CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2573-49 Bijlage 46 toelichting, Lokale educatieve agenda 2019-2022.pdf

Raadsvergadering 22 februari 2022, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: Vaststellen bestemmingsplan Stedelijk.4.246 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage: 46

Lokale Educatieve Agenda Leidschendam-Voorburg 2019-2022

Inhoudsopgave De Lokale Educatieve Agenda Leidschendam-Voorburg 2019-2022

Voorwoord........................................................................................................................................................................................................................... 1

Inleiding..............................................................................................................................................................................................................................1 1.1 Betrokken partijen......................................................................................................................................................................................................1

2

Hoofdambitie en uitgangspunten.........................................................................................................................................................................2 2.1 Hoofdambitie...........................................................................................................................................................................................................2 2.2 Uitgangspunten......................................................................................................................................................................................................2

3

Inhoudelijke thema’s....................................................................................................................................................................................................3 3.1 Gelijke kansen..........................................................................................................................................................................................................3 3.2 Verbinding passend onderwijs-jeugdhulp......................................................................................................................................................4 3.3 Preventie en voorkomen van uitval..................................................................................................................................................................4 3.4 Brede ontwikkeling en IKC..................................................................................................................................................................................5 3.5 Doorgaande leerlijnen..........................................................................................................................................................................................5 3.6 Aansluiting

onderwijs-arbeidsmarkt................................................................................................................................................................6

4

Structuur LEA..................................................................................................................................................................................................................7 4.1 Bestuurlijke verantwoordelijkheden................................................................................................................................................................7 4.2 Samenwerkingsstructuur.....................................................................................................................................................................................8 4.3 Afspraken over financiën......................................................................................................................................................................................9 4.4 Communicatie.........................................................................................................................................................................................................9

5

Werken met een jaaragenda................................................................................................................................................................................. 10

Voorwoord De Lokale Educatieve Agenda Leidschendam-Voorburg 2019-2022

Goed onderwijs is belangrijk om onze kinderen voor te bereiden op de toekomst. Om ze de kennis en vaardigheden te leren die ze in de maatschappij en later op de arbeidsmarkt nodig hebben. Ouders en scholen hebben hierin een belangrijke taak, maar ze doen dit niet alleen. Kinderen gaan ook naar de voor- en naschoolse opvang, krijgen hulp vanuit de jeugdgezondheidszorg, zijn lid van een sportvereniging, bezoeken musea, noem maar op. Al deze partijen hebben ieder vanuit hun eigen rol de verantwoordelijkheid om elk kind de beste start te geven. In Leidschendam-Voorburg werken al deze organisaties samen. Omdat we er met elkaar voor kunnen zorgen dat kinderen gemotiveerd en ondersteund worden om het beste uit zichzelf te halen. Om zich te blijven ontwikkelen, ook als het op school, thuis of met vrienden even niet zo leuk of gemakkelijk gaat. Hoe we dat doen leest u in deze Lokale Educatieve Agenda. Hierin is voor de komende vier jaar vastgelegd wat onze speerpunten zijn en wat we daarop willen bereiken. Zo zetten we in op gelijke kansen voor elk kind. Het moet niet uitmaken waar je geboren bent, wie je ouders zijn of dat je een beperking hebt. Elk kind krijgt de kans om te leren op een niveau dat bij hem of haar past. Als het nodig is met ondersteuning.

We geven elk kind ook de kans zich breed te ontwikkelen en zorgen dat de overgang van kinderopvang, naar basisonderwijs, voortgezet onderwijs en de arbeidsmarkt soepel verloopt en inhoudelijk goed op elkaar aansluit. Daarnaast werken we samen om dreigend uitval vroeg te signaleren en de juiste hulp en ondersteuning te bieden om dit te voorkomen.

Om concrete resultaten te behalen gaan we in de uitvoering werken met jaarplannen en projectopdrachten. We formuleren jaarlijks per speerpunt welke acties we uitvoeren, we kijken welke partijen nodig zijn om het resultaat te bereiken en gaan er binnen een vastgesteld tijdspad mee aan de slag. Door deze nieuwe manier van werken zijn we flexibeler om op ontwikkelingen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt te reageren, en brengen we nog meer continuïteit in onze samenwerking. Juliette Bouw Wethouder onderwijs en jeugdhulp

1

Inleiding De Lokale Educatieve Agenda Leidschendam-Voorburg 2019-2022

In de loop van 2018 en begin 2019 hebben wij, onderwijs, de organisaties voor kinderopvang, zorg, cultuur en sport in Leidschendam-Voorburg en de gemeente Leidschendam-Voorburg, onder begeleiding van onderzoeks- en adviesbureau Oberon een nieuwe Lokale Educatieve Agenda opgesteld voor de periode 2019-2022. We hebben als gelijkwaardige partners input gegeven, gesprekken met elkaar gevoerd en gezamenlijk dit stuk opgesteld. Het is dus met recht onze gezamenlijke nieuwe Lokale Educatieve Agenda (LEA).

Met deze nieuwe LEA voor Leidschendam-Voorburg wordt gestalte gegeven aan het voornemen om ambities uit de voorgaande LEA gezamenlijk voort te zetten. Dit document bevat onze gezamenlijk geformuleerde uitgangspunten en ambities voor de komende jaren. Daarnaast hebben we vastgelegd hoe we onze samenwerking structureren. De LEA is een meerjarige agenda op hoofdlijnen. Onze agenda is niet in beton gegoten. In de komende jaren zullen zich nieuwe ontwikkelingen aandienen die hun impact zullen hebben op de samenwerking tussen onderwijs, partners en gemeente. Naar aanleiding daarvan zullen we waar nodig nieuwe thema’s in de LEA opnemen en/of de focus verleggen. Deze LEA is dus een groeidocument waarin ook de mogelijkheid is om gaandeweg bij te sturen.

Wij gebruiken de Lokale Educatieve Agenda als instrument om in goede onderlinge verhoudingen tot gezamenlijke afspraken te komen over ons onderwijsbeleid. Met de LEA geven we tevens uitvoering aan het wettelijk verplicht jaarlijks bestuurlijk overleg1 over VVE.

1.1 Betrokken partijen Sector

Organisatie

Overheid Gemeente Leidschendam-Voorburg Gezondheidszorg GGD Haaglanden JGZ Zuid-Holland West Kinderopvang

DAK Kindercentra/KIJK peuterspeelzalen Kindercentrum ZieZoo Partou Smallsteps Stichting Kinderopvang Zoeterwoude Vlietkinderen

Kunst en Cultuur

Trias Bibliotheek aan de Vliet

Onderwijs

Lucas Onderwijs Montessori Stichting Vreugd en Rust Panta Rhei Scholengroep Spinoza Horizon Schakenbosch College mboRijnland Samenwerkingsverband passend onderwijs po (SPPOH) Samenwerkingsverband passend onderwijs vo (SWVZHW)

Schoolmaatschappelijk werk

Kwadraad Schoolformaat

Sport en welzijn

SenW

1

WPO artikel 167/167a

1

2

Hoofdambitie en uitgangspunten De Lokale Educatieve Agenda Leidschendam-Voorburg 2019-2022

2.2 Uitgangspunten

We hebben de afgelopen jaren gezamelijk ervaring opgedaan en geconstateerd dat de LEA waarborgen moeten bieden waardoor plannen ook daadwerkelijk tot uitvoering komen. Ook willen we gezamenlijk bepalen waar we de meeste impact hebben, heldere keuzes maken en focus aanbrengen. We werken daarom vanuit een gezamenlijke hoofdambitie en hanteren de volgende uitgangspunten en principes.

We hanteren de volgende uitgangspunten en principes voor de uitvoering van de LEA.

Onze gezamenlijke hoofdambitie is:

Samen bereiken we meer Iedere organisatie en instelling heeft eigen taken en verantwoordelijkheden ten aanzien van kinderen, jongeren en ouders. We willen samenwerken omdat we weten dat sommige uitdagingen niet alleen door de eigen organisatie aangepakt kunnen worden en omdat we ervan overtuigd zijn dat we door samen te werken meer bereiken.

Een gedeelde zorg voor onze kinderen Goed onderwijs is in het belang van leerlingen en van de samenleving. Wij willen er samen voor zorgen dat alle kinderen en jongeren in Leidschendam-Voorburg de kans krijgen om zich optimaal te ontwikkelen. We willen leerlingen gedurende hun hele schoolloopbaan, vanaf de voorschoolse periode tot en met de overgang van school naar werk, stimuleren om hun talenten te ontplooien, kinderen en ouders waar nodig extra hulp en ondersteuning bieden en achterstanden en uitval zoveel mogelijk tegengaan en voorkomen.

We maken afspraken over onze samenwerking De basis voor onze samenwerking zijn gedeelde ambities, wederzijds vertrouwen en gelijkwaardigheid. We spreken uit wat we van elkaar verwachten in de samenwerking aan de hand van de volgende principes: •  Doelgericht: we spreken af wat er gerealiseerd moet worden. •  Transparant: we informeren elkaar en expliciteren ieders rol, verantwoordelijkheden en taken. •  Consistent: we zorgen voor continuïteit in visie en aanpak.

2.1 Hoofdambitie

Op basis van deze meerjarige LEA stellen we voorafgaand aan elk kalenderjaar een korte jaaragenda op waarin we vastleggen wat we in de uitvoering tot stand willen brengen en hoe we dat gaan doen. Tevens stellen we jaarlijks een financiële paragraaf op.

2

3

Inhoudelijke thema’s De Lokale Educatieve Agenda Leidschendam-Voorburg 2019-2022

In gesprekken en bijeenkomsten hebben we met elkaar de relevante onderwerpen voor de nieuwe LEA geïdentificeerd. Hierbij geldt dat scholen steeds nadrukkelijker opereren in een breder maatschappelijk speelveld. Mede onder invloed van stelselwijzigingen en decentralisaties van zorg, werk en jeugdhulp naar gemeenten ontstaan er nieuwe mogelijkheden om onder meer de verbinding met zorg te versterken, de samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang te intensiveren, het perspectief op werk te verbeteren en de samenwerking rondom cultuureducatie, sport en bewegen verder uit te bouwen. Met deze constatering zijn we gekomen tot een behoorlijk aantal onderwerpen voor de LEA. We hebben de onderwerpen vervolgens geclusterd in enkele thema’s en met elkaar de prioriteiten benoemd op basis van urgentie en gezamenlijke wensen. Zoals in de inleiding al vermeld kunnen er gaandeweg nieuwe onderwerpen toegevoegd worden. Dit gebeurt in de jaaragenda’s. Wij zijn tot de volgende indeling van thema’s gekomen: • Gelijke kansen • Verbinding passend onderwijs-jeugdhulp • Preventie en voorkomen van uitval • Brede ontwikkeling & IKC • Doorgaande leerlijnen • Aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt

Harry van de Kant, voorzitter College van Bestuur Panta Rhei:

‘Elk kind heeft het recht om de beste te worden die hij/zij is’

In het vervolg van dit hoofdstuk lichten we per thema toe wat onze gezamelijke ambities zijn.

niet evenredig. We willen met elkaar de oorzaken hiervan onderzoeken en oplossingen bedenken om deze segregatie tegen te gaan.

3.1 Gelijke kansen Uit verschillende onderzoeken (Onderwijsinspectie, WRR/ SCP, OESO)2 blijkt dat kinderen in het onderwijs niet altijd gelijke kansen krijgen. Ongelijkheid in het onderwijs lijkt eerder toe dan af te nemen. Kansen worden medebepaald door het opleidingsniveau van ouders en de steun die zij hun kinderen kunnen bieden. Kinderen van laagopgeleide ouders stromen vaker door naar een lager onderwijsniveau. Dit beeld wordt ook herkend in het onderwijs in Leidschendam-Voorburg. Daarom willen we met elkaar een passende aanpak Gelijke Kansen opzetten, kinderen kansen bieden op een optimale schoolloopbaan en er daarmee voor zorgen dat elk kind zich naar zijn of haar mogelijkheden kan ontwikkelen. We starten hiermee vanaf 2,5 jaar met Voorschoolse Educatie. Vanaf 4 jaar pakt het basisonderwijs dit verder op: sommige scholen hebben een VVE-programma voor kleuters, andere scholen hebben andere methodieken om kinderen voor te bereiden op groep 3 en verder. De spreiding van kinderen van laagopgeleide ouders over de basisscholen in Leidschendam-Voorburg is

Bij gelijke kansen is ook ouderbetrokkenheid essentieel: welke verwachtingen hebben ouders van hun kind en welke ondersteuning kunnen zij al dan niet bieden? Gelijke kansenaanpak vraagt ook bewustwording van leerkrachten. Hoe kijk je naar kinderen? Welke verwachtingen heb je van ze? Belangrijk aandachtspunt is de overgang van het primair onderwijs naar het voortgezet onderwijs. Het advies van het basisonderwijs is hierbij van groot belang met het oog op een doorstroom die recht doet aan de kwaliteiten van het kind. Scholen voor voortgezet onderwijs en het mbo kunnen kansengelijkheid bevorderen door middel van bijvoorbeeld extra onderwijstijd, huiswerkbegeleiding, aandacht voor loopbaan- en beroepsperspectief (LOB) en goede mogelijkheden voor opstroom en doorstroom naar vervolgonderwijs. Onze gezamenlijke ambitie: kinderen gelijke kansen bieden op een optimale schoolloopbaan, ongeacht hun afkomst of thuissituatie.

Onderwijsinspectie (2018) De staat van het onderwijs 2018; WRR/SCP (2014) ‘Gescheiden werelden’; OESO, Netherlands, Foundations for the Future, Reviews of National Policies for Education, OECD Publishing, Paris (2016).

2

3

De Lokale Educatieve Agenda Leidschendam-Voorburg 2019-2022

3.2 Verbinding passend onderwijs-jeugdhulp Passend onderwijs is in 2014 ingevoerd, met als doel ieder kind een plek te geven in het onderwijs die past bij zijn of haar mogelijkheden en eventuele ondersteuningsbehoeften. In 2015 is jeugdhulp gedecentraliseerd naar gemeenten, vanuit de gedachte dat gemeenten het beste zicht hebben op kinderen en gezinnen en daardoor de best passende hulp kunnen bieden. De aansluiting tussen passend onderwijs en jeugdhulp is nog niet op orde blijkt uit landelijk onderzoek3. Ook in Leidschendam-Voorburg verloopt de samenwerking tussen passend onderwijs en jeugdhulp nog niet optimaal, hoewel we elkaar al beter weten te vinden. Er is soms onduidelijkheid over wanneer passend onderwijs dan wel jeugdhulp van toepassing is. Daarom gaan we hierover heldere afspraken maken, zodat ouders en kinderen weten bij wie ze terecht kunnen. Bijkomend aandachtspunt in met name het vo en mbo is dat de samenwerking de gemeentegrenzen veelal overstijgt. Dat betekent dat scholen en samenwerkingsverbanden passend onderwijs met meerdere gemeenten in de regio afspraken moeten maken over de toegang tot en inzet van het jeugdhulpaanbod.

3.3 Preventie en voorkomen van uitval

We willen ons inzetten om de samenwerking tussen passend onderwijs en jeugdhulp aanzienlijk te versterken. Schoolmaatschappelijk werk vormt hierin een belangrijke schakel. Er moet helderheid komen over ieders rol en verantwoordelijkheid. Dat vraagt om meer afstemming, meer kennis van elkaars aanpak en om antwoorden op vragen als: Hoe kunnen we kinderen en jongeren maatwerk bieden en zorgen dat zij op tijd de juiste hulp krijgen? Welk aanbod kan er het beste worden ingezet? Wie neemt de regie? En wie betaalt wat?

Bij preventie gaat het om activiteiten die ingezet worden ter voorkoming van problematiek bij kinderen en jongeren rondom opgroeien, opvoeding en ontwikkeling. We denken daarbij bijvoorbeeld aan sociaal-emotionele ondersteuning door het schoolmaatschappelijk werk. Goede afstemming en samenwerking tussen onderwijs, kinderopvang, jeugdhulp, schoolmaatschappelijk werk en preventief jeugdaanbod is van groot belang om tijdig de juiste preventieve maatregelen te kunnen inzetten. Om de aansluiting met de verschillende partijen echt gestalte te geven is het noodzakelijk hier duidelijke afspraken over te maken. Wij denken dat we gezamenlijk vroegtijdiger kunnen signaleren als er sprake is van kind- en/of gezinsproblematiek, bijvoorbeeld als gevolg van armoede, kindermishandeling of vechtscheidingen. Dat wil zeggen dat we eerder in het proces ondersteuning willen bieden en daarmee willen voorkomen dat problemen escaleren en zwaardere en gespecialiseerde zorg moet worden ingezet.

Onze gezamenlijke ambitie: Versterken en verhelderen van de verbinding tussen passend onderwijs en jeugdhulp (in regionaal verband), zodat kinderen de juiste ondersteuning ontvangen als dat nodig is.

Sommige leerlingen spijbelen en dreigen uit te vallen. Preventie van problematiek en schooluitval onder jongeren is gebaat bij een goede verzuimaanpak. Jongeren zonder startkwalificatie hebben aantoonbaar meer moeite om aansluiting te vinden op de arbeidsmarkt. In Leidschendam-Voorburg wordt preventief gewerkt middels de methodische aanpak schoolverzuim (MAS). We zetten in op optimale schoolloopbanen voor jongeren en streven ernaar dat zoveel mogelijk jongeren minimaal een startkwalificatie behalen.

Karin Loggen, directeur SWV Zuid-Holland West:

‘Optimale inzet op de samenwerking tussen jeugdhulp en onderwijs is essentieel voor het terugdringen van het aantal thuiszitters’

Zie o.a. Met andere ogen. René Peeters e.a.. november 2018.Landelijke inventarisatie aansluiting onderwijs en jeugdhulp 2018. Oberon/KBA/Kohnstamm, oktober 2018.

3

4

De Lokale Educatieve Agenda Leidschendam-Voorburg 2019-2022

Onderwijs en gemeente trekken hierin samen op, bijvoorbeeld door inzet van huiswerkbegeleiding, mentoren, huisbezoeken, oriëntatietrajecten voor leerlingen die dreigen uit te vallen en activeringstrajecten voor jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt.

De gewenste samenwerking en doorgaande lijn is qua vorm goed te realiseren in een Integraal Kindcentrum (IKC). In Leidschendam-Voorburg zijn de afgelopen jaren diverse IKC’s opgezet en nog in ontwikkeling. Scholen en kinderopvang werken hierin intensiever samen, doorgaande leer- en ontwikkelingslijnen worden versterkt en er wordt vanuit een gezamenlijke pedagogische visie geopereerd. Van daaruit kan de verbinding met partners en activiteiten rondom talentontwikkeling worden versterkt.

Onze gezamenlijke ambitie: Vroegsignalering en de juiste preventieve activiteiten inzetten om de inzet van zwaardere hulp te voorkomen en schooluitval tegen te gaan.

Onze gezamenlijke ambitie: Kinderen de mogelijkheid bieden zich breed te ontwikkelen.

Dennis van der Lugt, leerplichtambtenaar:

‘Bij schoolverzuim is er altijd iets aan de hand! Wees daar snel bij!’

3.5 Doorgaande leerlijnen Het onderwijs kent doorgaans een sterke focus op het behalen van de door onder meer het Rijk opgelegde streefdoelen. Binnen de sector wordt er een goed onderwijsaanbod geboden in de verwachting dat de basis die hierdoor gecreëerd wordt voldoende is om in het vervolgonderwijs te slagen. In de praktijk blijkt dat de aansluiting tussen kennis en vaardigheden bij leerlingen en de vervolgopleidingen die ze willen doen, beter kan. Dit vraagt om goede onderlinge afstemming en een inhoudelijke doorgaande leerlijn vanaf de voorschoolse periode, via de overgang van voor- naar vroegschools, van po naar vo en van vo naar vervolgonderwijs.

3.4 Brede ontwikkeling en IKC Het is onze gezamenlijke wens om kinderen kansen te bieden op een brede ontwikkeling en er voor te zorgen dat zij in aanraking kunnen (blijven) komen met aanbod en activiteiten op het gebied van kunst- en cultuureducatie, leesbevordering, sport en bewegen, sociale ontwikkeling en burgerschap. Dat bevorderen we onder meer door middel van de inzet van functionarissen die in samenwerking met scholen, kinderopvang, culturele instellingen en sportverenigingen naschoolse activiteiten voor leerlingen in het primair onderwijs organiseren. Partijen worden aangemoedigd om samen te werken en een sterke doorgaande lijn te ontwikkelen.

Een doorgaande leerlijn start met het creëren van een soepele overgang: de juiste informatie wordt met elkaar gedeeld en teruggekoppeld. Daarnaast is een inhoudelijke doorgaande lijn gewenst zodat kennis en vaardigheden kennen een logische opbouw en sluiten goed op elkaar aan. Elke overgang in de schoolloopbaan van kinderen heeft zijn eigen aandachtpunten. In de voor- en vroegschoolse periode gaat bijvoorbeeld specifieke aandacht uit naar taalontwikkeling en taalondersteuning. Bij de overgang van het po naar vo achten we het onder meer van belang dat leerlingen zich in een vroeg stadium kunnen oriënteren op hun loopbaan en beroepsperspectief inclusief doorstroom naar het juiste vervolgonderwijs. Onze gezamenlijke ambitie: Doorlopende leerlijnen realiseren met soepele overgangen en een goede inhoudelijke aansluiting op het vervolgonderwijs.

Krijn van Putten, clusterdirecteur Lucas Onderwijs:

Samenwerken levert veel meer op: alleen ga je sneller, maar samen kom je verder’ 5

De Lokale Educatieve Agenda Leidschendam-Voorburg 2019-2022

3.6 Aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt Met goed onderwijs bieden we jongeren perspectief op de arbeidsmarkt. Dat perspectief hangt uiteraard samen met ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Die staan niet stil. Zo dragen automatisering en robotisering er bijvoorbeeld aan bij dat een deel van de arbeidsmarkt met veel minder menskracht kan functioneren, terwijl de voortschrijdende digitalisering meer specialistische kennis vraagt. Dit roept de vraag op welke kennis en vaardigheden we de jongeren in het onderwijs moeten meegeven voor de banen van de toekomst, bijvoorbeeld door ontwerpend en onderzoekend leren met aandacht voor techniek. Dit vraagstuk wordt in Leidschendam-Voorburg opgepakt door het Platform Economie Onderwijs Arbeidsmarkt (EOA). Dit Platform is een actief netwerk met bestuurders en medewerkers van het bedrijfsleven, het onderwijs, de gemeente en de zorg in Leidschendam-Voorburg. Het Platform heeft een eigen 4-jarige agenda en een jaarlijks actieplan. De aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt is een regelmatig terugkerend thema en het is van belang om de aansluiting met het Platform te borgen. We benoemen dit thema ook in onze LEA omdat de overgang van school naar werk het sluitstuk vormt van een optimale schoolloopbaan zoals we die met de LEA nastreven.

Elly van de Bree, directeur Onderwijs Servicecentrum mboRijnland:

‘Jeugd staat tot Toekomst is als Onderwijs staat tot Arbeidsmarkt’

Onze gezamenlijke ambitie: Jongeren vanuit een optimale schoolloopbaan perspectief bieden op de arbeidsmarkt.

6

4

Structuur LEA De Lokale Educatieve Agenda Leidschendam-Voorburg 2019-2022

In dit hoofdstuk gaan we in op het ‘hoe’ en beschrijven we op welke wijze we willen samenwerken en hoe we onze ambities denken te kunnen realiseren. Daarbij gaan we achtereenvolgens in op: • bestuurlijke verantwoordelijkheden • samenwerkingsstructuur • financiën • communicatie

In onderstaand 3-kolommenmodel is schematisch weergegeven wie waarvoor verantwoordelijk is en op welke thema’s de partijen elkaar (in de middenkolom) treffen. Figuur 1. Bestuurlijke verantwoordelijkheden binnen en buiten de LEA. In de linker kolom staan de zaken waar het onderwijs over gaat, rechts de onderwerpen waar de gemeente voor verantwoordelijk is en in de middelste kolom de gezamenlijke thema’s die in het vorige hoofdstuk zijn beschreven. Het betreft hier louter de bestuurlijke verantwoordelijkheden zoals die door de wetgever zijn vastgelegd. De inhoud en uitvoering van de LEA heeft echter betrekking op een veel breder palet aan organisaties en instellingen in het sociale domein4. Daar gaan we in de volgende paragraaf nader op in.

4.1 Bestuurlijke verantwoordelijkheden Duidelijkheid over waar welke verantwoordelijkheid ligt, is belangrijk. Wettelijk gezien zijn de schoolbesturen en de gemeente bestuurlijk eindverantwoordelijk voor de thema’s in de LEA.

7

De Lokale Educatieve Agenda Leidschendam-Voorburg 2019-2022

4.2 Samenwerkingsstructuur

Stuurgroepen We kiezen ervoor om twee stuurgroepen in te stellen, één voor de doelgroep ‘kinderen van 0-12 jaar’ en één voor de doelgroep ‘leerlingen van 12 jaar en ouder’. Daar waar sprake is van doelgroep overstijgende vraagstukken kan een thema in beide stuurgroepen worden geagendeerd en dan gezamenlijk worden overlegd. De stuurgroepen bewaken de voortgang van de LEA, formuleren opdrachten voor de projectgroepen en reageren op bevindingen daarvan, indien nodig met besluitvorming. De stuurgroepen bespreken welke nieuwe ontwikkelingen zich voordoen en hoe deze geagendeerd worden op de LEA. Het voorstel is om voor de stuurgroepen een frequentie van 2 à 3 bijeenkomsten per jaar te hanteren. De stuurgroepleden dragen er zelf zorg voor dat zij hun sector breed vertegenwoordigen en namens alle betrokken partijen kunnen spreken en inbreng leveren. Overige partijen zullen daar waar nodig worden uitgenodigd om aan te sluiten op specifieke agendapunten van de stuurgroepen.

We kiezen voor een compacte structuur van stuurgroepen met bestuurders die beslissingsbevoegd zijn en duidelijke en afgebakende opdrachten kunnen geven aan projectgroepen waarin de relevante, uitvoerende partijen zitting nemen. De structuur is dusdanig opgezet dat er zowel afgestemd wordt als terugkoppeling plaatsvindt en dat er daadkrachtig wordt gehandeld. De stuurgroepen dragen zorg voor de kaders en de hoofdlijnen. De partijen aan tafel zorgen voor een inhoudelijke bijdrage en zijn beslissingsbevoegd namens hun organisaties. In de projectgroepen nemen de partijen deel die de bestuurlijke opdrachten uitvoeren. Schematisch ziet de samenwerkingsstrucuur eruit als in Figuur 2 weergegeven. Figuur 2. Samenwerkingsstructuur.

STUURGROEP 0-12

STUURGROEP 12+

Kinderopvangorganisaties sluiten aan bij het jaarlijks bestuurlijk overleg OAB (zie WPO artikel 167a).

4

8

De Lokale Educatieve Agenda Leidschendam-Voorburg 2019-2022

4.3 Afspraken over financiën

Gezamenlijk is besloten dat de gemeente voor de facilitering van de LEA-structuur twee taken op zich neemt. De gemeente levert de voorzitter van beide stuurgroepen. Dit kan de wethouder zijn of een technisch voorzitter vanuit de gemeente. De gemeente levert ook een ambtelijk LEA-secretaris.

Zoals in hoofdstuk 2 is vermeld wordt jaarlijks een jaaragenda opgesteld. In deze jaaragenda’s wordt een financiële paragraaf toegevoegd. Daarin wordt opgenomen welk budget er voor de LEA beschikbaar is en hoe dit wordt ingezet. Tevens bezien we hoe we de plannen en maatregelen, die uit de projectgroepen naar voren komen, kunnen bekostigen. Daarbij hanteren we de volgende uitgangspunten: • We onderzoeken of het mogelijk is om bestaande financiële schotten weg te nemen, zodat we gezamenlijk tot een efficiëntere inzet van middelen kunnen komen. • We onderzoeken waar we samen kunnen optrekken in de aanvraag van middelen, bijvoorbeeld bij Rijkssubsidies. • We bezien de mogelijkheden voor cofinanciering. Per vraagstuk bekijken we welke subsidies7, projectgelden en reguliere budgetten relevant zijn, onder welke condities deze benut kunnen worden en wie wat kan bijdragen.

De stuurgroep 0-12 bestaat uit: • de wethouder onderwijs; • één lid namens de kinderopvangorganisaties; • één lid vanuit de voorschoolse VVE-partners; • bestuurders van de schoolbesturen primair onderwijs; • samenwerkingsverband passend onderwijs po5; • ambtelijk secretaris. De stuurgroep 12+ bestaat uit: • de wethouder onderwijs; • bestuurders van de schoolbesturen voortgezet onderwijs; • mboRijnland; • samenwerkingsverband passend onderwijs vo6; • ambtelijk secretaris.

4.4 Communicatie

De structuur omtrent de OOGO’s (Op Overeenstemming Gericht Overleg) zal niet veranderen. Het verplichte onderwijsachterstandenbeleidsoverleg (OAB) wordt aan de stuurgroep 0-12 gekoppeld, de verplichte OOGO’s Onderwijshuisvesting en Jeugdzorg-Passend Onderwijs worden apart georganiseerd buiten de LEA om.

Heldere communicatie is van groot belang. Niet alleen tussen de bij de LEA betrokken partijen maar ook tussen de vertegenwoordigers in stuurgroepen en projectgroepen en hun eigen organisaties en achterban. Het is van belang dat de professionals in de diverse sectoren op hoofdlijnen geïnformeerd worden over besluiten en acties. We spreken daarom af dat iedere partij zelf verantwoordelijk is voor afstemming met en binnen de eigen organisatie.

Projectgroepen De uitvoering van de LEA vindt plaats middels concrete projectopdrachten die worden belegd bij projectgroepen. De projectgroepen worden opgericht naar aanleiding van een besluit om op één van de genoemde thema’s actie te ondernemen. De groepen worden samengesteld uit vertegenwoordigers van de partijen die nodig zijn om het resultaat te realiseren. Vanuit het oogpunt van efficiëntie en werkbaarheid blijven de projectgroepen beperkt in omvang (bv. 5 tot 8 deelnemers). Beoogde deelnemers worden uitgenodigd om in de projectgroep zitting te nemen en krijgen van de stuurgroep een bestuurlijke opdracht en een tijdpad mee waarbinnen zij het resultaat moeten opleveren. De projectgroepen zijn dan ook tijdelijk van aard. We denken aan een looptijd van 3 à 6 maanden. Hoe zij de opdracht vervullen is aan henzelf. De opbrengst van de projectgroepen betreft doorgaans een voorstel voor maatregelen of activiteiten dat ter besluitvorming aan de stuurgroep wordt voorgelegd, indien nodig inclusief voorstellen voor bekostiging. Daarnaast kan de projectgroep de stuurgroep adviseren over vervolgacties en eventuele nieuwe bestuurlijke opdrachten.

Het samenwerkingsverband passend onderwijs po is agendalid en sluit op specifieke agendapunten aan. Het samenwerkingsverband passend onderwijs vo is agendalid en sluit op specifieke agendapunten aan. Voor de inzet van gemeentelijke subsidies sluiten we aan op de systematiek van subsidietafels en de uitvoeringsplannen en begrotingen die elk najaar worden opgeleverd.

5 6 7

9

5

Werken met een jaaragenda De Lokale Educatieve Agenda Leidschendam-Voorburg 2019-2022

De uitvoering van de LEA wordt elk jaar vastgelegd en gestuurd door middel van een jaaragenda. In de jaaragenda worden de bestuurlijke opdrachten voor dat jaar opgenomen en voorzien van een planning. Daarmee ondersteunt de jaaragenda de verwezenlijking van de gezamenlijke ambities opgenomen in de LEA.

De evaluatie vormt het sluitstuk van de jaaragenda van het betreffende jaar en dient in een cyclisch proces weer als input voor de vormgeving van de volgende jaaragenda.

Opzet van de jaaragenda De jaaragenda zal per kalenderjaar worden vastgesteld, de eerste jaaragenda is voor 2019 en 2020 samen. Voor de inhoud wordt gekeken naar de evaluatie van de voortgang en resultaten van de LEA in het voorafgaande jaar en de bestuurlijke opdrachten voor het komende jaar. Jaarlijkse evaluatie Ieder jaar stellen de deelnemers aan de LEA Leidschendam-Voorburg een jaarverslag op. Er wordt teruggekeken op wat er in de twee stuurgroepen is afgesproken en wat er door de projectgroepen is gerealiseerd en opgeleverd. Tevens worden beknopte kengetallen en sturingsinformatie verzameld bij onderwijs, gemeente en overige betrokken partijen. Op basis daarvan wordt de voortgang en de uitvoering van de LEA geëvalueerd. Tevens wordt de structuur geëvalueerd. Desgewenst worden voorstellen voor aanpassing gedaan. De evaluatie wordt gecoördineerd door de ambtelijk secretaris op basis van de input vanuit de stuur- en projectgroepen.

Foto’s: Buro JP, mboRijnland: Marc de Haan

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=48e3abd8-ceb8-458c-b26a-1cf339dab692