2021.03.02 Brief AVR Reactie op K+V memo d.d. 1 maart.pdf
Tekst van het document
Aan de raadsleden van de zes Avalex-gemeenten In kopie: wethouders van de zes Avalex-gemeenten
Rotterdam Botlek, 2 maart 2021 Onderwerp: AVR reactie op de K+V memo d.d. 1 maart 2021 Geachte heer/mevrouw, Vandaag ontvingen wij de memo van K+V op de AVR brief d.d. 26 februari met als onderwerp “Bezint eer ge begint”. Deze brief is daarop een reactie. Op basis van de K+V memo d.d. 1 maart is een belangrijk gegeven dat nu in de overwegingen meegenomen kan worden, dat het duidelijk is dat de route-HVC meer dan een 1 miljoen euro duurder uit kan pakken dan de route-aanbesteden (€7.1m vs. €8.2m). Tevens belangrijk te vermelden dat het een onjuiste vergelijking is de garantstellingsprovisie hierbij te betrekken. Waarom? Om een provisie te kunnen ontvangen haalt de gemeente een risico naar binnen. En die is niet bescheiden. Op basis van de meest recente HVC jaarverslagen bedraagt de netto schuldpositie van HVC ultimo 2019 €730m, wat neerkomt op een leverage ratio van 8,1x (schulden/bedrijfsresultaat). Om dit in perspectief te plaatsen, bedrijven onderdeel van ‘private equity’ investeerders hebben vaak een lagere ratio. Kortom, dat u hier een forse provisie voor zou moeten ontvangen is meer dan terecht. Nog los van of het verstandig is, is de echte vraag of het überhaupt nodig is om dit risico te aanvaarden. Het bedrijfsrisico ligt bij de route-aanbesteden volledig bij de opdrachtnemer. En daarmee klopt de stelling dat inbesteden en aanbesteden niet gelijk zijn.
Beiden zijn een middel om te komen tot de beste dienstverlening voor uw inwoners, niet een doel op zich. Inmiddels is duidelijk dat de gegadigden voor inbesteden en aanbesteden qua gemeentelijke wensen en duurzaamheid score niet voor elkaar onder doen. Ook in de mogelijkheden de komende jaren activiteiten gezamenlijk door te ontwikkelen. Gisteren einde dag is AVR gebeld door K+V, overigens zonder te melden dat u gisteren een schriftelijke reactie heeft ontvangen op de AVR brief d.d. 26 februari. K+V heeft dat gesprek als verhelderend ervaren vanuit het perspectief dat ze aangaven dat ze een flinke informatie achterstand hebben ten opzichte van waar ‘de markt’ zich nu bevind. Het spitste zich met name toe op de importheffing waardoor de aanvoer van (Engels) buitenlands afval naar Nederland daalt (zie ook bijlage 1 ter onderbouwing). Dit creëert een extra vraag naar Nederlands afval. Dit doet vanzelfsprekend wat met de tarieven van Nederlands afval, die nu dalende zijn. Ter verdere bewijsvoering belangrijk om op te merken dat op ministerieel niveau dit ook wordt herkend d.d. 2 februari 20221 (zie bijlage 2): “….hierdoor zouden de kosten voor het laten verwerken van restafval voor gemeenten op termijn eerder dalen dan stijgen”. Deze beschikbare informatie is niet terug te lezen in de K+V memo van 2 maart.
Waarom niet? Op deze manier blijft u vanuit K+V en Avalex (nog) verstoken van belangrijke informatie om uw beslissing op te baseren. Belangrijk om de kern van de zaak scherp te houden, onze vraag is eenvoudig en bescheiden. Geef ons een kans een goed aanbod te doen. De aanbestedingsdocumentatie is in een vergevorderd stadium, daar hoeft het niet aan te liggen.
Met vriendelijke groet, Namens AVR-Afvalverwerking BV
Jasper de Jong Commercieel Directeur BIJLAGEN: Afvalonline nieuwsbericht d.d. 2 maart “RDF-export uit Engeland ruim een derde gedaald” Antwoorden minister Ollongren inzake kamervragen rondom de stijging van de gemeentelijke afvalstoffenheffing
BIJLAGE 1 – “RDF-export uit Engeland ruim een derde gedaald”
In het artikel is te lezen dat de export naar Nederland in 2020 met 48% is gedaald.
BIJLAGE 2 – Antwoorden minister Ollongren inzake kamervragen rondom de stijging van de gemeentelijke afvalstoffenheffing