CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2573-53 Bijlage 50 toelichting, Sociaal Kompas.pdf

Raadsvergadering 22 februari 2022, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: Vaststellen bestemmingsplan Stedelijk.27.821 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bijlage: 50

Inhoudsopgave Woord vooraf .......................................................................................................................................... 4 Het Sociaal Kompas is…........................................................................................................................... 5 Door het Sociaal Kompas krijg ik… ...................................................................................................... 5 Verhaal Sociaal Kompas tbv whiteboard animatie ................................................................................. 6 Scène 1 ................................................................................................................................................ 6 Scène 2 ................................................................................................................................................ 6 Scène 3 ................................................................................................................................................ 6 Scène 4 ................................................................................................................................................ 7 Scène 5 ................................................................................................................................................

7 Scène 6 ................................................................................................................................................ 7 Scène 7 ................................................................................................................................................ 7 Handleiding Sociaal Kompas ................................................................................................................... 8 Leeswijzer: interpretatie van het Sociaal Kompas .............................................................................. 8 Een instructie: navigeren door het Sociaal Kompas ........................................................................... 8 Niveau 1: overzichtspagina ............................................................................................................. 8 Niveau 2: koersomschrijving ........................................................................................................... 9 Niveau 3: overzicht van inspanningen ............................................................................................ 9 Hoofddoel 1. Inwoners groeien gezond en veilig op en kunnen zich maximaal ontwikkelen ................ 9 Koers 1.1. Meer jeugd groeit op in een veilige omgeving ................................................................

10 Koers 1.2 Inwoners ontdekken en ontwikkelen hun talenten en vaardigheden .............................. 12 Koers 1.3 Inwoners bereiken het voor hen best passende opleidingsniveau ................................. 14 Koers 1.4 Meer jongeren zijn goed voorbereid op de arbeidsmarkt ................................................ 15 Koers 1.5. Meer inwoners met een gezonde leefstijl ....................................................................... 17 2. Inwoners kunnen zo lang mogelijk regie over eigen leven houden en zelfstandig functioneren .... 18 2.1. Meer mensen redden zich zonder individuele ondersteuning van de gemeente ..................... 18 2.2. Meer inwoners kunnen zich financieel goed redden ................................................................ 21 2.3. Meer inwoners zijn aan het werk, bij voorkeur op een reguliere werkplek. ............................. 23 2.4. Meer mensen zijn in staat (begeleid en langer) zelfstandig te wonen ...................................... 25 2.5. Meer mensen zijn maatschappelijk zelfredzaam....................................................................... 27 3. Leidschendam-Voorburg is een solidaire en inclusieve gemeente................................................... 28 3.1. Meer inwoners voelen zich betrokken bij elkaar, buurt en/of de gemeente ........................... 28

3.2. Er is ruimte voor verschillen ...................................................................................................... 30 3.3. Minder inwoners ervaren belemmeringen mee te doen in de samenleving ............................ 31 A. De toegankelijkheid van informatie te bevorderen zodat iedereen laagdrempelig kennis kan ...................................................................................................................................................... 31 4. Inwoners die hulp nodig hebben krijgen de juiste hulp op tijd ........................................................ 33 4.1. Kwalitatief goede en rechtmatige hulp...................................................................................... 33 4.2. Snelle, klantvriendelijke toeleiding naar juiste hulp .................................................................. 35 4.3. Effectieve ondersteuning, licht waar mogelijk, zwaar waar nodig ............................................ 38 Samenvatting Sociaal Kompas .............................................................................................................. 41 Koers 1.1. Meer jeugd groeit op in een veilige omgeving ................................................................ 42 Koers 1.2. Inwoners ontdekken en ontwikkelen hun talenten en vaardigheden ............................. 42 Koers 1.3.

Inwoners bereiken het voor hen best passende opleidingsniveau ................................ 42 Koers 1.4. Meer jongeren zijn goed voorbereid op de arbeidsmarkt. .............................................. 42 Koers 1.5. Meer inwoners met een gezonde leefstijl ....................................................................... 43 Koers 2.1. Meer mensen redden zich zonder individuele ondersteuning van de gemeente ........... 43 Koers 2.2. Meer mensen kunnen zich financieel beter redden. ....................................................... 43 Koers 2.3. Meer inwoners zijn aan het werk, bij voorkeur op een reguliere werkplek. ................... 43 Koers 2.4: Meer mensen zijn in staat (begeleid en langer) zelfstandig te wonen ............................ 44 Koers 2.5. Meer mensen zijn maatschappelijk zelfredzaam............................................................. 44 Koers 3.1. Meer inwoners voelen zich betrokken bij elkaar, buurt en/of de gemeente .................. 44 Koers 3.2. Er is ruimte voor verschillen ............................................................................................ 44 Koers 3.3. Minder inwoners ervaren belemmeringen mee te doen in de samenleving .................. 45 Koers 4.1. Kwalitatief goede en rechtmatige hulp............................................................................ 45 Koers 4.2.

Snelle, klantvriendelijke toeleiding naar juiste hulp ........................................................ 45 Koers 4.3. Effectieve ondersteuning, licht waar mogelijk, zwaar waar nodig .................................. 45 Op reis met het Sociaal Kompas ........................................................................................................... 46 1.

Aanleiding Kompas gevraagd .................................................................................................... 46 Op reis ........................................................................................................................................... 46 Aanleiding voor vertrek ................................................................................................................ 46

1.

Wat is het Sociaal Kompas ............................................................................................................ 47 2.

Het Sociaal Kompas als navigatie-instrument........................................................................... 48 Maatschappelijke doelen als bestemming ................................................................................... 48 Coördinaten .................................................................................................................................. 48 Op weg .......................................................................................................................................... 48

4. Samen invulling geven aan het Sociaal Kompas ........................................................................... 49 5.

Het instellen van de koers......................................................................................................... 49

6. Kompaskoers; knooppunten op de weg ....................................................................................... 53 7. Op weg naar de bestemming ........................................................................................................ 55 8. Van beleid naar uitvoering ............................................................................................................ 57 Prioriteiten stellen in de uitvoering .............................................................................................. 58 Kosten van de uitvoering .............................................................................................................. 58 Rolverdeling tussen gemeente, partners en inwoners ................................................................. 59 Maatwerk in uitvoering: ‘ongelijke situaties ongelijk behandelen’. ............................................. 59 Communicatie als rode draad ....................................................................................................... 59 Begrippenlijst ........................................................................................................................................ 60 Kompaskoers 1.1:..............................................................................................................................

60 Kompaskoers 1.2:.............................................................................................................................. 61 Kompaskoers 1.3:.............................................................................................................................. 61 Kompaskoers 1.4:.............................................................................................................................. 61 Kompaskoers 1.5:.............................................................................................................................. 61 Kompaskoers 2.1:.............................................................................................................................. 61 Kompaskoers 2.2:.............................................................................................................................. 62 Kompaskoers 2.3:.............................................................................................................................. 62 Kompaskoers 2.4:.............................................................................................................................. 63 Kompaskoers 2.5:..............................................................................................................................

63 Kompaskoers 3.1:.............................................................................................................................. 64 Kompaskoers 3.2:.............................................................................................................................. 64 Kompaskoers 3.3:.............................................................................................................................. 64 Kompaskoers 4.1:.............................................................................................................................. 64 Kompaskoers 4.2:.............................................................................................................................. 64 Kompaskoers 4.3:.............................................................................................................................. 64 Bijlage Vastgesteld beleid .................................................................................................................... 65 Bijlage Trends en hun impact op het Sociaal Kompas .......................................................................... 66 1.

Langer thuis: zorg dichtbij en integraal..................................................................................... 66

2.

Op maat: ieder mens is uniek ................................................................................................... 67

3.

Doe het zelf, doe het samen: andere burger, andere overheid ............................................... 67

4.

Groen en duurzaam: verduurzaming leefomgeving ................................................................. 68

5.

Groen en grijs: minder jongeren en meer senioren ................................................................. 69

Woord vooraf Wie van ons kan de wereld van het sociaal domein echt doorgronden? Zorg, welzijn, werk, inkomen, opgroeien, gezondheid, onderwijs, sport en cultuur. Een eindeloze stroom aan vragen, initiatieven, verzoeken en bewegingen die op elkaar inwerken. Inwoners en organisaties die meedoen. De gemeente die beïnvloedt, maar gelukkig ook wordt beïnvloed door alles wat er speelt. In het sociale domein, waar menselijk gedrag maatgevend is, zijn er weinig zaken onveranderbaar. Probeer dat maar eens te vatten in beleid! Toch is dat wat het rijk als opgave neerlegt bij gemeenten. Maar het is ook dat wat onze inwoners, organisatie en partners helpt, beleid waarmee we waarborgen dat we blijven zorgen voor effectieve en efficiënte ondersteuning. Daar waar het nodig is. Voor wie het nodig is. En zolang het nodig is. Sinds 2015 hebben gemeenten vanuit het rijk nieuwe taken en verantwoordelijkheden op het terrein van jeugd, zorg en arbeidsparticipatie. Daar is ook budget voor gedecentraliseerd. Voor de jaren 2015-2016 zijn beleidsplannen voor de transitie van deze taken vastgesteld. Nu is het tijd voor een vervolg.Het sociaal domein zit bomvol energie en ontwikkeling. Dit gaan we zeker niet dichtregelen. Er is ruimte nodig voor initiatieven van inwoners en organisaties en ruimte voor maatwerk aan inwoners.

Wel is er behoefte aan een heldere richting voor beleid en uitvoering, met oog voor de onderlinge samenhang. Zodat zaken elkaar kunnen versterken in plaats van tegenwerken. Dit is nu ontwikkeld als een Sociaal Kompas, het beleidsplan 2017 – 2020 voor het sociaal domein. Het Kompas geeft een beleidskoers aan; een werkrichting om de komende vier jaar mee door het sociaal domein te navigeren. Een moderne navigator die is te gebruiken als hulpmiddel bij de planning en control cyclus van de gemeente. Het Sociaal Kompas geeft een overzicht en maakt transparant wat wordt gedaan door gemeente en partners om maatschappelijke doelen te bereiken. Het gaat telkens primair om doelen met toegevoegde waarde voor inwoners van Leidschendam-Voorburg. Het Kompas wordt ook daadwerkelijk gebruikt als een kompas: het wijst de weg, maar het bepaalt niet letterlijk wat als eerste, tweede en derde moet worden uitgevoerd om bij het doel uit te komen. Met het Sociaal Kompas hebben we een navigatie-instrument voor de reis die het sociale domein doormaakt; maar wel een hulpmiddel dat ruimte laat voor eigen initiatief van inwoners en professionals. Dit vraagt om een grondhouding die is gericht op leren van elkaar, goed luisteren naar inwoners en organisaties, vertrouwen op de talenten en mogelijkheden van mensen en zorgen dat deze mogelijkheden verder worden versterkt.

Een belangrijk thema in het sociaal domein is en blijft zelfredzaamheid. Beleid in het Kompas helpt daar bij. Uiteindelijk is het Kompas er dan ook niet voor de gemeente, maar gaat het om inwoners van Leidschendam-Voorburg. Daarmee nemen we een van de ‘hartenkreten’ van de Participatieraad zeer ter harte: “iedereen wil vrij en onafhankelijk zijn, kapitein zijn op zijn eigen schip". Zelf aan het roer staan en richting geven aan zijn eigen leven. Dat is de basis!” En dat is precies het onderliggende idee van het Sociaal Kompas.

Het Sociaal Kompas is…. Het Sociaal Kompas is het beleidsplan 2017-2020 waarin de richting wordt aangegeven hoe de gemeente Leidschendam-Voorburg, samen met partners, organisaties en inwoners bouwt aan een samenleving waar iedereen meetelt en kan meedoen. Met aandacht voor: Preventie Tijdig signaleren van problemen Maatwerk Ruimte voor initiatieven en innovatie Duurzaamheid Zelfredzaamheid Leren en ontwikkelen Lichte zorg waar het kan, zware zorg waar nodig Waarom een kompas? Het instrument biedt: Richting in denken en werken Mogelijkheid tot monitoren en bijsturen op basis van actualiteit, praktijk en onderzoek Sturing op maatschappelijke doelen en resultaten Overzicht van wat gedaan wordt Inzicht in waarom ergens in wordt geïnvesteerd Mogelijkheid tot dialoog tussen gemeente, partners en inwoners Werkveld Jeugd, zorg en welzijn, wonen, werk en inkomen, onderwijs, sport, gezondheid, kunst en cultuur

Door het Sociaal Kompas krijg ik… Als inwoner Goede voorlichting en informatie Kwalitatief goede zorg en ondersteuning Een passende aanpak op mijn persoonlijke situatie Een snellere afhandeling van mijn zorgvraag Meer ruimte voor innovatie en initiatieven Meer inspraak in beleid Als maatschappelijk partner Meer (inzicht in de) samenwerking tussen gemeente en partners Meer ruimte voor een preventieve aanpak Meer verantwoordelijkheid en ruimte in de uitvoering Inzicht aan welke gezamenlijke doelen activiteiten bijdragen Meer ruimte voor initiatieven en innovatie Meer inspraak in beleid

Als gemeente(bestuur) Een meerjarige koers als handvat om: De regie te voeren Beleidskeuzes te maken Afwegingen te maken, ook financieel Meer zicht op verbanden tussen activiteiten en doelen Meer zicht op de rolverdeling tussen gemeente, partners en inwoners

Gemeentelijke taak Het Sociaal Kompas is ontstaan vanuit de (wettelijke) taak op het gebied van jeugd, zorg en welzijn en (arbeids)participatie. Het plan omvat activiteiten, initiatieven en wettelijke verplichtingen. Naast het beleid in het Sociaal Kompas werkt de gemeente met verordeningen, beleidsregels en uitvoeringsplannen waarin voorwaarden van voorzieningen zijn omschreven.

Verhaal Sociaal Kompas tbv whiteboard animatie Scène 1 Er was eens een gemeente aan de Vliet. In die gemeente wonen veel verschillende mensen. Sommigen zijn krachtpatsers met sterke schouders, anderen zijn ziek, of hebben schulden. Er wonen mensen met diploma’s en mooie huizen, maar ook jongeren die niet meer naar school gaan. De gemeente wil dat alle inwoners van Leidschendam-Voorburg kunnen meedoen en meetellen. Door hen te ondersteunen waar nodig, ze te stimuleren zelfredzaam te zijn én doordat mensen elkaar helpen. Maar hoe kunnen de mensen van de gemeente daarvoor zorgen?

Scène 2 ‘We moeten op reis door het sociale domein’, zegt iemand. ‘Maar we kunnen niet alleen onze bestemming bereiken. Daarvoor hebben we onze maatschappelijke partners nodig. Als we samen gebieden als zorg, wonen, werk, participatie, gezondheid, onderwijs en diversiteit met elkaar kunnen verbinden tot een sterk netwerk, bereiken we eerder ons doel: dat alle inwoners mee kunnen doen.’ ‘Maar hoe weten we wat de goede route is?’ vraagt een ander. ‘Er zijn zoveel wegen en knooppunten en stoplichten in dat domein!’ ‘We hebben een Sociaal Kompas nodig dat ons richting geeft’, zegt een derde. ‘Dat kunnen we samen bouwen met onze partners, die de weg in het sociale domein op hun duimpje kennen. Zorgaanbieders, welzijnsorganisaties, bewonersgroepen.’

Scène 3 Dat vindt iedereen een goed idee. Samen met de maatschappelijk partners gaat de gemeente kompaskaarten maken. Die kaarten verbinden de verschillende thema’s en activiteiten aan elkaar. Zo ontstaan duidelijke routes die de weg wijzen naar het bereiken van de verschillende doelen.

Samen vormen ze de beleidskoers van Leidschendam-Voorburg voor de periode 2017-2020.

Zo start de route richting zelfredzaamheid van de inwoners bij het geven van gelijke kansen aan kinderen. De kompaskaarten leiden langs een veilige omgeving waarin kinderen kunnen opgroeien. Naar scholen, waar alle jongeren een diploma moeten kunnen halen. Richting een goede voorbereiding op de arbeidsmarkt. Door een duidelijke koers en samenwerking van de verschillende partners onderweg, worden talenten benut en kunnen meer inwoners zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun leven.

Scène 4 De weg die het Sociaal Kompas wijst, ligt niet vast. Er komen misschien nieuwe wetten. En er komen nieuwe ervaringen in het sociale domein die richting geven. Samen spannen de gemeente en maatschappelijk partners zich in om op koers te blijven. De gemeente speelt daarbij een verbindende rol en jaagt nieuw beleid aan. De partners geven dat beleid gestalte in de praktijk. De kompaskaarten worden bijgewerkt, als ervaringen uitwijzen dat er slimmere routes zijn om de doelen te bereiken. Als iedereen van elkaar leert, signalen opvangt en ze doorstuurt, kan het Kompas de weg wijzen voorbij de standaardregeltjes en ruimte bieden aan nieuwe initiatieven.

Scène 5 Zo was er in de gemeente een kinderboerderij waarvoor geen geld meer was. Buurtbewoners wilden op die plek een stadstuin maken. Dat plan paste niet binnen het bestaande beleid, maar wel bij de richting die het Sociaal Kompas op wijst. Dus stelde de gemeente de grond gratis beschikbaar. Een groep actieve mensen bouwde een plek waar meer groeit dan bloemen en planten. Een tuin waar initiatieven bloeien die buurtbewoners dichter bij elkaar brengen. Janneke leerde er meer liefhebbers van tuinieren kennen en voelt zich minder eenzaam. Schooluitvaller Jeffrey kreeg een stageplek in de tuin. Er wordt gekookt en lesgegeven. Zomers zitten de terrassen vol. De stadstuin groeide uit tot een plek waar burgerinitiatief, elkaar helpen en eigen verantwoordelijkheid nemen samenkomen.

Scène 6 Om doelen te bereiken, kunnen de grenzen van wet- en regelgeving worden opgezocht. Vanuit vertrouwen in partners en burgers, kan buiten de gebaande paden worden getreden. Het Sociaal Kompas is een flexibele wegwijzer die is gericht op het bieden van de ondersteuning die het meest effectief is om het doel te bereiken. Neem een ander voorbeeld: dat van een gezin met een flinke huurachterstand. Volgens de regels volgt dan een huisuitzetting en ontruiming. Dat levert veel leed op en kost veel geld. Maar met de hart-wet-euro-balans als wegwijzer, kunnen de gemeente en maatschappelijk partners eerder ingrijpen en zo erger voorkomen. Samen helpen zij met schuldsanering, job coaching en budgetadvies om iemand weer op eigen benen te laten staan. Het Sociaal Kompas wijst in dit geval meer naar het hart dan naar de wet. Zo stelt het iemand in staat om zelf weer de regie over zijn leven te krijgen.

Scène 7 Met het Sociaal Kompas in de hand, kunnen gemeente en partners samen verder bouwen aan het wegennetwerk in het sociaal domein. Zo ontstaan steeds nieuwe en betere routes naar de eindbestemming: dat alle inwoners van Leidschendam-Voorburg meetellen en meedoen!

Handleiding Sociaal Kompas Leeswijzer: interpretatie van het Sociaal Kompas Het Sociaal Kompas is een beleidsplan voor het sociaal domein voor 2017-2020. Het is een opgave voor de gemeente Leidschendam-Voorburg en haar maatschappelijk betrokken partners. Het Sociaal Kompas biedt een richting in het denken en werken. Om het Sociaal Kompas vlot te kunnen lezen zijn er geen lange beleidsteksten geschreven. In plaats daarvan leest elke inspanning als een korte opdracht, zoals: ‘Continueer’ en ‘Geef uitvoering aan’. Uit de inspanningen blijkt een rolverdeling, die wordt weergegeven in werkwoorden als bijvoorbeeld ‘faciliteer’ en ‘organiseer’. Deze werkwoorden geven richting aan wat de gemeente doet, of wat juist van maatschappelijk partners en inwoners wordt verwacht. De regierol van de gemeente is in dit geval een belangrijke. Organiseren waar nodig, stimuleren en faciliteren waar het kan. Maatschappelijke partners staan immers midden in het veld. Er is op gelet dat uit de formuleringen zoveel als nu mogelijk en bekend is, duidelijk wordt wat de rol van de gemeente is. Omdat het Sociaal Kompas ook voortbouwt op effectief bestaand beleid zit in het Sociaal Kompas een groot aantal beleidsinspanningen waarbij sprake is van continuering, aanscherping of doorontwikkeling. Uit de formulering blijkt in hoeverre er sprake is van voortzetting van iets bestaands of iets nieuws.

Dit blijkt uit woorden als ‘blijf werken aan’, ‘ontwikkel verder’, ‘agendeer’ en ‘onderzoek’. Omdat onderdelen nog uitgewerkt moeten worden met betrokkenen is niet overal exact al aan te geven wie wat in het vervolg gaat doen. Het benutten van de ruimte die het Kompas biedt is bepalend voor de mate van vernieuwing in de uitvoering. In een aantal gevallen blijkt uit de formulering ook dat het gaat om een illustratie waarmee uitleg wordt gegeven aan de inspanning. Dit blijkt uit de woorden ‘bijvoorbeeld’ en ‘zoals’. Het gaat dan om voorbeelden ter inspiratie voor de uitvoering van beleid.

Een instructie: navigeren door het Sociaal Kompas Niveau 1: overzichtspagina De eerste pagina in het Sociaal Kompas biedt met bollen een overzicht van alle maatschappelijke doelen. Hierbij is een onderscheid te maken in verschillende niveaus. De blauwe bol in het midden is het einddoel: ‘meetellen en meedoen in Leidschendam-Voorburg’. Wanneer op deze bol wordt geklikt verschijnt een overzicht van de samenvattende koers per doelstelling. Om het einddoel te bereiken zijn er vier hoofddoelen gesteld. Deze hoofddoelen zijn weergegeven in vier verschillende kleuren. Daaronder hangen ‘koersen’ (voor elk doel van de doelenboom een koers) die bijdragen aan het bereiken van een hoofddoel. Iedere koers is afzonderlijk aan te klikken.

Voorbeeld: Het gele hoofddoel ‘1. Inwoners groeien gezond en veilig op en kunnen zich maximaal ontwikkelen’ draagt uiteindelijk bij om mee te tellen en mee te doen in Leidschendam-Voorburg. Om dit te bereiken kunnen verschillende koersen gevolgd worden. Bijvoorbeeld de koers ‘1.1. meer jeugd

groeit op in een veilige omgeving’ of de koers ‘1.2. inwoners ontdekken en ontwikkelen hun eigen talenten en vaardigheden’.

Op de overzichtspagina staat de kop ‘Wat is het Sociaal Kompas?’. Hierin is een infographic te vinden die eenvoudig antwoord geeft op de vraag wat het Sociaal Kompas is en wat het voor inwoners, maatschappelijk partners en gemeente(bestuur) betekent. Verder staat er op de overzichtspagina een link naar bijlagen waarin onder andere een uitgebreide toelichting op het Sociaal Kompas wordt gegeven, hoe het tot stand is gekomen, hoe de koers voor het beleid is bepaald en hoe het instrument geïmplementeerd wordt. Ook zitten er in de bijlagen een begrippenlijst, een overzicht van de relevante beleidsdocumenten en een overzicht van trends die een impact hebben op beleid. De laatste link op de overzichtspagina ‘Het Sociaal Kompas in beeld’ omvat een animatiefilm die in beeld een toelichting geeft op het Sociaal Kompas. Niveau 2: koersomschrijving Wanneer een koers wordt aangeklikt, opent er een nieuwe pagina die de inhoud van de koers zichtbaar maakt. Het omvat een inleiding en een aantal hoofdinspanningen die onderdeel zijn van de koers.

Voorbeeld: Om de koers ‘1.1. meer jeugd groeit op in een veilige omgeving’ goed te blijven volgen, worden een aantal hoofdinspanningen aangehouden. De koers wordt bijvoorbeeld bereikt door ‘A. kennis en vaardigheden voor opgroeien en opvoeden te vergroten bij jeugd, ouders, vrijwilligers en professionals’ en door ‘B. in de wijken te bouwen aan een veilige en betrokken leefomgeving om het opvoedkundige klimaat te versterken’.

Niveau 3: overzicht van inspanningen Klik op de hoofdsinspanningen om een overzicht te krijgen van alle onderliggende inspanningen, de daadwerkelijke koerskaarten. Er opent dan een overzichtskaart met een gehele uitwerking van de koers per doelstelling. Ook zit er bovenaan de overzichtskaart een link naar een begrippenlijst. NB: Het kan voorkomen dat een inspanning onder een koers ook betrekking heeft op andere koersen. De inspanning is op de meeste relevante plek geplaatst. Met de knop ‘home’ kan steeds weer worden genavigeerd naar de overzichtspagina.

Hoofddoel 1. Inwoners groeien gezond en veilig op en kunnen zich maximaal ontwikkelen

Koers 1.1. Meer jeugd groeit op in een veilige omgeving Ieder kind heeft recht op een veilige omgeving om ongestoord te kunnen opgroeien. Dit is de basis voor een kind om zich optimaal te ontwikkelen en op te groeien tot een zelfredzame inwoner die positief bijdraagt aan de samenleving. Om dat te bereiken is er voor kinderen en jongeren een kansrijke, veilige en gezonde situatie nodig in en om het gezin. Opvoedondersteuning, jongerenwerk en jeugdhulp dragen daar aan bij, net als veilige speelplekken en veilige wijken waar overlast wordt tegengegaan. Er ligt een focus op preventie, vroegtijdig signaleren en zorgen voor een effectief hulpaanbod dat het probleemoplossend vermogen versterkt en kinderen daar waar het kan thuis laat opgroeien. Ouders zijn primair verantwoordelijk. Daarnaast is er een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een veilige omgeving om op te groeien in de keten tussen ouders, informeel sociaal netwerk en professionals, zoals onderwijs, zorg en politie. Dit wordt gerealiseerd door: A. Kennis en vaardigheden voor opgroeien en opvoeden te vergroten bij jeugd, ouders, vrijwilligers en professionals.      

Bied op meerdere plekken laagdrempelige en vraaggerichte opgroei- en opvoedinformatie. Versterk het besef dat opvoeden een gezamenlijke verantwoordelijkheid is, breder dan de ouders alleen, door dit als partners op dezelfde manier uit te dragen. Verlaag de drempel naar hulp door de vanzelfsprekendheid van hulp(vragen) bij opvoeding te bevorderen, bijvoorbeeld door aanwezigheid van professionals in ontmoetingsruimtes. Versterk opvoedvaardigheden zoals gesprekstechnieken, bijvoorbeeld met vaardigheidstrainingen voor ouders en hun pubers. Creëer samen met ouders een veilige (opvoed)situatie voor kinderen, zoals door professionals te trainen in de Signs of Safety methode. Zorg voor heldere en toegankelijke informatie over het regelen van praktische zaken voor jongeren die 18 jaar worden, zoals over zorgverzekeringen en een bankrekening, en sluit aan bij bestaande informatievoorzieningen als de Kwikstart-app.

B. In de wijken te bouwen aan een veilige en betrokken leefomgeving om het opvoedkundige klimaat te versterken.   

  

Organiseer samen met partners educatieve en recreatieve activiteiten voor kinderen (en hun ouders) in de wijk. Faciliteer laagdrempelige ondersteuning en ontmoeting voor en door ouders, met inlooppunten als een mamacafé, vader/moedercentrum en het spel- en opvoedpunt. Blijf inzetten op rust en veiligheid in de wijk, omgaan met ‘harde kern’ jongeren en het voorkomen van overlast en delicten, met continuering van ambulant jongerenwerk en de inzet van de Lokale Kamer. Investeer in het tegengaan van radicalisering met een goed netwerk van samenwerkingspartners die signalen vroegtijdig kunnen oppakken. Daag kinderen uit tot beweging en spel door te investeren in veilige en groene speelomgevingen (bij en rondom scholen). Besteed aandacht aan veiligheid in het ontwerp van publieke ruimtes waarin inwoners zich ook veilig (zelfstandig) kunnen verplaatsten, onder andere door veilige fiets- en looproutes te creëren en aandacht te hebben voor goede verlichting.

C. Laagdrempelige ondersteuning te bieden bij opgroeien en opvoeden en actief in te zetten op preventie van problemen.  

  

Zorg voor voldoende algemene voorzieningen voor opvoedondersteuning; goed bereikbaar en afgestemd op de wijk. Bied ouders en jongeren met opvoed- en opgroeivragen naast voorzieningen als schoolmaatschappelijk werk ook de mogelijkheid van informele ondersteuning, zoals met maatjesprojecten. Bevorder voor ieder kind een goede en veilige start vanaf de geboorte, met het doorontwikkelen van goede ketensamenwerking gericht op een stabiele thuissituatie. Geef met een beleidskader jeugdpreventie richting en criteria aan de partijen in de keten, om problemen in de gezonde en veilige ontwikkeling van jeugdigen te voorkomen. Ondersteun jeugd bij het opgroeien tot zelfredzame volwassen, met continuering van jongerenwerk gericht op een zo groot en breed mogelijk bereik waaronder LHBT en potentiele schoolverlaters. Blijf investeren in sociaal veilige scholen, met aandacht voor het tegengaan van pesten en voor het veilig gebruik van social media met een school specifieke aanpak die uitgaat van de digitale jeugdcultuur. Bereid jongeren voor op meerderjarig worden met aandacht voor dagbesteding, huisvesting, financiële zelfstandigheid, sociaal netwerk, schulden en zorgovergang (van 18- naar 18+), waarbij jongeren van 18+ hun ervaringen delen met jongeren jonger dan 18 jaar.

D. Vroege signalering van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen waarmee problemen vroegtijdig worden opgepakt. 

 

 

Faciliteer deskundigheid bij professionals en vrijwilligersorganisaties voor het herkennen en oppakken van signalen, bijvoorbeeld met een ‘kindcheck GGZ’ voor kinderen in een gezin met problematiek in de geestelijke gezondheidszorg. Signaleer problemen al op jonge leeftijd, door de kennis en kracht van het consultatiebureau en de school en kinderopvang nog beter te benutten en te ondersteunen. Acteer vroegtijdig bij (signalen van) problemen, onder andere door het schoolmaatschappelijk werk te versterken en met korte lijnen tussen scholen, (jeugd)hulp en waar nodig jeugdbescherming. Blijf de aandacht vestigen op kinderrechten en signalen van kindermishandeling, onder andere met de meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld. Verstevig samenwerking in de keten van onderwijs, kinderopvang, gemeente, welzijn, zorg huisartsen en de politie, zoals met de pilot ‘zorg in de school brengen’ en een kwartiermaker vroegsignalering.

E. Een effectief hulpaanbod waarbij het probleemoplossend vermogen wordt versterkt en kinderen zoveel mogelijk opgroeien in een gezinssituatie (bij de ouder(s)/opvoeders).  

Blijf jeugdoverlast en -criminaliteit aanpakken, met extra aandacht voor een gezinsgerichte aanpak gericht op ouders, broertjes en zusjes. Continueer vroegtijdige multidisciplinaire hulp aan jonge kinderen met een (dreigende) ontwikkelingsachterstand, zoals met Integrale Vroeghulp.

Bied een dekkend ondersteuningsaanbod voor (veelvoorkomende) problematiek, gebruik makend van best practices, in elk geval bij: complexe echtscheidingen, depressie, voortijdig schoolverlaten en ongezonde leefstijl.

Koers 1.2 Inwoners ontdekken en ontwikkelen hun talenten en vaardigheden Door te investeren in talenten en vaardigheden kunnen inwoners het beste uit zichzelf halen. Dit versterkt niet alleen welzijn en eigenwaarde, maar zorgt ook dat inwoners competenties verwerven waarmee ze actief kunnen zijn in de samenleving op een manier die bij hen past. Er zijn voldoende mogelijkheden nodig om (van elkaar) te leren. Belemmeringen moeten waar mogelijk weggenomen worden, zodat alle inwoners in staat worden gesteld om te ontwikkelen. Dat begint al op jonge leeftijd met aandacht voor voor- en vroegschoolse educatie en brede scholen met een focus op brede talentontwikkeling. Het blijft ook op latere leeftijd gelden met bijvoorbeeld aandacht voor laaggeletterdheid, een aansprekend aanbod van kunst en cultuur, een eigentijdse bibliotheekfunctie en educatieve cursussen gericht op ‘21st century skills’. Dit wordt gerealiseerd door: A. Inwoners laagdrempelig te wijzen op mogelijkheden om talenten en vaardigheden (verder) te ontwikkelen   

Faciliteer juiste en actuele informatie over wat mogelijk is in talentontwikkeling, bijvoorbeeld via scholen, op de gemeentewebsite en met flyers. Wijs als gemeente en partners inwoners proactief op cursusaanbod, zoals op het aanbod van de bibliotheekfunctie en sport. Bied informatie op een aansprekende manier aan voor verschillende inwonergroepen, zoals met input van een jongerenpanel.

B. Basisvaardigheden te bevorderen (lezen, schrijven, rekenen, mediawijsheid) met een toereikend ondersteuningsaanbod 

 

Bied laaggeletterde inwoners de juiste taalondersteuning, bijvoorbeeld met het Taalhuis waarin het taalnetwerk met ondernemers samenwerkt aan een gezamenlijke Aanpak Laaggeletterdheid. Verbeter het herkennen van laaggeletterdheid door als professionals gebruik te maken van het instrument Taalmeter bij een vermoeden van laaggeletterdheid. Stimuleer taalontwikkeling en interesse in lezen door te blijven investeren in een goed (voor)leesklimaat voor kinderen, bijvoorbeeld met programma’s als Boekstart, door ouderbetrokkenheid te creëren en doorgaande lijn van lezen bij kinderopvang en op school. Verbeter het bereik van de doelgroep en het aanbod om (volwassen) inwoners basisvaardigheden te laten beheersen, door als samenwerkingspartners de hiaten daarvoor in kaart te brengen. Besteed aandacht aan jonge inwoners die risico lopen op een achterstand, zoals jeugdigen in eenoudergezinnen, gezinnen met een minimuminkomen of een (niet-westerse) allochtone achtergrond.

C. Brede talentontwikkeling te stimuleren en inwoners te helpen om moderne vaardigheden ‘21st century skills’ aan te leren en te behouden 

 

 

Laat mensen hun talenten ontwikkelen, leren, elkaar ontmoeten en debatteren, door op wijkniveau voorzieningen te organiseren zoals een nieuwe bibliotheekfunctie, culturele hotspots, een wijkmuziekschool en een nieuw clubhuis/activiteitenruimte als de Loopplank 2.0. Bevorder culturele en kunstzinnige vaardigheden voor alle leeftijden, onder andere met cultuureducatie waarbij niet alleen de school maar ook de culturele/sociale omgeving van jongeren wordt betrokken en het curriculum met scholen en inwoners wordt verbreed en verdiept. Versterk cultuureducatie door financiële ondersteuning te continueren voor organisaties en verenigingen die bijdragen aan talentontwikkeling. Zorg dat inwoners gelegenheid hebben om sportieve talenten te ontdekken en ontwikkelen, onder andere door meer sportaanbod op (brede) scholen in zowel het primair als het voortgezet onderwijs. Stimuleer een ‘leven lang leren’ door educatieve cursussen te promoten en te faciliteren, zoals in het gebruik van sociale media. Stimuleer burgerschapsvaardigheden van inwoners, bijvoorbeeld met een structurele jongerenvertegenwoordiging waar jongeren meedenken en meebeslissen over (uitvoering van) gemeentelijk beleid. Coördineer het brede school-concept in vier aandachtsgebieden op wijkniveau, met combinatiefunctionarissen die aandacht schenken aan specifieke groepen als ouderen, vluchtelingen en jeugd.

Vergroot de toegang tot faciliteiten van de gemeente (ruimte, mankracht, budget, communicatie) voor verenigingen van amateurkunst die maatschappelijke doelen dienen.

D. Een aantrekkelijk, modern en samenhangend aanbod van kunst, cultuur en media   

Realiseer kunst en cultuur die binnen en buiten onze gemeente aandacht trekken en onderscheidend zijn in de regio, zoals museum Huygens' Hofwijck. Zorg voor toegang tot en verbinding van culturele initiatieven op herkenbare plekken, zoals door de bundeling van cultuur in drie podia. Bevorder samenwerking tussen culturele instellingen, bedrijfsleven, inwoners, maatschappelijke organisaties en de gemeente door te investeren in het opbouwen van een netwerk. Transformeer naar een nieuwe bibliotheekfunctie op basis van keuzes in de profilering en decentralisering van de huidige bibliotheek.

E. Ervoor te zorgen dat het ontdekken en ontwikkelen van talenten en vaardigheden voor iedereen toegankelijk is  

Vergroot de mogelijkheden voor talentontwikkeling voor inwoners met lage inkomens door het gebruik van de minimapas (Ooievaarspas) bij inwoners en organisaties te stimuleren. Faciliteer, samen met verenigingen en maatschappelijke organisaties randvoorwaarden voor talentontwikkeling, door bijvoorbeeld kinderopvang en vervoersoplossingen te creëren.

 

Zorg met welzijnspartners dat in het dagbesteding/ activiteiten aanbod voor kwetsbare inwoners ook ruimte is voor het ontdekken en ontwikkelen van talenten en vaardigheden. Betrek via brede scholen ouders op een positieve manier bij het ontwikkelen van talenten en vaardigheden van hun kinderen en bekijk of eventuele belemmeringen in de thuissituatie weggenomen kunnen worden.

Koers 1.3 Inwoners bereiken het voor hen best passende opleidingsniveau Inwoners die het best passende opleidingsniveau binnen hun capaciteiten bereiken, kunnen daarmee een goede positie verwerven op de arbeidsmarkt. Daarvoor worden stimuleringsmaatregelen genomen, naast de maatregelen op het gebied van handhaving van de leerplicht. Het lokale onderwijsbeleid speelt hier een belangrijke rol, met aandacht voor onder andere onderwijsachterstanden, passend onderwijs en praktijkonderwijs. Centraal staat de samenwerking tussen diverse partners, het zorgdragen voor een goede doorgaande leerlijn en duurzaamheid. Dit wordt gerealiseerd door: A. Thuis zitten, verzuim en voortijdig schoolverlaten vroegtijdig te signaleren en zoveel mogelijk te voorkomen. 

 

 

Stimuleer met het doorontwikkelen van goede ketensamenwerking dat scholen passend onderwijs en ondersteuning bieden (voor elke leerling de meest passende plek, zodat er geen kinderen thuis zitten), dichtbij huis en waar zorg is gefaciliteerd voor zover dat op basis van de onderwijsbehoefte is gewenst. Zorg dat er voor elk kind een geschikte leeromgeving is die aansluit op het kind, ook voor bijvoorbeeld kinderen van statushouders en kinderen in de (gesloten) jeugdzorg. Leg bij leerplichtbeleid meer nadruk op verzuimpreventie en vroege signalering door voorlichting, aandacht voor achterliggende problematiek, het vroegtijdig betrekken van ouders en een nauwere samenwerking met partners als politie, welzijn, zorg en jeugdgezondheidszorg (JGZ). Maak naleving van leerplicht gemakkelijker met een eenduidige registratie en door verzuimafspraken breed te delen, met aandacht voor regionale afstemming van voorkomen van verzuim en thuiszitten in de regio van het samenwerkingsverband onderwijs. Zorg dat basisscholen in 2018 zijn aangesloten bij het verzuimloket van DUO zodat zij hun preventieve werkzaamheden beter uit kunnen voeren. Haal er uit wat er in zit voor thuiszittende jongeren die zonder startkwalificatie zijn gestopt met school; zorg dat bekend is wie dit zijn en begeleid jongeren samen met partners naar school en/of werk.

Ga uitval op het mbo tegen door als partners de overgang van voortgezet onderwijs naar het mbo te onderzoeken en te verbeteren.

B. Een duurzame leeromgeving, zoveel mogelijk passend bij de behoeften van leerlingen en onderwijspersoneel.  

Realiseer toekomstbestendige scholen en IKC, met als pijlers duurzaamheid en kwaliteit. Stimuleer frisse scholen met een duurzame energievoorziening, onder andere met onderzoek naar de haalbaarheid van een klimaatneutrale school in het primair en voortgezet onderwijs.

 

Zet budget in om het voor alle kinderen van 0 tot 4 jaar mogelijk te maken om deel te nemen aan voorschoolse voorzieningen (peuterspeelzaal/ kinderdagverblijf). Faciliteer leeromgevingen met voldoende lescapaciteit, met extra aandacht voor bewegingsonderwijs en kennismaking met techniek.

C. Beter samen te werken met partners om de ontwikkeling van het kind te stimuleren.         

Bevorder de totstandkoming van integrale kindcentra (IKC). Blijf de ontwikkeling van brede scholen ondersteunen met initiatieven die zowel voor eigen leerlingen als voor de buurt toegankelijk zijn. Zorg voor een goede verdeling van leerlingen over scholen, door afspraken over plaatsingen volumebeleid op scholen te monitoren en te actualiseren onder andere op basis van onderzoek naar de invoering van één aanmeldleeftijd (primair onderwijs (PO)). Faciliteer het schoolmaatschappelijk werk om lichte jeugdhulp te bieden en de vaste verbinding te zijn tussen het schoolteam en de (gemeentelijke) hulp aan jeugd op de verschillende domeinen. Geef opdracht aan jeugdzorgpartnersom een maatwerk ondersteuningsaanbod per school te ontwikkelen, dat gericht is op de ontwikkelingsbehoeften van leerlingen. Breng zichtbaar laagdrempelige en preventieve ondersteuning in de school en ontdek met een pilot de optimale werkwijze om ouders en kinderen te ondersteunen bij opvoeden en leren, zoals met het georganiseerde schoolpleingesprek. Blijf aandacht schenken aan (vroegtijdige) bestrijding van onderwijsachterstanden. Stimuleer nauwe samenwerking tussen voorschoolse organisaties en basisscholen in zorgen signaleringsstructuur.

Zorg voor een toename van het bereik van voor- en vroegschoolse educatie (VVE) en een evenwichtige verdeling van kinderen die extra aandacht nodig hebben, zoals door bij VVE afspraken te maken over spreiding van doelgroepkinderen.

D. Een doorgaande leerlijn te bevorderen van voorschoolse voorzieningen naar het onderwijs en tussen onderwijsinstanties.      

Leg nadruk op een warme overdracht van informatie over leerlingen, bijvoorbeeld van voorschool naar basisschool. Zorg voor afspraken ter borging van de continuïteit van schoolmaatschappelijk werk bij de overgang van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs." Zorg voor afspraken over een doorgaande leerlijn waarbij wordt gelet op de sociaalemotionele ontwikkeling en weerbaarheid van kinderen. Bevorder de toegang tot onderwijs met aandacht voor taalklassen, schakelklassen en aanpak laaggeletterdheid. Maak voorschoolse opvang (financieel) mogelijk voor alle peuters op basis van (toekomstige) wetgeving over harmonisatie voorschoolse voorzieningen. Stimuleer dat scholen de continuïteit van ondersteuning borgen voor leerlingen bij schoolwisselingen.

Koers 1.4 Meer jongeren zijn goed voorbereid op de arbeidsmarkt Een goede voorbereiding op de arbeidsmarkt vergroot de kansen op werkgelegenheid. Door jongeren bekend te maken met de mogelijkheden op de arbeidsmarkt en te ondersteunen in de stap van onderwijs naar arbeidsmarkt, wordt voorkomen dat jongeren na afronding van school werkloos

thuis zitten. Daarbij is er aandacht voor het creëren van stage- en werkervaringsplekken voor jongeren, zodat zij werkervaring kunnen opdoen en op die manier instromen op de arbeidsmarkt. Dit wordt gerealiseerd door: A. Jongeren meer bekend te maken met wat er mogelijk is op de arbeidsmarkt.   

Informeer jongeren over de werkgelegenheid en baankansen in verschillende branches, zodat zij dit in hun keuze mee kunnen nemen. Geef meer bekendheid aan de (gemeentelijke) dienstverlening van het Jongerenloopbaancentrum en de Sociaal Servicepunt, onder andere via social media. Ga met jongeren in gesprek over wat zij willen, kunnen en nodig hebben voor hun loopbaan. Gebruik hiervoor plekken en evenementen waar jongeren komen, tijdens zogeheten ‘pizza’ gesprekken of met behulp van de Jongerenambassadeurs. Help jeugd na te denken over hun beroepskeuze door ze uit te dagen met programma’s als ‘Paspoort naar je toekomstdroom’ en werkgeversbezoekjes op scholen.

B. Jongeren te ondersteunen in de stap van school naar werk door een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.        

Betrek het bedrijfsleven bij de ontwikkeling van onderwijs en vice versa, onder andere in het platform Economie, Onderwijs en Arbeidsmarkt en vanuit de Lokaal Educatieve Agenda (LEA). Bevorder de samenwerking tussen scholen en bedrijven en maak uitdagende afspraken over stage/werkplekken, zoals ‘opleidingen en stageplekken in de zorg’. Ontwikkel maatwerkondersteuning voor jongeren, met middelen als leren netwerken, coaching en ‘maatjes’ voor werkloze jongeren. Breng werkloze jongeren die geen school volgen in beeld en bied maatwerkondersteuning om ze naar onderwijs of werk te begeleiden. Voorkom dat jongeren gaan behoren tot de onderkant van de arbeidsmarkt, stimuleer ze in persoonlijk contact om minimaal een startkwalificatie te halen. Stimuleer scholen om leerlingen voor te bereiden op het zoeken van een baan, onder andere door leerlingen sollicitatievaardigheden op te laten doen. Vergemakkelijk de directe bemiddeling naar werk door structureel contact met scholen voor praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs (PrO/VSO) te onderhouden en vroegtijdig informatie over jongeren die uitstromen te delen. Onderzoek of de individuele studietoeslag aansluit bij ondersteuningsbehoefte van jongeren met een arbeidsbeperking en pas deze indien nodig aan.

C. Jeugd kansen te bieden op de arbeidsmarkt door werkplekken te genereren en mogelijkheden te creëren om ervaring op te doen. 

 

Zorg dat professionals en vrijwilligers jongeren niet loslaten en gezamenlijk een op elkaar afgestemd ondersteuningsaanbod (preventief en curatief) ontwikkelen om jongeren te ondersteunen op weg naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid op de arbeidsmarkt. Besteed hierbij extra aandacht aan statushouders. Ondersteun samen met UWV zowel jongeren met als zonder uitkering om aan het werk te komen. Stimuleer bedrijven om vacatures voor jongeren open te stellen en geef als gemeente het goede voorbeeld door stage-, werkervarings- en arbeidsplaatsen voor jongeren te creëren.

Faciliteer alternatieve vormen van werkervaring zoals een evenement organiseren, een puntensysteem voor vrijwilligerswerk, een bijdrage aan kunst en cultuur en meedraaien in een poule van ondernemers sport- en welzijnsorganisaties.

Koers 1.5. Meer inwoners met een gezonde leefstijl Een gezonde leefstijl draagt bij aan een goede participatie en zelfredzaamheid van inwoners. Een gezonde leefstijl begint op jonge leeftijd en is ook op latere leeftijd van groot belang. Centraal staat vroegtijdige signalering bij ongezonde leefstijl, kennisdeling over gezonde leefstijl en het optimaal benutten van de openbare ruimte en spotfaciliteiten. Dit wordt gerealiseerd door: A. Het stimuleren van maatschappelijke en groene initiatieven die een gezonde leefstijl bevorderen.   

Vergroot het bewustzijn van inwoners over het belang van een gezonde leefstijl en wat zij daar zelf aan kunnen doen. Stimuleer initiatieven die gericht zijn op gezondheid door soepel om te gaan met vergunningen en regelgeving. Faciliteer projecten die bewustwording rond voedsel, bewegen, en gezondheid stimuleren, zoals het moestuinproject en voorlichting over de gevaren van roken en alcohol.

B. Het versterken van de kennis en de inzet van maatschappelijke partners om de gezonde leefstijl te bevorderen.        

Stimuleer de samenwerking en kennisdeling tussen zorg en welzijn, door een netwerkorganisatie op te bouwen in de buurt. Voorkom het ontstaan van psychosociale problemen bij kinderen door het preventief gezondheidsbeleid te verbinden aan de activiteiten van de lokale partners. Bevorder samenwerking en kennisdeling tussen sportorganisaties, bijvoorbeeld met een beweegmakelaar zoals aangegeven in de Sport en beweegvisie. Stimuleer de samenwerking met partners om extra ondersteuning te bieden in de daadwerkelijke deelname aan sportactiviteiten, zoals met een buurtsportcoach voor ouderen. Bevorder gezonde en veilige scholen door gezondheidsbeleid te koppelen aan activiteiten binnen de school. Stimuleer het ontwikkelen en aanbieden van een dagelijks sport- en beweegaanbod op en rond scholen voor alle leerlingen. Ga overgewicht en eenzaamheid ( preventief) tegen en bevorder een actieve leefstijl met het project ‘Bouwen aan een gezonde wijk’ met aandacht voor groen in de wijk en bijvoorbeeld pluktuinen. Stimuleer bewustwording van en gezonde en duurzame keuzes over leefstijl.

C. Het vroegtijdig signaleren en interveniëren bij opgroei- en opvoedingsproblemen, bij specifieke stoornissen en bij gezondheidsbedreigingen bij kinderen en volwassenen.   

Signaleer, volg en neem actie op ontwikkelingen in de gezondheidstoestand van jeugdigen, door JGZ en GGD de samenwerking te laten versterken. Zorg voor een adequate uitvoering van de wettelijke taken op het terrein van de publieke gezondheidszorg door de GGD en JGZ door deze te monitoren en zo nodig bij te sturen. Intensiveer de samenwerking tussen de gemeente, huisartsen en nieuwe samenwerkingspartijen zoals zorgverzekeraars, door een gezamenlijke agenda op te stellen.

    

Organiseer laagdrempelige voorlichting voor en rondom risicodoelgroepen, zoals ouders van jongeren met psychosesymptomen. Zet in op preventie met betrekking tot depressie door gesprekken te organiseren met kinderen en ouders uit risicogroepen. Informeer inwoners waar ze bij psychische problemen terecht kunnen voor hulp om escalatie te voorkomen. Voorkom en verminder overgewicht bij kinderen en jongeren zoals met de ‘Aanpak gezond gewicht’. Leid inwoners bijtijds toe naar passende begeleiding of zorg zodat voorkomen wordt dat lichte problemen uitgroeien tot zware problematieken.

D. Het optimaal inrichten en gebruiken van de openbare ruimte en van sportfaciliteiten.   

Bevorder dat sportfaciliteiten optimaal worden benut, zoals door het gezamenlijk met partners en inwoners ontwikkelen van aanbod tijdens incourante tijden. Bevorder de toegang tot sporten en bewegen, zoals door het verlagen van (financiële) drempels voor gezinnen met een minimuminkomen. Vergroot de aantrekkelijkheid van bewegen door de openbare ruimte groen en prettig in te richten.

E. Het formuleren en uitvoeren van maatregelen die een gezonde leefstijl bevorderen en gezondheidsbedreigingen tegengaan.     

Geef uitvoering aan de Wet Publieke Gezondheid, waaronder: infectieziektebestrijding, ouderengezondheidszorg en jeugdgezondheidszorg. Hanteer bij het opstellen en uitvoeren van maatregelen speerpunten uit het lokaal gezondheidsbeleid. Geef uitvoering aan het programma ‘Ouderen actief’. Formuleer en geef uitvoering aan het actieplan ‘Lokaal gezondheidsbeleid’ om inwoners zo lang mogelijk vitaal te houden. Geef uitvoering aan het plan ‘Maatschappelijk verantwoord verenigen’.

2. Inwoners kunnen zo lang mogelijk regie over eigen leven houden en zelfstandig functioneren 2.1. Meer mensen redden zich zonder individuele ondersteuning van de gemeente Een streven is dat een zo groot mogelijke groep inwoners in staat is om zijn/haar eigen leven te leiden zonder individuele (intensieve) gemeentelijke zorg en ondersteuning. Zelfstandigheid vergroot de eigenwaarde. Dit betekent niet dat inwoners op zichzelf zijn aangewezen, integendeel! Er wordt fors ingezet op sterke sociale netwerken en een goed aanbod van algemene voorzieningen zoals ontmoetingsplekken, cursussen en lichtere hulp zoals algemeen maatschappelijk werk en cliëntondersteuning die zonder besluit van de gemeente toegankelijk is. Daarbij is er oog voor dat voorzieningen gemakkelijk zijn te vinden en meerdere groepen en meerdere doelen tegelijk dient. Laagdrempelige ondersteuning in een vroeg stadium kan verergering van problemen voorkomen en ervoor zorgen dat mensen zichzelf kunnen blijven redden. Wat voor de een geschikt is, is voor

een ander niet mogelijk. Er zullen altijd inwoners zijn die (tijdelijk of permanent) wél individuele voorzieningen nodig hebben. Voor die inwoners blijft het streven om snel de juiste hulp toe te kennen en effectieve ondersteuning te bieden. (koers 4). Extra aandacht is er ook voor ondersteuning van mantelzorgers, met overbelasting als aandachtspunt. Dit wordt gerealiseerd door: A. Zelfregie te stimuleren en te zorgen dat inwoners (jeugd en volwassen) elkaar ontmoeten, van elkaar leren en zich voor elkaar inzetten. 

   

Stimuleer inwoners om een steunnetwerk op te bouwen van anderen die kunnen helpen, zoals met taalmaatjes, buurtmaatjes, en opgroei- en opvoedondersteuning bij GGZ en netwerk coaching. Vergroot de bewustwording bij inwoners over de verantwoordelijkheid voor hun eigen leven en toekomst. Stimuleer verbinding tussen inwoners (sociale infrastructuur) bijvoorbeeld met generatiewoningen en sociaal beheer van panden. Stimuleer inzet van ervaringsdeskundigen zodat zij cliënten en naasten beter kunnen helpen bij algemeen toegankelijke voorzieningen. Faciliteer veilige en laagdrempelige multifunctionele ontmoetingsplekken waar iedereen welkom is (jong en oud), bijvoorbeeld in winkels, de bibliotheek, het gemeentehuis en wijkgebouwen. Stimuleer inkoop en gebruik van technologie zoals OV apps en digitale platforms als BUUV en Nextdoor en bekijk mogelijkheden om spraak en braille toe te passen.

B. Mantelzorgers in staat te stellen hun rol uit te voeren door draagkracht te versterken, zorg te verlichten en hen met anderen te verbinden. 

 

   

Ondersteun mantelzorgers en professionals door hun kennis over beschikbare ondersteuning te vergroten, de toeleiding te verbeteren en een luisterend oor te bieden, zoals met het mantelzorgcafé en een informatiepunt. Vergroot het aanbod van praktische ondersteuning aan mantelzorgers, zoals met uitbreiding van de klussendienst en steun- en ontmoetingspunten in de wijk. Zorg voor voldoende professionele en vrijwillige respijtzorg, door te bouwen aan een structurele lokale netwerkstructuur waarin de behoefte van de mantelzorger zelf centraal staat. Maak afspraken met werkgevers om werknemers de mogelijkheid te bieden mantelzorg te verlenen, en geef als gemeente het goede voorbeeld. Goede voorbeeld. Verminder regeldruk en probeer waar nodig administratief te ontlasten door inzet van ondersteuning thuisadministratie, zoals formulierenbrigade. Zorg dat partners kennis hebben over de mogelijkheden om de draagkracht van mantelzorgers te versterken, zodat mantelzorgers tijdig worden doorgeleid naar ondersteuning.

C. Het netwerk van informele zorg te stimuleren en te faciliteren.

 

Stimuleer de inzet van zorgvrijwilligers en maatjes en bied hen training om (thuis) breed inzetbare informele zorg te kunnen bieden. Geef bekendheid aan informele alternatieven voor geïndiceerde ondersteuning.

D. Activiteiten te richten op vroegtijdig signaleren en voorkomen dat inwoners (jeugd en volwassen) individuele ondersteuning nodig hebben.   

   

Creëer bekendheid onder (zorg)vrijwilligers en sleutelpartners over verschillende problematieken, zoals over hoe om te gaan met opvoedvragen, eenzaamheid en dementie bij cliënten. Voorkom en bestrijd chronische eenzaamheid door de draagkracht van kwetsbare inwoners te versterken, zoals door het verbinden naar hulp in hun omgeving (en interventies gericht op de eigen houding en vaardigheden. Zorg voor een preventieve aanpak voor GGZ-problematiek, met aandacht voor de overgang van jeugdhulp naar volwassenhulp zoals met cursussen in het herkennen van signalen. Stimuleer dat (zorg)vrijwilligers makkelijker en vaker signalen delen, bijvoorbeeld met een Sociaal Servicepunt en met vaste contactpersonen in de wijk. Zorg voor het hebben van een vinger aan de pols bij kwetsbare inwoners met formele en informele netwerken. Bevorder de verbinding tussen zorg-, welzijn- en preventiepartners, zodat zij elkaar leren kennen, meer samenwerken en weten waar zij met signalen van inwoners terecht kunnen, zoals met het project ‘Welzijn op recept’. Geef woningcorporaties een actieve rol bij het signaleren van probleemsituaties van bewoners en maak inzichtelijk waar woningcorporaties deze kunnen melden.

E. Goede vindbaarheid en voldoende aanbod van algemene (en integrale) voorzieningen voor jeugd en volwassen die ondersteuning nodig hebben.      

Zorg voor een Sociaal Servicepunt als (woel fysiek als digitaal) voor domein overstijgende informatie, advies en ondersteuning. Geef organisaties en initiatieven ruimte om bekendheid te (blijven) geven aan wat zij inwoners bieden. Zorg voor een sluitend aanbod aan dienstverlening en vrij toegankelijke hulp, zoals door partners te stimuleren tot samenwerken. Zorg voor een verbindende schakel tussen inwoners en organisaties in de wijk om vraag en aanbod te koppelen, bijvoorbeeld met een wijkconsulent, ‘Buurt m/v’ of ‘Welzijn op recept’. Bied inwoners, vrijwilligers(organisaties) en professionals inzicht in wat de gemeente voor hen kan betekenen, maar maak ze ook bewust van de alternatieven. Zorg voor instandhouding van een goed algemeen en voor iedereen toegankelijk voorzieningenniveau, met een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, publieke gezondheidszorg, preventie, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen. Bevorder zorgcontinuïteit door als gemeente regie te voeren op het netwerk van maatschappelijke partners en door samenwerking te faciliteren, zoals met een netwerkoverleg of verwijsindexapp. Breng de algemene voorzieningen de wijk in door waar mogelijk een deel van de middelen per wijk te verdelen en verken prestatieafspraken met partners op basis van resultaten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=3506bd0f-78f5-4d93-be93-aa9fbf19c068