CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2552 Bijlage van het Ruimtelijk kader - Cultuurhistorische verkenning Emmastraatcomplex.pdf

Raadsvergadering 25 januari 2022, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: Ruimtelijk kader Emmastraatcomplex.5.402 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 – Cultuurhistorische verkenning zoals vastgesteld door raad op 4 december 2020

Erratum Cultuurhistorische verkenning gemeente Leidschendam Voorburg nav reactie bewoners 2021 Omdat na het verschijnen van het eindrapport interessante informatie is gedeeld door bewoners èn enkele fouten zijn geconstateerd, kiest de gemeente Leidschendam‐Voorburg ervoor deze kennis te delen via deze oplegger bij het rapport. ‐ ‐

‐

Op blz 8 ontbreekt abusievelijk Oranje Nassaustraat 1c. In het rapport staat niet duidelijk dat het in totaal gaat om 93 woningen plus 3 winkelhuizen. (oud)bewoners van de wijk en de publicatie van 75 jaar Oranjekwartier (1936‐2011) van de Oranjevereniging vermelden het volgende over de winkels:  Emmastraat 1 was een melkwinkel. Eerst van Van Nierop, daarna Duindam.  Oranje Nassaustraat 21 was ooit de groentewinkel van Beukema met aan de achterzijde een stalling van waaruit Dik Brandwijk en Klaveringa hun groentewijk bedreven, daarna een wasserij van Van Lochem, en nog niet zo lang geleden een Theatertje.  Emmastraat 14/16 was een kruidenier van broer en zus Kok. Op blz 16 In het rapport is niet duidelijk welke fases er zijn:  Fase 1 heeft woningtype A, B + winkel  Fase 2 heeft woningtype A (laag), B (hoog?!) C (in de oksel van de straat), D (hoog), E en F (winkelhuizen)

Afbeeldingen ‐ ‐

Op blz 10 staat dat het gaat om fase 1 en 2. Dat klopt niet. Vergunning fase 2 was pas op 6 augustus 1921. Op blz 16 hoort te staan dat ook de Prins Hendrikstraat (aan de even‐kant) twee poorten heeft.

Emmastraatcomplex Voorburg Cultuurhistorische verkenning

1

Foto voorblad: actuele foto’s van de Emmastraat (boven) en de Prins Hendrikstraat in 1920 (bron: archief Den Haag)

Colofon Gemeente Leidschendam-Voorburg Oktober 2020

2

Inleiding Gemeente Leidschendam-Voorburg en Woningcorporatie WoonInvest onderzoeken de mogelijkheden van verbetering van het woningbouwcomplex aan de Emmastraat, Prins Hendrik-straat en Oranje Nassaustraat in Voorburg. Voor de leesbaarheid noemen we dit deel van het Oranjekwartier Emmastraatcomplex. In dit rapport wordt ingegaan op de bovengrondse cultuurhistorische waarden van dit complex uit 1920/1921. Er is nadrukkelijk gekeken naar cultuurhistorie in den brede, dus ook de context waarin dit complex is gebouwd, kenmerkende structuren en details zoals gebruikssporen. Deze elementen samen bepalen de identiteit en het karakter van de wijk. Door deze in beeld te brengen kunnen keuzes worden gemaakt voor de modernisering van het complex. Daarom bevat dit rapport ook aanbevelingen voor toekomstig gebruik. De cultuurhistorische verkenning is een instrument dat het cultuurhistorische belang van een plangebied belicht in relatie tot toekomstige ontwikkelingen. Om de wijk goed te doorgronden is gebruik gemaakt van archief-, literatuur- en kaartonderzoek. Daarnaast zijn twee leegstaande woningen aan de Prins Hendrikstraat bezocht. Het Emmastraatcomplex van WoonInvest (geel omkaderd) in het Oranjekwartier van Voorburg:

LEESWIJZER De cultuurhistorische achtergronden worden in het eerste en tweede hoofdstuk op hoofdlijnen beschreven. Op basis van de verkregen inzichten wordt vervolgens aangegeven wat vanuit cultuurhistorisch perspectief de belangrijke thema’s zijn en welke elementen in meer of mindere mate waardevol of verstorend zijn. De analyse is waar mogelijk aanschouwelijk gemaakt met kaarten, tekeningen en foto’s. De waardering is in hoofdstuk 5 opgenomen. Hierbij is inzichtelijk gemaakt welke kwaliteiten herkenbaar en behoudswaardig zijn.

3

Inhoudsopgave

1 De ontwikkeling van het Emmastraatcomplex in Voorburg

5

1.1 Historische grond

5

1.2 Woningwet en woningbouw

6

1.3 Twee fases en twee woningbouwverenigingen

7

1.3 De architecten

8

2 Beschrijving van het Emmastraatcomplex

12

2.1 Stedenbouwkundige opzet

12

2.2 Woningtypen

15

2.3 Buitenruimte

16

3 Tuindorpen en tuinsteden als nieuw ideaal

17

3.1 Voorburg

17

3.2 Duynstee’s Loolaan-complex

18

4 Bouwhistorische ontwikkeling

20

4.1 Verbouwingen

20

4.2 Grote wijzigingen

20

4.3 Wijzigingen per adres

20

4.4 Gebreken

22

5 Welke kenmerken zijn het behouden waard?

23

5.1 Regio

23

5.2 Dorp

23

5.3

Buurt

23

5.4 Conclusie

24

Bronnen

26

Bijlagen

27

4

1 De ontwikkeling van het Emmastraatcomplex in Voorburg 1.1 Historische grond Het Emmastraatcomplex ligt op de oude strandwal, die al duizenden jaren een geliefde woonomgeving is. De kans is heel groot dat onder het Emmastraatcomplex archeologische sporen van 5000 jaar bewoning zijn terug te vinden. We richten ons in deze verkenning echter op recente tijd en wat er de afgelopen honderd jaar in het gebied is gebeurd. Uit oude kaarten blijkt dat het gebied tot 1920 onbebouwd is gebleven (zie afb. 1 t/m 3). Na die tijd vond er een vlucht plaats in stedelijke uitbreidingen.

Afb. 1 Kaart van Cruquius uit 1712. Het kruisje geeft de Emmastraat aan. Langs de Vliet ligt een reeks buitenplaatsen. Zowel het Oosteinde als de Parkweg (toen nog Achterwegh) waren belangrijke doorgaande wegen. De wegen liggen op de strandwal die ooit door de zee is afgezet en als lichte verhoging in het landschap ligt.

Afb. 2 Nieuwe kaart van Den Haag en dorpen uit 1839.

5

Afb. 3 Kadastrale kaart uit 1904. De Martinuskerk aan het Oosteinde staat prominent afgebeeld, evenals de parallel-lopende Parkweg en de verbindingsweg Weverslaan.

Afb. 4 Luchtfoto uit 1938. De Parkweg en Oosteinde zijn volop bebouwd, maar ten noorden van de Parkweg is het nog altijd agrarisch gebied. Blauw is het gebied dat nu buiten de gemeente LeidschendamVoorburg ligt.

1.2 Woningwet en woningbouw Rond 1900 was het slecht gesteld met veel woningen in het huidige Leidschendam-Voorburg. Bovendien was er sprake van sterke bevolkingstoename. Arbeiders hadden doorgaans een huis met één of twee donkere kamers, een bedompte keuken en een klein zoldertje, zonder water of gas. In 1901 trad de Woningwet in werking. Huizen moesten voortaan van hogere kwaliteit zijn. Ook kregen gemeenten extra geld om nieuwe woningen te bouwen. Verschillende woningbouwverenigingen werden opgericht, zoals de eerste rooms-katholieke woningbouwverenigingen Sint-Willibrordus in Leidschendam, Eensgezindheid in Veur (nu Leidschendam) en Sint Martinus in Voorburg. Zij bouwden rond 1920 complexen die voldeden aan de nieuwe wet. Als reactie op de bevolkingsgroei realiseerden de woningbouwverenigingen tussen 1950 en 1970 elfhonderd woningen in Voorburg, waaronder de wijk 't Loo, Noord Nieuw, Bovenveen en Essesteijn.

6

De woningbouwvereniging Sint-Willibrordus bouwde in 1919 onder leiding van architect C.L. Koning een complex van 59 huizen aan de Sint-Willibrordusstraat, het Sint Willibrordusplein en de Sint-Jozefstraat, eveneens in Leidschendam. De huur van deze huizen was vier gulden vijftig per week. Maar ook in Voorburg werd volop gebouwd. Tussen de Broeksloot en het centrum kwamen rond 1910 nieuwe straten. Grote huizen stonden langs de oude oprijlanen van de verschillende boerderijen aan de Broeksloot, zoals de hoeves Oostenburg, Heldenburg, Oranjelust en Noordenburg. En ook hier werd sociale woningbouw toegepast. Tot 1945 verschenen in Voorburg 351 nieuwe arbeiderswoningen, waaronder die van het Emmastraatcomplex. De Voorburgse woningbouwverenigingen moesten hun bouwtekeningen door de in 1914 opgerichte 'Commissie voor Plaatselijk Schoon' laten beoordelen. Eén van de leden van de commissie was de Voorburgse dorpsarchitect G.J.P. Klumper, geboren in 1868. Hij ontwierp een groot aantal huizen in Voorburg, Veur en Stompwijk. Een ander lid van de commissie was de architect Herman van der Kloot Meijburg. Hij was een voorstander van het nieuwe idee van tuindorpen en tuinsteden. In zijn uitbreidingsplannen voor Voorburg komen deze complexen veelvuldig voor (afb 5). Hij ontwierp zelf het complex aan de Dr. Blookerstraat, de Rusthoflaan, de Rembrandtlaan en de Vondelstraat.

De kleuren van de huizen zijn te danken aan zijn samenwerking met kunstenaar Vilmos Huszár.

Afb. 5 Uitbreidingsplan uit 1917 voor Voorburg. Het Emmastraatcomplex is blauw omcirkeld en de Dr. Blookerstraat werd binnen de rode cirkel gebouwd (bron: Vogelezang 2008).

1.3 Twee fases en twee woningbouwverenigingen Het Emmastraatcomplex is een woningbouwbuurt is gebouwd in opdracht van de woningbouw Bouwvereniging Sint-Martinus en "De Voorburgse Woningbouwvereniging" in 1920 en 1921. Het complex met sociale woningbouw aan de Prins Hendrikstraat, de Emmastraat en de Oranje Nassaustraat is in twee fases ontworpen. Een deel is van architect Han Groenewegen, het andere deel van Jos Duynstee, beiden uit Den Haag.

7

Om de twee delen te onderscheiden noemen we deze in de tekst fase 1 en 2 (zie afb. 6): Fase 1 uit 1920. Dat is het hart van de wijk èn de Prins Hendrikstraat. Han Groenewegen ontwierp dit centrale deel om een binnentuin. Het gaat om de adressen Oranje Nassaustraat 3 t/m 19, Emmastraat 2 t/m 38, Prins Hendrikstraat 7 t/m 33, Prins Hendrikstraat 2 t/m 36. Fase 2 is de buitenbocht van de Emmastraat die doorloopt in de Prins Hendrikstraat aan de zuidkant en de Oranje Nassaustraat aan de noordkant. Jos. Duynstee ontwierp deze woningen een jaar later om fase 1 heen. Het betreft de adressen Emmastraat 1 t/m 61 en de losse woningen van het complex: Prins Hendrikstraat 3 en 5, Oranje Nassaustraat 21, 21a, 23, 25 en 27. Dat laatste huisnummer 27 bestaat niet meer. De bouwtekeningen van de Emmastraat gemaakt door Jos. Duynstee zijn opgenomen als bijlage 1, achterin dit rapport.

Afb. 6 De fases van het Emmastraatcomplex uit respectievelijk 1920 en 1921 van de architecten Han Groenewegen en Jos. Duynstee.

De stijl van beide delen is traditionalistisch met kenmerken van tuindorparchitectuur. Het complex bevatte bij aanleg 97 woningen in vier verschillende typen en 2 winkelhuizen in twee verschillende typen. Oorspronkelijk kende het plan ook een badhuis, maar dat is niet gerealiseerd (zie krantenartikel, bijlage 2).

1.3 De architecten Architect Han Groenewegen heeft weinig ontworpen voor Nederland. Een bekend voorbeeld van zijn hand is de Heilig-Hart kerk in Schiedam. Zijn werk is vooral in Indonesië te vinden, waar hij woonde en uiteindelijk stierf in 1980. Hij werkte echter tussen 1920 en 1927 als zelfstandig architect in Den Haag. Volgens de vergunningaanvraag voor de Emmastraat lijkt hij te werken of te wonen in Voorburg in 1920.

8

Hier staat Han Groeneweg op de foto, tweede van links.

Afb. 7 Han Groenewegen voor zijn vertrek naar Indië voor een studiereis. Haagse Courant 13 juli 1927.

De andere architect van het Emmastraatcomplex is Jos. Duynstee. Hij ontwierp eerder -in 1918het rijksmonumentale Loolaan-complex op de hoek Parkweg, Loolaan en Nieuwstraat in Voorburg (zie ook paragraaf 3.2). Dat complex bestaat uit 44 arbeiderswoningen met poortgebouwen en heeft een u-vormig stratenplan. Duynstee ontwierp het in een vereenvoudigde variant van de Amsterdamse School. Het verschil met de Emmastraat is de poorten, de bijzondere verkaveling en de relatie met de overige complexonderdelen (afb. 19 en 20). Jos. Duynstee reageerde met zijn ontwerp op het plan van Groenewegen. Hij accentueerde de bocht van de Emmastraat met het zeer karakteristieke hoekgebouw met gedraaide kappen door zijn tegenoverliggende hoekwoningen getrapt terug te leggen. Daardoor is de hoek verbijzonderd èn was er ruimte voor groen. Behalve bescheiden voortuinen had Groenewegen geen groen toegepast. Duynstee week wat de woningen betreft op een belangrijk punt af van het ontwerp van Groenewegen. De mansardedaken verving hij door de soberder zadeldaken. De ruitvormige vensters in de nok van de voorgevel heeft hij in de enkele gedraaide woning wel terug laten komen.

9

Afb. 8a en b De vergunningen voor fase 1 en 2 zijn tegelijk afgegeven door de gemeente, op 31 mei 1920. De ontwerptekeningen zijn echter in 1920 en 1921 gemaakt (bron: gemeentearchief).

10

Afb. 9a en b uitsnede uit de blauwdrukken van Han Groenewegen. De markering op afb 9a ‘Bouwblok C-D’ en op afb 9b ‘Type A en B’ verwijzen naar de vier bouwblokken en woningtypes van Fase 1:  Blok A Prins Hendrikstraat 7-33 alle type B (16 huizen) en Emmastraat 2 (hoekpand)  Blok B Emmastraat 4-14 (hoekpand) alle type A (14/16 is winkel-hoekpand)  Blok C Emmastraat 16-38 (hoekpand), alle A behalve 38 is B  Blok D Oranje Nassaustraat 3-19, type A is 3-13, type B is 15-19 (bron: gemeentearchief).

Afb. 10 De winkel aan de Oranje Nassaustraat 21 in Voorburg in 1984 (bron: gemeentearchief).

11

2 Beschrijving van het Emmastraatcomplex 2.1 Stedenbouwkundige opzet Zoals in het vorige hoofdstuk is beschreven, is bij het ontwerp en de bouw van de tweede fase zorgvuldig aangehaakt op de eerste fase. Er is een drietal ensembles ontworpen en gebouwd, die voor samenhang zorgen. De ensembles zijn symmetrisch van opzet en brengen rust, eenheid en herkenbaarheid in het stedenbouwkundig plan. Meer woningen aan weerszijden van de straat doen hieraan mee en vormen samen een kleine eenheid. Op de volgende afbeeldingen zijn de elementen die het ensemble vormen, weergegeven.

Afb. 11 de woningen en straten zijn zodanig ontworpen dat er samenhang is, zowel binnen Fase 1 de woningen om het binnenhof (blauw) als tussen Fase 1 en 2 (groen en roze). De poorten van fase 1 zorgen voor zichtlijnen naar het binnenhof en sluiten aan op de paden in het hof. Tegenwoordig is dit niet meer zichtbaar doordat de achtertuinen zijn bebouwd met bergingen uit de jaren 1960 en schuttingen.

Ensemble Prins Hendrikstraat Dit ensemble wordt gevormd door een lange rij aan de zuidoostzijde van de straat (nrs 10-28), met zware mansarde kap en kenmerkende dakkapellen. Daar tegenover staat een kort rijtje aan de noordwestzijde van de straat (nrs 2-11) van vier woningen waarbij de twee middelste woningen een gedraaide kap hebben, dwars op de straat. 12

Afb. 12 De woningen aan de Prins Hendrikstraat (rechtsonder) reageren op de hoekwoningen van de Emmastraat (boven in de foto). Beide blokken zijn van Han Groenewegen en maken deel uit van Fase 1.

Afb. 13 De Prins Hendrikstraat rond 1925, gezien vanaf de Oranje Nassaustraat. De rode pijlen geven hetzelfde huis aan ter oriëntatie. Zouden deze kinderen allemaal voor hun eigen voordeur staan? De rijweg met klinkers, de stoepen en de huizen zijn in feite onveranderd, al geeft het blik op de weg een ander beeld.

13

Ensemble Emmastraat Dit ensemble wordt gevormd door een lange rij aan de zuidoostzijde van de straat (nrs 18-30), met zware mansarde kap en kenmerkende dakkapellen. Daar tegenover een lange rij aan de noordwestzijde van de straat waarvan de het laatste deel meedoet met het ensemble (nrs 39-49). Dit zijn zes woningen waarbij de twee middelste woningen samen een gedraaide kap hebben, dwars op de straat.

Afb. 14 De woningen aan weerszijden van de Emmastraat. Links de woningen met mansardekappen van architect Groenewegen (Fase 1) en rechtsboven de huizen met zadeldaken en één gedraaide grote woning van Duynstee. De rode pijl geeft het huis uit de afbeelding hieronder aan.

Afb. 15 Duynstee ontwierp de buitenbocht van de Emmastraat met een vereenvoudigde variant op de overzijde van de straat van de hand van architect Groenewegen. Wel paste hij dezelfde details toe als gedraaide kappen, hoogteverschillen, daken prominent in beeld en het gebruik van bovenlichten met een roedeverdeling en een ruitvormig venster in de nok.

14

Ensemble hoek Emmastraat Dit is het meest opvallende ensemble in het buurtje. In de buitenbocht van de Emmastraat vallen de woningen steeds verder terug waardoor er ruimte voor een plantsoen ontstaat, dat in drie segmenten is opgeknipt. Deze woningen zijn getrapt neergezet maar verder identiek, met een zware maar eenvoudige kap (nrs 11-37). Aan de overzijde van de straat, in de binnenbocht, zijn de woningen verbijzonderd door hun gedraaide kap loodrecht op de straat (nrs 12-16).

Afb. 16 de groene hoek in de oksel van de Emmastraat.

2.2 Woningtypen Het complex bevat 96 woningen. Fase 1 kent vier verschillende woningtypen en het gehele complex had twee verschillende winkelhuizen. De winkelpanden waren aan de Oranje Nassaustraat 21 en Emmastraat 14/16. Wat er precies verkocht is, is niet bekend. Alle woningen hebben één bouwlaag met onder de kap een slaapverdieping met vliering. Enkele markante woningen –zoals op de hoeken (afb. 16)- zijn verhoogd, maar ook die hebben één bouwlaag met onder de (soms gedraaide) kap een slaapverdieping en vliering. Alle of de meeste woningen hebben een ongeïsoleerde vliering met vlizotrap direct onder de kap. De gevels zijn opgemetseld uit rode baksteen in staand verband, met uitzondering van ruimtes tussen de voordeuren, daar is een variant toegepast om het metselwerk passend te maken (afb. 17). Het spaarzaam siermetselwerk bestaat uit rollagen, strekkenlagen en muizentanden. De gevels hebben trasramen van donkere klinkers. De daken zijn gedekt met rode Opnieuw Verbeterde Hollandse pannen en vernieuwd in de jaren 1990. De daken die met de nok evenwijdig aan de straat lopen hebben dakkapellen. De daken wateren via houten bakgoten. Het straatbeeld wordt bepaald door aaneengesloten woningen onder zadeldaken of mansardedaken van een bouwlaag –soms twee bouwlagen- met een rechte gevelafsluiting en een nok die evenwijdig aan de straat loopt.

Op enkele plekken wordt dit beeld onderbroken

15

door woningen met topgevels. De variatie in dakvormen en bouwlagen zijn niet gerelateerd aan de verschillende woningtypen. De woningen hebben een asymmetrisch ingedeelde voorgevel, maar door de paarsgewijze spiegeling geven de gekoppelde woningen een symmetrisch gevelbeeld. De woningen zijn in vier typen uitgevoerd. De indeling was: woonkamer aan de voorkant, en suite deuren naar de achtergelegen woonkamer en keuken in de uitbouw. De onderlinge verschillen in de vier typen betreffen de indeling van de plattegrond die in de voorgevel alleen tot uitdrukking komt in de plaatsing van de hoofdentree. De indeling bestaat uit een hoofdentree met aan weerszijden grote vensteropening ter plekke van de woonkamer en een klein bovenlicht ter plekke van de WC. Woningtype B heeft de WC aan de achterzijde en dus alleen een hoofdentree en een grote vensteropening ter plekke van de woonkamer. De woningen met een topgevel en twee bouwlagen hebben vensteropeningen op de bovenverdieping. Zeldzame details In de gevel van Emmastraat nr. 2 is een gevelsteen ingemetseld met het opschrift: “Bouwvereeniging St. Martinus te Voorburg – eerste steen gelegd door den geest. Advis. Den zeereerw. Heer B.P. Aalberse – pastoor te Voorburg – 16 oct. – de oprichters – 1920” (dan volgen de namen van de bestuursleden en de architect). Rondom de gevelsteen zijn verschillende namen in het metselwerk gekerfd.

Ook bij de deur van Emmastraat 7 lieten mensen hun naam achter in de muur. Wanneer dat gebeurd is, is niet bekend.

2.3 Buitenruimte In het gesloten bouwblok is in de gevels een aantal gemetselde ronde poortjes gemaakt die toegang geven tot het binnenterrein. De voortuinen hebben een eenvoudig houten hek als erfafscheiding. De straten van Fase 2 hebben geen poorten. De bestrating bestond uit klinkers, vierkante stoeptegels in brede stoepen met stoepranden. De terugliggende huizen hadden een voortuin voor een ruimtelijker beeld (zoals hieronder op de foto). Dat was overigens ‘kijkgroen’ met een hek er omheen, geen recreatiegroen. De hekken waren in de eerste jaren laag, maar in 1931 is er een nieuw ontwerp gemaakt. De Prins Hendrikstraat had geen voortuinen.

Afb. 17 Poortje naar de binnentuin van het centrale deel aan de Emmastraat. bron: WoonInvest.nl

16

3 Tuindorpen en tuinsteden als nieuw ideaal Tuindorpen of tuinsteden zijn veelvuldig gebouwd in de periode tussen de twee wereldoorlogen. Door industrialisatie en spoorlijnen kwamen steeds meer plattelanders naar de stad, maar de steden werden uitgebreid zonder achterliggend plan. Deze ‘wildgroei’ werd tegengaan door een grootschalige stedenbouwkundige ‘flow’. De gedachte achter tuindorpen was de groeiende druk op de politiek uit de arbeidersbeweging en de particuliere organisaties voor meer hygiëne en beter sociale omstandigheden voor arbeiders in de groeiende steden, vastgelegd in de Woningwet uit 1901. De nieuwe woningen kregen ruimte, tuinen en lage huur. Sommige complexen waren zo groot dat er ook allerlei voorzieningen werden gerealiseerd, zoals scholen, een leeszaal, een badhuis en dat alles vaak gelegen in een park. Om dit te realiseren zijn talloze (verzuilde) woningbouwverenigingen opgericht. Sommige wijken hadden een duidelijke scheiding tussen privé en openbaar, maar gaandeweg ontwikkelden de tuindorpen zich naar meer intiem waarbij de openbare ruimte subtiel overging in privégebied. Bouwblokken werden opengeknipt en er kwam zicht op de (semi)privé binnenterreinen. Een tuindorp kenmerkt zich door samenhang tussen de stedenbouwkundige opzet, aanplanting, inrichting van de openbare ruimte en architectonische vormgeving.

Er kwam meer aandacht voor dorpse, romantische wijken met relatief veel details. Na verloop van tijd kregen de nieuwe tuindorpen een meer zakelijke opzet met strokenbouw langs parallelle straten. Bekende voorbeelden van tuindorpen zijn: Amsterdam Tuindorp Nieuwendam (1000 woningen) en Buiksloot en de karakteristieke woonwijk voor de arbeiders van de Gistfabriek in Delft, het Sint Agneta-complex. In Den Haag is de Papaverhof uit 1921 een voorbeeld, dat bestaat uit 128 laagen hoogbouwwoningen, ontworpen door architect Jan Wils die ook veel voor Voorburg heeft ontworpen. Kenmerken van een tuindorp uit 1920 zijn onder meer:  Kleine woningen, eenvoudige middenstandstypen  Sobere architectuur van slechts enkele woningtypen (meestal laagbouw)  Voorzieningen zoals winkels, scholen, eventueel een kerkje, een verenigingsgebouw, een badhuis en verder terreinen voor sportdoeleinden en plantsoenen  De levendigheid bereikt door afwisseling van straatprofielen  De groepering van de woningtypes  Belangrijke rol voor de openbare ruimte met veel aandacht voor het groen  Doorgaans van goede kwaliteit, waardoor het gewilde woonplekken waren

3.1 Voorburg De woningwet van 1901 bood een alternatief voor de ongebreidelde verdere uitgroei door particuliere bouwondernemingen. Voor gemeenten met meer dan 10.000 inwoners werd een ‘plan van uitleg’ verplicht. Tegelijk kwamen er subsidiemogelijkheden voor woningbouwverenigingen (zie bijlage 1). Veel van de eerste plannen hebben een esthetische invalshoek, geïnspireerd door onder meer het ‘Garden City of tomorrow’ concept uit 1898 van Ebenezer Howards. Naast het esthetische speelde ook een sociaal ideologisch motief in het streven naar een visuele eenheid. De eenheid van de ommuurde stad was verbroken, hoe kon de stad het beeld van sociale eenheid behouden? Het antwoord lag in de eenheid van compositie en vormgeving op de

17

schaal van straat en buurt. Het credo ‘eenheid in veelheid’ werd verkondigd door mensen als Berlage. Ook de welstandcommissie baseerde haar standpunt in die tijd vooral op het streven harmonische straatprofielen te realiseren en het toezien op een eenheid in architectuur. In Voorburg en Leidschendam kreeg deze benadering de ruimte in de uitbreidingsplannen die architect Van der Kloot Meijburg opstelde. Als voorzitter van de in 1914 opgerichte Commissie voor het Plaatselijk Schoon stelde hij alles in het werk om Voorburg tot een modern tuindorp te maken. In Voorburg zijn nog volop voorbeelden te vinden van deze wijken met poortjes, pleinen, zichtassen, tuinmuurtjes en straatinrichting. In de buurten rond de Vijverhof, Buitenrustplein en de Emmastraat werd daarop voortgebouwd. Het Loolaan-complex is een van de meest waardevolle.

Afb. 18 De drie nog bestaande tuindorpen van Voorburg uit de jaren 1920.

3.2 Duynstee’s Loolaan-complex Zoals gezegd ontwierp architect Jos. Duynstee Emmastraat Fase 2. Even verderop in Voorburg staat het Loolaan-complex dat eveneens van zijn hand is. Wie goed kijkt ziet de overeenkomsten. Het gaat ook in dit geval om een tuindorp, met weliswaar 44 woningen, maar met meer interessante details, zoals de poorten, de U-vormige opzet en de samenhang tussen de gebouwen en structuren.

Afb. 19a en b Poortgebouw ter hoogte van Loolaan 115. Het woningbouwcomplex aan de Loolaan eveneens van architect Duynstee. Op de kaart is de U-vorm herkenbaar. De rode stippen geven aan dat het complex een rijksmonument is. Het kruis is de locatie van de foto. Bron: Google en gemeente Leidschendam-Voorburg.

18

Afb. 20 Hetzelfde complex maar dan de hoek Loolaan/Nieuwstraat, rond 1925 (Haags Gemeentearchief) en anno 2020 (google).

19

4 Bouwhistorische ontwikkeling 4.1 Verbouwingen Het Emmastraatcomplex heeft een groot aantal verbouwingen meegemaakt, zoals blijkt uit het bouwarchief van de gemeente. Soms zijn vergunningen aangevraagd voor slechts één woning, maar soms ook een groot aantal of zelfs het hele complex. De laatste keer dat grootschalig onderhoud is gedaan was in de jaren 1990. Er is toen besloten dat het de laatste grote verbouwingsingreep was. Helaas heeft dit besluit tot verslechtering van de staat van de huizen geleid.

4.2 Grote wijzigingen 

 

 

De reeks werkzaamheden die in de jaren 1990 zijn uitgevoerd, bestonden uit het beveiligen van installaties, het onderhouden van de interieurs (badkamers, keukens (nieuwe keukens of bestaande keukens betegeld, toiletten betegeld, binnendeuren, plafonds) en de begane grondvloeren zijn gecontroleerd. Aan de buitenzijde van de woningen zijn in dezelfde tijd de dakpannen en schoorstenen vernieuwd, is metselwerk en voegwerk hersteld, zijn kozijnen hersteld en geschilderd, platte daken en asbestdaken van de bergingen uit de jaren 1960 zijn vervangen. Overigens is het houtwerk aan de buitenkant daarna nog minimaal twee keer geschilderd. Buitenmuren zijn niet geïsoleerd, en er is ook geen dubbelglas geplaatst. In de loop der jaren hebben meerdere bewoners zelf dubbelglas aangebracht. Een enkeling kreeg dit van de woningbouw, maar in de meeste gevallen was verduurzaming niet zinvol vanwege de eensteens muren. Wie centrale verwarming wilde kon dat via de woningbouw laten plaatsen (met huurverhoging) maar dat is niet veel gedaan. Veel mensen hebben zelf hun huis opgeknapt, omdat echt groot onderhoud uitbleef. De winkelhuizen zijn nauwelijks meer herkenbaar. De grote etalageruiten zijn verkleind. De achtergevels en keukens zijn in 1986 veranderd. Toen zijn ook alle resterende tussenmuren met en suite deuren verwijderd. Voor die tijd was dat al gebeurd bij 13 woningen.

Bij het verwijderen van de en suite-tussenmuur (niet-dragend) werd de schoorsteen ook veranderd (afb 22). Mogelijk zijn in 1986 de vensters vervangen. De kenmerkende roedeverdeling is daarbij verdwenen (zie bijvoorbeeld afb 23). Voor zover kon worden nagegaan zijn alle en suite deuren uit de woningen verwijderd. Dit gebeurde op grote schaal tussen 1975 en 1986 (afb 22). Er zijn nieuwe schoorstenen gerealiseerd en op de verdieping zijn van veel panden de kamerindelingen veranderd en is een nieuwe grote badkamer gemaakt. In 1931 kregen de adressen Emmastraat 18-30, Pr Hendrikstraat 10-28 en 13-27 een (nieuw) hek. In 1920 hadden de terugliggende huizen lage hekwerken en voortuinen aan de straat.

4.3 Wijzigingen per adres  

Oranje Nassaustraat 1c is uitgebreid in 1997 en nummer 3 in 1964. Nummer 3 kreeg in dat jaar ook andere kozijnen. Afwijkend is de woning Emmastraat 38. In de geknikte gevel bevindt de hoofdentree zich in het midden met aan weerszijden een reeks van smalle bovenlichten. De vensteropening ter plekke van de woonkamer bevindt zich in de zijgevel, aan de Oranje Nassaustraat. Sommige achtergevels van de huizen aan de Emmastraat hebben dakkapellen gekregen.

20

Enkele huizen kregen een douche op de plek van een inloopkast (zie bijlage 3).

Afb. 21a t/m d In 1986 zijn alle woningen ingrijpend veranderd. Zo kregen de achtergevels een heel ander karakter vanwege modernisering van de keukens. De karakteristieke roedeverdeling van de vensters werd versoberd.

Afb. 22 Alle (of bijna alle?) en suite deuren tussen de woonkamer en achterkamer zijn verwijderd. Daarbij zijn de schoorstenen en rookkanalen ook gewijzigd.

21

4.4 Gebreken   

Veel huizen zijn niet goed onderhouden. Er is sprake van tocht en vocht, aldus bewoners. Gebreken betreffen de ramen en deuren. Aansluitmogelijkheden voor drainage en het afkoppelen van hemelwater zijn niet aanwezig. Dit lijkt een technisch gebrek uit de bouwperiode, want er is voldoende ontwateringsdiepte. De achtertuinen van de woningen aan de Emmastraat zijn kwetsbaar voor wateroverlast. De precieze oorzaak is niet bekend.

Afb. 23a en b Foto’s van de Emmastraat 23-33 in 1926 en in 2020, ontwerp van Duynstee ‘(Fase 2).

22

5 Welke kenmerken zijn het behouden waard? Het Emmacomplex heeft zoals gezegd kenmerken van een klein tuindorp. Het heeft een besloten karakter, gebogen straten en accenten die een fraai ensemble vormen. Er is een sterke stedenbouwkundige samenhang door een zorgvuldig gecomponeerd straatbeeld. Opvallend zijn de om de twee of drie woningen verspringende rooilijnen en de gedraaide kappen. Ook is veel aandacht besteed aan de details, zoals het metselwerk, de dakkapellen, voortuinen en gevelopeningen. Om te bepalen hoe waardevol het Emmacomplex is, benaderen we het vanuit drie schaalniveaus:

5.1 Regio Tuinsteden en –dorpen komen in de regio Den Haag veel voor. Een groot aantal (met name in de steden Leiden en Den Haag) maakt deel uit van beschermde stadsgezichten. Ook in Leidschendam hebben het Sint-Josephstraatcomplex (ook wel de rode Pannenbuurt) uit 1918, de Raadhuisbuurt uit 1945 en de Rietvink kenmerken van een tuinstad. Het Emmastraatcomplex is waardevol voor de regio Haaglanden vanwege de twee Haagse architecten en het feit dat de bewoners werkzaam waren in Den Haag dat stevig groeide in de jaren 1920 (zie krantenartikel in bijlage 2). De stad was goed bereikbaar met de tram die door de Parkweg reed.

5.2 Dorp Voorburg heeft dankzij de inzichten van architect De Kloot Meijburg enkele waardevolle tuindorpen die enigszins vergelijkbaar zijn met het Emmacomplex. Dit is het Loolaan-complex (afb. 19 en 20) en Dr. Blookerstraat (afb. 24). Het eerste is een rijksmonument, het tweede heeft geen beschermingsstatus. Het Emmastraatcomplex is gebouwd in opdracht van twee Voorburgse woningbouwverenigingen, wat geheel past in de tuinstadgedachte van De Kloot Meijburg. De ontwerpen werden voorgelegd aan zijn Commissie voor Schoon, waardoor hij vermoedelijk invloed had op het resultaat.

Afb. 24 Een vergelijkbaar complex uit dezelfde tijd, Dr. Blookerstraat in Voorburg.

5.3 Buurt Het Emmacomplex is waardevol voor de buurt vanwege de functioneel-ruimtelijke relatie met het parochiecomplex Sint-Martinus. De rijksmonumentale Martinuskerk werd gebouwd tussen 1891 en 1893 in neogotische stijl. Ook het Mariagesticht van dezelfde architect Margry, dat tussen de kerk en het Emmastraatcomplex ligt, hoort bij de wijk en is voorbeschermd als gemeentelijk monument.

23

5.4 Conclusie Dankzij de cultuurhistorische verkenning van het Emmastraatcomplex is het waardevolle karakter duidelijker naar voren gekomen. Door middel van de compositie van volumes, dak- en gevelindeling en oriëntatie van woningen is een zorgvuldige samenhangende straatruimte gecomponeerd, waardoor de buurt als een eenheid oogt en een ensemble vormt met een tuindorp-karakter. Ondanks verbouwingen en de gebrekkige staat van met name Fase 1, is er sprake van een behoudswaardig complex dat met name op de schaal van Voorburg waardevol is. Meer specifiek is er sprake van de volgende waarden: Situationele waarde (zichtbaarheid), middelhoog  Het complex heeft een besloten ligging tussen de doorgaande historische wegen Oosteinde en Parkweg.  Fase 2 omsluit en versterkt Fase 1 door aan te sluiten met het ontwerp en de verbijzondering door een plantsoen. Cultuurhistorische waarde, middelhoog  Gebouwd als sociale woningbouwcomplex, een trend rond 1920. Deze kwam voort uit de nieuwe woonwensen en –eisen vanwege de industrialisatie en groei van steden. Deze waren vastgelegd in de Woningwet.  Het complex met arbeiderswoningen is gebouwd in opdracht van de katholieke Bouwvereeniging Sint-Martinus en Woningbouwvereniging Voorburg. Woningbouwverenigingen waren in die tijd een nieuw fenomeen.

Architectuurhistorische waarde, hoog  De traditionalistische bouwstijl met kenmerken van tuindorparchitectuur; zoals schilderachtige woningen van één of twee bouwlagen met grote kappen. Er is sprake van meerdere woningtypen en blokken.  Hiërarchie van straten, pleintjes, zichtlijnen en samenhang tussen het stratenplan en de architectuur.  Aandacht voor hoekoplossingen, hoogteverschillen en wisselende rooilijnen en meeontworpen tuinafscheidingen.  Detaillering zoals de ruitvormige vensters in de nok van de voorgevels.  Fase 2 is soberder dan Fase 1 en daardoor iets minder waardevol. Gaafheid, hoog (achtergevels en interieurs laag)  Het gehele ensemble oogt vanaf de straatzijde gaaf.  Wel is een groot aantal verbouwingen uitgevoerd, die met name de achterzijde en de interieurs hebben veranderd.  Fase 1 is in gebrekkige staat, onder meer door te weinig onderhoud, eensteensmuren en een slechte vochthuishouding. Ensemblewaarde, hoog  Kenmerkend voor de stedenbouwkundige opzet van een tuindorp: besloten karakter, gebogen straten (Emmastraat), en stedenbouwkundige accenten zoals poortjes.  Sterke stedenbouwkundige samenhang door een zorgvuldig gecomponeerd straatbeeld.  Fase 1 en 2 vormen ondanks twee architecten een harmonieuze eenheid.

24

Zeldzaamheid, middelhoog  Het complex is niet zeldzaam op regionale schaal en voor Voorburg, want het sluit aan bij de tuindorp-trend uit de jaren 1920.  Wel zeldzaam zijn de gebruikssporen van in de buitenmuren gekerfde graffiti van buurtbewoners, zoals naast de officiële herdenkingssteen van eerste steenlegging in 1920.

25

Bronnen Broekhuizen, D., 2017: Redengevende omschrijving Emmastraat e.o. Rotterdam. Vogelezang, M. 2008: Herman van der Kloot Meijburg (1875 - 1961) De positie van de Haagse architect Herman van der Kloot Meijburg in het vooroorlogse debat over het modernisme in de architectuur. Scriptie Open Universiteit. Welstandsnota Leidschendam-Voorburg. Vastgesteld op 14 juni 2004 en laatst gewijzigd op 13 september 2011. Bouwarchief gemeente Leidschendam-Voorburg Haags Gemeentearchief www.WoonInvest.nl

26

Bijlagen Bijlage 1 Ontwerp van Jos. Duynstee Emmastraat 1 t/m 61 31 mei 1920.

27

28

Bijlage 2 Artikel over de voorgenomen bouw in ‘Het Vaderland: staat- en letterkundig nieuwsblad’ op 7 juni 1920. Het gaat over het badhuis en het feit dat bewoners buiten Voorburg werken.

29

Bijlage 3 Foto’s van de huidige situatie

De achterkanten van de meeste woningen zijn sterk gewijzigd, zoals hier aan de Oranje Nassaustraat.

Winkelpuien zijn aangepast aan de woonfunctie. Bergingen hebben de open tuin gesloten. Onder: karakteristieke details.

30

De meeste en suite deuren zijn verwijderd. In dit huis is de ombouw en de schouw wel behouden.

Oorspronkelijk hadden de woningen geen douches, veel douches zijn in de jaren 70 in inloopkasten gebouwd (links). In de woningen zitten verschillende inbouwkasten (rechts).

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=cf153b6d-f6fa-4ff8-a808-3d67b1aab258