2055 Raadsvoorstel Regiovise jeugdhulp.docx
Tekst van het document
Aan de raad van de gemeente LEIDSCHENDAM-VOORBURG
Datum 7 september 2021 Nummer 2055 Onderwerp Regiovisie jeugdhulp Portefeuillehouder Wethouder Bouw Behandeld door I Vriezen
1. Gevraagd raadsbesluit I. In te stemmen dat de H10-samenwerking op het gebied van jeugdzorg wordt geconcretiseerd en geborgd. II.
De Regiovisie Jeugdhulp Haaglanden 2021-2026, met daarbij het Basisdocument, vast te stellen en daarmee in te stemmen met: a.
De leidende principes en ambities:: Normaliseren, het versterken van het gewone opvoeden en opgroeien Verantwoordelijkheden: jeugdigen en hun ouders/opvoeders zijn het uitgangspunt - Kinderen groeien zo thuis mogelijk op: oplossingen dichtbij huis prevaleren - Breed kijken, gezinsproblemen met integrale zorg tijdig en passend oplossen - Duurzaam veilig opgroeien - Jeugdhulp en onderwijs werken effectief samen - De beste hulp voor de beste prijs: een duurzaam financieel houdbaar stelsel. -
b. -
c.
De bovenregionale verantwoordelijkheden: Rond gesloten jeugdhulp Gecertificeerde instellingen Continuïteitsvraagstukken bij zeer complexe hulpvragen (zoals Acute GGZ en eetstoornissen).
De samenwerking met de jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen: - Twee maal per jaar via bestuurlijk overleg tussen gemeenten en een vertegenwoordiging van de jeugdhulpaanbieders (groot, middelgroot en kleiner), gericht op ontwikkelingen in het zorglandschap.
Datum 7 september 2021 Nummer 2055 Pagina 2/4
2. Waarom wordt de raad dit besluit voorgelegd? (In welke context, bijv. vanwege wet- en regelgeving of nieuw initiatief en wat komt hierna nog) De verantwoordelijkheden voor gemeenten ten aanzien van de jeugdzorg liggen vast in de Jeugdwet. Daarnaast wordt, mede op basis van het Internationale verdrag voor de rechten van het kind, inhoud gegeven aan het jeugdbeleid. Samenwerkende gemeenten geven in jeugdregio’s samen met regionale partners vorm aan de ambitie: kwalitatief goede zorg en ondersteuning voor inwoners die aansluit bij behoeften en mogelijkheden van jeugdigen, ouders en gezin én die betaalbaar is, nu en in de toekomst. Om die ambitie waar te maken zijn samenwerking en goed opdrachtgeverschap cruciaal. Om deze reden legden de Nederlandse gemeenten verenigd in de VNG in 2020 in de resolutie ‘Norm voor opdrachtgeverschap’ een drietal doelstellingen en acht afspraken vast, waaronder het periodiek opstellen van een regiovisie. Op 12 februari 2020 hebben de wethouders jeugd van de H10-gemeenten het besluit genomen om de regiovisie voor Haaglanden op te stellen en daarmee de gegroeide netwerksamenwerking te concretiseren en te borgen. De regiovisie is vastgelegd in twee documenten: de regiovisie (bijlage 1) met daarbij een basisdocument (bijlage 2) waarin een breder uitgewerkte tekst en startfoto zijn opgenomen.
Deze wordt na vaststelling ter kennisgeving aan VWS toegezonden. De regiovisie legt gemeenschappelijke doelen, uitgangspunten en verantwoordelijkheden vast. Uitgangspunt is de lokale infrastructuur: de pedagogische basis, preventie, lokale samenwerkingsverbanden en lokaal maatwerk. De regiovisie versterkt dit lokaal jeugd- en gezinsbeleid. Waar in de regiovisie de term ‘we’ wordt gebruikt, wordt de H10 bedoeld (conform toezegging 754). De uitwerking en monitoring gebeurt via jaarplannen en jaarverslagen die met de raden worden gedeeld. Voor de rapportage aan de raden wordt toegewerkt (in het kader van de regionale Jeugdhulpmonitor) naar een beperkt aantal Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) om de realisatie van ambities uit de regiovisie te kunnen volgen. In Leidschendam-Voorburg wordt in het najaar gestart met het concretiseren van de regiovisie in lokaal jeugdbeleid, waarbij tevens de samenhang met de herijking van het sociaal kompas wordt gezocht (conform toezegging 752). 3. Aan welk doel (van de doelenboom in de begroting) draagt het voorstel bij? Het draagt bij aan het hoofddoel 4 van het sociaal kompas “Inwoners die hulp nodig hebben krijgen de juiste hulp op tijd”.
Datum 7 september 2021 Nummer 2055 Pagina 3/4
4. Welke argumenten zijn er voor de raad om het besluit te nemen? (Inhoudelijke uitleg, voor- en nadelen, financieel gevolg en risico’s) Participatie De regiovisie is middels een uitgebreid participatieproces doorlopen met ouders en jongeren, met huisartsen, onderwijs, jeugdhulpaanbieders, de adviesraden sociaal domein, raadsleden (o.a. Platform H10-raden) en overige gemeentelijke gremia. De ontvangen input is zoveel mogelijk in de regiovisie opgenomen. De memo rode draden (bijlage 3) geeft hiervan een samenvatting. Ter informatie is ook het advies en de beantwoording van de Adviesraden Sociaal Domein bijgevoegd (bijlage 4, 5). Wisselwerking lokaal-regionaal De jeugdhulp wordt in eerste instantie lokaal geregeld. Elke gemeente en zelfs elke wijk is anders. Wijken, gemeenten, maatschappelijke partners en het onderwijs kennen hun eigen dynamiek. Het organiseren van de jeugdhulp voor jeugdigen en hun ouders (binnen het brede sociaal domein) past bij die lokale eigenheid. De regiovisie versterkt deze lokale situatie. Tegelijkertijd worden de lokale ervaringen ingebracht in de regionale samenwerking. Hierdoor ontstaat een wisselwerking. Om het lokale beleid verder te verstevigen wordt in het najaar gestart met het uitwerken hiervan in een nota lokaal jeugdbeleid, waarin de regiovisie nader geconcretiseerd en toegespitst wordt op de situatie in Leidschendam-Voorburg.
In motie 597 is gevraagd om bij de opstellers van de regiovisie onder de aandacht te brengen dat de regiovisie expliciet ruimte moet laten om lokaal te kunnen sturen op kostenbeheersing en kwaliteit. In hoofdstuk 4 (kostenbeheersing) en in hoofdstuk 6 (sturingsinstrumenten) van de voorliggende regiovisie wordt hier aandacht aan besteed. In hoofdstuk vier staat expliciet opgenomen ‘de kostenbeheersingsmaatregelen op regionaal niveau ondersteunen en versterken diverse lokale maatregelen’. Een goed voorbeeld hiervan is de inzet van POH-jeugd bij de huisarts. De ervaringen worden regionaal ingebracht, waarmee de ontwikkeling lokaal verder kan worden gebracht. Tevens kunnen regionaal de krachten gebundeld worden richting bijvoorbeeld de zorgverzekeraar ten aanzien van de kostendeling. In paragraaf 2 van hoofdstuk 6 staat beschreven dat zowel binnen de inkoop, via een herzieningsprocedure, als op sturen op kwaliteit lokale mogelijkheden zijn hier invulling aan te geven. Hiermee beschouwt het college deze motie als afgedaan. Bekrachtiging samenwerking Op (boven)regionaal niveau hebben gemeenten elkaar nodig om de kwaliteit en continuïteit van de specialistische jeugdhulp, de jeugdbescherming en -reclassering (samen aangeduid met de term jeugdzorg), de organisatie van het aanbod en de
Datum 7 september 2021 Nummer 2055 Pagina 4/4
bekostiging te waarborgen. Daarnaast kunnen gemeenten in verschillende samenstellingen samenwerken. In de regiovisie wordt rekening gehouden met de uitdagingen van nu en wordt de samenwerking voor de komende jaren bestendigd op zowel het gebied van inkoop en contractbeheer als op het terrein van beleidsontwikkeling. In Haaglanden is een gemeenschappelijke regeling voor onbepaalde tijd getroffen voor de inkoop en contractbeheer van jeugdhulp. Het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden geeft hier invulling aan. Op 1-1-2021 zijn de huidige inkoopcontracten van kracht geworden die een looptijd hebben van 2 jaar, met de mogelijkheid tot verlengen met twee maal twee jaar. Rond de inkoopcontracten is een overlegstructuur tussen gemeenten en jeugdhulpaanbieders georganiseerd. De gemeenschappelijke regeling omvat niet de formulering van de inkoopstrategie en inhoudelijke doelen. Voor de beleidsontwikkeling werken de gemeenten samen in een netwerkorganisatie met programmasturing, ook wel aangeduid als ‘programmabureau’. De kosten voor het programmabureau bestaan uit kosten voor het uitvoeren van regionale projecten en bemensing van het programmabureau. Het directeurenoverleg H10 is de ambtelijk opdrachtgever voor de regionale projecten die via het programmabureau uitgevoerd worden. Zij leggen het jaarplan en begroting voor aan de het bestuurlijk overleg jeugd ter besluitvorming.
De bekostiging van deze samenwerking vindt plaats binnen bestaande kaders. Voor de totale H10 bedraagt dit 1 miljoen euro. In Leidschendam-Voorburg is in 2021 een bedrag van 116.348 euro opgenomen in de begroting. De kosten voor de samenwerking blijven binnen dit bedrag. Hiermee zijn de motie 593 en toezegging 753 afgedaan. burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg,
A. van Mazijk secretaris
J.G. Bijl burgemeester
Bijlage bestemd voor de raad: Nummer Onderwerp 1 Concept-regiovisie 2 Basisdocument Regiovisie 3 Memo rode draden 4 Gezamenlijk advies Adviesraden Sociaal Domein 5 Beantwoording advies Adviesraad Sociaal Domein