2525 Nota zienswijzen bestemmingsplan Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder.pdf
Tekst van het document
Gemeente Leidschendam-Voorburg
Zienswijzennota/ Nota van wijzigingen
Bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’ (ID-nr: NL.IMRO.1916.meeslouwerpolder-VG01)
Raadsvergadering 5 oktober 2021 Behorende bij raadsbesluit 2234
Paraaf griffier,
1 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
1 Inleiding Het ontwerpbestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’ (hierna: het ontwerpbestemmingsplan) heeft ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) juncto afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ter inzage gelegen van vrijdag 11 september tot en met donderdag 22 oktober 2020. In de periode van terinzagelegging zijn er in totaal 18 zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn, met uitzondering van één, allen binnen de termijn van ter inzagelegging ingediend en zijn allen ontvankelijk. In paragraaf 2.2. volgt hierover een nadere uitleg. 1.1 Leeswijzer De zienswijzennota is als volgt opgebouwd: De voorliggende ‘zienswijzennota bestemmingsplan “Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder” omvat in hoofdstuk 2 een overzicht van de ingediende zienswijzen. In de tabel op pagina’s 3 en 4 is aangegeven van wie de zienswijzen afkomstig zijn en wanneer de betreffende mondelinge dan wel schriftelijke zienswijzen zijn ingediend. De Wet Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) stelt strenge regels aan het (digitaal) openbaar maken van de NAW-gegevens. Op grond van de AVG is deze zienswijzenota, voor zover het natuurlijke personen betreft, geanonimiseerd. Meer hierover leest u in paragraaf 2.3. In hoofdstuk 3 worden de ingediende zienswijzen inhoudelijk behandeld.
De betreffende zienswijzen zijn afzonderlijk samengevat en voorzien van de reactie van de gemeenteraad met de daarbij behorende conclusie en gevolgen voor het bestemmingsplan. Verder bevat de zienswijzennota in hoofdstuk 4 de wijzigingen die in het nog vast te stellen bestemmingsplan zijn opgenomen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Deze wijzigingen betreffen de aanpassingen naar aanleiding van ambtshalve wijzigingen als gevolg van tekstuele correcties, nieuwe gegevens en/of gewijzigde inzichten. De zienswijzennota maakt deel uit van het besluit van de raad tot vaststelling van het bestemmingsplan “Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder”. Voor zover de zienswijzen hebben geleid tot aanpassingen zijn deze verwerkt in het bestemmingsplan en, indien vereist, op de verbeelding. 2 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
2 Zienswijzen Gedurende de termijn van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan “Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder” zijn daarover 18 unieke1 schriftelijke zienswijzen ontvangen. Er zijn géén mondelinge zienswijzen ingediend. In paragraaf 2.1 is in tabelvorm weergegeven van wie op welke datum schriftelijke zienswijzen zijn ontvangen. In paragraaf 2.2 wordt ingegaan op de ontvankelijkheid van de ingediende zienswijzen. De ontvankelijke zienswijzen zijn vervolgens in hoofdstuk 3 inhoudelijk samengevat, afzonderlijk beoordeeld en afgewogen en van een reactie voorzien. 2.1 Overzicht zienswijzen Nr. Indiener
Adres
1
ABB NL (1)
Jupiter 420
2
Cumela (1)
3 4
Indiener(s) zienswijze 3 Rijkswaterstaat
Nijverheidsstraat 13 Anoniem
5
Rombou (1)
Jufferenwal 30
6
Cumela (2)
Nijverheidsstraat 13
3861 RJ Nijkerk 22 oktober 2020
7
Huyssitterweg 7
2266 HE Leidschendam
22 oktober 2020
Huyssitterweg 7
9
Fontein Elektrotechniek & Deuraandrijvingen Imagine Factory Productions B.V. WLTM
2266 HE Stompwijk 2664 LB Bleiswijk
22 oktober 2020 22 oktober 2020
10
Gasunie
Concoursrlaan 17 9700 AD Groningen
23 oktober 2020
11
Cumela (3)
Nijverheidsstraat 13
3861 RJ Nijkerk 22 oktober 2020
12
WLTM (2)
Hoefweg 205 A
2664 LB Bleiswijk
22 oktober 2020
13
Indiener(s) zienswijze 13
Anoniem
Anoniem
22 oktober 2020
8
Boompjes 200
Hoefweg 205 A
PC/Plaats
Datum ingekomen 2675 LX 9 oktober Honselerdijk 2020 3861 RJ Nijkerk 20 oktober 2020 Anoniem 20 oktober 2020 3011 XD 15 oktober Rotterdam 2020 8000 AK Zwolle 22 oktober 2020
Wijze Aangetekende post & per mail Aangetekende post & per mail Per post Per post Per post, per mail & per aangetekende post Per mail & per aangetekende post Per post Per post Per aangetekende post Per aangetekende post Per aangetekende post & per mail Per aangetekende post Per post
1 Een unieke zienswijze wil zeggen: een zienswijze die inhoudelijk als één zienswijze kan
worden aangemerkt, ook wanneer die door meerdere personen is ingediend.
3 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
14
Rombou (2)
Jufferenwal 30
8000 AK Zwolle 22 oktober 2020
15
ABB NL (2)
Jupiter 420
2675 LX Honselerdijk
12 oktober 2020
16
ABB NL (3)
Jupiter 420
2675 LX Honselerdijk
20 oktober 2020
17
ABB NL (4)
Jupiter 420
2675 LX Honselerdijk
9 oktober 2020
Postbus 90602
2509 LP Den Haag
17 maart 2021
Aanvulling op ABB (1,2,3)
18
Provincie ZuidHolland
Per post & per aangetekende post Per aangetekende post & per mail Per aangetekende post Per aangetekende post & per mail Per brief
2.2 Ontvankelijkheid zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’ heeft ter inzage gelegen van vrijdag 11 september tot en met donderdag 22 oktober 2020. Zienswijzen die op de laatste dag van de termijn per post zijn verstuurd, worden bij de gemeente als ingekomen geregistreerd op vrijdag 23 oktober 2020. Zienswijzen met als registratiedatum 23 oktober 2020 worden daarom in elk geval aangemerkt als zijnde tijdig ingediend. Alle zienswijzen, die schriftelijk over het ontwerpbestemmingsplan “Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder” zijn ingediend, zijn binnen de wettelijke termijn van zes weken (de termijn van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan) en daarmee tijdig ingediend. De provincie Zuid-Holland heeft op 17 maart 2021 een zienswijze ingediend, deze zienswijze wordt ondanks het verlopen van de zienswijzetermijn meegenomen in de beantwoording. Reden hiervoor is dat de provincie Zuid-Holland (vanwege een onderlinge communicatiefout) niet conform de procesregels tijdig geïnformeerd is over de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. 2.3. Anonimiseren zienswijzen De Wet Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) stelt strenge regels aan het (digitaal) openbaar maken van de NAW-gegevens.
Op grond van de AVG is het niet toegestaan om persoonsgegevens (zogenaamde NAW-gegevens: naam, adres en woonplaats) van natuurlijke personen te verwerken zonder een wettelijke grondslag, dringende noodzaak of toestemming van de betreffende personen. De indieners van zienswijzen worden hierna daarom niet met naam en toenaam genoemd. De werking van de AVG strekt zich niet uit tot gegevens omtrent ondernemingen, die behoren tot een rechtspersoon, tenzij zij onmiddellijk herleidbaar zijn tot een natuurlijk persoon.
4 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
De namen van deze ondernemingen zijn daarom niet geanonimiseerd. Dit geldt ook voor personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de zienswijzeprocedure (namen van advocaten, gemachtigden e.d.). Omdat de zienswijzen in de navolgende tekst elektronisch beschikbaar worden gesteld, zijn ze gerubriceerd op nummer (indiener(s) 1, indiener(s) 2 enz.), zodat de tekst geen NAW- gegevens van natuurlijke personen bevat. Om te kunnen herleiden wie welke zienswijze heeft ingediend, heeft de gemeente Leidschendam – Voorburg zelf een afzonderlijk document “Overzicht indieners zienswijzen bestemmingsplan “Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder ” opgesteld. Dat overzicht wordt niet op papier dan wel elektronisch beschikbaar gesteld aan derden.
3. Beantwoording van de zienswijzen 3.1. Algemene reactie op de binnengekomen zienswijzen Enkele zienswijzen en/of opmerkingen keren in vele zienswijzen terug, derhalve is gekozen om enkele zienswijzen van een algemeen antwoord te voorzien. In de individuele beantwoording van de zienswijze wordt vervolgens verwezen naar paragraaf 3.1. 1. Archeologische dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Archeologie 4’. In veel van de binnengekomen zienswijzen is de vraag gesteld of het opnemen van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3’ en ‘Waarde – Archeologie 4’ terecht dan wel noodzakelijk is. Met name op het toekennen van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ zijn veel zienswijzen binnengekomen. De algemene strekking van de zienswijzen is dat in de toelichting wordt aangegeven dat bij de ontginning in het verleden archeologische waarden zijn verdwenen. De verschillende indieners van de zienswijzen stellen dat op hun eigen gronden bij ontwikkelingen in het verleden de grond reeds diep geroerd is en dat (kort gezegd) de dubbelbestemming zou moeten komen te vervallen.
5 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
Beantwoording van de zienswijze Op basis van de toelichting van het bestemmingsplan (paragraaf 6.1.2.2) kan de gemeente zich voorstellen dat er verwarring is ontstaan bij de indieners van de zienswijzen. Voorliggende Nota Zienswijzen voorziet daarom is een aanvullende toelichting om de noodzaak tot het opnemen van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 3’ & ‘Waarde – Archeologie 4’ nader te motiveren. De aanvullende motivering is ook opgenomen in het vast te stellen bestemmingsplan. Het bestemmingsplan kent twee dubbelbestemmingen archeologie. Ter plaatse gelden archeologische waarde en (aantoonbare) verwachtingen, beide gaan altijd samen. Een aantoonbare archeologische verwachting is tevens een waarde, zoals ook bepaald in de Erfgoedwet en de Monumentenwet. Tevens zijn archeologische waarden en verwachtingen beiden een monument op basis van de landelijke wetgeving. Hierbij is er weer een onderscheid in beschermde monumenten en monumenten waaraan in het kader van het bestemmingsplan regels kunnen worden verbonden (aan activiteiten/vergunningen). De gebieden met een lage waarde en/of verwachting zijn niet archeologisch ‘leeg’. Gronden binnen het plangebied die in het verleden geroerd zijn kunnen nog altijd (sporen van) archeologische waarden bevatten.
Ter plaatse van gronden met ‘Waarde – Archeologie 4’ is de kans op vondsten wel lager dan gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’, dat blijkt ook terug in de bijbehorende planregels. Om deze reden is ter plaatse van de kleinste kans op archeologische vondsten (conform het gemeentelijke archeologische beleid) de lichtst mogelijke archeologische dubbelbestemming toegekend. Concreet betreft het hier bijvoorbeeld resten uit het (late) neolithicum op de oever van kreekjes en wadgeulen, bewoningsresten in en op stukken restveen, dijkjes etc. Deze waarden dienen op basis van het bestemmingsplan beschermd/veiliggesteld te worden. Met het toekennen van het laagste archeologische beschermingsniveau(s) wordt zoveel als mogelijk tegemoetgekomen aan de zienswijzen, immers wordt daarmee bevestigd dat de kans op archeologische vondsten o.a. vanwege (graaf)werkzaamheden in het verleden klein zijn. De gemeente heeft desondanks de wettelijke plicht om archeologie te beschermen in bestemmingsplannen, waardoor het toekennen van de dubbelbestemmingen gerechtvaardigd en noodzakelijk is.
6 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
2. Formulering en voorwaarden ruimte – voor – ruimte regeling in de wijzingsbevoegdheid In enkele artikelen van het ontwerpbestemmingsplan waarin de wijzigingsbevoegdheid voor de ruimte – voor – ruimte regeling wordt vastgelegd staat dat het maximale aantal woningen met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid 3 mag bedragen. De indieners van deze zienswijzen stellen dat dit haaks staat op de afspraken die zijn vastgelegd in de spelregels. Tevens zouden op basis van de spelregels ook de m2 van kassen en waterbassins moeten meetellen. Ten slotte is niet duidelijk waarom alleen bedrijfsgebouwen van vóór 1 januari 2003 meegeteld mogen worden. Beantwoording van de zienswijze De formulering van de wijzigingsbevoegdheid is overgenomen uit het geldende bestemmingsplan ‘Landelijk gebied 2001’, dat is niet correct. De regels van het bestemmingsplan zijn nogmaals nagelopen en de wijzigingsbevoegdheid is op de volgende onderdelen aangepast: 1. De beperking van 3 woningen is geschrapt, conform spelregels. Het uitgangspunt is verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. 2. De m2 van kassen en waterbassins zijn toegevoegd, conform spelregels. Daarbij is ook toegevoegd dat flexibiliteit in de te slopen oppervlaktes mogelijk is indien dit vanuit een verbetering van ruimtelijk kwaliteit gewenst is. 3.
De voorwaarde dat alleen bedrijfsgebouw van vóór 1 januari 2003 meegeteld mogen worden is geschrapt. In aanvulling hierop is ook een provinciale adviesplicht toegevoegd (zie beantwoording zienswijze ‘18’) en de voorwaarde dat gronden en bijbehorende bebouwing slecht éénmaal in aanmerking kan komen voor toepassing van de wijzigingsbevoegdheid. Dat gronden/bebouwing slechts éénmaal gebruik kan worden is geborgd doordat de gronden worden herbestemd tot ‘Agrarisch met waarden – Landschappelijk’.
7 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
3. Uitbreiding gebiedsaanduiding ‘Wetgevingszone - Wijzigingsgebied 2’ De gemeente heeft enkele zienswijze ontvangen van belanghebbenden die van mening zijn dat het wijzigingsgebied waar ruimte – voor – ruimte kavels zouden kunnen landen niet groot genoeg en in overeenstemming met de spelregels is. Door de beperkte ruimte van het wijzigingsgebied zou de toepassing van de ruimte – voor – ruimte regels niet correct geborgd worden. Beantwoording van de zienswijze De gemeente stemt in met het vergroten van het wijzigingsgebied ‘Wetgevingszone Wijzigingsgebied 2’ zodat meer tegemoet kan worden gekomen aan de afgesproken spelregels. De kwaliteitskaart behorende bij de spelregels is nader bekeken en daarop is de verbeelding waar mogelijk en noodzakelijk aangepast. De reden dat het wijzigingsgebied in eerste instantie kleiner is weergegeven op de kaart is het uitblijven van initiatieven in het plangebied. Desondanks dient planologisch geborgd te worden dat er voldoende mogelijkheden zijn om de ruimte – voor – ruimte kavels te laten landen. Alvorens er gebruik kan worden gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid dient voldaan te worden aan de wijzigingsregels en de opgestelde beeldkwaliteitsparagraaf. In de wijzigingsregels is vastgelegd dat voldaan moet kunnen worden aan een goede ruimtelijke ordening en dat o.a. omliggende bedrijven niet benadeeld mogen worden in hun bedrijfsvoering.
Ondanks de uitbreiding van het wijzigingsgebied zijn daarmee geen bedrijfsbelangen in het gedrang gekomen.
8 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
4. Uitbreiding van bouwvlakken binnen de bestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ De gemeente heeft enkele zienswijzen ontvangen van belanghebbenden die van mening zijn dat op hun gronden een uitbreiding van het bouwvlak voor glastuinbouw zou moeten worden doorgevoerd. Het gaat om de percelen 1704, 1842, 1888 en 1969/1997. Beantwoording van de zienswijze De genoemde percelen (1704, 1842, 1888 en 1689/1997) hebben conform het voorheen geldende bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied 2001’ hun kassenbestemming behouden. Het bestemmingsplan is in 2017 opgenomen in de beheersverordening van de gemeente Leidschendam-Voorburg. In het ontwerpbestemmingsplan zijn de bestaande bebouwingscontouren aangehouden voor het bepalen van de bouwvlakken. Het voorheen geldende bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied 2001’ heeft geen heldere regelgeving waar gebouwd mocht worden, er zit een verschil tussen de regels en de verbeelding. De gemeente houdt al vele jaren de lijn aan dat ter plaatse dan ook niet gebouwd mag worden conform het bestemmingsplan, deze lijn wordt met het bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’ planologisch bevestigd.
Bovendien komt dit ook overeen met 1) de spelregels waarin is afgesproken dat er in deelgebieden 1 (ten westen van de Tuinbouwweg) en 3 (ten oosten van de Huyssitterweg) geen uitbreiding van glasareaal mogelijk is en 2) de geldende provinciale omgevingsverordening waarin is vastgesteld dat het glastuinbouwgebied zich alleen in deelgebied 2 (tussen de Tuinbouwweg en Huyssitterweg) kan uitbreiden.
9 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
3.2. Individuele reactie per binnengekomen zienswijzen. In dit hoofdstuk is per reclamant de ingebrachte zienswijze samengevat en voorzien van een reactie van de raad. Onder ‘beantwoording zienswijze’ wordt aangegeven of de betreffende zienswijze aanleiding geeft tot aanpassing van het bestemmingsplan “Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder”. De nummers 1 t/m 18 corresponderen met de in paragraaf 2.1 opgestelde tabel ‘Overzicht zienswijzen’. 1. ABB NL (1) Inhoud van de zienswijze: 1. Indiener geeft aan dat het gebruikelijk is om hoofdwatergangen de bestemming water te geven. In dit bestemmingsplan zijn echter (vrijwel) alle watergangen voorzien van de bestemming water. Dit geeft problemen bij reconstructies en veranderingen. De belangen m.b.t. het water worden in voldoende mate geborgd door de keur van het Hoogheemraadschap. Indiener stelt voor om de watergangen langs de Huyssitterweg, Veilingweg en Tuinbouwweg de bestemming verkeer te geven. De watergangen grenzend aan het glastuinbouwgebied bij o.a. kwekerij Meeslouwer moeten volgens indiener de bestemming Agrarisch krijgen. Indiener stelt dat de bestemmingsgrens tussen Agrarisch Glastuinbouw en Agrarisch met waarden-landschapswaarden op de erfgrens moet liggen waardoor de bestemming Water verdwijnt. De watergangen aan de oostzijde van de Huyssitterweg dienen de bestemming Agrarisch Glastuinbouw te krijgen.
Hetzelfde geldt voor de watergang tussen Huyssitterweg 2 en 4. 2. Indiener geeft aan dat de watergang tussen het perceel van kwekerij Meeslouwer en Tuinbouwweg 7/7a in gebruik is als een waterbassin. Om dit gebruik voort te kunnen zetten, verzoekt indiener om deze hele watergang de bestemming Glastuinbouw (inclusief bouwvlak) te geven. 3. De Beeldkwaliteitsparagraaf Meeslouwerpolder conflicteert volgens indiener met de bedrijvigheid, maar is zinvol m.b.t. woningen. Daarom stelt indiener voor om voorschrift 4.2.1 lid b te laten vervallen en deze in te voegen bij de voorschriften over woningen. De kwaliteit van het landschap m.b.t. de glastuinbouwbedrijven wordt immers geborgd door voorschrift 4.2.1 lid c. 4. In de Beeldkwaliteitsparagraaf is aangegeven dat o.a. parkeerplaatsen zoveel mogelijk aan het zicht moet worden onttrokken. Het huidige gebied heeft volgens indiener niet de ruimte om auto's uit het zicht te parkeren. Verzocht wordt om dit aspect te laten vervallen. Tevens stelt indiener dat toepassen van zo min mogelijk verharding en het toepassen van zoveel mogelijk groen in strijd is met de bedrijfsbelangen.
10 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
5. Aangegeven is in de Beeldkwaliteitsparagraaf en in voorschrift 4.2.2 dat glastuinbouw gerelateerde bedrijfsbebouwing tussen de 20 en 45 meter afstand vanaf kant asfalt of kant sloot weg dient te worden ontwikkeld. Indiener merkt op dat er al meerdere bouwwerken binnen deze afstand staan waardoor deze niet herbouwd kunnen worden. Indiener verzoekt om dit aspect te laten vervallen in de Beeldkwaliteitsparagraaf. Veel van de bestaande bedrijfsgebouwen (niet zijnde kassen) staan binnen een afstand van 20 meter van de weg. Bij herbouw van de bedrijfsruimte moet voorkomen worden dat kassen moeten worden afgebroken om over een bedrijfsgebouw van gelijke grootte te kunnen beschikken. Indiener wenst daarom dat bij voorschrift 4.2.2 de minimale afstand wordt veranderd in 10 meter met de mogelijkheid voor herbouw op de bestaande maat als de bestaande afstand kleiner is dan 10 meter. 6. In paragraaf 4.5 wordt verwezen naar de transformatie. Vrijwel het hele plangebied inclusief deelgebied 2 vanuit de spelregels is echter ook aangeduid als wetgevingszone - wijzigingsgebied 1. Indiener verzoekt om het wijzigingsgebied 1 in te perken tot deelgebied 1 en 3. 7. Deelgebied 2 zou volgens indiener bedoeld zijn voor de glastuinbouw. Toch wordt achter Tuinbouwweg 7/7a een strook bestemd als Agrarisch met waarden-landschapswaarden.
Indiener verzoekt om dit perceel ook de bestemming ‘Agrarisch Glastuinbouw’ te geven en te voorzien van een bouwvlak. 8. In voorschrift 4.5.2 wordt gesteld dat minimaal 1.000 m2 bedrijfsgebouw moet worden gesloopt om één woning te kunnen bouwen. Dit zijn echter bedrijfsgebouwen, geen kassen zijnde. E.e.a. conform de Spelregels. Hierop moet dit voorschrift worden aangepast. 9. Bij de wijzigingsbevoegdheid is aangegeven dat de grootte en situering van het bestemmingsvlak dient te worden afgestemd. Ter bescherming van de omliggende bedrijven verzoekt indiener om een maximum van 750 m2 op te nemen. 10. Indiener constateert dat diverse woonhuizen in het gebied de bestemming ‘Wonen’ hebben gekregen. Ter bescherming van de glastuinbouwbedrijven is het volgens indiener noodzakelijk om hier Plattelandswoning (met agrarische bestemming) voor te gebruiken. In de definitie van plattelandswoning is immers ook aangegeven dat het om een agrarische woning gaat 11. Voorschrift 4.5.2. lid g dient volgens indiener te worden aangevuld met: Daarbij dient de afstand tot de bestemming ‘Agrarisch glastuinbouw’ minimaal 10 meter te bedragen. Dit geeft volgens indiener meer rechtszekerheid voor alle partijen.
11 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
12. Indiener verzoekt het voorschrift 17.1 en 17.2 te laten vervallen; deze voorschriften dienen geen doel in een glastuinbouwgebied. Bovendien werken ze beperkend bij reconstructie en modernisering van de bedrijven. Het Hoogheemraadschap van Rijnland heeft regels om nadelige gevolgen m.b.t. de waterhuishouding te voorkomen. 13. In voorschrift 17.3.1. moet volgens indiener expliciet vermeld worden dat dit alleen geldt voor geluidsgevoelige gebouwen. 14. Voor o.a. grotere gezamenlijke voorzieningen is het volgens indiener wenselijk dat in deelgebied 2 (van de Spelregels) een hoogte wordt toegestaan van 20 meter. Denk daarbij aan gezamenlijke warmte- en watervoorzieningen om de bedrijfsvoering te verduurzamen. 15. Het woord "bedrijfsgebouw" is niet in de definitie opgenomen. Volgens indiener wordt hiermee bedoeld gebouwen t.b.v. het bedrijf, geen kassen zijnde. Het is volgens indiener van belang om kassen hiervan uit te sluiten. 16. Indiener stelt dat het bouwvlak langs de Tuinbouwweg, aan de westkant, de contour van de bestemming ‘Glastuinbouw’ dient te volgen. 17. Indiener stelt dat het bouwvlak aan de westzijde van het perceel aan de Tuinbouwweg 6 in springt en hierdoor bij eventuele reconstructie problemen ontstaan. 18.
Indiener stelt dat het bouwvlak en de bestemming ‘Glastuinbouw’ bij het perceel Huyssitterweg 4 tot de erfgrens dient te lopen en dat de bestemming ‘Water’ moet verdwijnen. 19. Indiener stelt dat een groot perceel aan de Huyssitterweg 2 bestemming ‘Wonen’ heeft gekregen. De afstand tussen de woonbestemming en de kassen van Royal Roses is minder dan 30 meter. Indiener vreest voor bezwaren van toekomstige particulieren die hier wonen. Indiener stelt daarnaast dat Royal Roses maatwerk heeft voor afscherming van lichtuitstoot. Indiener vreest in de toekomst voor conflicten. 20. Indiener stelt dat aan de Tuinbouwweg 6 een klein perceel de bestemming ‘Bedrijf Nutsvoorziening’ heeft gekregen. Dit betreft een voorziening voor de glastuinbouw en kan dus onder de bestemming ‘Glastuinbouw’ vallen. 21. Tuinbouwweg 4 en 6 zijn nu als Woonbestemming bestemd. Hier is echter geen acceptabel leefklimaat te realiseren i.v.m. de A4 volgens indiener. 22. Indiener stelt dat alle type woningen binnen het Meeslouwerpolder gebied (agrarisch, plattelandwoning en huizen met een woonbestemming) bewoond moeten kunnen worden door arbeidsmigranten. In de bestaande situatie is hier al sprake van volgens indiener.
12 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
Beantwoording van de zienswijze De gemeente Leidschendam – Voorburg is de indiener erkentelijk voor de uitgebreide reactie en bijdrage aan het bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’.
Ad 1: De gemeente is voornemens om de systematiek, waarbij alle watergangen concreet worden bestemd, toe te passen in het nog op te stellen bestemmingsplan ‘Landelijk’. Met name in gebieden met een hoge landschapswaarde is het behoud van het slagenlandschap van belang. Het toepassen van deze systematiek moet echter wel doelmatig en bruikbaar zijn. De gemeente is het met indiener eens dat het toepassen van deze systematiek binnen specifieke delen van het glastuinbouwgebied niet werkbaar is. De door indiener gewenste aanpassingen zijn verwerkt op de verbeelding en in de regels.
Ad 2: In lijn met het antwoord in Ad 1 is de gewenste aanpassing doorgevoerd op de verbeelding
Ad 3: Artikel 4.2.1 lid b zal niet worden verwijderd omdat het wel relevant is voor nieuw bedrijfsbebouwing binnen het glastuinbouwgebied. Onder ad 5 wordt toegelicht dat er aanvullend wel voorzien wordt in een correcte planologische regeling voor bestaande bedrijfsbebouwing die niet voldoet aan de nieuwe eisen.
Ad 4: Aan de beeldkwaliteitsparagraaf is toegevoegd dat deze eis niet geldt voor de glastuinbouwbedrijven wanneer blijkt dat dit niet mogelijk is vanwege de (bestaande) bedrijfsvoering.
Ad 5: Ten behoeve van een betere borging van planologisch bestaande rechten zijn aan artikel 4.2.2 twee extra leden toegevoegd. Aanpassen van de minimale afstand is daarmee niet noodzakelijk en bovendien stedenbouwkundig gezien niet wenselijk.
Ad 6: De gemeente is bij het opstellen van de spelregels altijd voornemens geweest om alle belanghebbenden en/of eigenaren binnen het glastuinbouwgebied éénzelfde mogelijkheid te bieden voor de sanering van bestaande bouwwerken in ruil voor woningbouw, dat geldt ook voor deelgebied 2. Het is aan de belanghebbenden en eigenaren zelf om te bepalen hier gebruik van te maken. Uiteraard is het vervolgens ook aan de gemeente en provincie en een keuze te maken over de uitvoerbaarheid van de aanvraag waarbij de belagen van het glastuinbouwgebied als geheel betrokken worden. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
13 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
Ad 7: De eigenaren van deze gronden hebben besloten gebruik te maken van de ruimte – voor – ruimte regeling, gebaseerd op de spelregels, voor de bouw van een nieuwe woning. Om voor deze regeling in aanmerking te komen moet bestaande glastuinbouw op een duurzame wijze gesaneerd worden. Indien het door indiener aangehaalde deel wordt bestemd tot ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ kan niet voldaan worden aan deze harde voorwaarde van de ruimte – voor ruimte regeling. Toepassing van de wijziging is besproken met de provincie Zuid-Holland. In de toelichting en in voorliggende Nota Zienswijzen is een aanvullende onderbouwing opgenomen. Deze zienswijze leidt dan ook niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Ad 8: Voor de beantwoording wordt verwezen naar paragraaf 3.1. van deze Nota Zienswijzen.
Ad 9: Die zienswijze heeft niet geleid tot een begrenzing van de nieuwe woonbestemming tot 750 m 2 omdat deze beperking niet is opgenomen in de spelregels. Wanneer gebruik wordt gemaakt van de ruimte voor ruimte regeling zal na afstemming tussen de gemeente, de provincie en de eigenaar bepaald worden welke gronden tot ‘Wonen – Grondgebonden’ bestemd worden, op voorhand wordt daar geen maximum/minimum voor bepaald.
Ad 10: De zienswijze heeft geleid tot een nadere blik op de woonbestemmingen van enkele percelen binnen het plangebied. Op de verbeelding is één voormalige bedrijfswoningen (in tegenstelling tot het ontwerpbestemmingsplan) agrarisch bestemd met de aanduiding plattelandswoning. Aanvullend dient wel gesteld dat worden dat een plattelandswoning planologisch alleen beschermd is tegen de milieu(hinder)contour resp. effecten op een goed woon- en leefklimaat van het eigen bedrijf, waar deze woning ooit deel van uitmaakte. Indiener stelt dat het herbestemmen tot agrarische plattelandswoning meer bescherming biedt voor de glastuinbouwbedrijven, die conclusie deelt de gemeente niet. Dit is overigens ook zo vastgelegd in de Wet Plattelandswoning (2013) en in de jurisprudentielijn. Ten slotte kan alleen een voormalige agrarische bedrijfswoning worden bestemd als plattelandswoning, deze bestemming kan dus niet voor nieuw te bouwen (ruimte- voor – ruimte) woningen toegepast worden.
Ad 11: Aan de wijzigingsbevoegdheid zijn voorwaarden verbonden. In artikel 4.6.2 lid g (voorheen 4.5.2 lid g) is vastgelegd dat één van de voorwaarden is dat de wijziging omliggende (agrarische) bedrijven niet in onevenredige mate in hun bedrijfsvoering mag aantasten. Indien gebruik wordt gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid zal aan de hand van de op dat moment geldende richtafstanden tussen milieugevoelige en milieubelastende functies beoordeeld en aangetoond moeten worden welke minimale afstand gewenst is. Een aanpassing van het bestemmingsplan is dan ook niet gewenst. 14
Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
Ad 12: De artikelen 17.1 en 17.2 zijn overgenomen uit het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied 2011’. De afwijkingsbevoegdheid biedt voldoende ruimte voor toekomstige wenselijke aanpassingen van bruggen, dammen en/of het waterhuishoudkundige systeem. De regels van het hoogheemraadschap hebben alleen betrekking op waterhuishoudkundige aspecten, niet op ruimtelijke aspecten waar de gemeente voor verantwoordelijk is. Omdat het bestemmingsplan voorziet in herontwikkeling/herstructurering van het glastuinbouwgebied en/of toekomstige woningbouwontwikkeling aan de hand van de wijzigingsbevoegdheden wil de gemeente grip houden op de ruimtelijke afweging en belangen van bruggen en dammen in het totaalbeeld van de ruimtelijke kwaliteit. Wel is het woordje ‘karakteristiek’ uit lid a verwijderd ter verbetering van de rechtszekerheid en duidelijkheid.
Ad 13: In artikel 17.3.1. is reeds opgenomen dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen geluidsgevoelige gebouwen en overige gebouwen. Ter verduidelijking is de formulering van het artikel iets aangepast, de inhoud blijft onveranderd. Aanvullend is het artikel ambtshalve nog geactualiseerd, waarbij de door indiener gewenste aanpassing is meegenomen.
Ad 14: De gemeente acht een bouwhoogte van 20 meter voor gezamenlijke voorzieningen stedenbouwkundig niet wenselijk. Indiener stelt dat deze hoogte nodig is voor gezamenlijke warmte- en watervoorzieningen. Stedenbouwkundig gezien is een hoogte van 20 meter in ieder geval niet wenselijk en daarom leidt deze zienswijze niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Ad 15: Het woord ‘bedrijfsgebouw’ is in tegenstelling tot wat indiener stelt wel opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan, namelijk in artikel 1.22. De gemeente is van mening dat de toevoeging ‘geen kas zijnde’ het lezen van de regels verduidelijkt, de gewenste aanpassing is doorgevoerd.
Ad 16: De verbeelding is aangepast op basis van de ingediende zienswijze.
Ad 17: Indiener wenst dat het bouwvlak verlengd wordt zodat er bij eventuele reconstructie langs de sloot gebouwd kan worden, in lijn met de overige kassen. Deze aanpassing is op de verbeelding doorgevoerd en stuit bij de gemeente niet op een belemmering.
Ad 18: Het bouwvlak is conform de ingediende zienswijze aangepast en doorgetrokken tot de erfgrens.
Ad 19: De afstand tussen de Huyssitterweg 2 en Royal Roses bedraagt (zoals indiener stelt) minder dan 30 meter. Indiener stelt in de zienswijze zelf dat een afstand van 10 meter (Ad 11) voldoende is om de rechtszekerheid voor alle partijen te garanderen. Indiener maakt niet inzichtelijk waarom in deze situatie een afstand van 30 meter noodzakelijk is. Een glastuinbouwbedrijf valt binnen milieucategorie 2 en het glastuinbouwgebied kan gekenmerkt wordt als een gemengd gebied.
15 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
Op basis van de VNG – richtafstanden is een afstand van 10 meter dan voldoende om zowel het woon – leefklimaat als de bedrijfsbelangen te kunnen borgen. Aanpassing van het bestemmingsplan is dan ook niet noodzakelijk.
Ad 20: De aanpassing is doorgevoerd op de verbeelding. Het perceel is voorzien van de enkelbestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ inclusief bouwvlak.
Ad 21: De bestaande functie was al wonen en dat zal niet veranderen met het nieuwe bestemmingsplan, van een belemmering met de Rijksweg is in de optiek van de gemeente dan ook geen sprake.
Ad 22: Het bestemmingsplan maakt bewoning van de huizen binnen het plangebied door arbeidsmigranten niet onmogelijk, er alleen vastgelegd in de artikelen 1.116 en 1.117 dat er maar één huishouden per woning is toegestaan. Dit is in lijn met het beleid en de overige nieuwe (nog vast te stellen) bestemmingsplannen binnen de gemeente. De gemeente ziet geen noodzaak om specifiek het gebruik van de woningen voor arbeidsmigranten te benoemen in de toelichting dan wel regels. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
2. Cumela Inhoud van de zienswijze: 1. De functieaanduiding ‘agrarisch loonbedrijf’ is gedefinieerd in artikel 1 Begrippen onder 1.11. De definitie is volgens indiener niet toekomstbestendig en sluit niet afdoende aan bij de feitelijke bedrijfsvoering. Indiener stelt dat om een toekomstbestendig bedrijf te kunnen voeren het werkgebied vergroot en/of verbreed moeten worden. Indiener verzoekt om de definitie van ‘agrarisch loonbedrijf’ aan te passen c.q. aan te laten sluiten bij de algemeen gangbare- en feitelijke activiteiten van het hedendaagse loonbedrijf (cumelabedrijf). Verzocht wordt om de begrippen ‘agrarisch aanverwant bedrijf’ en ‘loonbedrijf’ toe te voegen. 2. Artikel 4.2.1. (bestemmingsomschrijving) & 4.2.2 (bouwregels) zijn niet toereikend en/of uitvoerbaar voor het adres Tuinbouwweg 1. Indiener wenst voor de gronden met de functieaanduiding ‘agrarisch loonbedrijf’ specifieke bouwregels. Indiener zou graag een maximaal bebouwingspercentage van 60% krijgen, in de bestaande situatie is er sprake van 47% bebouwing. 3. Indiener wenst dat het noordelijke deel van het perceel de bestemming ‘Agrarisch met waarden – landschapswaarden’ krijgt inclusief functieaanduiding ‘agrarisch loonbedrijf’. 4.
De verbreding van de A4, geen onderdeel van het ontwerpbestemmingplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’, leidt ertoe dat de afstand tussen de rijbanen en de rijksweg en de bedrijfslocatie en bedrijfswoning kleiner wordt. 16 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
Dit zal gevolgen hebben voor het woon- en leefklimaat en de goede ruimtelijke ordening. Indiener stelt dat zekergesteld moet worden dat een goed woon- en leefklimaat wordt veiliggesteld. Indiener stelt voor om in het bestemmingsplan een specifieke aanduiding op de nemen voor geluidsreducerende voorzieningen. 5. In artikel 4.5.1 (voorheen 4.4.1) zijn bepalingen opgenomen over strijdig gebruik van de gronden. Indiener stelt dat buitenopslag voor alle cumelabedrijven inherent verbonden is aan de bedrijfsvoering. Indiener stelt dat buitenopslag voor de bedrijfsvoering doelmatiger is dan binnen opslag. Indiener wenst aan het bestemmingsplan wordt toegevoegd dat buitenopslag/stalling toegestaan is. 6. Indiener stelt dat niet gemotiveerd is waarom bedrijven met een soortgelijke functie een verschillende enkelbestemming kennen. Indiener stelt dat het legitiem is om beide te voorzien van een bedrijfsbestemming. Indien het bevoegd gezag hiertoe zou besluiten dienen onderdelen zoals de mate van bebouwing, de bouw-/goothoogte, buitenopslag, hobbymatig houden van paarden zorgvuldig vastgelegd te worden.
Beantwoording van de zienswijze
Ad 1: De gemeente vindt het belangrijk dat de geldende (en op te stellen) bestemmingsplannen binnen de gemeente voldoende ruimte bieden voor de duurzame ontwikkeling en bedrijfsvoering van de bedrijven. Artikel 4.1.1 lid c is daarom aangepast tot ‘een agrarisch aanverwant (loon)bedrijf’ en in artikel 1.11 is de gewenste definitie van ‘agrarisch aanverwant (loon) bedrijf ‘toegevoegd. De gemeente is van mening dat met de definitie ‘agrarisch aanverwant (loon)bedrijf’ voldoende ruimte wordt geboden voor een duurzame ontwikkeling van de bedrijfsvoering passend bij het buitengebied.
Ad 2: Ten aanzien van artikelen 4.2.2 lid c & d van het ontwerpbestemmingsplan zijn in het vastgestelde bestemmingsplan de aanvullende regels 4.2.2. lid e en f toegevoegd waarmee bestaande rechten gewaarborgd zijn. Het opnemen van specifieke bouwregels voor de situatie van indiener is acceptabel. Ten behoeve van de specifieke bouwregels is aan het vastgestelde bestemmingsplan het artikel 4.2.3 toegevoegd. Deze specifieke bouwregels zijn voorafgaand aan de vaststelling ter toetsing voorgelegd aan de indiener van de zienswijze.
17 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
Ad 3: De gemeente dacht indiener tegemoet te komen door de bestemming ‘Glastuinbouw’ inclusief aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – agrarisch loonbedrijf’ te handhaven. In de bestaande situatie hebben deze gronden immers ook een glastuinbouw bestemming. Indien voor indiener niet gewenst is, is het voor de gemeente akkoord om de bestemming ‘Agrarisch met waarden – landschapswaarden’ (artikel 6) toe te voegen voor het noordelijke deel van het perceel. Om de bestaande bedrijfsvoering te respecteren is ter plaatse de functieaanduiding ‘agrarisch loonbedrijf’ toegevoegd.
Ad 4: het opnemen van een aanduiding voor geluidsreducerende voorzieningen in onderhavig bestemmingsplan is niet wenselijk. De verbreding van de A4 is geen project van de gemeente maar van Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat dient aan te tonen dat bij de verbreding van de A4 kan worden voldaan aan een goede ruimtelijke ordening, daar hoort ook het woon- en leefklimaat bij van o.a. indiener van de zienswijze. Artikel 17.3 ziet toe op het bouwen van nieuwe geluidsgevoelige bebouwing, bestaande rechten worden daarmee niet aangetast. De gemeente Leidschendam – Voorburg is een van de overlegpartners van Rijkswaterstaat in het project verbreding A4. De gemeente komt tijdens deze gesprekken op voor de belangen van haar burgers.
Ad 5: Artikel 4.5.1 (voorheen 4.4.1) bestaat uit specifieke gebruiksregels die voor alle glastuinbouwbedrijven gelden. De gemeente erkend dat buitenopslag voor deze bedrijven noodzakelijk is en feitelijk ook gebeurd. Artikel 4.5.2 is toegevoegd waarin buitenopslag en stalling noodzakelijk ten behoeve van de bedrijfsvoering van glastuinbouwbedrijven en/of agrarisch aanverwante (loon)bedrijven wordt toegestaan. Voor zowel buitenopslag en stalling geldt wel het concentratiebeginsel.
Ad 6: Het perceel van indiener is (grotendeels) gesitueerd in het gebied wat in de spelregels en bovenal de provinciale omgevingsverordening is aangewezen als kerngebied voor de glastuinbouw. Het wegbestemmen met de bestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ is daarom niet gewenst. Indiener verwijst naar een andere locatie binnen het plangebied waar de aanduiding ‘agrarisch loonbedrijf’ is opgenomen, deze locatie ligt echter buiten het kerngebied dat in de spelregels is aangewezen als kerngebied voor de glastuinbouw. De locatie waar indiener naar verwijst heeft in het vigerende bestemmingsplan overigens reeds een bedrijfsbestemming, deze wordt gehandhaafd.
18 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
3. Indiener(s) zienswijze 3 Inhoud van de zienswijze: 1. De woning van indiener heeft in het ontwerpbestemmingsplan een woonbestemming gekregen. Indiener wenst de echter de agrarische bestemming te behouden. 2. Indiener stelt een vergunning te hebben voor paddocks. Deze ligt nu in het gebied met de enkelbestemming ‘agrarisch met waarden’. Indiener wenst hiervoor een aparte aanduiding te krijgen. 3. Indiener stelt een milieuvergunning te hebben voor 25 paarden, 15 runderen en 18 schapen en wenst deze in het bestemmingsplan terug te zien komen. 4. Indiener verzoekt de archeologische dubbelbestemming te verwijderen. Het perceel is jaren geleden voor een groot deel afgegraven met grondroering tot 1 meter diep. 5. Indiener stelt dat er vlakbij hun grondgebied een gebiedsaanduiding ‘wijzigingsgebied 2’ ligt ten behoeve van de realisatie van woningen. Indiener vreest dat dit conflicteert met hun bedrijf i.r.t. bijvoorbeeld geurhinder. Beantwoording van de zienswijze
Ad 1: Bij nadere bestudering van de verbeelding zijn de bestemmingen en adressen Kniplaan 2, 2a verwisseld. In het vastgestelde bestemmingsplan is dit hersteld waarmee de zienswijze van indiener is verwerkt.
Ad 2: De door indiener aangehaalde vergunning is bij de gemeente bekend onder het dossiernummer 482611. De paddock is door de gemeente vergund op 9 januari 2019 en is in het vastgesteld planologisch inbestemd middels een uitbreiding van de bestemming ‘Agrarisch’. Deze systematiek wordt in het buitengebied ook toegepast, op deze manier is de zienswijze correct verwerkt.
Ad 3: Een milieuvergunning heeft een separate werking naast het bestemmingsplan. De milieuvergunning voor het houden van 25 paarden, 15 runderen en 18 schapen hoeft niet opgenomen te worden in het bestemmingsplan om voldoende geborgd te zijn. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Ad 4: Voor de beantwoording wordt verwezen naar paragraaf 3.1. van deze Nota Zienswijzen.
19 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
Ad 5: Indiener heeft geconstateerd dat nabijgelegen gronden zijn bestemd met de gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone - wijzigingsgebied 2’. Deze gronden zijn voorzien voor mogelijke toekomstige woningbouw op basis van de ruimte – voor – ruimte regels zoals vastgelegd in de Spelregels. Op basis van een aantal andere zienswijzen is de gebiedsaanduiding nog wat uitgebreid, dat is weergegeven op de verbeelding. De desbetreffende gronden zijn op de kwaliteitskaart behorende bij de spelregels aangeduid als ‘zoekgebied ruimte voor ruimte kavels’. Een wijzigingsbevoegdheid is nog geen ruimtelijke ontwikkeling op zichzelf. Om gebruik te maken van de wijzigingsbevoegdheid dient een wijzigingsplan opgesteld te worden. In het wijzigingsplan moet worden onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening, onderdeel daarvan is het door indiener aangehaalde aspect geur. Voorwaarde voor de wijziging is dat de wijziging niet tot gevolg mag hebben dat omliggende (agrarische) bedrijven in onevenredige mate in hun bedrijfsvoering worden aangetast. De bedrijfsbelangen van indiener zijn daarmee voldoende geborgd.
20 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
4. Rijkswaterstaat Inhoud van de zienswijze: 1. Rijkswaterstaat is beheerder van de nabij gelegen Rijksweg A4. In de toekomst wordt Rijkswaterstaat graag ook middels het vooroverleg 3.1.1. betrokken. 2. Indiener stelt dat langs de A4, ter hoogte van het plangebied, een reserveringszone voor uitbreiding hoofdwegen loopt. Dit is uitgewerkt in het Barro (besluit algemene regels ruimtelijke ordening) en het Rarro (regeling algemene regels besluit ruimtelijke ordening). Dit is tevens uitgewerkt in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Hier is bepaald dat er voor de A4 1 extra rijstrook (aan beide zijden) ruimte moet worden gereserveerd. Uit het Barro volgt dat voor 1 extra rijstrook 34 meter moet worden gereserveerd. Indiener wenst dat dit wordt opgenomen in de regels en op de verbeelding. 3. Indiener stelt dat er binnen deze reserveringszone geen wijziging mag plaatsvinden van de bestemming ten opzichte van – op het moment van aanwijzing van de reserveringszone – geldende ruimtelijke plan voor zover deze wijziging de volgende activiteiten of bestemmingen mogelijk maakt: a.
Het bouwen van een bouwwerk waarvoor en omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, uitgezonderd een tijdelijk bouwwerk als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, onder a, van die wet of een bijbehorend bouwwerken als bedoeld in bijlage II, artikel 1, eerste lid, bij het besluit omgevingsrecht; b. Stortplaats voor afvalstoffen. c.
Bergingsgebied als bedoeld in artikel 1.1. van de Waterwet.
4. Rijkswaterstaat is tevens wegbeheerder en ziet toe op nieuwe geluid- en luchtgevoelige ruimtelijke ontwikkelingen. Indiener stelt dat het geheel, inclusief ontwerpbesluit hogere waardenbesluit, voldoet aan de wetgeving maar zien de berekende geluidbelasting in de toekomst kan leiden tot 0800meldingen. Indiener wenst, indien er o.b.v. de wijzigingsbevoegdheden woningen worden toegevoegd, tijdig geïnformeerd te worden. 5. Indiener wijst erop dat de verwijzing in de toelichting naar het akoestische rapport niet gelijk is aan de versie in de bijlage.
21 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
Beantwoording van de zienswijze
Ad 1: Het niet betrekken van Rijkswaterstaat in het vooroverleg is een onbedoelde omissie geweest. Zoals valt te lezen in paragraaf 8.2.1 is er een uitgebreide lijst met vooroverlegpartners geselecteerd, Rijkswaterstaat is hier helaas niet bij betrokken geweest. De gemeente zal erop toezien dat Rijkswaterstaat bij toekomstige ontwikkelingen wel tijdig wordt aangeschreven.
Ad 2/3: De reserveringszone voor de A4 is door de gemeente beoordeeld bij het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan. De reserveringszone ligt aan de noordzijde binnen het plangebied, ter plaatse worden echter geen wijzigingen voorzien ten opzichte van de geldende ruimtelijke plannen dan wel omgevingsvergunningen. Het vaststellen van het bestemmingsplan vormt geen belemmering vorm voor de belangen van de reserveringszone A4.
Ad 4: De gemeente neemt de zienswijze van Rijkswaterstaat ter kennisgeving aan. Rijkswaterstaat zal betrokken worden wanneer gebruik wordt gemaakt van de wijzigingsbevoegdheden binnen het plangebied.
Ad 5: De incorrecte verwijzing is aangepast in het vastgestelde bestemmingsplan.
22 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
5.Rombou Inhoud van de zienswijze: 1. Indiener heeft op verschillende locaties eigendommen binnen het Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder: Huyssitterweg 5 en 7 en de Tuinbouwweg 16. 2. Indiener stelt dat het bestemmingsplan strijdig is met de doelen die gesteld zijn de ‘Spelregels Transformatie Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’ (hierna; spelregels). 3. Tuinbouwweg 16b: a. Indiener wenst dat alle gronden van perceelnummer 1704 de bestemming ‘Agrarisch – glastuinbouw’ krijgen. b. Indiener stelt dat er strijd is met de spelregels omdat de Tuinbouwweg 16B niet binnen de wijzigingsbevoegdheid ‘Wetgevingszone – wijzigingsgebied 2 valt’. Dit dient te worden aangepast. Tevens zijn de wijzigingsregels niet conform de spelregels. c.
Het naastgelegen perceel heeft de wijzigingsbevoegdheid wel. Indiener stelt dat er ten onrechte geen zone is opgenomen tussen de bestemming ‘agrarisch – glastuinbouw’ en de wijzigingsbevoegdheid.
d. Tegenover Tuinbouwweg 16 wordt een ruimte-voor-ruimte woning gerealiseerd. Indiener stelt dat hier ook voldoende ruimte gehouden moet worden. Indiener stelt dat deze woning overigens als ‘plattelandswoning’ zou moeten worden aangeduid. e. Indiener stelt dat de naastgelegen gronden (ter hoogte van Tuinbouwweg 14) ten onrechte de bestemming ‘Agrarisch met landschapswaarden’ hebben gekregen. Dit zal belemmerend werken voor de omliggende bedrijven. 4. Indiener stelt dat kassen/waterbassin in de spelregels ook genoemd zijn als onderdeel van de ruimte-voor-ruimte regeling. Het bestemmingsplan voorziet hier niet in. Tevens mist indiener een onderbouwing waarom alleen gebouwen van voor 1 januari 2003 meetellen in de wijzigingsbevoegdheid. 5. Huyssitterweg 5B: a. Indiener wenst dat het gehele perceel met nummer 1842 wordt voorzien van een bouwvlak. 6. Huyssitterweg 3: a. De woning valt binnen de veiligheidszone bevi, binnen deze zone mogen geen woningen worden gesitueerd. Indiener verzoekt om de veiligheidszone aan te passen en/of in het bestemmingsplan de mogelijkheid bieden om de woning binnen/buiten de veiligheidszone te kunnen herbouwen.
23 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
7. Indiener constateert dat vrijwel het gehele plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ kent. In de toelichting wordt aangegeven dat bij de ontginning archeologische waarden zijn verdwenen. Indiener stelt dat de gronden in het gebied bij de ontwikkeling diep zijn geroerd. Beantwoording van de zienswijze
Ad 1/2: De gemeente is van mening dat wel uitvoering is gegeven aan de eerder opgestelde ‘Spelregels Transformatie’. Wel erkent de gemeente dat de reikwijdte van het ontwerpbestemmingsplan niet overeenkomt met alle doelen uit de spelregels. Daarnaast lijken veel bedrijven in deelgebieden 1 en 3 de komende jaren door te gaan met de glastuinbouw, dat heeft gevolgen voor de herstructureringsmogelijkheden binnen het glastuinbouwgebied. De wijzigingsbevoegdheid is aangepast ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan om de mogelijkheden te vergroten.
Ad 3: a. Voor de beantwoording wordt verwezen naar paragraaf 3.1. van deze Nota Zienswijzen. b. Voor de beantwoording wordt verwezen naar paragraaf 3.1. van deze Nota Zienswijzen. c.
Het opnemen van een zone op de verbeelding is niet noodzakelijk. In de regels wordt voldoende geborgd dat het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid alleen mogelijk is indien hier milieutechnisch geen bezwaar tegen is.
d. Ten aanzien van de afstand tussen de beoogde nieuwe woningen aan de Tuinbouwweg 7/7A wordt verwezen naar de gemeentelijke reactie onder sub C. Ten aanzien van de woning aan de Tuinbouwweg 7/7A kan er ruim voldaan worden aan de minimale afstand van 10 meter tussen de gevels van de woning tot de bestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’. Aanpassing is op dit onderdeel niet noodzakelijk. e. Ten aanzien van de woonbestemming aan de Tuibouwweg 14 redeneert de gemeente als volgt. In de bestaande situatie was er reeds sprake van een woonbestemming, zij het als bedrijfswoning. Een bedrijfswoning beschermt alleen tegen hinder van de eigen bedrijfsvoering, voor omliggende bedrijven gelden voor bedrijfswoningen en burgerwoningen dezelfde milieueisen. De woning aan de Tuinbouwweg 14 ligt op circa 50 meter van de gronden behorende bij de Tuinbouwweg 16, dat is ruim voldoende op basis van de VNG-normen. Het is niet duidelijk waarom indiener van mening is waarom de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ beperkend werkt voor omliggende bedrijven, deze bestemmingen kunnen prima naast elkaar bestaan. 24 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
Ad 4: voor de beantwoording wordt verwezen naar paragraaf 3.1 van deze Nota Zienswijzen.
Ad 5: voor de beantwoording wordt verwezen naar paragraaf 3.1 van deze Nota Zienswijzen.
Ad 6: De woning aan de Huyssitterweg 3 lag voorafgaand aan het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan al binnen de veiligheidszone van het bevi, dat verandert niet met onderhavig bestemmingsplan. In de regels is bovendien bepaald dat er geen nieuwe woningen opgericht mogen worden, bestaande bouwrechten vallen hier (ook bij herbouw) niet onder. Deze zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Ad 7: voor de beantwoording wordt verwezen naar paragraaf 3.1. van deze Nota Zienswijzen.
6.Cumela (2) Inhoud van de zienswijze: 1. Indiener brengt een zienswijze naar voren in relatie tot de bedrijfsvoering van de Huyssitterweg 7. Indieners zijn zowel een natuurlijk persoon als een b.v. 2. Indiener stelt dat de aanduiding ‘agrarisch loonbedrijf’ niet conform het vigerende bestemmingsplan en feitelijke gebruik is. Indiener oefent al jaren een loon- en grondverzetbedrijf uit. De definitie van ‘agrarisch loonbedrijf’ (artikel 1.11) is niet afdoende en toekomstbestendig. Indiener stelt dat om toekomstbestendig bedrijf te kunnen voeren het werkgebied vergroot en/of verbreed moeten worden. Indiener verzoekt om de definitie van ‘agrarisch loonbedrijf’ aan te passen c.q. aan te laten sluiten bij de algemeen gangbareen feitelijke activiteiten van het hedendaagse loonbedrijf (cumelabedrijf). Verzocht wordt om de begrippen ‘agrarisch aanverwant bedrijf’ en ‘loonbedrijf’ toe te voegen. 3. Indiener stelt dat de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – caravanstalling’ opgenomen moet worden. Indiener stelt een omgevingsvergunning (d.d. 29 april 1997) te hebben waarmee dit gebruik in afwijking van het vigerende bestemmingsplan is toegestaan. 4. Indiener stelt dat het bestemmingsvlak niet overeenkomt met het vigerende bestemmingsplan en het feitelijke gebruik.
In het ontwerpbestemmingsplan is 9.000 m2 opgenomen, in werkelijkheid is vanwege de aard, omvang en soort activiteiten een oppervlakte van 11.000 m2 in gebruik. Indiener verzoekt om dit aan te passen door het bestemmingsvlak 25 meter in oostelijke richting te vergroten. 5. Indiener stelt dat op basis van de bestaande bedrijfsvoering loonbedrijf (016), bosbouw (024), landschapsverzorging (8130), grondverzet (4312), verhuur (773) en opslag grond/zand (46735) sprake is van minimaal een milieucategorie 3.2 – bedrijf. 25 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
6. Indiener merkt het volgende op over de bouwregels: a. Artikel 7.2.2.: Indiener stelt dat in het aantal bedrijven in het vigerende bestemmingsplan niet wordt beperkt tot één per bestemmingsvlak. Dit artikel dient volgens indiener verwijderd te worden. De goot- en bouwhoogte zou 5 respectievelijk 11 meter moeten bedragen. b. Artikel 7.2.3: Indiener stelt dat de gehanteerde maten en bebouwing niet zorgvuldig zijn opgenomen, tevens kan indiener de code ‘sb-09’ niet herleiden. De opgenomen maat van 410 m2 als max. oppervlak (exclusief bedrijfswoningen en aan/uitbouwen) is niet juist. Conform vigerende vergunning zou dit 3.400 m2 moeten bedragen. c.
De tabel in artikel 7.2.3 impliceert dat er geen bedrijfswoning aanwezig is, terwijl dat op grond van artikel 7.2.2. lid c en d wel is toegestaan. Indiener stelt dat deze noodzaak er wel is. De tabel dient hier op aangepast te worden.
7. Indiener constateert dat er in artikel 7.5.1 diverse bepalingen zijn opgenomen over strijdig gebruik. De leden b, g, i en f kunnen beperkend werken. Indiener verzoekt om het in bestemmingsplan op te nemen dat buitenopslag/stalling voor een loonbedrijf toegestaan is en blijft als onderdeel van de reguliere bedrijfsvoering. Deze moeten vallen onder de uitzonderbepaling in artikel 7.5.1. 8. Het oostelijk deel van de gronden heeft de bestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’. Indiener stelt dat de bouwrechten c.q. het oprichten van kassen zijn wegbestemd. Dit dient hersteld te worden. 9. Indiener maakt nadrukkelijk bezwaar tegen artikel 14, deze dient volgens indiener volledig verwijderd te worden. Met name artikel 14.2.1. waarin een bouwverbod is opgenomen dient verwijderd te worden. 10. Indiener constateert dat ten zuiden van het perceel de gebiedsaanduiding ‘wetgevingszone – wijzigingsgebied 2’ is toegekend. Een goed woon- en leefklimaat en scheiding t.o.v. het bedrijf is volgens indiener niet voldoende geborgd.
26 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
Beantwoording van de zienswijze
Ad 1: Behoeft geen beantwoording. Ad 2: Voor de beantwoording wordt verwezen naar ‘beantwoording van de zienswijze’ Ad 1 van zienswijze 2.
Ad 3: Indiener heeft de vergunning uit 1997 kunnen overleggen, de functieaanduiding ‘caravanstalling’ is conform de verleende vergunning in het bestemmingsplan geborgd. Dit is voorafgaand aan de vaststelling ter bevestiging voorgelegd aan de indiener.
Ad 4: In het ontwerpbestemmingsplan is de contour van het vigerende bestemmingsplan ‘bedrijfsdoeleinden’ aangehouden. Ter plaatse van de gewenste uitbreiding van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ gold de bestemming ‘Agrarisch gebied, kassen’ alwaar de gronden bestemd zijn voor de uitoefening van de agrarische bedrijfsvoering ten behoeve van glastuinbouwbedrijven, het gebruik van deze gronden voor bedrijfsdoeleinden is in strijd met het bestemmingsplan ‘Landelijk Gebied, 2001’. De gemeente is gezien de aard van het gebruik bereid medewerking te verlenen aan de uitbreiding van het bestemmingsvlak in oostelijke richting. Ter plaatse is bebouwing niet toegestaan, feitelijk wordt alleen het reeds bestaande gebruik gelegaliseerd.
Ad 5: Indiener heeft ondanks een aanvullend verzoek vanuit de gemeente niet aannemelijk kunnen maken op basis waarvan de genoemde bedrijven tot milieucategorie 3.2 zouden behoren en/of waarom daar recht op zou hebben. Deze milieucategorie is namelijk in het geldende bestemmingsplan niet toegestaan, in het nieuwe bestemmingsplan wordt geen uitbreiding mogelijk gemaakt aangezien het een conserverend plan is op dit onderdeel.
Ad 6: a. Ter plaatse zijn reeds meerdere bedrijven gevestigd, zo blijkt ook uit andere zienswijzen (7 en 8). De gemeente is bereid om maximaal het aantal bedrijven ten tijde van de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan toe te staan vanwege het economische belang van Stompwijk. In de regels is hiervoor een maatwerkregeling opgenomen. De voorwaarde is wel dat gebouwen en gronden hoofdzakelijk gebruikt dienen te worden ten behoeve van het ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - agrarisch loonbedrijf' gevestigde agrarische loonbedrijf; b. De code ‘sb-09’ is conform de bestemming systematiek van het landelijk gebied. De maten in de tabel zijn aangepast na overleg met de indiener. De mogelijkheid tot een bedrijfswoning wordt aangepast conform wensen indiener, dit is in het verleden ook afgestemd met de provincie Zuid-Holland.
27 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
Onderdeel van de realisatie van een bedrijfswoning is het integraal opknappen van het perceel, op basis van de nadere eisen regeling kan de gemeente voorafgaand aan verlening van een omgevingsvergunning hier eisen aan stellen. c.
De tabel is aangepast conform aanvullend overleg dat heeft plaatsgevonden tussen de gemeente en de indiener van de
zienswijze. Ad 7: Aan artikel 7.5.2. is toegevoegd dat het medegebruik van gronden ten behoeve van buitenopslag/stalling in directe relatie tot het ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - agrarisch loonbedrijf' en/of de overige legaal gevestigde bedrijven is toegestaan.
Ad 8: Voor de beantwoording wordt verwezen naar paragraaf 3.1. van deze Nota Zienswijzen.
Ad 9: Voor de beantwoording wordt verwezen naar paragraaf 3.1. van deze Nota Zienswijzen.
Ad 10: In de regels wordt voldoende geborgd dat het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid alleen mogelijk is indien hier milieutechnisch geen bezwaar tegen is en de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven niet wordt benadeeld. De bedrijfsbelangen zijn dus ten alle tijden gewaarborgd en er kan alleen uitvoering gegeven worden aan de wijzigingsbevoegdheid als onderbouwd wordt er sprake is van een goed woon- en leefklimaat en kan worden voldaan aan een goede ruimtelijke ordening. Deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van het bestemmingsplan.
28 Zienswijzennota bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Meeslouwerpolder’
7.Fontein Elektrotechniek & Deuraandrijvingen Inhoud van de zienswijze: 1. Indiener dient de zienswijze in tegen het feit dat in het ontwerpbestemmingsplan is vastgelegd dat er slechts één bedrijf per perceel is toegestaan. Dit heeft o.a. betrekking op artikel 7.2.2. 2. Indiener stelt dat zij in 1981 gevestigd zaten aan de Dr. Van Noortstraat 98 en vanwege logistieke beperkingen zijn verhuisd. Het perceel op de Huyssitterweg 7 was volgens indiener destijds de enige optie. Het bedrijf van indiener is daar nog altijd gevestigd in een deel van het bedrijfsgebouw. 3. Indiener verzoekt de raad om hier rekening mee te houden bij de vaststelling van het bestemmingsplan Beantwoording van de zienswijze
Ad 1,2,3: Ter plaatse van de Huyssitterweg 7 zijn reeds meerdere bedrijven gevestigd. De gemeente is bereid om maximaal het aantal bedrijven ten tijde van de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan toe te staan vanwege het economische belang van Stompwijk. In de regels is hiervoor een maatwerkregeling opgenomen. De voorwaarde is wel dat gebouwen en gronden hoofdzakelijk gebruikt dienen te worden ten behoeve van het ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - agrarisch loonbedrijf' gevestigde agrarische loonbedrijf. Het bedrijf van indiener wordt met de vaststelling van het bestemmingsplan planologisch inbestemd.