2326 Bijlage 1 Water- en Rioleringsplan 2022-2027.pdf
Tekst van het document
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
18
3.2
Visie op de toekomst
Voor het watersysteem (inclusief het afvalwatersysteem) heeft de gemeente drie hoofddoelen. Deze refereren aan de aandachtsgebieden: Kwantiteit, kwaliteit en ruimtelijke potentie.
Het watersysteem is duurzaam en robuust. Het watersysteem kan zo veel water bergen dat wateroverlast en verdroging wordt voorkomen. De drainage en rioolsystemen zijn betrouwbaar en worden toekomstbestendig ingezet. In 2050 is Leidschendam-Voorburg klimaatbestendig ingericht. Het water is schoon. Ecologisch gezond water stroomt, ruikt fris, is helder, diep genoeg en kent een rijke flora en fauna. Schoon water ontstaat dankzij het ecologisch goed functioneren van het watersysteem. Het water is aansprekend. Door water te zien als integraal onderdeel in alle ruimtelijke plannen en de potenties van water te benutten, kunnen we de leefomgeving aantrekkelijker maken. Water kan een bijdragen leveren aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit.
Water brengt eigenheid, levendigheid en sfeer. In Leidschendam-Voorburg is het water sterk verbonden met de geschiedenis en heeft een hoge cultuurhistorische waarde. Voorbeelden van historisch waardevol water en aan water verbonden elementen zijn de Landscheiding, de ligging van de waterlopen, het Kanaal van Corbulo, de sluis in Leidschendam en de molendriegang. Door de potenties van water te benutten kunnen we de identiteit van Leidschendam-Voorburg en de afzonderlijke wijken versterken. Het benutten van de ecologische, recreatieve en ruimtelijke mogelijkheden biedt kansen om onze omgeving aangenamer en biodiverser te maken. UNESCO-werelderfgoed: Het romeinse Kanaal van Corbulo opgegraven aan de Doctor van der Stamstraat in 2015. De donkere kleilaag geeft de dwarsdoorsnede van het kanaal weer.
3.3 3.3.1
Overkoepelende strategie Basishouding en -aanpak
Duurzame en robuuste aanpak Als maatregelen nodig zijn kiest de gemeente voor duurzame, robuuste oplossingen bij het uitvoeren van de strategie. Dat zijn oplossingen die toekomstbestendig zijn, effectief in meerdere situaties zijn en effectief blijven als ze zwaarder of lichter worden belast dan vooraf werd verwacht. Hierbij zijn de werkwijzen betaalbaar, uitvoerbaar, doelmatige en effectief. We werken daarvoor samen met andere overheden en de inwoners. Alle te nemen initiatieven dienen een bijdrage te leveren aan de doelen van het WRP. Meetbaar en transparant De gemeente voert zijn werkzaamheden op transparante, herleidbare basis uit. Resultaten zijn meetbaar. Op basis van KPI’s wordt daarbij jaarlijks de voortgang op de doelen en implementatie van de strategie gerapporteerd aan de gemeenteraad. Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
19
Aan de hand van de serie WRP-doelen zoals weergegeven in paragraaf 1.2 zijn kernprestatie-indicatoren (KPI’s) afgeleid. Op deze KPI’s met bijbehorende streefwaarden wordt gemonitord. In bijlage 14 zijn de KPI’s opgenomen met de bijbehorende streefwaarden. Oplossen, niet afwentelen Indien mogelijk en doelmatig lossen we problemen zo snel mogelijk en zo dicht mogelijk bij de bron op. De gemeente wil (water)problemen niet afwentelen op benedenstrooms gebied of op toekomstige generaties. De gemeente probeert te voorkomen dat er (te) veel vuil water ontstaat. Dit wordt gedaan door gescheiden riolering aan te leggen, af te koppelen en goed te dimensioneren. Zo wordt de hoeveelheid vuil- en gemengd water, dat gezuiverd moet worden, geminimaliseerd. Norm-, effect- en kansgericht werken De gemeente voldoet aan wetgeving, bestaand beleid en minimum eisen. Dit alleen is echter onvoldoende voor een doelmatig water- en rioleringsbeheer. Bij investeringskeuzes weegt de gemeente het effect en de kosten. Daarnaast maakt de gemeente gebruik van kansen om maatregelen te realiseren die anders (voor lange tijd) niet gerealiseerd kunnen worden. 3.3.2
Samenwerken in de Waterketen
Onze waterketen krijgt in de toekomst te maken met grote klimaatopgaven, vervangings- en renovatie investeringen en opgaven voor waterkwaliteit die niemand meer alleen kan oplossen. Als we niets doen, stijgen de kosten enorm. Wanneer we de samenwerking in de keten versterken verwachten we die kostenstijging te kunnen beperken (minder meerkosten), terwijl de kwaliteit gelijk blijft of zelfs beter wordt en we ook de kwetsbaarheid in de keten verminderen. In elke regio geven de betrokken partijen zelf vorm aan deze samenwerking in de regionale waterketen. Netwerk Waterketen Delfland (NAD) Het samenwerkingsverband Netwerk Waterketen Delfland (NAD) bestaat uit de gemeenten Delft, Den Haag, LeidschendamVoorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland, Rijswijk, Schiedam, Vlaardingen, Westland, Zoetermeer, het Hoogheemraadschap van Delfland en de Drinkwaterbedrijven EVIDES en DUNEA. De uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst vindt plaats via een netwerkorganisatie. Elke deelnemende partij is en blijft verantwoordelijk voor financiering en finale besluitvorming over vervolgtrajecten ten aanzien van de samenwerking. De gezamenlijke bestuurlijke besluitvorming vindt plaats via de bestaande bestuurlijke watertafels.
Leidschendam-Voorburg wil de komende planperiode op bestuurlijk en managementniveau uitdrukkelijk deelnemen aan het proces tot ontwikkelen van een organisatievorm samen met andere gemeenten, waarin samenwerken nog beter tot uitdrukking kan komen. Bestuurders van het Netwerk Waterketen Delfland hebben aan de bestuurlijke watertafels het belang van de samenwerking bevestigd. In de Bestuurlijke Overeenkomsten hebben deelnemers van de samenwerkingsverbanden, afspraken gemaakt over de invulling van het bestuursakkoord Water (BAW2020). Visie NAD: Het landelijke Bestuursakkoord Water (BAW) heeft partijen binnen de waterketen in 2011 ertoe verplicht om intensiever samen te gaan werken om kosten en kwetsbaarheid te verminderen en kwaliteit te verbeteren in de waterketen. Binnen het beheergebied van Delfland is daarom in 2013 het Netwerk Afvalwaterketen Delfland opgericht. Ondertussen wordt dit het Netwerk Waterketen Delfland genoemd (NAD). In het NAD werken het hoogheemraadschap van Delfland, 12 gemeenten en twee drinkwaterbedrijven samen om doelstellingen in de waterketen te bereiken. Bij de NAD-partners is de samenwerking als zeer positief ervaren. Partijen hebben de samenwerking dan ook doorgezet en hebben daarvoor in oktober 2020 de Bestuurlijke overeenkomst NAD 2021-2027 vastgesteld. Dit bereiken we door: De gemeente werkt verder samen in het NAD.
Met het aangaan van een overeenkomst spreken partijen af voor de termijn tot 2027 te werken aan: Een minder sterke stijging van kosten van de keten, dan in 2011 voorzien. De kosten moeten in verhouding zijn tot de maatschappelijke meerwaarde (waterwinst). Het minimaal handhaven van de huidige kwaliteit van de dienstverlening, en de performance van de deelnemers in de waterketen. Het waar mogelijk een bijdrage leveren aan klimaatadaptatie en duurzaam omgaan met water (sluiten kringloop). Het verminderen van de kwetsbaarheid en toekomstbestendig maken van de waterketen. Dat doen de partners met oog op circulariteit, duurzaamheid en de ruimtelijke ontwikkeling in het gebied’. Maar ook met voldoende kwalitatief goed personeel en gezamenlijke gegevensuitwisseling. Voor de lange termijn (2050) wordt gestreefd naar de realisatie van de Lange Termijnvisie van het NAD zoals vastgelegd in het Strategisch Ketenplan NAD dat in 2015 door alle partijen is vastgesteld. Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
20
Netwerk schoon en gezond water Hoogheemraadschap van Delfland werkt samen met de gemeenten in haar gebied, waaronder Leidschendam-Voorburg hard aan schoon, gezond en levend water. Het netwerk bevordert de samenwerking rond het verkrijgen van een goede waterkwaliteit en samenhang tussen plant- en diersoorten. Speerpunten zijn: Bewust waterbestendig handelen; Waardevol water; schoon, voldoende en bruikbaar; Naar een robuust watersysteem en een watercyclus.
Wijkgerichte aanpak Ook een wijkgerichte aanpak vormt een optimalisatieslag omdat dit kan leiden tot lagere kosten. Zodra in een wijk meerdere inrichtingsprojecten gaan lopen zoals water, weg, groen en riolering en afkoppelen, wordt gezocht naar slimme combinatie van werkzaamheden. Denk aan de combinatie van rioolvervanging met inbreidingsprojecten, straatvernieuwing of wijzigingen in de verkeerssituatie. Een integrale aanpak van de wijkrenovatie is hiervoor noodzakelijk.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
21
3.3.3
Gegevensbeheer op orde
Voor bovenstaande benoemde thema’s (klimaatbestendige inrichting, grondwater en optimalisatie van rioolvervangingen) is actueel systeeminzicht een belangrijke factor. Goede kwaliteit van basisdata (kenmerken, metingen, modelresultaten) is dan cruciaal. De gemeente heeft drie speerpunten in het gegevensbeheer. Actuele en volledige data Actuele data zijn van groot belang om actueel systeeminzicht te verkrijgen, waarop maatregelen kunnen worden gebaseerd. Frequente actualisatie van de basiskenmerken (minimaal 2x per jaar) en het tijdig bijwerken van beoordelingen van inspecties (binnen een half jaar) zijn concrete stappen die de gemeente hierin wil nemen. De gemeente streeft daarnaast naar een volledige dataset door meetnetten en registraties uit te breiden, daar waar meer systeeminzicht gewenst is. Alle beheeractiviteiten worden gevoed met de data en na uitvoering worden revisies weer verwerkt. Voor het gegevensbeheer van de riolering maakt de gemeente Leidschendam-Voorburg, gebruik van een gegevensbeheerprogramma. Gestreefd wordt om de revisiegegevens van uitgevoerde rioleringswerken en inventarisatiegegevens binnen 4 weken na oplevering in het systeem te verwerken. Kwalitatief goede data Structurele analyse van basisdata (als basis voor modellen), metingen en registraties is een belangrijke stap in de verbetering van de kwaliteit van de data.
Dit draagt daarnaast bij aan een betere kwaliteit van het Leidschendam-Voorburgse deel van de BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie) en de BRO (Basisregistratie Ondergrond), waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. Toegankelijke data De gemeente beheert haar data in verschillende softwarepakketten. Hierdoor zijn de data niet voor iedereen gemakkelijk toegankelijk. De gemeente streeft daarom op de lange termijn naar centrale ontsluiting en visualisatie van alle verschillende databronnen, zodat integrale analyse mogelijk wordt en goede assetdata beschikbaar is voor het beheer en onderhoud, het NADgemalenbeheer, marktpartijen, buitendienst medewerkers, etc. GWSW Het GWSW waarin alle gemeenten en andere instanties dezelfde datataal gaan spreken kan een bijdrage leveren aan een goed assetmanagement. Hierdoor wordt (in ieder geval de statische) data beter deelbaar en uitwisselbaar. Het zou daarna eenvoudiger moeten worden om in één systeem te werken of de data in te voeren waardoor men een eenduidige werkwijze en assetmanagent kan gaan toepassen. Ook het dataplatform NAD kan hier een grote rol in gaan spelen in de toekomst. WIBON Voor nieuwe aanleg vanaf 1 juli 2020 geldt een registratieverplichting vanuit de WIBON voor huisaansluitleidingen.
Leidschendam gaat daarom ook de beschikbare bestanden met huisaansluitleidingen in de komende planperiode alsnog verwerken in de beheerpakketten in het kader van het BAW-speerpunt “data op orde”.
3.3.4
Dienstverlening
Wateradvies/Waterloket Momenteel functioneert het Waterloket als hulp voor particulieren bij het verwijzen naar de juiste instantie voor hun watervraag. Dit zal in de komende planperiode uitgebreid worden met een wateradvies waar dat mogelijk is. Burgerparticipatie Bij burgerparticipatie wordt in meer of mindere mate van burgers verwacht dat zij actief meedenken over beslissingen die in het openbaar bestuur worden genomen. In geval van burgerparticipatie is er in veel gevallen sprake van een samenwerking tussen inwoners en bestuurders en ambtenaren op thema’s die de inwoners raken. We zoeken samenwerking met alle betrokkenen. Dat geldt binnen de gemeente (tussen afdelingen en beleidsterreinen), tussen organisaties (buurgemeenten, hoogheemraadschap, provincie, ondernemers en onderzoeksinstellingen) en met onze bewoners en bedrijven. De gemeente ziet de inwoners voor het uitvoeren van rioleringsprojecten als ervaringsdeskundige en mede-eigenaar van de wijk(aanpak). Leidschendam-Voorburg hanteert de participatieladder een participatieladder. De keuze voor het is afhankelijk van de impact van het project voor de lokale bewoners. Per project wordt beoordeeld welke trede van toepassing is. Het minimale niveau van
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
22
burgerparticipatie is “informeren” en de gemeente streeft we naar het inzetten van het niveau “interactie en dialoog” bij grotere wijkaanpakken en het nemen van klimaatmaatregelen.
Om een goede samenwerking te bereiken is een open en actieve houding belangrijk. De gemeente neemt daarom het initiatief om informatie en plannen zoveel mogelijk open te delen. Met communicatiecampagnes geven we in een vroeg stadium, uitleg over onze plannen en ideeën. Vooral bij aanpassingen van de leefomgeving is het belangrijk om samen te werken met inwoners en bedrijven. Zij zijn de directe gebruikers en weten daardoor veel over de praktijk. Die kennis is waardevol en willen we zo vroeg mogelijk meenemen in het maken van onze plannen. Eventuele wensen voor de toekomst kunnen we gelijktijdig inventariseren en een plek geven. Beperken overlast voor bewoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen Vooralsnog werd in slechte staat verkerende riolering vervangen door nieuwe buizen. We kunnen kosten besparen maar tegelijk ook de kwaliteit verbeteren én overlast voor bewoners en bedrijven verminderen met slimme en innovatieve oplossingen. Dit doen we onder andere door de riolering te relinen. Relinen houdt in dat aan de binnenzijde van de bestaande riolering een glasvezelversterkte kunststof leiding aangebracht wordt. Dit verlengt de levensduur van de riolering significant tegen geringe kosten. Belangrijk daarbij is ook dat de straat niet opengebroken hoeft te worden en dat het in Leidschendam-Voorburg op veel plaatsen toegepast kan worden.
De werkzaamheden vinden vanaf een enkele locatie in de straat via de ondergrondse rioolbuizen plaats. Deze methode geeft vrijwel geen overlast voor inwoners. Hoewel relining voor al gescheiden stelsels het uitgangspunt is, zullen we onderzoeken of relining samen moet gaan met een aangepast onderhoudsprogramma of andere extra maatregelen. We maken hierbij altijd een integrale kostenafweging en kwaliteitsafweging voor de gehele restlevensduur. Communicatie Deze planperiode wil de gemeente meer dan voorheen gaan communiceren over rioleringsonderwerpen. Minimaal wil de gemeente per jaar één campagne uitrollen. De onderwerpen zijn divers en met verschillende doelen (van kennis tot gedragsverandering). De campagnes zullen vooral online zijn. Een offline onderdeel als ondersteuning van de online campagne kan ook onderdeel uitmaken van de campagnes. De campagnes zijn lokaal gericht en op de volgende onderdelen: de bui van de eeuw (wateroverlast) scheiden van regen- en afvalwater vergroenen van de wijk (en eigen tuin) grondwaterniveau inrichting van sloten en singels De hoofdcommunicatieboodschap (het zogenaamde “Messagehouse”). Is opgenomen in bijlage 4. Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
23
Inzicht in eigen situatie perceel De gemeente streeft naar een laagdrempelig inzicht voor bewoners in de eigen situatie. Daarvoor worden in de planperiode een aantal tools doorontwikkeld en gemakkelijk raadpleegbaar gemaakt. In de communicatie zal aan deze tools aandacht worden besteed. Bluelabel Inzicht in de consequentie van de klimaatverandering voor het eigen perceel. Deze tool zal in de planperiode worden geüpdatet met de meest recente stresstest. Waterduurzaamheidslabel Inzicht in de risico’s op hemelwateroverlast op het eigen perceel. Dit is reeds beschikbaar en zal laagdrempelig ontsloten worden en opgenomen worden in de communicatie met inwoners. Grondwaterlabel Inzicht in de risico’s op grondwateroverlast op het eigen perceel. Dit is reeds beschikbaar voor Voorburg en zal worden uitgebreid naar de gehele gemeente. Meldingenregistratie en –afhandeling Meldingen van inwoners over de riolering, worden bij de gemeente Leidschendam-Voorburg adequaat afgehandeld door de buitendienst. ‘s-Avonds en in het weekend is het storingsnummer bereikbaar. Bij meldingen over gemalen, zorgt de buitendienst voor het veiligstellen van de situatie en schakelt een externe onderhoudspartij in (de actuele contracthouder gemalenonderhoud en storingen beheer).
Voor service en dienstverlening geldt: Verstoppingen en storingen aan rioolgemalen zijn binnen één werkdag verholpen of tijdelijke maatregelen worden genomen; Overige meldingen die geen aanleiding geven tot snel ingrijpen worden zo mogelijk binnen vijf werkdagen verholpen of er worden afspraken gemaakt met betrokkenen over de termijn van afhandeling; Alle meldingen worden opgenomen in het zaaksysteem, zodat de gemeente inwoners beter van dienst kan zijn en op basis van de geregistreerde meldingen conclusies kan trekken voor onderhouds- of reconstructie maatregelen; Ook voor grondwater gerelateerde vragen kan de burger terecht bij de gemeente.
3.4
Oppervlaktewatersysteem
Visie: Doelen op het gebied van waterkwantiteit, waterkwaliteit en leefomgeving kunnen elkaar versterken. Door ruimte te maken voor water, wordt het water schoner. Een bredere en deels diepere sloot is meestal helderder, kan calamiteiten beter opvangen en de waterbodem en oever kunnen zich natuurlijker ontwikkelen door de combinatie te zoeken met ecologische oevers. De gemeente wordt blauwer en groener en de kwaliteit van de leefomgeving gaat omhoog. In die visie gaat waterbeheer hand in hand met duurzame ontwikkeling. Duurzaam beleid wil zeggen dat we onze eigen problemen aanpakken in het hier en nu, zonder nadelige effecten op het gebied om ons heen en zonder problemen door te schuiven naar toekomstige generaties. Duurzaamheidprincipes op het gebied van waterberging zijn eerst vasthouden, dan bergen en dan pas afvoeren. Met betrekking tot water- kwaliteit is dat schoonhouden, scheiden en dan pas schoonmaken. Ook waterneutraal bouwen, dus zonder verslechtering van de waterhuishoudkundige situatie, draagt bij aan duurzame ontwikkeling. Duurzaam water is schoon water. Het aanleggen van voldoende waterberging volgens de watertoets is een taak van de ontwikkelaars. De gemeente kan daarbij (tegen betaling) ruimte beschikbaar stellen waar extra waterberging nodig is in verband met klimaatontwikkeling.
Dit bereiken we door: Schoonwater, zoals regenwater, zo lang mogelijk schoon te houden, bijvoorbeeld door meer oppervlaktewater te realiseren en door regenwater, zo mogelijk via bodeminfiltratie, af te voeren naar het oppervlaktewater; Vervuiling bij de bron aan te pakken, bijvoorbeeld door bouwmaterialen te gebruiken die niet uitlogen en het gebruik van bestrijdingsmiddelen te vermijden; Verspreiding van vervuiling te voorkomen door overstorten vanuit de riolering te beperken middels afkoppelen (zowel op openbaar als particulier terrein) en door regelmatig te baggeren (door de betreffende beheerder); Water te laten stromen door voldoende diepe watergangen en door smalle en lange duikers waar mogelijk te vervangen door bruggen of door ecologische duikers;
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
24
Indien nieuwe duikers onvermijdelijk zijn, worden die zo groot mogelijk gedimensioneerd om de doorstroming optimaal te houden; Het zelfreinigend vermogen van het watersysteem te versterken door het toevoeren van zuurstofrijk regenwater van verhardingen en door bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers te realiseren en watergangen te verbreden en te verdiepen. Waar dat kan beschoeiingen te verwijderen en de biodiversiteit op en langs de oever mogelijk te versterken. De opwarming van water tegen te gaan door watercirculatie en energiewinning. Maatregelen: • Verwijderen van zwerfvuil. • Kroos verwijderen in verblijfsgebieden zoals parken en pleinen. • Jaarlijks verwijderen van overdadige plantengroei in het najaar waar dat een gemeentelijke taak is. • Vervangen van beschoeiingen waar een onveilige situatie ontstaat. • Een onbeschoeide oever laten ontstaan waar dat kan, door de beschoeiing niet te vervangen. • Natuurvriendelijke oevers aan te leggen waar daar ruimte voor is en de bestaande beschoeiing aan vervanging toe is. • Het invoeren van ecologisch baggeren en schonen van sloten door zowel gemeente als hoogheemraadschappen volgens de zonekaarten, zie Bijlage 19; • Het uitbreiden van kroosruimen in watergangen nabij parken en pleinen door de gemeente; • Ca.
75% afkoppelen in UPR-projecten door de gemeente; • Monitoren effect van maatregelen/waterkwaliteit in overig water door het Hoogheemraadschap van Delfland en het Hoogheemraadschap van Rijnland. • Het tegengaan van afvalwaterlozingen via het hemelwaterriool. • Een praktijkonderzoek naar de effecten van watercirculatie op de waterkwaliteit in Leidschendam. 3.4.1
Strategische Samenwerking Agenda (SSA)
Sinds het opstellen van het eerste gemeentelijk waterplan in 2005 werken de gemeente en de Hoogheemraadschappen Rijnland en Delfland intensief samen aan het waterbeheer in Leidschendam-Voorburg. In de SSA is het gezamenlijke visiedeel opgenomen en dan met name georiënteerd op de samenwerkingskansen waar de gemeente en de hoogheemraadschappen Rijnland en Delfland elkaar kunnen versterken. Deze bestuurlijke samenwerking bestrijkt samen met het Bestuursakkoord NAD (waar Hoogheemraadschap van Rijnland geen deel van uitmaakt) inhoudelijk het complete waterbeheer in de gemeente. Met het ondertekenen van de nieuwe Strategische Samenwerkingsagenda wordt de samenwerking geactualiseerd en bestendigd. De samenwerking is breed en varieert van de aanleg van waterbergingen en vispaaiplaatsen tot kadeverbeteringen, onderzoek, beheer en onderhoud en klimaatadaptatie. Naast het benoemen van een aantal concrete samenwerkingsprojecten zijn ook afspraken gemaakt over de wijze van overleg tussen de drie organisaties.
Met het opnieuw aangaan van de overeenkomst spreken partijen af voor de termijn tot 2027 te werken aan: Oppervlaktewater kwaliteit en biodiversiteit waaronder de KRW-maatregelen Waterbeheer en –onderhoud waaronder baggeren, schonen, maaien en krozen Waterketen, waaronder het afkoppelen om gemengde riool-overstorten te beperken Waterveiligheid Ruimtelijke inrichting waaronder klimaat-adaptief en duurzaam bouwen Duurzaamheid, door meer gezamenlijk de inwoners te stimuleren met betrekking tot vergroening. Omgevingswet Hoogheemraadschap van Delfland kent de Stimuleringsregeling Klimaatadaptatie om de samenwerking ook financieel vorm te geven richting gemeente en burgers. Zie bijlage 5 voor de verdere uitwerking van deze thema’s en de rapportage “Strategische samenwerkingsagenda, 2020 – 2024, Gemeente Leidschendam-Voorburg, Hoogheemraadschap van Rijnland, Hoogheemraadschap van Delfland” 2020. 3.4.2
Waterrecreatie
Per jaar passeren zo’n 12.000 recreatievaartuigen de gemeente Leidschendam-Voorburg. Tijdens dit vaarseizoen kunnen waterrecreanten tot 22.00 uur de Sluis Leidschendam passeren. De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft extra aanlegmogelijkheden gecreëerd aan de Vlietoevers. Ook maakt de gemeente onderdeel uit van het sloepennetwerk Zuid-Holland. Er zijn pleisterplaatsen onderweg zoals bijvoorbeeld de Oude Haven in Voorburg. Momenteel wordt de Plaspoelhaven uitgebreid.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
25
Voor het afvalwater vanuit de recreatievaart is een innamepunt ingericht aan de Bierkade in Den Haag en in Vlietland https://www.varendoejesamen.nl/kenniscentrum/artikel/schoonwatercampagne. In een aantal watergangen is de gemeente vaarwegbeheerder. Daarnaast zijn diverse havens en ligplaatsen aanwezig. De daar aanwezige kades in openbaar gebied zijn meestal in beheer bij de gemeente.
Sloepennetwerk Zuid-Holland in de omgeving van Leidschendam-Voorburg.
3.4.3
Sturen op monitoring oppervlaktewaterkwalitetit
In Leidschendam-Voorburg vindt op een aantal plaatsen ecologische en chemische monitoring plaats van het oppervlaktewater. Deze monitoring wordt door het hoogheemraadschap van Rijnland uitgevoerd. Het hoogheemraadschap van Delfland heeft alleen monitoringspunten in de boezem en in de polders ontbreekt deze informatie nog Via deze monitoring ontstaat een langjarig inzicht van de effecten van de aanleg van natuurvriendelijke oevers en systeemaanpassingen op ecologie en chemie in het water. Omdat beiden zich slechts langzaam ontwikkelen geeft deze langjarige periodieke monitoring een uniek inzicht hierin. De gemeente wil deze monitoring daarom samen met Rijnland voortzetten. Het krijgen van meer inzicht op het (naar verwachting positieve) effect van afkoppelen op de kwaliteit van het oppervlaktewater is daarbij voor de gemeente belangrijk vanwege de gemeentelijke doelen in de doelenboom die betrekking hebben op een verdere verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater. In de komende planperiode zal samen met het Hoogheemraadschap van Delfland worden onderzocht hoe monitoring in het Delflands gebied poldergebied verder vormgegeven kan worden. 3.4.4
Watersysteemberekening en peilen
De Hoogheemraadschappen Delfland en Rijnland voeren periodiek een watersysteemanalyse (WSA) uit voor de kwantiteit van het oppervlaktewater. De gemeente streeft samen met de Hoogheemraadschappen naar een robuust watersysteem tegen de laagst maatschappelijke kosten. Maatregelen die noodzakelijk zijn om knelpunten in de waterkwantiteit op te lossen zullen worden afgestemd. In de Tedinger-Broekpolder is een peilknelpunt op lange termijn geconstateerd ten gevolge van bodemdaling. In de komende planperiode zal de gemeente samen met het Hoogheemraadschap van Delfland onderzoeken hoe hiermee op lange termijn het best kan worden omgegaan. Hierbij maken we onder andere gebruik van satellietdata om de huidige bodemdaling te volgen.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
26
3.5
Grondwatersysteem
Visie: Nastreven van een optimale grondwaterstand in openbaar gebied die hoog genoeg is om bodemdaling en funderingsschade te beperken en laag genoeg om vochtige woningen te voorkomen en zodoende de bestemming van de gronden niet negatief beïnvloedt. Dit bereiken we door: Voor een gebied worden op basis van de bodemsamenstelling en inrichting, de optimale grondwaterstanden op een nog op te stellen kaart opgenomen opgesteld. Deze zijn niet bindend, maar gelden als ontwerpwaarden voor de grondwaterstanden in de openbare ruimte in geval van herinrichting of rioolvervanging. Tijdens dit soort reconstructies en nieuwbouw worden haalbare en doelmatige maatregelen in de openbare ruimte gerealiseerd en de optimale grondwaterstanden zo veel mogelijk benaderd. Indien de grondwaterstanden op de percelen hoger zijn dan in het openbaar gebied, kunnen aanvullende maatregelen op particuliere grond worden gerealiseerd door de grondeigenaar. Hierbij gaat de voorkeur uit naar maatregelen als kruipruimteloos bouwen, ophogen kruipruimtes en tuinen, vochtdichte vloeren en als dat niet mogelijk is pas aanvullende drainage, die na toestemming kan worden aangesloten op gemeentelijke drainage of hemelwaterriolering.
Regenwater bij voorkeur te infiltreren en verharding te minimaliseren of waterdoorlatend/waterpasserend te maken; Streven de grondwaterstanden in het openbaar gebied zo te reguleren dat structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het hoogheemraadschap of de provincie behoort. Dit houdt in dat maatregelen vooral in combinatie met rioolreconstructies worden gerealiseerd en daarin niet leidend zijn. Maatregelen worden alleen bij ernstige afwijkingen van de uitgangspunten voor de ontwateringsdiepte overwogen en als UPR-project aangepakt. Maatregelen moeten haalbaar en effectief zijn. Particulieren te informeren en te stimuleren via het waterloket welke maatregelen zij zelf kunnen nemen om grondwater onder- of overlast tegen te gaan; In sterk versteende gebieden en/of potentiele hitte-eilanden worden ontwikkelende partijen geacht maatregelen te treffen om hittevorming tegen te gaan en water zo veel mogelijk vast te houden en/of in de bodem te brengen, bv via groene daken, vergroening van de percelen of andere vasthoudmaatregelen. Dit wordt mede bereikt door de communicatie rond water en klimaat te intensiveren en een hemelwaterverordening op te stellen. In geval van nieuwbouw wordt grondwaterneutraal gebouwd.
Dit wil zeggen dat de lage grondwaterstanden niet verlaagd worden ten opzichte van de bestaande situatie. Bemalingen en afvoer via bemalen riolering zijn niet toegestaan.
Een voorbeeld van de integrale oplossing is de aanleg van aparte drainage/infiltratieriolering in plaats van hemelwaterriolering. Hiermee kan bij lage grondwaterstanden regenwater en oppervlaktewater worden geïnfiltreerd. Bij hoge grondwaterstanden wordt juist grondwater afgevoerd. Verplaatsen naar oppervlaktewaterkwaliteit en berging: Resultaat is naast het vergroten van de waterberging, dat het geloosde hemelwater een hoger zuurstofgehalte heeft dan voorheen, wat positief is voor de kwaliteit van het oppervlaktewater. Het leegpompen van de dichte hemelwaterriolering naar het oppervlaktewater, nog voordat het water zuurstofloos wordt, is eveneens een integrale verbetermaatregel voor de oppervlaktewaterkwaliteit, maar wordt slechts bij hoge uitzondering toegepast.2
3.5.1
Aandacht voor grondwater
Naast de toename van extreme neerslag speelt ook de grondwaterstijging ten opzichte van het maaiveld een rol. Verschillende oorzaken kunnen hieraan ten grondslag liggen, zowel een toename van de kweldruk door zeespiegelstijging, bodemdaling en intensievere neerslag (externe factoren), als veranderingen in de boven- of ondergrondse inrichting door infiltratievoorzieningen, vervangen lekke riolen, minder beplanting en ondergronds bouwen (interne factoren).
2 Omdat dit eigenlijk een grondwateronttrekking is, zal dit slechts in bijzondere gevallen aan de orde zijn en zorgvuldig afgewogen worden tegen de nadelige gevolgen van de kans op bodemdaling/zettingen.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
27
Om tijdig te kunnen anticiperen op grondwaterstijgingen (zowel door externe als interne factoren) kiest de gemeente voor continue monitoring en analyse van het gemeente-brede meetnet van grondwaterstanden. De gemeente maakt hierin de stap van informatieverzameling naar informatievoorziening. Aandachtspunten zijn de bodemopbouw, de aanwezigheid van lekke en te vervangen of te renoveren riolen en samenstelling van de bodem. Waar nodig voor het (gedeeltelijk) beperken van fluctuaties van de grondwaterstand wordt drainage meegelegd met de riolering. Bij herontwikkeling spelen de grondwaterstanden een belangrijke rol bij de bepaling van het bouwpeil. Het buitengebied van Stompwijk kenmerkt zich als een groot open gebied tussen de steden waar agrarische bedrijven invulling geven aan het landschap. Het heeft sterke landschappelijke waarden met veel openheid en weidsheid met een groen karakter. Dit biedt kwaliteit binnen de grootstedelijke context, waar Leidschendam-Voorburg deel van uitmaakt. De opgaven die in het kader van dit WRP het meeste aandacht vragen zijn onderzoek naar het afremmen van bodemdaling in delen van het veenweidegebied. Daarnaast zal aandacht zijn voor potentiele verziltingproblematiek met name in de droogmakerijen. In bijlage 6 zijn de verantwoordelijkheden rond grondwater verder uitgewerkt 3.5.2
Grondwatermeetplan
De grondwaterstand varieert per locatie en in de tijd. Dat heeft verschillende oorzaken: bodemopbouw, neerslag, seizoenverschillen, nabijheid van open water of grondwater gerelateerde activiteiten, aanwezigheid van bemalingen e.d. In Leidschendam-Voorburg kunnen zelfs op straat of wijkniveau grote verschillen voorkomen. Daarnaast kan het hoger instellen van grondwater als klimaatadaptatie worden ingezet in gebieden waar in droge perioden zettingen en schade aan beplanting zijn te verwachten. Grondwaterstanden in Leidschendam-Voorburg worden via een openbaar meetnet gemonitord. Via het BRO-loket zijn deze metingen raadpleegbaar. In de planperiode zullen de resultaten van dit meetnetwerk nog toegankelijker raadpleegbaar worden gemaakt via de website van de gemeente. Dankzij dit netwerk van ongeveer 100 continue grondwatermeetpunten is er inzicht in het peil van het ondiepe (en op een aantal plaatsen ook het diepe) grondwater. Daarnaast zijn er ook nog een 15-tal meetpunten die projectgerelateerd zijn. Op basis van deze informatie heeft de gemeente een beeld van waar mogelijk sprake kan zijn van grondwateroverlast of grondwateronderlast. De gegevens worden ook gebruikt voor beantwoording van aan grondwater gerelateerde vragen van onze inwoners. 3.5.3
Drainage
Aanleg drainagestelsels In risicogebieden voor grondwateroverlast wordt bij nieuwbouw en bij reconstructie, permanente drainage aangelegd. Deze drains voeren het grondwater af naar de singels en stadswateren. In droge perioden kunnen ze ook gaan dienen voor de aanvoer van water als maatregel tegen verdroging. In risicogebieden voor grondwateroverlast zal aanleg ook preventief gebeuren bij rioolvervanging, omdat de grondwaterstand daar kan stijgen als de oude (lekkende) riolen zijn vervangen. Een dergelijke preventieve aanpak hoort bij de gemeentelijke inspanningsplicht. De aanleg van drainage mag echter in geen geval leiden tot extra zakking van de ondergrond door ontwatering. Ook niet in droge periode waarin het waterpeil in de watergangen kan zakken. Hiervoor zijn beproefde technische oplossingen voorradig. Bij ieder plan wordt de aanleghoogte nauwkeurig bepaald, alle aspecten meewegend. Bemalen drainage mag in Leidschendam-Voorburg niet worden toegepast in voor bodemdaling kwetsbaar gebied. Dit kan namelijk leiden tot het vergroten van de bodemdaling. Reinigingsstrategie drainage In Leidschendam-Voorburg is het niet altijd mogelijk te infiltreren in de ondergrond. Waar infiltratie wel mogelijk is, bijvoorbeeld op strandwalzones, kan infiltratie in nabije lagergelegen gebieden leiden tot grondwateroverlast. Infiltratie dient daarom steeds zorgvuldig afgewogen te worden.
Drainage zal in de komende planperiode een steeds grotere rol gaan spelen bij het nemen van klimaat adaptieve maatregelen en daarmee wordt het blijvend goed functioneren hiervan steeds belangrijker. De gemeente inspecteert en reinigt de openbare drainage tot dusver niet planmatig. Dat gebeurt, in overeenstemming met het WRP 2015-2021, incidenteel, na klachten. Er wordt een planmatige reinigingsstrategie voor de openbare drainage ingevoerd in deze planperiode. Aansluiten private drainage op vuilwater- of gemengd systeem Het aanleggen en onderhouden van private drainage in tuinen en onder woningen is en blijft een verantwoordelijkheid voor de perceeleigenaren. De gemeente zet nadrukkelijk in op de afvoer van zo min mogelijk hemelwater en grondwater naar de vuilwaterriolering. Het is daarom niet toegestaan om drainagewater en water van tijdelijke bouwputbemaling aan te sluiten op de vuilwater- of gemengde riolering. Het is ook niet toegestaan drainagewater te lozen op drukriolering. Voor bijzondere gevallen, bijvoorbeeld als er geen Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
28
oppervlaktewater nog hemelwaterriolering in de buurt is, kan samen met de gemeente naar een maatwerkoplossing worden gezocht. Dit geldt ook voor water van tijdelijke bouwputbemaling en andere tijdelijke situaties mits dit niet leidt tot vervuiling van het oppervlaktewater. Is dat wel het geval, dan is er maatwerk mogelijk in overleg met de gemeente. Wateraanvoer naar de bodem Aanvoer van oppervlaktewater, meestal via het drainagestelsel om te lage grondwaterstanden te voorkomen in geval langdurige droogte in combinatie met gevaar van bodemdalingen en aantasting van paalfundering behoort tot de gemeentelijke zorgplicht voor grondwater om hiermee “structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken” (Waterwet, art. 3.6.1). 3.5.4
Warmte- en koudeopslag (WKO)
Het grondwater dat vrijkomt bij de ontwikkeling van de WKO-bronnen mag niet zomaar in de riolering geloosd worden. Hiervoor is een integrale afweging noodzakelijk op het milieueffect. In bijlage 9 is beschreven hoe hiermee omgegaan moet worden.
3.6
Afvalwater en regenwater
Visie: De gemeente vat haar visie op het toekomstig rioleringsbeheer samen in vier hoofdthema’s, klimaatadaptatie, grondwater, databeheer en kostenbeheersing. De gemene deler in deze thema’s is dat ze gericht zijn op een toekomstbestendig beleid, rekening houdend met autonome ontwikkelingen als toenemende kosten en een veranderend klimaat met extremere neerslag en de interactie die dat heeft op de volksgezondheid en leefbaarheid. Op basis van de beschikbare informatie uit het wateroverlastdeel van de klimaatstresstest zal verder gewerkt worden aan het treffen van voorzorgsmaatregelen in de Bui van de Eeuw projecten, zoals afkoppelen (zowel op openbaar als particulier terrein) en een klimaatbestendige inrichting. Doel is het voorkomen van schade aan woningen en andere gebouwen door hemelwateroverlast bij een herhalingskans van eens per 100 jaar. Aanvullend doel is het beperken van overstortend vuilwater op watergangen en afvalwater op straat. Toekomstbestendig betekent ook aandacht voor duurzaamheid; gericht op een gelijkblijvende en liefst afnemende belasting van het milieu. Materiaalkeuze en levensduur zijn dus belangrijk. Het is een gegeven dat de beschikbare systeemdata in de databases van de gemeente verder zal toenemen.
De gemeente heeft daarom stappen gezet om slim gebruik te maken van deze data, te anticiperen op de genoemde ontwikkelingen en zo daadwerkelijk het gewenste toekomstbestendig beleid te realiseren. In de vorige planperiode is hard gewerkt aan het op orde krijgen van de data, het gebruiken van KPI’s en de risico benadering voor rioolvervanging. Rioolinstortingen vormen het grootste risico in de vrijverval riolering. Momenteel stort binnen de gemeente gemiddeld 1x per jaar een riool in. Levensduurverlenging (= kostenbesparing) zonder rioolrenovatie-investering is alleen mogelijk door vaker instortingen te accepteren. De komende jaren is sturen op een aantal instortingen van 6 in totaal en 2 per wijk per jaar het uitgangspunt. Hiermee kan de levensduur van oude riolen nog eens 5 jaar worden gerekt. Bij de risicoriolen waar de gevolgen van instorting groter zijn (bijvoorbeeld onder doorgaande wegen) nemen we eerder maatregelen om juist daar instortingen te voorkomen. Komende periode staat in het teken van meer integratie van maatregelen in de openbare ruimte.
Dit bereiken we door: Anticiperen op klimaatverandering door het uitvoeren van voorzorgsmaatregelen voor extreme neerslagen (waar doelmatig) en het vergroenen van de openbare ruimte (waar mogelijk en doelmatig); Levensduurverlenging door risicoriolen vaker met innovatieve technieken te repareren of te renoveren; Rioolvervanging op basis van benodigde aanpassingen aan de watersystemen in de wijk, rioolinspecties en risicoafweging in plaats van alleen het inspectieresultaat; Door af te koppelen en dit te bevorderen door het instellen van een hemelwaterverordening; Door risico gestuurd onderhoud en vervangingen uit te voeren aan en van de drukriolering en pompen (op basis van controles o.b.v. BRL/NEN1010/NEN3140). We streven naar 24 uur berging van afvalwater, daarbinnen kunnen storingen opgelost worden.; Verder actualiseren en ontsluiten van data zodat een integrale benaderingen en analyse mogelijk wordt en data op een transparante wijze toegankelijk gemaakt wordt voor eenieder.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
29
In bijlage 8 is een toelichting opgenomen op de zorgplicht voor het inzamelen van afvalwater. De toelichting bestaat uit de volgende onderdelen: Inzamelen en verwerken van huishoudelijk afvalwater bestaande bouw; Inzamelen en verwerken van huishoudelijk afvalwater nieuwbouw; Inzamelen en verwerken afvalwater bedrijven. 3.6.1
Assetmanagement/Risico gestuurd beheer
De rioolvervangingen beslaan voor elke gemeente verreweg de grootste post op de gemeentelijke begroting voor rioleringsbeheer. Een optimalisatieslag in de rioolvervanging is dus zeer effectief om de kosten gelijk te houden. Wat houdt zo’n optimalisatieslag in? De gemeente ziet kansen op drie verschillende vlakken: Risico gestuurd beheer Levensduur verlenging Wijkgerichte aanpak Assetmanagement is risico gestuurd beheer van kapitaalsgoederen zoals rioolbuizen, pompunits van drukriolering en gemalen. Niet de norm, maar het risico en de kosten bepalen de overweging om een object te vervangen of te repareren. De gemeente zoekt naar precies het juiste moment voor het renoveren en vervangen van de riolering(onderdelen), dus niet te vroeg (hogere kosten dan nodig, meer overlast), maar ook niet te laat (instorten van buizen of niet meer functioneren van gemalen). Hierbij wordt onder andere gekeken naar onderhoudskosten, ouderdom, zettingsgegevens, meldingen en inspectiegegevens. Het goed en transparant vastleggen van de integrale afweging is een onderdeel van Assetmanagement. Op 28 september 2017 heeft de raad het volgende besloten: Invoering risico gestuurd beheer om zo mogelijk vervangingsinvesteringen te beperken. Meer transparantie in de onderbouwing van investeringsbeslissingen door afwegingskader op te stellen en onderbouwing vast te leggen.
De gemeente hanteert een afwijking van het te accepteren risico ten opzichte van de normering. Dit is als volgt: Risico-riolen mogen minder vaak instorten dan de norm, (< 1x per 10 jaar); Overige riolen (niet risico-riolen of gebiedsriolering) mogen 2x per jaar/100 km riool instorten; Toelaatbaar zijn daarmee: 6 instortingen per jaar in de gehele gemeente maar niet meer dan 2 per jaar in 1 buurt. In de planperiode ontwikkelt de gemeente deze vorm van beheer verder door, zodat aan het eind van de planperiode assetmanagement integraal onderdeel van het werken is. In bijlage 8 is een verdere detailuitwerking opgenomen van assetmanagement. In bijlage 9 is opgenomen hoe een blijvende goede werking van de riolering wordt gegarandeerd. 3.6.2
Afkoppelen
Vanaf de komende planperiode wordt een gescheiden systeem de norm voor Leidschendam-Voorburg. Waar in de vorige planperiode nog uitzondering gemaakt konden worden en toch nog gekozen kon worden voor gemengde riolering, zal dat vanaf deze planperiode niet meer aan de orde zijn. Waar mogelijk en doelmatig wordt verhard oppervlak gescheiden van het vuilwatersysteem (het zogenaamde afkoppelen). Afkoppelen leidt tot een kleiner risico op hemelwateroverlast, een betere waterkwaliteit en lagere kosten voor transport en zuivering van afvalwater. Het systeem wordt klimaatbestendiger, milieuvriendelijker en duurzamer. Bij slim inzetten van afkoppelen kan ook water in het gebied worden vastgehouden, worden geborgen of vertraagd worden afgevoerd. Regenwater kan zo bijdragen aan een betere waterkwaliteit en beleving van het stedelijk water en draagt bij aan het reduceren van de gevolgen van de langer wordende perioden van droogte als gevolg van klimaatontwikkeling. De gemeente gaat door om gemengde stelsels in haar beheergebied, waar mogelijk, stap voor stap af te koppelen en richt zich dus op een klimaatbestendig, milieuvriendelijk en duurzaam systeem. Dit past overigens ook in de lange termijnvisie om schoon water niet naar de zuivering af te voeren maar ten goede te laten komen aan de lokale waterhuishouding. Bij rioolvervanging wordt zo veel mogelijk verhard oppervlak afgekoppeld.
Per project worden de kansen benut. Bewoners dienen hun steentje bij te dragen door het afkoppelen van verhard oppervlak op privaat terrein. Een communicatiecampagne en het instellen van een afkoppelcoach zullen dit bevorderen. Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
30
In bijlage 10 wordt een verdere toelichting gegeven op afkoppelen. 3.6.3
Hemelwater: gebruiken, vasthouden, bergen, afvoeren
Uitgangspunt bij de invulling van de gemeentelijke hemelwaterzorgplicht is de voorkeursvolgorde uit de Wet milieubeheer (artikel 10.29a): 1. voorkom of beperk het ontstaan van afvalwater; 2. voorkom of beperk verontreiniging van afvalwater, hemelwater en grondwater; 3. scheidt de verschillende afvalwaterstromen; 4. transporteer huishoudelijk afvalwater naar de RWZI; 5. gebruik hemelwater zo nodig na retentie of zuivering; 6. breng hemelwater en grondwater zo nodig na retentie of zuivering in het milieu; 7. breng hemelwater en grondwater pas in laatste instantie naar de zuivering. In Leidschendam-Voorburg is, vanwege de geologische bodemopbouw van het gebied, infiltratie soms niet mogelijk. In bijlage 7 is een kaart opgenomen met ontwateringsdiepten. Deze laat zowel de kansen als de beperkingen voor infiltratie zien. Kansen worden benut om hemelwater zoveel mogelijk lokaal (her) te gebruiken en waar het belangrijk is de afvoer naar oppervlaktewater zoveel mogelijk vertragen. Voor zover dat niet (volledig) haalbaar is, wordt het water lokaal geborgen en pas in laatste instantie kiezen we voor het afvoeren van overtollig hemelwater naar de hemelwaterriolering en alleen in uitzonderlijke situaties naar de vuilwaterriolering.
Naast ruimtelijke inrichting is ook het voorkomen van verontreinigingen belangrijk voor een goede waterkwaliteit. De gemeente benadert waterkwaliteit vanuit de landelijke trits: schoonhouden-scheiden-zuiveren en zet in op het schoonhouden van het water. Als dit niet lukt zet de gemeente in op het scheiden van de schone en vuile waterstromen. Om dit te bereiken doet de gemeente zijn best om de waterstroming zoveel mogelijk van schoon naar vuil te laten verlopen. 3.6.4
Voorbereiden op klimaatverandering: duurzaam, circulair en klimaatbestendig
Het klimaat verandert, de zeespiegel stijgt, de bodem daalt en Nederland verstedelijkt. Korte hevige buien komen, vooral in het zomerhalfjaar, steeds vaker voor. De gemiddelde temperatuur in Nederland is sinds 1951 met 1,4 graden gestegen en zal deze eeuw verder toenemen. Het klimaat, dus ook veranderingen daarin, heeft grote invloed op het water- en rioleringsbeheer. In de Nationale klimaatadaptatiestrategie “Aanpassen met ambitie” zijn de gevolgen van de verwachte klimaatverandering in beeld gebracht en is aangegeven hoe Nederland zich kan gaan aanpassen aan klimaatverandering. Klimaatbestendig inrichten, moet daarom uiterlijk in 2020 geïntegreerd onderdeel zijn van het beleid en handelen van de gemeente.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
31
In 2020 is klimaatbestendig inrichten onderdeel van beleid en handelen van Nederlandse overheden; In 2050 is Nederland is zo goed mogelijk water robuust en klimaatbestendig ingericht.
De overheden hebben de gezamenlijke inzet hiervoor vastgelegd in de Bestuursovereenkomst Deltaprogramma. Op Prinsjesdag 2017, is het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2018 (DRA) verschenen. Hierin zijn de doelstellingen van de Deltabeslissing verder uitgewerkt in acties. Hierin staat onder andere dat uiterlijk in 2020 de kwetsbaarheden geanalyseerd moeten worden in stresstesten en risicodialogen daarover moeten zijn gevoerd. In bijlage 11 is een overzicht van de klimaatontwikkeling opgenomen gebaseerd op het KNMI. 3.6.5
Klimaatstresstest en maatregelen
In 2020 is een klimaatstresstest uitgevoerd, een uitvoeringsagenda opgesteld en een risicodialoog gehouden, waarbij de algemene kwetsbaarheden van het gebied in beeld zijn gebracht (Beleidsnotitie Klimaatstresstest Leidschendam-Voorburg – Risicodialoog, oktober 2020). In 2021 wordt een gebiedsbrede stresstest wateroverlast uitgevoerd in het kader van de OAS Harnaschpolder, samen met 10 regiogemeenten en het Hoogheemraadschap van Delfland. Leidschendam-Voorburg is kwetsbaar voor de effecten van klimaatverandering op het gebied van overstroming, wateroverlast, droogte en hittestress. Samengevat signaleren we het volgende: Klimaatverandering leidt zowel tot verdroging als vernatting van het grondgebied van Leidschendam-Voorburg. De woonkwaliteit komt onder druk te staan door extreme neerslag, hitte en droogte. Bebouwing in een aantal gebieden waaronder langs veendijken, loopt risico op funderingsschade en zettingsschade. De gemeente is minder kwetsbaar voor overstroming. Enkele polders zijn diep, maar er zijn goede horizontale (infrastructuur) en verticale (droge verdiepingen) evacuatiemogelijkheden. Tijdens warme periodes is het oppervlaktewater kwetsbaar voor waterkwaliteitsproblemen, dit neemt toe richting 2050.
De leefbaarheid wordt negatief beïnvloed door kwetsbaarheid voor hittestress en wateroverlast, voornamelijk waar de private (bedrijfs)terreinen vrijwel volledig verhard zijn. We kunnen de klimaatverandering niet voorkomen. Dat betekent dat we de gevolgen van de klimaatverandering moeten opvangen. Dit noemen we klimaatadaptatie. We passen ons dus aan, zodat we bestand zijn tegen de gevolgen van de klimaatverandering. De verwachte effecten van de klimaatverandering zijn: Een hogere zeespiegelstand bij de Nederlandse kust Er wordt in de planperiode onderzocht of dit leidt tot versterkte kwel in de diepe polders. Hittestress in bebouwd gebied op steeds meer warme dagen in de zomer; Grotere overstortvolumes door opwoeling van verontreinigingen in de riolering na een lange droge periode geven piekbelastingen op het oppervlaktewater. Vaker en/of langere droogteperioden, met name rond het voorjaar; Lange perioden met droogte geeft ook minder doorspoeling van de watergangen met eutrofiering en blauwalg en vissterfte tot gevolg. De indruk is dat er een verschuiving is ontstaan in de afgelopen 25 jaar waarbij de ontwerpdroogte periode is toegenomen van 2 weken naar 2 maanden. De gemeente gaat inventariseren wat de toename van de (oppervlakte) watervraag de komende jaren zal zijn.
Bodemdaling in veenweidegebied en in een aantal wijken, als gevolg van langdurige droge perioden; Versnelde bodemdaling kan weer leiden tot aanvullende schades. Vaker en hevigere extreme neerslag, met name in de zomerperiode, waardoor meer overlast, hinder en risico op schade ontstaat. Beperken wateroverlast door het traject Bui van de eeuw hanteren.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
32
In bijlage 12 is een overzicht opgenomen van de resultaten van de stresstest, knelpunten en de klimaatadaptieve maatregelen die de gemeente gaat nemen in de komende planperiode.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
33
4 Middelen Wat gaan we komende planperiode uitvoeren en hoe gaan we dat financieren? In de vorige hoofdstukken is de strategie voor de komende planperiode beschreven en is de afgelopen planperiode geëvalueerd. We doen als gemeente al veel goed, maar hebben ook nog uitdagingen voor de toekomst. Dit hoofdstuk geeft een weergave van het taakveld voor riolering en water en de maatregelen die de gemeente gaat uitvoeren en die moeten leiden tot het behalen van de doelstellingen. In dit hoofdstuk zijn de hoofdlijnen aangegeven. De details worden uitgewerkt in de verschillende beheerplannen. In bijlage 3 is een overzicht opgenomen van het areaal aan riool- en waterassets zodat inzichtelijk is, wat de gemeente beheert aan assets in de planperiode.
4.1
Wat gaan we doen voor het taakveld afvalwater?
Het WRP 2022-2027 beschrijft onder andere de maatregelen die nodig zijn om de doelen te realiseren en geeft aan hoe het beheer van de riolering, het watersysteem en andere watervoorzieningen de komende jaren wordt vormgegeven. In het maatregelenprogramma voor 2022 valt de tweede helft van de uitvoering op van de rioolvervanging Strabolaan, Bernhardlaan-Zuidzijde/De Vliegerlaan en de geplande start van de rioolvervanging Laag Prinsenhof. In het kader van de “Bui van de Eeuw” start de aanpak van de wateroverlast door extreme neerslag van het gebied rondom de Prins Bernhardlaan/Spinozalaan. Dit wordt afgestemd met en op de aanpassing van het winkelcentrum Julianabaan. Voor dit gebied en de omgeving zijn twee rioolvervangingsprojecten in voorbereiding waar afstemming is gevonden tussen rioolvervanging, tegengaan van wateroverlast (Bui van de Eeuw), vasthouden regenwater in de bodem en de herinrichting van het winkelcentrum. Naast het regulier beheer, onderhoud en vervanging van voorzieningen, zijn er ook een paar belangrijke aandachtspunten, zoals de kernprestatie-indicator “Goed Gebruik van de riolering en andere voorzieningen”. Dit betekent meer stimuleren van het infiltreren van hemelwater en intensiveren van de Operatie Steenbreek en het bestrijden van verkeerde lozingen zoals hygiënische doekjes en vet, die tot pompstoringen leiden.
Voor de intensievere uitvoering van dit bestaande beleid zal binnen de huidige kaders gezocht worden naar personele capaciteit. Hiertoe wordt een communicatieplan uitgevoerd met het eerder genoemde Messagehouse als basis. De gemeente wordt hiermee verder klimaatbestendig gemaakt. Klimaatadaptatie staat ook centraal in de rioolvervangingsprojecten (afhankelijk van de omvang 10.000 - 30.000 m2) en in de “Bui van de Eeuw” projecten (10.000 m2 afkoppelen) door hemelwater af te koppelen van de gemengde riolering en waar mogelijk hemelwater te infiltreren in de bodem. Daarbij hoort ook de aanleg van drainage. Vuillastberekeningen zullen in de komende planperiode gemaakt worden in samenwerking met het waterketenteam. Daarnaast zal onderzoek uitgevoerd worden naar de impact van de rioolwateroverstorten op het oppervlaktewatersyssteem. De gemeente vervangt de riolering bij voorkeur buurt voor buurt, waarbij steeds meer vanuit assetmanagement en opgavegericht werken wordt gedacht. Dit betekent dat eerst de buurten worden aangepakt waar de risico’s op het falen van de riolering het grootst zijn. De gemeente probeert rioolvervanging zoveel mogelijk te combineren met werk aan de weg, drinkwater en energie infrastructuur.
De jaarlijkse werkzaamheden en projecten die in 2022 worden uitgevoerd of gestart worden qua uitvoering, zijn: reinigen en inspecteren van circa 25 km lengte aan riolering en drainage; het renoveren van 4 gemalen; reinigen circa 22.000 kolken.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
34
In de integrale projecten wordt ondergronds een klimaatrobuust stelsel aangelegd met een ruimtereservering voor de energietransitie. Bovengronds wordt waar mogelijk de vergroend en een klimaatadaptieve en bio diverse inrichting gerealiseerd. Onderstaande projecten gaan in 2022 in uitvoering: Strabolaan (uitvoering fase 2); Prinsenhof-laag (uitvoering 2022-2024); Bernardlaan-Zuidzijde / De Vliegerlaan. Kaart voorlopige planning (2020) van de fasering van de energietransitie.
Gemeente Leidschendam - Voorburg
Faser ing Korte termijn (2020-2030) Middellange termijn (2030-2040) Lange termijn (2040-2050) Natuurlijk tempo (2020-2050)
De projecten die in de periode 2023 – 2027 starten zijn opgenomen in bijlage 16 Doel en Financiën Via de rioolheffing brengt de gemeente kosten in rekening voor het beheer en onderhoud van het rioleringsstelsel. De kosten die in de rioolheffing zijn ondergebracht betreffen onder andere investeringskosten en exploitatiekosten. De komende jaren zijn veel investeringsprojecten gepland die voor belangrijke riolen het gewenste beschermingsniveau tegen instorten realiseren. Daar stijgen de kosten en is een stijgende rioolheffing vereist. In vijf jaar wordt de dekkingsgraad van de rioolheffing van 89% in 2022 opnieuw naar ongeveer 100% gebracht. De jaren daarna wordt de voorziening riolering weer aangevuld ten behoeve van de forse kapitaalslasten van investeringen na 2030. Dit wil zeggen dat de rioolheffing dan meerdere jaren na elkaar ruim boven de 100% zal liggen. Hiermee wordt voorkomen dat het uiteindelijke niveau van de heffing hoger wordt dan de prognose in dit WRP. In paragraaf 4.14 is dit in een grafiek weergegeven.
Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
35
4.2
Wat gaan we doen voor het taakveld water?
Jaarlijks worden de watergangen geschoond om overdadige plantengroei te verwijderen en worden enkele beschoeiingen vervangen. Dit betreft vooral situaties, die onveilig dreigen te worden. Bij de inrichting van de oevers wordt waar mogelijk beschoeiing vervangen door een natuurlijker oever zonder beschoeiing om de biodiversiteit meer kans te geven en de aantrekkelijke beleving van het water te versterken. Jaarlijks worden de watergangen geschoond van overdadige plantengroei. De baggerinspanning verschilt per jaar en een meerjarenraming is opgenomen in bijlage 19. In 2022 is ongeveer 12.000 m2 baggerwerk gepland. Hierbij worden ook bijbehorende duikers gereinigd.
4.3
Personele middelen
Voor riolering is 9 fte formatie geraamd, hiervan is 8,7 fte in de begroting opgenomen en wordt ten minste 0,3 fte ingehuurd ten laste van de beheerbudgetten. Overige functies die niet direct onderdeel zijn van de rioleringsformatie zijn: Maatschappelijke en Ruimtelijke Ontwikkeling: Waterbeleid en ruimtelijke ordening (0,1 fte); KlantContactCentrum: Inning rioolheffing (1 fte); Managementtaken en ondersteunende taken (via overhead). De formatie is exclusief formatie op de investeringsprojecten. Deze formatie (1,9 fte rioolvervanging+0,2 overig) worden gefinancierd uit de projectbudgetten en kredieten en deze formatie wordt deels ingehuurd. De formatie voor de planperiode volgt een groeipad: Jaar 2021 en 2022
Formatie Huidige formatie plus 1,0 (van 7,1 naar 8,1), conform WRP 2015-2021
2023 en verder
Resterende aanvulling (van 8,1 naar 9,0)
Daarmee is de formatie anders ingevuld ten opzichte van het WRP 2015-2021 en zal de formatie groeien met 0,5 fte vanwege aanvullende werkzaamheden rond klimaatadaptatie en 0,5 fte voor het begeleiden van nieuwbouwprojecten. Gestreefd wordt om een leerervaringsplaats (stageplaats) nog toe te voegen aan de formatie. Een aantal nieuwe taken is opgepakt in NAD-verband zoals databeheer van modellen en meetdata, omdat dit efficiënter en effectiever is. Hierdoor is de formatie in LV 0,4 fte kleiner.
4.4
Kostendekking
De kosten van de gemeentelijke watertaken worden betaald uit: Algemene middelen gemeente Leidschendam-Voorburg; De kosten voor de oeverinrichting (o.a. eenvoudige beschoeiing) en versterken van de waterbeleving komen voor 50% tot 100% uit de algemene middelen. Vooralsnog is in de begroting 100% aangehouden. Rioolheffing; De kosten in verband met de doorstroming (o.a. baggeren) worden voor 50% tot maximaal 75% gefinancierd uit de rioolheffing en voor 25% tot maximaal 50% uit de algemene middelen. Vooralsnog is in de begroting een verdeling 50%/50% aangehouden. Voorziening riolering: voor het opvangen van schommelingen in het tarief. Met deze voorziening zal voortaan ook de fluctuatie in de kosten van baggeren worden uitgemiddeld. Dit wil zeggen dat de kosten voor baggeren nog steeds voor 50% tot 75% worden gefinancierd uit de rioolheffing, maar dat dit percentage wordt berekend over de hele planperiode van het WRP en niet meer elk jaar. Deze marges geven de ruimte om hierin de komende jaren een andere keuze te maken. De kosten voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken zijn onderverdeeld in de volgende posten: Exploitatielasten (waaronder personeelskosten); Investeringen (groot onderhoud, vervangingsinvesteringen en verbeteringsinvesteringen). Water- en rioleringsplan (WRP) 2022-2027 gemeente Leidschendam-Voorburg
36
De kosten van nieuwe aanleg (uitbreidingsinvesteringen) worden niet meegenomen, omdat deze worden bekostigd uit de exploitatie van de nieuwbouwontwikkeling. Voor de bekostiging van de drie gemeentelijke watertaken (afvalwaterzorgplicht, hemelwaterzorgplicht en grondwaterzorgplicht) bestaat een heffingsbevoegdheid in de Gemeentewet. Deze rioolheffing mag maximaal kostendekkend zijn. De voorziening is bedoeld om al te grote schommelingen in de rioolheffing uit te vlakken en mag alleen aangewend worden voor de wettelijke gemeentelijke zorgplichttaken.