2332 Ontwerp Begroting 2022 0.8 07-04-2021.pdf
Tekst van het document
Ontwerp Begroting 2022 Meerjarenraming 2023 – 2025
0.8
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2
Aanbieding ............................................................................................................................................... 3 Inleiding.............................................................................................................................................. 3 Leeswijzer .......................................................................................................................................... 4
2 Programmaplan ....................................................................................................................................... 5 2.1 Algemeen ........................................................................................................................................... 5 2.2 Programma Toetsing en Vergunningverlening .................................................................................. 5 2.2.1 Wat willen we bereiken? .................................................................................................................... 5 2.2.2 Wat gaan we daarvoor doen? ........................................................................................................... 5 2.2.3 Wat gaat dat kosten? ......................................................................................................................... 6 2.3 Programma Toezicht en Handhaving ................................................................................................ 8 2.3.1 Wat willen we bereiken? .................................................................................................................... 8 2.3.2 Wat gaan we daarvoor doen? ...........................................................................................................
8 2.3.3 Wat gaat dat kosten? ....................................................................................................................... 10 3 Paragrafen ............................................................................................................................................. 12 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ..................................................................................... 12 3.1.1 Weerstandscapaciteit ...................................................................................................................... 14 3.1.2 Risicoanalyse ................................................................................................................................... 14 3.1.3 Beheersmaatregelen ....................................................................................................................... 14 3.1.4 Ratio................................................................................................................................................. 15 3.1.5 Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheer ........................................................................ 15 3.2 Financiering .....................................................................................................................................
16 3.2.1 Kasgeldlimiet en de renterisiconorm ............................................................................................... 16 3.2.2 Schatkistbankieren .......................................................................................................................... 16 3.3 Bedrijfsvoering ................................................................................................................................. 16 3.3.1 Wat gaat dat kosten? ....................................................................................................................... 16 3.3.2 Organisatie....................................................................................................................................... 17 3.3.3 Personeel ......................................................................................................................................... 17 3.3.4 Informatisering en automatisering ................................................................................................... 18 3.3.5 Informatiebeveiliging ........................................................................................................................ 18 3.3.6 Duurzaam inkopen ...........................................................................................................................
19 3.4 Onderhoud kapitaalgoederen .......................................................................................................... 19 4 Financiële begroting .............................................................................................................................. 21 4.1 Uitgangspunten ................................................................................................................................ 21 4.1.1 Begrotingsbeleid .............................................................................................................................. 21 4.1.2 Loon- en prijsontwikkeling ............................................................................................................... 21 4.1.3 Output, voor- en nacalculatie ........................................................................................................... 22 4.2 Overzicht van baten en lasten ......................................................................................................... 23 4.3 Geprognosticeerde balans per ultimo van het jaar .......................................................................... 25 5
Besluit Algemeen Bestuur ..................................................................................................................... 27
6 6.1 6.2 6.3 6.4
Bijlagen .................................................................................................................................................. 28 Exploitatiebegroting ......................................................................................................................... 28 Overzicht geraamde baten en lasten per taakveld .......................................................................... 31 BBV-informatie ................................................................................................................................. 32 Werkvolume in uren en tariefgroepen 2022 .................................................................................... 34
2 / 36
1
Aanbieding
1.1 Inleiding Voor u ligt de Begroting 2022 van de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) en deze is vooralsnog sluitend. Het is alweer de tiende begroting in het bestaan van de dienst en wederom is er sprake van een groei in omvang van de dienst. De taakstellingen van het Bedrijfsplan en de eerste jaren daarna zijn verwerkt en er is inmiddels sprake van een gestage structurele groei. Hierbij gaat het om intensivering van bestaande taken maar ook om extra werk op een breed vlak van werkvelden zoals natuurbescherming, asbest, klimaat, duurzaamheid, energie en circulaire economie. De permanent veranderende omgeving stelt de dienst voor vele uitdagingen. Het gaat daarbij zowel om maatschappelijke (Covid-19, arbeidsmarkt) als technologische ontwikkelingen en ontwikkelingen in wet- en regelgeving (Omgevingswet). Deze ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op en zorgen voor veel dynamiek en veranderingen. Dit vraagt van de dienst aanpassingen van systemen, werkwijzen en processen. Een constante hierbij is dat de wereld steeds digitaler wordt. Een goede informatiepositie op basis van beschikbaarheid van data is cruciaal. Tot nu toe hebben aanpassingen als gevolg van al deze veranderingen met een gelijkblijvend budget plaats kunnen vinden.
Onderzoeken van gerenommeerde bureaus op het terrein van omgevingsdiensten melden dat een lastenstijging van 10-12% als gevolg van benodigde aanpassingen ten gevolge van de komst van de Omgevingswet niet ondenkbaar is (Seinstra en partners). In de nu voorliggende primitieve begroting 2022 zijn vooralsnog geen intensiveringen opgenomen met betrekking tot inwerkingtreding van de Omgevingswet. Ook zijn mogelijke uitkomsten van het provinciaal onderzoek Doorontwikkeling Omgevingsdiensten Zuid- Holland en de aanbevelingen van de Commissie van Aartsen over versterking van het VTH stelsel milieu nog niet meegenomen. De maatschappelijke opgaven op het gebied van milieu als terugdringen van de (bijna) Zeer Zorgwekkende Stoffen, circulaire economie, energietransitie maar ook de opgaven bij duurzaam bouwen en verbeteren van de fysieke omstandigheden voor flora en fauna en de bestrijding van Milieucriminaliteit vereisen een impuls voor kennis en expertise gekoppeld aan locatiegeboden data. In de Voor- en Najaarsnota zal hier nader op worden ingegaan evenals op eventuele gevolgen van het nieuwe regeerakkoord. Tot slot moet worden opgemerkt dat indexatiemethodiek van het Koersplan weer moet worden toegepast omdat de werkelijke lasten voor 2022 nog niet bekend zijn.
Samenwerking is voor de ODH een sleutelwoord en de dienst werkt dan ook nauw samen met andere omgevingsdiensten en ketenpartners, zowel regionaal als provinciaal en landelijk. Informatie, kennis, ervaring en expertise worden gedeeld met als doel de kwaliteit van de uitvoering te verhogen. Deze samenwerking zit in de lift en zal in 2022 alleen maar belangrijker worden en in omvang toenemen. Het enige materiële effect hiervan dat is verwerkt in deze begroting is de bestuurlijk overeengekomen intensivering van de samenwerking van gemeenten, rijk en provincies op het gebied van data-uitwisseling voor toezicht en handhaving (Inspectieview). De ODH heeft zich als doel gesteld dé specialist en natuurlijke samenwerkingspartner op omgevingsgebied te zijn in de regio Haaglanden. Daarvoor volstaat niet alleen het voldoen aan de verplichte kwaliteitscriteria maar is een permanente investering in kennis en expertise nodig. 80% van de begroting van de dienst betreft salarissen hetgeen aangeeft dat het kapitaal van de ODH wordt gevormd door de medewerkers. Het jaar 2020 heeft een omslag gegeven naar massaal thuiswerken wat zo zijn consequenties heeft gehad. Het heeft benadrukt dat een goede zorg voor het welzijn en de vitaliteit van de medewerkers cruciaal is voor het voortbestaan van de dienst.
De toegenomen mobiliteit op de arbeidsmarkt, de pensionering van de generatie babyboomers en krapte op de arbeidsmarkt op specialistische functies zorgt ervoor dat het moeilijker is om vacatures in te vullen op een aantal cruciale disciplines en zorgt voor hoge tarieven op de inhuurmarkt. Hier is ook een winstwaarschuwing op zijn plaats. Deze mobiliteit heeft als positief effect dat veel jonge instromers nu een kans krijgen. Deze nieuwe generatie zorgt voor nieuw elan en brengt actuele kennis en kunde mee. Al met al biedt de voorliggende begroting vooralsnog een basis voor een succesvol 2022.
3 / 36
1.2 Leeswijzer Hoofstuk 2 bevat het programmaplan met de doelstellingen en voornemens van de ODH per programma. Daarin is de beantwoording van de drie W-vragen opgenomen: ‘Wat willen we bereiken?’, ‘Wat gaan we daarvoor doen?’ en ‘Wat mag het kosten?’. De verplichte paragrafen zijn beschreven in hoofdstuk 3, waarna in hoofdstuk 4 de financiële begroting (met uitgangspunten) staat opgenomen. Het besluit tot vaststelling van de begroting 2022 door het Algemeen Bestuur is opgenomen in hoofdstuk 5. De bijlagen staan in hoofdstuk 6.
4 / 36
2
Programmaplan
2.1 Algemeen De ODH voert als omgevingsdienst voor de provincie Zuid-Holland en de negen Haaglandengemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer een overeengekomen takenpakket uit. Hierbij geldt dat de gemeenten en de provincie verantwoordelijk zijn voor de beleidsvorming. Zij doen dat aan de hand van landelijke kaders, landelijke regelgeving en aanwezige eigen beleidsruimte. De eigen beleidsruimte wordt ingevuld aan de hand van gemeentelijke en provinciale bestuurlijke ambities. Het totaal aan landelijke en eigen regelgeving wordt vertaald in een set vastgestelde beleidskaders. Grotendeels zijn deze beleidskaders in regionaal verband in afstemming met de ODH geharmoniseerd. De uitvoering van deze beleidskaders is voor een deel belegd bij de ODH. De doelstelling van de ODH is om bij de uitvoering van de genoemde taken te voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria, te zorgen voor specialismenvorming op inhoud en een bijdrage te leveren aan een constante en eenduidige uitvoering van VTH-taken in de regio. Uitvoering van de taken geschiedt in 2022 op basis van output, waarbij het werkpakket en de begroting hiervan wordt opgebouwd uit de te verrichten diensten en producten met bijbehorende productprijzen.
Deze wijze van begroten sluit aan bij de zaakgerichte organisatie van de taakuitvoering binnen de ODH. Het jaar 2022 is het jaar waarin naar verwachting de Omgevingswet (Ow) is ingevoerd. Lopende 2021 zal duidelijk moeten worden of deze planning ook werkelijkheid wordt of dat wordt besloten om de Ow op een later tijdstip in te voeren. Alhoewel de contouren van de Ow en de impact ervan steeds meer zichtbaar worden, is een deel van deze wet nog in ontwikkeling. Als gevolg daarvan kan ook de volledige impact op de taakuitvoering van de ODH nu nog niet worden bepaald naar concrete taken en producten. In ogenschouw dient te worden genomen dat het geen volledige en volkomen invoering ineens betreft, maar een gefaseerde uitwerking en invoering in 2022 en de jaren die daarop volgen. Naarmate de besluitvorming lopende 2021 concreet wordt, zullen ook de ontwikkelingen worden vertaald naar een concrete implementatie van taken en producten. Deze begroting voorziet nog niet in een vertaling naar taken en producten, maar de vertaling van de begroting 2022 naar concrete taken en producten wordt later in 2021 ter bestuurlijke goedkeuring voorgelegd.
2.2 Programma Toetsing en Vergunningverlening 2.2.1
Wat willen we bereiken?
Voorafgaand aan diverse handelingen in de leefomgeving zijn initiatiefnemers (provincie, gemeenten, andere overheden en derden) op basis van regelgeving verplicht om na te gaan of deze handelingen binnen de geldende regels zijn toegestaan. Zo nodig dient het bevoegd gezag (provincie, gemeenten) hiervoor toestemming te verlenen (in de vorm van een toestemming, vergunning, ontheffing of andere vorm van beschikking). Behalve het verlenen van toestemmingen voor allerlei handelingen worden ook plannen, onderzoeken en andere soorten van rapportages aan de ODH ter toetsing aangeboden. De ODH zet zich in om de uitvoering van de toetsing en vergunningverlening gerelateerd aan diverse milieuwetten en de groene wetgeving op een efficiënte en professionele wijze te verzorgen, waarbij naast oog voor de inhoud er zeker oog is voor de specifieke omstandigheden en context waarbinnen handelingen plaatsvinden. Daarnaast draagt de ODH bij aan de verdere uitwerking van aspecten die verbonden zijn aan de Omgevingswet. 2.2.2
Wat gaan we daarvoor doen?
Het programma Toetsing en Vergunningverlening (T&V) richt zich op de behandeling van meldingen, toetsingen, vergunningen en beschikkingen die volgen uit de taken die bij de ODH zijn neergelegd. Een belangrijke pijler wordt gevormd door werkzaamheden gericht op inrichtingen in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet milieubeheer (Wm). Verder betreft het de uitvoering van wettelijke taken (toetsing en beschikking) op het gebied van bodem, groen, grondwater, ontgronding, geluid, lucht en externe veiligheid, zowel als eigenstandige taken en als onderdeel van de Wm, Wabo of andere procedures. De taken op groen, grondwater en ontgrondingen voert de ODH geclusterd uit voor het gehele grondgebied van Zuid-Holland. Tot het programma behoort ook het (geluid)beheer van 5 / 36
gezoneerde industrieterreinen, het bijhouden van diverse milieudata (bodem, milieu) en het beoordelen van aanvragen aangaande Warmte Koude Opslag (WKO). Verder voert de ODH voor de provincie werkzaamheden uit ten behoeve van het bodemsaneringsprogramma (inclusief uitvoering nazorg en bodemconvenant) en de programmatische aanpak van externe veiligheid, alsmede voor een beperkt aantal gemeenten werkzaamheden ten behoeve van de programmatische sanering van geluidknelpunten. Verder voert de ODH voor enkele deelnemers adviserende en toetsende taken uit op het gebied van geluid bij festiviteiten en evenementen en brengt daarbij haar deskundigheid op het vlak van akoestiek in. Onderdeel van het takenpakket is het beoordelen van onderzoeken gericht op het verwijderen en saneren van asbest uit de leefomgeving. Voor een aantal deelnemers voert ODH adviserende en toetsende taken uit op het vlak van milieu en RO, waarbij vroegtijdig in een ruimtelijk ontwikkelproces gekeken wordt naar de effecten van bepaalde ontwikkelingen op de leefomgeving en vice versa. Door deze aspecten vroegtijdig aan elkaar te verbinden kan de kans op knelpunten in een later stadium worden verkleind of zelfs worden voorkomen.
Zeker als er veel milieu aspecten een rol spelen en de vraagstukken complex zijn, kan de ODH van meerwaarde zijn omdat zij veel vakgebieden beheerst en gewend is om vraagstukken multidisciplinair te benaderen. Deze vroegtijdige inzet van de brede deskundigheid van de ODH in ruimtelijke vraagstukken sluit goed aan toekomstige activiteiten in het kader van de Ow. Bundeling van alle meldingen, toetsingen en vergunningen c.q. beschikkingen komt voort uit de nauwe verwevenheid van de afzonderlijke (deel)procedures binnen de Wabo en in het licht van de ontwikkelingen in het omgevingsrecht. De ODH heeft algemene en specifieke kennis om de werkzaamheden eigenstandig uit te voeren. De kennis en expertise die voor de taakuitvoering beschikbaar is, kan door opdrachtgevers worden ingezet bij de vorming of uitvoering van hun beleidsprogramma’s of ter ondersteuning van bijvoorbeeld planontwikkeling of Milieueffectrapportage (MER) procedures. Hierbij kan gedacht worden aan: • Adviestaken op het gebied van Milieu en RO. Advisering over milieuaspecten in ruimtelijke plannen (structuurvisies, bestemmingsplannen en projectbesluiten) en duurzame gebiedsontwikkeling. • Uitvoeren van diverse overige programmataken, zoals het programma luchtkwaliteit, het programma leren voor duurzaamheid, het programma databeheer etc.
• (Mogelijke) eenmalige adviesopdrachten of inzet van specifieke expertise op verzoek van één van de deelnemers op het gebied van o.a. milieubeheer, bodem, groen, geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. In toenemende mate wordt de expertise van de ODH ingezet ter ondersteuning van de beleidsontwikkeling door afzonderlijke deelnemers. Te denken valt aan de beleidsvelden geur, horeca en/of evenementen. • Ondersteunen van gemeenten in de voorbereiding en aanpak van asbest gerelateerde vraagstukken of inzet van specifieke expertise bij een eventuele programmatische aanpak van de asbestverwijdering. • Procescoördinatie, zoals de bevoegd gezag rol MER. In de begroting is voorzien in een budget voor een eventuele verdere voorbereiding, uitwerking en implementatie van uitvoeringstaken die verbonden zijn aan de Ow. Ingeval specifieke activiteiten of werkzaamheden gewenst zijn zullen hierover ook specifieke afspraken gemaakt worden. 2.2.3
Wat gaat dat kosten?
Toetsing en Vergunningverlening 1 Personeel 2 Overige kosten 3 Additionele werken Totaal programmalasten 4 Overhead Totaal programmalasten incl. overhead
Realisatie Primitieve Gewijzigde 2020 begroting 2021 begroting 2021 8.245.748 6.981.700 8.133.800 231.099 366.000 366.000 466.193 0 824.000 8.943.040 7.347.700 9.323.800 5.276.999 4.607.300 5.378.700 14.220.039 11.955.000 14.702.500
Begroting 2022 7.702.400 371.500 0 8.073.900 5.211.900 13.285.800
Meerjarenbegroting 2023 2024 7.802.400 7.903.800 377.100 382.800 0 0 8.179.500 8.286.600 5.283.400 5.356.000 13.462.900 13.642.600
2025 8.006.600 388.500 0 8.395.100 5.429.600 13.824.700
Lasten 1. Personeel De post personeel bevat de salariskosten die rechtstreeks aan het programma T&V zijn toegerekend.
6 / 36
2. Overige kosten De overige kosten bestaan uit de direct aan het programma T&V toegerekende leveringen en diensten (zoals de kosten van het abonnement Databank Flora- en Fauna, publicatiekosten, kosten van onderzoek en bezwaar- en beroep). 3. Additionele projecten In de begroting 2022 is nog geen rekening gehouden met additionele werken. Nieuwe additionele werken worden via een administratieve wijziging geraamd (en gemeld via de Voorjaarsnota, Najaarsnota en Jaarrekening). 4. Overhead De overhead (bestaande uit de indirecte kosten van de programma’s en de kosten die niet rechtstreeks kunnen worden toegerekend aan de programma’s zoals personele overhead, kapitaallasten, huisvesting etc.) wordt verdeeld op basis van de direct aan de programma’s toe te rekenen fte’s op begrotingsbasis. Van het totaal aantal productieve fte’s van 174,39 fte wordt op begrotingsbasis 90,31 fte toegerekend aan het programma T&V. In paragraaf 3.3.1 is een specificatie opgenomen van de overhead.
7 / 36
2.3 Programma Toezicht en Handhaving 2.3.1
Wat willen we bereiken?
De combinatie van ruim 30.000 milieu-inrichtingen en ruim 1 miljoen inwoners in het dichtstbevolkte gebied van Nederland vraagt continu om aandacht voor het voorkomen en waar mogelijk terugdringen van milieu- en veiligheidsrisico's. Het programma Toezicht en Handhaving (T&H) richt zich op adequaat risico gestuurd toezicht, het behandelen van overlastmeldingen en waar nodig handhavend optreden bij bedrijven, instellingen en personen die zich niet houden aan de milieuwet- en regelgeving. Dit laatste conform de bestuurlijke vastgestelde nalevingsstrategie. Het gaat daarbij zowel om het administratieve en fysieke toezicht en de handhaving op alle bij de ODH ondergebrachte regelgeving, zoals het toezicht op de milieubelastende activiteiten, asbestsanering, bodemsanering, grondstromen, grondwateronttrekkingen, ontgrondingen en duurzaamheid. In 2022 zal de huidige milieuwet- en regelgeving plaats maken voor de Omgevingswet. De uitvoering van het programma Toezicht en Handhaving zal overeenkomstig de uitgangspunten van de omgevingswet plaats vinden. Met de komst van de Omgevingswet is de essentie van toezicht en handhaving niet veranderd. Wel is de grondslag waarop handhaving plaats kan vinden veranderd, alsmede de in te zetten instrumenten (maatwerkbesluit en handhaven op basis van de specifieke zorgplicht).
Naast het risico gestuurd uitvoeren van toezicht richt het programma zicht tevens op het bevorderen van de naleving van milieuwet- en regelgeving, conform de bestuurlijk vastgestelde preventiestrategie.
Uitvoering van de taken in 2022 is op basis van output, waarbij het werkpakket en de bijbehorende begroting wordt opgebouwd uit de te verrichten diensten en producten met bijbehorende productprijzen. Deze wijze van begroten sluit aan bij de zaakgerichte organisatie van de taakuitvoering van de ODH. 2.3.2
Wat gaan we daarvoor doen?
Voor het programma geldt dat de werkzaamheden grotendeels te plannen zijn en voor een kleiner deel vraag gestuurd zijn en afhankelijk van klachten, incidenten of aanvragen. Dat betekent dat bij het toedelen van de capaciteit tussen verschillende taakvelden getracht is rekening te houden met een vaste inzet van capaciteit en een flexibele inzet. 8 / 36
In het Besluit Omgevingsrecht is opgenomen dat het handhavingsbeleid van een gemeente gebaseerd moet zijn op een analyse van de problemen die zich naar het oordeel van het bestuursorgaan kunnen voordoen met betrekking tot de naleving. Ook dient het handhavingsbeleid inzicht te geven in de prioriteitenstelling met betrekking tot de uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Omdat de taken worden uitgevoerd door de ODH is een regionale probleemanalyse en prioriteitenstelling 2021-2024 gemaakt, die door de gemeenten is vastgesteld. De probleemanalyse en prioriteitenstelling legt een regionaal uitvoeringskader vast waarbij ook ruimte is voor lokale en landelijke prioriteiten. Met de probleemanalyse wordt dus een risico gerichte inzet van de beschikbare capaciteit gerealiseerd, waarbij het de bedoeling is dat dezelfde soort bedrijven in de hele regio onderworpen worden aan hetzelfde toezichtregime. Daarnaast worden de opgestelde startbrieven beschouwd als uitgangspunt en input voor de lokale prioriteiten. Stappen risicomethodiek Wm toezicht
Behoudens het bezoeken van bedrijven conform de risicomethodiek of naar aanleiding van klachten, vindt ook toezicht plaats op werken. Te denken valt aan bodemsaneringen, en mobiel puinbreken. Ook ketentoezicht (het volgen van asbest, grond- en afvalstromen) en het toezicht op WKO’s zijn taken van de ODH. Bodem Met de komst van de Omgevingswet is het bevoegd gezag voor bodemsaneringen gewijzigd. Onder de Omgevingswet zijn alle individuele gemeenten bevoegd gezag, dat waren onder de Wet bodembescherming de provincies en 29 grotere gemeenten. Het bodembeschermingsrecht is met de komst van de Omgevingswet ingrijpend gewijzigd. Waar voorheen de Wet bodembescherming de weg wees hoe om te gaan met bodemverontreiniging, wordt dit onder de Omgevingswet vooral bepaald door de gemeenten. De (gewenste) kwaliteit van de bodem wordt door gemeenten in samenhang met andere aspecten van de leefomgeving en de daarbij benodigde bodemkwaliteit vastgesteld. Asbest Met de wijziging Besluit Omgevingsrecht per 1 juli 2017 is de bedrijfsmatige sanering en verwijdering van asbest en de ketenbenadering op het gebied van toezicht en handhaving onderdeel uit gaan maken van het basistakenpakket dat door de ODH wordt uitgevoerd. Het Algemeen Bestuur heeft in 2020 besloten dat de asbest taakuitvoering door de deelnemers dient te worden overgedragen. Per 2021 voert de ODH deze taak voor alle gemeenten uit.
Dit gebeurt conform het vastgestelde gemeentelijke uitvoeringsbeleid tenzij gemeenten aan een intensivering van de uitvoering de voorkeur hebben gegeven. Overlast Onderdeel van dit programma is ook de behandeling van overlastmeldingen die verbonden zijn aan de bij de ODH ondergebrachte wettelijke taakuitvoering. Inwoners kunnen bij de ODH terecht met meldingen en milieuklachten over bedrijven. Milieuklachten gaan bijvoorbeeld over geluid, geur, bodem- of luchtverontreiniging. De ODH controleert dan of het bedrijf zich aan de milieuregels houdt. De meeste 9 / 36
klachten gaan over geluidhinder. Aanpak van geluidsoverlast van de horeca vormt een groot onderdeel van het werkpakket in 2022. Naast overlast wordt ook toezicht uitgevoerd naar aanleiding van meldingen ongewoon voorval cq. naar aanleiding van incidenten en calamiteiten. De ODH werk hierin nauw samen met ketenpartners zoals brandweer, gemeente en GGD. De deelname aan de crisisorganisatie van de opdracht gevende organisaties maakt ook deel uit van het programma. Duurzaamheid Duurzame ontwikkeling is een integrale opgave voor de regio Haaglanden. Uitgangspunt is om gemeenten en provincie te ondersteunen bij het behalen van duurzame doelen. Te denken valt aan thema’s die lokale grenzen overschrijden zoals milieurendement (energie en grondstoffen) en milieudruk (op klimaat en kwaliteit lucht, water en bodem). Een gezonde leefomgeving draagt bij aan een aantrekkelijke vestigings- en verblijfsregio. Verder zouden duurzaamheidsambities niet belemmerd mogen worden door wet- en regelgeving. De ODH biedt ondersteuning middels projecten in haar bestuurlijk vastgestelde Programma Duurzaamheid. Dit programma betreft een zogenaamd cafetariamodel van concrete initiatieven en activiteiten die zich kenmerken door een logische en synergetische meerwaarde.
Naast het Programma Duurzaamheid zijn in deze begroting een aantal wettelijke taken op het gebeid van duurzaamheid standaard opgenomen in de begroting: a. Toezicht op de informatie- en energiebesparingsplicht als standaard onderdeel van de reguliere integrale controles voor zover de ODH hiervoor mandaat heeft. De informatie-en energiebesparingsplicht geldt voor bedrijven en instellingen die meer dan 50.000 kWh elektriciteit en of meer dan 25.000 m³ aardgas verbruiken. Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor toezicht op en handhaving van de wettelijke energiebesparingsplicht én informatieplicht; de informatie wordt gebruikt om prioriteiten te stellen en te bepalen op welke wijze toezicht en handhaving moet plaatsvinden. b. Deelcontrole duurzaamheid: in 2022 zullen de geplande deelcontroles duurzaamheid bestaan uit het inventariseren van energieverbruik, te treffen verplichte maatregelen (besparingspotentieel) en advisering over overige duurzaamheidsmaatregelen. Duurzaamheidscontroles nemen in vergelijking met reguliere controles meer tijd in beslag en ze bestaan uit de volgende elementen: fysieke controle, administratieve ondersteuning, beoordeling rapportages en plannen van aanpak en handhaving. Tevens vindt er monitoring van de voortgang op het gebied van duurzaamheid (energie en vervoersmanagement) bij de bezochte bedrijven plaats .
Daarbij kan het mogelijk nodig zijn dat vergunningen op de energieparagraaf moeten worden aangepast. c.
Het beoordelen van nieuwe meldingen informatieplicht. Nieuwe bedrijven en instellingen met een hoog energieverbruik dienen zich te melden bij het e-loket van de RvO. Deze meldingen worden beoordeeld door de ODH en naar aanleiding van de aangeleverde informatie wordt besloten welke bedrijven/instellingen gecontroleerd gaan worden op de energiebesparingsplicht. In 2023 moeten alle inrichtingen die onder informatieplicht vallen wederom een melding informatieplicht indienen (2 e ronde) ook deze rapportages moeten in toekomst beoordeeld worden gebruik makend van de eerdere meldingsinformatie.
2.3.3
Wat gaat dat kosten?
Toezicht en Handhaving 1 Personeel 2 Overige kosten 3 Additionele werken Totaal programmalasten 4 Overhead Totaal programmalasten incl. overhead
Realisatie Primitieve Gewijzigde 2020 begroting 2021 begroting 2021 7.006.189 6.799.000 6.784.100 109.241 187.100 187.100 43.453 0 56.800 7.158.883 6.986.100 7.028.000 4.549.894 4.598.500 4.795.200 11.708.777 11.584.600 11.823.200
Begroting 2022 6.814.300 189.900 0 7.004.200 4.852.300 11.856.500
Meerjarenbegroting 2023 2024 6.902.900 6.993.200 192.800 195.700 0 0 7.095.700 7.188.900 4.919.000 4.986.600 12.014.700 12.175.500
2025 7.084.600 198.600 0 7.283.200 5.055.100 12.338.300
Lasten 1. Personeel De post personeel bevat de salariskosten die rechtstreeks aan het programma T&H zijn toegerekend. 10 / 36
2. Overige kosten De overige kosten bestaan uit de direct aan het programma T&H toegerekende leveringen en diensten (zoals de kosten van werkmateriaal en -kleding, kosten van onderzoek en bezwaar- en beroep). 3. Additionele projecten In de begroting 2022 is nog geen rekening gehouden met additionele werken. Nieuwe additionele werken worden via een administratieve wijziging geraamd (en gemeld via de Voorjaarsnota, Najaarsnota en Jaarrekening). 4. Overhead De overhead (bestaande uit de indirecte kosten van de programma’s en de kosten die niet rechtstreeks kunnen worden toegerekend aan de programma’s zoals personele overhead, kapitaallasten, huisvesting etc.) wordt verdeeld op basis van de direct aan de programma’s toe te rekenen fte’s op begrotingsbasis. Van het totaal aantal productieve fte’s van 174,39 fte wordt op begrotingsbasis 84,08 fte toegerekend aan het programma T&H. In paragraaf 3.3.1 is een specificatie opgenomen van de overhead.
11 / 36
3
Paragrafen
In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn zeven verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de ODH. Om die reden zijn de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid en verbonden partijen niet opgenomen.
3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen geeft een indicatie in welke mate de ODH in staat is onvoorziene tegenvallers op te vangen. Inzicht in het weerstandsvermogen van de ODH is belangrijk om de continuïteit van de organisatie te kunnen garanderen. Het weerstandsvermogen kan worden bepaald als het risicoprofiel bekend is. Het risicoprofiel omvat alle onderkende risico’s voor de dienst, waarbij per risico de mate van beheersing is vastgesteld om inzicht te verkrijgen in hoeverre een risico daadwerkelijk kan optreden. Vervolgens kan een relatie worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s, waarvoor geen maatregelen zijn getroffen (de benodigde weerstandscapaciteit) en de middelen en mogelijkheden die de dienst beschikbaar heeft om niet begrote, substantiële kosten financieel op korte termijn af te kunnen dekken (de beschikbare weerstandscapaciteit). De ODH streeft er naar om de impact van risico’s te minimaliseren. Dit betekent dat een weerstandscapaciteit beoogd wordt die ten minste het predicaat ‘voldoende’ krijgt. Dat komt neer op een gewenst ratio voor de weerstandscapaciteit tussen de 1,0 en 1,4. In het Algemeen Bestuur (AB) van 27 juni 2016 is de ‘Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement’ vastgesteld, waarbij het volgende is besloten: 1.
Voor het identificeren en beheersen van de risico’s maakt de ODH gebruik van het model ‘Integraal risicomanagement’, een standaard methodiek voor het identificeren en beheersen van risico’s; 2. Het weerstandsvermogen wordt berekend door de weerstandscapaciteit te delen door de financiële omvang van de in de paragraaf weerstandsvermogen opgenomen risico’s, waarbij de ODH streeft naar een weerstandsratio van tussen de 1,0 en 1,4. 3. De maximumomvang van de weerstandscapaciteit wordt gebaseerd op het risicoprofiel waarbij voor de gekwantificeerde risico’s en niet-gekwantificeerde risico’s wordt uitgegaan van een maximum van 5% van de bij begroting geraamde structurele exploitatielasten; voor het deel dat uitgaat boven de 5% zijn de deelnemers verantwoordelijk. 4. Op basis van de risicoanalyse vindt bijstelling plaats van het risicoprofiel via de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de jaarrekening en begroting, waarbij voor de kwantificering van de risico’s een ondergrens wordt gehanteerd van € 50.000. 5. De nota Weerstandsvermogen en risicomanagement wordt één keer per vier jaar opgesteld, waarbij wordt bezien of de uitgangspunten voor de vaststelling van de weerstandscapaciteit moeten worden bijgesteld. Daarbij wordt dan tevens het reservebeleid betrokken (als integraal onderdeel van de nota Weerstandsvermogen en risicomanagement).
De verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit geeft het weerstandsvermogen aan. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio. Voor de bepaling of de beschikbare weerstandscapaciteit voldoende is om de (gekwantificeerde) risico’s af te dekken, wordt gebruik gemaakt van een tabel die landelijk1 wordt gehanteerd. In deze tabel wordt een gradatie aangegeven van ‘ruim onvoldoende’ tot ‘uitstekend’.
1
Dit is de meest gebruikte kwantitatieve waarderingsmethode die is ontwikkeld door Nederland Adviesbureau voor Risicomanagement in samenwerking met de Universiteit Twente.
12 / 36
Tabel 1 Richtlijnen weerstandscapaciteit
Betekenis ratio
Ratio weerstandscapaciteit
Uitstekend
> 2,0
Ruim voldoende
1,4 < x < 2,0
Voldoende
1,0 < x < 1,4
Matig
0,8 < x < 1,0
Onvoldoende
0,6 < x < 0,8
Ruim onvoldoende
< 0,6
Voor het bepalen van de kwantificeerbare risico’s wordt eerst het financieel risico ingeschat om vervolgens via een weging (wat is de impact en hoe groot is de kans dat het risico zich voordoet?) de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen. Voor zowel de impact (financiële bandbreedte) als voor de kans dat een risico zich voordoet (waarschijnlijkheid) wordt uitgegaan van een indeling in vijf klassen (zeer groot, groot, gemiddeld, klein en zeer klein). Tabel 2 Weging risicoprofiel (waarschijnlijkheid en financiële bandbreedte)
Klasse Kans (waarschijnlijkheid) Kans 1. Zeer klein
1-20%
2. Klein
21-40%
3. Gemiddeld
41-60%
4. Groot
60-80%
5. Zeer groot
81-100%
Klasse Financiële Bandbreedte Financiële gevolgen 1. Zeer klein
Financieel risico x < € 50.000
2. Klein
€ 50.000 < x > € 100.000
3. Gemiddeld
€ 100.000 < x > € 200.000
4. Groot
€ 200.000 < x > € 500.000
5. Zeer groot
x > € 500.000
Met behulp van een risicoscore worden de risico’s gerangschikt en wordt inzichtelijk welke risico’s het meest belangrijk zijn om te worden beheerst. De risicoscore wordt bepaald door de klassen van kans en gevolg te vermenigvuldigen volgens onderstaande formule, waarbij de maximale score 25 is (5*5). Op basis van het indelen van de risico’s in bovenvermelde klassen wordt een risicomatrix opgesteld. De risicomatrix geeft een indicatie van de potentiële impact van het risico. Hieronder is de risicomatrix weergegeven die gebaseerd is op bovenvermelde risicoklassen. Hierbij geldt bij het intekenen van een risicoscore dat hoe hoger de risicoscore, hoe donkerder de kleur, hoe hoger de prioriteit voor aanpak van het risico is.
13 / 36
Tabel 3 Risicomatrix
Kans
Zeer groot (81-100%) Groot (61-80%) Gemiddeld (41-60%) Klein (21-40%) Zeer klein (0-20%)
3.1.1
Impact x € 50.000 < <x> € 50.000 € 100.000 5 10 4 8 3 6 2 4 1 2
€ 100.000 <x> € 200.000 15 12 9 6 3
€ 200.000 <x> € 500.000 20 16 12 8 4
x > € 500.000 25 20 15 10 5
Weerstandscapaciteit
De weerstandscapaciteit van de ODH bestaat uit de Algemene reserve (AR) en de post onvoorzien. Voorzieningen behoren niet tot de weerstandscapaciteit. De weerstandscapaciteit (inclusief de post onvoorzien) bedraagt € 1.117.200. De incidentele weerstandscapaciteit bedraagt € 1.071.400 (tabel 4). De incidentele weerstandscapaciteit is € 51.400 hoger dan op basis van het risicoprofiel (tabel 5) nodig is, maar ligt € 185.700 onder het maximum van de begrote structurele exploitatielasten (5% van € 25.142.300 is € 1.257.100). Tabel 4 Weerstandscapaciteit
Weerstandscapaciteit Algemene Reserve Onvoorzien (structureel) Totaal weerstandscapaciteit 3.1.2
Stand 1-1-2022 1.071.385 46.500 1.117.885
Risicoanalyse
Bij de vaststelling van de Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement is besloten gebruik te maken van het model Integraal risicomanagement, een standaard methodiek voor het identificeren en beheersen van risico’s. In 2019 heeft een nadere inventarisatie van de risico’s plaatsgevonden, waarbij o.a. risico’s omtrent fraude en cyberrisico’s zijn meegenomen. In 2020 is de inventarisatie verder uitgewerkt en vastgelegd in een geautomatiseerd systeem (NARIS). De planning is erop gericht om bij Voorjaarsnota 2021 het aangepaste risicoprofiel en de daarvoor benodigde beheersmaatregelen vast te stellen. In deze begroting is het huidige risicoprofiel ongewijzigd opgenomen (zie tabel 5). Tabel 5 Risicoprofiel Soort risico Bedrijfsproces Juridisch/aansprakeljkheid Materieel
Product/dienst
Omschrijving risico
Effect
Kans
Uitval bijzondere Exploitatieverlies omstandigheden Aansprakelijkheid handelen ODH Exploitatieverlies
Zeer groot
Gemiddeld
Groot
Gemiddeld
12
Uitval van hard- en softwaresystemen Het buiten gebruik zijn van de huisvesting Verschil vraag en aanbod producten en diensten
Exploitatieverlies
Zeer groot
Zeer klein
5
Exploitatieverlies
Zeer groot
Zeer klein
5
Schaalnadeel
Zeer groot
Zeer klein
5
Totaal gekwantificeerde risico's
3.1.3
RisicoBeheersmaatregel score 15 Verzuimbeleid
Impact
Bandbreedte Benodigde weerstandsfinancieel risico capaciteit € 0,8 miljoen 400.000
Aansprakelijkheidsverzekering Noodstroomvoorziening en uitwijk -
€ 0,5 miljoen
200.000
€ 2,0 miljoen
200.000
€ 1,4 miljoen
140.000
Flexibele schil (nog te vormen)
€ 0,8 miljoen
80.000 1.020.000
Beheersmaatregelen
Bedrijfsproces De ODH probeert zo veel mogelijk uitval als gevolg van calamiteiten te voorkomen. Hier valt ook uitval als gevolg van ziekteverzuim onder. Het ziekteverzuim en de toepassing ervan blijft net als in voorgaande jaren continue de aandacht vragen. Langdurige ziektegevallen worden periodiek met de leidinggevenden besproken in het Sociaal Medisch Team (SMT) met als doel een zo spoedig mogelijke re-integratie. Ook calamiteiten (zoals grootschalige milieu-incidenten) waarbij de inzet van menskracht en middelen van de ODH wordt gevraagd kunnen tot extra kosten leiden. 14 / 36
Juridisch/aansprakelijkheid Voor zover de dienst aansprakelijk wordt gesteld voor enige vorm van schade is een verzekering afgesloten. Er bestaat de mogelijkheid dat er gedeeltelijke dekking zal zijn. Een inschatting te maken van een orde van grootte is schier onmogelijk omdat de diversiteit van mogelijke aansprakelijkheidsstellingen groot is. Omdat voor grote bedragen er naar verwachting een afwijkend proces zal worden doorlopen, is in dit kader een bedrag van € 0,5 miljoen in relatie tot het weerstandsvermogen benoemd. Materieel Ten aanzien van de hardware is door middel van het realiseren van uitwijkmogelijkheden als mede het optimaliseren van de condities in de primaire werksituatie het afgelopen jaar geïnvesteerd in het beperken van de risico’s. Bij een calamiteit zullen deze voorzieningen er voor zorgdragen dat zowel het bedrijfsproces als de beschikbaarheid van gegevens niet voor lange tijd ontregeld zijn en er geen data verloren gaan. Het tijdelijk niet kunnen gebruiken van de huisvesting (bijvoorbeeld als gevolg van brandschade) heeft voor de ODH als huurder ook grote financiële gevolgen. Productie/dienst Doel van de ODH is een dienst te zijn die in staat is doelmatig en doelgericht de huidige en toekomstige VTH- taken uit te voeren en integrale adviezen uit te brengen over ontwikkeling en behoud van een duurzame leefomgeving.
Het streven is er op gericht deze kennis binnen de dienst beschikbaar te hebben. Incidenteel gevraagde kennis kan ‘van de markt’ worden betrokken. De strategische personeelsplanning is daarop afgestemd. Doel is een relatief grote harde kern met veel kennis en daaromheen een flexibele schil om incidentele vragen en fluctuaties in de vraag van regulier werk op te kunnen vangen. 3.1.4
Ratio
Uit het risicoprofiel blijkt een kwantificeerbaar risico van € 1.020.000. De incidentele weerstandscapaciteit bedraagt € 1.071.400. De verhouding tussen de beschikbare incidentele weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit wordt weergegeven in een ratio. Deze bedraagt € 1.071.400 / € 1.020.000 = 1,05. Het weerstandsvermogen wordt daarmee als ‘voldoende’ beoordeeld en komt daarmee overeen met de uitgangspunten zoals vastgelegd in de Nota Weerstandsvermogen en risicomanagement. 3.1.5
Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheer
Tabel 6 Kengetallen weerstandsvermogen en risicobeheer Kengetallen Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Verloop van de kengetallen Realisatie 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024 Begroting 2025 0,7% 1,5% 0,4% -1,4% -2,4% -3,4% 5,4% 5,7% 5,1% 5,1% 5,1% 5,1% -0,6% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0%
De netto schuldquote2 geeft de verhouding weer van de vlottende activa minus de vlottende passiva ten opzichte van het saldo van de baten, exclusief mutaties reserves. De netto schuld weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de ODH ten opzichte van de eigen middelen. De solvabiliteitsratio3 geeft de verhouding weer van het eigen vermogen ten opzichte van de totale passiva en geeft aan in welke mate de ODH het eigen vermogen kan inzetten voor de dekking van de schulden (in hoeverre is de ODH in staat aan haar financiële verplichtingen te voldoen). De structurele exploitatieruimte geeft de verhouding weer van de structurele lasten en baten ten opzichte van het saldo van de baten. In bijlage 6.2 is een berekening van de ratio’s opgenomen.
2
Een negatieve netto schuldquote houdt in er geen schulden zijn. De netto schuldquote in 2022 bedraagt +0,4% en betreft de schuld die de ODH per saldo heeft aan de deelnemers als gevolg van de methodiek nacalculatie. . 3 De ODH heeft in 2022 een solvabiliteitsratio van 5,1% en wordt beperkt als gevolg van de afspraak dat het incidentele weerstandsvermogen niet meer mag bedragen maximaal 5% van de geraamde structurele lasten. .
15 / 36
3.2 Financiering Volgens de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO), is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarrekening op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- of afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury. Deze paragraaf Financiering bevat in ieder geval de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille. 3.2.1
Kasgeldlimiet en de renterisiconorm
De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de Wet FIDO bedraagt de kasgeldlimiet 8,5% van het totaal van de (primitieve) begroting en dat is voor 2022 € 2,137 miljoen. Er is een treasurystatuut opgesteld voor de omgang met liquide middelen. Hiervoor is met de Bank Nederlandse Gemeenten een overeenkomst gesloten. Er wordt alleen geleend voor kapitaaluitgaven die de reguliere bedrijfsvoering betreffen, dit zullen naar het huidige beeld met name ICT-investeringen zijn. In het treasurystatuut is tevens aangegeven dat voor financieringsdoeleinden het gebruik van derivaten niet is toegestaan. 3.2.2
Schatkistbankieren
Met ingang van 16 december 2013 is de wet Schatkistbankieren voor decentrale overheden in werking getreden. Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMUschuld van de collectieve sector (Rijk en decentrale overheden gezamenlijk). Iedere euro die decentrale overheden aanhouden in de schatkist, vermindert de externe financieringsbehoefte van het Rijk.
3.3 Bedrijfsvoering De afdeling Bedrijfsvoering ondersteunt de uitvoering van de milieuprogramma’s. Het welslagen van deze programma’s is mede afhankelijk van de doelmatigheid, transparantie en kwaliteit van de bedrijfsvoering. De externe dienstverlening is gebaat bij een goede interne bedrijfsvoering. De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken en de realisatie van de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. De kosten van de ondersteunende activiteiten, hierna te noemen overhead, worden op één centrale plaats in de begroting vermeld. 3.3.1
Wat gaat dat kosten?
Overhead 1 Personeel 2 Kapitaallasten 3 Overige kosten 4 Additionele werken 5 Onvoorzien Totaal overhead
Realisatie Primitieve Gewijzigde 2020 begroting 2021 begroting 2021 7.258.825 6.340.900 6.788.300 365.731 590.900 590.900 2.202.337 2.228.200 2.748.900 0 0 0 0 45.800 45.800 9.826.893 9.205.800 10.173.900
Begroting 2022 6.806.300 599.800 2.611.600 0 46.500 10.064.200
Meerjarenbegroting 2023 2024 6.895.500 6.986.300 608.800 618.000 2.650.900 2.690.400 0 0 47.200 47.900 10.202.400 10.342.600
2025 7.078.200 627.300 2.730.600 0 48.600 10.484.700
1. Personeel De kosten van personeel bestaan uit de volgende kosten: • Kosten van personeel – salarissen • Kosten van personeel – inhuur derden • Kosten van personeel – inhuur derden ICT (specialistische inhuur) • Kosten van personeel – inkoop diensten ICT (Servicedesk en uitwijkvoorziening) • Kosten van personeel – opleidingskosten • Kosten van personeel – algemene personeelskosten Totaal personeel
16 / 36
€ € € € € € €
4.817.300 165.000 462.600 375.000 467.800 518.600 6.806.300
2. Kapitaallasten Betreft kapitaallasten investeringen in ICT en huisvesting en inventaris. 3. Overige kosten De overige kosten bestaan uit de volgende kostensoorten: • Huisvestingskosten € • ICT € • Vervoerskosten (wagenpark) € • Diverse bedrijfskosten (verzekeringen, accountantskosten, abonnementen, drukwerk, kantoorbenodigdheden, communicatiekosten etc.) € Totaal overige kosten €
760.600 1.127.800 125.400 597.800 2.611.600
4. Additionele werken In de begroting 2022 is nog geen rekening gehouden met additionele werken. Nieuwe additionele werken worden via een administratieve wijziging geraamd (en gemeld via de Voorjaarsnota, Najaarsnota en Jaarrekening). 5. Onvoorzien Betreft post voor niet voorziene uitgaven. De overhead van in totaal € 10.076.200 wordt verdeeld op basis van de direct aan de programma’s toe te rekenen fte’s op begrotingsbasis. Op begrotingsbasis wordt 90,31 fte toegerekend aan het programma T&V en 84,08 fte aan het programma T&H (verhouding 51,79 : 48,21). Dit komt neer op een bedrag van € 5.211.900 voor T&V en een bedrag van € 4.852.300 voor T&H. 3.3.2
Organisatie
De ODH heeft zich jarenlang ingezet om de gewenste efficiencywinst uit het Bedrijfsplan 2012 genaamd 'Naar een professionele Omgevingsdienst Haaglanden' te halen. De efficiencyslag is in de loop der jaren geïntensiveerd door enkele jaren geen indexering toe te passen, maar is met de komst van het Koersplan in 2018 in rustiger vaarwater gekomen. De efficiencyslag heeft plaatsgevonden, de formatie is afgebouwd conform opgave en de afgesproken productiviteitsnorm van 1.390 uur is behaald. Tegelijkertijd zijn bestaande taken geïntensiveerd en zijn er ook extra taken ingebracht, waardoor er sprake is geweest van een substantiële groei van de organisatie. Ook in 2021 is deze groei en doorontwikkeling van de organisatie voortgezet. Naast een ontwikkeling in kwantitatief opzicht vindt er ook een kwalitatieve slag plaats. De toenemende digitalisering, complexiteit in de samenleving en ontwikkeling in wet- en regelgeving vragen een permanente investering van de dienst in kwaliteit van mensen en organisatie om al deze uitdagingen het hoofd te kunnen bieden. Zo staat de inrichting van de ODH niet stil. Een continue organisatieontwikkeling (mensen, functies en processen) is noodzakelijk om overeind te blijven in deze tijd.
De onderzoeken in 2021 van de commissie van Aartsen naar de robuustheid van het systeem van omgevingsdiensten en van de provincie Zuid-Holland naar de doorontwikkeling daarvan geven de dynamiek van het stelsel weer en benadrukken de uitdagingen waarvoor de dienst zich gesteld ziet. 3.3.3
Personeel
De dienst heeft het streven dé omgevingsautoriteit en natuurlijke samenwerkingspartner in Haaglanden te zijn waarbij de kwaliteit van producten en het niveau van dienstverlening onomstreden is. Een goede kwaliteit van het personeel is hierbij cruciaal. Permanente aandacht voor opleiding en ontwikkeling speelt hierin een centrale rol om blijvend het hoofd te kunnen bieden aan de uitdagingen zoals die in punt 3.3.2. zijn omschreven. Tevens is binding aan de organisatie een speerpunt met als doel behoud van opgebouwde kennis en expertise. Dit is nodig vanwege een toegenomen arbeidsmarktmobiliteit en de uitstroom van kennis wegens het bereiken van de AOW-leeftijd. Er is daarom ook in 2022 veel aandacht nodig voor arbeidsmarktcommunicatie en samenwerking met opleidingsinstituten om het personeelsbestand kwantitatief en kwalitatief op sterkte te houden. Tevens is er aandacht voor vitaliteit van de medewerkers en ouderen in het bijzonder. Daarom is in 2016 de regeling 'Generatiepact' ingevoerd, waarvan anno 2021 23 personen gebruik maken. De vrijvallende ruimte wordt zo veel mogelijk door jong personeel (< 30 jaar) ingevuld. Via 17 / 36
strategische personeelsplanning en kennismanagement worden concrete mogelijkheden ingezet onder andere door scholingsmogelijkheden, seniorenbeleid en stagemogelijkheden. Doel van de ODH is een dienst te zijn die in staat is doelmatig en doelgericht de huidige en toekomstige VTH- taken uit te voeren en integrale adviezen uit te brengen over ontwikkeling en behoud van een duurzame leefomgeving. Het streven is er op gericht deze kennis binnen de dienst beschikbaar te hebben. Incidenteel gevraagde kennis kan ‘van de markt’ worden betrokken. De strategische personeelsplanning is daarop afgestemd. Uitgangspunt is een relatief grote harde kern met veel kennis en daaromheen een flexibele schil om incidentele vragen en fluctuaties in de vraag van regulier werk op te kunnen vangen. Er wordt gestreefd naar een maximale flexibele schil van 10% bij T&V waar een groot deel van het werk vraag gestuurd en/of additioneel, dus van tijdelijke aard is. In de rest van de organisatie wordt gestreefd naar een maximale flexibele schil van 5%. Binnen de gestelde kaders is het beleid er op gericht inhuur zoveel mogelijk te beperken. Voor tijdelijke dan wel specialistische inzet zal op grond van bedrijfsmatige overwegingen externe inhuur nodig zijn. Tabel 7 Formatieoverzicht
Formatie Formatie per 1-1-2021
2022 212,64
Wijzigingen Wet natuurbescherming - stikstof Wet natuurbescherming - soortenbescherming Asbesttaken 2020 en 2021 Minderwerk asbesttaken (potentiële) Zeer Zorgwekkende Stoffen (p)ZZS Totaal wijzigingen
2,46 2,01 4,48 -0,83 0,27 8,39
Formatie na wijzigingen per 1-1-2022 *
221,03
Verwachte bezetting per 1-1-2022 Vacatureruimte
208,45 12,58
* Van de formatie heeft 174,39 fte betrekking op het primair proces en 46,64 fte op ondersteuning (waaronder management).
3.3.4
Informatisering en automatisering
In het Koersplan staat ook dat de ODH blijvend zal moeten investeren in digitalisering om adequaat te kunnen inspelen op veranderende wet- en regelgeving, technologische ontwikkelingen, informatiebehoeften en marktontwikkelingen. De technologische ontwikkelingen gaan in sneltreinvaart en het ICT-landschap is permanent in ontwikkeling. Het verzamelen, bewerken, opslaan en ter beschikking stellen van informatie is de kern van het bestaansrecht van omgevingsdiensten naar de toekomst. In 2021 zijn een aantal cruciale puzzelstukjes gelegd van de zogenaamde grondplaat door de vervanging van de VTH-software die de ruggengraat vormt van de productie van de ODH. Ook is een nieuw Documentmanagementsysteem en een daaraan gekoppeld archief (RMA) ingevoerd. De inrichting van de ICT-architectuur is gericht op de aansluiting op de landelijke systemen in het kader van de komst van de Ow. Hieraan gekoppeld is het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO), wiens komst ervoor zorgt dat op het vlak van informatievoorziening vooralsnog blijvende inspanningen noodzakelijk zijn. Met dit systeem kunnen initiatiefnemers, belanghebbenden en bevoegd gezag de informatie raadplegen die zij nodig hebben bij het gebruik van de Ow.
De ODH dient zich in dit kader te richten op twee belangrijke aspecten: (1) het beschikbaar hebben van de juiste informatie (data) op de juiste wijze en op het juiste moment voor de gebruikers en (2) het op de juiste wijze kunnen beschikbaar stellen (ontsluiten) van deze data. De toekomst van digitale gegevensopslag zal daarbij geo-georiënteerd zijn en niet langer meer gericht op de zogenaamde ‘inrichtingen’ maar op ‘activiteiten’. 3.3.5
Informatiebeveiliging
Omdat overheidsorganisaties ook gehackt worden om vervolgens via het betalen van grof (los)geld weer vrijgegeven te worden, hecht de ODH sterk aan een goede informatiebeveiliging. Op basis van het ODHinformatiebeveiligingsbeleid is de organisatie van de informatiebeveiliging opgezet en is er een scala aan 18 / 36
maatregelen uitgerold. Er is een security-officer benoemd met deze specifieke taak. Tevens heeft de organisatie de nodige acties uitgevoerd in het kader van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Blijvende aandacht op dit vlak is noodzakelijk mede gezien de technologische ontwikkelingen en de continue veranderingen van de bedreigingen. 3.3.6
Duurzaam inkopen
In paragraaf 4.2 van het door het AB op 29 november 2018 vastgestelde Inkoop- en aanbestedingsbeleid ODH is ten aanzien van duurzaam inkopen opgenomen dat de ODH bij inkopen de milieuaspecten in acht neemt. De ODH streeft naar duurzaam inkopen waarbij onder duurzaam inkopen wordt verstaan ‘het meenemen van sociale en milieuaspecten in het inkoopproces’. Dit komt onder andere tot uitdrukking in het volgende: • Uitgangspunt is dat inkoopprocessen digitaal worden uitgevoerd, bijv. via TenderNed en e-mail; • Bij de product- en marktanalyse inventariseert de ODH welke Werken, Leveringen of Diensten op het gebied van duurzaamheid op de markt worden aangeboden; • Uitgangspunt is dat in 100% van de inkopen waaraan een meervoudig onderhandse, nationale of Europese aanbesteding vooraf gaat in een categorie waarvoor door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) duurzaamheidscriteria zijn ontwikkeld, de minimumeisen uit deze criteriadocumenten worden toegepast in de aanbesteding; • Per aanbesteding wordt de afweging gemaakt of naast of bovenop de duurzaamheidscriteria (minimumeisen) van de RVO invulling aan duurzaamheid kan worden gegeven: bijvoorbeeld in de vorm van gunningscriteria of geschiktheidseisen; • De ODH zal de aangeboden duurzame oplossingen monitoren. Op deze wijze kan zij een duurzame oplossing inbedden in de eigen organisatie van de ODH en haar werkwijze.
3.4 Onderhoud kapitaalgoederen In deze paragraaf dient inzicht te worden gegeven in de realisatie van het beleid ten aanzien van het onderhoud van kapitaalgoederen en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties ten opzichte van de begroting. Het gaat hierbij tevens om het verlangde onderhoudsniveau, de (lange termijn) onderhoudsplanning voor alle belangrijke activa en het voorzieningenbeleid ter zake. De kapitaalgoederen van de ODH betreffen de inventaris (waaronder b.v. gereedschappen) en ICT. De aanschaf van kapitaalgoederen vindt gefaseerd plaats en er wordt afgeschreven per afzonderlijke component. De afschrijving start in het jaar na aanschaf. In tabel 8 is een overzicht van de materiele vaste activa opgenomen; tabel 9 geeft het verloop van de kapitaallasten weer. De in tabel 8 opgenomen investeringen en afschrijvingen hebben uitsluitend betrekking op de vervanging van de in het verleden uitgevoerde investeringen in ICT, huisvesting en inventaris. Voor vervangingsinvesteringen in ICT is in totaal € 2.652.400 aan krediet beschikbaar gesteld en voor huisvesting en inventaris € 471.700 (huisvesting € 386.900 en gereedschappen € 84.800).
19 / 36
Tabel 8 Overzicht vaste activa
Omschrijving activa Krediet Investeringen t/m 2020 Restantkrediet 1-1-2021
ICT 2.652.400 1.815.830 836.570
Gereedschappen 84.800 84.800 0
Huisvesting 386.900 375.791 11.109
Totaal 3.124.100 2.276.421 847.679
Boekwaarde 31-12-2020 Investeringen 2021 Afschrijving 2021 Boekwaarde 31-12-2021 Investeringen 2022 Afschrijving 2022 Boekwaarde 31-12-2022 Investeringen 2023 Afschrijving 2023 Boekwaarde 31-12-2023 Investeringen 2024 Afschrijving 2024 Boekwaarde 31-12-2024 Investeringen 2025 Afschrijving 2025 Boekwaarde 31-12-2025
1.236.835 836.570 385.279 1.688.126 0 552.593 1.135.533 0 435.802 699.731 0 283.322 416.409 0 249.097 167.312
43.127 0 18.252 24.875 0 18.252 6.623 0 6.623 0 0 0 0 0 0 0
255.521 11.109 37.579 229.051 0 38.690 190.361 0 38.470 151.891 0 30.357 121.534 0 30.357 91.177
1.535.483 847.679 441.110 1.942.052 0 609.535 1.332.517 0 480.895 851.622 0 313.679 537.943 0 279.454 258.489
2024 618.000 313.679 304.321
2025 627.300 279.454 347.846
Tabel 9 Overzicht verloop kapitaallasten
Omschrijving activa Totaal kapitaallasten primitieve begroting Afschrijving Ruimte voor rente en afschrijving herinvesteringen
2022 599.800 609.535 -9.735
20 / 36
2023 608.800 480.895 127.905
4
Financiële begroting
4.1 Uitgangspunten 4.1.1
Begrotingsbeleid
In verband met de aanscherping van het financieel toezicht is de Gemeentewet in 2013 gewijzigd en is de term ‘materieel evenwicht’ vervangen door de term ‘structureel evenwicht’, waarbij tevens de term ‘reëel evenwicht’ is toegevoegd. Het BBV is ter nadere uitwerking van die wetswijziging aangepast, zodat het Algemeen Bestuur en de financieel toezichthouder in staat zijn om vast te stellen of sprake is van een structureel en reëel evenwicht in de begroting c.q. meerjarenraming. Van structureel evenwicht is sprake als de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Ter invulling van het begrip reëel evenwicht is in het BBV voorgeschreven dat wordt ingegaan op het realisme van de ramingen en de motivering daarvan (zijn de ramingen volledig, realistisch en haalbaar). Het structureel begrotingsevenwicht wordt berekend door de totale lasten en baten te verminderen met de incidentele lasten en baten. Het saldo dat over blijft moet op termijn positief zijn (de structurele baten zijn dan gelijk of groter dan de structurele lasten). Op basis van onderstaand overzicht (tabel 10) wordt aangetoond dat de begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 conform de uitgangspunten in het BBV, structureel in evenwicht is. Tabel 10 Structureel evenwicht