2360 Bijlage 1 Eerste conclusies en bevindingen na ruim een jaar crisis.pdf
Tekst van het document
Bijlage 1 bij Raadsvoorstel 2360 Bestedingsplan herstelbeleid (2022-2025)
Eerste conclusies en bevindingen na ruim een jaar crisis Alhoewel de crisis nog gaande is en de volledige uitkomsten en gevolgen onzeker zijn, is er een aantal conclusies te trekken die richting geven aan het in te zetten herstelbeleid. Daarnaast wordt inmiddels ook duidelijk waar de grootste zorgen zitten, zowel ten aanzien van specifieke doelgroepen als de aard van de problematiek. 1. Arbeidsmarkt en werkgelegenheid: Specifieke groepen worden hard(er) geraakt in inkomen en bestaanszekerheid: Flexwerkers, ZZP-ers en ondernemers in krimpsectoren. Door de coronamaatregelen is de werkgelegenheid gedaald in 2020 en dit zet zich de komende tijd door. Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht – in de maartraming 2021 – dat de werkloosheid zal oplopen van ongeveer 3,8% in 2020 naar circa 5% aan het eind van 2021. Eind 2022 wordt een werkloosheid verwacht van 4,5%. De werkloosheid groeide ten opzichte van eind 2019 tot dusverre het meest onder jongeren, laagopgeleiden en mensen met een niet-westerse migratieachtergrond. In Leidschendam-Voorburg is de afname van de werkgelegenheid terug te zien in een toenemend beroep op de WW en de bijstand. Eind 2020 werden in de gemeente 1136 WW-uitkeringen geteld ten opzichte van 924 uitkeringen eind 2019. Het aantal bijstandsuitkeringen ligt vanaf april 2020 boven het niveau van 2019. In 2019 waren er in totaal 1753 bijstandsuitkeringen.
In 2020 zijn dat er 1823. Een aantal sectoren is hard geraakt door de crisis en de maatregelen en daar is de werkgelegenheid vooral teruggelopen. Het gaat hierbij om de zakelijke dienstverlening, horeca, cultuur, sport & recreatie, sierteelt en luchtvaart, de zogenoemde krimpsectoren. In de detailhandel is vooral de nonfood hard geraakt en daarbinnen met name de kleding- en schoenenwinkels. Nederland kent een grote flexibele arbeidsmarkt en met het teruglopen van de werkgelegenheid zijn een aantal specifieke groepen getroffen. Werknemers met een tijdelijk arbeidscontract, uitzendcontract of een oproepcontract (flexwerkers) verloren veelal als eersten hun baan. In het geval zij geen nieuw werk vinden en er verder geen ander inkomen is, is deze groep aangewezen op de WW of de bijstand. Ook veel ZZP-ers verloren bij het uitbreken van de crisis opdrachten en kregen te maken met inkomensverlies. In Leidschendam-Voorburg zijn ongeveer 4100 mensen als ZZP-er werkzaam, ruim 12% van alle werkenden in de gemeente. Voor de groep ZZP-ers (overigens ook voor de zelfstandigen met personeel) is de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (TOZO) opgezet. Aan 1415 inwoners uit Leidschendam-Voorburg is een TOZO 1 uitkering toegekend. Van de TOZO 2 en 3 (hierin is een partnertoets opgenomen) maken ruim 400 mensen gebruik.
Uit een enquête onder Tozo-aanvragers in Leidschendam-Voorburg (november 2020) blijkt dat bijna de helft van de respondenten behoefte heeft aan ondersteuning. Het gaat daarbij niet alleen om financiële ondersteuning, maar ook om ondersteuning bij begeleiding naar werk, omscholing en hulp bij schulden. Tegelijk werd uit de enquête duidelijk dat de onbekendheid van de ondersteuningsmogelijkheden door de gemeente groot is onder de groep. Naast baan- en inkomensverlies bij individuele werknemers en zelfstandigen, brengt de crisis uiteraard ook grote problemen met zich mee voor bedrijven, en dan met name weer de bedrijven die tot de krimpsectoren behoren. Vooral de horeca maar ook de non-food detailhandel is door de tweede lock-down zwaar getroffen. Winkels die geen of weinig online verkoop konden organiseren, raakten nog extra op achterstand. Het aantal faillissementen lag in 2020 weliswaar lager dan in 2019, maar dit 1
Bijlage 1 bij Raadsvoorstel 2360 Bestedingsplan herstelbeleid (2022-2025) kan niet los worden gezien van de landelijke noodsteun die nu nog volop loopt. Inmiddels loopt de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid nummer 3 (NOW3). Met deze regeling hoopt het Rijk zoveel mogelijk werkgelegenheid te behouden en werkgevers te ondersteunen, in afwachting van het aflopen van de crisis. De verwachting is dat het aantal faillissementen toeneemt als de steun uiteindelijk weer afgebouwd wordt en daarmee de werkgelegenheid verder daalt. Inkomensverlies kan leiden tot betalingsachterstanden en schulden. Het aantal aanmeldingen schuldhulpverlening in de gemeente lag in vrijwel heel 2020 echter lager dan in 2019. Pas in december lag het aantal aanmeldingen weer op het niveau van december 2019. Wel is er een toename te zien in het aantal meldingen van betalingsachterstanden (project “Vroeg Eropaf”), ook bij de groep zelfstandig ondernemers. Er is ook sprake van een toename van het aantal inwoners dat gebruik maakt van de voedselbank. Er moet rekening worden gehouden met het feit dat mensen pas hulp gaan zoeken na twee tot vijf jaar als er inmiddels sprake is van problematische schulden. 2. Kinderen en jongeren worden door de coronacrisis hard geraakt en dit blijft na-ijlen na de crisis. De zorgen om kinderen en jongeren zijn groot, zeker na de tweede lock-down.
De zorg betreft zowel de onderwijs- als de thuissituatie van jeugdigen. Maar ook het welbevinden en welzijn. Onderwijs: Onderzoek laat zien dat het merendeel van de kinderen in het basisonderwijs thuis minder leert dan op school. Alhoewel een beperkte groep mogelijk profijt heeft bij on-line onderwijs, gaat dit voor het merendeel van de kinderen niet op. Kinderen uit een lager sociaaleconomisch milieu lopen daarbij de grootste leerachterstanden op. De schooladviezen in het basisonderwijs vielen voor het schooljaar 2020-2021 lager uit, en dat was sterker het geval onder kinderen uit lagere dan hogere sociaaleconomische milieus. In het voorgezet onderwijs en het middelbare beroepsonderwijs, zijn er signalen dat de crisis leidt tot een toename van schooluitval en voortijdig schoolverlaten. De verwachting is dat er meer jongeren zonder startkwalificatie de school verlaten. Scholen ervaren problemen ten aanzien van praktijklessen en stageplaatsen. De gevolgen van de crisis voor de onderwijssituatie leiden tot een verminderd perspectief, vooral bij toch al kwetsbare jongeren. Welbevinden en veiligheid: Het psychisch welbevinden van jongeren c.q. jongvolwassenen is minder dan voor de crisis. Zij scoren ook slechter dan andere leeftijdsgroepen.
In onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (veldwerk najaar 2020) geven 16-29-jarigen gemiddeld een lagere tevredenheid aan hun leven dan voor de crisis. Onder hen is het aandeel met een laag psychisch welbevinden ook hoger dan onder andere leeftijdsgroepen. Met name het aandeel scholieren en studenten met een laag psychisch welbevinden nam toe: voor de crisis had ongeveer één op de vier een laag psychisch welbevinden, in november 2020 is dat gestegen naar één op de drie. Eind december 2020 meldde de Nederlandse GGZ dat zorgaanbieders in de psychiatrische zorg voor kinderen en jongeren inmiddels een forse toename van het beroep op crisiszorg zien door kinderen en jongeren met ernstige depressies, acuut suïciderisico of acute eetstoornissen. Dit geldt ook voor Leidschendam-Voorburg. Jeugdhulpaanbieders in H10 waarschuwen daarnaast voor een “boeggolf” aan hulpvragen, zeker na het weer volledig open gaan van de scholen. Het beroep op schoolmaatschappelijk werk in het basisonderwijs is toegenomen.
2
Bijlage 1 bij Raadsvoorstel 2360 Bestedingsplan herstelbeleid (2022-2025) Tot slot zijn er zorgen over onveilige thuissituaties en het niet voldoende in beeld zijn van kwetsbare jongeren. Dit weerspiegelt zich op dit moment echter nog niet in een toename van het aantal meldingen bij Veilig Thuis. 3. Nog geen grote afname van welbevinden of duidelijke toename van psychische problematiek, wel zorgen over groepen die al kwetsbaar waren. In de media wordt regelmatig aandacht gevraagd voor de toename van psychische problematiek als gevolg van de coronacrisis. Vooralsnog is dit (nog) niet echt terug te zien in de cijfers, met uitzondering van de groep jongeren (zie hiervoor). Het SCP concludeert dat de Nederlandse bevolking zich (gemiddeld genomen) mentaal behoorlijk goed door deze crisis heen lijkt te slaan. Het psychisch welbevinden en de tevredenheid met het leven waren in het najaar van 2020 nauwelijks anders dan voor corona. Ook recent landelijk onderzoek van het RIVM (dec-jan 2021) laat zien dat de psychische gezondheid van mensen vanaf april 2020 redelijk stabiel is. Ook al lieten cijfers over de psychische gezondheid in het najaar 2020 voor de meeste groepen geen alarmerend beeld zien, de lange duur van de crisis en aanscherping van de beperkende maatregelen eind 2020 zijn weinig opbeurend.
De meeste mensen zullen naar verwachting terugveren als het maatschappelijk weer beter gaat. Maar als mensen lang negatieve gevolgen ervaren, en er sprake is van een langdurend laag welbevinden zoals sombere gevoelens, onrust en onzekerheid, kan dit tot psychische klachten leiden. Vanwege het aanhouden van de crisis is waakzaamheid geboden. Wel is er sprake van maatschappelijke impact. Door de coronacrisis nemen sociaaleconomische achterstanden toe. Dit geldt voor mensen die al voor de coronacrisis een kwetsbare sociaal economische positie hadden, zoals laagopgeleiden, laaggeletterden en mensen met een nietwesterse migratieachtergrond. Nieuwe groepen komen daarbij door verlies van bestaanszekerheid, oplopende schulden, het oplopen van onderwijsachterstand of bijvoorbeeld achteruitgang in gezondheid. Naar verwachting zullen wijken die al kwetsbaar of zwak waren nog verder achterop raken. Voor Leidschendam-Voorburg geldt dit voor de wijken Prinsenhof-hoog, de Heuvel, de Amstelwijk (Leidschendam-Noord), Bovenveen en Voorburg-Noord. 4. Eenzaamheid Eenzaamheid was voor de coronacrisis al een aandachtspunt en dan met name onder ouderen. De coronacrisis verergert deze problematiek. Door de lockdown en andere maatregelen mogen en kunnen mensen minder sociale contacten onderhouden.
In RIVM onderzoek (dec/jan 2021) gaf 61% van de respondenten aan zich enigszins tot sterk eenzaam te voelen. Het percentage dat zich enigszins tot sterk eenzaam voelt ligt voor jongeren van 16-24 jaar (77%) hoger dan voor oudere leeftijdsgroepen (57% tot 65%). Uit onderzoek van SCP (sept 2020) blijkt dat in 2019 41% van de respondenten zich sterk tot matig eenzaam voelt. In 2020 is dat in juli 48%. In Leidschendam-Voorburg signaleert het welzijnswerk dat de eenzaamheid onder ouderen toeneemt en zich verdiept. Steeds meer ouderen ontwikkelen een lethargische houding en verliezen hun sociale vaardigheden. De verwachting is dat wanneer de crisis voorbij is en ouderen weer naar activiteiten toe kunnen, er een groep zal zijn die dit niet meer gaat doen. Opvallend is natuurlijk de grote toename van gevoelens van eenzaamheid bij jongeren. Tegelijk is de verwachting dat van de jongeren een belangrijk deel weer herstelt/opveert op het moment dat er weer 3
Bijlage 1 bij Raadsvoorstel 2360 Bestedingsplan herstelbeleid (2022-2025) meer sociale activiteiten mogelijk zijn en het (hoger) onderwijs weer volledig open gaat voor fysiek onderwijs. Een deel zal dat echter niet lukken, zeker waar bijvoorbeeld ook perspectief op opleiding en/of werk is verdwenen. 5. Ontwikkelingen met structurele impact op meerdere terreinen: Veranderend winkelgedrag, toename thuiswerken en meer aandacht voor een gezonde levensstijl. De coronacrisis en de crisismaatregelen versnellen en versterken een aantal (al bestaande) trends en ontwikkelingen of benadrukken het belang ervan. Duidelijk zichtbaar zijn het veranderende winkelgedrag, de enorme toename van het thuiswerken maar ook de toegenomen aandacht voor het belang van gezond leven. Deze drie ontwikkelingen hebben impact op meerdere terreinen. Duidelijke voorbeelden hiervan zijn het gebruik van de openbare ruimte, de vitaliteit van de winkelgebieden, de (verkeers)mobiliteit en het belang van een gezonde levensstijl waarbij gezonde voeding en voldoende bewegen belangrijke onderdelen zijn. Winkelgedrag: De lockdown en de sluiting van niet-essentiële winkels hebben geleid tot een enorme toename van het online winkelen. Webwinkels met als hoofdactiviteit verkoop via internet, hebben in januari 2021 65,9 procent meer omgezet dan in januari 2020.
De online omzet van winkels waarvan de verkoop via het internet normaal gesproken een nevenactiviteit is (multi-channelers) groeide met 128,7 procent ten opzichte van dezelfde maand een jaar eerder. Van de Nederlanders denkt 28% ook na de crisis minder naar fysieke winkels te gaan. De online verkoop zal zeker hoger blijven dan voor de crisis, dat is een duurzaam effect. De omvang ervan is nog niet duidelijk. Een andere (versterkte) trend is de wens en behoefte van de klant naar meer gemak als het gaat om openingstijden, parkeren en bereikbaarheid. Klanten hebben nu ook kennis gemaakt met winkelen op afspraak en click&collect. Winkels met een zeer groot winkelgemak presteerden tot 40% beter. Tot slot de verwachting dat verduurzaming een belangrijk thema wordt voor de sector. Er is meer aandacht voor “lokaal” en “duurzaam” zoals ook geïllustreerd door de groei van de boerenwinkels. De toename van het online winkelen maar ook de verwachting dat er in de detailhandel nog een toename aan faillissementen zal plaatsvinden, zullen leiden tot meer leegstand in de winkelgebieden. De andere trends zullen waarschijnlijk een verschuiving in aanbod, inrichting en locatie van winkels met zich meebrengen. Thuiswerken: Meer mensen blijven ook na de crisis vaker thuiswerken. Dit is een duurzaam effect. Wat de precieze omvang is, is nog onbekend.
In Leidschendam-Voorburg werkt 14% van de werkenden in de gemeente zelf, 40% werkt in de gemeente Den Haag. Meer thuiswerken heeft impact op de behoefte aan een fijne woonomgeving, ruimere woningen en recreatie in de eigen woonomgeving. Het zal ook leiden tot een afname van het kantoorgebruik en kantoorpanden maar mogelijk ontstaat er tegelijk ook behoefte aan nabije, laagdrempelige en flexibele ontmoetingsplekken. Een afname van het woon-werkverkeer ligt voor de hand. Gezonde levensstijl: De coronacrisis onderstreept het belang van een gezonde levensstijl. De risico’s van (fors) overgewicht en obesitas maar ook van diabetes zijn zichtbaarder geworden. Er is meer aandacht voor gezonde en betere voeding en voldoende bewegen. Door de sluiting van de sportscholen en sportverenigingen is sporten en bewegen in de openbare ruimte enorm toegenomen, mogelijk is dit een blijvend effect of is het in elk geval een wenselijk effect. Bovenstaande trends en ontwikkelingen hebben elk, op verschillende wijze, een blijvende impact op het gebruik van de openbare ruimte. 4