2326 Raadsvoorstel Water- en Rioleringsplan 2022-2027.pdf
Tekst van het document
Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG
Datum 21 september 2021 Nummer 2326 Onderwerp Raadsvoorstel Water- en rioleringsplan Leidschendam-Voorburg 2022-2027
Portefeuillehouder Wethouder Kist Behandeld door E Oude Luttikhuis
1. Gevraagd raadsbesluit 1. Het “Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 Leidschendam-Voorburg ” vast te stellen; 2. De rioolheffing voor de jaren 2022-2027 conform het WRP vast te stellen en jaarlijks te indexeren met de inflatie; 3. De bekostiging van de overige watertaken conform het WRP 2022-2027 vast te stellen. 2. Waarom wordt de raad dit besluit voorgelegd? (In welke context, bijv. vanwege wet- en regelgeving of nieuw initiatief en wat komt hierna nog) Door klimaatverandering wordt de manier waarop water wordt verwerkt steeds belangrijker. Dat wordt nog eens onderschreven door het recent verschenen klimaatrapport van de IPCC, maar ook in de praktijk zichtbaar, door bijvoorbeeld de overstromingen in Limburg. Niets doen is geen optie. Overheid, bedrijfsleven en inwoners zullen samen moeten werken om deze uitdaging het hoofd te bieden. Dit Water- en rioleringsplan borduurt voort op het Water- en rioleringsplan 2017-2021. De vervangingsopgave is nog steeds aan de orde. Dit ziet het college als onontkoombaar. Het belang van een goede riolering is evident. Gezien de huidige maatschappelijke ontwikkelingen, is in dit plan meer aandacht voor klimaatadaptatie. Leidschendam-Voorburg beschrijft in het water- en rioleringsplan 2022 – 2027: • het beleid (de visie en de strategie) en een uitvoeringsplan op hoofdlijnen om de •
wettelijke taken op het gebied van afvalwater, hemel- en grondwater in te vullen; de beleids- en beheertaken voor het oppervlaktewater en klimaatadaptatie. Hoe wordt met het veranderende klimaat omgegaan en wat betekent dat voor het waterbeleid;
•
de bekostiging van het uitvoeren van deze taken.
Het WRP is opgesteld in samenwerking met het Netwerk Waterketen Delfland en met de Hoogheemraadschappen van Delfland en van Rijnland.
Datum 21 september 2021 Nummer 2326 Pagina 2/5
Dit WRP 2022-2027 is een vervolg op het WRP 2016-2021 waarvan de geldigheidsduur op 1 januari 2022 verstrijkt. Het WRP zal in 2027 weer vernieuwd worden. De raad is het bevoegd gezag om het WRP vast te stellen. 3. Aan welk doel (van de doelenboom in de begroting) draagt het voorstel bij? Een gezond woon- en leefklimaat. Het verwijderen van afvalwater uit de leefomgeving is een primaire voorwaarde voor de volksgezondheid. Een groene duurzame woongemeente – duurzaam, robuust en kwalitatief goed watersysteem. 4. Welke argumenten zijn er voor de raad om het besluit te nemen? (Inhoudelijke uitleg, voor- en nadelen, financieel gevolg en risico’s) Het WRP omvat drie onderdelen; de visie, de strategie en de dekking van de kosten. Visie In dit Water- en rioleringsplan 2022-2027 is de toekomstvisie voor 2050 op de zorg voor riolering en oppervlaktewater beschreven. Een bijbehorende strategie beschrijft vervolgens hoe we aan de hand van beleidsdoelen van de huidige situatie geleidelijk komen naar het wensbeeld in 2050. De maatregelen die hiervoor nodig zijn, zijn op hoofdlijnen in dit plan beschreven. Verdere detailuitwerking vindt plaats in de jaarlijkse operationele plannen. De visie sluit aan bij de bouwsteen groene woongemeente van de Omgevingsvisie en vult het onderdeel water en klimaatadaptatie in (waterveiligheid, wateroverlast en droogte).
Daarnaast zal het plan zoveel mogelijk bijdragen aan het bestrijden van hittestress en het voorkomen van bodemdaling. Strategie Vanwege de wijziging van het klimaat zijn maatregelen noodzakelijk om grote schade door piekbuien te voorkomen. Ook langdurige droogte kan negatieve gevolgen hebben en bijvoorbeeld leiden tot slechtere waterkwaliteit, grondwatertekorten en bodemdaling. In 2050 moet Leidschendam-Voorburg conform het Kompas voor de Leefomgeving en de afspraken uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie volledig gesteld staan om de wijzigingen in het klimaat adequaat op te vangen. In het WRP is de strategie opgenomen hoe dat doel dichterbij wordt gebracht. Nieuw in het WRP 2022-2027 zijn het stimuleren van bewoners en bedrijven op het gebied van klimaatadaptatie, de strategische samenwerkingsagenda met de hoogheemraadschappen en het verder verbeteren van risico-gestuurd onderhoud (asset management). Ook de belangrijkste uitgangspunten voor de aanpak van de grondwaterzorgplicht worden vastgesteld.
Datum 21 september 2021 Nummer 2326 Pagina 3/5
Naast de aanpak van wateroverlast door extreme neerslag zal de riolerings- en waterzorg voortaan een bijdrage leveren aan het reduceren van hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. De eerder ingezette intensivering van het scheiden van hemelwater en afvalwater en vergroening uit het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2019-2022 wordt na 2022 voortgezet. Het afkoppelen van verharding van de gemengde riolering (los van de rioolvervanging) zal deels worden ingevuld door verharding te verwijderen en de bodem in oorspronkelijke staat terug te brengen. Dat biedt dan kansen om op maat klimaatbeplanting aan te brengen voor extra schaduw, verdamping of biodiversiteit. Het soort boom is namelijk belangrijker voor de aanpak van klimaateffecten dan het aantal bomen. Daarnaast is het uitgangspunt dat grondwaterstanden in de zomer niet te ver mogen zakken, zodat voldoende water in de bodem beschikbaar is om verdroging van groenvoorzieningen en houten paalfunderingen te voorkomen. In de planperiode zal het water- en rioleringssysteem verder worden verduurzaamd en robuust ingericht. De watercyclus wordt zo veel mogelijk gesloten door zuinig om te gaan met zoet water door het bergen en vasthouden van grond-, oppervlakte- en hemelwater en het aanwenden van overschotten in droge perioden.
Water en oever geven kwaliteit aan de ruimtelijke omgeving en bevorderen de biodiversiteit en belevingswaarde. Maatregelen uit de “Strategische samenwerkingsagenda SSA 20202024” die het college met de hoogheemraadschappen heeft vastgesteld (zie raadsbrief 2059) zijn opgenomen om het oppervlaktewater schoner en gezonder te maken. Om in de toekomst te kunnen monitoren in hoeverre de werkelijke grondwaterstanden afwijken van het wensbeeld, zal in deze planperiode een “streefwaarde grondwaterstand” worden vastgesteld per wijk. Een groot deel van het hemelwater valt op particuliere grond. In het WRP wordt daarom nog meer ingezet op scheiden van schone hemelwater en grondwater van het vuile afvalwater door particulieren (afkoppelen) en door de gemeente op openbaar en particulier terrein, door o.a. advies via Waterloket, afkoppelcoaches en participatieprojecten. Bewustzijn bij inwoners wordt versterkt door het in de komende planperiode zwaarder inzetten op communicatie rond de gevolgen van klimaatverandering en de eigen verantwoordelijkheid van de inwoners in de te nemen maatregelen. Daarom zorgt het college voor het ontsluiten van data over de invloed van het klimaat op de eigen directe omgeving op een, voor inwoners toegankelijke wijze.
In het WRP wordt aangegeven op welke wijze de bestaande voorzieningen voor riolering en water in stand worden gehouden en hoe dit wordt gefinancierd. We gaan zuinig om met middelen door het risico gestuurd beheer (het zogenaamde assetmanagement) verder te verbeteren. Het assetmanagement is gericht op het
Datum 21 september 2021 Nummer 2326 Pagina 4/5
bewust omgaan met risico’s rond instortingen van riolen (risico verkleinen bij belangrijke riolen en vaker accepteren bij riolen van ondergeschikt belang). Hierbij is aan de aanbevelingen uit het rapport van de rekenkamercommissie uit 28 sept 2017 (1967783) opvolging gegeven in het WRP. Financiële consequenties De kosten voor afvalwater, hemelwater en grondwater mogen worden gefinancierd uit de rioolheffing. Dat geldt ook voor delen van het oppervlaktewaterbeheer. Ook kosten om water te bergen of te infiltreren mogen ten laste komen van de rioolheffing. Kosten die verband houden met de inrichting en beleving van oppervlaktewater als onderdeel van de openbare ruimte komen ten laste van de algemene middelen. De laatste categorie betreft bijvoorbeeld de aanleg van onbeschoeide en natuurvriendelijke oevers om de biodiversiteit te versterken. Het kroosruimen versterkt de waardering van de burgers voor het oppervlaktewater. De tariefontwikkeling in dit nieuwe WRP is gebaseerd op het huidige beleid en is verwerkt in de meerjarenbegroting en het investeringsplan. De stijging uit dit nieuwe plan is het gevolg van extra inzet op klimaatadaptatie en een inhaaleffect wat betreft prijsindexatie welke de afgelopen jaren zeer beperkt is verwerkt in de tariefaanpassingen.
Het college heeft hierbij in de afweging tussen tariefstijging en uitstel van rioolvervanging, gekozen voor een tariefstijging. De risico's van uitstel van rioolvervanging met alle effecten van dien acht het college niet aanvaardbaar. Met het vaststellen van het nieuwe WRP is er sprake van een volledige actualisatie van de financiële prognoses voor de rioolheffing voor de komende jaren. Een stijging van de rioolheffing is hierbij onontkoombaar. Ondanks deze stijging behoort de heffing van Leidschendam-Voorburg nog steeds tot de middenmoot van gemeenten in de omgeving. In 2022 zit de heffing net boven het gemiddelde van alle gemeenten in 2021. De aanpassing van het tarief is het gevolg van de volgende ontwikkelingen: a. Tariefstijging in de planperiode volgend uit nieuw beleid. De belangrijkste stijging als gevolg van nieuw beleid wordt veroorzaakt doordat de exploitatielasten stijgen ten behoeve van klimaat-adaptieve woningbouw, stimuleren van particuliere maatregelen betreffende bui van de eeuw en het waterloket. De heffing stijgt hierdoor ongeveer met 1,5% of € 2,70 per huishouden. b. Tariefstijging in de planperiode volgend uit huidig beleid. Bij het vaststellen van het nieuwe WRP moet de heffing aansluiten op het huidige areaal, vernieuwde prognoses voor onderhoud en prijsstijging.
Daarnaast stijgen in de komende planperiode de investeringen tot gemiddeld € 10,1 miljoen per jaar, voor rioolvervanging en in beperktere mate voor eerder besloten klimaatadaptatie (ca. € 0,5
Datum 21 september 2021 Nummer 2326 Pagina 5/5
miljoen). Deze investeringen leiden tot toenemende kapitaalslasten van deze vervangingsinvesteringen. De toenemende investeringen voor rioolvervanging komen omdat riolering uit de jaren 30 en uit de sterke groeiperiode vanaf de jaren 50/60/70 in zettingsgevoelig gebieden nu aan renovatie of vervanging toe zijn. Daarnaast is de afgelopen jaren sprake geweest van een prijsstijging van circa 31% (periode 2016-2021) die nu zichtbaar wordt in de ramingen van het nieuwe WRP. Naast de stijging van de kapitaallasten als afgeleide van de benodigde investeringen is er sprake van extra kosten op het gebied van beheer en organisatie en zijn ook de kwijtscheldingen toegenomen. Als gevolg van bovengenoemde oorzaken is de komende jaren een stijging van 8% exclusief de nog toe te passen inflatiecorrectie noodzakelijk. Hiermee wordt voorkomen dat de voorziening riolering negatief wordt, wat niet is toegestaan. De financiële consequenties verbonden aan het WRP zijn verwerkt in de meerjarenbegroting 2022 en het bijbehorende investeringsplan. De totale stijging in 2022 is 8% ten opzichte van 2021, waarvan 1,5% volgt uit nieuw beleid. In 2023-2026 is de totale stijging 8% per jaar en volgt uit bestaand beleid. Na 2026 neemt het stijgingspercentage af tot 3%. Vanaf 2023 komt de inflatiecorrectie bij de genoemde stijgingspercentages.
Kroosruimen in verblijfsgebieden Kosten die verband houden met de inrichting en beleving van oppervlaktewater als onderdeel van de openbare ruimte komen ten laste van de algemene middelen. Een onderdeel hiervan is het kroosruimen in verblijfsgebieden, zoals parken en op pleinen. Dit omvat € 45.600 in 2022 en vanaf 2023 € 65.000. In 2022 kan dit worden gedekt uit het budget baggeren. De consequenties vanaf 2023 ten aanzien van het kroosruimen worden verwerkt in de Kadernota 2023. burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,
A. van Mazijk secretaris
J.G. Bijl burgemeester
Bijlagen bestemd voor de raad: Nummer 1.
Onderwerp Water- en rioleringsplan Leidschendam-Voorburg 2022-2027.
2.
Concept raadsbesluit