2573-47 Bijlage 44 toelichting, Integraal huisvestingsplan primair onderwijs 2019-2023.pdf
Tekst van het document
Bijlage: 44
Integraal huisvestingsplan Primair Onderwijs 2019-2023
Gemeente Leidschendam-Voorburg
Integraal huisvestingsplan Primair Onderwijs 2019-2023
2019
Inhoudsopgave Samenvatting
6
1
9
Inleiding
4 Trends en ontwikkelingen
22
1.1
Doelstelling
9
4.1
1.2
Afbakening
10
4.2 Integrale benadering nieuwbouw, uitbreiding, renovatie,
1.3
Aanpak
10
1.4
Wettelijke taak onderwijshuisvesting
10
4.3 Samenwerkingsvormen onderwijs breed
27
4.4 Woningbouw
29
1.5
Uitvoering wettelijke taak onderwijshuisvesting
11
1.6
Leeswijzer
12
Functionaliteit
22
duurzaamheid22
5 Beleidsambities en financiële uitgangspunten 2
30
Het primair onderwijs in Leidschendam-Voorburg
13
5.1
2.1
13
5.2 Financiële uitgangspunten
33
6 Analyse onderwijshuisvesting
35
Scholen
Beleidskader IHP
30
2.2 Samenwerkingsverbanden; ‘ieder kind een kans!’
13
2.3 Onderwijskwaliteit
13
2.4 Leerlingenprognose
14
6.1
Uitgangspunten capaciteitsanalyse
35
2.5 Leerlingenstromen op gemeentelijk niveau
14
6.2 Analyse capaciteit basisscholen Voorburg
36
2.6 Leerlingenstromen op wijkniveau
15
6.3 Analyse capaciteit basisscholen Leidschendam
44
2.7 Schoolbesturen
15
6.4 Analyse capaciteit basisschool Stompwijk
52
3 Visie 3.1
6.5 Analyse capaciteit SBO
53
18
6.6 Analyse capaciteit gymnastiek
54
Visie op de sociale en ruimtelijke structuur
18
6.7 Vergelijking leerlingenprognose met volumeafspraken
55
3.2 Visie op onderwijs – goed, divers en gespreid
19
6.8 Analyse spreiding en omvang scholen
55
3.3 Visie op onderwijshuisvesting
20
6.9 Analyse functionaliteit gebouwenbestand
57
6.10 Analyse bouwkundige staat gebouwen
57
6.11 Analyse IKC-aanbod
57
6.12 Analyse toekomstbestendige en duurzame huisvesting
58
G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
2
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
7
Categoriën
59
7.1
Definiëring categorieën
59
7.2
Voorburg – benodigde nieuwbouw en uitbreiding in de IHP-periode
7.3
59
Leidschendam – benodigde nieuwbouw en uitbreiding in de IHP-periode
61
7.4 Stompwijk – benodigde nieuwbouw en uitbreiding in de IHP-periode 8
62
Financiering & Planning
63
8.1
Categorie 1: Realisatie passende huisvesting 2019-2023
64
8.2 Categorie 2: Realisatie passende huisvesting 2024-2025
65
8.3 Categorie 3: Realisatie passende huisvesting 2026-2032 – voorlopige lijst 8.4 Tijdelijke huisvesting tijdens nieuwbouw/verbouwing
66 67
9 Vooruitblik
68
Bijlage I – Capaciteitsgegevens gebouwen
69
Bijlage II – Leerlingenprognose BO-scholen
72
Bijlage III – Ruimtebehoefte BO-scholen
73
G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
3
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
4
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
5
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
Samenvatting ‘Goed onderwijs is belangrijk voor onze kinderen. De gemeente is verantwoordelijk voor de schoolgebouwen en -pleinen en gaat deze moderniseren. We ondersteunen de aanleg van kindvriendelijke en groen-blauwe schoolpleinen. We zetten het beleid van het vorige college voort als het gaat om kwaliteit bij verbouwen nieuwbouw van scholen, met name hanteren we de normen voor frisse scholen en de BENG-norm uit het kwaliteitskader onderwijs […]. Om de kansen van kinderen […] te vergroten, stimuleert de gemeente vroeg- en voorschoolse educatieve opvang of een Integraal Kind Centrum.’1
In juni 2015 is het Integraal Huisvestingsplan voor het Primair Onderwijs in
Visie op onderwijshuisvesting
de gemeente Leidschendam-Voorburg opgesteld voor de periode 2015-2018.
De gemeentelijke visie op onderwijshuisvesting is als volgt: De gemeente moet
Dit IHP is geactualiseerd voor de periode 2019-2023, waarbij een doorkijk is
voldoen aan haar wettelijke taak om de scholen adequaat te huisvesten.
gemaakt naar 2034 (eerstkomende 16 jaar).
Daarnaast is goed onderwijs onlosmakelijk verbonden met de kwaliteit van de onderwijshuisvesting. Schoolgebouwen moeten schoon, veilig, comfor-
Het geactualiseerde Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor het Basisonderwijs
tabel en duurzaam zijn, met een uitdagende buitenruimte voor kinderen. Dit
(BO) en Speciaal Basisonderwijs (SBO) omschrijft de inzet van beleid voor de
vraagt om functionele, duurzame en flexibele huisvesting met een veilige,
periode 2019-2023. Daarnaast wil de gemeente een doorkijk geven naar de
groene buitenruimte.
ontwikkelingen tot 2034 en in beeld brengen welke schoolgebouwen in deze periode in aanmerking komen voor vervanging. Dit IHP heeft een strategisch
Trends en ontwikkelingen
karakter door vanuit visie, beleid en ontwikkelingen strategische keuzes te
Dit IHP signaleert vier trends/ontwikkelingen die van invloed zijn op
maken. Daarnaast wordt ook invulling gegeven aan de wettelijke taak van de
onderwijshuisvesting:
gemeente: het voorzien in voldoende en adequate huisvesting. 1.
Veranderende onderwijsconcepten - Nieuwe ideeën over de invulling van
Het IHP omschrijft de gewenste voorzieningenstructuur voor onderwijs-
goed onderwijs vragen om flexibele schoolgebouwen en schoolgebouwen
huisvesting op basis van een visie op onderwijs en onderwijshuisvesting.
die gedifferentieerde lesvormen kunnen faciliteren.
Trends en beleidsontwikkelingen worden geanalyseerd. Ontwikkelingen bij partners, zoals kinderopvang, worden in beeld gebracht. Er wordt gekeken
2. Integrale benadering van nieuwbouw, uitbreiding, renovatie en duurzaam-
naar de huidige capaciteit en de prognose van de ruimtebehoefte. Dit alles
heid – Als gevolg van de hogere kwaliteitseisen voor gebouwen vanuit onder-
wordt vertaald in een aantal categorieën om te komen tot de gewenste
wijs, bouwregelgeving en duurzaamheid zijn de bouwkosten gestegen. Eisen
voorzieningenstructuur.
en richtlijnen voor deze thema’s gaan ook steeds meer uit van een integrale benadering om desinvesteringen te voorkomen. Het strikte onderscheid in
1
de onderwijsregelgeving tussen nieuwbouw en onderhoud belemmert een
‘Samen aan Zet’ - Coalitieakkoord Leidschendam-Voorburg 2018-2022, juni 2018.
G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
6
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
integrale benadering. De VNG, PO-raad en VO-raad hebben daarom de
Volumebeleid
minister gevraagd de wetgeving op een aantal onderdelen aan te passen,
Op basis van de prognoses blijkt dat zonder voortzetting van het volume-
zodat een integrale benadering wél mogelijk wordt:
beleid een huisvestingstekort ontstaat bij een aantal scholen en een huis-
a. Neem renovatie op als juridisch alternatief voor vervangende
vestingsoverschot bij een aantal andere scholen. Deze ongelijke leerlingen-
nieuwbouw.
stromen zijn een bedreiging voor de spreiding van de onderwijsvoorzieningen in Leidschendam-Voorburg.
b. Hef het verbod voor scholen in het PO om te investeren op. c. Neem in de wet op dat gemeenten een IHP moeten vaststellen met een doorkijk van minimaal 16 jaar.
Als aanvullend beleid stelt dit IHP daarom voor om volumeafspraken voor schoolomvang vast te leggen. Deze volumeafspraken hebben als doel om een divers en goed gespreid aanbod van onderwijs te borgen en de huisvesting
3. De ontwikkeling van Integrale Kindcentra (IKC’s).
te optimaliseren. Bijkomend voordeel is dat volumebeleid desinvesteringen tegengaat, duurzaamheid van gebouwen bevordert en mogelijk ruimte zou
4. De woningbouwplannen voor Leidschendam-Voorburg (4.000 woningen
kunnen scheppen voor investeringen.
tot 2040) en Den Haag (22.000 woningen in en rond de Binckhorst). Wettelijke taak en aanvullende beleidsambities
Klein Plaspoelpolder
De gemeente heeft een wettelijke taak om te voorzien in voldoende en
Vanuit spreiding is een extra schoollocatie in Klein Plaspoelpolder gewenst.
adequate huisvesting voor scholen in het BO en SBO. Daarnaast stelt dit IHP
Vanuit leerlingenaantallen en schoolgrootte is een voorziening echter niet
voor om, op basis van de beschreven visie, trends en ontwikkelingen, in te
haalbaar. De woningbouw in Klein Plaspoelpolder levert te weinig kinderen op
zetten op de volgende speerpunten:
(110) voor het realiseren van een nieuwe schoollocatie. De vraag naar onder-
·
volumebeleid;
wijshuisvesting in de gemeente kan in de toekomst mogelijk veranderen als
·
verbeteren van de functionaliteit van het gebouwenbestand;
minder kinderen kiezen voor een school buiten de gemeente.
·
een integrale benadering van nieuwbouw, uitbreiding, renovatie en duurzaamheid, met als doel het realiseren van toekomstbestendige nieuwbouw;
IKC’s
·
realiseren van IKC’s;
Voor het realiseren van IKC’s zet de gemeente de volgende maatregelen in:
·
aanbieden van voldoende gymnastiekcapaciteit.
(1) Mocht een ingreep aan een schoolgebouw noodzakelijk zijn, dan wordt per situatie in overleg met gemeente en schoolbesturen bezien of brede
Financiële uitgangspunten / normbudgetten
samenwerking of IKC-vorming realiseerbaar is. (2) De gemeente ondersteunt
Voor het beschikbaar stellen van budgetten handhaaft de gemeente de
schoolbesturen in hun ambities om bre(e)d(er) samen te werken met maat-
normbudgetten zoals die zijn vastgesteld in het vorige IHP. De gemeente zal
schappelijk partners en is bij IKC’s in beginsel bereid de kapitaallasten van de
daarbij op basis van het definitieve ontwerp per project bekijken of situatio-
huisvestingscomponent voor maatschappelijke partners voor te financieren
neel een verhoging van het budget nodig is. Voor de realisatie van IKC’s stelt
op basis van kostendekkende huur.
de gemeente eveneens middelen ter beschikking.
G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
7
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
Vraag en aanbod onderwijshuisvesting ·
Vraag en aanbod zijn in 2019 over de gehele gemeente gezien nagenoeg in
Categorie 2: Realisatie passende huisvesting 2023-2025
evenwicht.
Projecten in categorie 2 zijn eveneens in de begroting opgenomen. In deze
In Voorburg zal de vraag naar onderwijshuisvesting vanaf 2022/2023 gelei-
periode wordt passende onderwijshuisvesting gerealiseerd voor Maria
delijk afnemen. In Leidschendam zal gedurende 5 tot 10 jaar de vraag naar
Bernadette en De Driemaster die functioneel niet meer voldoen en/of te
onderwijshuisvesting toenemen, waardoor op termijn een tekort aan huis-
oud zijn.
vesting in Leidschendam ontstaat. In Stompwijk zijn vraag en aanbod tot
Voor De Zonnewijzer wordt onderzocht of deze kan worden uitgebreid.
2032 in evenwicht. ·
Categorie 3: Realisatie passende huisvesting 2026-2032
Categorieën
De projecten in categorie 3 vormen een voorlopige lijst van scholen die mogelijk
De wettelijke taak en de beleidsambities zijn uitgewerkt in bouwprojecten.
in aanmerking komen voor vervangende nieuwbouw. Het betreft Montessori
Binnen de projecten wordt een onderscheid gemaakt naar periode van
NV&R, Essesteijn, De Parachute en SBO de Vliethorst. De noodzaak voor nieuw
uitvoering. Daarbij wordt rekening gehouden met projecten die reeds in de
bouw zal worden bepaald op basis van een nadere scan van functionaliteit en
begroting zijn opgenomen. Dit levert een prioritering op van de projecten in
technische staat. Uitvoering van deze projecten zal na 2025 worden ingepland.
3 categorieën, die ieder een scenario vormen in dit IHP:
De Cascade wordt mogelijk uitgebreid.
·
Categorie 1: Realisatie passende huisvesting 2019-2023 Projecten in categorie 1 zijn al in de begroting opgenomen. In deze periode wordt passende onderwijshuisvesting gerealiseerd voor Pius X, Vijverhof, De Wegwijzer en De Trampoline die functioneel niet meer voldoen en/of te oud zijn. De Montessori NV&R wordt beperkt aangepast.
PIUS X
D E ZO N N E W I J Z E R
G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
CAS CA D E (D E D I J S S ELB LO EM)
D E PA R A C H U T E
8
SBO DE VLIETHORST
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
DE WEGWIJZER
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
1 Inleiding ‘Goed onderwijs is belangrijk voor onze kinderen. De gemeente is verantwoordelijk voor de schoolgebouwen en -pleinen en gaat deze moderniseren.’
Dit citaat is afkomstig uit het Coalitieakkoord 2018-2022 ‘Leidschendam-
overstijgen. In dit IHP formuleren de gemeente en de schoolbesturen mogelijk
Voorburg: Samen aan Zet’. Onderwijs legt een basis om volwaardig te kunnen
aanvullend beleid voor onderwijshuisvesting.
2
participeren in de maatschappij. De aanwezigheid van scholen levert daarnaast een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid in de afzonderlijke wijken
Om de investeringen in de onderwijshuisvesting voor het Basisonderwijs (BO)
en de gemeente als geheel. Goed en gevarieerd onderwijs maakt de gemeente
en Speciaal Basisonderwijs (SBO) voor meerdere jaren te bepalen, wil de
bovendien aantrekkelijk voor de ruim 75.000 inwoners.
gemeente een IHP voor het BO en SBO opstellen. Hiermee borgt de gemeente dat er voldoende ruimte op scholen beschikbaar is om elk kind een plek op
Onderwijs heeft een relatie met de kwaliteit van de onderwijshuisvesting
een school aan te bieden.
(zie H4). Inzicht in bestaande en toekomstige behoefte aan onderwijshuisvesting maakt het mogelijk om een lange-termijn-beleid te ontwikkelen. Om
Om een efficiënt en doelmatig plan te ontwikkelen omschrijft het IHP de
de gewenste kwaliteit van de onderwijshuisvesting te realiseren, maakt de
gewenste voorzieningenstructuur voor onderwijshuisvesting op basis van een
gemeente Leidschendam-Voorburg Integrale Huisvestingsplannen (IHP’s). Het
visie op onderwijs. Trends en ontwikkelingen die van invloed zijn op onderwijs
laatste IHP dateert uit 2015 en had een planningshorizon tot 2018. De gemeente
worden geanalyseerd. Er wordt gekeken naar de huidige capaciteit, leer-
wil nu een huisvestingsplan ontwikkelen voor de periode 2019-2023, met een
lingenprognoses en ruimtebehoefte. Dit alles wordt vertaald in een aantal
doorkijk naar 2034. Om die reden wordt het IHP 2015-2018 geactualiseerd.
categorieën om te komen tot de gewenste voorzieningenstructuur. Het IHP biedt de gemeente in samenwerking met de schoolbesturen de mogelijkheid gericht onderwijshuisvestingsbeleid te voeren, strategische keuzes te maken
1.1
Doelstelling
en besluiten integraal af te wegen. Het resultaat is een planmatige aanpak en een beleidsmatig kader voor de onderwijshuisvesting: zowel ruimtelijk,
De gemeente heeft een wettelijke taak om zorg te dragen voor de onder-
kwalitatief als financieel.
wijshuisvesting voor het primair en voortgezet onderwijs. De basis voor het onderwijshuisvestingsbeleid van de gemeente is vastgelegd in de verordening
Het IHP omschrijft de inzet van beleid en middelen voor de periode van 2019-
voor de onderwijshuisvesting (zie par. 1.4 en 1.5). De gemeente kan echter
2023 met een doorkijk naar 2034 (eerstkomende 16 jaar). Het IHP wordt elke
beleidsambities hebben, die de verordening voor de onderwijshuisvesting
vier jaar aan de hand van actuele ontwikkelingen en trends, voortschrijdend inzicht en nieuwe prognoses bijgesteld. Op die manier blijft het IHP een dyna-
2
misch en actueel plan.
‘Samen aan Zet’ - Coalitieakkoord Leidschendam-Voorburg 2018-2022, juni 2018.
G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
9
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
1.2
Afbakening
1.4
Wettelijke taak onderwijshuisvesting
Dit IHP heeft alleen betrekking op de scholen die vallen onder de Wet op het
Gemeenten dragen de zorg voor de voorzieningen in de huisvesting van
Primair Onderwijs (WPO); dit zijn de openbare en bijzondere scholen voor
het BO, SBO, (V)SO en VO welke zich op het grondgebied van de gemeente
basisonderwijs en de speciale school voor basisonderwijs (SBO). Scholen voor
bevinden. Het is eveneens de verantwoordelijkheid van gemeenten om bekos-
speciaal onderwijs (SO), voortgezet onderwijs (VO) en middelbaar beroeps-
tigde internationale leerlingen te huisvesten. Dit wordt de zorgplicht genoemd
onderwijs (MBO) maken geen deel uit van dit plan.
en staat beschreven in de Wet op het Primair Onderwijs (hierna: WPO), art. 91 en verder. De WPO vormt samen met de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO) en de Wet op de Expertisecentra (WEC) de basis voor onderwijshuisves-
1.3
Aanpak
tingsbeleid op gemeentelijk niveau. Naast de zorgplicht zijn de belangrijkste elementen uit de wetgeving de volgende:
Gemeente en schoolbesturen hebben vanaf het begin constructief gepartici·
peerd in de totstandkoming van dit IHP. Door het IHP gezamenlijk te ontwik-
De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoor-
kelen, worden plannen van gemeente en scholen op elkaar afgestemd en
delijk is, zijn benoemd in de wetgeving (art. 92, WPO). Daarbij gaat het
kunnen beide partijen een duidelijk, efficiënt en gedragen huisvestingsbeleid
o.a. om (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding. In de WVO is in 2005
voeren.
een wetswijziging opgenomen waarbij de verantwoordelijkheid voor het onderhoud bij het VO is doorgedecentraliseerd naar de schoolbesturen.
Leerlingenprognoses en gebouwgegevens zijn aangeleverd door de gemeente
Voor het PO is de verantwoordelijkheid voor het onderhoud sinds 1 januari
en getoetst bij de schoolbesturen. In interviews met de schoolbesturen is het
2015 doorgedecentraliseerd naar de schoolbesturen (zie par. 1.5).
IHP-traject besproken, zijn beleidsontwikkelingen en beleidswensen door·
genomen en zijn de visies en ambities van de individuele schoolbesturen in
De gemeente (raad) is verplicht om een verordening voor de onderwijshuisvesting vast te stellen. Deze verordening dient in op overeenstem-
beeld gebracht.
ming gericht overleg met schoolbesturen tot stand te komen (WPO, In gezamenlijke sessies met de schoolbesturen en gemeente is deze infor-
art. 102). Binnen de gestelde kaders van deze WPO, WEC en de WVO
matie besproken en verder doorgrond. De behoeftes en mogelijkheden per
kunnen gemeenten een eigen verordening opstellen. De Vereniging van
school zijn geïnventariseerd. Parallel aan deze plenaire bijeenkomsten is het
Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft ter ondersteuning een modelveror-
IHP ontwikkeld en in rapportvorm uitgeschreven. Zodoende is gaandeweg
dening voor de onderwijshuisvesting opgesteld waarin de Rijksregelgeving
draagvlak gecreëerd voor de inhoud van dit IHP.
is vastgelegd. In de praktijk wordt deze modelverordening door gemeenten gebruikt en op onderdelen uitgebreid. ·
De gemeente dient jaarlijks een budget vast te stellen zodanig dat redelijkerwijs kan worden voorzien in de huisvesting van de scholen op het grondgebied van de gemeenten.
G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
10
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
·
De gemeente dient een programma voorzieningen onderwijshuisvesting
aangegeven welke aangevraagde voorzieningen voor vergoeding in aanmer-
vast te stellen. Dit programma bevat alle aangevraagde voorzieningen die
king komen. De verordening bevat namelijk criteria voor het toekennen van
het jaar daaropvolgend voor bekostiging door de gemeente in aanmerking
huisvestingsaanvragen. Daarnaast is vastgelegd op welke vergoeding de
komen. Verzoeken die worden afgewezen moeten in een overzicht staan
schoolbesturen kunnen rekenen bij een bepaalde huisvestingsvoorziening.
evenals de weigeringsgronden op basis waarvan aanvragen geweigerd
Een aanvraag voor opname van een voorziening op het programma voorzie-
kunnen worden.
ningen onderwijshuisvesting moet volgens de verordening voor 1 februari van het jaar van de vaststelling van het programma voorzieningen onderwijshuis-
·
De uitzondering hierop is dat gemeenten met schoolbesturen kunnen
vesting zijn ingediend bij de gemeente. Ook bevat de verordening regels over
overeenkomen dat het schoolbestuur zelf verantwoordelijk is voor de
het delen van ruimtes in schoolgebouwen met andere scholen, verenigingen
huisvestingsvoorzieningen en daarvoor van de gemeente jaarlijks een
of commerciële partijen, zoals kinderopvangorganisaties.
bedrag ontvangt. Hierbij gaat het om de zogenaamde doordecentralisatie. Dit kan gaan om alle huisvestingsvoorzieningen, maar ook om een
Huisvestingstaken die niet in de verordening zijn vastgelegd, behoren tot
gedeelte daarvan. Hoewel er sprake is van een doordecentralisatie van
de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Schoolbesturen zijn verant-
taken behoudt de gemeente de zorgplicht.
woordelijk voor het onderhouden, beheren en exploiteren van de door hen gebruikte schoolgebouwen. De schoolbesturen ontvangen jaarlijks van het
De financiering van de onderwijshuisvesting loopt deels rechtstreeks via de
Rijk een vergoeding voor de instandhouding van het schoolgebouw (mate-
schoolbesturen als onderdeel van de lumpsum en deels via de gemeenten
riële instandhouding (MI)-bekostiging). Deze vergoeding is gebaseerd op het
(het gemeentefonds). Beide partijen hebben een eigen verantwoordelijk-
aantal leerlingen van een school.
heid als het gaat om de bekostiging, het beheer en de exploitatie van de onderwijshuisvesting.
Alle Nederlandse gemeenten ontvangen via een stelsel van objectieve maatstaven een algemene uitkering vanuit het Gemeentefonds. Hierin zitten ook de middelen voor onderwijshuisvesting. Dit is een algemene uitkering, waarmee
1.5
Uitvoering wettelijke taak onderwijshuisvesting
gemeenten eigen beleidsprioriteiten kunnen stellen. De bedragen zijn dus niet geoormerkt voor onderwijshuisvesting en de hoogte is niet afhankelijk van
Leidschendam-Voorburg heeft een verordening voor de onderwijshuisvesting
de werkelijke uitgaven van de gemeente.
(hierna: verordening). Deze wordt geactualiseerd. De verordening is hoofdzakelijk een uitwerking van de regels zoals die in de WPO zijn vastgelegd, maar
De gemeente heeft op grond van de wet de zorgplicht voor de huisvesting van
biedt ook ruimte voor een lokaal huisvestingsbeleid.
scholen. Dat betekent dat er voldoende middelen beschikbaar moeten worden gemaakt waarmee bijvoorbeeld nieuwe schoolgebouwen kunnen worden gere-
Op grond van de verordening stelt de gemeente (het college) jaarlijks
aliseerd en oude schoolgebouwen kunnen worden vervangen. De gemeente
het programma voorzieningen onderwijshuisvesting vast waarin wordt
heeft de volgende verantwoordelijkheden in de onderwijshuisvesting:
G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
11
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
·
Vervangende nieuwbouw,
·
nieuwbouw,
·
uitbreiding en tijdelijke huisvesting,
·
eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair,
·
herstel van constructiefouten,
·
herstel van schade als gevolg van bijzondere omstandigheden,
·
OZB en verzekeringen.
1.6
Leeswijzer
Dit IHP is als volgt opgebouwd: ·
Hoofdstuk 2 beschrijft het actuele onderwijsaanbod in LeidschendamVoorburg: de aanwezige scholen, onderwijsrichtingen en schoolbesturen, de leerlingenprognoses en de herkomst van de leerlingen.
·
Hoofdstuk 3 omschrijft de visie van de gemeente op onderwijs en onderwijshuisvesting.
·
Hoofdstuk 4 gaat in op de voor dit IHP relevante trends en ontwikkelingen in onderwijs en onderwijshuisvesting.
·
Hoofdstuk 5 bespreekt de mogelijk aanvullende beleidsambities van de gemeente en de schoolbesturen.
·
Hoofdstuk 6 analyseert de staat van de onderwijshuisvesting inclusief gymnastiekzalen door de huidige situatie te vergelijken met de staande kaders en de beleidsambities uit hoofdstuk 5.
·
In hoofdstuk 7 vertaalt de informatie uit de voorgaande hoofdstukken in categorieën voor de onderwijshuisvesting. Er wordt bij iedere categorie rekening gehouden met de visies, relevante trends en ontwikkelingen.
·
Hoofdstuk 8 geeft een overzicht van de planning en financiering van de projecten.
·
Hoofdstuk 9 blikt vooruit op de periode tot en met 2034, na uitvoering van het gekozen scenario.
G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
12
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
2 Het primair onderwijs in Leidschendam-Voorburg Onderwijs draagt bij aan de persoonlijke vorming van jongeren, zodat zij optimaal kunnen functioneren in de maatschappij: nu en in de toekomst. In de leeftijd tot en met 12 jaar wordt in het primair onderwijs een belangrijke basis gelegd voor talentontwikkeling van de jeugd.
2.2
Dit hoofdstuk beschrijft het onderwijsaanbod voor het primair onderwijs in
Samenwerkingsverbanden; ‘ieder kind een kans!’
Leidschendam-Voorburg: de aanwezige scholen, schoolbesturen en onderwijsrichtingen, profilering, onderwijskwaliteit, de prognose en de herkomst
Samenwerkingsverbanden hebben als taak te zorgen voor een dekkend
van leerlingen.
en passend onderwijsaanbod voor alle kinderen in de regio. De samenwerkingsverbanden ondersteunen scholen onder meer bij het vinden van het best passende onderwijsarrangement voor kinderen met een specifieke
2.1
Scholen
ondersteuningsbehoefte.
Basisonderwijs
Alle basisscholen in Leidschendam-Voorburg zijn, samen met bijna alle basis-
Leidschendam-Voorburg telt 20 basisscholen, verdeeld over 20 locaties.
scholen van Den Haag en Rijswijk, aangesloten bij het Samenwerkingsverband
Leerlingen hebben de keuze uit openbaar, rooms-katholiek, protestants-chris-
Stichting Passend Primair Onderwijs Haaglanden (SPPOH).
telijk, interconfessioneel en algemeen bijzonder onderwijs. Naast deze onder-
Het samenwerkingsverband is gevestigd in Den Haag.
3
wijsrichtingen op basis van het geloof kunnen ouders ook kiezen voor onderwijs volgens de Montessori- of Daltonmethode. De gemiddelde loopafstand
2.3
naar scholen bedraagt slechts 0,6 kilometer; daarmee is het onderwijsaanbod
Onderwijskwaliteit
voldoende gespreid en redelijk divers. De Onderwijsinspectie analyseert jaarlijks de kwaliteit van het onderSpeciaal basisonderwijs
wijs per school. De basisscholen hebben allemaal ‘basistoezicht’ van de
Voor kinderen die zich op de gewone basisschool niet optimaal kunnen
Onderwijsinspectie. Dit houdt in dat het onderwijs op de scholen van voldoende
ontwikkelen, biedt SBO De Vliethorst geschikt onderwijs. De school combi-
kwaliteit is en de scholen het vertrouwen van de inspectie krijgen.
neert vakbekwaam basisonderwijs met specifieke leer-, gedrags- en opvoe-
Op de website www.scholenopdekaart.nl is per school het recente inspectie-
dingsexpertise. SBO De Vliethorst is gevestigd in de wijk ’t Lien/De Rietvink
rapport te bekijken.
en is onderdeel van Stichting Lucas Onderwijs. 3
Situatie na realisatie van Pius X, De Trampoline en De Wegwijzer.
G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
13
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
2.4
Leerlingenprognose
2.5
Leerlingenstromen op gemeentelijk niveau5
In Leidschendam-Voorburg gaan 5.870 leerlingen naar het BO (teldatum
In Leidschendam-Voorburg wonen 6.455 leerlingen primair onderwijs.
1 oktober 2018). De leerlingenprognose voor het basisonderwijs geeft aan dat het
Ongeveer 85% daarvan volgt onderwijs aan één van de 20 basisscholen
aantal leerlingen voor Leidschendam-Voorburg als geheel nagenoeg constant
in Leidschendam-Voorburg (5.384 kinderen) of bij SBO De Vliethorst
blijft tot en met 2039. In Voorburg hebben de meeste scholen echter te maken
(104 kinderen). De overige 967 leerlingen gaan naar een basisschool, school
met een lichte daling van het aantal leerlingen, in Leidschendam is sprake van
voor speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs in onder andere Delft,
een toename. De piek van de prognose is in 2022 en becijferd op 5.974 leerlingen.
Rijswijk, Leiden, Den Haag, Voorschoten, Wassenaar of Zoetermeer.
4
De gemeente wil de redenen achter deze relatief grote uitstroom (‘grensVoor het Speciaal Basisonderwijs is geen actuele prognose beschikbaar.
verkeer’) laten onderzoeken. Mogelijk kunnen leerlingen worden behouden
De school heeft op dit moment 135 leerlingen (teldatum oktober 2018). Naar
voor Leidschendam-Voorburg door bijvoorbeeld het onderwijsaanbod aan
verwachting zal het leerlingenaantal de komende jaren toenemen. In de regio
te passen. Dit sluit aan bij de ambities van gemeente en schoolbesturen om
neemt het leerlingenaantal van het SBO toe.
thuisnabij-onderwijs mogelijk te maken. Circa 486 kinderen uit omliggende gemeenten Rijswijk, Den Haag of Zoetermeer komen in Leidschendam-Voorburg naar een basisschool.
4
Pronexus, 18 maart 2019, zie ook hoofdstuk 6.
G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
5
14
Bron: Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) van het Ministerie van OCW, januari 2019.
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
·
Leidschendam-Voorburg
486 BO
BO
5.384
5.870
regio
31 SBO
SBO
04
6.455 kinderen PO-leeftijd
1
Stichting Lucas Onderwijs biedt rooms-katholiek, protestants-christelijk, algemeen bijzonder en interconfessioneel onderwijs aan in
regio
Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Den Haag, Delft, Westland, Zandvoort en Pijnacker-Nootdorp.
836 BO
·
35 SBO
Montessori Stichting Vreugd & Rust (NV&R) biedt algemeen bijzonder onderwijs aan in Leidschendam-Voorburg en Leidschenveen (Den Haag).
96 SO
Scholen, locaties en leerlingen zijn als volgt verdeeld:
135
Bestuur Figuur 1 – Leerlingenstromen op gemeentelijk niveau.
Basisscholen in L’damVoorburg
Locaties in L’damVoorburg
Leerlingen 1-10-2018 aantal
%
Stichting Panta Rhei
12
12
3.303
56%
Stichting Lucas Onderwijs
7
7
2.161
37%
Montessori Stichting Vreugd & Rust
1
1
406
7%
stuk 6 worden deze gegevens gebruikt bij de analyse van de onderwijshuis-
Totaal aantal basisscholen
20*
20*
5.870
vesting per wijk en bij de analyse van de spreiding en de omvang van de
*
2.6
Leerlingenstromen op wijkniveau
Navolgende kaart maakt de leerlingenstromen per wijk inzichtelijk. In hoofd-
scholen. Ook hier wordt zichtbaar dat veel leerlingen buiten de eigen wijk onderwijs volgen. Het eerdergenoemde onderzoek (paragraaf 2.5) kan hier
Tabel 1: Overzicht basisonderwijs in Leidschendam-Voorburg (teldatum 1 oktober 2018).
mogelijk duidelijkheid in verschaffen.
2.7
Bestuur
Schoolbesturen
Er zijn drie schoolbesturen voor het basisonderwijs in Leidschendam-Voorburg: ·
Stichting Lucas Onderwijs
Stichting Panta Rhei biedt openbaar, rooms-katholiek en algemeen bijzonder onderwijs aan in Leidschendam-Voorburg, Voorschoten,
SBO in L’damVoorburg
1
Locaties in L’damVoorburg 1
Leerlingen 1-10-2018 aantal
%
135
100%
Tabel 2: Overzicht speciaal basisonderwijs in Leidschendam-Voorburg (teldatum 1 oktober 2018).
Leidschenveen (Den Haag) en Oegstgeest,
G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
De Driemaster (formeel een dislocatie) is geteld als zelfstandige school. Uitgegaan is van de situatie na realisatie van de nieuwbouw Pius X, De Trampoline en De Wegwijzer.
15
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
16
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
17
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
3 Visie Onderwijs- en onderwijshuisvestingsbeleid staan niet op zichzelf maar sluiten aan bij de strategische visie van de gemeente Leidschendam-Voorburg; de stip aan de horizon waarop gekoerst wordt. Op die manier geeft het IHP mede richting aan de gewenste strategische lange termijnontwikkeling van de gemeente en de schoolbesturen.
Dit hoofdstuk beschrijft verschillende visies van de gemeente. De strate-
Vervolgens zijn per hoofddoel koersen gemaakt die de verschillende thema’s
gische visie op de gemeente en de visies op de sociale structuur (Sociaal
en activiteiten verbinden tot duidelijke routes. De koersen hebben elk een
Kompas) en de ruimtelijke structuur (Kompas van de Leefomgeving) vormen
eigen doelstelling om uiteindelijk het einddoel ‘meetellen en meedoen in
samen met het Coalitieakkoord het kader voor de visie op onderwijs en
Leidschendam-Voorburg’ te behalen.
onderwijshuisvesting. Eén van de koersen luidt ‘inwoners bereiken het voor hen passende opleidingsniveau’. Als doelstelling daarbij wordt onder meer benoemd ‘de totstandko-
3.1
Visie op de sociale en ruimtelijke structuur
ming van integrale kindcentra te bevorderen.’
Sociaal Kompas6
Kompas van de Leefomgeving7
Samen met haar maatschappelijke partners, verenigingen en organisaties
Het Kompas van de Leefomgeving beschrijft de eerste stap van de nieuwe
heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg het Sociaal Kompas 2017-2020
Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie gaat dienen als integraal afwegingskader
ontwikkeld. Hierin staat hoe de gemeente zorgt voor effectieve en efficiënte
voor diverse projecten en initiatieven van bewoners, bedrijven en gemeente.
ondersteuning aan haar inwoners binnen het netwerk zorg, wonen, werk,
De uitwerking wordt vertaald in programma, projecten en plannen. Het
participatie, gezondheid, diversiteit en onderwijs (het sociaal domein); ‘daar
Kompas van de Leefomgeving geeft de uitgangspunten, de gemeentelijke
waar het nodig is, voor wie het nodig is en zolang het nodig is’. Er zijn vier
doelen en de hoofdkeuzes weer voor de op te stellen Omgevingsvisie. De
hoofddoelen geformuleerd:
Omgevingsvisie geeft de ruimtelijke en sociaaleconomische koers voor de
1.
Inwoners groeien gezond en veilig op en kunnen zich maximaal ontwikkelen.
lange termijn weer en is, als instrument onder de Omgevingswet, de opvolger
2. Inwoners kunnen zo lang mogelijk regie over hun eigen leven houden en
van de structuurvisie en gaat over alle terreinen van de fysieke leefomgeving. Het Kompas omvat zeven doelstellingen (met elk een aantal trends, agenda-
zelfstandig functioneren.
punten en hoofdkeuzes) die de stip op de horizon vormen:
3. Leidschendam-Voorburg is een solidaire en inclusieve gemeente. 4. Inwoners die hulp nodig hebben, krijgen de juiste hulp op tijd.
6
Sociaal Kompas, beleidsplan Sociaal Domein 2017-2020, ‘Meetellen en meedoen in Leidschendam-Voorburg’.
G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
7
18
Kompas van de Leefomgeving, ‘Op weg naar de Omgevingsvisie Leidschendam-Voorburg’, versie 8 januari 2019.
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
·
Aantrekkelijke groene woongemeente met drie karakteristieke kernen.
maatschappelijke participatie. Het realiseren van kwalitatief goed, divers
·
Gevarieerd en betaalbaar woningaanbod voor alle doelgroepen.
en goed gespreid onderwijs is voornamelijk een taak van schoolbesturen. De
·
Leidschendam-Voorburg is uiterlijk in 2050 energieneutraal en
invloed van de gemeente op onderwijs is beperkt,9 tegelijkertijd is onderwijs
klimaatbestendig.
van groot belang voor de gemeente.
·
Gezonde leefomgeving.
·
Inclusieve en veilige gemeente: niemand wordt uitgesloten.
De gemeente zet in op brede ontwikkeling en IKC-vorming: ‘het is onze geza-
·
Vitale economie passend bij de woongemeente.
menlijke wens om kinderen kansen te bieden op een brede ontwikkeling en
·
Goed bereikbare gemeente.
ervoor te zorgen dat zij in aanmerking kunnen (blijven) komen met aanbod en activiteiten op het gebied van kunst- en cultuureducatie, leesbevordering, sport en bewegen, sociale ontwikkeling en burgerschap. […] De gewenste
3.2
Visie op onderwijs – goed, divers en gespreid
samenwerking en doorgaande lijn is qua vorm goed te realiseren in een Integraal Kindcentrum (IKC).’
De visie op het onderwijs is beschreven in de Onderwijsvisie. Centraal in de 8
visie staat het kind en zijn omgeving ‘van wieg tot volwassenheid’ met als
In het Coalitieakkoord benadrukt het College onder meer het belang:
doestelling ‘dat iedere jeugdige zich zo goed mogelijk ontwikkelt om optimaal
·
te kunnen participeren in de maatschappij van morgen.’
‘Dat ieder kind de zorg krijgt die hij of zij nodig heeft. Zo dichtbij en zo snel als mogelijk is’;
· Daarnaast heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg ook een Lokale
‘dat onderwijs, instellingen en gemeente samen op trekken om elk kind in onze gemeente een veilig huis te bieden’; en
·
Educatieve Agenda (LEA, 2019-2022) waarin partners vanuit het onderwijsveld,
‘dat vroeg- en voorschoolse educatieve opvang of een integraal kindcen-
organisaties voor kinderopvang, zorg, cultuur, sport en gemeente gezamen-
trum wordt gestimuleerd om de kansen van kinderen met taal- of ontwik-
lijke ambities hebben geformuleerd over onderwijs- en jeugdbeleid. De ambitie
kelachterstanden te vergroten’.
van de LEA is ‘een gedeelde zorg voor onze kinderen’. Deze ambitie is vertaald naar de thema’s gelijke kansen, verbinding passend onderwijs-jeugdhulp,
In hetzelfde Coalitieakkoord wordt ook aangegeven dat de basisscholen (en
preventie en voorkomen van uitval, brede ontwikkeling en IKC, doorgaande
middelbare scholen) kampen met wachtlijsten, terwijl er vaak voldoende
leerlijnen en aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt.
plekken zijn. De onrust die dit onder ouders veroorzaakt is groot en vraagt om een
Alle partijen delen de visie dat goed onderwijs van belang is voor de
adequate oplossing. De plekken die beschikbaar zijn, sluiten niet altijd aan
samenleving. Onderwijs verschaft een gemeenschappelijke basis voor
bij de wensen van ouders.
optimale talentontwikkeling en het fundament voor vervolgonderwijs en 9
8
Onderwijsvisie Leidschendam-Voorburg, september 2015.
G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
19
De invloed van de gemeente op het aanbod en de kwaliteit van het onderwijs is beperkt. De gemeente heeft – naast onderwijshuisvesting – wettelijke taken op het gebied van leerplicht, leerlingenvervoer, onderwijsachterstanden en in stand houden van openbaar onderwijs. Het beperkt aantal formele bevoegdheden van de gemeente impliceert dat de rol van de gemeente in steeds grotere mate die van samenwerkingspartner is geworden en steeds minder die van beslissende partij.
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
Gymnastiekonderwijs
Maria Bernadette en De Margriet zijn ouder dan 40 jaar), of gebouwen die langer
In het Sociaal Kompas wordt ook de koers ‘meer inwoners met een gezonde
geleden zijn gerenoveerd (De Parachute). Het huidige niveau en de spreiding van
leefstijl’ benoemd (zie par. 1.5). Als inspanning om dit doel te bereiken wordt
de onderwijsvoorzieningen moet op peil blijven, waarbij de huidige ruimtelijke
onder meer aangegeven:
kwaliteit van Leidschendam-Voorburg op duurzame wijze behouden blijft en
·
Bevorder gezonde en veilige scholen door gezondheidsbeleid te koppelen
wordt versterkt voor toekomstige generaties. In het kader van een deugdelijke
aan activiteiten binnen de scholen; en
spreiding zijn in het vorige IHP zogenaamde volumeafspraken gemaakt met
stimuleer het ontwikkelen en aanbieden van een dagelijks sport- en bewee-
betrekking tot de leerlingenaantallen (zie ook paragraaf 5.4).
·
gaanbod op en rond scholen voor alle leerlingen. Het aanbod kan alleen worden gehandhaafd als er ook voldoende leerlingen naar een school komen. Dit vraagt van de schoolbesturen de schoolgebouwen
3.3
Visie op onderwijshuisvesting
voldoende te onderhouden. De gemeente moet voldoen aan haar wettelijke taak om de scholen adequaat te huisvesten. Dit vraagt om voldoende (m2),
Goed onderwijs is onlosmakelijk verbonden met de kwaliteit van de onder-
functionele, duurzame en flexibele huisvesting die bovendien aantrekkelijk is
wijshuisvesting. In haar Coalitieakkoord heeft de gemeente dan ook kort en
voor nieuwe generaties leerlingen. Dit leidt tot de volgende aandachtspunten:
bondig geformuleerd dat ‘het beleid van het vorige college wordt voortgezet ·
als het gaat om kwaliteit bij verbouw en nieuwbouw van scholen’. In de onderwijsvisie uit 2015 is onder meer aangegeven dat: ·
organisatie te kunnen huisvesten.
‘Goed onderwijs alleen kan in schoolgebouwen die passen bij de eisen van ·
deze tijd: schoon, veilig, comfortabel en duurzaam’; · ·
Er moet voldoende onderwijshuisvesting zijn om leerlingen en school
De schoolgebouwen moeten functioneel aansluiten op de gewenste onder-
‘de gemeente schoolgebouwen wil zonder achterstallig onderhoud en met
wijsconcepten, ondersteunend zijn voor de ontwikkeling van kinderen en
een gezond binnenklimaat’;10 en
een veilige en gevarieerde leer- en werkomgeving bieden.
‘voor het basisonderwijs moet worden voorzien in een dekkend aanbod: ·
naar school in de eigen wijk’.
De schoolgebouwen moeten ook duurzaam gebouwd zijn, beschikken over een gezond binnenklimaat en gezonde exploitatie. Een gezond en goed
Goed onderwijs is in handen van de scholen, bevlogen leerkrachten en de
gebouw heeft een positief effect op het gedrag, het welbevinden en het leer-
samenwerking met ouders en andere partners. Leidschendam-Voorburg kent
proces van al haar gebruikers en stimuleert toekomstige generaties.11 Dit is
een redelijk divers en goed gespreid aanbod. Naast veel relatief nieuwe en/of
een extra uitdaging bij renovatie. Bij renovatie is het lastig het binnenklimaat
recent gerenoveerde schoolgebouwen, kent Leidschendam-Voorburg ook een
en de energiezuinigheid op het (hoge) niveau van nieuwbouw te krijgen.
aantal oude panden (basisscholen De Vijverhof, Montessori NV&R, Essesteijn,
11
10
Alhoewel dit niet onder de verantwoordelijkheid valt van de gemeente, kunnen deze aspecten wel invloed hebben op de kwaliteit van het onderwijs (goed, schoon, veilig, comfortabel en duurzaam).
G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
20
De gemeente wil voor 2050 CO2-neutraal zijn (Coalitieakkoord). In het Kompas van de Leefomgeving is als doelstelling geformuleerd dat ‘Leidschendam-Voorburg uiterlijk in 2050 energieneutraal en klimaatbestendig is’. Als hoofdkeuze is daarbij aangegeven dat ‘alle nieuwbouw op termijn energie moet leveren’.
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
·
De schoolgebouwen moeten gedurende hun levensloop flexibel zijn en
Naast het gebouw is de buitenruimte een belangrijk onderdeel van de
eenvoudig aangepast kunnen worden aan veranderend gebruik en veran-
onderwijshuisvesting. Er moet voldoende uitdagende buitenruimte zijn voor
derende eisen.
kinderen van alle leeftijden die bovendien uitnodigt tot fysieke beweging, spelen en ontmoeten. De gemeente stimuleert en ondersteunt de aanleg van kindvriendelijke en groenblauwe schoolpleinen.12
12
G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
21
Bij de inrichting van groenblauwe schoolpleinen wordt rekening gehouden met wateropvang (klimaat bestendig) en vergroening (biodiversiteit). Er wordt gebruik gemaakt van duurzame en natuurlijke materialen en inheemse beplanting en er is een koppeling met het onderwijsprogramma. Waar mogelijk zijn deze pleinen ook (gedeeltelijk) openbaar toegankelijk.
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
4 Trends en ontwikkelingen Onderwijs is een dynamisch beleidsveld dat sinds jaar en dag volop in de belangstelling staat, zowel maatschappelijk als politiek. Doordat de maatschappij zich voortdurend ontwikkelt, is een continue afstemming en wisselwerking tussen betrokken partijen noodzakelijk. Maatschappelijke ontwikkelingen, nieuwe inzichten en (wetenschappelijke) kennis worden daarom betrokken bij de planvorming van dit IHP.
Dit hoofdstuk bespreekt de voor dit IHP relevante trends en ontwikkelingen
3. Flexibiliteit – de maatschappij verandert in een rap tempo. Welke kennis,
in onderwijs- en onderwijshuisvesting. Daarbij wordt aangegeven hoe de
vaardigheden en inrichting van gebouwen in de toekomst nodig zijn, is
gemeente en de schoolbesturen voornemens zijn te anticiperen op deze
nog niet duidelijk en is bovendien afhankelijk van de eigen invulling die
trends en ontwikkelingen.
scholen hieraan (willen) geven. Schoolgebouwen moeten daarom flexibeler worden ingericht en eenvoudiger kunnen worden aangepast.
4.1
Functionaliteit
Zowel schoolbesturen als gemeente willen schoolgebouwen die functioneel en betaalbaar zijn en aansluiten bij de eisen die modern onderwijs aan gebouwen
Ontwikkelingen op het gebied van onderwijs stellen eisen aan schoolge-
stelt. Beiden constateren dat een aantal van de huidige schoolgebouwen niet
bouwen, denk hierbij bijvoorbeeld aan:
meer voldoen aan deze eisen. Het aanpassen van gebouwen is echter formeel geen taak van de gemeente
1.
Verandering van onderwijsconcepten – ideeën over invulling van goed
en zij krijgt hiervoor ook geen middelen vanuit het rijk.
onderwijs veranderen en nieuwe eisen worden aan het onderwijs gesteld. Hierbij valt te denken aan de verplichting om wetenschap en technologie
4.2
en ICT-geletterdheid op te nemen in het curriculum. ICT maakt daarnaast grote hoeveelheden informatie toegankelijk en faciliteert eigen leerroutes.
Integrale benadering nieuwbouw, uitbreiding, renovatie, duurzaamheid
Digitale hulpmiddelen zijn niet meer weg te denken in hedendaags onderwijs. Schoolgebouwen moeten ruimtes en infrastructuur voor verande-
In de verordening is de vergoeding voor huisvestingsvoorzieningen vastge-
rende onderwijsconcepten en digitale hulpmiddelen bieden.
legd in zogenoemde ‘VNG-normbedragen’, die uitgaan van een sober maar doelmatig gebouw en onder meer gebaseerd zijn op het Bouwbesluit uit 2012.
2. Differentiatie – schoolgebouwen moeten ruimte bieden om gedifferenti-
Uit diverse onderzoeken is inmiddels gebleken dat deze normbedragen niet
eerde lesvormen te faciliteren. Lesvormen worden steeds beter afgestemd
meer voldoen aan de huidige eisen met betrekking tot eigentijds onderwijs,
op de individuele onderwijsbehoefte van leerlingen (gepersonaliseerd leren). Dit leidt tot behoefte aan gedifferentieerde ruimten. G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
22
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
duurzaamheid en aangescherpte bouwtechnische eisen uit het Bouwbesluit.13
In de onderwijswetgeving wordt een strikt onderscheid gemaakt tussen nieuw-
Eisen en richtlijnen met betrekking tot deze thema’s gaan steeds meer uit van
bouw en onderhoud. Nieuwbouw is daarbij de verantwoordelijkheid van de
een integrale benadering, onder meer om desinvesteringen te voorkomen.
gemeente, onderhoud de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur.
De ambitie van de gemeente dat de scholen ‘fris, duurzaam en voldoende
In praktijk zorgt dit voor de volgende dilemma’s:
onderhouden zijn’ is een voorbeeld van deze integrale benadering. ·
In het kader van duurzaamheid is renovatie die de technische en func-
Daarnaast is er landelijk veel discussie over de financiering van renovatie van
tionele levensduur van een schoolgebouw verlengt, te prefereren boven
schoolgebouwen. Dit heeft onder meer te maken met de manier waarop op dit
nieuwbouw.
moment de verantwoordelijkheden voor onderwijshuisvesting zijn vastgelegd ·
in de onderwijsregelgeving (zie ook par. 1.4 en 1.5).
Renovatie stelt de kosten voor nieuwbouw uit, maar levert met de huidige vergoedingen voor onderhoud die de schoolbesturen ontvangen, niet
13
dezelfde kwaliteit die nieuwbouw zou bieden.
‘De jaarlijkse indexeringen blijken de ontwikkelingen in de markt niet goed te hebben gevolgd, in praktijk kan niet meer worden gebouwd voor de normbedragen en moeten gemeenten als gevolg daarvan in een later stadium aanvullende kredieten verstrekken. Diverse gemeenten hebben om die reden de normbedragen in hun verordening al verhoogd’. [Algemene Rekenkamer ‘Schoolgebouwen primair en voortgezet onderwijs: de praktijk gecheckt’ van februari 2016; Kwaliteitskader huisvesting Primair Onderwijs, financiële paragraaf, Documentatie Bouwwezen (BDB), november 2016; Resultaten ‘Green Deal Scholen’ periode 2015-2018, mei 2018]
G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
·
Nieuwbouw stelt de kosten voor onderhoud uit, maar kan met de huidige VNG-normbedragen door gemeentes moeilijk worden gerealiseerd op basis van de eisen die aan schoolgebouwen gesteld worden en gaan worden.
23
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
Inmiddels hebben de koepelorganisaties de minister geadviseerd de wetgeving
Implementatie van het Kwaliteitskader PO brengt kosten met zich mee die niet
op een aantal onderdelen aan te passen en daarbij de voorziening renovatie als
zijn voorzien in de huidige VNG-normbedragen. Het Bureau Documentatie
alternatief voor vervangende nieuwbouw te beschouwen.14 Voorwaarde daarbij
Bouwwezen heeft in 2017 berekend dat de VNG-normbedragen met 82%
is dat renovatie resulteert in een gebouw dat onderwijskundig, functioneel en
zouden moeten worden verhoogd, om te kunnen voldoen aan de prestatie
kwalitatief gelijkwaardig is aan nieuwbouw en de levensduur van het gebouw
criteria volgens het Kwaliteitskader.15
wordt verlengd met minimaal 25 jaar. In de praktijk blijkt het zeer lastig en kostbaar om aan deze eisen te voldoen. Nieuwbouw is daarom vaak een aantrek-
Duurzaamheid
kelijker alternatief en op termijn voordeliger.
In 2015 is op de Klimaatconferentie van Parijs door de Verenigde Naties (COP21) afgesproken om de uitstoot van broeikasgassen aan banden te leggen zodat
Wat een onderwijskundig, functioneel en kwalitatief goed gebouw is, wordt
de opwarming van de aarde wordt beperkt tot maximaal 2 graden, met 1½
in het zogenaamde kwaliteitskader beschreven.
graad als streefwaarde. Dit Akkoord van Parijs is in 2016 door 174 landen ondertekend in New York.
Kwaliteitskader In het Kwaliteitskader PO (actualisatie november 2016) hebben de VNG,
In Nederland is op basis van het Akkoord van Parijs een Klimaatberaad inge-
PO-Raad, kenniscentrum Ruimte OK en een vertegenwoordiging van school-
steld met vijf Klimaat(sector)tafels die oplossingen zoeken om de nationale
besturen kwalitatieve kaders opgesteld voor de bouw en verbouw van scholen.
broeikasuitstoot in 2030 met 49% terug te dringen ten opzichte van 1990. Het
Het Kwaliteitskader PO bevat een reeks eenduidige, herkenbare en praktisch
Klimaatberaad wil voor gebouwen op natuurlijke momenten (investerings- en
toepasbare prestatiecriteria voor een functioneel en goed bruikbaar school-
vervangingsmomenten, onderhoud en renovatie) inzetten op verduurzaming.
gebouw, verdeeld over drie thema’s:
Uitgangspunt daarbij is de ‘trias energetica’: eerst wordt stevig ingezet op energiebesparingen, ‘hoe minder energie wordt verbruikt, des te minder duur-
·
zaam hoeft te worden opgewekt’.16
Beleving (Architectonische kwaliteitscriteria) Prestatiecriteria gerelateerd aan de verschijningsvorm en beeld- en sfeer-verwachting van het exterieur en interieur.
Naast energieprestaties is er ook toenemende aandacht voor luchtkwaliteit, milieubelasting van bouwen, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde van
·
Gebruik (Functionele kwaliteitscriteria)
gebouwen Scholen hebben een verantwoordelijkheid naar de toekomst, zij
Prestatiecriteria gerelateerd aan de omvang, situering en geschiktheid
leiden op voor toekomstige generaties. Het is dan ook belangrijk dat scholen
van ruimten, op basis van de activiteiten die er plaatsvinden.
leerlingen een besef van duurzaamheid meegeven. Het schoolgebouw en -terrein kunnen daar op allerlei onderdelen een belangrijk en inspirerend
·
onderdeel van zijn:
Techniek (Technische kwaliteitscriteria) prestatiecriteria gerelateerd aan gezondheid, duurzaamheid en onderhoud.
15
14
Brief VNG ‘Ontwikkelingen onderwijshuisvesting’ d.d. 27 november 2018.
G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
16
24
De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft in 2015 de normbedragen al met 25% verhoogd en bekijkt per situatie of een verhoging van het budget nodig is (zie ook paragraaf 5.5). Achtergrondnotitie sectortafel gebouwde Omgeving, 17 december 2018.
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
·
Is het gebouw gemaakt van gezonde, milieuvriendelijke en herbruikbare
teruggebracht naar (bijna) 0. Het Bouwbesluit 2020 gaat bovendien uit
materialen? In hoeverre stimuleren gebouw en omgeving een gezonde
van PvE ‘Frisse Scholen’, klasse B voor alle onderdelen.
leefstijl? Hoe wordt afval gescheiden? · ·
·
Naar verwachting stelt de overheid op termijn ook eisen om het gebouw-ge-
Is het gebouw energieneutraal of wekt het energie op?
bonden energiegebruik te compenseren door opwekking in, aan of nabij
Kan de buurt mee profiteren?
het gebouw zodat echte energieneutraliteit ontstaat (van BENG naar ENG).
Zijn de gebruikte materialen en inrichting herbruikbaar?
Naast deze wettelijke randvoorwaarden heeft de gemeente Leidschendam-
Hoe flexibel en aanpasbaar is het gebouw?
Voorburg ook haar eigen beleid en wil voor 2050 CO2-neutraal zijn.18 Deze doelstelling vraagt op dit moment al keuzes bij bijvoorbeeld nieuwbouw en
·
Welke functies kan het gebouw nog meer vervullen, tijdens of na schooltijd?
renovatie. De verordening wil dat een nieuw schoolgebouw 60 jaar als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren.19 In de praktijk is dit
Er zijn en worden steeds meer eisen en richtlijnen ontwikkeld voor de duur-
echter niet haalbaar. Een normale levensduurverwachting van een gebouw is
zaamheid van schoolgebouwen:
40 jaar. Daarna zijn de meeste gebouwen bouwkundig en functioneel verouderd. Renovatie kan dan de levensduur van het gebouw verlengen en is over
·
Het amendement Jetten c.s. (Wet energietransitie) bepaalt dat nieuwe
het algemeen duurzaam. Bij grootschalige renovatie leidt dit tot een levens-
gebouwen standaard geen gasaansluiting meer krijgen en is op 1 juli 2018
duurverlening van minimaal 25 jaar.
in werking getreden. Daarnaast stimuleert de gemeente de aanleg van groenblauwe schoolpleinen. ·
·
Op 1 juli 2019 treedt de Informatieplicht Energiebesparing (Activiteiten
Basisscholen in Zuid-Holland kunnen vanaf 15 maart 2019 bovendien een
besluit) in werking. Dit is een wetswijziging die een groot deel van de
financiële bijdrage20 krijgen als zij hun schoolplein groenblauw inrichten:
scholen17 verplicht hun energieverbruik te melden bij het eLoket van het
‘stoeptegels eruit, natuur en water erin’. Een groenblauw schoolplein biedt niet
RVO en daarbij aan te geven welke energiebesparende maatregelen zijn
alleen een prachtige speelomgeving, maar levert ook een bijdrage aan water-
doorgevoerd.
berging en biodiversiteit. Bovendien biedt het leerkrachten de mogelijkheid
Vanaf 2020 moeten scholen (bijna) energieneutraal worden gebouwd. Dit is vastgelegd in het ‘Nationaal Plan Bijna-Energie Neutrale Gebouwen
Coalitieakkoord: ‘We zetten de komende jaren grote stappen op het gebied van duurzaamheid [...] dit betekent dat we voor 2050 CO2-neutraal zijn [..]. Bij al ons beleid denken we na hoe duurzaamheid daar een plek in te geven. Het gebruik van nieuwe technieken (innovatie) is daarbij belangrijk.’ In het ‘Kompas van de Leefomgeving’ wordt gestreefd naar ‘energiezuinige, energieleverende en klimaatbestendige scholen en accommodatie’. Met de ontwikkelingen van het klimaatakkoord komt er waarschijnlijk ook vanuit de VNG de ambitie om gemeentelijk vastgoed inclusief scholen in 2040 te verduurzamen naar energieneutraal. 19 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Leidschendam-Voorburg. 20 De provincie Zuid-Holland en het Prins Bernhard Cultuurfonds Zuid-Holland hebben samen het themafonds ‘Groenblauwe Schoolpleinen’ opgericht, dat in totaal € 620.000 beschikbaar stelt voor de komende drie jaar. www.cultuurfonds.nl 18
(BENG)’. In 2015 is de Energieprestatiecoëfficiënt (EPC) voor onderwijsfuncties al aangescherpt van 1,3 naar 0,7 en in 2020 wordt de EPC verder
17
Scholen die op jaarbasis 25.000 m3 of meer aardgas(equivalenten) of 50.000kWh of meer elektra verbruiken, moeten voldoen aan de informatieplicht. Het gaat daarbij om het totale energieverbruik van een gebouw, zonder aftrek van eventuele duurzaam opgewekte en/of teruggeleverde energie.
G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
25
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
·
om buitenlessen te organiseren. Kinderen komen in contact met de natuur,
Besluitvorming en uitwerking van de duurzaamheidsopgave van het klimaatakkoord en de voorstellen voor wetswijzigingen worden waar
wat goed is voor hun concentratie en lichaamsbeweging.
mogelijk als één traject uitgevoerd. Advies VNG, PO- en VO-raad ·
De VNG, PO-raad en VO-raad pleiten ervoor om bij ingrepen in de huisves-
Er is een expertiseteam onderwijshuisvesting ingesteld met als doel de
ting renovatie, nieuwbouw of uitbreiding integraal te bekijken. Per brief van
kostenontwikkelingen van onderwijshuisvesting te onderzoeken en vooruit
27 november 2018 heeft de VNG haar leden geïnformeerd over de stand
te kijken naar welke kosten nog op gemeenten afkomen.
van zaken:21 Naar verwachting van de VNG zal de minister ‘spoedig een aanvang maken ·
De VNG-normbedragen worden eenmalig verhoogd met 40%.22
met de wetsvoorstellen.’
·
Gezamenlijk met PO- en VO-raad is een voorstel voor drie onderling met
Van belang voor dit IHP is dat bij (ver)bouwopgaven moet worden voldaan
elkaar samenhangende wetswijzigingen aangeboden aan de minister
aan de eisen van het nieuwe Bouwbesluit en gebouwen ‘bijna’ energieneu-
van OCW. Doel van deze voorstellen is om de onduidelijkheid over wie
traal moeten zijn. Dit betekent dat goed moet worden nagedacht over de
verantwoordelijk is voor renovatie op te heffen, het mogelijk te maken dat
implicaties hiervan: gebouwen moeten comfortabel zijn voor de gebruikers,
gemeenten en scholen hun investeringen en exploitatie-uitgaven beter op
de onderhouds- en exploitatiekosten moeten te dragen zijn en het energie-
elkaar afstemmen, en scholen en gemeenten meerjarig inzicht te geven in
verbruik moet zo laag mogelijk zijn. In het nieuwe Bouwbesluit worden ook
de benodigde investeringen. De voorstellen voor wetswijziging betreffen:
onderdelen uit het Kwaliteitskader opgenomen.
1.
Neem de voorziening renovatie op als juridisch alternatief voor vervangende nieuwbouw. Gemeente en schoolbesturen kunnen hierdoor in onderling overleg, als een gebouw aan het einde van de levensduur is, kiezen voor renovatie in plaats van sloop en nieuwbouw.
2. Hef het verbod voor scholen in het PO om te investeren in huisvesting op, zodat zij in gelijke positie komen als het VO. 3. Neem in de wet op dat gemeenten een meerjarig Integraal Huisvestingsplan (IHP) vaststellen met een doorkijk van minimaal 16 jaar,23 waarvan de eerste vier jaar juridisch verplichtend zijn.
21 22 23
Brief VNG ‘Ontwikkelingen onderwijshuisvesting’ d.d. 27 november 2018. De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft in 2015 de normbedragen al met 25% verhoogd. ‘Bij voorkeur tot de einddoelstelling voor 2050!’ (achtergrondnotitie sectortafel Gebouwde Omgeving, 17 december 2018).
G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
26
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
4.3
Samenwerkingsvormen onderwijs breed
Samenwerkingsvormen zoals bijvoorbeeld Brede scholen bieden een samenhangend aanbod voor kinderen op het gebied van onderwijs, sport en cultuur. Daarnaast proberen brede scholen ‘leerwinst’ te boeken door tussen peuteropvang, kinderdagopvang en onderwijs een doorgaande leerlijn te realiseren. Het doel van brede scholen is door goede samenwerking de ontwikkelingskansen te vergroten en de zorg (van ouders) voor kinderen te ondersteunen en ontwikkelingskansen van kinderen te vergroten. Het vormgeven van een brede school is makkelijker als de samenwerkingspartners gezamenlijk zijn gehuisvest. We kunnen daarbij vier manieren onderscheiden van samenwerken en een gebouw delen. Deze staan bekend in de literatuur als back to back, face to face, hand in hand en cheek to cheek. Back to back -
de partijen van de brede school delen een gebouw, maar hebben verder weinig met elkaar te maken. Hier is eigenlijk nog geen sprake van een brede school, maar van een bedrijfsverzamelgebouw,
Face to face -
de partijen van de brede school kennen elkaar, houden rekening met elkaar en delen ook een aantal ruimten met elkaar. Er wordt samengewerkt en (deels) samengeleefd, maar verder zijn organisaties gescheiden,
Hand in hand -
de partijen van de brede school kennen elkaar goed, werken samen en delen een aantal ruimten met elkaar. De partijen vullen elkaar aan. Er ontstaat er synergie tussen de partijen, maar verder zijn organisaties gescheiden. Er kan worden gewerkt volgens één pedagogische en educatieve visie, en
G E M E E N T E L E I D S C H E N D A M -VO O R B U R G
27
INTEGR A AL HUISVESTINGSPL AN
P R I M A I R O N D E R W I J S 2 0 1 9 -2 0 2 3
Cheek to cheek - de partijen van de brede school gaan volledig in elkaar op
peuters. Alle kinderen vanaf 2,5 jaar moeten 640 uur per jaar terecht kunnen
en vormen samen één organisatie. In dit type wordt de brede
bij een kinderopvang met de kwaliteit van voorschoolse educatie.24 De brede
school een Integraal Kindcentrum (IKC).
coalitie van gemeenten, scholen, kinderopvangorganisaties en welzijnsorganisaties heeft een plan gemaakt om de integratie van kinderopvang en voorschoolse educatie mogelijk te maken.
In een IKC wordt gewerkt volgens één pedagogische en educatieve visie. Een IKC is daarmee het vervolg op de brede school. In een brede school hoeft ondanks de gemeenschappelijke voorzieningen geen sprake te zijn van een