CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2573-08 Bijlage 05 toelichting, Uitvoeringsprogramma Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012.pdf

Raadsvergadering 22 februari 2022, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: Vaststellen bestemmingsplan Stedelijk.8.149 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlage: 5

t p e c n o c Uitvoeringsprogramma

Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040 Herijking 2012

Uitvoeringsprogramma

Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040 Herijking 2012

juli 2012

Leidschendam-Voorburg een aantrekkelijke groene woon-werkstad

4 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012

Inhoudsopgave

blz.

Leeswijzer

1. Inleiding

7

1.1 Wat is het uitvoeringsprogramma? 1.2 Afbakening van het uitvoeringsprogramma 1.3 Onderzoeksopgaven

7 7 8

In hoofdstuk 1, de inleiding, gaan we in op het uitvoeringsprogramma als onderdeel van de structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012 met daarbij een afbakening van het product.

2. Samenhang Uitvoeringsprogramma met het IRO

9

2.1 IRO als proces en instrument 2.2 Toepassing uitvoeringsprogramma op het IRO

9 11

3. De uitvoeringsstrategie

13

3.1 Rol gemeente binnen organische gebiedsontwikkeling 3.2 Strategie naar type ontwikkeling 3.3 Externe financiering

13 13 15

4. Kostenverhaal

23

4.1 Inleiding 4.2 Bovenwijkse voorzieningen & bovenplanse verevening

23 23

I bijlage: Toelichting bij tabel uitvoeringsprogramma

26

II bijlage: Begrippenlijst kostenverhaal

28

Colofon

30

In hoofdstuk 2 wordt de samenhang tussen het Uitvoeringsprogramma en het Investeringsprogramma Ruimtelijke Ontwikkeling (IRO) belicht. Hoofdstuk 3 beschrijft de uitvoeringsstrategie (op hoofdlijnen) die we toepassen bij het uitwerken van het ontwikkelingsbeeld van de gemeente voor de korte, middellange en lange termijn. We staan daarbij stil bij de veranderende rol van de gemeente binnen gebiedsontwikkeling en de wijze waarop we onze, voornamelijk, faciliterende rol willen inzetten bij de gestelde ruimtelijke opgaven. Hoofdstuk 4 beschrijft de uitwerking van het kostenverhaal en de toepassing van ontwikkelinstrumenten uit de Wro binnen onze gemeentelijke praktijk van gebiedsontwikkeling.

Uitvoeringsprogramma 5

structuurvisie 2040

legenda driedeling stedelijk gebied Vlietzone buitengebied

integrale opgaven identiteitsdragers versterken groene woonstad Stadsrand Infra-as, Centrale Groenzone, Historisch lint, Loozone Vlietoevers economische kansen en voorzieningenstructuur Voorzieningen-as verbeteren regionale bereikbaarheid Entree Sijtwende, Entree Utrechtsebaan, Spoorzone Polderlinten

1 2

gebieden gebiedsopgave Regiopark DH&W regionale gebiedsopgave Vlietzone wonen voorzieningen groen water bedrijven/kantoren cultuurhistorie recreatie gemengd programma

verbindingen MIRT-opgave recreatieve of langzaam verkeerverbinding te onderzoeken/ te agenderen verbinding

knopen knoop ruimtelijke knoop te onderzoeken/ te agenderen knoop

1 Inleiding 1.1 Wat is het uitvoerings- programma? ruimtelijk structuurbeeld Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012

In de Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012 heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg haar doelstellingen en ambities beschreven. Deze kunnen alleen gehaald worden als instrumenten, (ruimtelijke) programma’s en projecten in onderlinge samenhang worden uitgevoerd. Dit doen we door middel van het opstellen van een uitvoeringsprogramma. Voor u ligt de eerste versie van het uitvoeringsprogramma van de Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012. Dit uitvoeringsprogramma beschrijft de hoofdlijnen van de planning van de ruimtelijke ontwikkeling voor de periode tot 2040, zoals die zijn beschreven in de structuurvisie. Het gaat om een praktisch koersdocument dat inzicht biedt in de meest relevante uitvoeringsactiviteiten voor de korte (tot 2015), middellange (2015-2025) en lange (2025-2040) termijn die een bijdrage leveren aan de duurzame stedelijke ontwikkeling van de gemeente tot het jaar 2040. Daarbij staat het streven centraal om de bestaande en de toekomstige ontwikkelingen die bijdragen aan onze positionering beter beleefbaar en zichtbaar te maken. Dit doen we aan de hand van drie pijlers die de gewenste (hoofd-) ontwikkelingsrichting van de gemeente bepalen.

• • •

Versterken van de groene woonstad Verbeteren van de economische kansen en voorzieningenstructuur Beter benutten en verbeteren van de (regionale) bereikbaarheid Voorliggend uitvoeringsprogramma omvat tevens een uitvoeringsstrategie. Hierbij wordt enerzijds op hoofdlijnen beschreven hoe de gemeente haar rol als regisseur wil vormgeven. Anderzijds moet in specifieke gevallen de uitvoeringsstrategie toegespitst worden op ruimtelijk samenhangende gebieden, beleidsthema’s en projecten. Dit vergt maatwerk.

1.2 Afbakening van het uitvoeringsprogramma Voorliggend uitvoeringsprogramma biedt een basis voor prioriteitsstelling en fasering van acties in de (plan-) voorbereidingsfase, ruimtelijke programma’s en projecten. Nadrukkelijk gaat het niet om een blauwdrukplanning; het uitvoeringsprogramma geeft aan wanneer we welke maatregel willen inzetten en wat de indicatieve planning is van de uitvoering. Daarbij geven we aan wat de rol van de gemeente is bij de gestelde opgaven en wie we zien als samenwerkingspartners. Dit geven we vorm aan de hand van een overzichtstabel met bijbehorende uitvoeringskaart.

Uitvoeringsprogramma 7

Het uitvoeringsprogramma is een dynamisch document, waar we op interactieve wijze mee willen werken. Het biedt de basis voor het actief vormen van allianties en samenwerkingsverbanden om het gewenste ontwikkelingsperspectief voor 2040 een stap dichterbij te brengen. Gelet op de nieuwe rol van de gemeente binnen gebiedsontwikkeling (meer in hoofdstuk 3) kiezen we ervoor om het uitvoeringsprogramma op hoofdlijnen vorm te geven, waarbij we ons concentreren op de verkenningsfase en eerste stappen die nodig zijn bij de concretisering van de verschillende ruimtelijke opgaven.

de structuurvisie, geactualiseerd. De herijkte uitgangspunten zijn vervolgens vertaald naar de drie pijlers. Momenteel biedt de structuurvisie voldoende (beleids-) kaders voor het sturen van het ruimtelijk ontwikkelingsperspectief voor de gemeente. Toch is in de herijking duidelijk geworden dat op een aantal terreinen nader onderzoek nodig is en specifiek beleid aangevuld moet worden ten behoeve van uitwerking van het bestaande en het toekomstige ruimtelijke beleid. Het gaat hierbij om: •

Actualisatie van het gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan Deze actualisatie is nodig om heldere kaders te bieden voor regionale ontwikkelingen, openbaar vervoer en de hoofdstructuur van de gemeente. Belangrijke ontwikkelingen zijn hierbij de Rotterdamsebaan, de MIRTopgaven (parallelstructuur A4, maatregelen Sijtwende), de Rijnlandroute en gewenste nieuwe infrastructuur. Daarbij zullen ook de milieueffecten worden betrokken bij de uitwerking van de beoogde ruimtelijke ingrepen.

•

Economisch beleid Hierbij gaat het om een verdere uitwerking van het economisch profiel voor de gemeente, passend bij de primaire woonfunctie. Specifieke aandachtspunten zijn het opstellen van een detailhandelsvisie en het vertalen van economische kansen binnen onderscheidende woonmilieus.

•

Actualisatie van de Woonvisie Het doorontwikkelen van diverse woonmilieus is een belangrijk uitgangspunt in de herijking dat aansluit bij de gewenste positionering van de gemeente in de regio. Dit betekent dat er een actualisatie van de gemeentelijke Woonvisie moet plaatsvinden. Daarbij is het ook van belang aandacht te besteden aan de (toekomstige) woningbouwprogrammering binnen de gemeente, waarin scherp zal worden gekeken naar de balans tussen vraag en aanbod van woningen, passend bij de behoefte.

Dit uitvoeringsprogramma bevat geen financiële kaders en beslissingen. In hoofdstuk 2 gaan we nader in op de wijze waarop we willen komen tot een integrale meerjarenfinanciering van het uitvoeringsprogramma en de dekking van projecten. Elke vier jaar stellen we een geactualiseerd uitvoeringsprogramma op, gekoppeld aan de nieuwe raadsperiode en daarbij behorend coalitieprogramma. Hierdoor is het mogelijk continuïteit te waarborgen in de ruimtelijke opgaven met een lange doorlooptijd en tegelijkertijd nieuwe accenten te leggen in de prioritering en uitvoering. Daarnaast is het de bedoeling dat er ieder jaar verslag wordt gedaan van de voortgang van de structuurvisie (-uitwerking) en het uitvoeringsprogramma. Hiervoor wordt een monitor ontwikkeld, die halverwege elke college- en raadsperiode zal worden toegepast.

1.3 Onderzoeksopgaven Het behouden en versterken van de kwaliteiten van LeidschendamVoorburg vraagt om een integrale benadering vanuit de beleidsvelden economie, wonen, sociale zaken, onderwijs, duurzaamheid, stedenbouw en mobiliteit. In de structuurvisie zijn de opgaven, doelstellingen en ambities per beleidsveld, die van invloed zijn op

8 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012

We stellen voor deze ‘onderzoeksopgaven’ uit te werken op de korte termijn, voor 2015. Dit is van belang om de geformuleerde opgaven in dit uitvoeringsprogramma verder vorm te geven.

2

Samenhang Uitvoeringsprogramma met het IRO Het uitvoeringsprogramma vormt een belangrijke verbinding tussen de verschillende sectorale (beleids-) programma’s op het gebied van wonen, kantoren, bedrijfsruimte, detailhandel, onderwijs, groen en infrastructuur. De (ruimtelijke) programma’s en projecten die in de structuurvisie zijn opgenomen, kunnen niet allemaal tegelijkertijd worden uitgewerkt. Hiervoor is het van belang te komen tot een heldere programmering, met aandacht voor het stellen van prioriteiten. Zeker gezien het feit dat investeringen in ruimtelijke ontwikkeling gedaan moeten worden binnen de context van een gemeentelijke bezuinigingsopgave. Afstemming over prioritering en fasering van de uitvoering is daarom bijzonder belangrijk. Bovendien moeten toekomstige (ruimtelijke) opgaven, naast de verplichte gemeentelijke medewerking aan diverse ruimtelijke initiatieven, ook worden beoordeeld op hun meerwaarde en bijdrage aan de strategische doelen die de gemeente stelt. Aan de hand van dit uitvoeringsprogramma geven we een verdere concretisering aan de ruimtelijke ambitie zoals beschreven in de structuurvisie. Hierbij hoort ook een investeringsprogramma. Dit zijn ofwel gemeentelijke investeringen of initiatieven van derden. Een gemeentelijke investering moet bijdragen aan inhoudelijke ruimtelijke beleidsdoelstellingen, gebaseerd op de drie pijlers.

Om het meerjarige stadsbrede perspectief op projecten in de fasen voor de uitvoering in te richten, wordt het zogenoemde Investeringsprogramma Ruimtelijke Ontwikkeling (hierna: IRO) ontwikkeld.

2.1 IRO als proces en instrument Een eerste stap is gezet om lopende projecten en initiatieven door te lichten en een financiële doorvertaling daarvan te maken. Voor de korte termijn zijn de keuzes opgenomen in het Investeringsprogramma zoals dat bij de Voorjaarsnota 2012 is opgenomen. Hiermee is er sprake van een tussendocument. Voor de middellange en lange termijn is het IRO volgend op de herijking van de structuurvisie, in het bijzonder de uitwerking ervan in het uitvoeringsprogramma. Het streven is daarom geweest de aanpak die is gevolgd bij de doorlichting van de lopende projectenportefeuille, toekomstgericht te kunnen gebruiken. Een aanpak die bij nieuwe initiatieven en projecten, van derden of gemeente zelf, toe te passen is. Deze doorlichting is een continu proces. Binnen dat proces vindt op regelmatige momenten afweging en prioritering plaats van de nieuwe ruimtelijke initiatieven en projecten. De keuzes die daarmee samenhangen worden vertaald in het IRO. Het IRO is te beschouwen als een uitkomst van een proces. In dat proces worden verschillende activiteiten uitgevoerd: • • •

Beoordelen en prioriteren van (nieuwe) initiatieven en projecten Samenstellen IRO Besluiten nemen over het IRO

Deze activiteiten voeren we uit binnen verschillende kaders. Zo worden investeringen in ruimtelijke ontwikkelingen gedaan binnen de context van de bezuinigingsopgaven van totaal € 23 miljoen tot

Uitvoeringsprogramma 9

2018. Er is geen extra budgetruimte beschikbaar. De prioriteit ligt bij het in uitvoering brengen van bestaand beleid. De investeringen zijn daarnaast een doorvertaling van en sluiten aan bij de strategische visie die wij hebben op de ruimtelijke opgaven voor de stad. Ruimtelijke opgaven die vanuit verschillende beleidsvelden en belanghebbenden zijn beschouwd en afgewogen. Een integrale benadering. Het investeringsprogramma is daarmee ook meerjarig. Dit uitvoeringsprogramma bevat opgaven die geformuleerd zijn in termen van doelen, projecten en/of initiatieven die nodig zijn om die doelen te bereiken en de middelen die beschikbaar moeten zijn om tot realisatie ervan te komen. Het IRO is de vertaling van de keuzes over de benodigde en beschikbare financiële middelen. Deze vertaling is de kern van programmering. Programmering is voortdurend aan de orde. Initiatieven die zich aandienen (intern of extern) moeten worden beoordeeld en geprioriteerd. In de stap programmeren dient dus ook duidelijk te zijn welke informatie nodig is om te kunnen beoordelen en welke criteria de gemeente stelt om prioriteiten te kunnen stellen. Om te komen tot een eenduidige afweging en prioritering zijn de volgende criteria van belang. Bijdrage aan gemeentelijke ambitie Marktsituatie/prioriteit markt Rol gemeente Contractvorm Wettelijke taak

Planfase/start realisatie Ambtelijke capaciteit Effect gemeentelijke financiën Dekking

De stap programmeren binnen het ruimtelijk proces levert na beoordeling en prioritering een programma op dat de doelen, de projecten en initiatieven en de in te zetten middelen (capaciteit, financiën, juridische instrumenten) beschrijft.

10 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012

structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012

structuurvisie

uitvoeringsprogramma

ambitie & opgaven

agenderen & prioriteren

beleidsuitgangs-

ontwikkelen punten & kaders program& op peil meren houden prioriteren van beleid

werkelijke situatie

monitoren werkelijkheid gerealiseerde projecten

IRO

investeren

beleid opstellen & projecten uitvoeren

hoofdproces Ruimtelijke Ontwikkeling

2.2 Toepassing uitvoerings- programma op het IRO hoofdproces Ruimtelijke Ontwikkeling i.r.t. de structuurvisie en het uitvoeringsprogramma

Het uitvoeringsprogramma van de structuurvisie vormt een belangrijke basis voor het programmeringsproces. We willen het IRO sterker vervlechten met het uitvoeringsprogramma en zullen vanaf de eerstvolgende actualisatie van het uitvoeringsprogramma een integrale investeringsstrategie opnemen. Hiermee willen we een investeringsagenda voor de korte, middellange en lange termijn opstellen waarbij duidelijkheid ontstaat over de ambities en prestaties die de gemeente in de komende decennia in de stad wil realiseren. Om het uitvoeringsprogramma concreet tot uitvoering te brengen, vooruitlopend op een (meerjarige) integrale investeringsstrategie, voeren wij het volgende uit: 1.

2.

3.

Een concrete opgave of project in het uitvoeringsprogramma start eerst in de verkenningsfase. De plangrens staat nog niet vast en het plan/project is inhoudelijk nog zeer algemeen. Het betreft vaak de eerste ideeën en initiatieven. Zodra er een startnotitie of startdocument is vastgesteld komt het plan in de planstudiefase terecht. In de planstudiefase volgt de verdere planuitwerking, waarbij groen licht wordt gegeven aan het uitvoeren van planstudies, haalbaarheidsanalyses en (financiële) dekkingsvoorstellen. In deze fase is met name het aanscherpen van de opgave en de ontwikkelingsstrategie een belangrijk aandachtspunt. Zodra er van een project of ruimtelijke opgave een ruimtelijk kader of gebiedsvisie kan worden vastgesteld kan het project door naar de uitvoeringsfase. Het kan ook voorkomen dat binnen één plangebied al deelprojecten in de uitvoeringsfase zitten en andere deelprojecten zich nog in de planstudiefase bevinden.

Voor zowel de verkenningsfase als de planstudiefase betreft het plannen of clusters van projecten die nog nader uitgewerkt moeten worden en nog niet uitvoeringsgereed zijn. Voor deze plannen kan reeds besloten worden om middelen te reserveren, maar vanwege onzekerheden worden deze nog niet specifiek toegewezen. Wat betreft de investeringsbeslissing is het belangrijk om te realiseren dat de middelen pas toegewezen worden bij het bestuurlijk vaststellen van een ruimtelijk kader of gebiedsvisie. Dit is het moment dat het project naar de uitvoering gaat. Daarvoor worden uiteraard wel financiële scans uitgevoerd in de verkenningsfase en is het zaak in de planstudiefase reeds middelen te gaan verwerven of zelf te reserveren. Bij de Voorjaarsnota 2013 is een compleet IRO klaar. Hierin zijn de lopende projecten en initiatieven voor de middellange en lange termijn aangegeven. Het IRO geeft, op basis van de hierboven genoemde werkzaamheden, weer welke prioritering er daarbij is aangebracht en op welke manier deze tot stand is gekomen. Het IRO bevat tevens de planning van de investeringen die nodig zijn voor deze geprioriteerde opgaven en de dekkingsbronnen die nodig zijn. De financiële informatie daarbij over de opgaven voor de korte en middellange termijn is logischerwijs concreter dan de informatie over de opgaven die op langere termijn zijn voorzien.

Uitvoeringsprogramma 11

uitvoeringsprogramma 2012

agenderen

verkenningsfase

INITIATIEF & TOETSING AAN BELEID

actualiseren

actualiseren

planstudiefase

uitvoeringsfase

KADERS & HAALBAARHEID

strategie & investeringsscan

PLANONTWIKKELING

ONTWERP & PROJECTPLAN

gebiedsvisie/ ruimtelijk kader € reserveren korte, middellange en lange termijn

advies IRO

12 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012

REALISATIE

projecten

PROJECTONTWIKKELING

Afbeelding: Integratie systematiek uitvoeringsprogramma en IRO

3 De uitvoeringsstrategie De tijd van groei, grootschalige uitleglocaties, blauwdruk-planologie en min of meer gegarandeerde afzet van (nieuw-) bouwprojecten is (voorlopig) voorbij. In de komende jaren staat de gemeente voor de opgave om in toenemende mate kleinschalige private initiatieven te begeleiden. Mede daarom oriënteren we ons op een nieuwe strategie voor gebiedsontwikkeling, waarbij de faciliterende rol van de gemeente voorop staat en waarbij scherpe keuzes worden gemaakt. Er is sprake van een verschuiving van ontwikkelingsplanologie naar uitnodigingsplanologie; sturing vanuit publieke verantwoordelijkheden daar waar nodig en effectief. Daarbij hoort een slimme en efficiënte combinatie van ontwikkelings- en uitvoeringstaken met private partijen en particulieren.

3.1 Rol gemeente binnen organische gebiedsontwikkeling In de uitvoeringsparagraaf van de structuurvisie is beschreven dat de genoemde ontwikkelingen vragen om een andere rol van de gemeente. In die nieuwe rol richten we ons steeds meer op het creëren van optimale omstandigheden voor ruimtelijke initiatieven en op het aanjagen van aanwezige potenties. In een regisserende, stimulerende en faciliterende rol wil de gemeente letterlijk en figuurlijk ruimte bieden aan inwoners, ondernemers, marktpartijen, organisaties en instellingen om ambities te verwezenlijken. Vanuit een lange termijn focus, aan de hand van kortcyclische planprocessen

zoeken we telkens naar nieuwe kansen en coalities. Op die manier ontstaat er meer ruimte voor maatwerk, voortschrijdend inzicht en de noodzakelijke organische ontwikkeling van onderaf. De opgaven in dit uitvoeringsprogramma sluiten hierbij aan.

Regie voeren De wijze waarop we regie willen voeren, hangt af van verschillende factoren, maar heeft voornamelijk te maken met de positie die we innemen of willen innemen; van initiatiefnemer tot randvoorwaardensteller. Er is niet één vastomlijnde ontwikkelingsstrategie voor de gehele stad. Afzonderlijke gebieden en projecten vragen om op de situatie toegesneden strategieën, dus maatwerk. Hiervoor zetten we ook verschillende ‘instrumenten’ in. Dit loopt uiteen van visievorming/ontwerp, beleidsontwikkeling, haalbaarheidsstudie tot een concreet uitvoeringsplan. Bij de verdere concretisering van de opgaven in dit uitvoeringsprogramma bepalen we het in te zetten instrumentarium. Ten aanzien van de strategie en de rol van de gemeente, hanteren we een aantal algemene uitgangspunten, toegespitst op het type opgave binnen onze gemeente.

3.2 Strategie naar type ontwikkeling In de structuurvisie zijn in hoofdstuk 5 de opgaven beschreven die de ruimtelijke ambities concreter formuleert tot projecten en maatregelen. We hanteren hierbij ook specifieke (type) ruimtelijke ontwikkelingen, met een daarbij passende strategie. Deze paragraaf

Uitvoeringsprogramma 13

beschrijft de type ontwikkelingen met daarbij de strategie en rol van de gemeente. In de tabel op pagina 17 en de kaart op pagina 21 zijn de type ontwikkelingen terug te vinden en gebiedsgericht weergegeven. In bijlage 1 is een uitgebreide toelichting opgenomen, behorend bij de tabel.

Gebiedsgerichte opgaven (Stedelijk Gebied en Buitengebied) De gebiedsgerichte opgaven betreffen majeure, samenhangende ontwikkelingen van gebieden, zowel op regionaal als gemeentelijk schaalniveau. Deze (integrale) opgaven met meerdere doelstellingen dragen bij aan de duurzame ontwikkeling en versterking van onze positionering op het gebied van wonen, werken, voorzieningen, recreatie en bereikbaarheid. Binnen de gebiedsgerichte opgaven onderscheiden we de volgende typen ontwikkelingen met onze rol en strategie (op hoofdlijnen). Centrumontwikkelingen Zowel de versterking van de kern Leidschendam/Leidschendam-Zuid als de ontwikkeling van Leidsenhage behoren tot dit projecttype. Dit type ontwikkelingen is van belang voor de gemeente, gelet op de programmatische afstemming en het stellen van kwalitatieve kaders. Strategie: Initiëren & stimuleren van investeringen door derden (verleiden) Rol gemeente: Faciliteren van (markt-) initiatieven Herstructurering/Herontwikkeling Bij dit type ontwikkelingen bedoelen we herbestemming en kwaliteitsverbetering van een gebied waarbij een ingrijpende aanpassing van de ruimtelijke structuur, mogelijk sloop en aanvullende maatregelen voor bereikbaarheid noodzakelijk zijn.

14 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012

Strategie: Efficiënt beheer voeren & stimuleren van investeringen door derden (verleiden) Rol gemeente: Faciliteren van (markt-) initiatieven en aanjagen van investeringen (Organische) Transformatiegebieden & functieveranderingen Door verouderd woningbestand, een verouderde inrichting van een gebied, sociale factoren of veranderende marktomstandigheden kan het noodzakelijk zijn om de bebouwing, de omgeving of het landschap een kwalitatieve impuls te geven. De ontwikkelingen zijn kleinschalig en organisch. Bij dit type ontwikkelingen zullen aanpassingen van de stedenbouwkundige structuur, functiewijzigingen en aanvullende maatregelen voor bereikbaarheid noodzakelijk zijn. Strategie: Stimuleren van investeringen door derden (verleiden) & verruiming van bestemmingplannen Rol gemeente: Ruimtelijke kaderstelling en faciliteren van (markt-) initiatieven Identiteitsdragers De opgaven bij de identiteitsdragers bestaan uit gewenste maatregelen, gericht op het versterken van de identiteit, kwaliteit en beleving van de openbare ruimte. De opgaven in de structuurvisie en het beleid in het gemeentelijk Groenstructuurplan en Waterplan vormen een belangrijke basis voor de gewenste kwaliteitsverbeteringen. Strategie: Stimuleren van investeringen door derden (verleiden) Rol gemeente: Initiëren, Beheren & loslaten

Uitleglocaties De gemeente kent geen (grootschalige) uitleglocaties. Ontwikkelingen infrastructuur Binnen de MIRT-verkenning Haaglanden zijn de gewenste ontwikkelingen op het gebied van verkeer en vervoer primair gericht op auto-infrastructuur. Bij dit type opgave koppelen we de ontwikkelingen op infrastructuur aan de ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente; de ruimtelijke structuur en de (majeure) gebiedsopgaven. Knooppuntontwikkelingen Dit type opgaven zijn gericht op het versterken van de koppeling tussen ruimtelijke ontwikkelingen en mobiliteit. Het gaat hierbij voornamelijk om ontwikkelingen in de nabijheid van stationslocaties. Visie- en beleidsontwikkeling rondom de openbaar vervoersknopen geeft een beeld van de wenselijkheid en haalbaarheid van ruimtelijke ontwikkelingen. Strategie: Stimuleren van investeringen door derden (verleiden) Rol gemeente: Ruimtelijke kaderstelling en faciliteren van (markt-) initiatieven Landschapsontwikkeling en functiewijziging Het gehele Buitengebied van de gemeente is gelegen binnen het Regiopark Duin Horst & Weide. De maatregelen zijn gericht op het verbeteren van de recreatieve waarde van het gebied en landschapsinrichting. Het betreft hier een regionale opgave. Het integrale eindbeeld is vastgelegd in het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Duin Horst & Weide met bijbehorend uitvoeringsprogramma.

Strategie: Stimuleren van investeringen door derden (verleiden) Rol gemeente: Initiëren, Beheren

Beheersgebieden De delen uit de structuurvisie die niet zijn gelegen binnen één van bovengenoemde ontwikkelingsgebieden, hebben meer het karakter van een beheersgebied. Dat wil niet zeggen dat er niets gebeurt, maar de ontwikkelingen zijn te typeren als ‘onderhoud’. Strategie: Stimuleren van investeringen door derden Rol gemeente: Beheren & Loslaten

3.3 Externe financiering Externe financiering kan een belangrijk instrument zijn om onze strategische doelstellingen te bereiken. Vanwege de (rijks) bezuinigingen zijn financiële middelen slechts beperkt beschikbaar of vallen ze zelfs weg. Dit geldt onder andere voor het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV), Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILG) en de brede doeluitkering (BDU) verkeer en vervoer. Bij het concretiseren van de financiële uitvoerbaarheid van de opgaven uit de structuurvisie zullen wij aansluiten bij de actuele ontwikkelingen. Een grote kans op externe financiering is afhankelijk van de mate waarin een project aansluit bij de doelstellingen en thema’s van hogere overheden. Hierbij zijn nieuwe vormen van samenwerking ook van belang. Leidschendam-Voorburg profileert zich als een aantrekkelijke, groene en duurzame woon-werkstad. Dit houdt in dat we beschikken over een duidelijke richtinggevende visie die steevast wordt uitgedragen. Hiermee kunnen we de kans op externe financiering vergroten.

Subsidies als middel Subsidies zijn financiële instrumenten van overheden waarmee maatschappelijke gewenste effecten gerealiseerd kunnen worden.

Uitvoeringsprogramma 15

De overheid betaalt op grond van het algemeen belang of bepaalde wenselijke effecten een deel van de kosten die de subsidieontvanger maakt. Subsidies dienen gezien te worden als middel, geen doel op zich. Het bieden van economische kansen, mogelijkheden voor recreatie, het ontwikkelen van een groen landschap, het beleven van cultuurhistorie en het zijn van een prettige woongemeente zijn vanuit subsidieoogpunt interessante speerpunten van het beleid. Deze thema’s sluiten aan bij de ambities die op Europees niveau zijn geformuleerd in de EU2020. De Europese ambities komen ook tot uiting in het Europese Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). In de komende jaren worden aan de hand van de Smart Specialisation Strategy doelstellingen geformuleerd. EFRO is nu al een belangrijk fonds voor de financiering van regionaal economisch beleid. Om economische kansen te bieden is het tevens noodzakelijk aan te sluiten bij de lange termijnagenda van de Zuidvleugel en Metropoolregio Rotterdam-Den Haag. Ook de provincie blijft een belangrijke partner in de ambities op het gebied van economisch duurzame landschappen en onderscheidend vestigingsklimaat. Het is daarom voor onze gemeente onder andere van belang om de identiteit en positionering actief te profileren naar hogere overheden.

16 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012

Stedelijk gebied pijler

gebiedsopgave/ identiteitsdrager

project/ programma

koppeling aan beleid

voorbereiding initiatief& uitvoering nemer(s)

samenwerkings partners

middel: lang: kort: 2012 - 2015 - 2025 2040 2025 2015

versterken groene woonstad

Voorburg-Noord & Bovenveen relatie met de identiteitsdragers: Entrée Utrechtsebaan, Spoorzone, Infra-as, Loozone

transformatie & herstructurering S1.a Herstructurering Bovenveen S1.b

Realisatie Waterspoorpark (deel Binckhorst Mariahoeve)

S1.c Betere inpassing van de Utrechtsebaan

V

U

gemeente/ corporatie

corporatie

gemeente

gemeente Den Haag, stadsgewest Haaglanden, waterschap

gemeente/ RWS

gemeente Den Haag, stadsgewest Haaglanden, ministerie van Infrastructuur & Milieu

V/U

U

gemeente/ private partijen

gemeente Voorschoten, provincie Zuid-Holland, ministerie van Infrastructuur & Milieu

GSP, VVP, LOP Duin Horst & Weide

V

U

betrokken gemeenten

stadsgewest Haaglanden, provincie Zuid-Holland

Woonvisie, GSP

V

U

U

private partijen

private partijen

GSP, Waterplan

S2.b Realisatie stad-landverbindingen S2.c Transformatie Schakenbosch

kwaliteitsverbetering openbare ruimte S3

Kwaliteitsverbetering openbare ruimte

GSP, Cultuurhistorische Analyse Vlietoevers

U

U

U

gemeente

private partijen, provincie Z-H

S3

Kaderstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen

GSP, Cultuurhistorische Analyse Vlietoevers

U

U

U

gemeente

private partijen, provincie Z-H

Woonvisie, sociaal beleid

V

U

zorginstelling (WZH)

zorginstelling

S3.a Herontwikkeling Sonneruyter

Loozone relatie met projecten/ gebieden: OudVoorburg, Julianabaan, CBS-locatie, Bovenveen, Goede Herderkerk

U

VVP, Waterplan, GSP

S2.a Transformatie Duivenvoordecorridor

Historisch lint relatie met projecten/ gebieden: OudVoorburg, Leidschendam-Centrum, Klein Plaspoelpolder, Duivenvoordecorridor, Schakenbosch, Buitengebied

GSP, Waterplan

U

transformatie

Schakenbosch-Duivenvoordecorridor relatie met de identiteitsdragers: Historisch lint, Centrale Groenzone, Spoorzone, Vlietoevers, Stadsrand

V

Woonvisie, Economie

kwaliteitsverbetering openbare ruimte S4

Kwaliteitsverbetering openbare ruimte

GSP, Waterplan, Economie

V

U

U

gemeente

stadsgewest Haaglanden, waterschap Delfland

S4

Kaderstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen

GSP, Waterplan, Economie

V

U

U

gemeente

stadsgewest Haaglanden, waterschap Delfland

Uitvoeringsprogramma 17

Stedelijk gebied pijler

gebiedsopgave/ identiteitsdrager

project/ programma

koppeling aan beleid

voorbereiding initiatief& uitvoering nemer(s)

samenwerkings partners

middel: lang: kort: 2012 - 2015 - 2025 2040 2025 2015

Verbeteren economische kansen en versterken groene woonstad voorzieningenstructuur

Centrale Groenzone Voorburg-Noord & Bovenveen projecten/gebieden: relatie met de identiteitsdragers: MIRT-opgave Entrée Sijtwende, Leidsenhage, Zurich-locatie, Fugro Utrechtsebaan, Spoorzone, Infra-as, Loozone

kwaliteitsverbetering openbare ruimte transformatie & herstructurering S5 Kwaliteitsverbetering openbare ruimte S1.a Herstructurering Bovenveen

Groenstructuurplan, Waterplan, VVP Woonvisie, Economie

V

U V

U U

gemeente gemeente/ corporatie

private partijen corporatie

S5

Groenstructuurplan, Waterplan, VVP GSP, Waterplan Sportnota

V U V

U

U

gemeente

private partijen gemeente Den Haag, stadsgewest Haaglanden, waterschap private partijen

Kaderstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen Realisatie Waterspoorpark (deel Binckhorst S1.b S5.a Mariahoeve) Nieuwbouw zwembad De Fluit

Infra-as relatie met projecten/gebieden: stationslocatie Voorburg, MIRT-opgave Sijtwende, Schakenbosch-Duivenvoordecorridor Leidsenhage, Schakenbosch, relatie met de identiteitsdragers: Historisch lint, Duivenvoordecorridor Centrale Groenzone, Spoorzone, Vlietoevers, Stadsrand

S6

Leidsenhage

Leidschendam-Zuidzone

relatie met de identiteitsdragers: Historisch lint, Voorzieningen-as, Entree Sijtwende, Vlietzone/ Loozone Vlietoevers, A4-passage, Stadsrand relatie met projecten/ gebieden: OudVoorburg, Julianabaan, CBS-locatie, Bovenveen, Goede Herderkerk

Kwaliteitsverbetering transformatie openbare ruimte

S2.a Transformatie Duivenvoordecorridor S6 Kaderstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen S2.b Realisatie stad-landverbindingen

GSP, Waterplan Regionaal Verkeers- en vervoersplan, VVP, ontwikkelingen Duivenvoordecorridor, GSP, VVP, LOP Duin Horst & Schakenbosch Weide

S2.c Transformatie Schakenbosch

Woonvisie, GSP

Historisch lint relatie met projecten/ gebieden: Oudrelatie met de identiteitsdragers: Infra-as, Voorburg, Leidschendam-Centrum, Klein Centrale Groenzone, Voorzieningen-as, Entree Plaspoelpolder, Duivenvoordecorridor, Sijtwende Schakenbosch, Buitengebied

V

U

gemeente/ RWS

gemeente Den Haag, stadsgewest Haaglanden, ministerie van Infrastructuur & Milieu

V

U

U

gemeente

Stedenbaan en private partijen

V/U

U

V V

U U

U

gemeente betrokken gemeenten

V

U

U

private partijen

private partijen

U V/U U

U U U

U U U

gemeente

private partijen, provincie Z-H

private partijen gemeente

eigenaren, winkeliers, beleggers private partijen, provincie Z-H

V U

U

zorginstelling (WZH)

zorginstelling

gemeente/ private partijen

vastgoedbeleggers, private partijen

gemeente gemeente

corporaties, Haaglanden, private partijen stadsgewest waterschap Delfland private partijen stadsgewest Haaglanden, waterschap Delfland private partijen

kwaliteitsverbetering openbare ruimteVVP, Waterplan, GSP S1.c Betere inpassing van de Utrechtsebaan Regionaal Verkeers- en vervoersplan, VVP, ontwikkelingen Duivenvoordecorridor, Schakenbosch

kwaliteitsverbetering openbare ruimte centrumontwikkeling S3 S7 S3

Kwaliteitsverbetering openbare ruimte Uitwerken 'Regionaal Winkelparadijs' (kwaliteitsverbetering en herontwikkeling) Kaderstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen

GSP, Cultuurhistorische Analyse Vlietoevers Integrale uitgangspunten Leidsenhage GSP, Cultuurhistorische Analyse Vlietoevers

centrumontwikkeling & transformatie Woonvisie, sociaal beleid

S3.a Herontwikkeling Sonneruyter S8.a Uitvoering Masterplan Leidschendam-Centrum

Masterplan LeidschendamCentrum

S8.b S4 S8.c S4 S8.d

Economie, Woonvisie, GSP, Waterplan, VVP Economie GSP, Waterplan, Economie, Woonvisie, GSP,Waterplan GSP, Waterplan, Economie Economie, Woonvisie, GSP, Waterplan

kwaliteitsverbetering openbare ruimte

Ontwikkelingen Leidschendam-Zuid Kwaliteitsverbetering openbare ruimte Transformatie Klein Plaspoelpolder Kaderstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen Transformatie De Star

S8.e Transformatie/ Herstructurering Overgoo

18 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012

Economisch beleid, Woonvisie, Groenstructuurplan, Waterplan, actualisatie VVP

gemeente gemeente

U

U V V V

U U U V V

gemeente/ private partijen

U U U U U

gemeente/ private partijen gemeente gemeente/ private partijen

gemeente/ private partijen

gemeente Voorschoten, provincie Zuid-Holland, ministerie van Infrastructuur & Milieu Stedenbaan en private partijen stadsgewest Haaglanden, provincie Zuid-Holland

private partijen, Rijkswaterstaat, Ministerie van Infrastructuur & Milieu, stadsgewest Haaglanden, gemeente Den Haag, provincie Zuid-Holland

Stedelijk gebied pijler

gebiedsopgave/ identiteitsdrager

project/ programma

koppeling aan beleid

voorbereiding initiatief& uitvoering nemer(s)

samenwerkings partners

middel: lang: kort: 2012 - 2015 - 2025 2040 2025 2015

Verbeteren regionale versterken groene woonstad bereikbaarheid

Voorzieningen-as& Bovenveen Voorburg-Noord

relatie en gebieden: relatie met met projecten de identiteitsdragers: Entrée Buitengebied, Leidschendam-Centrum, Utrechtsebaan, Spoorzone, Infra-as, Loozone Leidsenhage, De Heuvel, Gemeentehuis, MHC, Spoorpark

kwaliteitsverbetering openbare ruimte transformatie & herstructurering Kwaliteitsverbetering openbare ruimte, S9.a S1.a kaderstellend Herstructurering Bovenveen voor ruimtelijke ontwikkelingen

Economie, Woonvisie, GSP, Woonvisie, VVP Economie Waterplan,

V

Centrale gemeente LeidschendamRealisatiehuisvesting Waterspoorpark (deel Binckhorst S9.b S1.b Voorburg Mariahoeve)

programma Bestuur, GSP, Waterplan2010-2014 coalitieakkoord

V/U U

S9.c Transformatie & renovatie De Heuvel S1.c Betere inpassing van de Utrechtsebaan S9.d Herontwikkeling Mariënpark

Economie, Woonvisie, sociaal beleid VVP, Waterplan, GSP Woonvisie, sociaal beleid

V/U U

Voorburg, Klein relatie met Leidschendam-Centrum, projecten en gebieden: Overgoo, Plaspoelpolder, Duivenvoordecorridor, herinrichting kruispunten met Centrale as en Schakenbosch, Buitengebied Infra-as

Loozone relatie met projecten/ gebieden: OudEntrée Utrechtsebaan Voorburg, Julianabaan, CBS-locatie, Bovenveen, relatie projecten en gebieden: Goedemet Herderkerk stationslocatie Voorburg, Voorburg-Noord, Oud-Voorburg, Vlietzone

U V

U U

U

gemeente/ partijen gemeente/ private corporatie

private partijen corporatie

gemeente gemeente

gemeente Den Haag, stadsgewest private partijen Haaglanden, waterschap

gemeente/ corporaties

private partijen, zorginstellingen gemeente Den Haag, stadsgewest Haaglanden, ministerie van Infrastructuur corporatie & Milieu zorginstelling,

gemeente/ RWS zorginstelling

transformatie

Schakenbosch-Duivenvoordecorridor

relatie met de identiteitsdragers: Historisch lint, Centrale Groenzone, Spoorzone, Vlietoevers, GSP,knooppuntontwikkeling Waterplan S2.a Transformatie Duivenvoordecorridor V/U Spoorzone kwaliteitsverbetering openbare ruimte/ Stadsrand relatie met projecten en gebieden: GSP, VVP, LOP Duin Horst & stationslocaties, Voorburg-Noord, Bovenveen, S2.b Realisatie stad-landverbindingen V StedenbaanPlus, Economie, VVP Weide S10.a Ontwikkeling StedenbaanPlus-station Essesteijn, Schakenbosch, Woonvisie, GSP Duivenvoordecorridor S2.c Transformatie Schakenbosch V

Historisch lint relatie met projecten/ gebieden: OudEntree Sijtwende

U V

S10.b Knooppuntontwikkeling rondom OV haltes kwaliteitsverbetering openbare ruimteStedenbaanPlus, Economie, VVP S3

kwaliteitsverbetering openbare Kwaliteitsverbetering openbare ruimte ruimteVlietoevers

S3 Ongelijkvloerse Kaderstelling voor ruimtelijke ontwikkelingen S11.a kruisingen Sijtwende

U

gemeente/ private partijen

gemeente Voorschoten, provincie Zuid-Holland, ministerie van Infrastructuur & Milieu stadsgewest Haaglanden, provincie Stedenbaan, stadsgewest Zuid-Holland Haaglanden

U V

U

betrokken gemeenten Stedenbaan

U

U

private partijen

private partijen Stedenbaan, stadsgewest Haaglanden

V

U

gemeente/ stadsgewest

GSP, Cultuurhistorische Analyse

U

U

U

gemeente

GSP, Cultuurhistorische MIRT Haaglanden, RVVP,Analyse Vlietoevers VVP actualisatie

U V

U

U

gemeente

V

U

Woonvisie, sociaal beleid S3.a Herontwikkeling Sonneruyter MIRT Haaglanden, RVVP, Onderzoek multimodale knoop Overgoo, verkeers-en S11.b kwaliteitsverbetering openbare ruimtegemeentelijk inclusief entreekwaliteit Leidschendam vervoersplan

zorginstelling (WZH)

V

U

gemeente

private partijen, provincie Z-H Rijkswaterstaat, stadsgewest Haaglanden, provincie Zuidprivate partijen, provincie Z-H Holland, Ministerie van Infrastructuur & Milieu zorginstelling stadsgewest Rijkswaterstaat, Haaglanden, provincie ZuidHolland, Ministerie van Infrastructuur & Milieu stadsgewest Haaglanden, waterschap Delfland

Kwaliteitsverbetering openbare ruimte infrastructuuropgave

GSP, Waterplan, Economie

V

U

U

gemeente

S4 Verbetering Kaderstellingentreekwaliteit voor ruimtelijke ontwikkelingen S12

GSP, Waterplan, Economie VVP

V

U V

U U

gemeente gemeente

stadsgewest Haaglanden, Rijkswaterstaat, stadsgewest waterschap Delfland Haaglanden, gemeente Den Haag

S12.a OV-knoop Voorburg

VVP

U

gemeente

stadsgewest Haaglanden, HTM, Veolia

S4

Uitvoeringsprogramma 19

Vlietzone pijler

gebiedsopgave/ identiteitsdrager

project/ programma

koppeling aan beleid

voorbereiding initiatief& uitvoering nemer(s)

samenwerkings partners

Verbeteren regionale bereikbaarheid

Versterken groene woonstad

middel: lang: kort: 2012 - 2015 - 2025 2040 2025 2015

Vlietzone relatie met projecten en gebieden: regionale opgave, LOP Duin, Horst en Weide, A4parallel structuur, Rotterdamsebaan, Rijnlandroute

landschapsontwikkeling & transformatie V1

Vlietoevers relatie met projecten en gebieden: Vlietzone (regionaal), Leidschendam Centrum/ Leidschendam-Zuid, 3e oeververbinding, Stadsrand, Buitengebied

Regionaal Structuurplan, Provinciale Structuurvisie, GSP

V

U

Den Haag/ gemeente

stadsgewest Haaglanden, provincie Zuid-Holland, gemeente Den Haag, gemeente Rijswijk

U

U

gemeente, private partijen

stadsgewest Haaglanden, provincie Zuid-Holland, gemeente Den Haag, gemeente Rijswijk

zorginstelling (WZH)

zorginstelling, corporatie

private partijen

private partijen

kwaliteitsverbetering openbare ruimte & transformatie Opstellen uitgangspunten voor excellente woonmilieus aan de Vliet, incl. openbaarheid oevers

GSP, Waterplan, Woonvisie

V

V2.a Herontwikkeling Rustoord

Woonvisie, sociaal beleid

U

V2.b Herontwikkeling Hokatex/ Eemwijk

Cultuurhistorische Analyse Vlietoevers, Woonvisie, GSP

V/U

U

V2

A4-passage relatie met: multimodale knoop Overgoo, entree Leidschendam, Vlietzone, Buitengebied, MIRT-opgaven

Transformatie Vlietzone

infrastructuuropgave MIRT-opgave Haaglanden: 'Inprikkers' Rotterdamsebaan, Utrechtsebaan, V3 Sijtwendecorridor en Rijnlandroute en parallelstructuur A4

MIRT Haaglanden, VVP

V

U

U

RWS

Rijkswaterstaat, stadsgewest Haaglanden, gemeente Den Haag, provincie Zuid-Holland

V4

MIRT Haaglanden, VVP

V

U

U

gemeente

Rijkswaterstaat, stadsgewest Haaglanden, gemeente Den Haag, provincie Zuid-Holland

3e oeververbinding

20 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012

Buitengebied pijler

gebiedsopgave/ identiteitsdrager

project/ programma

koppeling aan beleid

voorbereiding initiatief& uitvoering nemer(s)

samenwerkings partners

kort: middel: lang: 2012 - 2015 - 2025 2015 2025 2040

Verbeteren regionale bereikbaarheid

Verbeteren economische kansen en voorzieningenstructuur

Versterken groene woonstad

Buitengebied relatie met de identiteitsdragers: stadsrand, polderlinten, Regiopark Duin, Horst & Weide

landschapsontwikkeling & transformatie B1.a

Realisatie recreatief knooppunt (De Drie Molens)

Economie, LOP Duin, Horst & Weide, gebiedsvisie Stompwijk

U

B1.b

Realisatie waterbergingsopgave & waterrecreatie Nieuwe Driemanspolder

GSP, Waterplan, provinciale structuurvisie, LOP Duin, Horst & Weide

V

U

B1.c

Invullen ontwikkellocaties Stompwijk

Gebiedsvisie Stompwijk

V

U

V

U

LOP Duin Horst & Weide

U

U

Gebiedsvisie Stompwijk, Greenportvisie Westland Oostland

V

U

Woonvisie, gebiedsvisie Stompwijk

U

Stadsrand relatie met projecten en gebieden: Regiopark Duin, Horst & Weide, Duivenvoordecorridor, Schakenbosch, De Star, Nieuwe Driemanspolder

Europese Unie, Rijk, provincie Zuid-Holland, stadsgewest Haaglanden, particulieren

gemeente/ waterschap

provincie Zuid-Holland, stadsgewest Haaglanden, gemeente Zoetermeer, waterschap

U

private partijen

private partijen, corporaties

U

gemeente

Pact van Duivenvoorde, Provincie Zuid-Holland, Stadsgewest Haaglanden.

Pact van Duivenvoorde

stadsgewest Haaglanden, provincie Zuid-Holland, private partijen

private partijen

private partijen, provincie ZuidHolland

gemeente

onderwijsinstellingen, kinderopvang, maatschappelijke organisaties Stompwijk

gemeente

private partijen

gemeente

provincie Zuid-Holland, stadsgewest Haaglanden, Hoogheemraadschap Rijnland

gemeente

private partijen, provincie ZuidHolland

kwaliteitsverbetering openbare ruimte B2

Regiopark Duin, Horst en Weide relatie met: Buitengebied, Vlietzone, Stedelijk gebied

gemeente

Kwaliteitsverbetering Stadsrand(en)

LOP Duin Horst & Weide

kwaliteitsverbetering openbare ruimte B3

uitvoering LOP

Glastuinbouwconcentratiegebied

herstructurering

relatie met: Polderlinten

B4

herstructurering tot duurzaam glastuinbouwgebied

Kern Stompwijk

U

functieverandering

relatie met: Polderlinten B5

realisatie Kulturhus

Polderlinten

kwaliteitsverbetering openbare ruimte

relatie met: kern Stompwijk, Glastuinbouwconcentratiegebied

B6.a

Versterken recreatief & cultuurhistorisch karakter van de polderlinten

gebiedsvisie Stompwijk, LOP Duin, Horst & Weide

Realisatie 1e fase rondweg glastuinbouwgebied Stompwijk, incl. reconstructie Stompwijkseweg/Dr. v. Noordweg

economisch beleid, LOP Duin Horst & Weide

B6.b

Onderzoek 2e fase rondweg

B6.c glastuinbouwgebied Stompwijk

Gebiedsvisie Stompwijk

V

V

U

U

V

U

Uitvoeringsprogramma 21

22 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012

4 Kostenverhaal 4.1 Inleiding

4.2 Bovenwijkse voorzieningen & bovenplanse verevening

Per 1 juli 2008 is in de afdeling 6.4 Grondexploitatie van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) een nieuw kostenverhaalstelsel vastgelegd. In de bijlage ‘Begrippenlijst Kostenverhaal’ worden de begrippen die in dit hoofdstuk worden gebruikt nader omschreven. De nieuwe wet verplicht gemeenten de kosten, die zij moeten maken voor het faciliteren in de realisatie van bouwplannen, te verhalen op de eigenaren van de grond (particuliere grondexploitant of private partij). Naast de mogelijkheid om kosten die binnen een exploitatiegebied gemaakt worden te verhalen, biedt de Wro gemeenten ook de mogelijkheid om bovenplanse kosten (die dus buiten een exploitatiegebied vallen) te verhalen en te verevenen. Als de gemeente deze bovenplanse verevening wil toepassen moet in de structuurvisie de basis worden gelegd voor de regels. In deze paragraaf van het uitvoeringsprogramma wordt nader ingegaan op het onderdeel kostenverhaal in relatie tot de structuurvisie. Bij de uitwerking van de uitvoeringsparagraaf naar dit uitvoeringsprogramma is nader onderzocht of bovenplanse verevening via fondsvorming en/of via een bijdrage aan de ruimtelijke ontwikkeling mogelijke instrumenten zijn om toe te passen binnen de gemeente Leidschendam-Voorburg.

De gemeente Leidschendam-Voorburg wil zich meer als regiegemeente profileren en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, passend binnen de gemeentelijke structuurvisie, faciliteren. Dit heeft ook gevolgen voor de wijze waarop het kostenverhaal van bovenwijkse voorzieningen en bovenplanse verevening is ingestoken. Bij actief grondbeleid vindt het kostenverhaal van bovenwijkse voorzieningen en bovenplanse verevening plaats via de gronduitgifte. De kosten van toekomstig onderhoud van de openbare ruimte mag echter niet in rekening worden gebracht, vanwege het ontbreken van de wettelijke basis. Bij faciliterend grondbeleid geeft de gemeente geen bouwrijpe gronden uit, waardoor zij geen inkomsten heeft, en vindt kostenverhaal op een andere wijze plaats. Dit kan door gebruik te maken van de mogelijkheden die de Wro biedt om kosten van bovenwijkse voorzieningen en bovenplanse verevening te verhalen op private partijen. Ook kunnen bij anterieure overeenkomsten bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen worden gevraagd. 4.2.1 Bovenwijkse voorzieningen Om de kosten van bovenwijkse voorzieningen te kunnen verhalen is het niet noodzakelijk dat er een onderbouwing plaatsvindt in een structuurvisie, omdat verhaal van deze kosten via de kostensoortenlijst afdwingbaar is.

Uitvoeringsprogramma 23

4.2.2 Bovenplanse verevening door fondsvorming Het bovenplans verevenen kan worden omschreven als het verevenen van de winst van de ene grondexploitatie met het verlies van een andere grondexploitatie, waardoor voor de beide locaties tezamen sprake is van een sluitende c.q. minder verlieslatende grondexploitatie. Artikel 6.13 lid 7 Wro bepaalt dat bovenplanse kosten voor meerdere locaties of gedeeltes daarvan in de exploitatieopzet kunnen worden genomen. Dat kan in de vorm van een fondsbijdrage. Deze wetsbepaling stelt één eis, te weten dat er voor deze locaties of gedeeltes daarvan een structuurvisie moet zijn vastgesteld, welke aanwijzingen geeft over de besteding die ten laste van het fonds kunnen komen. Er moet dus een fonds zijn gevormd en uit de structuurvisie moet duidelijk worden op welke wijze de gelden van het fonds kunnen worden aangewend ten behoeve van andere locaties. De gebiedsontwikkelingen moeten een functionele en ruimtelijke relatie hebben. Deze vorm van bovenplanse verevening is afdwingbaar. 4.2.3

Beperkingen toepasbaarheid bovenplans verevenen door fondsvorming De Wro geeft voor bovenplanse verevening een wettelijke basis, maar voor de toepassing ervan bestaan onduidelijkheden en beperkingen. Ten eerste kan bovenplans verevenen door fondsvorming alleen via een exploitatieplan en als wordt voldaan aan de 3 wettelijke criteria: profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit. • Het gaat bij het profijtbeginsel in de Wro ten eerste om de vraag of een exploitatiegebied of gedeelte daarvan profijt heeft van de werken, werkzaamheden en maatregelen waarvoor kosten worden verhaald. Het gaat erom dat het exploitatiegebied daarvan nut moet ondervinden oftewel baat moet hebben.

24 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012

•

Ten tweede is er de vraag naar de toerekenbaarheid. Bestaat er causaal verband, met andere woorden: zouden de kosten niet worden gemaakt zonder het plan? • Als deze twee vragen bevestigend zijn beantwoord, komt het derde criterium aan bod, namelijk de proportionaliteit: in hoeverre moeten kosten in evenredigheid in de exploitatieopzet worden opgenomen? Deze vereisten beperken de mogelijkheden voor een bovenplanse verevening via het exploitatieplan aanzienlijk. Ten tweede is het toepassen van bovenplanse verevening via fondsvorming alleen mogelijk via een exploitatieplan. Dit betekent dat bij een ruimtelijk besluit waarin bouwplannen juridisch-planologisch mogelijk worden gemaakt een exploitatieplan vastgesteld moet worden1). De wetgever heeft een voorkeur voor verhaal van kosten via een anterieure overeenkomst. De gemeente LeidschendamVoorburg heeft eveneens een voorkeur voor verhaal van kosten via een anterieure overeenkomst vanwege: • een exploitatieplan moet jaarlijks worden herzien; • kosten voor het opstellen en herzien van een exploitatieplan • verrekening van de kosten. Als het de gemeente Leidschendam-Voorburg alleen maar gaat om de toerekening aan een fonds, dan kan het ook nog wel eens zijn dat de kosten die we moeten maken voor het vaststellen van het exploitatieplan niet opwegen tegen de opbrengsten ten behoeve van het fonds.

Zeker als de in de structuurvisie opgenomen ontwikkelingen niet van de grond komen, en er dus geen inkomsten zijn. Ten derde is in artikel 6.16 Wro bepaald dat de omvang van het kostenverhaal gemaximeerd is tot het niveau van de totale opbrengsten indien er sprake is van een exploitatietekort (kosten zijn hoger dan de opbrengsten).

bij een bestemmingsplan, wijzigingsplan en een omgevingsvergunning. 1)

Dit heeft als gevolg dat de gemeente de toerekening zelf moet betalen op grond van het bepaalde in dat artikel. Tot slot bestaat er twijfel of deze wettelijke regeling een voldoende basis biedt voor het met succes kunnen toepassen van bovenplanse verevening2). 4.2.4

Bovenplanse verevening door bijdrage aan de ruimtelijke ontwikkeling Een structuurvisie kan ook noodzakelijk zijn om kosten op basis van anterieure overeenkomsten te verhalen via een financiele bijdrage in zogenaamde ‘ruimtelijke ontwikkelingen’ (artikel 6.24 lid 1sub a Wro). Het gaat om een financiële bijdrage, opgenomen in een anterieure overeenkomst, ten bate van ruimtelijke ontwikkelingen in een ander gebied zoals bijdragen aan natuur, recreatie, waterberging en infrastructuur. Een duidelijk verschil met het instrument bovenplanse verevening is dat een bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen niet hoeft te voldoen aan de criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit. Het vragen van een financiele bijdrage voor ruimtelijke ontwikkelingen kan uitsluitend op vrijwillige basis via het onderhandelingstraject tussen de gemeente en een private partij. Afdwingbaar kostenverhaal via de publiekrechtelijke weg (exploitatieplannen) is voor een bijdrage in ruimtelijke ontwikkelingen niet mogelijk. Voorwaarde is dat de ruimtelijke ontwikkelingen in een structuurvisie zijn vastgelegd. Daarbij moet de ruimtelijke en functionele relatie tussen de te ontwikkelen rode (woningen of ander vastgoed) functie (de kostendrager) en de ruimtelijke ontwikkeling inzichtelijk worden gemaakt. onderzoeksrapport ‘Financieringsmiddelen uit gebiedsontwikkeling en bestemmingswijzigingen’ d.d.

2 maart 2010 door ECORYS Nederland BV in samenwerking VD2 Advies BV in opdracht van Ministerie van VROM. 2)

Beperking toepasbaarheid verevening door bijdrage aan de ruimtelijke ontwikkeling Kenmerkend voor het verhaal van een bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen is dat dit alleen kan op basis van vrijwilligheid en het

alleen kan plaatsvinden via een anterieure overeenkomst. Als een private partij niet bereid is een financiële bijdrage te doen, kan de gemeente dat niet juridisch afdwingen en moet de gemeente zien te voorkomen dat er sprake is van betaalplanologie. Gelet op de huidige economische en financiële crisis en de crisis in de vastgoedsector zullen private partijen niet bereid en/of in staat zijn een vrijwillige bijdrage te doen in de ruimtelijke ontwikkeling.

Conclusies ten aanzien van toepassing bovenplanse verevening via fondsvorming Op basis van de genoemde argumenten heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg in dit uitvoeringsprogramma als onderdeel van de structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, Herijking 2012 geen fondsen benoemd ten behoeve van de bovenplanse verevening volgens artikel 6.13 lid 7 Wro. De gemeente Leidschendam-Voorburg zal daarom in exploitatieplannen geen bijdrage voor bovenplanse kosten (bovenplanse verevening door fondsvorming) opnemen.

Conclusie ten aanzien van verevening door bijdrage aan ruimtelijke ontwikkeling Op dit moment zal de gemeente Leidschendam-Voorburg geen bijdragen in de ruimtelijke ontwikkelingen verhalen, gelet op de genoemde argumenten in paragraaf 4.2.5. Dit instrument is dan ook geen onderdeel van voorliggend uitvoeringsprogramma. Om in de situatie dat dit wel gewenst en mogelijk is een ruimtelijke bijdrage te kunnen vorderen, kan de gemeente Leidschendam-Voorburg de volgende fondsen instellen: • fonds voor sociale woningbouw • fonds voor groen en water • parkeerfonds

4.2.5

Wij willen deze mogelijkheden openhouden en zullen bij de herijking van voorliggend uitvoeringsprogramma, bekijken of er aanleidingen ontstaan om één of meer van de genoemde fondsen in te stellen.

Uitvoeringsprogramma 25

I

Toelichting bij tabel uitvoeringsprogramma

In het schema op pagina 17 - 21 is het uitvoeringsprogramma, voor wat betreft de concrete projecten en activiteiten, geformuleerd voor de korte, middellange en lange termijn. In de tabel is een onderscheid gemaakt naar ruimtelijke opgaven uit de structuurvisie.

Koppeling aan beleid

Hierbij volgt een beknopte toelichting van de gebruikte velden in de tabel.

Hier geven we aan op welke termijn moet worden gestart met het project en/of programma (V: Voorbereiding) )en een indicatie van de uitvoeringstermijnen (U: Uitvoering). Dit houdt in dat projecten waarbij de instrumenten ‘beleidsontwikkeling’ of ‘visievorming/ ontwerp’ worden gehanteerd op genoemde termijn beginnen met het ontwikkelen van beleid of het opstellen van een visie of ontwerp en pas op langere termijn zullen worden uitgevoerd. Het is ook mogelijk dat een haalbaarheidsonderzoek aantoont dat een ontwikkeling niet haalbaar is.

Pijler De ruimtelijke opgaven zijn verdeeld naar de in de herijking geformuleerde drie pijlers. Deze pijlers dienen als basis voor de duurzame stedelijke ontwikkeling tot 2040 en geven richting aan de ruimtelijke en programmatische opgaven.

Gebiedsopgave/ Identiteitsdrager De genoemde gebiedsopgaven en/of identiteitsdragers zijn voor het stedelijk gebied, Vlietzone en buitengebied steeds ondergebracht onder één van de drie pijlers. De gestelde opgaven bij zowel de gebieden als de identiteitsdragers zijn gericht op het versterken van de identiteit, kwaliteit en beleving van de stedelijke ruimte.

Project/ programma In deze kolom zijn de concrete projecten/maatregelen en acties genoemd die bijdragen aan de gestelde ambities voor de integrale opgaven en identiteitsdragers. Deze projecten hebben een projectnummer en zijn terug te vinden op de kaart op pagina 22.

26 Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012

Deze kolom beschrijft de beleidsmatige verankering (verschillende schaalniveaus) van het genoemde project of ruimtelijk programma.

Voorbereiding & uitvoering

Initiatiefnemer(s) In deze kolom geven we aan wie er een initiërende rol heeft in de gestelde opgave.

Samenwerkingspartners Deze kolom geeft een overzicht van de (mogelijk) benodigde samenwerkingspartners bij het specifiek genoemde project. De haalbaarheid van realisatie zal in de verkennings- en/of planstudiefase met genoemde partners gezamenlijk in beeld moeten worden gebracht.

voorbeeld tabel

Stedelijk gebied pijler

gebiedsopgave/ identiteitsdrager

project/ programma

koppeling aan beleid

voorbereiding initiatief& uitvoering nemer(s)

samenwerkings partners

middel: lang: kort: 2012 - 2015 - 2025 2040 2025 2015

ken groene woonstad

Voorburg-Noord & Bovenveen relatie met de identiteitsdragers: Entrée Utrechtsebaan, Spoorzone, Infra-as, Loozone

transformatie & herstructurering S1.a Herstructurering Bovenveen S1.b

Realisatie Waterspoorpark (deel Binckhorst Mariahoeve)

S1.c Betere inpassing van de Utrechtsebaan

Schakenbosch-Duivenvoordecorridor relatie met de identiteitsdragers: Historisch lint, Centrale Groenzone, Spoorzone, Vlietoevers, Stadsrand

V

Woonvisie, Economie

GSP, Waterplan

U

U V

VVP, Waterplan, GSP

U

gemeente/ corporatie

corporatie

gemeente

gemeente Den Haag, stadsgewest Haaglanden, waterschap

gemeente/ RWS

gemeente Den Haag, stadsgewest Haaglanden, ministerie van Infrastructuur & Milieu

transformatie V/U

U

gemeente/ private partijen

gemeente Voorschoten, provincie Zuid-Holland, ministerie van Infrastructuur & Milieu

GSP, VVP, LOP Duin Horst & Weide

V

U

betrokken gemeenten

stadsgewest Haaglanden, provincie Zuid-Holland

Woonvisie, GSP

V

U

private partijen

private partijen

S2.a Transformatie Duivenvoordecorridor

GSP, Waterplan

S2.b Realisatie stad-landverbindingen S2.c Transformatie Schakenbosch

Uitvoeringsprogramma 27

U

II

Begrippenlijst kostenverhaal

Anterieure overeenkomst: overeenkomst tussen gemeente en particuliere eigenaar over grondexploitatie, gesloten vóór de vaststelling van een planologische maatregel. Bovenplanse kosten: in artikel 6.13 lid 7 Wro wordt gesproken van bovenplanse kosten, zonder dat dit in de Wro is gedefinieerd. Genoemd artikellid is via het amendement Irrgang in de Wro terechtgekomen. Het amendement is als volgt toegelicht: “Het amendement beoogt een samenhangende ontwikkeling van verschillende locaties mogelijk te maken, op grond van een structuurvisie waar de samenhang duidelijk in wordt beschreven, zonder dat gemeenten gedwongen worden om al die locaties in 1 grondexploitatie onder te brengen. Dat kan aan de orde zijn wanneer over de meeste locaties wel vrijwillige afspraken gemaakt kunnen worden maar over 1 of 2 niet. Dan leidt het onderbrengen van alle locaties onder het regime van de grondexploitatiewet tot onnodige bureaucratisering. In het geval van een samenhangende ontwikkeling waarbij meerdere gemeenten betrokken zijn, houdt 1 grondexploitatie een groot bestuurlijk risico in. Bovendien kennen de verschillende locaties vaak een verschillend ontwikkeltempo.

Om dergelijke redenen kan het opportuun zijn om uit te gaan van gescheiden grondexploitaties, maar wel een vorm van bovenplanse verevening toe te passen.” Uit de toelichting op het amendement volgt dat de indiener van het amendement met bovenplanse kosten heeft bedoeld te stellen “bovenplanse verevening”.

Bovenplanse verevening: in de Wro ontbreekt een definitie van dit begrip. In de praktijk gaat het over het verevenen van de winst van de ene grondexploitatie met het verlies van een andere grondexploitatie, waardoor voor de beide locaties tezamen sprake is van een sluitende c.q. minder verlieslatende exploitatie. Bovenwijkse voorzieningen: het begrip is niet in de wet gedefinieerd. Wel volgt uit de definitie van voorzieningen dat een bovenwijkse voorziening altijd moet voorkomen op de lijst van voorzieningen, zoals omschreven in artikel 6.2.5 Bro. Vanuit de toepassing van de criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit kan worden gesteld dat een voorziening een “bovenwijks” karakter heeft, indien de uitkomst van de drie criteria ertoe leidt dat de kosten van de voorziening niet voor 100 % ten laste van 1 exploitatieplan (i.c. exploitatiegebied) kunnen worden gebracht. Daarbij is het niet relevant of de voorziening binnen dan wel buiten het exploitatiegebied is gelegen (Zie hiervoor artikel 6.2.4 c en e Bro in relatie tot artikel 6.13 lid 6 Wro). Bijdrage aan ruimtelijke ontwikkeling: financiële vergoeding aan de gemeente voor in een vastgestelde structuurvisie vastgelegde ruimtelijke ontwikkelingen, als bedoeld in artikel 6.24, lid 1, sub a Wro.

Exploitatiegebied: als zodanig aangewezen gebied in het exploitatieplan. Exploitatieplan: plan als bedoeld in artikel 6.12 Wro. Kostensoortenlijst: De kostensoortenlijst is de nadere omschrijving van de tot de grondexploitatie behorende kostensoorten die bij de toepassing van het publiekrechtelijk kostenverhaal kunnen worden verhaald. Deze lijst is opgenomen in artikel 6.2.3 tot en met 6.2.6 Bro. Op de kostensoortenlijst staan niet de kosten van toekomstig onderhoud en beheer (van voorzieningen van openbaar nut). Posterieure overeenkomst: overeenkomst tussen gemeente en particuliere eigenaar over grondexploitatie, gesloten na de vaststelling van een exploitatieplan Voorzieningen: Begrip is wettelijk vastgelegd. In artikel 6.2.5 Bro is een limitatieve opsomming van het begrip voorzieningen opgenomen. De kosten van de aanleg van voorzieningen behoren tot de kosten van de grondexploitatie (zie artikel 6.2.4 sub c en e Bro)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=d262966d-a281-4e0b-a18f-1293d48eb0f1