2332 zienswijzebrief.docx
Tekst van het document
Het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst Haaglanden t.a.v. de heer L. Klaassen Postbus 14060 2501 GB Den Haag
Postbus 1005 2260 BA Leidschendam Telefoon 14 070 @Gemeente_LV www.lv.nl/contact www.lv.nl
.Datum 8 juni 2021 .Ons kenmerk 2332 / 729095 .Uw brief/kenmerk 15-4-2021 / ODH-2021-00062879 .Contactpersoon J Dos Santos / EG vd Hoonaard .Telefoon 14 070 .Bijlagen .Onderwerp zienswijze begroting 2022 Geachte heer Klaassen,
Bij brief van 15 april 2021 is de ontwerpbegroting 2022, meerjarenraming 2023 – 2025 van de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) aan de gemeenteraad van LeidschendamVoorburg toegestuurd. Conform de Gemeenschappelijke Regeling heeft de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg de mogelijkheid een zienswijze ten aanzien van de voorgestelde begroting in te dienen. De gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg stemt in met de ontwerpbegroting 2022. De gemeenteraad heeft de volgende opmerkingen ten aanzien van de ontwerpbegroting. 1. Indexering en stijging deelnemersbijdrage Voor 2022 is voor de indexering van de deelnemersbijdrage uitgegaan van de in de Macro Economische Verkenning van september 2020 opgenomen indices. Voor 2022 heeft de ODH de loonkosten geïndexeerd met 1,3% en de materiële kosten met 1,5%. Deze indexaties zijn conform de gemeentelijke kaderbrief. De cao Gemeenten loopt af in 2021. De effecten van een nieuwe cao Gemeenten zijn in de voorliggende ontwerpbegroting 2022 nog niet meegenomen. In de voorliggende ontwerpbegroting 2022 is indexering op de deelnemersbijdrage toegepast. Voor Leidschendam-Voorburg stijgt de deelnemersbijdrage in 2021 met een bedrag van € 12.030,-. Deze indexering is conform gemeentelijke kaderbrief. Naast de indexering heeft met name de structurele overdracht van de asbesttaken een verhoging van de deelnemersbijdrage tot gevolg.
Graag in uw antwoord datum en ons kenmerk vermelden.
8 juni 2021 Ons kenmerk 2332 / 729095 Pagina 2/3 Datum
2. Kostenstijging en Omgevingswet In de ontwerpbegroting 2022, op pagina 3, is opgenomen dat de ontwerpbegroting 2022 vooralsnog sluitend is. In de inleiding bij de ontwerpbegroting is opgenomen dat bij het opstellen van de ontwerpbegroting 2022 geen rekening is gehouden met de komst van de Omgevingswet en andere toekomstige ontwikkelingen. Uit onderzoek, onder andere, van de commissie Van Aartsen, blijkt dat na invoering van de Omgevingswet een lastenstijging van 10-12 procent niet ondenkbaar is. In de inleiding wordt dit onderzoek en de conclusie daarin over mogelijke lastenstijging wel genoemd, doch in de verdere begroting komt dit niet terug. Uitgangspunt in verband met de Omgevingswet is dat intensiveringen als gevolg van de komst van de Omgevingswet in principe binnen de begroting worden opgevangen met zo veel mogelijk behoud van de kwaliteit en de kwantiteit van de taakuitvoering. Naast de specifieke opmerkingen over de begroting 2022 wil de gemeenteraad ook aandacht vestigen op het volgende. Oplopende kosten van (onder andere) het sociaal domein en onzekerheid over de ontwikkeling van rijksmiddelen zetten de gemeentefinanciën steeds verder onder druk. Vrijwel alle gemeenten hebben de afgelopen jaren in een of andere vorm bezuinigingsoperaties uitgevoerd of zijn daar nu mee bezig. Ook voor de komende jaren overheerst onzekerheid en dreigen tekorten.
Tot nu toe hebben de gemeenten zich in hun zoektocht naar financiële dekking niet expliciet gericht tot gemeenschappelijke regelingen. Op dit moment willen wij u vragen te onderzoeken hoe in uw begroting en meerjarenramingen besparingen gevonden kunnen gaan worden. Daarbij wordt met name gedacht aan besparingen in het slimmer en efficiënter werken, zuiniger te zijn en overheadkosten te beperken. Daarnaast zijn voorstellen om taken te verminderen ook mogelijk. In de Kaderbrief van de colleges voor de Begroting 2023 zal ook nader op de bezuinigingsopties worden ingegaan. 3. Verantwoording en sturing Het Algemeen Bestuur van de ODH heeft op 27 juni 2016 de 'Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement' vastgesteld. Uit het risicoprofiel blijkt een kwantificeerbaar risico van € 1.020.000,-. De incidentele weerstandscapaciteit bedraagt €1.071.400,-. De verhouding tussen de beschikbare incidentele weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit bedraagt 1,05. Het weerstandsvermogen wordt daarmee als ‘voldoende’ beoordeeld en komt daarmee overeen met de uitgangspunten zoals vastgelegd in de ‘Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement’. 4. Covid-19 De gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg stelt het zeer op prijs dat de ODH in het Covid-19 tijdperk in staat is geweest de werkzaamheden zoveel mogelijk op te pakken en veel van de taken heeft kunnen uitvoeren.
Covid-19 zal ook zijn effect hebben op de activiteiten en cijfers voor de komende jaren. Medewerkers gaan mogelijk meer thuiswerken. De gemeenteraad van Leidschendam-
8 juni 2021 Ons kenmerk 2332 / 729095 Pagina 3/3 Datum
Voorburg is benieuwd naar de gevolgen voor de bedrijfsvoering en de daaraan gekoppelde kosten zoals onder andere de kosten voor overhead. 5. Toekomstbestendige uitvoering van de VTH-taken Het Rijk (commissie Van Aartsen, maart 2021 en de provincie (doorontwikkeling omgevingsdiensten) hebben beide recent resultaten van onderzoeken gepubliceerd over – onder meer - de toekomstbestendige uitvoering van de VTH-taken. Centraal staat dat omgevingsdiensten meer moeten gaan investeren in kennis en deskundigheid om de maatschappelijke ontwikkelingen te kunnen bijhouden. Graag wordt de gemeenteraad door het bestuur geïnformeerd over de mogelijke inhoudelijke en financiële consequenties van de rapporten voor de gemeente. De gemeenteraad wil graag geïnformeerd worden op welke manier ODH rekening houdt met genoemde conclusie dat omgevingsdiensten meer moeten gaan investeren in relatie tot kennis deskundigheid. 6. Duurzaamheid De raad van Leidschendam-Voorburg is positief over de expliciete aandacht voor duurzaamheid en het ondersteunen van de deelnemers bij hun doelen op het gebied van duurzaamheid. Tot slot gaat de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg ervan uit dat de aanbevelingen van de rekeningcommissie worden overgenomen.
Na de vergadering van het Algemeen Bestuur, waarin de begroting wordt vastgesteld dient de gemeenteraad geïnformeerd te worden over wat er met de zienswijze is gebeurd. Uw schriftelijke reactie op de zienswijze ontvangen wij graag zo spoedig mogelijk na die vergadering. Hoogachtend, De raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg, namens deze, /signature1/ mr. C.J. de Vries griffier van Leidschendam-Voorburg