2077 Raadsvoorstel vaststellen bestemmingsplan Oosteinde 3
Tekst van het document
Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG
Datum 5 januari 2021 Nummer 2077 Onderwerp Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Oosteinde 3 Plattelandswoning Portefeuillehouder Wethouder Rouwendal Behandeld door NK Kooi
1. Gevraagd raadsbesluit
het bestemmingsplan ‘Oosteinde 3 Plattelandswoning’ IDN-nummer
NL.IMRO.1916.Oosteinde3-VG01 gewijzigd vast te stellen; géén exploitatieplan vast te stellen.
2. Waarom wordt de raad dit besluit voorgelegd? (In welke context, bijv. vanwege wet- en regelgeving of nieuw initiatief en wat komt hierna nog) Artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: de Wro) vormt de grondslag voor een bestemmingsplan. De procedure is geregeld in artikel 3.8 Wro. De gemeenteraad is bevoegd om een bestemmingsplan vast te stellen. Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op het herbestemmen van de op Oosteinde 3 gelegen agrarische bedrijfswoning naar plattelandswoning door middel van het toevoegen van de aanduiding ‘plattelandswoning’. Op basis van de wet plattelandswoningen die op 1 januari 2013 in werking is getreden, is het mogelijk een bedrijfswoning die behoort of behoorde bij een agrarisch bedrijfscentrum (in planologisch opzicht) te laten bewonen door een derde door het opnemen van een aanduiding op de verbeelding of hiervoor een vergunning te verlenen. Het aanwezige agrarische bedrijf dient bij toepassing van de wet plattelandswoningen wel in werking te blijven. De woning wordt aldus niet omgezet in een burgerwoning. Dit betekent dat de planologische status van de woning niet wijzigt ten opzichte van het aanwezige agrarische bedrijf. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Oosteinde 3 Plattelandswoning’ heeft van vrijdag 23 oktober 2020 tot en met donderdag 3 december 2020 ter inzage gelegen.
Er zijn geen zienswijzen ingediend zodat een zienswijzennota achterwege kan blijven. Wel is een kleine ambtshalve wijziging nodig om een onjuiste nummering en onvolledige verwijzing in enkele subleden van artikelen uit de regels te corrigeren. Het bestemmingsplan is gereed voor vaststelling en kan daarna ter inzage worden gelegd voor de beroepstermijn. 3. Aan welk doel (van de doelenboom in de begroting) draagt het voorstel bij? Een gezond woon- en leefklimaat.
Datum 5 januari 2021 Nummer 2077 Pagina 2/2
4. Welke argumenten zijn er voor de raad om het besluit te nemen? (Inhoudelijke uitleg, voor- en nadelen, financieel gevolg en risico’s) Om de agrarische bedrijfswoning te herbestemmen naar plattelandswoning is een aanduiding ‘plattelandswoning’ nodig. Het bestemmingsplan ‘Oosteinde 3 Plattelandswoning’ is het juridisch planologisch kader dat deze aanpassing mogelijk maakt. Er zijn geen belemmeringen voor de vaststelling van dit plan naar voren gekomen. Het besluit betreft een processtap om te komen tot een door de gemeenteraad vast te stellen bestemmingsplan. Deze processtap is wettelijk verplicht. Er zijn geen financiële gevolgen voor de gemeente. De werkzaamheden (onderzoek, communicatie en ambtelijke inzet) om te komen tot het bestemmingsplan zijn geborgd in de anterieure overeenkomst die gesloten is met de eigenaar. Eventuele risico's zijn in diezelfde overeenkomst vastgelegd en zijn voor de initiatiefnemer. Aangezien het kostenverhaal via de anterieure overeenkomst is geregeld hoeft op grond van artikel 6.12 lid 2 van de Wro voor de in het bestemmingsplan ‘Oosteinde 3 Plattelandswoning’ begrepen gronden géén exploitatieplan vastgesteld te worden.
burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,
A. van Mazijk secretaris
K. Tigelaar burgemeester