2573-20 Bijlage 17 toelichting, Grip op Grondstoffen.pdf
Tekst van het document
79%
71%
Vermindering restafval
54%
60%
47%
56%
62%
63%
58%
5.1 Grof huishoudelijk Afval en kringloopgoederen De scenario’s zijn enkel gericht op fijn huishoudelijk afval. Echter ook het grof huishoudelijk afval biedt nog potentie om beter gescheiden te worden. Enerzijds via gescheiden inzameling aan de bron, anderzijds middels nascheiding van grof huishoudelijk afval met als doel de hoeveelheid grof huishoudelijk afval dat in de verbrandingsoven verdwijnt te verminderen. In de gemeenten waar door inwoners vooraf betaald wordt voor het ophalen van grofvuil is de tendens groter om grofvuil te komen brengen. Gebracht grofvuil kan op de milieustraten van de brengstations goed gescheiden worden in aparte afvalstromen. In onderstaande tabel wordt getoond welk percentage aan grofvuil nu nog verdwijnt met het restafval en nog gescheiden zou kunnen worden. % Grof Huishoudelijk Afval potentieel
% GHA potentieel
DF 6%
LV 6%
MD 5%
PN 3%
RW 9%
WS 3%
Gemeenten in Nederland met diftar, voeren doorgaans een betaalbeleid in voor grofvuil om oneigenlijk gebruik van de grofvuil ophaaldienst te voorkomen. Sommige Avalex gemeenten hebben aparte afspraken met kringloopbedrijven om bepaalde stromen (zoals elektrische apparatuur) apart op te halen. Het verdient de aanbeveling om nader te onderzoeken op welke manier nascheiding en kringloopbedrijvigheid beter in te zetten gezet zou kunnen worden in ons verzorgingsgebied en om in aansluiting op de voorkeurscenario’s voor fijn huishoudelijk afval het principe ‘betalen voor halen’ voor grofvuil door te voeren.
5.2 Inzameling van grondstoffen en Charitatieve instellingen Het spreekwoordelijke “liefdewerk oud papier” zegt als gevleugelde uitdrukking genoeg: van oudsher is de inzameling van grondstoffen die geld opleveren nauw verweven met goede doelen. Het gevoel iets goeds te kunnen doen en een positieve bijdrage kunnen leveren met afgedankte spullen is een belangrijke intrinsieke motivatie voor sommige mensen om afval te scheiden. De ervaring leert uit praktijkvoorbeelden elders in het land dat inzameling van papier door verenigingen zonder problemen naast de reguliere gemeentelijke dienstverlening kan bestaan en op deze manier zowel inwoners bediend worden die graag hun grondstoffen schenken als ook de personen die liever meeliften op de reguliere dienstverlening. Dit tweesporen beleid heeft als aanvullend voordeel dat wanneer de grondstofprijzen zakken en voor verenigingen het niet meer aantrekkelijk is om papier apart in te zamelen, de gemeenten nog wel alternatieve voorzieningen biedt. In de praktijk zal de bestaande situatie met inzameling door scholen en verenigingen van oud papier veelal gehandhaafd blijven. De verantwoordelijkheid voor de inzameling van textiel wordt geharmoniseerd door Avalex om afvalscheiding te bevorderen.
De opbrengsten van textielinzameling vloeien terug naar de gemeenten en de gemeenten bepalen zelf waar de inkomsten van textiel aan besteed zullen worden.
Pagina 27 van 47
De inzameling van deelstromen door charitatieve instellingen en verenigingen is dus mogelijk binnen het beleidskader waarbinnen het afval eigendom is van de gemeenschappelijke regeling Avalex.
5.3 Kanttekeningen en uitgangspunten doorrekeningen Bij het lezen en interpreteren van de gegevens in dit hoofdstuk is een aantal zaken van wezenlijk belang: De uitkomsten van de scenario’s zijn indicatief. Hiermee wordt bedoeld dat hoewel de gegevens zorgvuldig zijn samengesteld en nauwkeurig zijn berekend er sprake is van aannames. Dit geldt voor gegevens die benodigd waren voor de berekeningen maar onbekend zijn omdat ze niet geregistreerd worden, maar dit geldt ook voor voorspellingen in de toekomst (milieurendement, benodigde inzamelvoorzieningen in aantal en soort). Daar waar sprake is van ervaringscijfers elders in het land zijn deze gebruikt en er is met realiteitszin gekeken naar de mogelijke effecten. Het aantal variabelen in deze modellen is groot waarmee uitkomsten al snel tot schijnnauwkeurigheid leiden. Om die reden zijn de uitkomsten van de scenario’s indicatief. Alle gemeenten doen mee. Bij de uitwerking van de scenario’s gaan we er van uit dat alle gemeenten deelnemen. Het uitsluiten van deelname van een gemeente heeft direct gevolgen voor de uitkomsten van de scenario’s. Uitgangspunt bij de doorrekeningen is “één voor allen en allen voor één”. Om schaalvoordelen optimaal te benutten zijn de voor- en de nadelen verdeeld over alle gemeenten, zodat alle gemeenten evenveel profiteren door krachten te bundelen.
Dit betekent dat met een gemiddeld tarief per woonhuisaansluiting wordt gerekend. De scenario’s betreffen een momentopname. Daar waar mogelijk is rekening gehouden met ophand zijnde veranderende wet en regelgeving (statiegelddiscussie, gescheiden houden van drankverpakkingen) maar alles voorzien is onmogelijk9. Daarbij geldt ook dat de tarieven (opbrengsten en verwerkingskosten) erg kunnen fluctueren en afhankelijk zijn van de wereldmarktprijzen. De grootste kostenpost zijn juist deze verwerkingskosten waardoor verandering in bedragen van direct invloed zijn op de uitkomsten. Gedragsveranderende communicatie en handhaving zijn in onderstaande kosten niet meegenomen. Voor alle scenario’s geldt dat (gedragsveranderende) communicatie nodig is. Deze kosten zijn daarmee geen onderscheidend criterium en daarom hier buiten beschouwing gelaten. De kosten voor gedragsveranderende communicatie zijn opgenomen in de financiële paragraaf in hoofdstuk 7.2. De berekeningen hebben betrekking op het fijn huishoudelijk afval. Te weten de afvalstromen GFT, papier, plastic, textiel, restafval, drankenkartons en blik. Grof huishoudelijk afval is niet meegenomen in de doorrekening van de scenario´s. De berekeningen hebben betrekking op de directe kosten. Te weten logistiek, verwerking, inzamelmiddelen (ook kapitaalslasten voor inzamelmiddelen). Indirecte kosten zijn hier buiten beschouwing gelaten.
Indirecte kosten betreffen oa, overhead, communicatie kosten, kosten voor brengstations etc. Transitiekosten zijn in dit hoofdstuk buiten beschouwing gelaten. Waar in dit hoofdstuk gesproken wordt over kosten, dan is er sprake van de structurele kosten voor logistiek, inzameling en verwerkingskosten. In Bijlage 4 ‘Samenvatting doorrekening scenario’s’ en Bijlage 5 ‘Doorrekening scenario’s’ per gemeente is een gedetailleerde onderbouwing van de doorrekening van de scenario’s te vinden. 9
Op 2 juli 2014 informeerde Staatssecretaris Wiebes van Financiën de Tweede Kamer, mede namens staatssecretaris Mansveld (I&M), over de beoogde invulling van de afvalstoffenbelasting per 1 januari 2015. Zowel het storten als het verbranden van afval wordt dan belast. Nu is dit alleen voor het storten van afval. Daarbij geldt in beide gevallen een tarief van € 13 per ton. Hiermee wordt een opbrengst gerealiseerd van € 100 miljoen per jaar. Het voorstel is gebaseerd op een studie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Deze afvalstoffenebelasting voor het verbranden van afval is meegenomen bij de doorrekeningen van de scenario’s welke een gunstigere uitwerking heeft voor de uitkomsten van de onderzochte scenario’s omdat zij zich richten op bron- dan wel nascheiding en het verminderen van het verbranden van restafval.
Pagina 28 van 47
5.4 Scenario 1 Optimaliseren en harmoniseren huidige situatie Dit scenario betreft het optimaliseren van de huidige situatie en heeft twee onderscheidende kenmerken. 1. Er wordt gewerkt naar een eenduidige inzamelmethodiek per afvalstroom per bebouwingstype in het gehele Avalex verzorgingsgebied. Deze harmonisatie heeft als voordeel dat er uiteindelijk sprake is van een efficiëntere inzameling. 2. Er wordt gezocht naar de meest optimale vorm van dienstverlening voor de gekozen inzamelsystematiek voor wat betreft aantal, soort en locatiekeuze. Toelichting Laagbouw In dit scenario hebben alle inwoners uit laagbouw beschikking over een minicontainer voor de aan huis inzameling van de afvalstromen. GFT Papier Restafval
GFT afval en restafval worden in dit scenario 1 keer per 2 weken ingezameld met een 240 liter minicontainer Papier wordt een keer per 4 weken ingezameld door middel van een 240 liter minicontainer. o Er wordt geen papier meer apart (los) ingezameld.
Hoogbouw In dit scenario wordt bij alle hoogbouwlocaties voorzieningen getroffen voor GFT en restafval inzameling. Voor restafval zijn ondergrondse containers de standaard inzamelwijze. Bij nieuwe situaties zullen ondergrondse containers (en indien in de ondergrond niet mogelijk, bovengrondse) geplaatst worden. De bestaande inpandige containers behoren tot het standaard pakket aan dienstverlening en kunnen dus zonder meerkosten in gebruik blijven. Daarnaast kunnen bewoners van hoogbouw gebruik maken van wijkvoorzieningen zoals hieronder genoemd. Binnensteden Voor binnensteden en centrum gebieden verandert er in de geoptimaliseerde situatie weinig ten opzichte van nu, anders dan dat het aantal voorzieningen toeneemt daar waar mogelijk, aan de rand van de stad. Gestapelde Bouw Gestapelde bouw is in dit scenario opgesplitst in laagbouw voor de onderste bewoningslaag met tuin en de overige bebouwingslagen zonder tuin met hoogbouw. Daar waar bewoners beschikken over een tuin en de mogelijkheid tot een GFT minicontainer op eigen grond wordt deze verstrekt. Wijkvoorzieningen De inzameldichtheid van containers wordt voor een aantal containers groter. Er komen dus meer containers dan nu en gekeken wordt naar logische locaties met een frequente aanloop (winkelcentra). Voor het bepalen van de inzameldichtheid is het gemiddelde van de Benchmark Huishoudelijk Afval genomen.
Dit geldt voor de volgende afvalstromen Plastic verpakkingsafval Textiel Glas Papier Verwacht resultaat Milieu Ondanks dat de inzameldichtheid van containers wordt vergroot is de verwachting dat met dit
Pagina 29 van 47
scenario alleen geen trendbreuk zal worden gerealiseerd en wij ook niet zullen komen tot de doelstelling van 75% afvalscheiding. Er is in dit scenario geen sprake van een financiële of logistieke prikkel die bewoners extra tot gedragsverandering aanzet. Wel is de verwachting dat door het vergroten van de inzameldichtheid van containers de bereidheid tot afvalscheiding iets zal toenemen, ook door het plaatsen van een minicontainer papier bij laagbouw. Verwacht wordt dat de hoeveelheid restafval in dit scenario zal afnemen. De stijging van het afvalscheidingpercentage is naar verwachting minimaal. Service De beleving op service zal naar verwachting vergroten voor plastic verpakkingsafval. Voor die afvalstroom blijkt vaak op dit moment al onvoldoende capaciteit waardoor containers overlopen. De beleving voor papier inzameling zal afnemen of gelijk blijven daar waar nu sprake is van losse huis aan huis inzameling. Een extra container voor papier zal naar verwachting niet iedereen in de tuin willen en in dat geval is men aangewezen op verzamelcontainers in plaats van het los op straat aan te bieden. Een bijkomend voordeel van deze keuze is een afname van vervuiling op (winderige en regenachtige) inzameldagen en arbotechnisch beter voor medewerkers. Kosten Wanneer het gehele verzorgingsgebied van Avalex geoptimaliseerd en geharmoniseerd is wordt een kostendaling verwacht van 2%.
De kostendaling betreft in dit scenario met name een efficiëntere inzamellogistiek en geharmoniseerde inzamelwijze.
5.5 Scenario 2 Omgekeerd Inzamelen Scenario 2 kenmerkt zich door de invoering van Omgekeerd inzamelen zoals in Utrecht en regio Amersfoort en Zwolle het geval is. Er wordt in dit scenario sterk ingezet op de service op het inzamelen van grondstoffen en minder service op restafval om zo afvalscheiding te bevorderen. In bijlage 3 is een gedetailleerde uitwerking van dit scenario te vinden. Toelichting Laagbouw De service op het inzamelen van grondstoffen aan huis bestaat door een hogere frequentie en meer scheidingsmogelijkheden. Inwoners van de laagbouw krijgen drie minicontainers, ten behoeve van de afvalstromen: GFT Papier Plastic verpakkingsafval, blik en drankenkartons Door goed te scheiden is de hoeveelheid restafval nog maar minimaal. Restafval dient voortaan weggebracht te worden naar verzamelcontainers in de wijk. Er wordt gekeken naar redelijke afstanden en naar logische locaties. Buitengebied Inwoners in buitengebied zoals Midden Delfland krijgen beschikking over vier minicontainers. Voor hen wordt anders de loopafstanden voor restafval te groot. -
GFT Papier
Pagina 30 van 47
-
Plastic verpakkingsafval Restafval
Gestapelde Bouw Voor gestapelde bouw wordt geïntensiveerd op milieuparken voor de complexen bestaande uit restafval, gft, papier en plastic verpakkingsafval. Hoogbouw Voor hoogbouw geldt dat met name wordt ingezet op meer gescheiden inzameling door een grotere dichtheid van verzamelcontainers voor een complex. Binnenstad Voor de Binnenstad is eveneens sprake van een hogere containerdichtheid aan de rand van de stad.
5.5.1 Proeven in Hoogbouw en Binnenstedelijk gebied Bij wijze van proef wil de projectgroep graag effecten op gebied van service, kosten en milieu onderzoeken door bij hoogbouwlocaties inpandig per galerij verzamelcontainers te plaatsen die hoogfrequent geleegd worden met de inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en in binnenstedelijk gebied De inzet van gekleurde zakken die integraal worden ingezameld in een route en worden nagescheiden na inzameling In een separaat projectvoorstel zullen deze proeven worden uitgewerkt. Verwacht resultaat Milieu Uit ervaringscijfers van andere gemeenten blijkt dat Omgekeerd Inzamelen een significant effect kan hebben op de afvalscheidingsresultaten voornamelijk door de toename van plastic afval. Recent is door de overheid, gemeenten een vergoeding in het vooruitzicht gesteld om drankenkartons apart in te zamelen. Deze stroom kan goed samen met plastic en blik ingezameld worden en vervolgens gesorteerd. Blik is een afvalstroom die na verbranding van restafval zonder problemen uit het restafval wordt verwijderd, echter als we er naar streven het restafval aanbod zoveel mogelijk te verminderen is het voor de hand liggend om deze stroom samen met de andere stromen aan huis op te halen.
Verwacht wordt met dit scenario een afname van het restafval met circa 30% ten opzichte van nu en een toename van het scheidingspercentage met 16% te realiseren Service De introductie van Omgekeerd Inzamelen kan leiden tot een licht lagere service waardering, vooral aan het begin. Immers het betreft een ingrijpende verandering in de dienstverlening. De loopafstand naar verzamelcontainers voor restafval kan als servicevermindering worden ervaren. Een voordeel is dat men op elk moment van de dag zich van zijn restafval kan ontdoen en niet hoeft te wachten op de inzameldag. Kosten Door een significant afname op verwerkingskosten van restafval wordt een afname van de kosten
Pagina 31 van 47
met circa 37% verwacht ten opzichte van de huidige situatie. In bijlage 4 wordt een nadere onderbouwing gegeven van de afname van deze kosten
5.6 Scenario 3 Afval Loont Het Afval Loont concept is niet bebouwingstype gebonden. Het kan een uitkomst zijn voor gebieden waar het treffen van voorzieningen voor gescheiden afvalinzameling juist lastig is (binnensteden en hoogbouw). Inwoners kunnen de volgende afvalstromen komen brengen tegen de vergoedingstarieven.
papier, metaal, frituurvet, plastic verpakkingsafval, textiel en elektrische apparatuur
Zij kunnen sparen voor zichzelf of voor een goed doel. Er wordt gekeken naar strategische locaties die op een logische aanlooproute liggen, bij voorkeur leegstaande panden die op dit moment geen bestemming hebben. Bij voorkeur worden de voorzieningen bemand met mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het aantal voorzieningen voor de afvalstromen die op de filialen worden geaccepteerd wordt aangepast om het brengen naar het Afval Loont filiaal te stimuleren. Wanneer Afval Loont als een op zichzelf staand scenario wordt ingevoerd, dient om meer effect te sorteren het voorzieningen niveau daarop aangepast te worden. Immers doel is dat men het afval naar een Afval Loont filiaal brengt en daardoor lokaal minder voorzieningen nodig zijn. Verwacht resultaat Voor het doorrekenen van het Afval Loont scenario zijn ervaringscijfers gebruikt vanuit de proef van Pijnacker Nootdorp. Inmiddels is het concept op bepaalde punten aangepast. In overleg met Afval Loont zijn deze verbeteringen meegenomen in onderstaande aannames en berekeningen, waarvan de belangrijkste zijn:
Afval Loont exploiteert de filialen en krijgt hier een vergoeding voor Er wordt gewerkt met medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt en begeleiding door Afval Loont medewerkers Het ontvangen afval blijft eigendom van Avalex
Hierbij is uitgegaan van 1 Afval Loont filiaal per 5.000 aansluitingen.
Milieu Met de ervaringscijfers van Pijnacker-Nootdorp verwachten we een daling van het restafval met 13% en een stijging van het afvalscheidingspercentage met 7%. De pilot in Pijnacker-Nootdorp is echter uitgevoerd zonder flankerende maatregel. De oorspronkelijke inzamelstructuur is niet aangepast. Het effect van flankerende maatregelen hierop zal het resultaat positief beïnvloeden. Daarnaast heeft het een positief effect op het terughalen van grondstoffen uit de openbare ruimte (plastic en metalen). Service De positieve beleving van de waardevolle grondstoffen door het uitkeren van tegoeden zal waarschijnlijk als een positieve service worden ervaren.
Pagina 32 van 47
Indien de lokale wijkvoorzieningen ten bate van Afval Loont in aantal worden verminderd kan dit als servicevermindering worden ervaren. Kosten Uitgaande van het huidige kostenmodel van Afval Loont wordt de kostenbesparing ten opzichte van nu geraamd op circa 15%.
5.7 Scenario 4 Diftar Dit scenario betreft het differentiëren van tarieven door inwoners te laten betalen naar hoeveelheid aangeboden restafval. Laagbouw Voor laagbouw wordt gekozen voor de methode volume/ frequentie. Dit betekent dat inwoners de inhoudsmaat van hun container mogen kiezen en vervolgens betalen al naar gelang het aantal keer dat zij de restafvalcontainer aanbieden waarbij geldt dat voor een groter volume men meer betaalt dan voor een kleinere inhoudsmaat. Hierbij rijst de vraag of er ook betaald moet worden voor het aanbieden van GFT afval. De werkgroep adviseert dit niet te doen naar voorbeeld van de gemeente Apeldoorn. Hoogbouw Inwoners die aangewezen zijn op een verzamelcontainer zoals bij hoogbouw en gestapelde bouw betalen voor het aantal keer dat zij afval aanbieden. Dit gebeurt middels het pasje dat hen autoriseert tot de container en het aantal keren dat zij afval aanbieden registreert. Dit betekent dus ook dat alle verzamelcontainers ten tijde van invoering voorzien moeten zijn van electronica. Bovendien is bij de doorrekening als uitgangspunt rekening gehouden met ondergrondse containers.
Centrumgebieden Inwoners van centrumgebieden maken gebruik van verzamelcontainers zoals de bewoners in de hoogbouw, of wanneer dit door infrastructurele beperkingen niet mogelijk is maken zij gebruik van de “dure zak” zoals ook in Nijmegen, Maastricht en Vlaanderen het geval is. Men dient vooraf een afvalzak te kopen en het restafval mag enkel in deze zak aangeboden worden. Verwacht resultaat Milieu Gebaseerd op ervaringscijfers elders in het land wordt verwacht dat met de invoering van diftar een afname van restafval van circa 25% wordt bewerkstelligd en een toename van het afvalscheidingpercentage met 13% Service De service beleving voor diftar is naar verwachting dubbel. Voorstanders prijzen de eerlijkere verdeling en een verschuiving van de lasten van de burger naar de consument. Tegenstanders wijzen op mogelijke neveneffecten zoals ontwijkgedrag. Voorwaarde van invoering is dat voorzieningen goed op orde zijn en indien nodig gehandhaafd wordt door toezichthouders met opsporingsbevoegdheid. Kosten Er wordt een afname van kosten met circa 34% verwacht, deze hebben met name betrekking op een daling van de verwerkingskosten en een hogere opbrengst van de diverse deelstromen.
Pagina 33 van 47
Daartegenover staat een verwachte verhoging van de administratieve lasten voor zowel de burgers als Avalex en de gemeenten.
5.8 Scenario 5A Nascheiding (Renescience/ DONG) Dit scenario betreft de toepassing van nascheiding van restafval voor plastic verpakkingsafval, groente- en fruit afval en metalen. Voor de gf fractie wordt ingezet op het werk van de enzymen en het plastic komt als 3D en 2D schoon uit de enzymentank. Het tuinafval blijft in dit scenario apart ingezameld. De nascheidingstechnologie van Renescience is nieuw en kent nog geen bestaande installaties in Nederland. Er staat een installatie in Denemarken voor het afval van de stad Kopenhagen. De Universiteit van Wageningen heeft het plastic uit het nascheidingsproces onderzocht en er is een LCA in voorbereiding. Deze methode kenmerkt zich door de nog in het restafval aanwezigen afvalstromen plastic, glas en metalen na te scheiden en het organisch afval (keukenafval, papier, textiel, etc.) om te zetten in biogas. Dit laatste procedé, het omzetten van organisch afval tot biogas, mag volgens de definities van recycling op dit moment niet tot de doelstelling van 75% afvalscheiding gerekend worden. Immers betreft dit strikt genomen een vorm van nuttige toepassing en niet een vorm van recycling zoals ook onderstaande passage uit het Adviesrapport Huishoudelijk Afval vermeld. “Voor een belangrijke stroom als GFT bepaalt de verwerkingsmethode of er sprake is van nuttige toepassing of recycling.
Wanneer GFT door nascheiding bijvoorbeeld uit het restafval wordt gewonnen, kan het na vergisting enkel nog worden verbrand. Dit is als nuttige toepassing gedefinieerd. GFT uit bronscheiding wordt vergist, en daarna gecomposteerd. Dit wordt wel als recycling gedefinieerd.” (pagina 13 Adviesrapport Huishoudelijk Afval, Hoe kunnen we 2/3 van het huishoudelijk afval recyclen? Advies aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, Mei 2012) Dit constaterende versterkt dit het beeld dat de Renescience methodiek niet als een afzonderlijk scenario gezien dient te worden maar als een optimalisatie in de afvalbeheerketen en als mogelijke aanvulling op bronscheiding en als voorstadium van het verbranden van restafval. Immers op deze wijze wordt de grondstofterugwinning in de afvalbeheerketen ten volste benut; een optimale bronen nascheiding voor hergebruik, nuttige toepassing in de vorm van biogas van stoffen die anders verbrand zouden worden en tenslotte een geminimaliseerde hoeveelheid restafval dat nog wordt aangeboden voor verbranding met energieterugwinning. Overigens worden de termen “Recycling” en “Afvalscheiding” vaak onterecht in één adem genoemd. Immers bij bronscheiding is vaak sprake van een zekere mate van vervuiling van afvalstromen wat oneigenlijk tot afvalscheiding wordt gerekend maar na sortering wordt verbrand en feitelijk restafval is.
Er is ook een reële kans dat bovenstaande zienswijze in de toekomst wijzigt en dat er een verruiming van de definitie plaats vindt in het Landelijk Afvalbeheerplan 3.
Laagbouw Bewoners in de laagbouw beschikken in dit scenario over een minicontainer voor Tuinafval Papier Restafval Het plastic afval wordt in dit scenario integraal ingezameld met het restafval Hoogbouw Daar waar sprake is van tuinen op de begane grond wordt tuinafval met verzamelcontainers apart ingezameld. Centrumgebied
Pagina 34 van 47
In het centrum wordt het afval door middel van verzamelcontainers ingezameld. Indien dit voor restafval niet mogelijk is dan wordt het restafval door middel van zakken ingezameld. Verwacht resultaat Milieu Wat als restafval overblijft is enkel het restafval dat na het nascheidingsproces overblijft en verbrand moet worden. De organische fractie (Groente en Fruit en aanhangend vuil aan plastic en verpakkingen) wordt omgezet in groen gas.
Bij de huidige definitie van afvalscheidingspercentage is sprake van een stijging van het afvalscheidingspercentage met 12% waarbij het milieurendement van biogas buiten beschouwing wordt gelaten
Service De verwachting is dat dit scenario als positief wordt ervaren door bewoners. Immers, met minder inzet wordt toch een beter scheidingsresultaat bereikt. Kosten Er wordt een daling van 22% van de kosten verwacht ten opzichte van nu. De beperkte afname komt met name door een afname van de opbrengsten van de deelstromen.
5.9 Scenario 5B Nascheiding (Renescience/ DONG) en Omgekeerd Inzamelen Dit scenario kenmerkt zich door een combinatie van omgekeerd inzamelen (scenario 2) en nascheiding van het restafval volgens de Renescience methode. Hierbij wordt afvalbeheerketen optimaal benut: Er wordt maximaal ingezet op bronscheiding, slim nagescheiden en het uiteindelijk overgebleven restafval dat wordt aangeboden voor verbranding wordt geminimaliseerd. Verwacht resultaat Milieu Zoals aangegeven in het kader “voortschrijdend inzicht” leiden interpretatieverschillen tot verschillende afvalscheidingspercentages:
Bij de huidige definitie van afvalscheidingspercentage is sprake van een stijging van het afvalscheidingspercentage met 29% waarbij het milieurendement van biogas buiten beschouwing wordt gelaten
Service Een iets minder hoge servicebeleving dan 5A. Dit scenario kan in de communicatie lastig uitlegbaar zijn, maar kan voor het milieurendement een uitkomst zijn voor hoogbouw waar over het algemeen lastiger is om afvalscheiding te realiseren. Kosten Afname van de kosten met 42%. Doordat in dit scenario alsnog wordt ingezet op bronscheiding worden hogere opbrengsten voor de afzonderlijke deelstromen verwacht.
Pagina 35 van 47
5.10 Scenario 6 Bronscheiding en Mechanische nascheiding Mechanische nascheiding onderscheidt zich van de Renescience methode doordat er geen groen gas uit de organische fractie wordt gewonnen en de plastic fractie niet vooraf door de “wasmaschine” gaat. Mechanische nascheiding is in tegenstelling tot de Renescience een methode met bestaande nascheidingsinstallaties in Nederland; bij Omrin en een nascheidingsinstallatie bij Attero. De verwachting is dat de resultaten van een scenario waar bronscheiding in combinatie met mechanische nascheiding wordt toegepast iets minder hoog zal scoren dan Renescience omdat bij Renescience het aanhangend vuil als organische fractie een nuttige toepassing kent in de vorm biogas en de plastic stromen in een schonere vorm uit het nascheidingsproces komen. De mechanische nascheiding, is voor wat betreft de inzameling gelijk aan scenario 5a, nascheiding via Renescience. Het verschil tussen beide scenario’s is het tarief wat hoger is voor mechanische nascheiding en het nascheidingsresultaat. De gemeenten die aangesloten zijn bij de nascheidingsinstallaties in Nederland (Omrin en Attero) combineren bronscheiding met nascheiding uit kostenoverwegingen en voor een optimaal milieurendement. In een later stadium verdient het de aanbeveling om de verschillende nascheidingsmethodieken nader te beschouwen.
We verwachten een toename van het afvalscheidingspercentage te realiseren van circa 9% en een daling van de kosten van circa 14%
5.11 Scenario 7 Combinatie Afval Loont & Diftar In dit scenario wordt na de fase van optimalisatie en harmonisatie eerst Diftar ingevoerd en daarna Afval Loont. Het betreft een combinatie van scenario 3 en 4. De gedachte is dat met deze beleidsmaatregelen bewoners enerzijds bewust worden van hun consumptiepatroon en afdankgedrag door de invoering van diftar waar een preventieve werking van uitgaat gaat en anderzijds ook worden gestimuleerd om de waardevolle grondstoffen die zij hebben apart te houden en gescheiden in te leveren. Verwacht resultaat Milieu Hier wordt een afname van 55% van het restafval verwacht en een toename van 29% qua afvalscheidingspercentage. Service Inwoners hebben direct invloed op hun eigen afvalscheidingsgedrag. De verwachting is dat dit als positief wordt ervaren. Kosten Er wordt een kostendaling van 47% verwacht wanneer deze scenario’s worden gecombineerd.
5.12 Scenario 8 Combinatie Omgekeerd Inzamelen & Diftar Dit scenario betreft een combinatie van scenario 2 Omgekeerd Inzamelen en scenario 4 Diftar na het optimaliseren van de huidige situatie. Net als in scenario 2 wordt het restafval voor laagbouw bewoners op afstand geplaatst en aangeboden in verzamelcontainers. Inwoners hebben toegang
Pagina 36 van 47
tot deze containers via pascontrole en betalen naar het aantal keer dat zij afval in de verzamelcontainer inwerpen. Dit geldt ook voor bewoners van hoogbouw en centrumgebieden die zijn aangewezen op verzamelcontainers. Bewoners in centrumgebieden die zijn aangewezen op zakkeninzameling maken in dat geval gebruik van de “dure zak”. Verwacht resultaat Milieu Door de invoering van diftar in combinatie met omgekeerd inzamelen wordt een afname van 60% restafval verwacht en een toename van 32% op gebied van afvalscheiding. Service De verwachting is dat evenals scenario 2 het wegbrengen van restafval als servicevermindering zal worden ervaren. Wel is de verwachting dat dit scenario bewoners meer bewust zal maken over grondstoffenhergebruik. Kosten Er wordt een kostendaling van 64% verwacht.
5.13 Scenariovergelijking In onderstaand figuur worden de verschillende scenario’s met elkaar vergeleken ten opzichte van de huidige situatie en heeft enkel betrekking op fijn huishoudelijk afval. In Bijlage 4 ‘Samenvatting doorrekening scenario’s’ en Bijlage 5 ‘Doorrekening scenario’s’ per gemeente is een gedetailleerde onderbouwing van de doorrekening van de scenario’s te vinden. In bijlage 3 “Uitwerking scenario’s naar dienstverlening” is een gedetailleerde uitwerking van ieder scenario te vinden waarin de gevolgen voor de dienstverlening per bebouwingstype, per inzamelmiddel, per afvalstroom wordt beschreven. Deze uitwerking heeft als basis gediend voor de doorrekeningen in het rekenmodel.
Vergelijking scenario's 80% 75%
Scenario 8 Omgekeerd inzamelen + Diftar
70%
Scenario 7 Afval Loont + Diftar
65% Afvalscheiding
[REEKSNAAM]
Scenario 5b Omgekeerd Inzamelen + Nascheiding Renescience
60%
55%
Scenario 2 Omgekeerd inzamelen
Scenario 4 Diftar Scenario 5a Nascheiding Renescience
50% [REEKSNAAM]
45%
[REEKSNAAM]
40% 35% -70%
Scenario 6 Mechanische nascheiding
-60%
-50%
-40%
-30%
-20%
-10%
[REEKSNAAM]
0%
10%
20%
Kosten Bron: Rekenmodel Afvalbeleidscenario’s Avalex, Ocelot Advies & Projecten, 2014
Pagina 37 van 47
De meest gunstige scenario’s bevinden zich in het linker kwadrant van de figuur. Dit zijn de scenario’s die naar verwachting het beste scoren op afvalscheidingspercentage en op kosten. Weliswaar is de verwachting dat met geen van de onderzochte scenario´s de doelstelling van 75% afvalscheiding wordt gerealiseerd, wel komt een aantal combinatiescenario´s dichtbij de beoogde doelstelling in de buurt. Voorts kan geconcludeerd worden dat de verwachting is dat elk scenario, in meer of mindere mate uiteindelijk een positief financieel effect heeft. Duidelijk is dat er meerdere scenario’s denkbaar zijn om te komen tot een beter afvalscheidingspercentage en lagere kosten. De drie best scorende scenario’s zijn: 1. Scenario 8: Omgekeerd Inzamelen en diftar 2. Scenario 5b: Omgekeerd Inzamelen en nascheiding Renescience (uitgaande van recycling, zie voor toelichting kader Voortschrijdend Inzicht) 3. Scenario 7: Afval Loont en diftar De afweging tussen de varianten heeft om een aantal redenen geleid tot de keuze voor Omgekeerd Inzamelen: 1) Het is een duurzaam, flexibel en toekomstbestendig scenario omdat het zich leent om doorontwikkeld te worden. Het laat zich goed combineren met andere scenario’s zoals Diftar of een toekomstige nascheidingsmethodiek.
Veel gemeenten voeren vaak eerst omgekeerd inzamelen en dan Diftar in; 2) Omgekeerd Inzamelen benadrukt voor inwoners een positieve waarde beleving van grondstoffen door op grondstoffen een hogere service te bieden dan op restafval wat voor gedragsverandering een belangrijke aspect is; 3) Inmiddels is Omgekeerd Inzamelen een beproefd systeem dat in steeds meer gemeenten ingevoerd wordt; 4) De verwachte milieueffecten van Omgekeerd Inzamelen zijn groter dan voor bijvoorbeeld Afval Loont omdat deelname van een minder vrijblijvend karakter is; 5) Gezien de uitkomsten van de informatie avonden voor raden en inwoners (bijlage 5b) lijkt dit scenario op het meeste draagvlak te kunnen rekenen bij inwoners; 6) In veel raadsbesluiten in 2013 en 2014 is Omgekeerd Inzamelen aangegeven als een belangrijke optie waar gemeenteraden naartoe willen; 7) De verwachting is dat de verwachte opbrengsten van de grondstoffen van dermate omvang zijn dat de kosten ruimschoots worden gedekt.
De andere scenario’s hebben, op dit moment, niet de voorkeur om de volgende redenen: Voor het invoeren van een scenario als Diftar is een aantal randvoorwaarden van belang. Belangrijkste randvoorwaarde voor invoering is het “op orde hebben” van alle voorzieningen. Om bewoners te kunnen laten betalen voor restafval, moet voldoende andere voorzieningen aanwezig zijn om afval te scheiden. Dit stelt dus hoge eisen aan de beschikbaarheid voorzieningen. Bovenop de kosten voor het op orde maken van de voorzieningen komen ook de technische en administratieve kosten voor de invoering van Diftar zelf en kosten voor handhaving en communicatie. Een aantal raden heeft duidelijk aangegeven op dit moment geen voorstander te zijn voor de invoering van diftar. De technische ontwikkelingen op gebied van nascheiding zoals in dit rapport onderzocht zijn op dit moment volop in beweging. Nascheiding past in de optimalisatie van de afvalbeheerketen als aanvulling op bronscheiding en biedt voor de toekomst mogelijkheden om afvalscheiding nog beter uit te nutten. Avalex volgt deze ontwikkelingen op de voet. Afval Loont bleek tijdens bewonersbijeenkomsten en raadsbijeenkomsten op wisselend enthousiasme te kunnen rekenen. Sommigen benadrukten de positieve waardebeleving van grondstoffen, anderen zien dit als een prikkel om meer afval te produceren.
Afval Loont wordt voor de toekomst als een goede aanvullende beleidsmaatregel gezien, maar door het vrijblijvende karakter als minder geschikt geacht als dragende vorm van afvalbeleid.
Pagina 38 van 47
Zonder andere vormen in de toekomst uit te sluiten is - gezien bovenstaande en gezien het draagvlak van bewoners en raden - op gebied van gezamenlijkheid Omgekeerd Inzamelen op dit moment het hoogst haalbare voor het gehele Avalex verzorgingsgebied. In het raster zijn de pijlers Kosten en Milieu tegen elkaar afgewogen, de derde pijler van de Afvaldriehoek het begrip Service lijkt voor de hand Service liggend maar blijkt - zo is ook gebleken tijden de bewonersavonden en raadsbijeenkomsten - een subjectief, lastig meetbaar, begrip. Immers, wat voor de een als service verhogend wordt ervaren, kan door een ander als service verlagend worden gezien. In het geval van Omgekeerd Inzamelen wordt het als service verhogend gezien dat men makkelijker grondstoffen kan scheiden en 24 uur per dag van Kosten zijn restafval af kan in de ondergrondse Milieu containers, maar als serviceverlaging dat men in de toekomst met het restafval zal moeten lopen. In het verleden zijn klanttevredenheidsonderzoeken (KTO) uitgevoerd waarbij de servicebeleving van inwoners is gemeten. Gedacht kan worden aan waarden als gemak, schoon, kwaliteit van openbare ruimte en het nakomen van afspraken. Uit het KTO van 2010 was de gemiddelde waardering een 7,2. Het streven is na invoering en evaluatie van een nieuwe beleidsvorm deze waardering ook in de toekomst te handhaven.
Pagina 39 van 47
6. Gedragsbeinvloedende randvoorwaarden 6.1 Gedragsveranderende communicatie Gedragsveranderende communicatie is onlosmakelijk verbonden met het nieuwe afvalbeleid om te komen tot 75% afvalscheiding in 2020. De werkgroep communicatie is gezamenlijk aan de slag gegaan om een communicatieplan te maken voor het hele Avalex verzorgingsgebied welke aansluit bij de ambitie zoals beschreven in hoofdstuk 1.4. In gezamenlijke werksessies zijn we aan de slag gegaan met een goed gefundeerde methodiek. Deze aanpak en de uitwerking treft u in de bijlage “VANG 2020, positionering en activering 2014 en verder”. De werksessies zijn gebruikt om gezamenlijk een communicatieplan op te zetten en om overeenstemming te krijgen over de gewenste effecten ervan, namelijk het realiseren van blijvende invloed. Vervolgens is gekeken naar de middelen “activatoren” die ingezet moeten worden om het afvalbeleid voldoende te ondersteunen en gedragsverandering te bereiken. We hebben geconcludeerd dat de komende jaren een structurele inzet van de juiste middelen nodig is om te komen tot 75% afvalscheiding. O.a. educatie is hier benoemd als een belangrijke activator om (jonge) kinderen en ouders te bereiken. Alle activatoren zullen worden ingezet volgens de belangrijke uitgangspunten van het centrale verhaal “Alles draait om jou”.
Het plan is daarmee integraal onderdeel van de aanpak om te komen tot 75% afvalscheiding. Tijdens de werksessies waren alle communicatieadviseurs van de gemeenten en Avalex aanwezig. Evenals de projectleider VANG 2020 om de juiste link tussen beleid en communicatie te leggen. Bij de werksessies werden we geadviseerd en ondersteund door specialisten: gedragswetenschappers van de Radboud Universiteit in Nijmegen en het bureau Ubachs Full Contact. Na instemming van de stuurgroep over deze communicatie aanpak in het hele Avalex verzorgingsgebied zullen de activatoren door Avalex nader worden uitgewerkt. De Avalex gemeenten willen gezamenlijk op weg naar 75% afvalscheiding. Dit is een ambitieuze doelstelling maar haalbaar. Bij het behalen van de doelstelling zijn we voor grote mate afhankelijk van de deelname van inwoners. Immers, de centrale vraag in deze is: Hoe krijgen we inwoners die dit nog niet doen - zover dat zij op het moment van weggooien, het afval apart houden en in de daarvoor bestemde voorzieningen doen? En hoe zorgen we ervoor dat de inwoners die al wel hun afval scheiden gemotiveerd blijven en waardering voelen voor hun inzet? Beleid en communicatie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Ongeacht welk beleidsscenario gekozen wordt, zal de inzet van communicatie in het hele verzorgingsgebied van belang zijn voor het motiveren en enthousiasmeren van inwoners om hun afval gescheiden aan te bieden. Dit hoofdstuk beschrijft in het kort wat we willen bereiken, waar we nu staan en welke transitie nodig is om naar de gewenste situatie te komen. Huidige situatie Op dit moment kent de communicatie een tweedeling: communicatie over de dienstverlening wordt uitgevoerd door Avalex en communicatie over beleid en afvalscheiding is de verantwoordelijkheid van gemeenten. Op dit moment is er weinig tot geen samenhang over de communicatie rondom afvalscheiding in het Avalex verzorgingsgebied.
6.2 Doelstellingen Willen we beter afvalscheidingsgedrag van inwoners, meer grondstoffen en bewustwording van thema’s rondom afval (denk aan voedselverspilling, zwerfafval), dan moeten we ervoor zorgen dat inwoners, samen met ons, in de juiste, blijvende beweging komen. De communicatiedoelstellingen hierbij zijn: Het vergroten van kennis bij inwoners, hierdoor zullen inwoners een mening kunnen vormen, bijstellen of bevestigen. Houding ten opzichte van afval en afvalscheiding van inwoners moet veranderen waardoor zij de intentie krijgen om het juiste gedrag te vertonen. Een goede ervaring voor inwoners doordat de juiste voorzieningen en voorlichting wordt geboden zal uiteindelijk leiden tot het gewenste gedrag.
Pagina 40 van 47
Het uiteindelijke doel is om vanuit een intrinsieke motivatie die aansluit bij het zelfbeeld van inwoners zoals benoemd in het communicatieplan aan te zetten tot concreet gedrag. Kort beschreven als “Alles draait om jou”. We bereiken deze doelstellingen door het uitdragen en implementeren van een gezamenlijk afvalbeleid en het gezamenlijk uitvoeren van de communicatie. Wederom: beleid (het bieden van de juiste voorzieningen) en communicatie (het aanspreken van mensen op positief zelfbeeld over afvalscheiding) zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Een gezamenlijke communicatie aanpak De uitrol van een gezamenlijk communicatieplan zal positief bijdragen aan het behalen van de doelstelling 75% afvalscheiding en zal daarnaast zorgen voor: Synergie in de communicatie- en educatie activiteiten in de zes Avalex gemeenten. Schaalvoordelen die optimaal worden benut. Een effectieve en structurele inzet van communicatie activiteiten gericht op het realiseren van blijvende invloed. Bovenstaande gedachtegang is geheel in lijn met het op 1 december 2014 gepubliceerde Uitvoeringsprogramma VANG Huishoudelijk Afval “Afval is een keuze; De keuze is aan ons” van staatssecretaris Mansveld. In dit document wordt onder Actielijn III beschreven hoe RWS burgers wil motiveren om bij te dragen aan afvalpreventie en afvalscheiding.
Bij Actielijn III-2 wordt gesteld “Het stimuleren van de jeugd tot meer afvalpreventie en –scheiding van huishoudelijk afval heeft zowel effect op het voor de lange termijn bestendigen van de nut en noodzaak hiervan als het via de jeugd mede informeren van de ouders. Scholen spelen hierbij een belangrijke rol.” (pagina 58). In het afgelopen jaar is in Avalex verband met gemeenten gezamenlijk consensus bereikt over het communicatieplan. Dit ligt klaar om na politieke besluitvorming uitgerold te worden. De uitwerking van de activatoren waaronder een gezamenlijk educatieprogramma over afval, zal in 2015 vorm krijgen. Gezien Avalex de uitvoerder is van de dienstverlening, zoals ook benoemd in de uitgangspunten, ligt het voor de hand om het uitrollen van een het gezamenlijke communicatieplan in de zes gemeenten centraal te beleggen bij Avalex. Dit betekent een uitbreiding van het communicatie takenpakket.
6.3 Financiële en organisatorische effecten Door afvalcommunicatie centraal te beleggen bij Avalex worden gemeenten in de toekomst op dit gebied ontzorgd. De structurele kosten zoals verderop benoemd kunnen deels gedekt worden door het huidige communicatiebudget. De kosten om een gezamenlijke campagne uit te rollen in het hele Avalex verzorgingsgebied bestaan uit structurele en incidentele kosten. De structurele kosten zijn geraamd op 260.000 euro per jaar: oftewel 1,7 euro per huisaansluiting per jaar. o Dit betreffen kosten voor cross-mediale inzet communicatie uitingen elk seizoen.
De incidentele kosten bedragen 385.000 euro oftewel 2,6 euro per huisaansluiting. o Dit zijn de opstartkosten die eenmalig nodig zijn voor het uitrollen van het gezamenlijk communicatieplan en de kosten die benodigd zijn om inwoners huisaan-huis- te informeren over het nieuwe beleid en de consequenties die gepaard gaan bij invoering.
Een onderbouwing van deze kosten ziet u in de bijlage.
6.4 Handhaving Willen nieuwe beleidsmaatregelen een kans van slagen hebben dan dient rekening gehouden te worden met de 3 V’s: Voorzieningen, Voorlichting en Verbaliseren. Handhaving is dus het sluitstuk: wanneer sprake is van excessen, voor een preventieve werking en ter ondersteuning van nieuw beleid is handhaving een belangrijk instrument.
Pagina 41 van 47
Handhaving is ook een gemeentelijke aangelegenheid. De gemeenten beschikken over gekwalificeerde handhavers, opgeleid tot Bijzonder Opsporing Ambtenaar (BOA) en daarmee bevoegd om op de regels die zijn vastgelegd in de gemeentelijk afvalstoffenverordening en uitvoeringsbesluiten te handhaven. Helaas leert de praktijk dat gemeenten vaak nog andere prioriteiten hebben waardoor de aandacht voor het aanbiedingsgedrag op afvalstoffen in de verdrukking raakt. Handhaven op afvalstoffen is een lastige kwestie, immers vaak heeft gedumpt afval geen duidelijke herkomst en is de pakkans gering. Toch leert de ervaring elders dat door thematische, gebiedsgerichte acties uit te voeren in structurele zin en met name bij beleidswijzigingen er een preventieve werking optreedt. Bij de invoering van het nieuwe beleid wordt geadviseerd om krachten vanuit de gemeenten te bundelen en een gezamenlijke aanpak te realiseren.
Pagina 42 van 47
7. Financiële paragraaf In de voorgaande hoofdstukken is door middel van scenario analyse onderzoek gedaan naar de verschillende scenario’s die binnen het verzorgingsgebied van Avalex ertoe bij kunnen dragen een verbetering van de afvalscheiding te realiseren. Deze analyse is uitgevoerd voor het fijn huishoudelijk afval. In deze paragraaf worden de financiële gevolgen van de transitie van scenario 0 naar scenario 2 omgekeerd inzamelen toegelicht. Dit hoofdstuk bevat vijf onderdelen. In paragraaf 7.1 wordt de financiële impact van scenario 2 op de operationele kosten toegelicht. In paragraaf 7.2 wordt de investering die Avalex doet om scenario 2 in te voeren behandeld. Deze investeringen vertalen zich in de kapitaallasten welke zijn verwerkt in paragraaf 7.1 (onderdeel van de inzamelmiddelen). In paragraaf 7.3 staan de transitiekosten. Dit zijn kosten die gemaakt moeten worden om het nieuwe beleid te implementeren. Denk bijvoorbeeld aan: kosten voor het stickeren van de minicontainers, het transporteren van ondergrondse containers en het verwijderen van bovengrondse verzamelcontainers. In paragraaf 7.4 worden de communicatiekosten los toegelicht. Hiervoor is gekozen omdat dit een belangrijk onderdeel van het nieuwe beleid betreft. In paragraaf 7.5 wordt vervolgens toegelicht hoe het inverdienmodel eruit ziet. Dit is de grafische vertaling van paragraaf 7.1, 7.3 en 7.4.
Paragraaf 7.2 is vertaald in kapitaallasten. Tussen de diverse gemeenten zijn verschillen in de financiële tabellen zichtbaar. Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de verschillen in beleid en dienstverlening.
7.1 Financiële uitkomsten Scenario 2 Omgekeerd Inzamelen Doelstelling: “We streven er naar dat in 2020 in het Avalex verzorgingsgebied per inwoner nog maar 100 kilogram restafval wordt ingezameld en 75% afscheiding wordt gerealiseerd. Uitgangspunt is dat het nieuwe beleid wordt uitgevoerd tegen maximaal gelijkblijvende kosten en een gelijkwaardig serviceniveau.” De huidige “fixed fee” afrekensystematiek van Avalex en de geplande herziening hiervan wordt in deze paragraaf niet opgenomen. De impact van dit onderzoek op de huidige DVO bijdrage per gemeente wordt niet inzichtelijk gemaakt. Hierdoor wordt de match met de prijs per aansluiting voor het standaard pakket (zie doelstelling) niet gemaakt. Wat in deze paragraaf wel geconcretiseerd wordt is de besparing door het implementeren van scenario 2, hierin zijn de kapitaallasten meegenomen, de transitiekosten en communicatiekosten worden in latere paragrafen toegelicht. Dit betreft dus het bruto resultaat in het jaar 2020. Het referentiekader, om de impact van de scenario’s te bepalen, is door middel van een theoretische exercitie bepaald. In onderstaande tabel staan de financiële resultaten10 van scenario 2 per gemeente ten opzichte van scenario 0. De verwachting is dat dit effect in 4 jaar tijd gerealiseerd kan worden. Omschrijving
Totaal
Delft
LeidschendamVoorburg
MiddenDelfland
PijnackerNootdorp
Rijswijk
Wassenaar*
Logistiek Verwerking Inzamelmiddelen
-229 -5.491 11
-244 -1.502 32
-336 -1.413 266
163 -306 39
436 -854 -128
-183 -901 -322
-65 -516 124
Totaal
-5.709
-1.714
-1.483
-103
-547
-1.406
-456
Tabel..: Resultaat in 2020 scenario 2 (bedrag per jaar x € 1.000) * In de huidige situatie is gerekend met het verwerkingstarief van Twence ipv Gevulei.
In bovenstaande tabel is zichtbaar gemaakt dat iedere gemeente een financieel voordeel heeft op de directe kosten indien scenario 2 wordt geïmplementeerd. Zoals eerder aangegeven hebben de doorrekeningen in dit rapport enkel betrekking op de directe uitvoeringskosten en wordt de besparing afgezet tegen een theoretisch bepaalde huidige situatie.
10
Bron: rekenmodel scenario 2
Pagina 43 van 47
7.2 Investering Afhankelijk van het gekozen voorkeursscenario zal per gemeente de investering anders zijn. De investeringen die gedaan moeten worden voor de implementatie van scenario 2 Omgekeerd Inzamelenzijn in onderstaande tabel weergegeven. Onderstaande tabel geeft de situatie weer per 1-1-2014. In de tussentijd zijn al diverse investeringen uitgevoerd van onderstaande tabel wat kan leiden tot een verlaging van de investeringen. Omschrijving
Totaal
Containers - Minicontainers - Ondergrondse containers Totaal containers Projectcoördinatie
Delft
LeidschendamVoorburg
MiddenDelfland
PijnackerNootdorp
Rijswijk
Wassenaar
2.423
626
507
76
774
169
968
-41
646
97
-
-
267
3.391
585
1.153
172
774
169
537
600
193
150
31
81
98
46
778
1.304
203
856
267
583
Totaal 3.991 Tabel..: investering scenario 2 (bedrag x € 1.000)
270
De transitie van scenario 0 naar scenario 2 zal gefaseerd worden uitgevoerd. Voor de doorrekening is aangenomen dat de investeringen in 5 termijnen zullen geschieden. Deze termijnen zijn in het eerste jaar 10% in de twee daaropvolgende jaren 15% en in de laatste twee jaar 30%. Deze investeringen zijn afhankelijk van de planning. Daarnaast is dit document gebaseerd op de situatie per ultimo 2013. In de afgelopen jaren zijn al activiteiten uitgevoerd die de investeringen en transitiekosten mogelijk verlagen. Conform besluit eigendom, beheer en onderhoud containers zal Avalex de aanschaf van de goederen financieren. Middels de kapitaalslasten worden de kosten vervolgens doorbelast aan de gemeenten. In paragraaf 7.4 inverdienmodel worden de kapitaallasten afgezet tegen de opbrengsten (7.1) die scenario 2 Omgekeerd Inzamelen realiseert.
7.3 Transitiekosten Naast de investeringen, in voornamelijk inzamelmiddelen, en het beoogde resultaat door de implementatie van scenario 2 worden ook transitiekosten gemaakt door Avalex. De transitiekosten bestaan voornamelijk uit kosten voor het verwijderen, verplaatsen, aanpassen en desinvesteren van inzamelmiddelen. Daarnaast is een raming gemaakt voor de benodigde communicatie en de kosten die daarmee verbonden zijn. Deze kosten komen niet in aanmerking om geactiveerd te worden. Gedurende een periode van circa 5 jaar zullen deze kosten gemaakt worden. In het inverdienmodel zijn de kosten in de tijd geplaatst. Onderstaand een overzicht van de transitiekosten totaal en per gemeente. Omschrijving
Totaal
Delft
LeidschendamVoorburg
MiddenDelfland
PijnackerNootdorp
235
107
183
Rijswijk
Wassenaar
Containers - Minicontainers - Bovengrondse verzamelcontainers - Ondergrondse containers Totaal containers
71
15
28
3
4
14
7
1.224
212
170
21
301
473
47
2.371
514
432
131
488
604
202
Desinvestering bovengr verzamelcontainers Projectkosten
461 1.630
108 525
107 408
35 84
45 220
120 267
47 126
1.147
947
250
753
990
375
1.076
Totaal 4.462 Tabel..: transitiekosten scenario 2 (bedrag x € 1.000)
287
116
149
De verschillen worden voornamelijk veroorzaakt door de ondergrondse containers. In de diverse gemeenten wordt hier verschillend mee omgegaan. Denk bijvoorbeeld aan de hoeveelheid aansluitingen per container. Het heralloceren van containers of verwijderen verschilt per gemeente. De projectkosten bestaan uit communicatiekosten, deze zijn verdeeld o.b.v. huisaansluitingen, en de projectkosten voor het plaatsen van containers, deze zijn ook verdeeld o.b.v. huisaansluitingen.
7.4 Communicatiekosten In hoofdstuk 6 wordt de gedragsveranderende communicatie benoemd en gekwantificeerd. Dit betreft € 1,70 per huisaansluiting voor het gehele verzorgingsgebied.
Pagina 44 van 47
7.5 Inverdienmodel In de voorgaande paragrafen zijn de baten en lasten op totaalniveau benoemd en toegelicht. In onderstaande grafiek zijn deze samengevat tot het inverdienmodel van scenario 2. In dit model is zichtbaar hoe de financiële uitkomsten van scenario 2, investeringen en transitiekosten zich ontwikkelen in de tijd. Dit betreft de grafiek voor het gehele verzorgingsgebied. Tevens is, zie gele lijn, zichtbaar wat het netto resultaat per jaar per huisaansluiting is. Dit betreft enkel een vertaling van de uitwerking van scenario 2.
Tabel..: Inverdienmodel scenario 2
In bovenstaande grafiek is zichtbaar dat het netto effect van de invoering van scenario 2 vanaf de start positief is. De kosten kunnen dermate gestuurd worden door een optimale planning dat het netto effect per jaar positief is. Het totale effect dat het invoeren van scenario 2 op de exploitatierekening heeft bedraagt in 2020 circa € 5,7 mio exclusief communicatiekosten.
Pagina 45 van 47
8. Conclusies De voorliggende beleidsstudie is het resultaat van een gedegen en grondige studie naar de diverse maatregelen die op dit moment in Nederland bekend zijn op gebied van afvalscheiding. Het uitvoerige resultaat maakt het mogelijk om zonder vooringenomen waardeoordeel de diverse scenario´s zo objectief en gedegen mogelijk af te wegen op service, kosten en milieu. Gezamenlijk afvalbeleid Gelet op de opdracht van de stuurgroep kan gesteld worden dat met de uitwerking van de verschillende scenario´s per bebouwingstype, per afvalstroom, per inzamelmiddel op gebied van service, kosten en milieu invulling is gegeven aan de opdrachtformulering. Bovendien is door een theoretisch rekenmodel inzichtelijk gemaakt wat de verwachte de transitiekosten zijn om te komen tot het voorkeursscenario Omgekeerd Inzamelen in het gehele verzorgingsgebied van Avalex. Met het harmoniseren van de dienstverlening bij een gezamenlijk afvalbeleid wordt invulling gegeven aan de benadering van één verzorgingsgebied. Grensoverschrijdende inzameling is een vervolgstap wat past in het streven naar een harmonisering van de afrekensystematiek. Weliswaar is de verwachting dat met geen van de onderzochte scenario´s de doelstelling van 75% afvalscheiding wordt gerealiseerd, wel komt een aantal combinatiescenario´s dichtbij de beoogde doelstelling in de buurt.
Voorts kan geconcludeerd worden dat de verwachting is dat elk scenario, in meer of mindere mate uiteindelijk een positief financieel effect heeft. Duidelijk is dat er meerdere scenario’s denkbaar zijn om te komen tot een beter afvalscheidingspercentage en lagere kosten. De drie best scorende scenario’s zijn: 1. Scenario 8: Omgekeerd Inzamelen en diftar 2. Scenario 5b: Omgekeerd Inzamelen en nascheiding Renescience (uitgaande van recycling, zie voor toelichting paragraaf 5.8 kader Voortschrijdend Inzicht) 3. Scenario 7: Afval Loont en diftar De afweging tussen de varianten heeft om een aantal redenen geleid tot de keuze voor Omgekeerd Inzamelen: 1) Het is een duurzaam, flexibel en toekomstbestendig scenario omdat het zich leent om doorontwikkeld te worden. Het laat zich goed combineren met andere scenario’s zoals Diftar of een toekomstige nascheidingsmethodiek.
Veel gemeenten voeren vaak eerst omgekeerd inzamelen en dan Diftar in; 2) Omgekeerd Inzamelen benadrukt voor inwoners een positieve waarde beleving van grondstoffen door op grondstoffen een hogere service te bieden dan op restafval wat voor gedragsverandering een belangrijke aspect is; 3) Inmiddels is Omgekeerd Inzamelen een beproefd systeem dat in steeds meer gemeenten ingevoerd wordt; 4) De verwachte milieueffecten van Omgekeerd Inzamelen zijn groter dan voor bijvoorbeeld Afval Loont omdat deelname van een minder vrijblijvend karakter is; 5) Gezien de uitkomsten van de informatie avonden voor raden en inwoners (bijlage 5b) lijkt dit scenario op het meeste draagvlak te kunnen rekenen bij inwoners; 6) In veel raadsbesluiten in 2013 en 2014 is Omgekeerd Inzamelen aangegeven als een belangrijke optie waar gemeenteraden naartoe willen; 7) De verwachting is dat de verwachte opbrengsten van de grondstoffen van dermate omvang zijn dat de kosten ruimschoots worden gedekt. De andere scenario’s hebben, op dit moment, niet de voorkeur om de volgende redenen: Voor het invoeren van een scenario als Diftar is een aantal randvoorwaarden van belang. Belangrijkste randvoorwaarde voor invoering is het “op orde hebben” van alle voorzieningen. Om bewoners te kunnen laten betalen voor restafval, moet voldoende andere voorzieningen aanwezig zijn om afval te scheiden.
Dit stelt dus hoge eisen aan de beschikbaarheid voorzieningen. Bovenop de kosten voor het op orde maken van de voorzieningen komen ook de technische en administratieve kosten voor de invoering van Diftar zelf en kosten voor handhaving en
Pagina 46 van 47
communicatie. Een aantal raden heeft duidelijk aangegeven op dit moment geen voorstander te zijn voor de invoering van diftar. De technische ontwikkelingen op gebied van nascheiding zoals in dit rapport onderzocht zijn op dit moment volop in beweging. Nascheiding past in de optimalisatie van de afvalbeheerketen als aanvulling op bronscheiding en biedt voor de toekomst mogelijkheden om afvalscheiding nog beter uit te nutten. Avalex volgt deze ontwikkelingen op de voet. Afval Loont bleek tijdens bewonersbijeenkomsten en raadsbijeenkomsten op wisselend enthousiasme te kunnen rekenen. Sommigen benadrukten de positieve waardebeleving van grondstoffen, anderen zien dit als een prikkel om meer afval te produceren. Afval Loont wordt voor de toekomst als een goede aanvullende beleidsmaatregel gezien, maar door het vrijblijvende karakter als minder geschikt geacht als dragende vorm van afvalbeleid. Zonder andere vormen in de toekomst uit te sluiten is - gezien bovenstaande en gezien het draagvlak van bewoners en raden - op gebied van gezamenlijkheid Omgekeerd Inzamelen op dit moment het hoogst haalbare voor het gehele Avalex verzorgingsgebied. In de variant om over te gaan naar Omgekeerd Inzamelen wordt ook rekening gehouden met het bieden van een hogere service op grondstoffen voor inwoners uit hoogbouw en centrumgebieden.
Dit neemt niet weg dat afvalscheiding in hoogbouw en centrumgebieden door de complexiteit speciale aandacht verdient. Op landelijk niveau doet Avalex daarom mee aan een onderzoek naar het verbeteren van afvalscheiding en inzameling in de hoogbouw. De uitkomsten van dit onderzoek worden eind 2016 verwacht. Gedragsveranderende communicatie is onlosmakelijk verbonden met het nieuwe afvalbeleid om te komen tot 75% afvalscheiding in 2020. In het afgelopen jaar is in Avalex verband met gemeenten gezamenlijk consensus bereikt over het communicatieplan. Dit ligt klaar om na politieke besluitvorming uitgerold te worden. De uitwerking van de activatoren waaronder een gezamenlijk educatieprogramma over afval, zal in 2015 vorm krijgen.
Pagina 47 van 47