2573-26 Bijlage 23 toelichting, Woningbouwprogramma, herijking 2012.pdf
Tekst van het document
Bijlage: 23
Woningbouwprogramma Herijking 2012
Woningbouwprogramma Herijking 2012
Gemeente Leidschendam-Voorburg maart 2012
Herijkt woningbouwprogramma 2010-2040
Pagina 2 van 22
Inhoud 1. Inleiding ...................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................. 4 1.2 Doel herijking ........................................................................................................................ 4 1.3 Status en onderdelen herijking ............................................................................................. 4 2. Conclusies en samenvatting ...................................................................................................... 6 2.1 Regierol en partnerschap ..................................................................................................... 6 2.2 Sturingsinstrument ................................................................................................................ 6 2.3 Herijking woningbouwprogramma ........................................................................................ 7 2.4 Stimulering woningmarkt ...................................................................................................... 8 3. Beleidskader en positionering ....................................................................................................
9 3.1 Coalitieakkoord 2010-2014: “Verantwoord Vooruit” ............................................................. 9 3.2 Voorjaarsnota 2011 .............................................................................................................. 9 3.3 Structuurvisie Ruimte voor Wensen ’20-’40 (herijking 2012) ............................................... 9 3.4 WOONvisie 2020 ................................................................................................................ 10 3.5 Stedelijke Vernieuwing ....................................................................................................... 10 3.6 Positionering in de regio ..................................................................................................... 11 4. Analyse woningbehoefte en woningmarkt ............................................................................... 12 4.1 Het aantal geplande woningen is te groot .......................................................................... 12 4.2 Het aanbod van geschikte eengezinswoningen blijft achter bij de vraag ........................... 12 4.3 Er worden teveel appartementen gebouwd ........................................................................ 13 4.4 Te weinig huurwoningen worden gebouwd ........................................................................
13 4.5 Een verbeterslag is nodig in het aanbod van geschikte woningen voor ouderen .............. 14 4.6 De doorstroming neemt steeds meer af ............................................................................. 14 5. Toetsingskader herijking .......................................................................................................... 15 5.1 Toetsingscriteria ................................................................................................................. 15 5.2 Plannen en ambities stakeholders...................................................................................... 15 6. Herijking woningbouwprogramma 2010-2040 ......................................................................... 17 6.1 Woningmarktstrategie ......................................................................................................... 17 6.2 Inventarisatie geplande woningbouw ................................................................................. 17 6.3 Herijking woningbouwprogramma tot 2015 ........................................................................ 18 6.3.1 Omvang en type ........................................................................................................... 18 6.3.2 Duurzaamheid en aanpasbaarheid ..............................................................................
18 6.3.3 Sociale woningbouw .................................................................................................... 19 6.4 Prognose potentiële woningbouw....................................................................................... 21 6.5 Conclusie herijking.............................................................................................................. 21 7. B I J L A G E I - Woningbouwprogramma ultimo 01/12/2011 (indicatief) ........................... 23 8. B I J L A G E II - RESULTATEN STAKEHOLDERSOVERLEG ............................................. 25 Welke plannen en ambities ziet u voor de gemeente? ................................................................ 25
Herijkt woningbouwprogramma 2010-2040
Pagina 3 van 22
1. Inleiding
1.1 AANLEIDING Bij de aanbieding van de Woningbouwmonitor 2010 1 aan de raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg is een voorstel tot mogelijke bijsturing van het woningbouwprogramma toegezegd. De reden was dat de geplande woningbouw de komende jaren niet in de pas loopt met de woningbehoefte en ontwikkelingen op de woningmarkt.
1.2 DOEL HERIJKING De herijking van het actuele woningbouwprogramma2 is een integraal proces waarmee wordt beoogd een sterkere samenhang te realiseren tussen de actuele vraag naar woningen en de ruimtelijke ontwikkeling op basis van onderzoek en recente marktverkenningen. Daarbij is aansluiting gezocht bij de beleidsdoelstellingen uit de WOONvisie 2020 en de potentiële ontwikkelruimte in de Structuurvisie Ruimte voor Wensen ’20-’40 (herijking 2012). Op dit moment is de herijking van het woningbouwprogramma lastig gezien de onzekerheid op de woningmarkt, tegelijkertijd kan de herijking een handvat bieden om beter in te spelen op de economische crisis. Doel van de herijking van het woningbouwprogramma is: -
het inspelen op de vraag naar woningen;
-
het stimuleren van de doorstroming op de woningmarkt;
-
het intensiveren van de samenwerking met partijen op de woningmarkt;
-
het versterken van de positie van Leidschendam-Voorburg als groene, duurzame woongemeente in de regio.
De functie van een herijkt woningbouwprogramma is drieledig, namelijk: 1. een regiedocument als leidraad voor samenwerking, samenhang, stimulering en sturing; 2. een toetsingskader voor de beoordeling, prioriteitsstelling en fasering van (initiatieven tot) woningbouwprojecten en heroverweging van bestaande plannen, en; 3. een sturingsinstrument bij de ontwikkeling van woningbouwplannen.
1.3 STATUS EN ONDERDELEN HERIJKING Op basis van de gemeentelijke visie tot behoud en versterking van Leidschendam-Voorburg als aantrekkelijke groene en duurzame woongemeente is de herijking van het huidige woningbouwprogramma een instrument om de mismatch tussen vraag en aanbod te verminderen en de woningmarkt te stimuleren. De complexiteit rondom de ontwikkeling van (woningbouw)projecten alsmede de huidige economische situatie geeft de nodige onzekerheid ten aanzien van de realisering ervan. Het herijkte woningbouwprogramma is daarom
1 Raadsbrief 14 december 2010 (511588)
Herijkt woningbouwprogramma 2010-2040
Pagina 4 van 22
richtinggevend tot 2015 en heeft voor de periode daarna vooral een prognosticerend karakter. Het toetsingskader geldt als sturingsinstrument voor de beoordeling van nieuwe initiatieven tot woningbouw en heroverweging van bestaande woningbouwplannen. Na vaststelling van de Structuurvisie Ruimte voor Wensen ’20-’40 (herijking 2012) volgt eventuele bijsturing en inbedding van het toetsingskader in het Uitvoeringsprogramma van de Structuurvisie.
2 Bedoeld wordt het actuele woningbouwprogramma ultimo 1 december 2011
Herijkt woningbouwprogramma 2010-2040
Pagina 5 van 22
2. Conclusies en samenvatting De stagnatie in de verkoop van woningen, de veranderde woningmarkt en de afnemende betaalbaarheid van de woningen doet een appèl op de regierol van de gemeente om partijen op de woningmarkt met elkaar te verbinden, vertrouwen te geven en onderlinge samenwerking te intensiveren met als doel de woningen voor alle doelgroepen bereikbaar te houden.
2.1 REGIEROL EN PARTNERSCHAP De oproep vanuit stakeholders aan de gemeente is om vanuit een tweezijdig partnerschap de woningmarkt te stimuleren samen met betrokken stakeholders, zoals huurders- en kopersorganisaties, woningcorporaties, projectontwikkelaars, banken, makelaars en notarissen. Onderzoek is nodig naar de wijze waarop en met welk doel de samenwerking met partijen kan worden gestructureerd. De beperkte invloed van de gemeente op de woningmarkt betekent dat vooral naar gezamenlijk draagvlak met betrokken partijen moet worden gezocht om op basis van de actuele vraag en de markt waar nodig te kunnen bijsturen. Vertrouwen tussen overheid en partijen is hierbij essentieel om ontwikkelingen in de woningmarkt toch mogelijk te maken. In hoofdstuk 5 wordt de regierol nader belicht.
2.2 STURINGSINSTRUMENT Voor de beoordeling, prioriteitsstelling en fasering van (initiatieven tot) woningbouwprojecten gelden in de periode tot 2015 de volgende toetsingscriteria. Deze toetsingscriteria vormen een instrument om – juist in economisch slechte tijden – de woningmarkt daar waar mogelijk te kunnen beïnvloeden en in een vroeg stadium vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. Fasering op jaarbasis is bijvoorbeeld een mogelijk instrument om bij te sturen. Dit zorgt ervoor dat woningbouwplannen zo goed mogelijk aansluiten op de actuele woningbehoefte en de woningmarkt. Het eventueel bijsturen van geplande woningbouw kan enerzijds voorkomen dat er onverkoopbare projecten worden ontwikkeld en anderzijds kan bijsturing een bijdrage leveren aan de gemeente die wij willen zijn en de ambities die de gemeente nastreeft. 1. kwantiteit en woningtype: het aantal geplande woningen substantieel beperken en waar mogelijk het woningbouwprogramma met appartementen ombuigen tot eengezinswoningen; 2.
kwaliteit: het heroverwegen van woningbouwprojecten, waarin onvoldoende wordt voldaan aan de kwaliteit in termen van aanpasbaar 3 en duurzaam bouwen4 in het licht van de 3 Het realiseren van woonruimte die niet op voorhand is aangepast voor een individuele bewoner, maar die zodanig is ontworpen en gebouwd dat deze van meet af aan toegankelijk is voor iedereen en relatief eenvoudig en goedkoop is aan te passen, wanneer (een van) de bewoner(s) gehandicapt raakt of een gehandicapte woningzoekende de woning wil betrekken. 4 Het duurzaam bouwen van woningen is een manier van bouwen die past bij een duurzame ontwikkeling, een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie zonder daarmee voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Met behulp van het zogenaamde GPR-gebouw kunnen ontwikkelaars keuzes maken op het gebied van energie, milieu, gezondheid, gebruikerskwaliteit en toekomstwaarde, dit vertaald zich in scores. Als uitgangspunt in het Klimaatplan 2009-2020 geldt dat alle nieuwbouwwoningen minimaal 10% energiezuiniger zijn dat de EPC-norm in het Bouwbesluit voorschrijft. Voor het thema energie betekent dit een GPR-score van 7. Uit het FSC-convenant volgt het toepassen van hout met FSC-keurmerk als hout wordt toegepast (voor milieu een GPR-score van 7).
Herijkt woningbouwprogramma 2010-2040
Pagina 6 van 22
gemeentelijke doelstelling tot “het streven naar en verbeteren waar mogelijk van de kwaliteit van de woningvoorraad“5 en het vastgestelde stedelijke vernieuwingsprogramma;
3. prijsklasse: prioritering van woningbouwprojecten in de goedkope en middeldure huur- en koopsector6 en toetsing aan het uitgangspunt 30% sociale woningbouw7 en mogelijke financiering van de sociale component; 4. doorstroming: voorrang verlenen aan woningbouw die de doorstroming bevordert; 5. fasering in tijd: de woningbouwplannen op potentiële woningbouwlocaties op grond van de concept Herijkte Structuurvisie 2010-2040 faseren in tijd. 6. woonomgeving: het investeren in de openbare ruimte in het licht van het behouden c.q. verbeteren van de aantrekkelijke groene woonomgeving in de gemeente bij woningbouw. Dit toetsingskader is onderdeel van de regierol van de gemeente in het behalen van de gemeentelijke beleidsdoelstellingen. De toepassing van het toetsingskader is met name effectief in de initiatieffase van de planontwikkeling voor woningbouw, waarbij een “integrale intake” 8 van het woningbouwplan plaatsvindt. Voor de middellange en lange termijn vanaf 2015 kan het toetsingskader op basis van de geactualiseerde woningbehoefte en woningmarkt worden bijgesteld.
Op basis van het toetsingskader is de conclusie gerechtvaardigd dat niet alleen de markt kan bepalen waar de prioriteiten op het gebied van woningbouw liggen, maar de gemeente heeft vanuit haar beleid en gewenste positionering in de regio een belangrijke regierol in het streven naar een vraaggericht en gedifferentieerd woningaanbod dat voldoende duurzaam en aanpasbaar is. Het toetsingskader wordt toegelicht in Hoofdstuk 5.
2.3 HERIJKING WONINGBOUWPROGRAMMA Conclusie is dat het huidige woningbouwprogramma zowel in omvang als type woning uit de pas loopt met de vraag en de markt. De vraag op de woningmarkt laat zien dat kwaliteit van de woning en woonomgeving en woningtype steeds belangrijker wordt bij het ontwikkelen van woningbouw. De onderliggende woningbehoefte verdient de komende jaren steeds opnieuw aandacht. Richtinggevend voor de herijking van het huidige woningbouwprogramma is het terugbrengen van het aantal geplande woningen, mede met het oog op het grote aantal nog niet verkochte woningen dat in 2010 en 2011 is opgeleverd. Ook treedt bij sommige woningbouwprojecten vertraging op ten gevolge van problemen in de financiering ervan. Gezien de wens van de gemeente naar een wat leeftijd betreft evenwichtiger bevolkingsopbouw, het beperkte aandeel eengezinswoningen in de bestaande voorraad en het grote aandeel appartementen in de gemeente verdient bij uitbreiding van de woningvoorraad het bouwen van
5 Uit: Voorjaarsnota 2011 6 Per 1 jan. 2011: Huurprijs middelduur tussen € 550 - € 664,66 / koopprijsgrens middelduur = € 185.000 - € 249.000 7 Motie d.d. 26 april 2011: bij het vaststellen van de randvoorwaarden van ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouwplannen, 30% sociale woningbouw als generiek uitgangspunt te nemen en een uitspraak te doen over de mogelijke financiering van de sociale component. 8 Onder een integrale intake wordt verstaan de gezamenlijke beoordeling van een initiatief tot woningbouw vanuit de regierol van de gemeente op het terrein van stedenbouw, grondzaken, ruimtelijke ordening, wonen en toegankelijkheid.
Herijkt woningbouwprogramma 2010-2040
Pagina 7 van 22
eengezinswoningen de voorkeur. Het intensiveren van de bouw van eengezinswoningen draagt bij aan de aantrekkelijkheid van Leidschendam-Voorburg als woongemeente en instandhouding van voorzieningen. De doelstelling van 30% sociale woningbouw wordt gemiddeld genomen tot 2015 vrijwel gehaald. Vooralsnog zijn er in de meeste woningbouwplannen geen extra investeringen gepland in duurzaamheid en aanpasbaarheid. Uitzonderingen zijn de geplande plannen aan de Van Barbansonstraat, Rozenlaan en Weidestraat. Het minder duurzaam en aanpasbaar bouwen voor met name de geplande sociale woningen heeft tot gevolg dat de doelgroep van deze woningen met hogere energiekosten wordt geconfronteerd en deze woningen minder geschikt c.q. aantrekkelijk zijn voor ouderen. Een toelichting en onderbouwing op de herijking vindt u in Hoofdstuk 6.
2.4 STIMULERING WONINGMARKT Structurele aandacht voor de ontwikkelingen op de woningmarkt is de komende jaren meer dan ooit noodzakelijk. Ter versterking van het imago van de gemeente Leidschendam-Voorburg als aantrekkelijke groene duurzame woongemeente is het van belang om te investeren in het onderscheidend karakter van de gemeente op het gebied van wonen.
Daarom is onderzoek nodig naar maatregelen die op korte termijn kunnen worden ingezet voor de promotie en stimulering van de woningmarkt. Meer informatie hierover vindt u in Hoofdstuk 5.
Herijkt woningbouwprogramma 2010-2040
Pagina 8 van 22
3. Beleidskader en positionering
3.1 COALITIEAKKOORD 2010-2014: “VERANTWOORD VOORUIT” “Leidschendam-Voorburg is een aantrekkelijke, groene en duurzame stad, waarin jong en oud plezierig en veilig samenleven en werken”: a. "een woon- en werkstad, waar het prettig wonen en ondernemen is; b. het bouwen van woningen in combinatie met het versterken van het binnenstedelijk groen; c.
evenwichtige bevolkingsopbouw;
d. 30% van de nieuwe woningen in de sociale sector bouwen, met uitzondering van de ontwikkeling bij kerk de Goede Herder en Schakenbosch. Wel is het zo dat de norm generiek en niet per locatie wordt gehanteerd. Als deze 30%-norm binnen een locatie niet gehaald wordt, worden vervangende locaties aangewezen."
3.2 VOORJAARSNOTA 2011 De rol van de gemeente is veranderd in het licht van de afnemende financiële middelen op grond van de Voorjaarsnota 2011. Specifiek op het gebied van wonen geeft de VJN aan dat de gemeente geen financiële bijdragen aan (sociale) woningbouw en verbetering van de kwaliteit van woningen meer gaat leveren. De maatregelen op het gebied van "Projecten en investeringen" zijn de volgende: -
bezuiniging op beleidscapaciteit
-
het afschaffen van subsidies voor duurzaamheid en aanpasbaarheid
-
vermindering van het aantal projecten (faseren en schrappen)
-
een andere rol van de gemeente bij projecten (faciliterend, regisserend).
3.3 STRUCTUURVISIE RUIMTE VOOR WENSEN ’20-’40 (HERIJKING 2012) Voor de sector Wonen gelden de volgende uitgangspunten: -
“streven naar een aantrekkelijke groene duurzame woon- en werkstad
-
realiseren van voldoende voorzieningen passend bij de lokale woonomgeving
-
verstedelijking rondom knooppunten waar mogelijk
-
ontwikkelen van diverse woonmilieus
Herijkt woningbouwprogramma 2010-2040
Pagina 9 van 22
-
kiezen voor vraaggericht bouwen: inspelen op de woningbehoefte
-
woonbeleid richten op de positionering van de gemeente
-
van 40% woningbouwopgave binnenstedelijk naar 80% (regionale afspraak)
-
beperkt binnenstedelijk intensiveren om zo min mogelijk groen op te offeren
-
inzetten op het faciliteren van een beperkte (bevolkings)groei tot 2040 met als doel een vitale en dynamische stad te blijven.”
3.4 WOONVISIE 20209 De ambities van de gemeente in de WOONvisie 2020 zijn de volgende: -
het vergroten van de kansen op de woningmarkt voor starters en jongeren;
-
stimulering van de kwaliteit van de woningen (duurzaamheid, veiligheid, particuliere woningverbetering, aanpasbaarheid);
-
zorgen voor voldoende variatie in woonmilieus;
-
bevorderen doorstroming naar passende woonruimte.
3.5 STEDELIJKE VERNIEUWING Stedelijke vernieuwing is een programmatische aanpak die verbindingen legt tussen verschillende beleidsterreinen, onder andere wonen, welzijn, duurzaamheid, ruimtelijke ontwikkeling en wijkgericht werken. De gemeente Leidschendam-Voorburg verdeelt op grond van het ISV3-programma de beschikbar financiële middelen over: A.
Programma’s bodem en geluid
Herijkt woningbouwprogramma 2010-2040
Pagina 10 van 22
B.
Programma wonen voor De Heuvel en Leidschendam-Zuid
C.
Programma wonen met de volgende thema’s:
D.
-
duurzaamheid
-
gezondheid
-
sociale wijkaanpak
Wonenbudget: knelpuntenpot en verkenningsgelden
3.6 POSITIONERING IN DE REGIO De druk op de woningmarkt blijft in Haaglanden hoog. Prognoses en woningmarktverkenningen signaleren in de regio Haaglanden nog een oplopend tekort in de woningproductie voor de periode tot 2020, ondanks de flinke regionale woningbouwproductie in de jaren 2005-2010. De ambitie binnen Haaglanden is 80% van het nieuwbouwprogramma binnenstedelijk te realiseren. Met de Vereniging Sociale Verhuurders Haaglanden zijn regionale prestatieafspraken voor de jaren 2010 tot en met 2014 gemaakt. Eén van de afspraken heeft betrekking op sociale nieuwbouw: 30% sociale sector. Er vindt binnen de regio Haaglanden discussie plaats over het realiseren van deze 30% sociale woningbouw. Leidschendam-Voorburg is nadrukkelijk onderdeel van de regio met veel in- en uitstroom uit de gemeente. Nieuwbouw is dan ook niet alleen bedoeld voor de eigen inwoners. Dat betekent dat de gemeente meer moet inzetten op het daadwerkelijk promoten van haar imago als aantrekkelijke groene duurzame woongemeente in de regio om daarmee een positieve impuls te kunnen geven aan haar positie op de woningmarkt in de regio. Trend Haaglanden
2010-2014
2015-2019
2020-2024
2025-2029
2010-2029
Nieuwbouw
900
1050
1050
1050
4050
Sloop
300
300
300
350
1250
Groei woningvoorraad
600
750
750
700
2800
Bron: concept Woningmarktverkenning Haaglanden, uitgevoerd in opdracht van het Stadsgewest Haaglanden aug. 2011
9 Vastgesteld in 2005
Herijkt woningbouwprogramma 2010-2040
Pagina 11 van 22
4. Analyse woningbehoefte en woningmarkt Dit hoofdstuk geeft een beeld van de woningbehoefte en woningmarkt op basis van de Woningbouwmonitor 201010 en de Marktanalyse Leidschendam-Voorburg11. Dit beeld is nog eens bevestigd door de concept Woningmarktverkenning Haaglanden 2011 en Woningmarktmonitor Haaglanden 2011. Bevolkingsprognose 2011-2040 Jaarklassen 2011 2015 00-14 11249 11677 15-29 10964 11527 30-54 24895 25029 55-64 10294 10052 65-74 7272 8641 75-89 6720 6842 90-99 656 887 Totaal 72050 74655
2020 11745 11273 24609 10293 9127 7239 1007 75293
2025 11787 10746 24073 10047 8997 8352 1120 75122
2030 11585 10805 23267 9794 9172 8911 1150 74684
2035 11233 10721 23159 9215 9031 9423 1268 74050
2040 10850 10894 22920 8931 8940 9471 1599 73605
2011-2040 -399 -70 -1975 -1363 1668 2751 943 1555
Bron: Primos 2011
De bevolkingsprognose tot 2020 geeft aan dat Leidschendam-Voorburg geen krimpgemeente is en gaat uit van een bevolkingsgroei tussen 2 en 5%. In de volgende paragraaf blijkt ook dat het aantal huishoudens tot 2040 zal blijven toenemen.
4.1 HET AANTAL GEPLANDE WONINGEN IS TE GROOT Het totaal aantal huishoudens in Leidschendam-Voorburg stijgt nog in de periode tot 2030. Zie de volgende tabel. Conclusie is dat de woningvoorraad in ieder geval moet worden uitgebreid. Prognose huishoudens
2011 2015 2020 2025 2030 34674 36235 36697 36709 36748
2011-2030 2074
Bron: Primos 2011
Nieuwbouw blijft nodig gezien de toename van het aantal huishoudens, maar niet in die omvang, zoals nu gepland op korte en (middel)lange termijn. Recent onderzoek naar de woningmarkt en de bevolkingsprognoses wijzen uit dat het realistisch is om uit te gaan van de bouw van gemiddeld 125 woningen netto12 per jaar als toevoeging op het woningbestand. De noodzaak tot nieuwbouw is ook bevestigd door het Stadsgewest Haaglanden in het kader van de regionale prestatieafspraken met woningcorporaties. De huidige plancapaciteit woningbouw in de periode 2010-2015 is gemiddeld 232 woningen netto per jaar.
4.2 HET AANBOD VAN GESCHIKTE EENGEZINSWONINGEN BLIJFT ACHTER BIJ DE VRAAG De bevolkingsprognoses geven de komende jaren een relatieve afname te zien van het aantal gezinnen met kinderen. Goede ontsluiting, hoogwaardige groenstedelijke woonmilieus en een goed voorzieningenniveau bepalen de aantrekkelijkheid van onze gemeente als woongemeente. Vooral de leeftijdsgroep 35-44 jaar wil graag binnen of uit de gemeente verhuizen om reden van
10 De Woningbouwmonitor 2010 (rbs. 2 feb. 2010) bevat de uitkomsten uit het Woononderzoek Nederland 2009 11 Marktanalyse Leidschendam-Voorburg, Stec Groep B.V. oktober 2010 12 Netto = het aantal aan de woningvoorraad toegevoegde woningen (nieuwbouw minus sloop)
Herijkt woningbouwprogramma 2010-2040
Pagina 12 van 22
het gebrek aan kwaliteit. De gemeente kent veel instroom van buiten de gemeente. Dit biedt kansen tot verjonging voor Leidschendam-Voorburg met een relatief sterke concurrentiepositie als woongemeente. Het groene karakter scoort zeer hoog in de aantrekkelijkheid van Leidschendam-Voorburg als woongemeente. Potentiële vraag ligt in grondgebonden woningen in het middensegment, zowel in de koop- als huursector. Conclusie is dat jonge gezinnen kansrijke doelgroepen zijn op de woningmarkt en de behoefte ligt in de bouw van goedkope en middeldure eengezinswoningen 13 (koop en huur). Het aantal geplande eengezinswoningen in de goedkope en middeldure sector – met name in het huursegment – blijft achter bij de vraag.
4.3 ER WORDEN TEVEEL APPARTEMENTEN GEBOUWD De grootste voorkeur van degenen met een verhuiswens gaat uit naar grondgebonden woningen. De verhuiswens is het grootst bij inwoners tot 35 jaar en gezinnen met kinderen. Ruim 40% van de bewoners in appartementen wil verhuizen naar een eengezinswoning, veelal in de middeldure huur- en koopsector. De huidige woningmarkt laat zien dat de kwaliteit een belangrijk aspect is voor de afzet van woningen op de markt. De plancapaciteit voor appartementen is opgenomen in Bijlage I.
Conclusie is dat er sprake is van een verzadiging van de markt voor appartementen in zowel kwantitatief als kwalitatief opzicht: er is de komende jaren teveel nieuwbouw van appartementen gepland met uitzondering van appartementen met onderscheidende kwaliteit en in de huursector.
4.4 TE WEINIG HUURWONINGEN WORDEN GEBOUWD Het aantal (duurdere) koopwoningen in Leidschendam-Voorburg ligt aanzienlijk hoger dan in de regio Haaglanden. De afgelopen jaren zijn er vooral koopwoningen, met name in het dure segment, en vrijwel geen huurwoningen gebouwd. Relatief veel huishoudens – eenpersoonshuishoudens en eenoudergezinnen – willen huren. Conclusie is dat de komende jaren te weinig huurwoningen zijn gepland.
13 Koopprijsgrens middelduur per 1 jan. 2011 = € 185.000 - € 249.000
Herijkt woningbouwprogramma 2010-2040
Pagina 13 van 22
4.5 EEN VERBETERSLAG IS NODIG IN HET AANBOD VAN GESCHIKTE WONINGEN VOOR OUDEREN Het aandeel 65-plussers is fors hoger dan in de regio en landelijk gezien. De meer dan gemiddelde vergrijzing van Leidschendam-Voorburg tezamen met de afname van jonge gezinnen heeft aanzienlijke gevolgen voor de evenwichtigheid in de bevolking van de gemeente. Vrijwel alle verhuisgeneigde inwoners van 55 jaar en ouder hebben de voorkeur voor een appartement dat toegankelijk is voor senioren, maar ook voldoende kwaliteit biedt om de doorstroming van senioren uit eengezinswoningen op gang te brengen. Aandachtspunt is aanpasbaar bouwen, er zijn nog te weinig woningen waar men tot op hoge leeftijd in kan blijven wonen. Conclusie is dat er een behoorlijke woningbouwopgave ligt voor kwalitatief voldoende geschikte huisvesting voor ouderen.
4.6 DE DOORSTROMING NEEMT STEEDS MEER AF Belangrijk knelpunt is het gebrek aan doorstroming, omdat de bestaande woningvoorraad onvoldoende voorziet in de vraag naar aanpasbare woningen en kwalitatief goede appartementen voor ouderen. Dit ontstaat onder meer door een te groot prijs- en kwaliteitsverhouding tussen grote eengezinswoningen en te kleine kwalitatief achterblijvende appartementen voor senioren. Het aantal doorstromers is dan ook substantieel afgenomen, met name onder eigenaren van koopwoningen en bewoners van eengezinswoningen. De doorstroming is relatief het laagst in de leeftijdscategorie van 65 jaar en ouder met als gevolg de kans op scheefwonen en problemen van aanpasbaarheid en onderhoud van de woning. Conclusie is dat voor het bevorderen van de doorstroming enerzijds meer eengezinswoningen in de huur en middeldure koopsector nodig zijn voor gezinnen en anderzijds meer kwalitatief goede appartementen voor ouderen nodig zijn. Middeldure eengezinswoningen in de bestaande woningvoorraad kunnen ook vrijkomen door toevoeging van dure eengezinswoningen. Daarnaast hebben woningcorporaties een zelfstandige taak in het bevorderen van de doorstroming binnen hun woningbezit. Bij wijze van experiment is in een aantal plaatsen in den lande gestart met “Huur op Maat”14, onder andere in de gemeente Leidschendam-Voorburg.
14 Huur op Maat is een nieuwe manier om de huurprijzen van woningen te berekenen. Na het bepalen van de reële huurprijs verleent de corporatie, afhankelijk van het inkomen van de huurder en de hoogte van de huur, eventueel een huurkorting.
Herijkt woningbouwprogramma 2010-2040
Pagina 14 van 22
5. Toetsingskader herijking Op basis van de Woningbouwmonitor 2010 is een toetsingskader geformuleerd met een aantal variabelen die een rol spelen op de woningmarkt: kwantiteit, woningtype, kwaliteit, prijs, doorstroming en fasering. Deze variabelen zijn als het ware de “knoppen” waaraan kan worden gedraaid als het gaat om de beïnvloeding van de geplande woningbouw. Hierover is de gemeenteraad bij brief van 13 september 2011 geïnformeerd. Voor de herijking van de geplande woningbouw is de gemeente eerst in gesprek gegaan met stakeholders op de woningmarkt (Agterdenbosch Makelaardij, Florence, Vidomes, Schouten de Jong, Tilro&Duin, Van Mierlo, Vestia, WoonInvest, WoonZorgcentra Haaglanden, WVK Makelaars). Het toetsingskader vormt een integraal onderdeel van het ruimtelijk kader voor (initiatieven tot) woningbouwplannen. De toepassing van het toetsingskader is met name effectief in de initiatieffase van de planontwikkeling voor woningbouw, waarbij een “integrale intake” 15 van het ingediende woningbouwplan plaatsvindt. Na vaststelling van de Structuurvisie Ruimte voor Wensen ’20-’40 (herijking 2012) volgt eventuele bijsturing en inbedding van het toetsingskader in het Uitvoeringsprogramma van de Structuurvisie.
5.1 TOETSINGSCRITERIA Het toetsingskader biedt een instrument om – juist in economisch slechte tijden – de woningmarkt daar waar mogelijk te kunnen beïnvloeden en in een vroeg stadium vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. Dit zorgt ervoor dat woningbouwplannen zo goed mogelijk aansluiten op de actuele woningbehoefte en de woningmarkt. Het eventueel bijsturen van geplande woningbouw kan enerzijds voorkomen dat er onverkoopbare projecten worden ontwikkeld en anderzijds kan bijsturing een bijdrage leveren aan de gemeente die wij willen zijn en de ambities die de gemeente nastreeft. Op basis van de woningbehoefte, de uitkomsten uit recente woningmarktverkenningen alsmede de consultatie van stakeholders gelden de volgende toetsingscriteria voor de beoordeling, prioriteitsstelling en fasering van (initiatieven tot) woningbouwplannen: kwantiteit en woningtype, kwaliteit, prijsklasse, doorstroming, fasering in tijd en woonomgeving. De herijking van woningbouwprogramma in hoofdstuk 6 is tot stand gekomen door middel van de toetsing van de beïnvloedbare woningbouwplannen in het actuele woningbouwprogramma. Dit zijn de woningbouwplannen die (beperkt) beïnvloedbaar zijn binnen de vastgestelde bestuurlijke, juridische, ruimtelijke en financiële kaders.
5.2 PLANNEN EN AMBITIES STAKEHOLDERS Een samenvatting van de gesprekken met stakeholders treft u aan in bijlage II. De stakeholders kunnen zich in grote lijnen vinden in de variabelen die in het toetsingskader zijn opgenomen. Zo
15 Onder een integrale intake wordt verstaan de gezamenlijke beoordeling van een initiatief tot woningbouw vanuit de regierol van de gemeente op het terrein van stedenbouw, grondzaken, ruimtelijke ordening, wonen en toegankelijkheid.
Herijkt woningbouwprogramma 2010-2040
Pagina 15 van 22
is men het er over eens dat er voor de korte termijn teveel woningen zijn gepland. Ook onderschrijven de stakeholders de behoefte aan verruiming van het aanbod van eengezinswoningen. Daarmee kan ook de positie van Leidschendam-Voorburg als aantrekkelijke groene duurzame woongemeente voor jonge gezinnen verder worden versterkt. Twijfel bestaat ten aanzien van de verhoging van de kwaliteit van nieuwbouwwoningen uit oogpunt van de betaalbaarheid ervan. In dit verband is geduid op de problemen in de betaalbaarheid van woningen voor starters. Kwaliteit van ouderenwoningen kan deels worden behaald in de bestaande woningvoorraad. Kanttekeningen worden geplaatst bij doorstroming, aangezien dit effect vooral is te realiseren via verleiding en aandacht voor de verkoop van de eigen woning op de huidige woningmarkt. De oproep aan de gemeente is om vanuit een tweezijdig partnerschap de woningmarkt te stimuleren samen met betrokken partijen, zoals huurders- en kopersorganisaties, woningcorporaties, projectontwikkelaars, banken, makelaars en notarissen. Denkbaar is het organiseren van structureel overleg over inzet van maatregelen tot stimulering van de woningmarkt en acties rond nieuw te bouwen en opgeleverde woningbouwprojecten. Eenzijdige sturing vanuit ruimtelijke kaders voor de woningbouwontwikkeling wordt door stakeholders als te rigide ervaren.
In de huidige woningmarkt is aanbodsturing geen optie meer. De gemeente blijft echter wel verantwoordelijk voor de ruimtelijke en functionele kaders voor de ontwikkeling van woningbouwplannen, maar schept daarin vooraf duidelijkheid en spant zich in om de besluitvormingsprocessen hieromtrent te bespoedigen. Sturing op fasering van woningbouwontwikkelingen is volgens sommige stakeholders een natuurlijk proces. Als belangrijk instrument voor het stimuleren van de woningmarkt is genoemd de uitstraling van locatie en woonomgeving voor toekomstige woningbouw.
Herijkt woningbouwprogramma 2010-2040
Pagina 16 van 22
6. Herijking woningbouwprogramma 2010-2040 Basis voor de herijking van het woningbouwprogramma is de analyse van het actuele woningbouwprogramma aan de hand van het toetsingskader, de visie van stakeholders en de ontwikkelruimte voor potentiële woningbouw in de Structuurvisie Ruimte voor Wensen ’20-’40 (herijking 2012). Het herijkte woningbouwprogramma is richtinggevend tot 2015 en heeft voor de periode daarna vooral een prognosticerend karakter, aangezien de woningmarkt ten opzichte van een aantal jaar geleden ingrijpend is gewijzigd en de planontwikkeling na 2015 daarvoor wordt bemoeilijkt.
6.1 WONINGMARKTSTRATEGIE In aansluiting op de hiervoor geschetste woningbehoefte en ontwikkelingen op de woningmarkt hanteert de gemeente de volgende strategie voor de herijking van het woningbouwprogramma16: -
Vaststelling ruimtelijke kaders voorafgaand aan de planontwikkeling;
-
Het creëren van stedenbouwkundige ruimte voor de lange termijn.
-
Vraaggerichte planontwikkeling;
-
Niet teveel woningbouwplannen tegelijk in behandeling nemen;
-
Facilitering grondgebonden woonvormen (binnenstedelijk/compact) om gezinnen in de gemeente te houden of aan te trekken;
-
Het type ouderenwoningen niet alleen vertalen in appartementen; het onderzoeken van alternatieven, bijvoorbeeld patiowoningen.
6.2 INVENTARISATIE GEPLANDE WONINGBOUW Op basis van de inventarisatie van woningbouwprojecten waarvoor een bouwvergunning is verleend dan wel een anterieure overeenkomst is afgesloten, ontstaat het volgende overzicht van actuele woningbouwplannen. WONINGBOUWPROGRAMMA (indicatief) totaal aantal woningen (abs.) % sociale woningbouw 2010 % meergezinswoningen 2010
Jaar 2010
Soc. 79 25% 96%
MG 299
EG 13
Tot. 312
Sloop Netto 41 271
totaal aantal woningen (abs.) % sociale woningbouw 2011 % meergezinswoningen 2011
2011
0 0% 96%
88
4
92
49
43
totaal aantal woningen (abs.) % sociale woningbouw 2012 % meergezinswoningen 2012
2012
48 46% 37%
38
66
104
90
140
16 Uit: Informatiebijeenkomst woningmarktstrategie Haaglanden d.d. 24 november 2011
Herijkt woningbouwprogramma 2010-2040
Pagina 17 van 22
WONINGBOUWPROGRAMMA (indicatief) totaal aantal woningen (abs.) % sociale woningbouw 2013 % meergezinswoningen 2013
Jaar 2013
Soc. 183 38% 74%
MG 360
EG 126
Tot. 486
Sloop Netto 167 167
totaal aantal woningen (abs.) % sociale woningbouw 2014 % meergezinswoningen 2014
2014
31 19% 57%
94
70
164
106
341
879
279
1158
TOTAAL TOT 2015 GEMIDDELD PER JAAR NETTO
232
GEMIDDELD SOCIAAL PER JAAR
68
GEMIDDELD MG PER JAAR
176
58
29%
6.3 HERIJKING WONINGBOUWPROGRAMMA TOT 2015 De beïnvloedbare woningbouwplannen in het actuele woningbouwprogramma tot 2015 zijn beoordeeld aan de hand van het toetsingskader. Er is sprake van de mogelijkheid tot bijsturing van woningbouwplannen binnen de vastgestelde bestuurlijke, juridische, ruimtelijke en financiële kaders. In de huidige woningmarkt is het lastig in te schatten of het woningbouwprogramma financieel haalbaar is. Een volledig overzicht van alle beïnvloedbare woningbouwplannen vindt u in bijlage I. Het herijkte woningbouwprogramma is richtinggevend tot 2015 en heeft voor de middellange (2015-2025) en lange termijn (2025-2040) vooral een prognosticerend karakter.
6.3.1 Omvang en type Er is sprake van een te grote productie van woningen de komende jaren. De kansen voor de woningmarkt zijn berekend op ±125 woningen per jaar (netto)17, terwijl de jaarlijkse plancapaciteit nu 232 woningen bedraagt. Het overschot aan plannen wordt nog versterkt door het grote aantal nog niet verkochte woningen dat in 2010 en 2011 is opgeleverd. Een te hoge productie van woningen kan lokaal prijsverlagend werken. Dit is niet in het belang van de lokale markt en werkt averechts in de verkoop van woningen, zodat het temporiseren van de geplande woningbouw noodzakelijk is. In het licht van de geconstateerde verzadiging van de appartementenmarkt en het behoud van de aantrekkelijkheid van een groene duurzame woongemeente bestaat tot 2015 over het algemeen weinig behoefte aan appartementen met uitzondering van appartementen met onderscheidende kwaliteit en in de huursector.
6.3.2 Duurzaamheid en aanpasbaarheid Met uitzondering van de woningbouwplannen aan de Weidestraat, Van Barbansonstraat en Rozenlaan worden er in de huidige woningbouwplannen tot 2015 vooralsnog geen extra investeringen gedaan door de gemeente in duurzaamheid en aanpasbaarheid. In het licht van 17 Uit: Herijking ruimtelijk programma Structuurvisie 2011
Herijkt woningbouwprogramma 2010-2040
Pagina 18 van 22
de steeds hoger wordende energierekening en de toenemende vergrijzing is blijvende inzet op duurzame en aanpasbare bouw noodzakelijk. Ook draagt het duurzaam, energiezuinig bouwen bij aan het doel om in 2050 samen met de regio Haaglanden klimaatneutraal te zijn. Duurzaam en aanpasbaar bouwen geldt als gemeentelijke ambitie voor woningbouw.
De kaders hiervoor zijn gesteld in het Harmonisatiebesluit Aanpasbaar Bouwen en het Klimaatplan 2009-2020 inclusief het werken met het instrument GPR-Gebouw®18 dat de ontwikkelaar de mogelijkheid biedt om keuzes te maken in hoe duurzaam en aanpasbaar gebouwd kan worden. Het is immers altijd duurder om achteraf nog investeringen in de aanpasbaarheid en duurzaamheid van woningen te doen. Er bestaan ook hypotheekvormen om met toekomstige kopers extra investeringen in duurzaamheid af te spreken. Dit zijn argumenten om vast te houden aan duurzame en aanpasbare bouw. Stakeholders zien dit echter als een extra knelpunt voor de betaalbaarheid van woningen, maar zijn ook niet degenen die profiteren van de investeringen in energiezuinig bouwen, dat zijn huurders en toekomstige kopers.
6.3.3 Sociale woningbouw In het Coalitieakkoord 2010-2014 “Verantwoord vooruit” Gemeente Leidschendam-Voorburg d.d. mei 2010 is in § 4.5 Programma Ruimtelijke Inrichting onder Volkshuisvestingsbeleid vermeld: “Het beleid dat 30% van de nieuwe woningen in de sociale sector wordt gebouwd, blijft gehandhaafd. Dat strookt ook met regionale afspraken. Wel is het zo dat de norm generiek, en niet per locatie, wordt gehanteerd. Als de 30% norm binnen een locatie niet gehaald wordt, worden vervangende locaties aangewezen. Tevens is een goede jaarlijkse monitoring over het behalen van de norm vereist. Er komen in ieder geval nadere afspraken over twee projecten waarbij de 30% norm niet gehaald kan worden, namelijk de ontwikkeling bij kerk De Goede herder en Schakenbosch. Daar staat tegenover dat op de CBS-locatie een groter dan 30% deel uit sociale woningbouw kan bestaan.” De motie over de realisatie van 30% sociale woningbouw19 stelt: “bij het vaststellen van de randvoorwaarden van ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder woningbouwplannen, de 30% sociale woningbouw als generiek uitgangspunt te nemen en een uitspraak te doen over de
18 Computerprogramma dat in alle bouwplannen gebruikt moet worden ter vaststelling van de mate van duurzaamheid, energiezuinigheid, materiaalgebruik, milieuvriendelijkheid, gezondheid, veiligheid en toekomstwaarde van een woning. 19 Motie d.d. 26 april 2011
Herijkt woningbouwprogramma 2010-2040
Pagina 19 van 22
mogelijke financiering van de sociale component.” Dit is meegenomen in de toetsingscriteria voor de beoordeling van (initiatieven tot) woningbouwplannen en heroverweging van bestaande woningbouwplannen. De doelstelling van 30% sociale woningbouw wordt gemiddeld genomen tot 2015 jaarlijks gehaald.
Herijkt woningbouwprogramma 2010-2040
Pagina 20 van 22
6.4 PROGNOSE POTENTIËLE WONINGBOUW De lange termijnplanning voor de ruimtelijke ontwikkeling van de ontwikkellocaties uit de Structuurvisie Ruimte voor Wensen ’20-’40 (herijking 2012) betekent dat te zijner tijd wel opnieuw de resultaten van periodiek behoefte- en marktonderzoek moeten worden geraadpleegd. Nu zijn slechts beperkt uitspraken mogelijk over toekomstige woningbouw. Samenvattend resulteert uit de woningbehoefte en -markt alsmede de reacties van stakeholders de volgende prognose voor de ontwikkeling van potentiële woningbouw op de middellange en lange termijn: -
Op (middel)lange termijn is de omvang van het indicatieve woningbouwprogramma groter dan nu op basis van marktverkenningen haalbaar wordt geacht.
-
In een aantal woningbouwprogramma’s sluit het woningtype onvoldoende aan op de vraag; als voorbeeld geldt de planning van (dure) koopappartementen, terwijl er in de gemeente sprake is van een overschot aan dit woningtype. De laatste jaren zijn er in deze gemeente verhoudingsgewijs veel appartementen gebouwd, met name in de duurdere prijsklasse.
-
Op grond van de huidige woningbehoefte en woningmarkt verdient het bouwen van goedkope en middeldure eengezinswoningen in de koopsector de voorkeur.
-
Gezien de huidige economische situatie is een verschuiving in de woningbehoefte van koop naar huur zichtbaar. Dit aspect moet worden meegewogen in de ontwikkeling van woningbouwplannen.
-
Vanwege de stijging van de energierekening met 8% per jaar geldt duurzaam bouwen als een gemeentelijke ambitie, met name voor sociale woningen.
-
Gelet op de toenemende vergrijzing is een gemeentelijke ambitie dat de te bouwen woningen in de nabijheid van winkels en voorzieningen – specifiek bestemd voor ouderen – onder
Woonkeur20 worden gebouwd. -
Het ontwikkelen van potentiële woningbouwlocaties verdient zeker op korte termijn niet de voorkeur, omdat het aantal jaarlijks geplande woningen op grond van de huidige marktverkenning te groot is.
6.5 CONCLUSIE HERIJKING De herijking van het actuele woningbouwprogramma ultimo 1 december 2011 heeft geleid tot het formuleren van toetsingscriteria voor de beoordeling, prioriteitsstelling en fasering van (initiatieven tot) woningbouwprojecten en heroverweging van bestaande plannen. Deze toetsingscriteria bieden een instrument om – juist in economisch slechte tijden – de woningmarkt daar waar mogelijk te kunnen beïnvloeden. 20 Onder een woning met WoonKeur wordt verstaan een levensloopbestendige woning
Herijkt woningbouwprogramma 2010-2040
Pagina 21 van 22
Doel is in een vroeg stadium vraag en aanbod op elkaar af te stemmen, teneinde woningbouwplannen zo goed mogelijk te laten aansluiten op de actuele woningbehoefte en de woningmarkt. Het eventueel bijsturen van geplande woningbouw kan enerzijds voorkomen dat er onverkoopbare projecten worden ontwikkeld en anderzijds kan bijsturing een bijdrage leveren aan de gemeente die wij willen zijn en de ambities die de gemeente nastreeft. Het herijkte woningbouwprogramma is richtinggevend tot 2015 en heeft voor de periode daarna vooral een prognosticerend karakter. Na vaststelling van de Structuurvisie Ruimte voor Wensen ’20-’40 (herijking 2012) volgt eventuele bijsturing en inbedding van het toetsingskader in het Uitvoeringsprogramma van de Structuurvisie. De haalbaarheid van deze bijsturing is sterk afhankelijk van externe financiële factoren.
Herijkt woningbouwprogramma 2010-2040
Pagina 22 van 22
7. B I J L A G E I - Woningbouwprogramma ultimo 01/12/2011 (indicatief) WONINGBOUWPROGRAMMA
Jaar
Frekeweg (Schaecken/Fore) Dillenburgsingel I Dillenburgsingel II Sint Bonifaciusstraat Versteegstraat Nieuw Hadriani II,III en IV De Cascade II Oostvlietweg 8 en 34 Dr. Van Noortstraat/Meerlaan
2010 2010 2010 2010 2010 2010 2010 2010 2010
% sociale woningbouw 2010 % meergezinswoningen 2010 Het Kwadrant Rodelaan 44 (C) Damplein Delflandstraat Veursestraatweg 147 Veurse Achterweg 67+69
Soc. MG EG21
Tot. Sloop Netto
24 36 0 0 1 0 18 0 0 79
96 36 69 1 35 50 21 2 2 312
96 36 69 27 50 21
299
1 8
2 2 13
1 36
1 2 1 41
2011 2011 2011 2011 2011 2011
nee nee nee nee nee nee
0 0 0 0 0 0 0
21 67
1 0
88
1 2 4
21 1 67 0 1 2 92
7 42 1 50
21 1 60 -42 1 1 42
0% 96% 2012 2012 2012 2012 2012 2012 2012
% sociale woningbouw 2012 % meergezinswoningen 2012
nee nee nee nee nee nee nee
0 0 0 0 28 20 0 48
33 5 38
2 10 1 1 32 20 66
2 10 1 1 65 20 5 104
1 1 60
62
2 10 0 0 5 20 5 42
46% 37%
Weidestraat 1e fase Fluitpolderplein Mariënpark
2013 2013 2013
(F4) Landscheidingstraat (A1) Tuinderijstraat (A2) Plaspoelkade-Midden (B) Plaspoelstraat (D1-H2) Rijnlandstr. Noord (D2) Damlaan
2013 2013 2013 2013 2013 2013
nee nee nee nee nee nee nee nee nee
88 24 28 24 0 0 19 0 0
88 55 106 24 24 19 17 9
18 25
6 12 28 13
106 80 106 24 6 36 47 30 9
59 30 12 14 28 0 18
21 MG = meergezinswoning / EG = eengezinswoning
Herijkt woningbouwprogramma 2010-2040
95 0 69 1 35 50 20 0 1 271
25% 96%
% sociale woningbouw 2011 % meergezinswoningen 2011 Sint Bonifaciusstraat 14 + 18 Sint Bonifaciusstraat/Duinwal Park Leeuwenberghlaan 14 Oosteinde 20 Van Barbansonstraat Rozenlaan Damlaan 1
Beïnvloedbaar nee nee nee nee nee nee nee nee nee
Pagina 23 van 22
47 80 76 12 -8 8 47 12 9
WONINGBOUWPROGRAMMA
Jaar
(D4-E2-E1) Rijnlandstr.Zuid Fonteijnenburghlaan Westeinde (Zoet)
2013 2012 2012
Eemwijk Oosteinde 114 Rustoord
2012 2013
% sociale woningbouw 2013 % meergezinswoningen 2013
* * * *
Soc. MG EG21 0 0 0
22
Tot. Sloop Netto
8 10
2
22 8 12
nnb nnb nnb nnb 183 360
nnb nnb 126
nnb nnb 486
nnb nnb 198
0 25 0 31 31 0 38 nnb nnb nnb nnb nnb nnb 31 94
6 23 20 21
52
nnb nnb nnb 70
31 23 51 59 nnb nnb nnb 164
341
879
279
1158
nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb 0 nnb nnb nnb
nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb
nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb 18
nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb 30
nnb nnb nnb
nnb nnb nnb
nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb 18 nnb nnb nnb
nnb nnb nnb
nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb -12 nnb nnb nnb
nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb
nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb
nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb
nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb
nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb
nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb nnb
36 1
2014
(G2) Schoorlaan (I) Vidomeshof (J) Molenpad Duivenvoordecorridor Stompwijk De Goede Herderkerk
2014 2014 2014 2014 2014 2014
% sociale woningbouw 2014 % meergezinswoningen 2014
nee nee nee nee
* * *
54 nnb nnb nnb 106
-21 23 -3 59 nnb nnb nnb 58
19% 57%
TOTAAL TOT 2015 GEMIDDELD PER JAAR NETTO
232
GEMIDDELD SOCIAAL PER JAAR
68
GEMIDDELD MG PER JAAR
176
Rijnlandlaan (F3-G1-H1) Leytsche Hof Sonneruyter Pr. Annalaan Schakenbosch Stompwijk Pr. Marie Louiselaan Pr. Carolinalaan Weidestraat 2e fase Schoorwijck Duivenvoordecorridor Stompwijk
2015 2015 2015 2016 2017 2018 2020 2020 2020 2020 2020 2020 2020-2040 2020-2040 2020-2040 2020-2040 2020-2040 2020-2040 2020-2040 2020-2040 2020-2040
29%
* * * * * * * * nee ja
* *
* = beperkt beïnvloedbaar binnen de vastgestelde bestuurlijke, juridische, ruimtelijke en financiële kaders.
Herijkt woningbouwprogramma 2010-2040
-14 8 11 nnb nnb 288
38% 74%
(A3) Plaspoelkade Zuid
CBS-locatie Klein Plaspoelpolder Hokatex Westeinde Pleunis Westeinde Leidschendam-Zuid Leidsenhage Bovenveen Noordsingel Zürichgebouw
Beïnvloedbaar nee
Pagina 24 van 22
8. B I J L A G E II - RESULTATEN STAKEHOLDERSOVERLEG De plannen en ambities vanuit de stakeholders op de woningmarkt zijn als volgt samengevat: Welke woningbouwontwikkeling vindt u belangrijk?
toevoeging eengezinswoningen voor de doorstroming
clustering van woningen voor senioren dichtbij woonzorgvoorzieningen
nieuwbouw voor senioren kansrijk in nabijheid winkelcentra en voorzieningen
flexibele bouw woonzorgcentra met het oog op veranderende vraag
vermindering focus op specifieke doelgroepen als starters en senioren.
Welke plannen en ambities ziet u voor de gemeente?
promotie gemeente als aantrekkelijke groene woongemeente
investeringen in de openbare ruimte
aanpassing stedenbouwkundige kaders voor gewenste buitenruimte
onderzoek naar maatwerk in toewijzing van specifieke ouderenwoningen aan ouderen
kansen op de woningmarkt voor kleinschalige woonvoorzieningen voor ouderen
concretisering woningbehoefte en marktverkenning per locatie
inrichting infobalie voor expats
inspelen op de verwachte vraag van ouderen naar huurwoningen
behoefte aan goedkope huurappartementen
Welke rol ziet u voor gemeente en partners?
meer promotie aantrekkelijke groene duurzame gemeente
faciliteren en prioriteren van toekomstige woningbouw vanuit de vraag.
faciliterende rol gemeente in besluitvormingsprocessen bij woningbouwprojecten
facilitering aanpassing en verduurzaming bestaande woningvoorraad
stimulering keuzevrijheid
stimulering woningmarkt samen met marktpartijen
initiërende en toetsende rol van de gemeente in projectontwikkeling
samen met marktpartijen de woningmarkt te stimuleren
meer promotie nieuw gebouwde woningen
doorstroming alleen mogelijk via verleiding in samenspraak met betrokken partijen
meer woningbouwontwikkeling vanuit partnerschap projectontwikkelaar en gemeente
samenwerking wijkplatforms, bewonerscommissie van corporaties, zorgcentra en gemeente
vermindering inzet op extra eisen voor duurzaamheid
Herijkt woningbouwprogramma 2010-2040
Pagina 25 van 22