CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2055 bijlage 2 concept-basisdocument Regiovisie.pdf

Raadsvergadering 10 november 2021, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: Regiovisie jeugdhulp.16.957 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

geren tussen de 12 en 23 jaar. Dit gebeurt door middel van een intensieve verzuimaanpak, coaching en maatwerktrajecten. Een evaluatie bracht een aantal knelpunten rond de aansluiting van zorg en onderwijs aan het licht, die vragen om een regionale aanpak. Voorbeelden van deze knelpunten zijn: • bij het bereiken van 18 jaar verloopt de overgang van zorg vanuit de Jeugdwet naar de Wmo en naar de Zorgverzekeringswet niet soepel; • onder jongeren is er sprake van toenemende multiproblematiek, zoals schulden, verslaving en depressiviteit; • de MBO scholen is het zorglandschap niet overzichtelijk, mede omdat er sprake is van ‘grensverkeer’ door betrokkenheid van meerdere gemeenten. Een actuele verkenning om de gesignaleerde knelpunten op te lossen is de pilot ‘Aansluiting onderwijs-sociaal domein’ op zes MBO-locaties in de regio. Wat is nieuw? Primair Onderwijs en Voortgezet Onderwijs We ontwikkelen een regionaal actieprogramma waarin de samenwerking tussen gemeenten en de samenwerkingsverbanden in de regio Haaglanden een concrete uitwerking krijgt. Eén van de prioriteiten binnen het actieprogramma is om knelpunten als gevolg van het grensverkeer aan te pakken. We nemen de ruimte om te experimenteren en te leren en we delen informatie, kennis en ervaringen. We laten ons inspireren door de diversiteit tussen scholen, hun besturen en gemeenten.

We maken afspraken, meestal lokaal of subregionaal (regio

Basisdocument 29

samenwerkingsverband) en waar nodig regionaal. Vooraf stellen we vast wat we willen bereiken, binnen welke tijd en hoe we dit monitoren. Het bieden van regulier onderwijs aan alle kinderen met passende ondersteuning staat centraal. We keren de vraag ook om: wat als kinderen dagbehandeling hebben, hoe kun je daar dan ook goed onderwijs bieden? Tot slot vinden wij het belangrijk dat kinderen en jongeren in residentiële voorzieningen onderwijs op hun niveau kunnen volgen. De ombouw van grotere naar kleinschalige woonvoorzieningen geeft extra aanleiding om samen te werken om ook op die plekken goed onderwijs te organiseren.

Tot slot We analyseren pilots met het Nederlands Jeugdinstituut en ontwikkelen een voorstel voor wethouders en onderwijsbestuurders over de structurele inbedding van de nieuwe werkwijzen. Daarnaast kijken we hoe we de verbinding naar het bredere sociaal domein en volwassenzorg beter kunnen vormgeven en borgen.

Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO) We zetten in de komende jaren gezamenlijk in op: • inclusiever onderwijs (met de basis op orde) door begeleiding en jeugdhulp op of nabij school te organiseren; • een dekkend onderwijsaanbod; • samenwerken in preventie: schulphulpverlening, jeugdgezondheidszorg, GGZ. Hierbij is het uitgangspunt dat de BIG 5! (zie paragraaf 3.3.) voor jongeren goed geregeld moet zijn, zodat zij zelfstandig in de maatschappij kunnen functioneren.

Basisdocument 30

4. Kostenbeheersing 4.1 Wat willen wij bereiken?

4.3 Wat doen we al en willen we versterken?

In de regio Haaglanden willen we dat kinderen gezond en veilig opgroeien, nu en in de toekomst. Met de ambities uit hoofdstuk 3 beogen we zowel een toename van kwaliteit als kostenbeheersing. Naast de actielijnen gekoppeld aan de inhoudelijke ambities, zetten we ook instrumenten in die specifiek gericht zijn op kostenbeheersing en, waar dat kan, kostenreductie. Geld voor jeugdzorg is niet oneindig beschikbaar. Daarom zijn scherpe keuzes nodig over hoe we de beschikbare middelen inzetten. In dit hoofdstuk staat enerzijds een opsomming van de eerder beschreven ambities die verband houden met kostenbeheersing en anderzijds een aantal instrumenten die specifiek voor kostenbeheersing worden ingezet.

De stelselwijziging van 2015 heeft in de jaren daarna tijd, aandacht en geld gekost. De transformatie ging langzamer dan verwacht en de kosten liepen ondertussen op. In de regio hebben we daarom een aantal kwaliteitsimpulsen ingezet die naar verwachting zullen leiden tot kostenbeheersing: maatregelen gericht op de transformatie of instrumentele maatregelen gericht op de kostenbeheersing. Elders in de regiovisie staan deze al genoemd, voor de overzichtelijkheid staan ze hier bij elkaar: • inzet op normaliseren, eigen kracht, meer benutten van de lokale basisvoorzieningen; • jeugdhulpexpertise bij de huisartsenpraktijken; • versnellen van de doorstroom naar de Wet langdurige zorg; • verkennen van de breedte van de jeugdzorgplicht; • jeugdhulp in gezinsvormen en alternatieven gesloten jeugdhulp; • onderzoek naar de belemmeringen bij uitstroom; • Beter Samenspel en de hervorming van de jeugdbeschermingsketen; • Q-analyse12 en de ontwikkeling van een goede dataset voor (data)sturing, Jeugdhulpmonitor;

4.2 S  amenhang met lokale maatregelen voor kostenbeheersing De kostenbeheersingsmaatregelen op regionaal niveau ondersteunen en versterken diverse lokale maatregelen (zie bijlage 7 voor een beknopt overzicht). Zo is in diverse lokale plannen de uitstroom van 18+ een belangrijk thema. Door de aanstelling van een projectleider Uitstroom voor de regio, wordt de kennis van individuele gemeenten gebundeld en worden zij ontlast.

12

De Q-analyse is een check of jeugdhulpaanbieders declareren binnen de afspraken op inzet en volume

Basisdocument 31

• werken met een richtinggevend kader dat inzicht geeft en op basis waarvan we de dialoog voeren over de duur en intensiteit van trajecten; • bestedingsruimte: met de nieuwe inkoop per 2021 is een bestedingsruimte per aanbieder ingevoerd voor meer inzicht en grip op de budgetten per aanbieder; • zicht op de bedrijfsvoering van jeugdhulpaanbieders (o.a. het financieel inzicht: hoe staat de jeugdhulpaanbieder er financieel voor). Bij aanvang van een overeenkomst wordt de financiële draagkracht van de aanbieder getoetst.

4.4 Wat is nieuw? • In de regio Haaglanden gaan we meer aandacht besteden aan normaliseren en eigen kracht. Deze begrippen worden wel gebruikt, maar betekenen voor iedereen iets anders. Landelijk onderzoek laat zien dat hiermee kosten kunnen worden bespaard bovendien het welbevinden en welzijn van gezinnen en jeugdigen positief kan worden beïnvloed. Ook kunnen groepsarrangementen verder ingebed worden in lokale basisvoorzieningen, zoals kinderopvang en BSO. Dit is verder uitgewerkt in paragraaf 3.1. • Belemmeringen in de uitstroom verder wegnemen Denk aan kleinschalige woonvoorzieningen realiseren, integrale problematiek met maatwerk aanpakken en hiervan leren op systeemniveau. We maken gebruik van businesscases van

gemeenten elders in het land. Die laten zien dat bijvoorbeeld het realiseren van uitstroom van de doelgroep van 17 jaar en ouder vanuit Jeugdwet, Wmo en financiële ondersteuning naar zelfstandige woningen met zorgarrangementen op maat niet alleen beter is, maar ook goed goedkoper. • Gezamenlijke werkagenda jeugdhulp-onderwijs met alle samenwerkingsverbanden passend onderwijs in Haaglanden. Hoewel nog niet helemaal duidelijk is hoe dit te kwantificeren, is de verwachting dat betere samenwerking tussen jeugdhulp en onderwijs een kostenbesparing oplevert. Denk aan zorg-onderwijsarrangementen en een betere afbakening tussen onderwijs en jeugdhulp. Dit is verder uitgewerkt in paragraaf 3.5. • We ontwikkelen de data-integriteitscontrole door. Deze richt zich op opvallende afwijkingen in patronen, dubbelingen en doorlooptijden van inzet van producten door jeugdhulpaanbieders. Deze afwijkingen worden automatisch gegenereerd en zijn onderwerp van gesprek tussen gemeenten en aanbieders. De komende jaren organiseert de regio activiteiten die nodig zijn voor een effectieve inrichting en uitvoering van de preventie-, toezichts- en handhavingstaken.

Basisdocument 32

Deel B

5. Samen leren en het versterken van vakmanschap 5.1 Wat willen wij bereiken? Het sociaal domein is continu in beweging. Er komt elke dag nieuwe kennis bij. Zowel kennis die elders is ontwikkeld als kennis die vanuit de praktijk ontstaat. Om die kennis te benutten, moeten leren en verbeteren een vast onderdeel van de diverse werkprocessen blijven of worden. Dit helpt de professional steeds beter te worden in zijn/haar werk. We benuttende ervaring en praktijkkennis van professionals bij het maken van keuzes in het jeugdbeleid en voor het formuleren van nieuwe onderzoeksvragen. We zijn daarbij alert op de belasting die dit continue ‘leren en verbeteren’ met zich meebrengt. Het komt immers naast de vele prioriteiten in de praktijk en we willen de ambitie scherp houden: onze samenwerking op regioniveau inzetten voor een vaste leerstructuur.

5.2 Wat doen we al en willen we versterken? Specifiek voor het leren in het jeugdzorglandschap is binnen het landelijke Actieprogramma Zorg voor de Jeugd een leercirkel ontwikkeld, met het primair hulpproces als basis. Deze vinden we een goed uitgangspunt. We stellen onszelf de opdracht om te onderzoeken, projecten en data aan elkaar te verbinden en deze toegankelijk te maken voor leerdoelen. Doorontwikkeling en verbeteringen in het sociaal domein vragen om samen optrekken door aanbieders en gemeenten en om ondersteuning vanuit de wetenschap en kennisinstellingen. De gemeenten, GI’s en jeugdhulpaanbieders in Haaglanden hebben

zowel binnen de eigen gelederen als in de onderlinge samenwerking vanuit het Transformatiefonds13 de afgelopen jaren in die gezamenlijkheid geïnvesteerd. We stimuleren onderzoek dat ten dienste staat van de kwaliteitsverbetering van de zorg voor de jeugd in onze regio. Op regioniveau werken we daarbij samen met de Werkplaats SAMEN en het Kennisnetwerk Jeugd Haaglanden. Daarin hebben ook vertegenwoordigers van ouders en jongeren een belangrijke plek. Concrete opbrengsten zijn onder meer methodieken, een nieuwe minor, een leercyclus rond stages en diverse praktijkgerichte onderzoeken. We onderscheiden binnen het leren en verbeteren de volgende verantwoordelijkheidsverdeling: de gemeenten in Haaglanden zien het als hun rol om op stelselniveau leren en verbeteren te faciliteren en daarin cliënten, professionals en organisaties een plek te geven. We maken onze kennis en ervaringen voor elkaar beschikbaar. Professionals (en hun eventuele werkgevers) zijn, waar het vakbekwaamheid en de professionele standaarden betreft, eerst verantwoordelijken. De professional zorgt voor ‘een leven lang leren’ en de werkgever faciliteert. Zij maken immers het verschil voor de kinderen en jongeren met wie zij werken. Daarvoor hebben zij ruimte nodig om datgene te

13

Het driejarige programma met projecten rond bijvoorbeeld wachtlijstbeheer en integrale jeugdzorg Begin 2022 verschijnt het verslag van dit programma.

Basisdocument 34

Doorlopend proces van leren en ontwikkelen In rood=opstarten in 2021 Ontwikkeltafel Tellen en Vertellen Beter Samenspel Onderzoek integrale teams Evaluatie zorglogistiek Pilot gezinsvertegenwoordiger Vernieuwen Jeugdbeschermingsketen Jeugdhulp in gezinsvormen Aansluiting passend onderwijs en K.O. Resultaatdialoog Cliënttevredenheid Ontwikkeltafel-issues Leren van casuïstiek (naar voorbeeld Ketenbreed leren integraal werken, evaluatie uithuisplaatsingen) Administratieprotocol Kostenbeheersing

Kwetsbare gezinnen Leernetwerken normaliseren, Integraal werken, Onderzoeksagenda Kennisnetwerk Jeugd Leren van en sturen met data

Zorginnovatie

Wetenschap

Preventie

Primair proces Samenleving

Vragen jeugdige/ ouders

Basiszorg jeugdhulp

Specialistisch veel voorkomend

Specialistisch weinig nodig en schaars

Sociaal domein

Ophalen vragen en ervaringen bij burgers

Cliëntervaring Consultatie en advies Jongerenorganisatie en ExPex

Zorg voor professionals

Ervaringen van professionals Professionals Platform HGL Kennisbijeenkomsten Opleidingscurriculum Samen werken, Samen leren

Basisdocument 35

doen wat nodig is om aan te sluiten bij de behoefte en vragen van de kinderen en jongeren en hen goede hulp te bieden.14 De coördinatie van ‘leren en verbeteren’ vindt in 2021 nog plaats vanuit het Transformatiefonds en wordt daarna geborgd binnen de activiteiten van de programmaorganisatie. Op dit moment wordt gewerkt aan de volgende projecten en onderzoeken. (zie schema Doorlopend proces op vorige pagina) Deze kennisagenda is geen statisch geheel en wordt in de komende jaren naar behoefte gewijzigd en/of aangevuld.

5.3 Wat gaan we uitbreiden? Een optimale kennisinfrastructuur vraagt nog extra acties. We gaan werken aan de volgende instrumenten: a. Cliëntervaring Door de regiogemeenten en jeugdhulpaanbieders wordt op uiteenlopende wijze cliëntervaring verzameld. Cliëntervaring vormt een belangrijke inspiratiebron voor verbeteringen, zowel van beleid als van werkprocessen. In samenwerking met de Haagse Hogeschool is een aanvullende werkwijze opgezet waarbij studenten in hun stage kwalitatieve cliëntervaringsonderzoeken uitvoeren.

Zie ook transformatiedoel Ruimte voor de professional in de Memorie van

14 

Nog niet overal wordt cliëntervaring op eenvoudige, maar gestructureerde manier opgehaald. Er wordt onderzocht of een gezamenlijk instrument hierbij kan helpen, evenals bij het samenbrengen van de afzonderlijk verzamelde informatie. b. Digitaal platform De gemeenten en het Servicebureau in Haaglanden delen kennis op een gezamenlijk platform15, waar ook ruimte is voor de aangesloten kenniscentra, aanbieders en cliëntvertegenwoordigende organisaties. Het platform biedt tevens ruimte aan ad-hoc samenwerking in subregionaal verband. c. Jeugdhulpmonitor We rapporteren periodiek over jeugdhulpgebruik, cliënten, verwijzers, producten, aanbieders en kosten. Deze kwantitatieve monitor maken we jaarlijks kwalitatief door de cijfers te duiden tijdens de conferentie ‘Tellen en Vertellen’. d. Leernetwerken Praktijkleren in de regio Haaglanden krijgt onder meer vorm door te werken in leernetwerken. Een leernetwerk omvat een gericht samengestelde homo- of heterogene groep deskundigen, een concreet vraagstuk en een leerdoel (opleiding, praktijk, beleid). De deelnemers putten primair uit de eigen ervaringen, bijvoorbeeld rond de thema’s ‘normaliseren’ en ‘eigen kracht’.

15

https://jeugdhulphaaglanden.mett.nl/leren/default.aspx

Toelichting bij de Jeugdwet.

Basisdocument 36

e. Inzet op beschikbaarheid van gekwalificeerde professionals Door beperkte beschikbaarheid van gekwalificeerd personeel wordt de norm voor verantwoorde werktoedeling niet altijd gehaald. Hoewel dit een primaire verantwoordelijkheid van jeugdhulpaanbieders is, zullen de gemeenten binnen hun mogelijkheden initiatieven ondersteunen die leiden tot meer werkplezier, het werken met ‘hart, hoofd & handen’ en tot het behouden van gekwalificeerde professionals voor de jeugdhulpsector.

Basisdocument 37

6. Sturingsinstrumenten In hoofdstuk 3 en 4 zijn de opgaven voor de komende vijf jaar beschreven, evenals de ambities in de transformatie en de kostenbeheersing. Het realiseren van deze opgaven is niet alleen een opdracht van de tien gemeenten, maar een opdracht aan de gemeenten en de partners in de jeugdzorg. Het is een oproep aan onze partners om inventief te zijn, het initiatief te nemen om thema’s uit deze visie op te pakken en samenwerkingen aan te gaan om zo gezamenlijk de kwaliteit van de jeugdzorg voor de kinderen en de jongeren in de regio Haaglanden te verbeteren. We zetten de volgende sturingsinstrumenten in om de resultaten ook daadwerkelijk te behalen:

6.1 Wet- en regelgeving De jeugdzorg is mede gestoeld op wettelijke kaders en landelijke en lokale regelgeving, zoals het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind, de Jeugdwet die gemeenten verplicht om alle vormen van jeugdzorg te organiseren en financieren en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) bij de overgang naar volwassenheid. (Meer informatie in bijlage 4.)

6.2 Inkoop en bekostiging

gemeenten en aanbieders uitgewerkt in concrete projecten. We onderzoeken welke diensten en producten het beste (boven) regionaal aangeboden kunnen worden en welke diensten en producten de lokale gemeenten nodig hebben voor inbedding in de lokale infrastructuur. In het inkooptraject Jeugdhulp 2021 is gekozen voor een structuur waarbij de regiogemeenten de mogelijkheid hebben via een herzieningsprocedure tussentijds de overeenkomsten aan te passen. Hierdoor is zowel regionaal als lokaal de nodige ontwikkelruimte gecreëerd. Deze ontwikkelruimte heeft als voordeel dat het rust en ruimte creëert om binnen de huidige inkoopcontracten met aanbieders te werken aan de inhoudelijke doelen uit de regiovisie. Het zorglandschap ontwikkelt zich daardoor gedifferentieerd. We voeren in de komende jaren een onderzoek uit naar mogelijkheden tot het wijzigen van de bekostigingssystematiek. Via sturing op kwaliteit en resultaat, bepalen gemeenten wie voor hen de juiste samenwerkingspartners zijn. Partners moeten zich conformeren aan de ambities uit de regiovisie en moeten bereid zijn in de komende jaren mee te werken aan de ontwikkeling van dit gedifferentieerde zorglandschap binnen het beschikbare budget. Op termijn leidt dit tot een beperking van het aantal aanbieders, met als randvoorwaarde het behoud van een dekkend zorglandschap.

In 2021 is een nieuwe inkoop van jeugdhulp voor de komende zes jaar gerealiseerd. De ambities op het zorglandschap worden de komende jaren via onder meer de ‘Ontwikkeltafel’ van

Basisdocument 38

6.3 Contractmanagement Sturing via contractmanagement is tot nu toe vooral gericht geweest op individuele aanbieders. Het zwaartepunt lag bij aanbieders met de grootste omzet. Dit betreft 20% van de aanbieders die 80% van de omzet realiseren. Het blijkt hierdoor ingewikkeld om aanbieders gezamenlijk op een verantwoordelijkheid aan te spreken, hetgeen wel onze wens is. We gaan daarom meer sturen op de samenhang tussen kwaliteit van zorg, integraliteit, budget en doelmatigheid. We verleggen de sturing van aanbiedergericht naar gericht op inzet en resultaat. We verkennen mogelijkheden voor sturing per gebied, sturing per productgroep (zoals jeugd-GGZ of jeugdhulp met verblijf) en sturing op beweging in een keten (zoals de beweging van verblijf naar ambulante zorg). Hiervoor zijn reeds gegevens beschikbaar over zorggebruik (volume, duur) en prijs. Aanvullend verzamelen we hiervoor informatie over de kwaliteit van zorg, cliëntstromen (ook wel zorgpaden), de beschikbaarheid van zorg en cliëntervaring. Hiermee kunnen we beter integraal sturen op het bereiken van de gewenste doelen.

6.4 Communicatie Communicatie is een belangrijk sturingsinstrument dat we de komende jaren beter willen benutten. De ontwikkeling van deze regiovisie is een eerste, goede stap in het voeren van een structureel dialoog met ouders, jongeren, professionals en andere betrokkenen over de beoogde (maatschappelijke)

resultaten en de concretisering van de leidende principes in het dagelijkse werk. Verder hebben we, naast de website van het Servicebureau en de nieuwsbrief voor aanbieders, een digitaal leer- en ontwikkelplatform gelanceerd. Dit is een interactief platform voor professionals uit de regio Haaglanden die in de jeugdzorg werken. Hier is onder andere ruimte voor aangesloten kenniscentra, aanbieders en cliëntvertegenwoordigende organisaties om kennis en ervaringen uit te wisselen.

6.5 Regionale samenwerking en governance De gemeenten hebben een regionale programmaorganisatie ingericht, bestaande uit een netwerkorganisatie met een coördinerend programmabureau, het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden - ingesteld bij gemeenschappelijke regeling (GR)en tien samenwerkende gemeenten. De programmaorganisatie werkt aan de uitvoering van de regiovisie, samen met de gemeenten en overige partners in de regio. Er wordt samengewerkt in diverse gremia (zie bijlage 8). Het Programmabureau is ondersteunend aan de tien gemeenten, coördineert de netwerksamenwerking en krijgt zijn opdracht uit het directeurenoverleg H10. Het heeft twee opdrachten: de transformatie vormgeven en de kostenbeheersing vormgeven. Hiervoor stelt het jaarlijks een jaarplan op in samenwerking met de tien gemeenten dat aan de raden wordt aangeboden.

Basisdocument 39

Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden Het Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden (hierna: Servicebureau) is de bedrijfsvoeringsorganisatie met een gemeenschappelijk regeling (GR) als juridische basis. Het verzorgt, binnen de door de gemeenten gestelde kaders, de wijze van inkoop, de inkoopprocedure en de contracten. Omdat de contracten tussentijds kunnen worden aangepast via een herzieningsprocedure, is dit een continuproces. De taken van het Servicebureau zijn: - contracten met jeugdhulpaanbieders afsluiten; - het verzorgen van de administratie rond digitale declaraties, het controleren van het berichtenverkeer en het verzorgen van een betaalbestand voor de gemeenten; - sturingsinformatie ophalen en analyseren en gemeenten op basis hiervan adviseren; - contractbeheer en contractmanagement; - de regionale uitgaven analyseren, advies geven, bijdragen aan de verantwoordingscyclus en adequate managementinformatie leveren; - regie voeren op de administratieve processen bij de netwerkpartners; 1. Positie Colleges B&W en gemeenteraden Het bestuur van de GR voor het Servicebureau bestaat uit een vertegenwoordiging van drie wethouders. Het GR-bestuur stelt de begroting en de jaarrekening vast. Het GR-bestuur heeft een inlichtingen- en verantwoordingsplicht richting de tien colleges en gemeenteraden. De gemeenteraden stellen de regiovisie vast.

Hierin zijn de gezamenlijke ambities beschreven, gericht op de transformatie

en de kostenbeheersing. Jaarlijks rapporteren de tien gemeenten, het Programmabureau en het Servicebureau aan de colleges over de voortgang. Voor de rapportage aan de raden werken wij (in het kader van de regionale Jeugdhulpmonitor) toe naar een beperkt aantal Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s) om de realisaties van ambities uit de regiovisie te kunnen volgen. Het jaarverslag evenals het jaarplan wordt aangeboden aan de raden. 2. Aanspreekpunt en woordvoering De gemeente Den Haag is bestuurlijk aanspreekpunt en kan extern optreden namens de regio. Dit geldt ook op het gebied van woordvoering. Wethouders stemmen onderling af en worden geadviseerd vanuit het Directeurenoverleg. Een oproepbaar beraad bestaande uit een vertegenwoordiging van H1, H4 en H516 kan deze rol overnemen bij urgente zaken. 3. Wijze van besluitvorming De regionale netwerksamenwerking werkt op basis van consensus. Bij de GR is er sprake van een gewogen stemverhouding. Het stemgewicht wordt per gemeente bepaald op basis van het inwoneraantal van 1 januari van het voorgaande jaar.

16

H1: gemeente Den Haag; H4: de gemeenten Delft, Midden-Delfland, Rijswijk en Westland H5: de gemeenten Leidschendam-Voorburg, Pijnacker-Nootdorp, Voorschoten Wassenaar en Zoetermeer

Basisdocument 40

4. Duur van de regionale samenwerking De gemeenten uit de regio Haaglanden verbinden zich voor onbepaalde tijd aan elkaar in de GR. De GR voorziet in een regeling voor uittreding. (art. 20). 5. Regionale samenwerking met jeugdhulpaanbieders en GI’s De samenwerking met de jeugdhulpaanbieders en GI’s krijgt onder meer vorm bij de doorontwikkeling van een aantal openstaande thema’s uit het recent doorlopen inkooptraject. Hiertoe is een ontwikkeltafel ingericht. Voor het gezamenlijk bespreken en duiden van de bewegingen in het zorglandschap is er drie keer per jaar strategisch ambtelijk overleg, met een vertegenwoordiging van grote, middelgrote en kleine jeugdhulpaanbieders. Twee keer per jaar vindt dit op bestuurlijk niveau plaats. Daarnaast kan op via seminars en werkbezoeken op informele wijze afstemming plaatsvinden. 6. Governance met betrekking tot de bovenregionale samenwerking • De samenwerking rond het Actieprogramma JeugdzorgPlus kent een werkagenda. De gemeente Rotterdam is accounthouder. De gemeente Leidschendam-Voorburg vertegenwoordigt regio Haaglanden in de stuurgroep. • Binnen de bovenregionale samenwerking rond de GI’s is Den Haag accounthoudende gemeente. • Voor de ontwikkeling van het Bovenregionaal Expertisenetwerk is Rotterdam een coördinerende rol toebedeeld voor

het landsdeel Zuid Holland. Het Expertiseteam Complexe Zorg vervult de rol van projectleider. In de stuurgroepen vertegenwoordigt Rijswijk de H10. • Haaglanden kan betrokken raken bij continuïteitsvraagstukken van bovenregionaal (hoog)specialistisch aanbod. Voor het behoud van aantoonbaar schaars specialisme nemen we in dat geval medeverantwoordelijkheid. Onze beleidslijn is dat we primair kiezen voor het zo lokaal/regionaal mogelijk organiseren van aanbod. 7. Governance van opgaven uit de regiovisie De regiovisie wordt voor de komende vijf jaar vastgelegd. Het is het kader voor de opgaven op de transformatie en kostenbeheersing. De governance rond de concrete opgaven (programma’s of projecten) moet vooral helpen om vaart te maken, om helderheid te schetsen over rollen en verantwoordelijkheden en om gezamenlijk concrete stappen te zetten.

6.6 Monitoren en informatievoorziening Een gezamenlijke jeugdhulpmonitor In de regio Haaglanden werken we samen met de jeugdhulpaanbieders aan de inrichting van een regionale informatievoorziening als basis voor onze Regionale Jeugdhulpmonitor. De informatievoorziening stelt ons de komende jaren steeds beter in staat om te monitoren en te sturen en de verantwoording aan de gemeenteraden te vereenvoudigen.

Basisdocument 41

Efficiëntie De gemeenten maken afspraken over de wijze van informatieverzameling en een uniforme, regionale set van te verzamelen data voor jeugdhulp. We gebruiken data van het Servicebureau (landelijk berichtenverkeer en declaratiebestanden), maar waar nodig vragen we ook lokale teams om aanvullende data te leveren. We benutten bronnen als CBS (o.a. via de Urban datacenters van Den Haag en Leidschendam-Voorburg). Deze afspraken bieden efficiencyvoordelen, verlagen de administratieve lasten en verhogen de kwaliteit van de informatievoorziening, zowel voor de gemeenten als voor de jeugdhulpaanbieders. Benchmarken en leren Een gezamenlijke jeugdhulpmonitor biedt de mogelijkheid om binnen Haaglanden te benchmarken en regionale ontwikkelingen te monitoren en te verklaren. Door prestaties op een vergelijkbare manier te meten, komen gemeenten, aanbieders en cliënten meer te weten over de effecten en kwaliteit van jeugdhulp. Hiervoor is ook het verhaal achter de cijfers van belang. Het is ‘tellen en vertellen’. Aanbieders, lokale teams en onderzoekers krijgen de gelegenheid om aan te geven wat verklaringen of oorzaken (kunnen) zijn van trends of resultaten en hoe zij deze gebruiken om verbeteringen in hun hulpverlening of diensten aan te brengen.

Voor gemeenten zijn deze gesprekken belangrijk om een succesvolle meet- en verbeterbeweging op gang te brengen, die uiteindelijk tot realisatie van de gestelde beleidsdoelen zal leiden.

Wat willen wij bereiken? • We maken gebruik van actuele, betrouwbare financiële en inhoudelijke (trend)gegevens over de jeugdzorg. Dit is enerzijds nodig om te kunnen sturen op kwaliteit en de gewenste transformatiedoelen, anderzijds om te kunnen sturen op geleverde prestaties binnen de jeugdzorg en op het gebied van kostenbeheersing. We willen inzicht in de resultaten van geleverde hulp en ondersteuning én we willen zicht houden en grip krijgen op de uitgaven. • Daarnaast willen we de Regionale Jeugdhulpmonitor benutten om de gemeenteraden structureel informatie te bieden over de ontwikkelingen binnen de jeugdzorg. Hiermee kunnen zij hun kaderstellende rol op het beleid en hun controlerende rol op de resultaten uitoefenen. Wat doen we al en willen we versterken? Doorontwikkeling Regionale jeugdhulpmonitor Het fundament voor onze Regionale Jeugdhulpmonitor bestaat uit data uit het berichtenverkeer over de inzet en declaraties voor jeugdhulp. In 2020 lag de focus op de Q-analyse en het tijdig declareren door aanbieders. Deze focus zetten we door. Data uit het berichtenverkeer worden verrijkt met data uit andere bronnen, bijvoorbeeld over voortijdig schoolverlaten en van lokale teams. Een ander belangrijk aandachtspunt is het implementeren van de landelijke basisset ten behoeve van het monitoren van de outcome van jeugdhulp.

Basisdocument 42

Duiden van de gegevens We gaan door met het jaarlijks organiseren van Tellen&Vertellen-sessies. Wat zien we? Wat valt op? Wordt dit herkend? Wat betekent dat? Deze duiding is essentieel om betekenis te geven aan data en hiervan te kunnen leren. Wat is nieuw? Kwalitatieve informatie Naast de kwantitatieve informatie uit de Jeugdhulpmonitor is kwalitatieve informatie nodig om een goed beeld te krijgen van wat goed gaat en wat (nog) beter kan. Op deelonderwerpen gaan we hiervoor kwalitatief onderzoek (laten) uitvoeren. Koppeling van praktijk- en cliëntervaring aan cijfers Voor duiding van de gegevens is inzicht in casuïstiek en ervaringen van cliënten en professionals belangrijk. Wat leren we van de casuïstiek? Resultaten inzetten als instrument om te sturen op kwaliteit Door het hanteren van een eenduidige informatievoorziening, kunnen resultaten met elkaar worden vergeleken (zowel tussen gemeenten als met eerdere jaren). Daardoor is de informatie betrouwbaarder om in te zetten als sturingsinstrument.

Basisdocument 43

7. Financiën Regionale begroting De tien gemeenten financieren op basis van hun inwonersaantal naar rato de regionale kosten voor het Programmabureau, het Servicebureau en projecten. Dit doen zij binnen de bestaande kaders en het Programmabureau verwerft waar mogelijk aanvullende middelen uit landelijke en bovenregionale budgetten. De ambities uit de regiovisie worden jaarlijks door het Programmabureau geconcretiseerd in een jaarplan met bijbehorende begroting. De H10-directeuren leggen het jaarplan en de begroting voor aan het Bestuurlijk Overleg Jeugd.

Binnen de reguliere regionale begroting onderzoeken we of wederom een fonds kan worden ingericht voor innovaties of eenmalige investeringen die nodig zijn om de ambities te realiseren.

Innovatiefonds In de afgelopen jaren zijn op lokaal en regioniveau tal van activiteiten en projectenuitgevoerd met het oog op transformatie van de jeugdzorg. Sinds 2019 werd in het kader van het regionale Transformatieprogramma, dat eind 2021 eindigt, geïnvesteerd in: • versterking van de toegangsfunctie (het vakmanschap van de professionals, het oplossen van knelpunten met betrekking tot regie in complexe gezinnen, het samenspel tussen lokaal team en GI) ; • de kwaliteit (kinderen zo thuis mogelijk laten opgroeien, ook in complexe situaties vaker oplossingen creëren in de eigen leefwereld en daarmee het gebruik van residentiële voorzieningen terugdringen); • kosteneffectiviteit (kosteneffectieve inzet van de jeugdzorg).

Basisdocument 44

Bijlage 1

 artijen die bij de ontwikkeling van de P regiovisie betrokken zijn • Ervaringsdeskundige jongeren • Ervaringsdeskundige ouders • Gemeenteraden • Professionals van lokale teams en van jeugdhulpaanbieders • Managers Lokale Teams en Gecertificeerde Instellingen (GI’s) • Huisartsen • Adviesraden Sociaal Domein • Bestuurders van jeugdhulpaanbieders en GI’s • Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs • Bovenregionale partners JB-keten • Accountmanagers Servicebureau • Beleidsadviseurs gemeenten • Managers JGZ

Basisdocument 45

Bijlage 2

Grafieken startfoto (De data over het jaar 2020 zijn gebaseerd op de gegevens uit het berichtenverkeer die tot en met 20 februari 2021 zijn verwerkt.)

2.831 jeugdigen 173.337.430

1,24%

1,2

152.637.169

150.000.000

1,10%

1,16% 131.010.967

1,09%

1,07% 1,01%

0,9Specialistische GGZ (exclusief Dyslexie) 103.827.911

100.000.000

0,47%

0,36%

1,24%

1,2

0,9 2016

2.497 jeugdigen

Jeugd en Opvoedhulp (exclusief Gezinshuizen en Pleegzorg) 0,38% 1,10%

1,09%

1,01%

2017

1,11%

Jeugd (Licht) Verstandelijk Beperkt

1,15%

0,3

0,31%

0,30%

Generalistische Basis GGZ 1,07%

0

1,07%

1.066 jeugdigen

1,16%

173.337.430

1,04%

1,15%

0,6Regionale voorzieningen 2.831 jeugdigen

50.000.000

1,11%

Sociaal Maatschappelijk Werk

91.533.916

1,5

2018

2019

1,04%

0,32%

707 jeugdigen 0,30%

0,28%

0,26%

0,25%

2017

2018

2019

1,07% 2.497 jeugdigen

Dyslexie

% 0,0

2020

2015

2016

152.637.169

0,6

0.967

18

1,5

200.000.000

1.066 jeugdigen

Grafiek:

0,47%

Specialistische GGZ (exclusief Dyslexie) 0,38% Sociaal Maatschappelijk Werk 0,3

0,31%

0,30%

Regionale voorzieningen

0,36%

0,28%

Kostenstijging

707 jeugdigen

0,32% ambulante jeugdhulp 0,30%

(bron: declaraties 0,26%

0,25%

2018

2019

Haaglanden en CBS)

Jeugd en Opvoedhulp (exclusief Gezinshuizen en Pleegzorg)

% 0,0

Jeugd (Licht) Verstandelijk2015 Beperkt

2019

2016

2017

Jeugdbescherming - Haaglanden Jeugdbescherming - Nederland Jeugdreclassering - Haaglanden Jeugdreclassering - Nederland

Generalistische Basis GGZ

Grafiek: Percentages cliënten met jeugdbescherming of

Dyslexie

jeugdreclassering (bron: declaraties Haaglanden en CBS)

2020

Basisdocument 46

300.000.000

2.000

€ 278.012.276

1.500

1.519 1.447

1.562 1.483

1.454 1.252

250.000.000

€ 255.015.166 € 232.045.120

1.000 200.000.000 € 197.497.335

500 € 168.028.825 € 177.358.638

150.000.000

0 2015

2016

2017

2018

2019

2020

2015

2016

2017

2018

2019

2020

Grafiek: Aantal unieke jeugdigen in perceel Crisis

Grafiek: Totale kosten; kostenstijging is groter dan op basis van de

(bron: declaraties Haaglanden)

prijsindexatie en bevolkingsgroei mag worden verwacht (bron: Jaarrekening en prognose Servicebureau H10 - laatste (niet definitieve) prognose 2020 van 22 februari 2021)

Basisdocument 47

40

39%

38% 37%

35%

35

20

26.842

25.521

27.600

28.475

27.616

30.000

31%

30

17,5%

15

25

22.500

27.600

28.475

27.616

30.000

9,9%

40 35

% -5

2,8%

7.500

3,2%

15

2018

11%

Verschil kosten

5%

5

-0,3%

2018

2019

2019

2020

Verschil aantallen

%

0

10% 8%

5%

2%

10% 8% 2%

3%

2018

%

3%

0

Verschil kosten

2018

11%

9% 6%

9% 6%

2020

Gecertificeerde instelling Jeugdarts / Medisch specialist Rechter, Officier van Justitie, functionaris Justitiële jeugdinrichting

1%

Zelfverwijzer / geen verwijzer

2019

Jeu

Rec

Zel

2019

Huisarts 11%

Gec

1%

Gemeente

2020

14%

9% Aantal unieke 10jeugdigen per jaar

0

9%

Verschil aantallen

-0,3%

20 2017

2016

10

Hui

5

0

25

15.000

14%

Aantal unieke jeugdigen per jaar

30

0 9,0%

2,8%

7.500 35%

3,2% 33%

31%

22.500

9,9%

37%

15

11%

39%

38%

5,2%

5

7,5%

15.000

9,0%

5,6%

Gem

20

11,4% 10,3%

10

33%

2020

Grafiek: Procentuele groei van de kosten vergeleken met de procentuele groei van het

Grafiek: Procentuele verdeling van de verwijzingen door verschillende

aantal cliënten (bron: declaraties Haaglanden)

wettelijke verwijzers (bron: declaraties Haaglanden)

Basisdocument 48

Bijlage 3

Leidende principes JONG doet mee! Zo zijn onze manieren in Haaglanden In Haaglanden werken we samen met jeugdigen en opvoeders in de jeugdhulp. Dit is belangrijk omdat de jeugdhulp dan effectiever wordt, omdat het verplicht is in de Jeugdwet én omdat opvoeders en jeugd aangeven ook meer wíllen samenwerken Uitgaan van wat opvoeders en jeugdigen belangrijk vinden, krijgt vorm op de verschillende niveaus van praktijk, organisatie en

beleid uiteenlopend. De kern is het gesprek met elkaar, helder krijgen wat ieder bedoelt en de vertaling ervan naar de ondersteuning en hulp, de werkwijzen en procedures, domeinoverstijgend werken, de toegang en de inkoop, de monitoring enz. De volgende 8 punten vinden opvoeders en jeugdigen belangrijke waarden voor jeugdhulp:

Serieus nemen

Samen beslissen

Veiligheid & rust

Alle leefgebieden

Relatie / De klik

Mijn leefwereld

Netwerk

Uitgaan van kracht

Bron: JSO, ontwerp DSGN.FRM Basisdocument 49

Basisafspraken: omgaan met elkaar Je leest hiernaast de regels voor omgaan met elkaar. Iedereen houdt zich aan deze regels. Je hulpverlener praat over deze regels in de eerste gesprekken met jou. De regels worden aangepast als dat nodig is. Jij en je hulpverlener zetten allebei je handtekening onder de regels. Met hulpverlener bedoelen we je behandelaar, jeugdbeschermer of begeleider. Wij gebruiken deze regels omdat: • Iedereen weet wat je van elkaar verwacht. • De relatie en samenwerking tussen jou en je hulpverlener is dan gelijkwaardiger. • Het is dan voor jou gemakkelijker om te zeggen als je vindt dat het niet goed gaat.

De regels 1. Wat de hulpverlener van mij verwacht, verwacht ik ook van de hulpverlener. Bijvoorbeeld: we komen allebei op tijd. 2. Mijn hulpverlener heeft mij verteld wat mijn rechten zijn. Ik weet daarom welke rechten ik heb. Ik weet ook naar wie ik toe kan met vragen of klachten over de hulp of behandeling. 3. Mijn hulpverlener geeft mij alle informatie uit onderzoeken, vragenlijsten of gesprekken. Zo kan ik zelf kiezen welke hulp of behandeling ik wil krijgen. 4. Samen met mijn hulpverlener praat ik over hoe de hulp of behandeling gaat. We doen dat … keer per jaar. 5. Ik stel vragen aan mijn hulpverlener als ik iets niet begrijp. Ik kan ook vragen stellen aan andere hulpverleners, jeugdbeschermers of behandelaren als ik iets niet begrijp. 6. Mijn hulpverlener heeft geen vooroordelen over mij. Dat betekent dat mijn hulpverlener niet zelf bedenkt wat waar is over mij, zonder er met mij over te praten. Mijn hulpverlener luistert naar mij en ziet mij als een mens. Niet als probleem. Mijn hulpverlener ondersteunt mij op alle levensgebieden als dat nodig is.

Basisdocument 50

Bijlage 4

Wet- en regelgeving Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind Het wettelijk kader van deze regiovisie begint bij het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Dit VN-verdrag beschrijft de rechten van kinderen op bijvoorbeeld bescherming, onderwijs en opvoeding door de eigen ouders, alsook op het recht op bescherming tegen uitbuiting en mishandeling en op bescherming als het kind geen gezin meer heeft. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens vormt de juridische basis van de nationale wetgeving voor de jeugdbescherming: in artikel 6 staat dat iedereen recht heeft op de behandeling van zijn zaak door een onafhankelijk rechter en artikel 8 omschrijft het recht van iedereen op een ongestoord gezinsleven. Jeugdwet De Jeugdwet verplicht gemeenten om alle vormen van jeugdzorg te organiseren en te financieren. Behalve voor het aanbieden van jeugdhulp van goede kwaliteit zijn gemeenten verantwoordelijk voor het organiseren van jeugdbescherming en jeugdreclassering en moeten zij maatregelen nemen voor de aanpak van kindermishandeling. Daarbij moet de samenwerking met andere sectoren zoals zorg, politie en justitie gezocht worden, alsmede met het onderwijs dat, zo stelt de Wet passend onderwijs, een zorgplicht heeft ten aanzien van kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Wet passend onderwijs (bron www.NJi.nl)

Het doel van de Wet passend onderwijs is dat alle kinderen een

plek krijgen op een school die past bij hun kwaliteiten en mogelijkheden. Ook als zij extra ondersteuning nodig hebben. Scholen in dezelfde regio werken samen in een samenwerkingsverband. In de Wet passend onderwijs staat dat deze samenwerkingsverbanden verplicht een ondersteuningsplan op moeten stellen. In dit ondersteuningsplan staan onder meer afspraken over: • het niveau van de basisondersteuning op de scholen; • de manier waarop een samenhangend geheel van voorzieningen voor extra ondersteuning binnen en tussen de scholen wordt georganiseerd; • de verdeling van de middelen. Volgens de Wet passend onderwijs is een samenwerkingsverband verplicht hun ondersteuningsplan af te stemmen op het beleidsplan over jeugdhulp van de gemeente. Soms is het ook nodig dat onderwijs, jeugdhulp en gemeente afstemmen rondom individuele ondersteuning. Een school moet elke leerling die bij de school is aangemeld een zo passend mogelijke vorm van onderwijs aanbieden (zorgplicht). Kan de school dat niet zelf, dan moet zij de ouders een voorstel doen voor een ander, wél passend aanbod binnen hun samenwerkingsverband. Alle scholen, ook scholen in het (voorgezet) speciaal onderwijs, ontvangen vanuit het Rijk een vast budget (basiskosten) per ingeschreven leerling. Daarnaast ontvangt het samenwerkingsverband van de scholen een aanvullend budget voor extra ondersteuning.

Het budget voor extra ondersteuning is in ver-

Basisdocument 51

houding met het aantal leerlingen binnen het samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband verdeelt het budget voor extra ondersteuning over de scholen, zodat er meer maatwerk mogelijk is. Overige relevante wetgeving De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is een relevante aanpalende wet, bijvoorbeeld omdat het recht op onafhankelijke cliëntondersteuning voor jeugd (en gezin) is geregeld in de Wmo (dus niet in de Jeugdwet. En ook bij de overgang naar volwassenheid is de Wmo van belang. Dat geldt ook voor de Zorgverzekeringswet. Daarnaast is uit oogpunt van preventie (vroeg-signalering) de Wet publieke gezondheid van belang omdat deze onder meer de gemeentelijke verplichtingen met betrekking tot de jeugdgezondheidszorg beschrijft. Tot slot zijn van belang de Wet langdurige zorg en de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. De Norm voor Opdrachtgeverschap (Bron: Vereniging van Nederlandse Gemeenten; Jeugdzorg Nederland;

Met de Norm voor Opdrachtgeverschap erkennen de gemeenten dat voor sommige vormen van zorg regionale en bovenregionale samenwerking vereist is. De norm schetst hoe ze dat willen regelen. Het gaat daarbij vooral om de beschikbaarheid van weinig voorkomende en specialistische vormen van hulp. In de norm staat dat gemeenten in regionaal verband een regiovisie opstellen, in overleg met onder meer jeugdhulpaanbieders, Gecertificeerde Instellingen, jongeren en ouders. De regiovisie moet helderheid bieden over hoe gemeenten in regioverband zorgdragen voor de beschikbaarheid en continuïteit van specialistische jeugdhulp. Ook staat in de regiovisie hoe de toegang tot de gecontracteerde hulp geregeld is. Verder beschrijft de regiovisie hoe en voor welke functies gemeenten bovenregionaal samenwerken, bijvoorbeeld bij de realisatie van bovenregionale expertisecentra. De norm verplicht gemeenten om binnen hun regio dezelfde contractvoorwaarden te hanteren en zich te houden aan dezelfde zorgvuldigheidseisen bij de inkoop. Ook willen de gemeenten reële tarieven hanteren.

ministerie van VWS)

De Nederlandse gemeenten hebben medio 2020 ingestemd met de Norm voor Opdrachtgeverschap, waarin staat hoe ze regionaal en bovenregionaal willen samenwerken bij de inkoop van jeugdzorg, beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Dat heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, opsteller van de norm, bekendgemaakt.

Basisdocument 52

Bijlage 5

Het zorglandschap en bijbehorende begrippen Wat betekent de Jeugdwet voor gemeenten? Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de hele Jeugdwet. De uitvoering zelf is belegd bij diverse partijen, zoals toegangsorganisaties en jeugdhulpaanbieders. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van alle vormen van jeugdzorg, voortkomend uit de Jeugdwet. Denk hierbij aan hulp aan huis bij problemen in het gezin, maar ook bij psychische en gedragsproblemen van kinderen en jongeren. Gemeenten hebben de plicht om jeugdzorg en ondersteuning te bieden, bijvoorbeeld aan jongeren met een beperking, stoornis, aandoening of opgroeiproblemen. Door die verplichting, de jeugdhulpplicht, moeten gemeenten in ieder geval: • de jongere adviseren welke hulp het beste past; • samen met de jongere de goede vorm van jeugdhulp kiezen; • zorgen dat de gekozen jeugdhulp ook echt beschikbaar is. Preventie in de sociale basis is primair een lokale aangelegenheid. Jeugdhulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering wordt samen met de tien gemeenten in de regio Haaglanden vormgegeven. Gesloten jeugdhulp (JeugdzorgPlus) wordt vanuit Haaglanden gezamenlijk met regio Rotterdam Rijnmond georganiseerd. Daarnaast zijn er nog hoog specialistische vormen van jeugdhulp die landelijk georganiseerd worden.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan specialistische centra voor kinderen met ernstige eetstoornissen.

De Jeugdwet stelt dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de uitvoering gericht op: • Het voorkomen en de vroege signalering van en vroege interventie bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen; • Het versterken van het opvoedkundige klimaat in gezinnen, wijken, buurten, scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen; • Het bevorderen van de opvoedvaardigheden van de ouders, opdat zij in staat zijn hun verantwoordelijkheid te dragen voor de opvoeding en het opgroeien van jeugdigen; • Het inschakelen, herstellen en versterken van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige, zijn of haar ouders en de personen die tot hun sociale omgeving behoren, waarbij (voor zover mogelijk) wordt uitgegaan van hun eigen inbreng; • Het bevorderen van de veiligheid van de jeugdige in de opvoedsituatie waarin hij of zij opgroeit; • Integrale hulp aan de jeugdige en zijn of haar ouders, indien sprake is van multiproblematiek; • Het tot stand brengen en uitvoeren van familiegroepsplannen en het verlenen van hulp op basis van familiegroepsplannen. Jeugdzorg in Haaglanden: vier bouwstenen We onderscheiden vier bouwstenen: • Lokale teams dicht bij huis, in de eigen omgeving; • Ambulante jeugdhulp en dagbehandeling; • Jeugdhulp met verblijf; • Uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering.

Basisdocument 53

Inzet door lokale teams dicht bij huis, in de eigen omgeving Conform de bedoeling van de decentralisatie organiseert elke gemeente naar eigen inzicht de lokale jeugdhulp, passend bij de lokale prioriteiten en de sociale infrastructuur. Hierbij spelen lokale basisvoorzieningen als sport, welzijn, school (en leerplicht) en de jeugdgezondheidszorg een belangrijke rol. Dit is het geval in onder andere de vroegsignalering, maar ook bij het bieden van steun aan kwetsbare jeugdigen en gezinnen. Multidisciplinaire lokale teams zijn bij vragen of problemen beschikbaar voor advies en hulp bij het zoeken naar oplossingen. Die oplossingen zoeken we eerst en vooral binnen de eigen mogelijkheden van de ouders en jeugdigen met een hulpvraag. Lokaal organiseren we het preventieve aanbod, onder andere door middel van eerstelijns jeugdhulp vanuit de lokale teams.

Hulp bij psychische problemen, verstandelijke beperking, opvoedproblemen uitgevoerd door jeugdhulpaanbieders Ambulante jeugdhulp en dagbehandeling (jeugdhulp zonder verblijf): • hulp of ondersteuning door lokale teams; • behandeling op locatie van de jeugdhulpaanbieders; • begeleiding op locatie van de jeugdhulp aanbieders; • ondersteuning, begeleiding of behandeling in de leefomgeving van een kind of jongere (thuis, op school). Er zijn hulpvragen die zo complex zijn dat ze niet (alleen) lokaal door lokale teams kunnen worden beantwoord. Lokale teams (en andere ‘toegangen’ zoals de huisartsen) kunnen er in dit geval tijdelijk specialistische jeugdhulp bijhalen. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van ambulante hulp in het gezin, op school of op locatie van de aanbieder of door de inzet van dagbehandeling.

De term ‘jeugdzorg’ is de verzamelnaam voor alle vormen van hulp en ondersteuning aan jeugdigen (en hun ouders): • Hulp bij psychische problemen, verstandelijke beperking, opvoedproblemen, variërend van licht-ambulant tot en met intensieve, zeer gespecialiseerde zorg in een al dan niet gesloten setting • Jeugdbescherming • Jeugdreclassering

Jeugdhulp met verblijf: • pleegzorg; • logeervoorzieningen; • gezinsgerichte opvang (logeerhuizen of zorgboerderijen); • gezinshuizen; • open, residentiële voorzieningen; • gesloten, residentiële voorzieningen (JeugdzorgPlus); • overige jeugdhulp met verblijf (waaronder kamertraining). Voor een klein deel van de jeugdigen is, aanvullend op de ambulante of dagbehandeling, een behandeling met verblijf nodig. Het gaat hier om complexe, weinig voorkomende jeugdhulp. Denk hierbij aan opname in de gesloten jeugdhulp (JeugdzorgPlus) en klinische behandeling van anorexia of psychoses.

Basisdocument 54

Daarnaast is er een eveneens kleine groep jeugdigen die niet thuis kan opgroeien en waarvoor een vervangend thuis gevonden moet worden (pleeggezin, gezinshuis, kleinschalige woonvoorziening). Wat is het verschil tussen vrij toegankelijke voorzieningen en specialistische jeugdhulp Vrij toegankelijke voorzieningen zijn voorzieningen waar alle kinderen tot 18 jaar gebruik van kunnen maken. Bijvoorbeeld het consultatiebureau, het lokale (wijk)team, de school, de sportclub, de peuterspeelzaal, jongerenwerk. Specialistische jeugdhulp voorziet in individuele hulp wanneer vrij toegankelijke voorzieningen niet toereikend zijn. Er is een beschikking nodig om deze te krijgen. Kinderen kunnen hier alleen gebruik van maken als ze worden doorverwezen door een wettelijke verwijzer (zoals een huisarts, kinderarts, het lokaal team). Uitvoering van jeugdbescherming en jeugdreclassering Jeugdbescherming en jeugdreclassering vormen samen het ‘gedwongen kader’. Dit gaat over verplichte maatregelen voor ouders of jongeren. Deze verplichte maatregelen worden ingezet als de veiligheid van een kind of van de samenleving in het geding is. Niet de gemeente maar de kinderrechter legt deze maatregelen op, na advies van de Raad voor de Kinderbescherming. De zogenoemde Gecertificeerde Instellingen (GI ‘s) voeren de jeugdbescherming en jeugdreclassering uit.

De taken op het vlak van jeugdbescherming en jeugdreclassering vloeien voort uit rechterlijke machtigingen, dan wel lopen daarop vooruit

(‘preventieve jeugdbescherming’). In gezinssituaties waar sprake is van een juridische maatregel bieden de lokale teams en jeugdhulpaanbieders feitelijk de door de GI bepaalde hulp. We onderscheiden hier dus toezicht (door de GI) van de geboden hulp (door lokale teams en jeugdhulpaanbieders). JB-West voert de taak ‘Crisisinterventie team (CIT)’ uit. Het gaat hier om 24-uurs bereikbaarheid en de zorg/verantwoordelijkheid voor adequate inzet van jeugdhulp in crisissituaties. Jeugdbescherming: • Ondertoezichtstelling (OTS) • Voogdij Jeugdreclassering (begeleiding voor jongeren die een proces-verbaal hebben gehad van de politie of leerplichtambtenaar): • Toezicht en begeleiding gedwongen • Toezicht en begeleiding vrijwillig • Individuele trajectbegeleiding Als gemeenten samen sterker en efficiënter Op een aantal onderwerpen bundelen de gemeenten, los van de regionale inkoop, al langere tijd de krachten in aansturing en bekostiging. Dit blijven zij doen. Voorbeelden hiervan zijn: •  Integrale Vroeghulp is een multidisciplinair team dat zich inzet ten behoeve van jonge kinderen met (een vermoeden van) ontwikkelingsproblemen. Er kunnen zorgen zijn rondom de emotionele, verstandelijke en/of lichamelijke ontwikke-

Basisdocument 55

ling. Maar ook met vragen over het gedrag van hun kind kunnen ouders terecht bij Integrale Vroeghulp. Integrale Vroeghulp voorziet zo in een behoefte van ouders om duidelijkheid te krijgen over een eventuele diagnose en/of waar zij met hun kind terecht kunnen voor passende hulp. De verbinding met dit multidisciplinair team en de gemeenten vindt plaats via een lokale trajectbegeleider die schakelt met lokale structuur (o.a. JGZ en lokale teams) van alle gemeenten. •  Kenniscentrum Kind en Scheiding bundelt voor de gemeenten in Haaglanden alle beschikbare kennis en informatie op het gebied van hulp en ondersteuning bij scheidingen, onder andere door bureaudienst en spreekuren op de eigen locatie en in de gemeenten. Het is er voor kinderen, ouders en het netwerk die te maken hebben met een (complexe) scheiding. Daarnaast biedt het ondersteuning aan professionals om beter om te gaan met vraagstukken op het gebied van scheiding, coördineert het aanbod van interventies in alle gemeenten zodat deze beschikbaar zijn voor de doelgroep en is het aanmeldpunt voor het uniforme hulpaanbod van de rechtbank.

rekening gebracht. Uit efficiëntie/kostenbesparingsoverwegingen is een gezamenlijke overeenkomst met NCJ aangegaan en is er één contactpersoon. Deze contactpersoon zit in de landelijk klankbordgroep van het NCJ en in de adviesgroep GIZ. •  JONG doet mee! is het platform van jongerenraden en jongeren die ervaring hebben met de jeugdzorg in Haaglanden. Zij geven gevraagd en ongevraagd advies aan gemeenten en instellingen om de hulp te verbeteren. In 2014 begon dit platform met een groep jongeren van jongerenraden uit de specialistische zorg en ouders om te praten en dromen over een andere jeugdhulp. Doel was de jeugdhulp verbeteren, dichterbij organiseren en normaliseren. De gemeenten financieren dit platform gezamenlijk en zorgen dat alle gemeenten (uitvoering en beleid) goede verbindingen hebben met het platform.

•  Gezamenlijk inschatten zorgbehoeften (GIZ) In de regio Haaglanden wordt door meeste gemeenten (lokale teams) en door de twee jeugdgezondheidszorgorganisaties (JGZ Den Haag en JGZ ZHW) gebruik gemaakt van het analyse-instrument GIZ. Het landelijk beheer van GIZ is ondergebracht bij het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ). Voor onderhoud en doorontwikkeling worden licentiekosten in

Basisdocument 56

Bijlage 6

Lokale plannen en maatregelen Delft • Manifest Opvoeden en opgroeien in Delft (2020) • Actieplan Sociaal Domein • Verordening en beleidsregels Jeugdhulp (2018) Den Haag • Beleidsplan Zorg, Jeugd en Volksgezondheid ‘’Gezond en Veerkrachtig’’ Den Haag 2019-2022 • Haags toekomstperspectief Jeugd- en Gezinshulp, 2021 • Leidraad Jeugdhulp Den Haag (nog niet openbaar) Leidschendam-Voorburg • Sociaal kompas, beleidskader voor sociaal domein (wordt op dit moment herijkt) Midden-Delfland • Beleidskader Jeugd 2020-2023 Pijnacker Nootdorp • Visie op het sociaal domein (2015) • Kader preventief jeugdbeleid (2018) • Verordening en beleidsregels jeugdhulp (2020) • Lokaal inkoopplan jeugdhulp uit 2017 en lokale innovatieve projecten jeugdhulp 2019 e.v • Interventieplan ‘grip op sociaal domein (2020) en daarbinnen relevante notities: - Eindevaluatie praktijkondersteuners jeugd PijnackerNootdorp, februari 2020

- Notitie uitbreiding praktijkondersteuners jeugd Pijnacker-Nootdorp, maart 2021 - Notitie pilot/business case ‘zelf doen jeugd’ PijnackerNootdorp, maart 2021 - Notitie leidende principes/normaliseren, PijnackerNootdorp, juni 2021 - Notitie echtscheiding Pijnacker-Nootdorp, 2021 (wordt aan gewerkt) - Visie voorliggend veld Pijnacker-Nootdorp, planning 2022 Rijswijk • Lokaal Inkoopplan 2018 (en verder) • Kadernota Jeugd en Onderwijs 2017-2020 • Actieplan Jeugd en Wmo (2020) • Verordening en beleidsregels Jeugdhulp 2021 (2021) • Kadernota Sociaal Domein 2.0. (2021) Voorschoten • Actieplan Jeugdhulp 2019-2021 Wassenaar • Actieplan Jeugdhulp 2019-2021 Westland • Sociaal Beleidskader ‘Kernachtig Sociaal’ Zoetermeer • Actieplan Bouwen aan toekomstbestendige jeugdhulp (2019)

Basisdocument 57

Bijlage 7

Regionale actoren De regionale netwerksamenwerking Haaglanden kent de volgende actoren c.q. gremia: • Gemeenteraden en colleges van B en W • H1: gemeente Den Haag • H4: de gemeenten Delft, Midden-Delfland, Rijswijk en Westland • H5: de gemeenten Leidschendam-Voorburg, PijnackerNootdorp, Voorschoten, Wassenaar en Zoetermeer • Servicebureau Jeugd Haaglanden (GR), de beleidsarme bedrijfsvoeringorganisatie • Bestuurlijk Overleg Jeugd (BO-J): de vergadering van de 10 Haaglandse wethouders die verantwoordelijk zijn voor de beleidsbepaling van de jeugdhulp • Directeurenoverleg (DO): de vergadering van de Haaglandse directeuren die verantwoordelijk zijn voor de beleidsvoorbereiding van de jeugdhulp • Programmateam Jeugd (PTJ): de vergadering van beleidsmedewerkers ‘ jeugd’ uit de 10 Haaglandse gemeenten • Bedrijfsvoerings overleg (BVO): de vergadering van financieel specialisten op het gebied van jeugdhulp uit de 10 gemeenten, • Programmabureau, dat het gezamenlijke beleid op de transformatie en de kostenbeheersing expliciteert, coördineert en organiseert • Programmaorganisatie: de 10 gemeenten met het Servicebureau en Programmabureau

Basisdocument 58

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=2f4c8017-700b-43a6-96bb-59a23db7e6dd