2301 Raadsbrief Toelichting financiele ontwikkelingen sociaal domein.pdf
Tekst van het document
Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG
Datum 6 april 2021 Nummer Onderwerp Raadsbrief toelichting financiële ontwikkelingen in het sociaal domein. Portefeuillehouder Wethouder Kist Behandeld door BCF Nederpel
1. Waarom wordt de raad geïnformeerd? Met deze raadsbrief informeert het college de raad over enkele belangrijke financiële ontwikkelingen in het sociaal domein. Het gaat om stijging van de kosten voor WMO en om de ontwikkelingen rond de wijziging van het woonplaatsbeginsel. De te verwachten gevolgen van deze ontwikkelingen worden meegenomen in de actualisatie van de financiële waterstanden in de Kadernota 2022-2025. Vooruitlopend daarop informeert het college de raad met deze brief. 2. Korte inhoudelijke toelichting 2.1 Kostenstijging Wmo Het budget voor Wmo Begeleiding en Huishoudelijke Ondersteuning vertoont in 2021 een tekort van ca. € 1.2 miljoen. De verwachting is dat de uitgaven de komende jaren zullen stijgen: uitgaande van ongewijzigd beleid en van ongewijzigde budgetten, wordt rekening gehouden met tekorten die in 2025 zijn opgelopen tot ca. € 850.000 voor Begeleiding en ca. € 1.3 miljoen voor Huishoudelijke Ondersteuning. Huishoudelijke Ondersteuning Op het gebied van Huishoudelijke Ondersteuning (HO) ziet de gemeente het aantal inwoners dat gebruik maakt van HO stijgen. Per 1 januari 2019 is het inkomensonafhankelijke abonnementstarief van € 19,- per maand ingevoerd. In 2019 steeg het aantal inwoners dat gebruik maakt van HO met ruim 19%; in 2018 maakten 1497 inwoners gebruik van HO, in 2019 waren dit 1776 inwoners.
In 2020 maakten 2013 inwoners gebruik van HO; een stijging van 13% ten opzichte van 2019. Niet alleen het abonnementstarief is hiervoor een verklaring, ook de vergrijzing en het langer zelfstandig thuis wonen is van invloed op de groei in het gebruik van Wmo voorzieningen, waaronder Huishoudelijke Ondersteuning.
Datum 6 april 2021 Nummer Pagina 2/4
Figuur 1 Percentage cliënten Hulp bij het Huishouden per leeftijdsgroep
In 2020 is ca. 78% van onze inwoners die gebruik maakt van HO 65 jaar of ouder, waarbij de grootste groep 75 tot 85 jaar oud is (33%), gevolgd door de groep 85 jaar en ouder en de groep 65 tot 75 jaar. De stijging in het gebruik van Huishoudelijke Ondersteuning is een landelijk beeld. De Monitor Abonnementstarief Wmo (tweede rapportage 2020) van Significant Public, spreekt over een trendbreuk in 2019 in het aantal unieke cliënten dat gebruik maakt van een Wmo-voorziening en die vooral zichtbaar is bij de hogere- en middeninkomens en bij de voorziening Huishoudelijke Ondersteuning. Begeleiding Het aantal inwoners dat gebruik maakt van Begeleiding stijgt ook. In 2018 maakten 891 inwoners gebruik van Begeleiding, in 2019 waren dit 1028 inwoners (+ 15%) en in 2020 waren dit 1096 inwoners (ruim +7%). Vooral het gebruik van Individuele Specialistische Begeleiding stijgt, terwijl Groepsbegeleiding afneemt en Individuele Begeleiding Basis redelijk stabiel is. In 2018 maakten 318 inwoners gebruik van Individuele Specialistische Begeleiding, in 2019 waren dit 424 inwoners (+33%) en in 2020 waren dit 517 inwoners (ruim +22%). Met name het aantal complexe zorgvragen is in de afgelopen jaren toegenomen, gezien de ontwikkeling van de Individuele Specialistische Begeleiding. Dit kan te maken hebben met extramuralisering van de zorg.
Ook van mensen met complexe problematiek wordt verwacht dat zij langer zelfstandig thuis blijven wonen. Dit beeld wordt versterkt doordat ruim 80% van onze inwoners die gebruik maakt van Individuele Specialistische Begeleiding zorg geleverd krijgt van een aanbieder die GGZ zorg levert. Individueel Specialistische Begeleiding De gemiddelde kosten per cliënt zijn het hoogst bij Individuele Specialistische Begeleiding. Daarbij stijgen de kosten voor Individuele Specialistische Begeleiding ten opzichte van eerdere jaren. Wanneer de hulpvraag complexer wordt, neemt de omvang van de indicaties toe. Er is een sterke stijging zichtbaar in het gebruik van Begeleiding onder de doelgroep 18 tot 65 jaar.
Datum 6 april 2021 Nummer Pagina 3/4
Ten opzichte van 2019 steeg het gebruik van Individuele Specialistische Begeleiding in de leeftijdscategorie 18 tot 65 jaar met ca 24%. Bij de doelgroep 65 jaar en ouder steeg het gebruik met ca 12%. Het college vindt een goede ondersteuning voor kwetsbare inwoners belangrijk. Iedere inwoner van Leidschendam-Voorburg heeft er belang bij dat deze ondersteuning goed geregeld is. Dit geldt in het bijzonder voor onze inwoners met psychische beperkingen en voor hun omgeving. Het gebruik van Begeleiding is niet per se onwenselijk omdat het veelal geen keuze is van een inwoner om gebruik te maken van deze ondersteuning. De gemeente is bij uitstek het vangnet voor deze doelgroep. De uitgaven van Leidschendam-Voorburg op de Wmo per hoofd van de bevolking zijn lager dan het regionale en landelijke gemiddelde (figuur 2).
Figuur 2 Wmo uitgaven 2019 exclusief verblijf en opvang, bron: CBS Statline
2.2 Wijziging woonplaatsbeginsel De gemeente Leidschendam-Voorburg ontvangt van het Rijk een compensatievergoeding voor de kosten voor Jeugdhulp vanwege de bovenregionale voorziening voor gespecialiseerde jeugdhulp. Deze regeling komt te vervallen. Dat leidt tot een nadeel voor 2021 van € 4,1 miljoen, en voor 2022 om een nadeel van € 3,6 miljoen. De echte cijfers worden duidelijk wanneer de budgetten voor 2020 worden gepubliceerd in de meicirculaire en wanneer de definitieve compensatieregeling over 2020-2021 bekend zal worden gemaakt. Het woonplaatsbeginsel dat het Rijk op dit moment hanteert gaat uit van de woonplaats van de jeugdige. Het Rijk compenseert daarom deze kosten voor de jongeren in de bovenregionale voorziening. Het Rijk gaat in 2022 op een ander woonplaatsbeginsel overstappen, waarbij de woonplaats van de ouders met gezag geldt. Bij de invoering hiervan wil het Rijk de compensatiemaatregel laten vervallen.
Datum 6 april 2021 Nummer Pagina 4/4
Echter, het Rijk hanteert een zogenaamde T-2 systematiek, waarbij de middelen voor 2020 pas in 2022 uitgekeerd worden. Als de compensatiemaatregel vervalt bij de invoering van het nieuwe beginsel, dan worden de kosten voor 2020 en 2021 niet meer gecompenseerd. En daar is wel in de meerjarenbegroting rekening mee gehouden. Het college is van mening dat het voornemen van het ministerie niet juist en onrechtvaardig is. Bovendien heeft het besluit grote nadelige gevolgen voor de gemeente Leidschendam-Voorburg. Het college zet daarom volop in om hier op bij te sturen. Hiervoor vinden momenteel gesprekken plaats met het ministerie en met de Vereniging Nederlandse Gemeenten.
3. Vervolg De te verwachten gevolgen van deze ontwikkelingen worden meegenomen in de actualisatie van de financiële waterstanden in de Kadernota 2022-2025. Waar mogelijk zet het college in op het verkleinen van de nadelige effecten van deze ontwikkelingen. De openeinderegelingen in het sociaal domein hebben als gevolg dat de kosten grillig en onvoorspelbaar zijn en dat de druk op de budgetten ook de komende jaren zeer groot zal blijven. Dat maakt dat de gemeente ook de komende jaren onverminderd moet blijven sturen op beheersing van de kosten. Naast het feit dat de druk op het Rijk wordt opgevoerd om gemeenten structureel te compenseren voor de kosten in het sociaal domein, onderzoekt het college welke maatregelen de gemeente kan inzetten om met deze ontwikkelingen om te gaan. Een voorbeeld hiervan is de aanscherping van het sociaal kompas. Op dit moment wordt er met college en raad gekeken naar welke aanscherpingen nodig zijn. Dit vraagt politieke uitspraken op verschillende onderwerpen. Onder andere over de grootte van het vangnet van de gemeente, welke taken horen bij de gemeenten en in hoeverre kunnen we uitgaan van de eigen kracht van onze inwoners. burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,
A. van Mazijk secretaris
K. Tigelaar burgemeester