2173-16 05032021_Regels bestemmingsplan Vlietvoorde_vastgesteld.pdf
Tekst van het document
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Maximale bouwhoogte
A. erf- en perceelafscheidingen op ten minste 1 meter achter de voorgevelrooilijn
2 meter
B. overige erf- en perceelafscheidingen
1,5 meter
C. vlaggenmasten
6 meter
D. lantaarnpalen
9 meter
E. straatmeubilair
3 meter
F. tuinmeubilair
2 meter
G. speeltoestellen
5 meter
H. objecten van beeldende kunst
6 meter
I. overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde
3 meter
14.2
Parkeernormen
In geval van nieuwe ontwikkelingen binnen het plangebied dient de actuele Nota Parkeernormen Leidschendam-Voorburg te worden gehanteerd. Uitgangspunt is dat parkeervoorzieningen binnen het plangebied Vlietvoorde gerealiseerd dienen te worden.
14.3
Bestaande maten
14.3.1 Afwijkende hogere maten De bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven én niet in strijd zijn met het voorheen geldend plan, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden. 14.3.2 Afwijkende lagere maten De bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven én niet in strijd zijn met het voorheen geldend plan, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden. 14.3.3 Herbouw In geval van herbouw is het bepaalde in artikel 14.3.1 en 14.3.2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt.
34
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde
Artikel 15
Algemene gebruiksregels
Tot gebruik, strijdig met dit plan, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken voor de opslag en/of stalling van (motor)voertuigen, vaartuigen, caravans en/of overige zaken, anders dan ten dienste van de bestemming en mits de regels van de betreffende bestemming zich tegen dit gebruik niet verzetten; b. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken als stort- en/of opslagplaats van grond en/of afval, anders dan ten dienste van de bestemming en mits de regels van de betreffende bestemming zich tegen dit gebruik niet verzetten; c. het gebruiken of laten gebruiken van vrijstaande bijgebouwen ten behoeve van bewoning; d. het gebruiken of laten gebruiken van onbebouwde gronden voor buitenopslag; e. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en/of bouwwerken voor de opslag van vuurwerk, mits de regels van de betreffende bestemming zich tegen dit gebruik niet verzetten;
(vastgesteld)
35
bestemmingsplan Vlietvoorde
Artikel 16 16.1
Algemene afwijkingsregels
Algemeen
Het bevoegd gezag kan, indien en voor zover geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden alsmede de elders in dit plan beschreven ruimtelijke -, cultuurhistorische -, landschappelijke - en natuurwaarden, bevoegd af te wijken van: a. de op de verbeelding aangegeven maten ten aanzien van goot- en/of bouwhoogten met ten hoogste 10%, mits dit in verband met het realiseren van de bestemming noodzakelijk is of indien door de afwijking een betere bouwkundige en/of stedenbouwkundige aansluiting ontstaat met direct aangrenzende percelen en/of bouwwerken: deze afwijking mag niet cumulatief worden gebruikt ten opzichte van eerder met een omgevingsvergunning mogelijk gemaakte afwijkingen: uitgangspunt voor de afwijking is de normstelling zoals opgenomen in de bouwregels van hoofdstuk 2 van dit plan; b. de bestemmingsregels en toe te staan dat bouwgrenzen worden overschreden indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft met ten hoogste 10%; c.
de bestemmingsregels en toe te staan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; 16.1.1 Aanvullende voorwaarden Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 16.1 wordt slechts verleend: a. indien en voor zover hierdoor geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; b. indien en voor zover sprake is van een algemeen belang dan wel van een verbetering van het straat- en bebouwingsbeeld. 16.2
Mantelzorg
16.2.1 Afwijken van de gebruiksregels voor mantelzorg Het bevoegd gezag kan afwijken van de gebruiksregels van dit plan en toe te staan dat een bestaand bijgebouw gebruikt wordt als afhankelijke woonruimte, indien en voor zover: a. een dergelijke vorm van wonen noodzakelijk is vanuit oogpunt van het verlenen van mantel zorg; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omwonenden en andere belanghebbenden. 16.2.2 Intrekken afwijking Het bevoegd gezag trekt de afwijking als bedoeld in artikel 16.2.1 in zodra de bestaande noodzaak vanuit oogpunt van het verlenen van mantelzorg niet langer aanwezig is.
36
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde
Artikel 17
Algemene wijzigingsregels
Het bevoegd gezag kan het plan te wijzigen in die zin dat de situering en/of begrenzing van op de verbeelding aangegeven bouwvlakken en/of bestemmingsvlakken wordt gewijzigd indien: a. de oppervlakte van elk bouwvlak en/of bestemmingsvlak met niet meer dan 10% wordt vergroot dan wel verkleind; b. de geluidbelasting vanwege het wegverkeer, railverkeer en/of industrielawaai op de gevel van geluidgevoelige objecten respectievelijk op de grens van geluidgevoelige terreinen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, dan wel een daartoe verkregen hogere grenswaarde; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. ter plaatse voorkomende dan wel aan de betreffende gronden eigen cultuurhistorische-, landschappelijke-, botanische-, of ecologische waarden; 2. het straat- en bebouwingsbeeld; 3. de woonsituatie; 4. de milieusituatie; 5. de verkeersveiligheid; 6. de sociale veiligheid; 7. de aansluiting aan structurele groen- en/of waterelementen; 8. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
(vastgesteld)
37
bestemmingsplan Vlietvoorde
Artikel 18 18.1
Overige regels
Algemeen
Het is verboden om zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag op en/of in de in de onderstaande tabel aangeduide gronden de daarin aangegeven werken en werkzaamheden uit te voeren. Bestemming / nadere aanduiding
werken en werkzaamheden1 1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
Agrarisch
x
x
x
x
x
-
-
x
-
-
x
Bos
x
-
x
x
x
x
x
x
x
x
-
Groen
x
x
-
x
x
-
x
-
-
x
-
Verklaring: X = Omgevingsvergunning verplicht voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden - = Geen omgevingsvergunning nodig voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ¹werken en werkzaamheden: 1. het aanleggen en verharden van wegen en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen; 2. het verlagen van de bodem en het afgraven, ophogen en egaliseren van de gronden; 3. het aanleggen en dempen van watergangen, sloten, weidegreppels en andere waterlopen; 4. het aanbrengen van boven- en ondergrondse transport-, energie- en telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties en apparatuur; 5. het vellen en rooien van bomen, hakhout en andere houtopstanden en het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging tot gevolg hebben of kunnen hebben, met uitzondering van het vellen, rooien of beschadigen van fruitbomen en het periodiek afzetten van hakhout; 6. diepploegen, d.w.z. het extra diep omploegen van de gronden waarbij de kruidlaag volledig wordt omgeploegd (0,4 m. of meer diep); 7. werken of werkzaamheden die wijziging van de waterhuishouding of waterstand beogen of tot gevolg hebben, zoals uitdiepen of draineren; 8.
het bebossen of anderszins beplanten met houtopstanden, waaronder tevens begrepen het telen en kweken van bomen, heesters (inclusief fruitbomen en boomgaarden), alsmede het beplanten met c.q. de teelt van maïs; 9. het (chemisch) scheuren van grasland, anders dan voor graslandverbetering; 10. het onttrekken van grondwater, anders dan ten behoeve van de veedrenking; 11. het uitvoeren van heiwerken of het op een andere wijze indrijven van voorwerpen in de bodem. 18.2
Uitzonderingen
Het in artikel 18 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden die: a. het normale beheer en/of onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip waarop dit plan rechtskracht verkrijgt; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een daarvoor verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden; d. betrekking hebben op het aanbrengen van verhardingen ten behoeve van in- en/of uitritten, tot een oppervlakte van ten hoogste 10 m²; e. betrekking hebben op de aanleg van natuurvriendelijke oevers.
38
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde
18.3
Voorwaarden
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden wordt slechts verleend indien en voor zover: a. de werken en werkzaamheden, waarop de vergunning betrekking heeft, noodzakelijk zijn voor een doelmatig gebruik van de gronden overeenkomstig hun bestemming; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de ruimtelijke kwaliteiten van het terrein; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de waterhuishoudkundige situatie met betrekking tot de waterkwaliteit en -kwantiteit; d. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de historisch-ruimtelijke, cultuurhistorische en/of archeologische waarden van het terrein. 18.4
Advies
Alvorens omtrent een aanvraag omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden te beslissen, winnen burgemeester en wethouders, indien nodig, advies in bij de met betrekking tot het betreffende terrein meest aangewezen instantie
(vastgesteld)
39
bestemmingsplan Vlietvoorde
Hoofdstuk 4 Artikel 19 19.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Bouwwerken
19.1.1 Algemeen Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk teniet is gegaan. 19.1.2 Afwijken algemene regel Het bevoegd gezag kan eenmalig afwijken van het bepaalde in artikel 19.1.1 voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 19.1.1 met maximaal 10%
19.1.3 Uitzonderingen artikel 19.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
19.2
Gebruik
19.2.1 Algemeen het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 19.2.2 Verandering in gebruik het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 19.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind 19.2.3 Voorwaarde indien het gebruik, bedoeld in artikel 19.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten 19.2.4 Uitzondering artikel 19.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan
40
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde
19.2.5 Hardheidsclausule Indien toepassing van het in 19.2 opgenomen overgangsrecht gebruik zou kunnen leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard voor één of meer natuurlijke personen, die op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan grond en/of opstallen gebruikten in strijd met het voordien geldende bestemmingsplan, kan het bevoegd gezag met het oog op beëindiging op termijn van die met het bestemmingsplan strijdige situatie ten behoeve van die natuurlijke persoon of personen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 19.2
19.3
Slotregel
deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Vlietvoorde
(vastgesteld)
41
bestemmingsplan Vlietvoorde
Bijlagen Regels
42
(vastgesteld)
bestemmingsplan Vlietvoorde
Bijlage 1
(vastgesteld)
Nota parkeernormen
43