2573-35 Bijlage 32 toelichting, Groenstructuurplan Buitengewoon Groen.pdf
Tekst van het document
Pagina 42
7. Groenvisies voor wijken
“Sinds het groen in mijn wijk aangepakt is, is de overlast van het groen drastisch beperkt. Ook voelt het allemaal logischer, al kan ik niet helemaal verklaren waar dat door komt.” Ambitie In dit Groenstructuurplan is een plan voor het gehele stedelijke gebied uitgewerkt. Voor de afzonderlijke wijken moet dit nog uitgewerkt worden in Wijkgroenstructuurplannen, waarin de belangrijkste groenstructuren van de wijk beschreven worden. De ambitie hierbij is dat er meer variatie in het groen tussen de wijken komt. Deze variatie wordt tevens versterkt door het karakter, de doelgroep en de functie van de wijkparken steviger te omschrijven. Voor groen in wijken geldt: eenheid in de wijk, verschil tussen wijken. De groenaspecten die bij de wijkgroenvisies spelen, zijn ‘variatie’ en ‘doelmatigheid’. Vooral bij het wijkgroen is het van belang dat het groen aansluit op de wensen van de wijkbewoners. Dit zal de waardering van het groen doen toenemen.
Planologische context Insteek van de gemeentelijke WOONvisie is om meer differentiatie aan te brengen tussen de verschillende wijken en het realiseren van aantrekkelijke en bijzondere woonmilieus. Het Groenstructuurplan sluit hierop aan door de groenstructuur aan te laten sluiten bij de betreffende wijk en het gewenste woonmilieu. Hiermee wordt het karakter van de betreffende wijk ondersteund en ontstaat er verschil in groen tussen de wijken.
Opgaven De opgaven zijn: • Beschrijven van de wijkgroenstructuur, waarbij aangesloten wordt bij de stedenbouwkundige opzet van de wijk en het woonmilieu zoals beschreven in de WOONvisie. • Een duidelijke omschrijving maken voor de wijkparken met betrekking tot inrichting, doelgroep en functie, waardoor elk park een duidelijke eigen identiteit krijgt. • Maken van goede groene aansluitingen op de aanliggende groene zones. Planning/tijdspad De wijkgroenstructuurplannen worden niet allemaal tegelijk geschreven. Het heeft voorkeur om eerst voor die wijken plannen te maken waar veel (bouw)initiatieven zijn of waar het groen op het ogenblik de meeste klachten veroorzaakt. Dit zijn de suburbane wijken. Het is wenselijk om de wijkgroenstructuurplannen op te nemen in de wijkgroenbeheerplannen, zodat er per wijk één document is, waarin alle aspecten van het groen behandeld worden. Dit vereist nauwe samenwerking tussen de afdelingen R&B en RO.
Pagina 43
8. Groene lijnen
“Het is schitterend als je tegenwoordig de gemeente binnenrijdt. De wegen zijn vele groener dan vroeger. Het voelt echt als thuiskomen.” Ambitie De stedenbouwkundige gridstructuur wordt thans ruimtelijk nauwelijks ervaren. De ambitie is om de diverse hoofdgroenstructuurlijnen elk een eigen identiteit te geven. Hierdoor wordt de stedenbouwkundige structuur veel helderder wat ten goede komt aan de oriëntatie. Daarnaast zal, door het meer vergroenen van deze lijnen, de groenbeleving significant toenemen als gevolg van het grote aantal mensen dat zich over deze lijnen verplaatst. Opgaven De opgaven zijn: • Het vergroenen van de stedenbouwkundige hoofdstructuur • De lijnen van de stedenbouwkundige hoofdstructuur die evenwijdig aan de Vliet lopen, meer continu vormgegeven waarbij aandacht besteed moet worden aan het verschil tussen de lijnen: ontstaansgeschiedenis, bodemkundige ondergrond, functie, omliggende typen wijken e.d. • De discontinuïteit benadrukken van de lijnen die haaks op de Vliet staan; hierbij aansluitend op de bodemkundige ondergrond en ontstaansgeschiedenis. • Vergroenen van de entrees van de gemeente. • Vergroenen van de trambanen waar mogelijk. Planning/tijdspad De groene lijnen zijn over het algemeen gekoppeld aan de hoofdinfrastructuur.
Het vergroenen en omvormen tot een meer eenduidig profiel dient plaats te vinden tijdens groot onderhoud aan deze infrastructuurlijnen.
Pagina 44
9. ‘Stompwijkse’ buitengebied
“Als ik familie uit het oosten van het land op bezoek krijg, neem ik ze vaak mee op een fietstocht door het buitengebied van Stompwijk. Ze zijn verbaasd over de landelijkheid en de uitgestrektheid. “En dat in de Randstad!” zeggen ze dan.” Ambitie Voor het buitengebied zijn en worden diverse plannen opgesteld, vrijwel allemaal met als doel het karakteristieke cultuurlandschap te behouden. Het karakteristieke open Stompwijkse buitengebied wordt als zeer waardevol gezien binnen het verstedelijkte Haaglanden. Omdat dit zo algemeen gedragen wordt, is aantasting door ongewenste functies vrij klein. Aan de andere kant wordt de druk op het buitengebied wel steeds groter. Aandacht voor het buitengebied blijft belangrijk evenals de afstemming van de verschillende plannen en beleidsstukken op elkaar. De transformatie van de Stompwijkseweg tot een rustige recreatieve route, zoals ook beschreven in de Integrale Gebiedsvisie Stompwijk, is van essentieel belang voor een recreatief aantrekkelijk veenweidegebied. Deze weg vormt één van de zeer weinige verbindingen tussen het stedelijk gebied en het Groene Hart.
Planologische context Er zijn thans veel ontwikkelingen gaande in het ‘Stompwijkse’ buitengebied en er zijn diverse beleidsplannen vastgesteld en in ontwikkeling: • Integrale gebiedsvisie Stompwijk • Nieuwe Driemanspolder • Nieuw bestemmingsplan ‘landelijk gebied’ met uitgebreide landschapsparagraaf • Provinciale Ecologische Hoofdstructuur • Het LOP (landschapsontwikkelingsplan) • Provinciale structuurvisie • Snelwegpanorama A4
Opgaven De opgaven zijn: • Versterken van het veenweidelandschap met zijn karakteristieke vergezichten, dicht beplante erven en veehouderij. • Recreatief medegebruik van het landschap stimuleren, mits dit geen afbreuk doet aan de landschappelijke waarden van het gebied. • Transformeren van de Stompwijkseweg tot een recreatief aantrekkelijke route. • Uitplaatsen van loonwerkbedrijven en andere niet gebiedsgebonden bedrijvigheid langs de Stompwijkseweg. • Verspreid liggende glastuinbouw saneren. • Zeer terughoudend omgaan met nieuwbouw in het buitengebied; noodzakelijke nieuwbouw aan laten sluiten bij de gebouwkarakteristiek van het buitengebied. • Alleen gebiedsondersteunende functies toelaten. • Van oorsprong voorkomende groenelementen terug brengen in het landschap. Planning/tijdspad Vanuit andere beleidshoeken wordt thans al ingezet op behoud en versterking van het agrarisch cultuurlandschap. Het Groenstructuurplan sluit hierop aan door vooral gebiedseigen groen voor te stellen in het buitengebied. Vooralsnog hoeft er geen apart beleidsstuk te komen specifiek gericht op het groen in het buitengebied. Het is van belang vroegtijdig de ‘groenbelangen’ in te brengen in de diverse plannen die gemaakt worden voor dit gebied.
Pagina 45
Financiën De ambitie van dit Groenstructuurplan is hoog. De komende jaren staan er echter ook forse bezuinigingen op stapel. Sommige projecten worden wellicht niet zo snel opgepakt als wenselijk zou zijn. De kosten m.b.t. de uitwerking van het Groenstructuurplan kunnen verdeeld worden in twee categorieën: 1. Kosten die gemaakt worden voor de planvorming en verdere uitwerking van het uitvoeringsprogramma. Deze kosten kunnen deels ten laste komen van de exploitatiebegroting van de afdeling RO door uren ten behoeve van de uitwerking van het Groenstructuurplan op te nemen in de capaciteitplannen de komende jaren. Daarnaast kan een deel betaald worden uit de Groenreserve die in de Voorjaarsnota 2008 opgenomen is. (€ 1.000.000,- in 2008 en in 2011 en 2012 beide jaren € 250.000,-). 2.
Kosten die gemaakt worden voor de uitvoering van het Groenstructuurplan. Na de uitwerking van de onderdelen van het uitvoeringsprogramma, kunnen ramingen gemaakt worden voor de uitvoering van deze onderdelen. Bepaalde onderdelen kunnen meelopen met groot onderhoud (b.v. de ‘Groene lijnen’) of kunnen deels bekostigd worden uit budgetten t.b.v. de renovatie van het groen (b.v. de ‘Groenvisies voor de wijken’). Daarnaast kan financiering gevonden worden in de gemeentelijke Groenreserve en een op te richten Regionaal Groenfonds Haaglanden in de toekomst. De Duivenvoordecorridor en het buitengebied zouden hier bijvoorbeeld voor in aanmerking kunnen komen.
Pagina 46
Vervolg Naast deze gebiedsgerichte uitwerkingen dienen volgend op het Groenstructuurplan nog twee beleidsdocumenten gemaakt te worden, waarin het Groenstructuurplan verder geconcretiseerd wordt.
Bomenbeleidsplan Het bomenbeleidsplan richt zich voornamelijk op het groen (met name de bomen) van de hoofdgroenstructuur. Er wordt beschreven hoe de eventuele omvorming van het groen in de hoofdgroenstructuur voorgesteld wordt en wanneer dit plaatsvindt. In het bomenbeleidsplan wordt beschreven hoe daadwerkelijk gekomen wordt tot de hoofdgroenstructuur zoals beschreven in dit Groenstructuurplan en de aanvullende deeluitwerkingen. Bij de keuze van bomen zijn er een aantal overwegingen die meegenomen dienen te worden: • Het bomenbestand dient te bestaan uit verschillende soorten. Er mogen niet te veel bomen van één soort voorkomen om risico’s van een massale ziekteverspreiding te voorkomen. • Binnen het bomenbestand is het belangrijk dat de leeftijden evenwichtig verdeeld zijn. Wanneer bomen geleidelijk worden vervangen en aangeplant, zal dit het uitvallen van grote aantallen bomen in één keer door ouderdom voorkomen. • Oude bomen dienen behouden te blijven. In de stenige omgeving hebben veel bomen last van stressfactoren. Dit komt onder meer tot uiting in de beperkte levensduur van bomen in een bebouwde omgeving. Het behoud van oude bomen verdient daarom extra aandacht. • Tussen stad en platteland wordt nadrukkelijk een verschil gemaakt in het groen. In de stad wordt zeer divers groen toegepast. Zowel loof- als naaldbomen en zowel in- als uitheemse beplanting.
Dit komt de diversiteit en beleving ten goede. Op het platteland met veel grotere zichtlijnen en dus een grotere impact van het groen, wordt vooral
ingezet op behoud en versterking van de bestaande landschappelijke waarden. Insteek is om hier vooral gebiedseigen beplanting toe te passen. Daarnaast dient onderzocht te worden of het wenselijk is om een bomenbank op te zetten. Bomen die om bepaalde redenen weg moeten en goed verplaatsbaar zijn (dit geldt immers niet voor alle bomen), kunnen, indien er niet direct een nieuwe locatie voor handen is, verplaatst worden naar de bomenbank. De bomen worden hier tijdelijk ‘opgeslagen’, totdat er een goede nieuwe locatie voor de betreffende bomen beschikbaar is.
Wijkgroenbeheerplannen Naast het bomenbeleidsplan dienen er wijkgroenbeheerplannen gemaakt te worden. Hierin wordt omschreven hoe het groen beheerd dient te worden en hoe omgegaan wordt met de boomstructuren in de wijk. Zoals eerder beschreven, verdient het de voorkeur om de wijkgroenstructuurplannen op te nemen in de wijkgroenbeheerplannen, zodat er per wijk één document is, waarin alle aspecten van het groen behandeld worden.
Pagina 47
Bronnen (Boven)regionale plannen • Streekplan Zuid-Holland West • Regionaal Structuurplan Haaglanden 2020 • Provinciaal Ecologische Hoofdstructuur • Panorama A4 • Groenblauwe slinger (Provincie Zuid-Holland) Gemeentelijke beleidsplannen • Ruimte voor wensen, Structuurvisie LeidschendamVoorburg, 2020 (2007) • Bestemmingsplannen • Waterplan Leidschendam-Voorburg 2007-2015 (2007) • Verkeer en Vervoersplan (2004) • Welstandsnota (2004) • Speelruimteplan • Toeristisch actieprogramma (2008) • WOONvisie (2005) • Actieplan luchtkwaliteit (2007) • Gebiedsvisie Stompwijk • Blik op Leidschendam-Voorburg, Fase 1; ‘Weten’, de gemeente in kaart (2004)
Overige bronnen • Groene meters 2 (2004, Alterra) • De waarde van groen (Ministerie van LNV) • Natuur in de Stad (2002, Bureau Waardenburg B.V.) • Groene kaart voor Zoetermeer (Gemeente Zoetermeer) • Groenstructuurvisie Gemeente Voorschoten (concept, Gemeente Voorschoten)) • Actualisatie literatuuronderzoek ‘Beplanting en luchtkwaliteit’ (2006, Peutz) • De invloed van bebouwing en vegetatie op luchtkwaliteit, Scanning en scouting lucht (2007, RIVM) • Effecten van groen op de luchtkwaliteit (2008, RIVM) • Onderzoek naar de luchtkwaliteit rondom een vegetatiestrook langs de snelweg (2007, ECN) • Van theorie naar groene praktijk, toepassingen om lucht te zuiveren (2007, Alterra Wageningen UR) • Vegetatie en luchtkwaliteit, de stand van zaken (presentatie, 22 sept. 2009, CROW) • Vegetatie en luchtkwaliteit: zin of onzin? (presentatie, 22 sept. 2009, Plant Research International, Wageningen UR) • Invloed van vegetatie op concentraties (presentatie, 22 sept. 2009, RIVM)
Pagina 48
Colofon Buitengewoon groen Groenstructuurplan Gemeente Leidschendam-Voorburg Opgesteld door: Paul Zuidgeest Met medewerking van: Simone Diegenbach, Toine van Wieringen, Bart Havenaar (vormgeving) Klankbord: Bas Ligthart, Wim v.d. Poll, René Priem, Daniël Rietbergen Leidschendam-Voorburg November 2009
De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft aan de samenstelling van deze uitgave uiterste zorg besteed. Het is evenwel niet uit te sluiten dat gegevens inmiddels zijn achterhaald of verwachtingen wekken. Aan deze publicatie kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.