CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

20250211 Presentatie dialoog ruimtelijke ingrepen en leefbaarheid

Beeldvorming raadszaal 11 februari 2025, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Ruimtelijke initiatieven in relatie tot de LER3.290 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RUIMTELIJKE INGREPEN EN HUN EFFECT OP DE LEEFBAARHEID Presentatie t.b.v. beeldvorming gemeenteraad Leidschendam-Voorburg, 11 februari 2025

Aanleiding voor deze dialoog: Burgerinitiatief verplichte LER

13/2/25

3

Aanleiding voor deze dialoog: Burgerinitiatief verplichte LER Even een stapje terug: wat is ook alweer de LER? De Leefbaarheids Effect Rapportage (LER) is een online instrument, ontwikkeld door het bedrijf StrateGis, dat bedoeld is om voor een wijk of buurt (1) de leefbaarheid en (2) de effecten van bouwplannen en andere ruimtelijke ingrepen op die leefbaarheid in beeld te brengen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van in totaal zo’n 75 indicatoren als: ❑ samenstelling van de bewoners en de woningvoorraad ❑ leefomgeving en milieuaspecten ❑ mobiliteit en veiligheid ❑ onderwijs ❑ ruimtegebruik ❑ voorzieningen Van belang is overigens dat de LER geen gebruik maakt van modellering of andere gebruikelijke tools, maar van een vrij eenvoudige vergelijking: de waarde van een bepaalde indicator per 1.000 woningen of (verwachte) inwoners vóór en na uitvoering van een bouwplan of andere ingreep. 13/2/25

4

Raadsbrief 3134 Burgerinitiatief BKC: Stel het uitvoeren van een Leefbaarheids Effect Rapportage (LER) verplicht als onderdeel van de toetsing van álle bouwplannen!

• Raadsbrief 3134: Wensen & bedenkingen college bij burgerinitiatief verplichte LER. Advies: voer dit om meerdere redenen niet in. (Zie: Document lv - 3134 - Raadsbrief wensen en bedenkingen college over burgerinitiatief verplichte Leefbaarheids Effect Rapportage (LER) - iBabs Publieksportaal)

• Commissie Omgeving 30-01-2024: Behandeling raadsbrief. • Toezegging 1058 wethouder Bremer: Terugkomen op normenkader ruimtelijke ontwikkelingen in relatie tot afweging impact ruimtelijke ingrepen op de leefbaarheid => DEZE DIALOOG! 13/2/25

5

Leerpunten uit de LER Appelgaarde

13/2/25

6

Leerpunten uit de LER Appelgaarde Tot nu toe één LER uitgevoerd in Leidschendam-Voorburg => LER Appelgaarde. Niet op initiatief van de gemeente, maar in opdracht en voor rekening van de ontwikkelaar en op verzoek van betrokken bewoners. Deze LER heeft geen formele status. Omwonenden hebben deze LER als nuttig ervaren. Een breed palet aan indicatoren wordt onderzocht. De gemeente ziet positieve kanten van de LER, maar ook haken en ogen: ✓ Checken (door LV) van gebruikte data is tijdrovende klus (StrateGis gebruikt open data, zoals bijv. Google Maps). ✓ De LER kijkt naar de impact op wijkniveau. Voor Appelgaarde betreft dit de gehele wijk Essesteijn. Daarnaast zijn ook de wijken Landen en Burgen & Horsten in Den Haag meegenomen. Zelfs met het toevoegen van ca. 500 woningen is de impact op verschillende indicatoren beperkt. Voor ruimtelijke ontwikkelingen met minder dan ca. 200 woningen lijkt een LER op voorhand niet heel zinvol. ✓ De LER houdt geen rekening met wachtlijsten/bezettingsgraden (bijv. de indicator huisarts kan goed scoren, terwijl alle huisartsen in de wijk een wachtlijst hebben). ✓ De LER houdt voor diverse indicatoren geen rekening met de aanwezigheid van voorzieningen in aangrenzende wijken (de indicator supermarkt kan onvoldoende scoren terwijl The Mall in de aangrenzende wijk is gelegen).

✓ De LER heeft aan het eind van de rit weinig nieuwe inzichten (aandachtspunten als aantal huisartsen en speelplekken waren al in beeld) opgeleverd. 13/2/25

7

Conclusies LER

13/2/25

8

Conclusies LER Zowel uit de ervaringen met de (niet door de gemeente gesanctioneerde) LER Appelgaarde als uit het onderzoek voor het opstellen van de raadsbrief 3134 komt naar voren: ❑ Het is onwenselijk de LER als verplicht toetsingsinstrument voor bouwplannen en andere ruimtelijke ingrepen in te voeren (zie ook de raadsbrief 3134); ❑ Bij zowel stakeholders (inwoners en anderen) als ook bij de raad bestaat de behoefte om het omgevingsaspect ‘leefbaarheid’ een (meer) duidelijke plaats te geven in het ruimtelijk proces; ❑ We moeten voor het goed/beter meenemen van het omgevingsaspect ‘leefbaarheid’ in het ruimtelijk proces inzichtelijk maken: ❖ Wat doen we nu al en wat gaat goed? ❖ Wat doen we nu al maar kan/moet beter? ❖ Wat doen we nog niet maar zouden we wel moeten doen?

13/2/25

9

Wat is een ruimtelijke ingreep?

We spreken vaak met elkaar over ruimtelijke plannen, ruimtelijke ontwikkelingen of ruimtelijke ingrepen. Maar wat verstaan we daar onder?

13/2/25

10

Wat is een ruimtelijke ingreep? We spreken vaak met elkaar over ruimtelijke plannen, ruimtelijke ontwikkelingen of ruimtelijke ingrepen. Maar wat verstaan we daar onder? Werkafspraak: Onder een ruimtelijke ingreep of een ruimtelijke ontwikkeling verstaan we elk besluit, elke activiteit en/of elke feitelijke handeling die een min of meer permanente verandering in de inrichting en/of het gebruik van de fysieke leefomgeving tot gevolg heeft, zoals: ❑ Bouwen van gebouwen en andere bouwwerken ❑ Herinrichten van een gebied ❑ Veranderen van het gebruik van gebouwen of gronden ❑ Etc.

13/2/25

11

Wat is leefbaarheid ?

Als we bij de voorbereiding en inpassing van ruimtelijke ingrepen het omgevingsaspect ‘leefbaarheid’ willen afwegen, dan moet helder zijn wat we verstaan onder leefbaarheid.

13/2/25

12

Wat is leefbaarheid ? (Definitie) ❖Geen eenduidige definitie, alleen al 8 verschillende definities op www.encyclo.nl! ❖www.wikipedia.nl: Met het begrip leefbaarheid wordt aangegeven hoe aantrekkelijk en/of geschikt een gebied of gemeenschap is om er te wonen, of te werken. Het is een typisch containerbegrip, een verzamelwoord voor kwaliteitskenmerken van een woonomgeving en dus diffuus en multidimensioneel.

❖www.atlasleefomgeving.nl: Leefbaarheid geeft aan hoe goed onze omgeving aansluit bij onze wensen. Die zijn voor iedereen verschillend. Sommige mensen houden van stilte, terwijl anderen juist genieten van de bruisende stad. De een wil graag een park of bos dichtbij, anderen hebben liever een supermarkt op een steenworp afstand. Voor de leefbaarheid in een buurt spelen verschillende onderdelen een rol. De fysieke omgeving, dat is de omgeving die je voelt, ziet en ruikt. Hoe schoon is jouw buurt? Is er veel verkeersoverlast? Is er genoeg groen? Ook is de sociale omgeving belangrijk. Wie wonen er in jouw buurt en hoe voel je je daarbij? Kun je een praatje maken met iemand als je daar behoefte aan hebt? Verder doet veiligheid ertoe. Hoe veilig voel je je in jouw buurt? Kunnen jouw kinderen veilig op straat spelen?

13/2/25

13

Wat is leefbaarheid?(Objectief en subjectief) Objectief (meetbaar, genormeerd):

Subjectief (gevoel):

❑ Geluidsbelasting vanwege het verkeer, industrie

❑ Wie komt er in mijn buurt wonen?

❑ Parkeer- en verkeersdruk

❑ Hou ik mijn uitzicht?

❑ Luchtkwaliteit

❑ Het wordt te druk op straat

❑ Flora & fauna, Stikstofdepositie

❑ Ik kan straks geen huisarts, kinderopvang of sportclub meer vinden waar ik terecht kan

❑ Overbelasting beschikbaar voorzieningenniveau (huisarts, school, sportclub, KDV, etc.) ❑ Woningmarkt, bijvoorbeeld: ❖ Beschikbaarheid passende woningen voor ‘iedereen’, ook doelgroepen ❖ Wachtlijsten sociale huurwoningen van corporaties ❖ Betaalbaarheid koop- en huurwoningen vrije markt ❖ Ladder duurzame verstedelijking

❑ Ruimtelijke kwaliteit/Welstand ❑ Etc.

❑ Ik raak mijn privacy kwijt ❑ Er is al zo weinig groen, waarom nog meer bouwen? ❑ Natuurlijk moeten er nieuwe woningen komen, maar waarom hier en niet ergens anders (NIMBY)? ❑ Etc. 13/2/25

14

Hoe gaan we om met ‘meetbare leefbaarheid’?

WETGEVING:

VERORDENINGEN

BELEID:

Omgevingswet

EU Vogel- en habitatrichtlijn

PZH: Omgevingsvisie en Omgevingsprogramma

Wet milieubeheer

PZH: Zuid-Hollandse Omgevingsverordening

LV: Structuurvisie Ruimte voor Wensen (straks: Omgevingsvisie)

Besluit bodemkwaliteit

LV: Verordening sociale en middeldure woningbouw

LV: Nota Parkeerbeleid 2021 i.c.m. Nota Parkeernormen 2023 13/2/25

15

Hoe gaan we om met ‘meetbare’ leefbaarheid? Bij het beoordelen en afwegen van ‘objectieve leefbaarheid’ (of beter: meetbare leefbaarheid) als omgevingsaspect gaat het vrijwel altijd om een toetsing, bijvoorbeeld weergegeven in de toelichting bij een (wijziging van het) omgevingsplan of de GO-FLO bij een omgevingsvergunning, aan de hand van normen uit wetgeving of beleid. In de regel is het dan zo dat, wanneer het initiatief voldoet aan deze meetbare normen, dit omgevingsaspect geen belemmering oplevert voor medewerking aan een ruimtelijke ingreep of – ontwikkeling. Voorbeelden van regelingen waar dit soort normen in zijn opgenomen, zie dia 15.

13/2/25

16

En met ‘subjectieve leefbaarheid’? Het delen van betekenis

13/2/25

17

En met ‘subjectieve’ leefbaarheid? Objectieve leefbaarheid kunnen we toetsen aan normen en regels. Wanneer het gaat om de impact van ruimtelijke ingrepen op het ‘gevoel van leefbaarheid’ ligt dat anders. Dat kunnen we niet vangen in materiële regels en normen en aan de hand daarvan afwegen. Hoe doen we dat dan wel? A. JURIDISCH => Algemene wet bestuursrecht (Awb): ❑ Zorgvuldige voorbereiding en motivering van besluiten ❑ Zorgvuldige en evenredige afweging van relevante belangen ❑ Uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure zorgt dat stakeholders alle volgens hen relevante belangen, feiten en omstandigheden kunnen inbrengen voor het bevoegde gezag (college of raad) een definitief besluit neemt

B. PARTICIPATIE => Omgevingswet (Ow) en Participatieverordening Leidschendam-Voorburg: ❑ Ow (artikel 16:55, zevende lid) geeft de raad de mogelijkheid participatie verplicht te stellen voordat een aanvraag om omgevingsvergunning (BOPA) kan worden ingediend ❑ De raad heeft ter uitvoering hiervan de Participatieverordening Leidschendam-Voorburg vastgesteld

De combinatie van A + B zorgt ervoor dat de impact van voorgenomen ruimtelijke ingrepen op de leefbaarheid (1) effectief op de maatschappelijke en politieke agenda kan worden gezet en vervolgens (2) in de besluitvorming kan en moet worden meegenomen/afgewogen. 13/2/25

18

Participatie

13/2/25

19

Participatie Belangrijk uitgangspunt (ook in de rechtspraak):

Participatie is een inspanningsverplichting, geen resultaatsverplichting! Wat regelt de participatieverordening: ❑ bij de voorbereiding van wijzigingen en afwijkingen (BOPA’s) van het Omgevingsplan, maar ook bij daaraan voorafgaande ruimtelijke kaders, is participatie overeenkomstig de Ow in beginsel verplicht; ❑ de raad werkt voor BOPA’s een lijst met categorieën van gevallen uit waarvoor participatie in elk geval verplicht is; ❑ de uitvoering van participatie is de verantwoordelijkheid van een initiatiefnemer, het college stelt hiervoor een leidraad vast; ❑ de vorm, inhoud en het niveau van participatie en de mate van doorwerken van de uitkomsten in besluitvorming worden per initiatief op voorhand bepaald; ❑ opties voor het niveau: raadplegen, adviseren, coproduceren of meebeslissen (of een combinatie hiervan); ❑ mogelijkheden voor de vorm: ➢ Online, bijvoorbeeld via www.ingesprekmet lv.nl ➢ Klankbordgroepen ➢ Informatie- en inloopbijeenkomsten ➢ Etc. 13/2/25

20

De Praktijk: Participatie bij ruimtelijke ingrepen een aantal vragen Bij het toepassen van participatie om het effect van ruimtelijke ingrepen in kaart te brengen spelen de volgende vragen mee: a) Hoe kunnen we participatie nog beter inzetten om het omgevingsaspect leefbaarheid en de impact daarop van ruimtelijke ingrepen beter in kaart te brengen en af te wegen? b) Kunnen we participatie stroomlijnen door (een) standaardmethode(n) te hanteren om het gesprek over leefbaarheid te voeren? c) Hoe gaan we om met betekenis in de uitkomsten van participatie?

13/2/25

21

Participatie objectief meten Kunnen we participatie stroomlijnen door (een) standaardmethode(n) te hanteren om het gesprek over leefbaarheid te voeren?

13/2/25

22

Participatie objectief meten 1.

Voer een leefbaarheidsscan uit: ▪ Bepaal een beperkt aantal indicatoren (bijvoorbeeld aan de hand van een checklist) die voor de beoogde ingreep het meest relevant zijn als het gaat om de leefbaarheid en scoor aan de hand van deze indicatoren de leefbaarheid voor en na de beoogde ingreep ▪ Hou de scan kwalitatief: gebruik gesprekken met stakeholders, observaties en eenvoudige analyses

2.

Doe een Quick Scan Leefbaarheid: ▪ Gebruik een eenvoudige, gestandaardiseerde vragenlijst die belangrijke componenten van leefbaarheid toetst ▪ Combineer de uitkomsten van deze vragenlijst met eenvoudige dataverzameling, zoals verkeerstellingen, tevredenheidsenquêtes, e.d.

3.

4.

5.

Hou een buurtenquête: ▪

Ontwerp een korte vragenlijst die de omgeving op leefbaarheidsindicatoren zoals veiligheid, groen, bevolkingssamenstelling en voorzieningen bevraagt

▪

Verwerk de resultaten in een eenvoudig overzicht

Voer stakeholdersgesprekken: ▪

Organiseer informele bijeenkomsten, interviews, klankbordgroepen e.d.

▪

Vraag concreet om feedback op specifieke leefbaarheidsaspecten als veiligheid, rust of voorzieningen

Laat een (extern) expertpanel de impact op de leefbaarheid beoordelen: ▪

Geef het panel een beknopte beschrijving van de beoogde ingreep en de relevante context

▪

Vraag het panel om op basis van ervaring en kennis de effecten van de beoogde ingreep op de leefbaarheid in te schatten

13/2/25

23

Participatie en betekenis delen Tot hoever kunnen we gaan in het toekennen van betekenis aan de uitkomsten van participatie?

13/2/25

24

Participatie en betekenis delen De ruimte die we hier als gemeente in hebben is vaak beperkt: • Vanuit andere bestuurslagen (rijk, provincie, waterschappen, etc.) kunnen opgaven worden opgelegd die we moeten uitvoeren, ongeacht de impact op de leefbaarheid van onze inwoners

• Vastgestelde beleidsdoelen en –ambities kunnen impact hebben op de leefbaarheid, maar daaraan hebben college en/of raad zich wel gecommitteerd • Eigen grondposities van de gemeente bieden de meeste ruimte om richting te bepalen bij ruimtelijke ingrepen, we hebben echter zeer beperkt eigen grondposities en moeten veelal reageren op initiatieven van externe (private) partijen die wel grondposities hebben • Belangen van stakeholders zijn in veel gevallen tegengesteld: ✓ Zittende bewoners vs. woningzoekenden ✓ Behoud van groen vs. behoefte aan woningen en andere voorzieningen ✓ Ruimte voor bedrijvigheid vs. ruimte voor andere functies ✓ Eigen autobezit en ruimte voor autogebruik vs. beeldkwaliteit van de openbare ruimte en duurzaamheid ✓ Financieel belang (uitvoerbaarheid) vs. algemeen en/of maatschappelijk belang ✓ Etc.

13/2/25

25

Wat doen we nu al en wat gaat goed?

13/2/25

26

Wat doen we nu al en wat gaat goed? Als het gaat om de ‘objectieve’ leefbaarheid, dan is in feite vooral sprake van het op beoogde ruimtelijke ingrepen toepassen van wet- en regelgeving en geldend beleid. Denk dan aan (beleids)regels op onder meer het gebied van: ▪ Verkeersgeluid ▪ Parkeeroplossingen ▪ Luchtkwaliteit ▪ Beschermen van soorten en habitats ▪ Stikstofdepositie

▪ Woningtypen/-categorieën ▪ Etc.

De uitkomsten van bezwaar- en (hoger) beroepsprocedures laten door de bank genomen zien dat we dit als gemeente (1) nu al doen en (2) dat in elk geval op de inhoud dit goed gaat.

13/2/25

27

Wat doen we nu al maar kan beter?

13/2/25

28

Wat doen we nu al maar kan beter? De ervaring met recente grotere ruimtelijke ingrepen laat zien dat er (aantoonbaar) participatie plaatsvindt en dat dit proces ook regelmatig leidt tot aanpassingen in bouwplannen. Toch bestaat er in de gemeente, kijkend naar zienswijzen, bezwaren en beroepen over bouwplannen, geen positief beeld over zowel het proces van participatie als wat er gebeurt met de uitkomsten van participatietrajecten. En ook over wat we doen met de uitkomsten van omgevingsonderzoeken, hoe we die afwegen en tot welke keuzes dat leidt blijkt (te) vaak onduidelijkheid te bestaan. Wat kan er beter: ❑ Verwachtingenmanagement bij participatie: vooraf duidelijk(er) communiceren ✓ Duidelijk maken vooraf wat het participatieniveau is: raadplegen, adviseren, coproduceren of meebeslissen inclusief de rol van participanten. (meebeslissen vraagt een grotere mate van participatie en nemen van verantwoordelijkheid.

✓ wat de reikwijdte van participatie is: kan de gemeente op basis van participatie een plan tegenhouden of ingrijpend laten aanpassen, of staan de hoofdlijnen vast en gaat participatie alleen over de uitwerking/invulling binnen die hoofdlijnen ✓ dat participatie een kwestie is van een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting: participatie is niet op voorhand mislukt als het proces niet leidt tot algemene consensus ✓ Vergroten pluraliteit door betrekken verschillende doelgroepen, ✓ Bij afwegingen betrekken van mensen die er niet waren en toekomstige generaties.

❑ Beter en meer expliciet opschrijven wat we hebben gedaan, hoe afwegingen zijn gemaakt en waarom we tot de keuzes komen die we maken ✓ Dit geldt zowel voor het proces en de uitkomsten van participatie als de beoordeling en afweging van allerlei (wettelijk verplichte) omgevingsonderzoeken, belangen van stakeholders, etc.

13/2/25

29

Wat doen we nog niet maar zouden we wel kunnen en moeten doen?

13/2/25

30

Wat doen we nog niet maar zouden we wel kunnen en moeten doen? Het ruimtelijk proces is ingewikkeld. Voor de gemeente en voor professionele partijen als ontwikkelaars is het ruimtelijk proces een bekend speelveld, maar voor de burger niet. Om toch de burger goed mee te kunnen nemen in het ruimtelijk proces en te zorgen dat alle partijen een zo gelijk mogelijk speelveld hebben, kunnen en moeten we beter op voorhand duidelijk maken hoe we initiatieven beoordelen, welke aspecten daarbij doorslaggevend zijn en welke ruimte er voor burgers en andere stakeholders is om invloed uit te oefenen. Hoe kunnen we dit doen: ❑ Bij de voorbereiding van ruimtelijke kaders, stedenbouwkundige plannen, e.d. op voorhand meer duidelijkheid geven over wat de belangrijkste wettelijke en beleidsmatige toetsingscriteria, omgevingsaspecten, afweeg- en aandachtspunten zijn; ❑ Transparant zijn over of en in hoeverre de gemeente (bijvoorbeeld vanuit een eigen grondpositie) sturing kan geven aan vorm, invulling en uitwerking/uitvoering van een beoogde ruimtelijke ingreep; ❑ Op voorhand bij elke ruimtelijke ingreep afspraken met de initiatiefnemer vastleggen over de invulling, reikwijdte, vorm, etc. van het te doorlopen participatietraject en deze afspraken ook delen met stakeholders; ❑ Meer doelgroepen betrekken (pluraliteit vergroten) Ook mensen betrekken die niet aanwezig zijn en toekomstige generaties.

❑ Bij de start van het ruimtelijk proces voor een ingreep duidelijk maken hoe de procedure er uit ziet, op welke momenten stakeholders een rol hebben in dat proces/die procedure en wie binnen de gemeente uiteindelijk bevoegd is om welk besluit over die ingreep te nemen; ❑ Etc.

Kortom:

Liever verwachtingenmanagement vooraf dan damage-control achteraf! 13/2/25

31

Conclusie tot nu toe

13/2/25

32

Conclusie tot nu toe Het is een gegeven dat er, als het gaat om ruimtelijke ingrepen, behoefte bestaat aan meer grip op en duidelijkheid over de effecten van zo’n ingreep op de leefbaarheid. Op het niveau van de straat, de buurt, de wijk en waar van toepassing gemeentebreed. Die behoefte hebben zowel de inwoners en andere stakeholders als de raad. Door middel van een Burgerinitiatief is voorgesteld hiervoor (verplicht) gebruik te gaan maken van de LER. Om meerdere aangegeven redenen is het gebruiken van dit instrument slechts beperkt te gebruiken. Dat we meer kunnen en moeten doen om het omgevingsaspect leefbaarheid beter en meer zichtbaar een plek te geven bij de voorbereiding van en besluitvorming over ruimtelijke ingrepen is een duidelijk signaal dat serieus opgepakt moet worden. Hier moeten we samen zoeken naar optimalisatie en maatwerk. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor participatie. Als we maar op voorhand en duidelijk het speelveld voor participatie bij elke concrete ruimtelijke ingreep afbakenen en kenbaar maken. En beter in onze besluiten en communicatie laten zien waarom, hoe en op basis van welke afweging over de leefbaarheid en andere relevante omgevingsaspecten we komen tot de keuzes die we maken. Op die manier kunnen we met alle stakeholders samen ruimte maken voor passende woningen en andere voorzieningen voor zoveel mogelijk inwoners.

En tegelijkertijd samen verder bouwen aan een duurzame, groene toekomst voor LeidschendamVoorburg! 13/2/25

33

Dialoog

13/2/25

34

Basisregels vooraf • Luister om te begrijpen, niet om te winnen – Toon oprechte interesse en vat samen wat de ander zegt voordat je reageert. • Wees respectvol en zoek verbinding – Dialoog draait om delen, niet overtuigen. Vermijd vijandige of belerende taal.

• Blijf open en nieuwsgierig – Sta open voor nieuwe inzichten in plaats van vast te houden aan je gelijk. • Spreek één voor één en herhaal waar je op reageert – Wacht je beurt af en erken de woorden van de ander voordat je jouw standpunt onderbouwt.

• Houd het kort en doe één aanvulling per keer – Bouw samen stap voor stap aan begrip, in plaats van een reeks tegenargumenten te geven. 13/2/25

35

Te beantwoorden vragen "Hoe kunnen we participatie inzetten om de impact van ruimtelijke ingrepen op leefbaarheid beter in kaart te brengen en af te wegen, rekening houdend met bestaand beleid, de rol van data als telbare feiten en de uitdaging van subjectieve betekenisgeving?" 1. Beleid en participatie: Hoe kunnen we participatie vormgeven, binnen de afgebakende kaders van bestaand beleid maar steeds met voldoende betekenis? 2. Rol van de raad: Hoe zorgen we ervoor dat de raad een goede afweging kan maken op dilemma’s en dat participatie goed (conform afspraak en verwachting) is uitgevoerd. 3. Rol van data: Op welke manieren kunnen meetbare data (bijvoorbeeld de data in onze Wijkatlas) bijdragen aan een objectieve beoordeling van leefbaarheid, en waar schieten ze tekort? 4. Subjectieve betekenisgeving: Hoe kunnen we omgaan met persoonlijke en collectieve belevingen van leefbaarheid in besluitvorming? 5. Balans tussen feiten en ervaringen: Hoe kunnen we een dialoog voeren waarin zowel objectieve data als subjectieve ervaringen een gelijkwaardige rol spelen? 6. Invloed van participatie: Welke strategieën zorgen ervoor dat participatie niet alleen input verzamelt, maar daadwerkelijk bijdraagt aan betere afwegingen en beslissingen? 13/2/25 36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=b3986bb2-c6a1-44f1-8a07-68e573ee311c