ondersteuning bieden aan inwoners

Een belangrijke stap is het maken van plannen die aangeven wat de gemeente wil bereiken. Een aantal onderdelen hebben een doorlooptijd van meerdere jaren, andere onderdelen keren jaarlijks terug. Strategische visies bieden een meerjarenperspectief en hebben zodoende doorgaans een lange doorlooptijd. Zij dienen als voeding voor andere plannen. Het Sociaal Kompas is een inhoudelijk plan voor de komende vier jaar. De begroting is een financieel plan dat jaarlijks wordt vastgesteld. Het Kompas geeft richting aan de financiële afwegingen in de Kadernota en begroting. De Kadernota is planvormend en kaderstellend op financieel vlak, doordat er prioriteiten voor beleid en uitvoering in opgenomen worden. De begroting bevat de jaarlijkse bestedingsplannen. Natuurlijk zijn er ook aparte voorstellen aan de raad mogelijk maar deze zouden vooral moeten gaan over beleidsontwikkelingen die niet (bij het opstellen van de Kadernota) waren voorzien. Zonder maatschappelijke partners is de gemeente niet in staat de plannen voor goede ondersteuning aan inwoners te realiseren. In het Sociaal Kompas wordt de samenwerking met

maatschappelijk partners op heel veel onderdelen specifiek benoemd. Een verdere uitwerking en uitvoering van het beleid waarbij ook prioriteiten (in tijd en budget) worden bepaald, vindt dan ook in nauwe samenwerking met maatschappelijk partners plaats. Kwaliteit is een belangrijk aspect in de uitvoering. Een criterium is ‘de inwoner centraal’ met een integrale domein overstijgende aanpak waar professionals uit meerdere disciplines samenwerken. In de uitvoeringsfase is er ook voor inwoners ruimte zelf aan zet te zijn, door bijvoorbeeld regie te voeren op hun eigen ondersteuningsplan. Het is ook belangrijk om in de uitvoering te kijken of er verbanden kunnen worden gelegd tussen verschillende koersen. Om te zorgen dat we op de juiste koers blijven is het nodig om te onderzoeken en te evalueren. Het structureel vergaren en benutten van kennis en informatie (van stakeholders) is belangrijk om beleid bij te kunnen stellen. Invloed, betrokkenheid en (mede)verantwoordelijkheid van inwoners en samenwerkingspartners is het uitgangspunt. Aan inwoners (zowel individueel als via burgerpanels en adviesraden) en professionals buiten en binnen de gemeente wordt periodiek gevraagd om de uitvoering te beoordelen. Zowel op resultaat als proces. Ook wordt informatie verzameld uit onderzoeken, intervisie casuïstiek, wetgeving en regionale ontwikkelingen.

Er wordt kwantitatieve monitoringsinformatie verzameld waaruit resultaten zichtbaar worden. Er wordt bekeken waar bijsturing nodig is om de gestelde missies en doelen uit het Sociaal Kompas te blijven volgen en op koers te blijven. Op basis daarvan worden prioriteiten periodiek bijgesteld. De volgorde en prioritering wordt nu dus niet één keer voor vier jaar bepaald, maar het is een proces dat samen met partners minimaal jaarlijks wordt doorlopen, voorafgaand aan de financiële kaderstelling. In 2017 wordt de gemeentelijke strategische visie herijkt en buigt de gemeente zich opnieuw over de vraag ‘welke gemeente willen we zijn?’ Ook op basis van strategische inzichten kan het wenselijk zijn om het Sociaal Kompas aan te passen. Concreet betekent dit dat er op dat moment een addendum aan het Kompas zal worden toegevoegd. Nieuwe inzichten zijn waardevol zijn om te bepalen welke elementen uit de sociale beleidskoers meer of minder van belang zijn. Het helpt zodoende om prioriteiten te bepalen en keuzes te maken in de uitwerking van het Sociaal Kompas. Ook (strategische) uitspraken over maatwerk op gebied- of wijkniveau leggen een goede basis om te bepalen waar in de uitvoering van het beleid de meeste aandacht naar uit zou moeten gaan. Zo kan het in sommige wijken nodig zijn om extra in te zetten op ondersteuning van ouderen.

De ‘couleur locale’ van de wijken bepaalt zodoende de intensiteit van de uitvoering.

8. Van beleid naar uitvoering Het Sociaal Kompas is het beleidsplan voor de komende vier jaar in het sociaal domein. Hoe de uitvoering er uit gaat zien roept verschillende vragen op. Worden alle beleidsinspanningen straks ook uitgevoerd? Waar liggen prioriteiten? Wat kost de uitvoering? Welke rol heeft de gemeente hier in? En waarom is de uitvoering niet op alle punten voor elke inwoner hetzelfde? Wat wel en niet uitvoeren Het Sociaal Kompas legt vast wat de gemeente wenselijk vindt om de komende vier jaar te doen, met de kennis van nu. Voor elk maatschappelijk doel is er een koers uitgezet om dat doel te gaan bereiken. De gemeenteraad stelt het Sociaal Kompas als geheel vast. In de uitvoering van het Sociaal Kompas is er aandacht voor elke koers. Elke koers is gelaagd. Het bestaat uit een samenvatting met

de belangrijkste focus, uit enkele meer abstracte ‘hoofdinspanningen’ en uit een uitwerking met ‘inspanningen’ in bullets. Onderwerpen die bij wet benoemd moeten worden, komen in alle drie de onderdelen voor. Worden alle beleidsinspanningen uitgevoerd? Het volgen van een koers betekent niet dat álle inspanningen ook uitgevoerd worden of gaan worden, of dat vier jaar lang dezelfde inspanningen worden uitgevoerd. Wettelijke taken worden vanzelfsprekend uitgevoerd. Concrete inspanningen kunnen gaandeweg vervallen of worden aangepast aan de actualiteit. Geen van de genoemde activiteiten en inspanningen worden echter per definitie uitgesloten. Jaarlijks wordt voorafgaand aan de begroting bepaald waar financieel (extra) in geïnvesteerd wordt. Soms is er vanuit de gemeente geen urgentie (meer) om bepaalde inspanningen actief op te pakken. Dat neemt niet weg dat het inwoners en/of maatschappelijke partners vrij staat om hier wel actie op te ondernemen. Het gaat er niet om dat alle individuele inspanningen aan bod komen, en het is geen afrekeninstrument, maar het gaat om de effecten op maatschappelijk en individueel niveau. Daar zal het gesprek over worden gevoerd. De Monitor Sociaal Domein helpt daarbij. Met het Sociaal Kompas staat van alle genoemde inspanningen vast wat de wenselijkheid is en waar het aan bijdraagt.

Binnen de bestaande budgetten hoeft er over het al dan niet uitvoeren van inspanningen in een koers geen discussie meer gevoerd te worden. Als bestaande budgetten geen ruimte bieden volgt die discussie wél. Ook voor de inspanningen uit het Sociaal Kompas die nog geheel nieuw opgestart moeten worden, zal een uitwerkings-/ financieringsvoorstel volgen. Daar waar het Sociaal Kompas spreekt over ‘zoals’ en ‘bijvoorbeeld’ zijn dit onderwerpen die ter inspiratie zijn toegevoegd en onderwerp van discussie kunnen zijn. Voorbeelden in het Sociaal Kompas zijn richtinggevend en geen vastgesteld beleid. Met het Sociaal Kompas in de hand wordt direct duidelijk waar een bepaald initiatief aan bijdraagt en wordt het makkelijker om keuzes te maken uit voorstellen. De vraag waarom we voor een bepaalde investering kiezen kan gelinkt worden aan een maatschappelijk doel. Het maatschappelijk rendement wordt eerder zichtbaar; zowel voor gemeente als maatschappelijke partners. Het Sociaal Kompas opent de weg naar inhoudelijke afwegingen in het sociaal domein. Prioriteiten stellen in de uitvoering Om in te kunnen spelen op veranderingen in het sociaal domein en om ruimte te laten voor professionals in de uitvoering, zijn er in het Sociaal Kompas geen prioriteiten vastgelegd voor vier jaar. De prioritering volgt de planning van de jaarlijkse gemeentelijke planning en controll cyclus.

Jaarlijks worden er punten uitgelicht waar extra aandacht naar uit zou moeten gaan of wat met minder zou kunnen. Naast informatie uit de praktijk van professionals binnen en buiten de gemeenteorganisatie wordt hiervoor ook informatie gebruikt uit onderzoeken, evaluaties en veranderende wet- en regelgeving. Kosten van de uitvoering In de gemeentebegroting wordt jaarlijks budget opgenomen voor de uitvoering van taken in het Sociaal Domein. De (meerjaren)begroting wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Voorafgaand aan deze financiële vertaling wordt een Kadernota opgesteld –mede op basis van de prioriteiten voor de komende jaren - waarin wordt aangegeven op welke onderdelen extra budget nodig is. Het Sociaal Kompas geeft daar input voor. Voor zaken uit het Sociaal Kompas die niet met bestaande middelen kunnen worden uitgevoerd volgt altijd een voorstel waarover de gemeenteraad moet beslissen.

Een onderdeel uit een koers van het Sociaal Kompas vergt niet per definitie extra ambtelijke capaciteit of budget. Een groot deel van het beleid bestaat uit continuering van bestaand beleid. Dat zal met bestaande mankracht en budgetten gebeuren. Door de goede stappen die de afgelopen jaren zijn gezet ook te benoemen in het Sociaal Kompas, wordt gewaarborgd dat dit ook in de komende vier jaar de koers blijft. Daarnaast bekostigt de gemeente niet alles zelf, maar wordt er samengewerkt met bijvoorbeeld het onderwijs en vrijwilligers. Er ontstaat bovendien synergie door in het Sociaal Kompas bestaande initiatieven en werkterreinen aan elkaar te koppelen die hetzelfde doel dienen. Hierdoor is het soms mogelijk om met minder inspanning méér voor elkaar te krijgen. Beleid waar sprake is van uitbreiding of vernieuwing zal in samenspraak met partners nog moeten worden uitgewerkt, waarbij per voorstel wordt bepaald hoe intensief dit wordt uitgevoerd, wat het kost, wanneer en wie (binnen of buiten de gemeente) welke rol oppakt. Rolverdeling tussen gemeente, partners en inwoners De gemeente heeft bij wet een grote verantwoordelijkheid voor onder andere jeugd, zorg en welzijn en (arbeids)participatie. Daar is ook budget voor gedecentraliseerd naar de gemeente.

De gemeente Leischendam-Voorburg gaat haar verantwoordelijkheid niet uit de weg en legt met het Sociaal Kompas een koers vast met inspanningen voor de komende jaren. Dit betekent echter niet dat de gemeenteorganisatie alles zelf uitvoert. Daarvoor is de expertise en ervaring van maatschappelijke partners en inwoners waardevol en onmisbaar. Eén van de leidende principes in het Sociaal Kompas is Van "zorgen voor" naar "helpen zorgen dat". Dit betekent dat de overheid helpt zorgen dat inwoners ondersteuning kunnen krijgen, maar dat het niet altijd de overheid is die zelf zorg verleent. Het Sociaal Kompas gaat uit van intensieve samenwerking met en tussen maatschappelijke partners, inwoners, organisaties en vrijwilligers. Zij krijgen verantwoordelijkheid om samen (mede) uitvoering te geven aan een sociaal LeidschendamVoorburg. Het is nodig om als gemeente de inwoners en organisaties te versterken om deze rol goed op te kunnen pakken. De gemeente faciliteert en springt bij waar dat nodig is. Dit vraagt ook om een andere grondhouding ten aanzien van verzoeken en initiatieven van inwoners en organisaties: goed luisteren, leren van elkaar, vertrouwen op de mogelijkheden van mensen en deze mogelijkheden versterken, maatwerk bieden in oplossingen. Maatwerk in uitvoering: ‘ongelijke situaties ongelijk behandelen’.

Waar veel mensen tegenaan lopen is dat hun situatie wordt vergeleken met een standaardsituatie en dat dit een standaard oplossing krijgt. Terwijl veel inwoners juist ervaren dat hun situatie afwijkt en dat hun ondersteuningsvragen daar ook vaak uit voortkomen. Het Sociaal Kompas daagt professionals en vrijwilligers uit met de inwoner mee te denken en op zoek te gaan naar het verschil of de bijzonderheden in de situatie. Daarmee wordt een basis gelegd om te doen wat nodig is om de inwoner te helpen. Het Sociaal Kompas biedt professionals de ruimte en het vertrouwen om samen met de inwoners te bepalen wat het meest passend is. Daarbij blijft er veel aandacht voor een goede onderbouwing van de gemaakte keuzes, processtappen, informatie aan inwoners en gedegen (na)scholing en intervisie, zodat ondersteuning van goede kwaliteit wordt geleverd. Naast dit beleidsplan werkt de gemeente op specifieke onderdelen met verordeningen, beleidsregels en uitvoeringsplannen waarin voorwaarden van voorzieningen zijn omschreven. Communicatie als rode draad Wanneer gesproken wordt over communicatie is het voor het Sociaal Kompas belangrijk te kijken

naar de communicatie in het hart van het beleid. Hierbij staan twee uitgangspunten centraal: weten wat er speelt en inspelen op wat er speelt. Het Sociaal Kompas biedt een middel om beide uitgangspunten aan te pakken. Communicatie wordt in het Sociaal Kompas niet gezien als instrument; het Sociaal Kompas is juist een instrument voor communicatie. Geen communicatie als sluitstuk, maar als integraal onderdeel van beleids- en organisatieprocessen. Geen communicatie om beleid begrijpelijk te maken, maar voor het maken van begrijpelijk beleid. Inwoners en partners worden op een heldere en op transparante manier geïnformeerd over de uitvoering van het Sociaal Kompas. Niet eenmalig, maar als rode draad gedurende de beleidsperiode van vier jaar. Communicatie dient in Sociaal Kompas om goede plannen voor ondersteuning aan inwoners te realiseren. Zoals eerder beschreven, is dit niet mogelijk zonder maatschappelijke partners en inwoners. De inwoners en maatschappelijk partners staan centraal en signaleren en bepalen nieuwe trends en ontwikkelingen. Daarmee krijgen belanghebbenden ook invloed op beleid. Zo wordt de nieuwe manier van werken met beleid zichtbaar. Het inventariseren en analyseren van beelden en meningen van inwoners en betrokken partners draagt bij om uiteindelijk het beleid goed te kunnen implementeren.

Het draagt bij aan een duidelijke visie, een helder beleidsdoel, draagvlak en aan monitoring van de ingezette koers. (‘Weten wat er speelt’) Doordat het Sociaal Kompas is vormgegeven als een handzaam digitaal instrument is, biedt het in één oogopslag waar het in het sociaal domein om draait: meetellen en meedoen in LeidschendamVoorburg. Het is een instrument waar maatschappelijk partners en gemeenten, samen mee kunnen werken. Het is een instrument wat ingebed moet worden in het werkproces. Hiermee wordt communicatie ingebed in het werk van professionals. Waarbij het steeds gaat het om het opvangen van signalen uit de omgeving en die signalen doorvertalen naar beleid en strategie. Het steeds weer bekijken of de juiste koers wordt gevolgd, of dat bijsturing nodig is en zichtbaar maken aan welke maatschappelijke doelen (beleids)keuzes bijdragen. (Inspelen op wat er speelt’).

Begrippenlijst Kompaskoers 1.1:       

Signs of Safety methode: methode die beoogt een veilige (opvoed)situatie voor kinderen te creëren. De methode wordt toegepast in situaties waarin kindermishandeling of verwaarlozing wordt vermoed of is aangetoond. Vader-/moedercentrum: buurtgerichte voorziening met als doel kansarme en kwetsbare, vaak moeilijk bereikbare, doelgroepen structureel en duurzaam te activeren en te laten participeren in de samenleving Kindcheck GGZ: onderdeel van de Wet Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling met als doel het in kaart brengen van signalen in gezinnen waar sprake is van geestelijke gezondheidszorg (GGZ) problematiek. LHBT: staat voor lesbisch, homoseksueel, biseksueel en transgender Algemene voorziening: voorziening die voor iedereen toegankelijk is zonder indicatie Opvoedkundig klimaat: ('pedagogische civil society'). Een opvoed- en opgroeiomgeving waar alle mensen die betrokken zijn zich medeverantwoordelijk voelen voor de jeugd Civil Society: samenleving waarin mondige burgers vooral zelf (zonder tussenkomst van politieke partijen) voor hun belangen en idealen opkomen, al of niet door zich te organiseren.

Kompaskoers 1.2:      

Taalhuis: plek waar iedereen terecht kan voor advies en/of ondersteuning op het gebied van taal. Samenwerkingsverband tussen bibliotheek en lokale partners op het gebied van taaleducatie. Combinatiefunctionaris: zorgt voor verbinding tussen onderwijs, sport en/of cultuur. Organiseert activiteiten om kinderen in contact te brengen met sport en cultuur. 21st century skills: onderwijsmethode gericht op kritisch denken, samenwerken, ICTgeletterdheid, sociale vaardigheden, probleemoplossend vermogen, communiceren en creativiteit. Culturele hotspots: culturele broedplaats. Burgerschapsvaardigheden: het vermogen om een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving door zaken als verantwoordelijkheid nemen, meebeslissen en participeren Brede scholen: samenwerkingsverband tussen organisaties die direct of indirect te maken hebben met de opvoeding en ontwikkeling van kinderen.

Kompaskoers 1.3:       

IKC: Integraal Kindcentrum met een onderwijskundig en pedagogisch doorlopend aanbod van voorzieningen en interventies binnen het onderwijs, de (jeugd)zorg en de vrije tijd voor kinderen van 0-12 jaar. VVE: Voor- en Vroegschoolse Educatie. Dit is onderwijs voor peuters en kleuters met een taalachterstand. Statushouders: vluchteling met een verblijfsstatus. Voortijdig schoolverlaten: jongeren van 12 tot 23 jaar verlaten het onderwijs zonder een startkwalificatie behaald te hebben. Doelgroepkinderen: kinderen met een indicatie voor Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE). Schakelklassen: vorm van onderwijs bedoeld om een brug te slaan tussen twee verschillende onderwijssystemen. Kinderen van statushouders volgen hier onderwijs en leren de Nederlandse taal. Voorschoolse voorzieningen: kinderopvang, peuterspeelzalen.

Kompaskoers 1.4:     

Paspoort naar je toekomstdroom: het project paspoort naar je toekomstdroom, heeft tot doel de leerlingen te begeleiden om vanuit hun kracht en talent te leren denken en niet vanuit hun angsten, problemen of zorgen. Pro/vso scholen: Praktijkonderwijs en voorgezet speciaal onderwijs scholen Individuele studietoeslag: vorm van bijzonder bijstand aan jongeren die door een beperking niet in staat zijn naast de studie zelf bij te verdienen. Startkwalificatie: een diploma havo, vwo of mbo niveau 2 of hoger Generatiepactregeling: Regeling waarmee oudere werknemers op een verantwoorde manier kunnen doorwerken tot hun 67ste levensjaar door minder uur per week te werken en waarbij de vrijgekomen uren ingevuld worden door jongeren(onder andere met afstand tot de arbeidsmarkt) tot 35 jaar.

Kompaskoers 1.5: 

geen

Kompaskoers 2.1: 

BUUV: sociale marktplaats voor dingen die mensen als buurt- of stadsgenoten voor elkaar kunnen doen, zoals koken, hulp bij de administratie of een lift naar de huisarts.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=3506bd0f-78f5-4d93-be93-aa9fbf19c068