2152 Bestedingsplan def. 6 april.docx
Tekst van het document
Bestedingsplan bestemmingsreserve duurzaamheid en energietransitie 2152 Inleiding Bij de vaststelling van de programmabegroting 2021-2024 is op basis van de nota van wijziging 2021-2024 een bedrag van 46 miljoen euro toegevoegd aan een nieuwe Bestemmingsreserve duurzaamheid en energietransitie. Via dit bestedingsplan wordt bepaald hoe de bestemmingsreserve gedurende de loop van tijd zal worden ingezet. Aanleiding en doel van de reserve Leidschendam-Voorburg staat, net als de rest van Nederland, voor een grote klimaatopgave. De gemeente heeft daarbij een belangrijke regierol als het gaat om de klimaatdoelen op basis van het landelijk klimaatakkoord en als uitvloeisel daarvan de energietransitie. Doel is in 2050 CO2 neutraal te zijn (kompas van de leefomgeving). De contouren van het klimaatakkoord Europees, landelijk en regionaal worden steeds scherper. In de bebouwde omgeving van de gemeente is het doel om tussen nu en uiterlijk 2050 alle bedrijven en woningen van het aardgas af te koppelen. Alternatieve warmtebronnen en opwekking en opslag van elektriciteit moet daarvoor in de plaats komen. Om deze uitdaging als gemeente in de regierol het hoofd te kunnen bieden is een forse intensivering van de inzet op dit gebied voor de komende jaren noodzakelijk.
Om deze intensivering te kunnen realiseren is besloten de bestemmingsreserve duurzaamheid en energietransitie in het leven te roepen. Dit bestedingsplan gaat over de aanwending van deze reserve. Het bestedingsplan borduurt daarbij voort op het thema energie uit het uitvoeringsprogramma duurzaamheid dat in december 2019 door de raad is vastgesteld alsmede de uitgangspunten van de LES welke door de raad in juni 2020 zijn vastgesteld. Eigen middelen en rijksmiddelen Bij de vaststelling van de nota van wijzigingen bij de programmabegroting 2021-2024 is besloten dat de komende vier jaar (2021-2024) elk jaar 1.875.000 euro wordt onttrokken uit de bestemmingsreserve ten behoeve van het intensiveren van het beleid. Die onttrekking is in dit bestedingsplan nader gespecificeerd. Dit bestedingsplan gaat verder in op de middellange
Nummer Pagina 2/10
en lange termijn. Met name de wijkaanpakken zullen nadat de eerste ervaringen zijn opgedaan in de loop van tijd steeds meer inzet vergen zodra er meer wijken tegelijk in transitie zijn. De enorme opgave (en uitgaven) waarvoor de gemeenten staan kan uiteindelijk niet zonder extra financiële steun van het rijk worden waargemaakt. De mate waarin het rijk voornemens is met extra middelen de gemeenten te ondersteunen is echter nog onduidelijk. Naar verwachting neemt een nieuw kabinet daarover op zijn vroegst in 2022 een besluit. In aanloop daartoe is landelijk geïnventariseerd tegen welke uitvoeringskosten (qua personele capaciteit) de gemeenten aanlopen. Deze inventarisatie wordt met tussenkomst van de VNG gebruikt voor de onderhandelingen met het rijk om extra middelen beschikbaar te stellen aan de gemeenten. De onzekerheid omtrent de extra rijksmiddelen maakt, dat het nu voorliggende bestedingsplan als een dynamisch plan moet worden beschouwd en in overleg met de gemeenteraad regelmatig zal worden herijkt. Met behulp van de bestemmingsreserve kan de gemeente Leidschendam-Voorburg al een enorme stap voorwaarts zetten in de energietransitie in afwachting van de mate waarin het rijk uiteindelijk bijdraagt aan de opgave.
Afwegingskader: Voor de korte termijn worden de grondslagen voor de uitgaven binnen het bestedingsplan gekoppeld aan de te onderscheiden rollen die de gemeente heeft bij de duurzaamheids- en energietransitie opgave. Daarbij kan het onderscheid worden gemaakt in de regierol, de voorbeeldrol en de stimuleringsrol. De gemeentelijke regierol: kent zijn basis in het landelijk klimaatakkoord. Het doel om alle huizen, bedrijven en wijken af te koppelen van het gas en daarvoor alternatieven te onderzoeken en te vinden is een proces dat de gemeente moet faciliteren. Dit doet de gemeente onder meer door het opstellen van een lokale energiestrategie en een warmte transitievisie die uiteindelijk uitmonden in de wijkaanpakken. De wijkaanpakken komen tot stand in nauw overleg en door middel van participatie met alle stakeholders in de wijk. Op basis van de ervaringen met de landelijke pilots aardgasvrije wijken vergt dit per wijk jaren van intensieve begeleiding. Het daadwerkelijke afkoppelen van het gas en aansluiten bij een nieuwe bron is financieel en technisch een zaak van de eigenaren zelf. Voor de wijkaanpakken geldt in het algemeen, dat de maatregelen die uiteindelijk genomen worden sterk per wijk kunnen variëren van collectieve isolatieacties initiëren, het stimuleren van energiecollectieven tot het faciliteren van de aanleg van warmtenetten of collectieve
Nummer Pagina 3/3
warmtevoorzieningen. Daarbij zal steeds aan de orde zijn, wie vanuit welke verantwoordelijkheid technisch en financieel zal moeten investeren. De voorbeeldrol: het verduurzamen van onze gemeente is een taak van ons allemaal. Van inwoners, particulieren en huurders, bedrijven en instellingen worden stappen en soms offers verwacht om bij te dragen aan de klimaat doelstellingen. De gemeentelijke organisatie heeft daarin een uitdrukkelijk voorbeeldrol door daarin zelf op korte termijn ook zichtbare stappen te zetten. De stimuleringsrol: de gemeente stimuleert met een subsidie al langere tijd inwoners om hun woning te verduurzamen. Tevens is sinds vorig jaar daar een rentekorting op een lening bij het Nationaal Warmtefonds aan toegevoegd waardoor deze zeer aantrekkelijk is geworden. Daarmee houdt de stimuleringsrol van de gemeente echter niet op. Langs diverse wegen en door goed te luisteren naar inwoners, VVE’s, de corporaties en andere stakeholders wordt naar wegen gezocht om extra stappen te zetten. Scope van de inzet van de middelen Dit bestedingsplan ziet toe op de besteding van de middelen uit de bestemmingsreserve over de periode 2021-2050. Gelet op het belang van de energietransitie en het noodzakelijke tempo worden de extra middelen in het nu voorliggende bestedingsplan vooral ingezet op de bebouwde omgeving vanuit de drie te onderscheiden gemeentelijke rollen.
Geen onderdeel van dit bestedingsplan zijn eventueel toekomstige gemeentelijke investeringen in de bestaande of nieuwe infrastructuur als gevolg van nog te maken keuzes of energie-opwek anders dan voor de eigen gebouwen en voorzieningen. De reden is gelegen in het feit , dat nu nog niet helder is hoever de verantwoordelijkheid van de gemeente daarin strekt en voor welke technische oplossingen en keuzes de gemeente alsdan komt te staan. Dus dit plan bevat geen directe gemeentelijke investeringen, in het zelf of in samenwerking met partners realiseren van zonnevelden, windenergie of warmtenetten enz. Ook zijn mogelijke infrastructurele ingrepen om derden te faciliteren nog niet meegenomen in het voorliggende bestedingsplan. Het is overigens niet uitgesloten dat het op termijn noodzakelijk of wenselijk is om een eenmalige kleine onrendabele top van een collectief systeem te dragen om een ontwikkeling op gang te brengen. Alsdan zou een beperkte herschikking in het bestedingsplan kunnen worden heroverwogen. De gemeente gaat echter geen risicodragende investeringen op dat gebied aan, dat is aan marktpartijen. Hierbij wordt opgemerkt, dat ook belangrijke stakeholders zoals onder meer Stedin voor grote financiële en ruimtelijke uitdagingen komen te staan.
Te zijner tijd zullen, al naar gelang de verantwoordelijkheid en het voortouw welke de gemeente daarin wil nemen, daartoe dus middelen moeten worden gevonden. Het bedrag van de bestemmingsreserve is derhalve vermoedelijk niet voldoende om de totale
Nummer Pagina 4/10
opgave richting 2050 te realiseren. Buiten beschouwing is gelaten het reguliere budget duurzaamheid In de gemeentebegroting van ruim 500.000 euro dat al enkele jaren breed wordt ingezet voor kleinere projecten, onderzoeken ed. Met dien verstande dat een deel daarvan nu reeds wordt ingezet voor de subsidieregeling en de korting op de rente bij een lening bij het Nationaal Warmtefonds. Opgemerkt wordt, dat het aannemelijk is, dat de Rijksmiddelen te zijner tijd wel beschikbaar komen voor de regierol, maar niet voor de voorbeeldrol en de stimuleringsrol. Inzet middelen korte termijn (2021-2024) De inzet van het bedrag van 1.875.000 euro per jaar te dekken uit de bestemmingsreserve, wordt ingezet conform de beschrijving zoals opgenomen in de nota van wijzigingen 2021-2024 en wordt onderstaand uitgewerkt. Verduurzaming eigen vastgoed (korte termijn) De transitie kan alleen slagen als de gemeente laat zien dat zij het zelf ook serieus neemt. Voor de korte termijn wordt stevig ingezet op verduurzaming van de eigen gebouwportefeuille. Daarbij moet wel de toekomstverwachting van de objecten in acht worden genomen want investeren in een pand zonder toekomstwaarde is niet duurzaam. Hiervoor is de routekaart voor het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed opgesteld om uiterlijk in 2050 CO2-neutraal te zijn.
Voor de komende 4 jaar, 2021- 2024, wordt een concrete aanpak opgesteld om met de beschikbare middelen 20% CO2-reductie te behalen ten opzichte van 2020 voor het gemeentelijk vastgoed waar we zelf de energierekening van betalen ( 8 gebouwen waar grote CO2 impact valt te behalen). Dit gebeurt op een kostenefficiënte wijze waarbij wordt gekeken naar logische investeringsmomenten vanuit het Meer jaren Onderhoud Programma (MJOP) per gebouw. Concreet betekent dit het implementeren van maatregelen om het elektriciteits- en gasverbruik te verminderen en te verduurzamen door bijvoorbeeld het aanbrengen van ledverlichting, isolatie en het installeren van warmtepompen en zonnepanelen. Voor deze periode van 4 jaar is een investeringsbedrag geraamd van 890.000 euro. De komende weken wordt inzichtelijk welke panden het eerste in aanmerking komen en of de vooraf ingeschatte kosten, die tot deze raming heeft geleid, reëel zijn. Doel is in 2021 minimaal twee panden aan te pakken. In de loop van het jaar kan het aan de hand van de te nemen maatregelen en offertes definitief het aantal te verduurzamen panden worden bepaald en de daarmee gemoeid zijnde kosten.
Nummer Pagina 5/5
Ter dekking van de afschrijvingslasten wordt er vanuit de bestemmingsreserve Duurzaamheid en Energietransitie in totaal een bedrag van 890.000 euro toegevoegd aan de reserve dekking afschrijvingslasten. Na vier jaar stopt de extra inzet vanuit de reserve. Verdere verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed moet dan voldoende zijn verankerd in de meerjaren onderhoudsplannen en de meerjarenbegroting op basis van de routekaart verduurzaming vastgoed. In de bijlage treft u de bedragen voor het verduurzamen van het eigen vastgoed per jaar aan. Stimulering stapsgewijze verduurzaming onderwijsgebouwen (korte termijn) In de investeringskredieten voor nieuwbouw scholen wordt tot nu toe uitgegaan van de wettelijke eisen om scholen Bijna Energie Neutraal (BENG) te realiseren. Daarmee wordt bij nieuwbouw al een forse stap gezet naar de doelstelling in 2050 CO2 neutraal te zijn. Voor bestaande gebouwen is het eveneens zaak stappen in die richting in gang te zetten. Het uitgangspunt daarbij is dat het energieverbruik de komende 4 jaren voor de schoolgebouwen met 10% en in de jaren daarna oplopend met naar 2030 zeker 35% daalt. Het doel is ook bij bestaande bouw de stap te kunnen zetten richting BENG. Voor alle gebouwen geldt op langere termijn waar mogelijk de stap van BENG naar ENG.
Daarbij wordt opgemerkt dat deze laatste stap vaak relatief veel investering vergt met uiteindelijk een beperkte ”opbrengst”. Het IHP onderwijs voorziet nog niet in de financiering van de stap naar ENG. Door dit op natuurlijke momenten bij renovatie en nieuwbouw te doen kunnen de extra investeringen zoveel mogelijk beperkt worden. De investeringen voor dit doel komen dan ook over de gehele looptijd van dit bestedingsplan terug. De gemeente wil aan de extra benodigde investeringen bijdragen vanuit de bestemmingsreserve voor 50% van de totale extra kosten per gebouw. De reden om de bijdrage te beperken tot 50% is gelegen in het feit dat een (bijna) energieneutraal schoolgebouw behoorlijk zal schelen in de exploitatiekosten van de schoolbesturen. De gemeente zal hierover in gesprek gaan met de schoolbesturen. Afhankelijk van de uitkomst van deze gesprekken en de uiteindelijke doorrekening van de extra kosten is de verwachting dat in de komende vier jaar op logische (natuurlijke) momenten diverse scholen voor de bijdrage in aanmerking komen. Voorgesteld wordt voor dit doel de komende vier jaar per jaar 432.500 euro in te zetten. In de begroting wordt voor dit onderdeel jaarlijks exploitatiebudget opgenomen uitgaande van een bijdrage aan de scholen.
Mocht het wenselijk zijn om de verduurzaming te realiseren via een investeringskrediet van de gemeente, bijvoorbeeld bij de nieuwbouw van een school, dan zal de begroting hierop worden aangepast via het kredietvoorstel
Nummer Pagina 6/10
of de reguliere P&C producten. Wijkaanpakken (korte termijn) De intensivering van het beleid richt zich op alle inwoners, instellingen en bedrijven en andere stakeholders (woningcorporaties, energieleveranciers etc.) die gezamenlijk staan voor de uitdagingen omtrent duurzaamheid en energietransitie met als einddoel CO2 neutraal in 2050. De gemeente heeft hierin een uitdrukkelijke regierol. De gemeente bestaat uit 13 wijken die onder te verdelen zijn in circa 28 buurten. De stap naar aardgas-loos zal zoveel mogelijk per wijk worden ingezet. Wat dit betekent, wordt opgenomen in de Lokale Energiestrategie en de warmte transitievisie die in concept in juni 2021 aan de gemeenteraad zullen worden aangeboden ten behoeve van het vrijgeven voor inspraak. Vervolgens zullen beide strategische documenten in de tweede helft van 2021 aan de raad ter definitieve besluitvorming worden voorgelegd. Op basis van de nu bekende landelijke ervaringen onder meer rondom de pilots aardgasvrije wijken moet per wijk uitgegaan worden van een doorlooptijd van circa 10 jaar. In de periode tot en met 2024 wil de gemeente in twee wijken starten. De komende jaren zal ervaring moeten worden opgedaan waarvan bij de verdere uitrol kan worden geleerd. De verwachting is dat er veelal sprake zal moeten zijn van maatwerk er zal derhalve geen sprake zijn van een confectieaanpak.
De gemeente is een samenwerking aangegaan met het Center of Expertise Mission Zero van de Haagse Hoge School. Samen met de lectoren van het centrum en studenten gaat gewerkt worden aan een methodiek die op basis van opgedane ervaringen in de eerste wijken helpt de energietransitie per wijk inclusief aanpalende duurzaamheid doelen te versnellen). Voor de wijkaanpakken wil de gemeente de eerste vier jaar 820.000 euro per jaar uittrekken. Deze middelen worden ingezet voor extra ambtelijke capaciteit, nadere onderzoeken, communicatie en participatie-trajecten in de wijken. In dit stadium kan nog geen directe relatie worden gelegd tussen de hoogte van de investering en de uiteindelijke CO2 reductie die in 2050 moet worden bereikt. Slechts in algemene zin kan worden gesteld, dat de energietransitie zoals we die gaan vormgeven in de wijken bijdraagt aan het uiteindelijke doel. Stimulering bewonersinitiatieven (korte termijn) Op basis van de vorig jaar door de gemeenteraad vastgestelde uitgangspunten Lokale Energiestrategie zet de gemeente de komende 10 jaar sterk in op het isoleren van woningen om CO2 emissies terug te dringen en de woningen geschikt te maken voor de transitie. Met het isoleren van woningen kan naar verwachting uiteindelijk 35% energie worden bespaard.
Het is belangrijk om dit langjarig te continueren zodat onze inwoners hierop kunnen anticiperen en kunnen aansluiten bij natuurlijke investeringsmomenten in hun woning. Om dit in te vullen verhoogt de gemeente het Stimuleringsbudget duurzaamheidsmaatregelen en geeft de
Nummer Pagina 7/7
gemeente een korting op de rente bij een duurzaamheidslening bij het Nationaal Warmtefonds. Hiertoe is het budget van de subsidieregeling met ingang van 2021 verhoogd met 150.000 euro en het budget voor de rentekorting met 250.000 euro per jaar. Jaarlijks worden de effecten van de regelingen geëvalueerd en kan al naar gelang de bevindingen de inzet van de middelen worden heroverwogen. In de participatietrajecten die momenteel worden doorlopen met alle belanghebbenden komen mogelijk nieuwe doelgroepen naar voren die de gemeente in aanmerking willen laten komen voor een stimuleringsbijdrage. Het betreft VVE’s, bewonersinitiatieven met betrekking tot het zelf oprichten van energiecorporaties e.d. Uiteindelijk kan er mogelijk ook voor worden gekozen om een stimuleringsbijdrage te leveren aan professionele stakeholders als het bijvoorbeeld gaat om een onrendabele top.
Inzet middelen middellange termijn (2025-2030) Zoals hiervoor is weer gegeven wordt in dit bestedingsplan ervan uitgegaan dat na de eerste 4 jaar van dit bestedingsplan de verduurzaming van het eigen vastgoed op basis van de dan beschikbare gegevens vorm gaat krijgen binnen het reguliere vastgoed beheer in de gemeente en dus gefinancierd zal worden uit de lopende begroting. Voor de middellange termijn richt het bestedingsplan zich daarom op de drie andere sporen zoals hiervoor beschreven. Daarbij wordt opgemerkt, dat naar mate verder in de tijd wordt gekeken de hoogte van de voorgenomen investeringen minder scherp kunnen worden onderbouwd. Het is om die reden dat het bestedingsplan regelmatig door de gemeenteraad herijkt moet worden. Verduurzaming onderwijsgebouwen (middellange termijn) Voor de periode tot 2030 zijn op basis van de zelfde grondslag als de korte termijn de bedragen geëxtrapoleerd. Op dit moment is ingeschat dat in die periode meer scholen dan in de periode 2021-2024 in aanmerking komen om vernieuwd of verduurzaamd te worden. Zoals aangegeven zal het uiteindelijke resultaat dat geboekt kan worden ook afhankelijk zijn van de nog te voeren overleggen met de schoolbesturen. In dit bestedingsplan is rekening gehouden met een bedrag van 2.365.000 euro voor de gehele periode tot 2030.
Wijkaanpakken (middellange termijn) In de periode tot en met 2024 verwacht de gemeente voldoende ervaring te hebben opgedaan om de uitrol van de wijkaanpak daarna met nog eens zes wijken te kunnen verbreden. Het spreekt voor zich dat hierop dan ook steeds
Nummer Pagina 8/10
meer capaciteit, communicatie etc. op moet worden ingezet omdat steeds meer wijken tegelijkertijd in transitie zijn. In de loop van de tweede transitieperiode zal er mogelijk ook meer juridische inzet nodig zijn om niet bereidwilligen te motiveren om mee te gaan in de wijkaanpak. Voor de periode 2024-2030 is voor de wijkaanpak een bedrag van 6.250.000 euro geraamd. Stimulering bewonersinitiatieven (middellange termijn) In dit bestedingsplan wordt uitgegaan van een continuering van het stimuleringsbeleid voor de middellange termijn met een beperkte verhoging van het jaarlijkse bedrag met in totaal 400.000 euro voor 5 jaar. Dit met de eerdere opmerking dat jaarlijks de inzet wordt herijkt op basis van het rendement en de noodzaak om andere doelgroepen te faciliteren in overleg met de gemeenteraad. Inzet middelen lange termijn (2031-2050) Naar mate de tijd voortschrijdt, zal steeds duidelijker worden waar de gemeenterol begint en ophoudt en wat dat betekent voor de inzet van capaciteit en middelen. Ook de opstelling van het rijk, de eventueel te ontvangen financiële middelen, de gekozen strategie en aanpak, de lessons learned enz. zullen in de loop der jaren mede bepalend zijn voor de inzet van de resterende middelen in de bestemmingsreserve. In dit bestedingsplan wordt daarom slechts een voorlopige indicatie afgegeven.
Verduurzamen Onderwijsgebouwen (lange termijn) Voor de langere termijn wordt rekening gehouden met de inzet van extra middelen om de alsdan nog resterende schoolgebouwen Co2 neutraal te maken. Voor hoeveel scholen de inzet dan nog geldt is ook afhankelijk van ontwikkelingen binnen het onderwijs, de leerlingen aantallen enz. Voor deze periode is in deze fase rekening gehouden met een totaal bedrag van 2.225.000 euro. Wijkaanpakken (lange termijn) Wat voor de periode 2024-2030 geldt is in versterkte mate van toepassing in de periode daarna waarin gestart zal worden in de resterende vijf wijken. Aangezien in deze periode ook de doorlooptijd nog geldt voor de eerder gestarte wijken wordt voor deze periode het meeste geld gereserveerd in dit bestedingsplan. Het betreft een totaal bedrag van 17.660.000 euro. Wel verwacht de gemeente vanaf 2030 een focusverschuiving binnen de wijkaanpak van regie en planvorming naar een mogelijke bijdrage aan de realisatie (medefinanciering onrendabele top) in de fysieke uitvoering. Dit zal ook afhankelijk zijn van de mate waarin het rijk de gemeenten tegemoet komt in de uitvoeringskosten van de ambtelijke inzet. Participatie met belanghebbenden
Nummer Pagina 9/9
De gemeente is in gesprek met diverse stakeholders en inwoners over de verduurzaming. Samenwerking, communicatie en draagvlak zijn daarbij ankerpunten. De komende jaren zullen deze gesprekken steeds meer geïntensiveerd en input opleveren voor de koers en prioriteiten om de doelstellingen te halen. De extra ambtelijke capaciteit die daarvoor nodig is zal in afwachting van de compensatie van het rijk worden gedekt binnen de bedragen van het bestedingsplan. Het betreft met name projectleiding, beleidsontwikkelaars, wijkregisseurs om de wijkaanpakken te faciliteren en extra inzet op participatie en communicatie. Rol gemeenteraad, tussentijdse evaluatie, verantwoording herijkingsvoorstellen en besluitvorming De regionale energiestrategie (RES), Lokale Energiestrategie en de Warmte transitievisie dienen na vaststelling door de gemeenteraad als beleidsmatige en strategische onderleggers van dit bestedingsplan. Aangezien deze strategische stukken nog in ontwikkeling zijn, is in deze fase sprake van een bestedingsplan met focus op de eerste transitieperiode. Voorgesteld wordt het bestedingsplan te herijken zodra er duidelijkheid is over de Rijksmiddelen die beschikbaar worden gesteld voor de energietransitie (verwachting is eind 2022).
Tegen die tijd is dan tevens een forse stap gezet in de aanpak op onderdelen waar nu nog onderzoeken voor lopen en/of gesprekken over moeten worden gevoerd. Het college zal in ieder geval jaarlijks de bestedingen aan de gemeenteraad verantwoorden. Het is belangrijk om waar mogelijk zo snel mogelijk zaken te realiseren. Het kan hierdoor gebeuren dat er op een bepaald thema geraamde bedragen naar voren gehaald moeten worden. Bijvoorbeeld bij een nieuwbouwproject van een school. Bij dergelijke verschuivingen groter dan € 100.000 wordt de raad door middel van een brief tussentijds geïnformeerd. Dit om te borgen dat er voldoende voortgang kan worden geboekt binnen het totaal beschikbare budget per thema. Kansen en Risico’s De financiële risico’s van de bestemmingsreserve en het bestedingsplan zijn in eerste aanleg beperkt. De uitvoering van het bestedingsplan wordt regelmatig met de gemeenteraad herijkt. Er zijn echter wel exogene risico’s /kansen die nu niet kunnen worden becijferd maar die wel van invloed kunnen zijn op het uiteindelijke effect en succes van de besteding van de reserve. Niet limitatief zijn dat de volgende risico’s/kansen: - Wijzigingen in doelstellingen klimaatakkoord - Wijzigingen in het beleid van het Rijk - Draagvlak bij inwoners, instellingen en bedrijven - Opstelling en mogelijkheden netwerkbeheerders
Nummer Pagina 10/10
-
Technologische innovaties Beeldvorming in de media Kostenstijgingen als gevolg van schaarste Tekort aan specialistische kennis Doorzettingsmacht (wat is afdwingbaar?)
Tot slot De weg naar het realiseren van de klimaatdoelstellingen kent nog een groot aantal onzekerheden. Het betreft zowel de verantwoordelijkheden, de betaalbaarheid de technische mogelijkheden en het uiteindelijke draagvlak. Met de bestedingen zoals in dit plan verwoord kan een eerste forse stap gezet worden die passen binnen de gemeentelijke rol in deze maatschappelijke opgave.