2573-42 Bijlage 39 toelichting, Horecanota 2011.pdf
Tekst van het document
Deze persoon wordt geacht maatregelen te treffen om te waarborgen dat de voorschriften worden nageleefd en dat milieubedreigende of –schadelijke situaties worden voorkomen. Een en ander laat onverlet dat zonodig ook tegen andere personen, zoals werknemers, strafrechtelijk kan worden opgetreden in geval van overtreding. Bij inrichtingen waar muziek ten gehore wordt gebracht is de kans op hinder reëel en dient vooraf extra aandacht te worden besteed aan de geluidsaspecten. Het gaat daarbij om inrichtingen waarbij het ten gehore brengen van muziek structureel deel uitmaakt van de bedrijfsvoering en uit de aard van het bedrijf onmisbaar is. Vanzelfsprekend speelt het bronniveau daarbij een belangrijke rol. Het heeft immers weinig zin een akoestisch onderzoek te verlangen indien de akoestische gevolgen nihil zijn, bijvoorbeeld bij het uitsluitend ten gehore brengen van achtergrondmuziek of een incidentele muzikale noot. De akoestische relevantie staat dus centraal. Voor de vraag of aannemelijk is dat het equivalente geluidsniveau binnen de inrichting meer dan 70 respectievelijk 80 dB(A) zal bedragen, wordt uiteraard in eerste instantie afgegaan op hetgeen de inrichtinghouder in de melding aangeeft.
Indien uit de meldinggegevens blijkt dat de kans op geluidhinder toch zeer reëel is, maar het indienen van een akoestisch onderzoek niet verplicht is, kan het bevoegd gezag een akoestisch onderzoek eisen. Hiervoor moet het bevoegd gezag aannemelijk maken dat het geluidsniveau en/of het maximale geluidsniveau meer bedraagt dan de waarden bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 dan wel 2.20 van het besluit. Het gaat om gevallen waarin gelet op de te verwachten bronvermogens en afstanden tot gevoelige objecten de normen zullen worden overschreden. Deze beoordeling is afhankelijk van de aard van het bedrijf en de omgeving en dient per situatie gemaakt te worden. De beslissing van het bevoegd gezag betreft een besluit waartegen bezwaar en beroep openstaan.
Horecanota 2011 Kenm erk: 640956 Gemeente Leidschendam -Voorburg
33 In het Activiteitenbesluit zijn zoveel mogelijk doelvoorschriften opgenomen. Doelvoorschriften leggen een kwantitatieve eis vast. Het doel is bijvoorbeeld het beperken van geluidhinder of het beperken van luchtvervuiling. De maximaal toegestane geluidsnorm of een maximaal toegestane concentratie van een bepaalde stof in de emissie naar de lucht zijn de kwantitatieve eisen. De horeca-ondernemer is niet alleen verantwoordelijk voor de inrichting, maar ook voor eventuele hinder daarbuiten. Het gaat daarbij om bijvoorbeeld het schoonhouden van de directe omgeving, maar ook het beperken/voorkomen van (geluid-)hinder door bezoekers van de horecagelegenheid. Wet Particuliere Beveiligingsorganisaties en recherchebureaus Op 1 april 1999 is de Wet Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus in werking getreden. In deze wet zijn waarborgen opgenomen voor de betrouwbaarheid van het personeel van beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. De beveiligingsorganisaties zijn verplicht om de werkzaamheden af te stemmen met de politie en te zorgen voor een duidelijke presentatie van de activiteiten aan opdrachtgevers en burgers. Ook horecaportiers “vallen” onder deze wetgeving. Het naleven van genoemde wet moet de veiligheid bevorderen van ondernemers, medewerkers en gasten.
De Wet Particuliere Beveiligingsorganisaties en Recherchebureaus stelt de volgende eisen aan horecaportiers: − −
hun antecedenten worden gescreend (door de politie) en dienen in orde te zijn; zij dienen in het bezit te zijn van een op naam gesteld vereist diploma horecaportier;
−
hun werkgever dient in het bezit te zijn van een vergunning van het Ministerie van Justitie.
Opiumwet De Opiumwet stelt onder andere regels over het gebruik en de verkoop van drugs in horecagelegenheden. In artikel 13b staat: “De burgemeester is bevoegd tot toepassing van bestuursdwang indien in woningen of lokalen dan wel in of op bij woningen of zodanige lokalen behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II behorende bij de Opiumwet wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.” Dit betekent dat de burgemeester bevoegd is een horecagelegenheid te sluiten indien daar drugs worden verkocht, afgeleverd, verstrekt dan wel daartoe aanwezig zijn. Tabakswet De Tabakswet gaat uit van de bescherming van de niet-roker. Dat wil zeggen dat als er tegengestelde belangen zijn van rokers en niet-rokers, de niet-roker de voorrang krijgt. Per 1 juli 2008 is een rookverbod van kracht voor alle plekken die zijn bedoeld voor gemeenschappelijk gebruik of die voor het publiek toegankelijk zijn, daar horen horecalocaties bij. De mogelijkheid bestaat om een speciale rookruimte in te richten in het bedrijf. De ondernemer wordt geadviseerd eerst contact op te nemen met de gemeente om te zien of er een bouwvergunning nodig is; meestal zal dat niet noodzakelijk zijn. Wel dient contact op te worden genomen met de brandweer voordat de ondernemer de rookruimte laat bouwen, zeker als nooduitgangen alleen bereikbaar zijn via de rookruimte.
Na het creëren van een rookruimte moet de
Horecanota 2011 Kenm erk: 640956 Gemeente Leidschendam -Voorburg
34 gemeente hiervan op de hoogte worden gebracht. Het college zal dan een aanvulling geven op de bestaande Drank- en Horecavergunning. Rookruimte binnen • een rookruimte moet afsluitbaar zijn (niet op slot maar gewoon de deur dicht) • •
een rookruimte moet aangeduid zijn als rookruimte buiten de rookruimte mag geen hinder of overlast ontstaan door tabaksrook (adviseren een
•
rooksluis, aparte afzuiginstallatie) in een rookruimte mag niet bediend worden
Rookruimte buiten • •
in de openlucht mag wel gerookt worden, ook op een buitenterras een buitenterras mag overkapt zijn. In ieder geval moet één van de zijden van het buitenterras volledig open zijn en dus niet (deels)afgeschermd (door bijvoorbeeld plantenbakken of andere materialen)
• •
de tabaksrook mag niet leiden tot overlast naar de binnenruimte op inpandige terrassen zoals bij een overdekt winkelcentrum mag niet worden gerookt
•
tenten bij bijvoorbeeld festivals worden beschouwd als horeca-inrichtingen (zelfs als ze aan vier kanten open zijn gelden daarvoor dezelfde regels als voor het eigenlijke horecabedrijf)
•
de ondernemer probeert de plek zo te sturen dat de overlast voor de buurt door buiten rokende gasten minimaal is
•
de ondernemer heeft zorgplicht voor het beperken en opruimen van zwerfafval (te verwachten is dat zwerfafval in de vorm van peuken zal toenemen)
Partycatering Bij partycatering worden horecadiensten bij mensen of bedrijven op locatie verricht. Dat zijn dus geen horecalocaties. Is de partij bij mensen aan huis dan mag er gerookt worden, anders niet. Handhaving Tabakswet De Voedsel- en Warenautoriteit (Keuringsdienst van Waren) is belast met het toezicht op de naleving van de Tabakswet. Verordening Precariobelasting en Legesverordening In de verordening precariobelasting staan de bedragen die moeten worden betaald voor het gebruik van gemeentegrond. Voor het gebruiken van gemeentegrond voor het plaatsen van een terras moet dus precariobelasting worden betaald. De hoogte van de belasting wordt jaarlijks vastgesteld. De Legesverordening regelt welke bedragen er moeten worden betaald voor het in behandeling nemen van vergunningaanvragen. Hierin staan de bedragen die moeten worden betaald voor het behandelen van aanvragen voor exploitatie-, drank- en horeca-, terras- en aanwezigheidsvergunningen voor speelautomaten.
Horecanota 2011 Kenm erk: 640956 Gemeente Leidschendam -Voorburg