20200624 cie Omgeving LV agendapunt 3c woordelijk.pdf
Tekst van het document
Commissie Omgeving 24 juni 2020 Woordelijk verslag punt 3.C Datum Tijd Locatie Voorzitter
24 juni 2020 19:30 – 21.30 uur Huize Swaensteyn F.J. Kist
Griffier
H.T.A.G. Gevers
Aanwezig VVD
2
A.G.M. Brans, L.C. Kortman-de Wit,
C.W.P.G. van der Wal GBLV B.B.M. Bremer, M. Velù CDA R. Van Duffelen D66 C.A. Bos, P.J. van Dolen, M. Mathlouti GroenLinks C.L.A.M. van der Gronde, D. de Prez PvdA D.A. Blokland ChristenUnie-SGP C.P. Bregman, K. Verschoor, F.B. Wilschut
Wethouders J.W. Rouwendal.
3.c
Raadsvoorstel ontwerp vvgb voor het oprichten van een vrijstaande woning met berging aan Park Vronesteyn 24 in Voorburg De voorzitter: We hebben een aantal keer gesproken over Park Vronesteyn. De vorige keer dat we erover spraken hebben we aan wethouder Rouwendal gevraagd om nog een ultieme poging te doen om met de buren in gesprek te gaan om te kijken of er een mogelijkheid was om daar uit te komen. We hebben uit het inspreken van mevrouw Pilon begrepen dat dat niet is gelukt. En ook wethouder Rouwendal heeft ons geïnformeerd dat het niet is gelukt. En op basis daarvan hebben de heren Brans en Van Dolen gevraagd om dit stuk te agenderen. Ik wil daarom ook beginnen met de heer Van Dolen het woord te geven. Mijnheer Van Dolen gaat uw gang. De heer Van Dolen (D66): Voorzitter dank u wel. Ik zal het kort houden. Het is een punt dat steeds weer terugkeert. Als raad hebben wij de taak om kaderstelling, toetsing te doen. En als ik de stukken lees en dat vergelijk met stukken die we ook recent weer van de familie Pilon hebben gekregen waarin toch hele andere cijfers staan. Begin ik toch een beetje te twijfelen aan de correctheid van de cijfers in de stukken waarop wij een besluit moeten nemen. We moeten straks een verklaring van geen bezwaar geven terwijl ik echt het gevoel heb dat de cijfers die we daar in de stukken hebben gekregen niet kloppen.
Dus ik wil eigenlijk de wethouder vragen kunt u met uw hand op uw hart
Pagina 2/11
garanderen dat de cijfers die de gemeente hanteert correct zijn. En als u dat niet 100% zeker kunt zou u dan bereid zijn om toch nog even het ambtenarenapparaat nog eens even goed te laten kijken naar de cijfers die door de familie Pilon zijn aangeleverd en naar de cijfers die in het stuk en in de besluitvorming zijn gebruikt. Dat is eigenlijk concreet het punt. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Dolen. Mijnheer Brans, VVD, gaat uw gang. De heer Brans (VVD): Dank u wel voorzitter. We gaan het weer opnieuw hebben over Park Vronesteyn. Een huis dat gebouwd moet worden op nummer 24. Maar het gaat natuurlijk helemaal niet over een huis. Het gaat over twee kleinere huizen die in de plaats zouden komen voor een inmiddels gesloopte oorspronkelijke villa. Het is ook precies wat mijnheer Van Dolen zegt en dat vinden wij ook, er klopt steeds iets niet. De gemeente kon bijvoorbeeld niet meer achterhalen hoeveel kubieke meter inhoud de oorspronkelijke villa had. Nou ik dus wel. Dat is heel simpel via Funda, het was 875 m3. Als u dat getal nu even wil onthouden. Dan moest er daarvoor dus in de plaats twee kleinere huizen komen. Nou inmiddels is er een huis gebouwd. Een gigantisch huis van ruim 1.100 m3. Dus dat is al veel meer dan wat er oorspronkelijk stond. Als je voor dat huis staat dan komt dat overweldigend op je over als je dat in dat park ziet.
Dat ziet er gewoon vreselijk groot uit. En dan moet er dus nog een tweede huis komen. Daarvoor staat in de cijfers van de gemeente dat dat 805 m3 is. Dus we hebben het hier over een twee woningen die samen bijna 2.000 m3 inhoud hebben en die dan in plaats zouden moeten komen voor een villa die maar 875 m3 had. Dat kun je dus geen kleinere huizen noemen. En ook het bezoek van de wethouder, dat hebben we inmiddels begrepen, heeft geen oplossing gebracht. Gezien de vele mails die we vandaag nog mochten ontvangen en die via de griffie naar de diverse partijen zijn gestuurd. En dat betreft dan de huisnummers 20, 16, 10, 13 en 7. De voornaamste klachten die de omwonenden hebben is: 1. het bouwplan voldoet niet aan de eisen van goede ruimtelijke ordening; 2. het is in strijd met de welstandsnota van de gemeente; 3. het tast de bijzondere kwaliteit van Park Vronesteyn aan; 4. het had in een vroeger stadium met de omwonenden besproken moeten worden; 5. het is een aantasting van de leefomgeving; 6. de gemeente negeert de belangen van de eigen burgers en 7. het geeft parkeerproblemen. Dat is wat er leeft in Park Vronesteyn. De situatie is dus nu zo dat er een veel groter huis in plaats is gekomen van een veel kleiner huis. En dan zou er dus nog een tweede huis bij moeten komen.
En daarom voorzitter heeft de VVD dus wel degelijk bedenkingen over de gehele gang van zaken en zullen wij ook niet instemmen met een verklaring van geen bedenkingen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Brans. Dan wil ik het woord geven aan de heer Verschoor, ChristenUnie-SGP. Mijnheer Verschoor gaat uw gang. De heer Verschoor (ChristenUnie-SGP): Dank u wel voorzitter. De ChristenUnie-SGP vindt het mooi dat generaties naast elkaar willen wonen. Of dat nu ten behoeve van
Pagina 3/11
mantelzorg is of niet. En vindt het mooi voor deze familie dat daar op eigen grond ruimte voor is. De welstandscommissie heeft positief geadviseerd. Het plan kan de zienswijze procedure in. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Verschoor. Mijnheer Klazenga, Gemeentebelangen Leidschendam-Voorburg gaat uw gang. Excuus mijnheer Klazenga ik heb een interruptie van mijnheer Van Dolen. Ik vermoed op de heer Verschoor. Mijnheer Van Dolen gaat uw gang. De heer Van Dolen (D66): Voorzitter dank. Mijn vraag aan de heer Verschoor is eigenlijk kort. Hoe interpreteert u dan dat er steeds verschillende getallen zijn tussen de getallen die de gemeente levert en de getallen die de omwonenden leveren? Vindt u dan nog steeds dat u zegt van daar ligt een zorgvuldig afgewogen besluit? De voorzitter: Mijnheer Verschoor, gaat uw gang. De heer Verschoor (ChristenUnie-SGP): Ik heb begrepen dat het punt was dat niet alle getallen meer te achterhalen waren. En ik vind als je naar het plan kijkt en er langs rijdt dan zie je gewoon dat er op die hoek gewoon ruimte is. De andere buren hebben ook geen grotere tuin of zo. Ik vind het gewoon heel mooi als mensen naast elkaar willen wonen, zelfs als er geen mantelzorg nodig is. Het is hun eigen grond en het is passend volgens de welstandscommissie. Dus ik vind dat we dan niet als raad op voorhand daar ons tegen zouden moeten keren.
De voorzitter: Dank u wel mijnheer Verschoor. Mijnheer Brans heeft een interruptie. Mijnheer Brans gaat uw gang. De heer Brans (VVD): Dank u wel voorzitter. Ik heb een vraag aan mijnheer Verschoor. Betekent dat dat iedereen die een grote achtertuin heeft en denkt nou misschien wel leuk en gezellig als mijn dochter of mijn zoon bij mij in de buurt komt wonen dan zo maar een tweede huis zou kunnen gaan bouwen in z’n eigen tuin? De voorzitter: Mijnheer Verschoor, gaat uw gang. De heer Verschoor (ChristenUnie-SGP): Ja, tenzij de VVD zich daar tegen keert. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Verschoor. Ik wilde het woord geven aan de heer Klazenga, daar blijk ik me opnieuw te hebben vergist. Excuses, mevrouw Bremer u heeft het woord en ik zie dat u een interruptie hebt, waarschijnlijk op de heer Verschoor, gaat uw gang mevrouw Bremer. Mevrouw Bremer (GBLV): Dank u voorzitter. De heer Klazenga is helaas verhinderd. Ik wilde alleen aan de heer Verschoor meegeven dat ik zijn laatste opmerking die hij over
Pagina 4/11
de VVD maakte zeer ongepast vind in een commissievergadering. Dan ga ik nu even verder met onze eigen inbreng. Wat wij betreuren is dat het nu lijkt alsof de raad een kant moet kiezen. Dus de kant van de bewoners die er al wonen of de kant van de mensen die een tweede woning willen gaan bouwen. En ik moet u eerlijk zeggen voorzitter ik vind dat een hele nare situatie. Eigenlijk zou je niet moeten kunnen kiezen, maar stel je kiest voor de een dan stel je de ander weer teleur, kies je voor de ander dan.. Dus wat ik eigenlijk mee wil geven aan het college is dat deze procedure niet heel erg prettig is verlopen. En dat blijkt ook uit de vele mailtjes die we hebben ontvangen. En dat maakt dat wij nu als raad in deze positie zitten. En ik vind het fijn dat de wethouder heeft geprobeerd om mediation toe te passen. Dat is mislukt, dat heeft hij zelf aan ons geschreven, of in ieder geval niet gelukt dat is iets anders dan mislukt. En ik moet me daarom nog bij de woorden van de heer Brans volledig aansluiten. Het had mijn betoog kunnen zijn. Wij zullen op dit plan geen verklaring van geen bedenkingen afgeven. Wij willen het college verzoeken hier gewoon opnieuw naar te gaan kijken en het zorgvuldiger doen dan eerder. Dank u wel voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Bremer. Wethouder Rouwendal, goedenavond.
Ik zie dat u een vraag hebt en vervolgens een hoop opmerkingen hebt ontvangen. Maar misschien als u eventjes kunt reageren op de vraag van D66. En dan kunt u natuurlijk vanzelfsprekend nog uw eigen betoog houden. Gaat uw gang. Wethouder Rouwendal: Dank u wel voorzitter. Ik denk dat ik de vraag in hetz betoog ga proberen te beantwoorden. Want ik heb een beetje een vreemd gevoel bij deze gang van zaken. Om een andere reden dan de meeste leden van deze commissie. Wat zijn wij hier nu met z’n allen aan het doen. Laat ik even de procedure proberen uit te leggen, wat aan de raad wordt gevraagd. Er wordt een plan ingediend voor het bouwen van een tweede woning. De eerste woning staat er al. Het plan is beoordeeld gegeven de eerste woning die er al staat. En gegeven de maten van de tweede woning. Dan kunnen we een hele discussie gaan voeren over hoe groot was nu die vorige woning in totaal in vergelijking met de twee bestaande woningen. Maar het plan wat nu is beoordeeld is beoordeeld gegeven de eerste woning die al gebouwd is en het plan voor de tweede woning. Die twee woningen worden getoetst aan goede ruimtelijke ordening. Dat is getoetst door de welstandscommissie en de welstandscommissie heeft positief geadviseerd. De hele vraag of de oude woning meer kubieke meters had dan deze twee samen, dat is een hele oneigenlijke discussie voorzitter.
Dat heb ik de vorige keer ook gezegd, het feit dat er meer kubieke meters zijn leidt helemaal niet dringend tot de conclusie dat er sprake is van geen goede ruimtelijke onderbouwing. De redenen waarom de welstandscommissie positief heeft geadviseerd op dit plan staat in een document van ongeveer 24 pagina’s dat aan de commissie is gestuurd. Een betere onderbouwing voorzitter kan ik niet geven. De welstandscommissie zegt dit plan past op deze plaats. Gegeven de woning die er al staat, dit plan past er bij. Daar komt dan nog een keertje bij voorzitter, dat ik bij de mensen op bezoek ga, dat het helemaal niet gaat om het aantal kubieke meters als
Pagina 5/11
zodanig, dat wordt er nu wel bijgehaald, maar dat is de kern van het bezwaar helemaal niet. De kern van het bezwaar ligt er zijn straks buren die in onze tuin kunnen kijken. En of die woning nu meer of minder kubieke meters heeft is helemaal het aspect niet waar het conflict over gaat. Er wordt zelfs gezegd van ja als ze die woning een kwartslag draaien dan is het wel goed en iets minder hoog maken. Maar het gaat om de tuin, waar ze geen inzicht op willen hebben. Het gaat helemaal niet om de kubieke meters. Dus ik snap de discussie in de commissie werkelijk niet. En dan hebben we gezegd van nou dan gaan we er samen naar kijken hoe kunnen we de privacy van de buren dan toch proberen te waarborgen want daar ligt kennelijk de basis van dit conflict. Nou er zijn verschillende handreikingen gedaan door de initiatiefnemers er is gezegd van dan halen we onze dakkapellen weg, dan hebben we vanaf de derde verdieping geen zicht op de buren. Dan planten we bomen voor de ramen van de tweede verdieping. We maken op de tweede verdieping een badkamer. Nou dan zie ik allemaal handreikingen naar een oplossing toe. Ambtelijk hebben we nog bedacht van nou u kunt ook de schuur laten staan die nu al op de grens van het perceel staat. Als daarachter een woning wordt gebouwd dan is de inkijk helemaal weg. Kortom dan heb je een prima oplossing.
Nou kortom de hele discussie over de vierkante meters is irreëel. De voorzitter: Niet geheel verrassend heeft u een aantal interrupties van mevrouw Bremer en de heer Brans. Mevrouw Bremer gaat uw gang. Mevrouw Bremer (GBLV): Dank voorzitter. Wat de heer Rouwendal nu zegt schetst dus ook precies wat er fout gaat in deze discussie. U richt zich nu op de privacy terwijl dat een klein onderdeel van het geheel is waar de omwonenden bezwaren tegen hebben. En u spitst zich nu heel erg toe op de privacy en de bewoners hebben ons aangegeven dat is slechts een klein onderdeel. En dat maakt dus dat deze hele zaak zo treurig is. Er wordt niet naar elkaar geluisterd, er wordt niet in oplossingen gedacht anders dan een stukje inkijk willen wegnemen wat straks heel makkelijk vergunningsvrij trouwens, weer te verhelpen is. Maar dat is niet de kern van het probleem. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Bremer. Mijnheer Brans gaat uw gang. De heer Brans (VVD): Dank u wel voorzitter. Ik had precies hetzelfde. Kijk als je een huis gaat neerzetten zonder dakkapellen dan kun je dus zonder vergunning automatisch na een aantal maanden gewoon weer dakkapellen bouwen dus dat is de oplossing niet. Het is ook niet zo dat de mensen van nummer 22 helemaal niet willen dat daar geen huis komt. Ze zeggen zelfs wij zouden best misschien akkoord kunnen gaan als het een lager huis is met bijvoorbeeld een etage.
Dus er zijn wel mogelijkheden. En wat de buurt dus irriteert is de manier waarop er om wordt gegaan met hun belangen en hun visie en hun ideeën. En ja, wat de wethouder zegt is natuurlijk allemaal waar, maar lost dit probleem niet op. En nogmaals het staat heel
Pagina 6/11
duidelijk ook in het agendapunt. Kijk, wij hebben wel degelijk bedenkingen en als je dus bedenkingen tegen iets hebt, hoe kun je dan in godsnaam een verklaring afgeven van geen bedenkingen. Dan zegt de wethouder ja dat moet je gewoon doen want dan kunnen die mensen weer een zienswijze tegen indienen. Maar ik vind het een heel onlogisch verhaal en ik blijf bij de mening die wij hebben en in dit geval hebben wij zelfs een meerderheid met Gemeentebelangen dat wij de verklaring niet zullen afgeven. Dank u. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Brans. Wethouder Rouwendal gaat uw gang. Wethouder Rouwendal: Nou om op de vraag van mijnheer Brans in te gaan. De procedure is zo, en dat is straks in de Omgevingswet anders, maar nu is de procedure nog in twee fases geknipt. Als iemand naar de gemeente gaat en die vraagt een vergunning aan dan is het nu nog zo dat de gemeente zich eerst de vraag moet stellen, is er vanuit het algemeen belang gezien is er een bezwaar om deze vergunning af te geven. Dan ga je met dat plan naar de welstandscommissie en laat je dat beoordelen zijn er vanuit die hoofde bezwaren, of vanuit een parkeernorm of wat dan ook, om te zeggen we gaan de vergunning niet afgeven. Als het antwoord op die vraag nee is dan hoef je helemaal niks aan de buren te vragen want dan gaat de gemeente die vergunning niet afgeven dan is er niks aan de hand.
Als het antwoord op die vraag ja is komt er een tweede fase waarin de mensen een zienswijze kunnen indienen. Het kantelpunt zit hem dus even in de afgifte van de verklaring van geen bedenkingen. Die bedenkingen gaan er dus om dat je geen bedenkingen hebt vanuit goede ruimtelijke ordening. Niet vanuit het belang van de buren, want dat belang van de buren zit in de tweede fase. Het lijkt er een beetje op dat de commissie denkt als ze nu akkoord gaan dat ze een vergunning afgeven. Dat is niet zo. Ze gaan ermee akkoord dat er een zienswijze kan worden ingediend. Die kunnen precies worden ingediend op die punten waar het nu over gaat. Het is heel oneigenlijk om die punten nu mee te nemen in het belang van afweging van de goede ruimtelijke ordening. Daar past het niet in. Mevrouw Bremer heeft gelijk we moeten geen kant kiezen, maar juist moet je zeggen de bezwaren moeten geadresseerd worden op het punt in de procedure waar ze thuis horen. Niet bij het punt van goede ruimtelijke ordening, maar bij het punt van hoe weeg je de belangen van de omgeving mee. Dat is de tweede fase van deze procedure. En daar moeten wel voor gaan. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog twee interrupties. De heer Van Dolen en mevrouw Bremer. Mijnheer Van Dolen gaat uw gang. De heer Van Dolen (D66): Voorzitter, ik heb in tegenspraakd tot mevrouw Bremer niet echt het gevoel dat ik moet kiezen tussen 24 of 22.
Dat is ook de reden waarom ik mijn vraag eigenlijk vrij technisch heb ingestoken. En nog eens gevraagd heb naar de getallen. En ik denk dat, en dan komt onze takenrol wel, wij er ook van moeten kunnen uitgaan dat de getallen voor de onderbouwing onder andere voor besluitvorming, onder
Pagina 7/11
andere getallen waarop het Waterschap z’n besluiten heeft genomen en ik lees in de stukken toch weer dat die vierkante meters verharde grond toch meer zijn dan in de feitelijke stukken staat. Wij moeten wel 100% zeker weten dat de getallen kloppen. En dat heb ik op dit moment niet. En dat is voor D66 in ieder geval de reden om te zeggen we kunnen er nog niet mee akkoord gaan omdat we de onderbouwing van het plan niet volledig kunnen toetsen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Dolen. Mevrouw Bremer gaat uw gang. Mevrouw Bremer (GBLV): Ik heb een deel gemist want ik werd er weer uitgegooid voorzitter. Dus ik hoop niet dat ik hetzelfde ga zeggen..wat zegt u? De voorzitter: Niet door mij. Mevrouw Bremer (GBLV): Ik weet niet of ik hetzelfde ga zeggen, maar ik wil reageren op de wethouder dat hij zei van ja we zitten nu in deze fase en natuurlijk iedereen kent dit. We hebben regelmatig van dit soort stukken in de commissie liggen. Alleen wij zijn van mening dat het van het begin af aan hier niet goed is gegaan. En dat maakt dat we nu dus in deze fase zitten. Wat we nu graag zouden willen zien is dat het gewoon terug naar de basis, en dat vroeg mijnheer Van Dolen volgens mij in de eerste termijn al, waarop is dit nu allemaal gebaseerd en waarop nemen wij echt een besluit? En dat is gewoon allemaal te onduidelijk op dit moment. Dank u. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Bremer.
Wethouder Rouwendal. Misschien kunnen we even door, ja excuus. Gaat u verder met uw betoog. Wethouder Rouwendal: Voorzitter de cijfers in de stukken zijn gebaseerd op de aanvraag. Dat betekent dat als je een vergunning geeft dat je toestemming geeft voor die cijfers. Die daarin genoemd zijn, voor die oppervlaktematen. De vergunning is niet gebaseerd op een vergelijking van oude kubieke meters met nieuwe kubieke meters. Daar is de vergunning niet op gebaseerd. Dus we kunnen die cijfers nog wel een keertje checken, maar dat maakt de vraag niet wezenlijk anders. Ook de beoordeling niet die de gemeente heeft gemaakt. Dus ik begrijp de discussie niet. Je dient een aanvraag in, ik wil een huis bouwen van zoveel vierkante en kubieke meters. Dat plan wordt beoordeeld. Gegeven het feit dat er daarnaast al een huis staat. Dat is wat er nu gebeurd is. Wat heeft het voor zin om te zeggen van ja maar vroeger was er zoveel kubieke meter terwijl dat in de beoordeling geen rol heeft gespeeld. Dat begrijp ik niet. De voorzitter: Wethouder Rouwendal een interruptie van de heer Van Dolen. Mijnheer Van Dolen gaat uw gang. De heer Van Dolen (D66): Voorzitter dank. De wethouder verengt het nu en dat begrijp ik ook wel want dat was ook een belangrijk element in het betoog van de heer Brans.
Pagina 8/11
Verengt het een beetje tot de kubieke meters. Maar ik heb het over andere getallen. Ik heb het onder andere over de getallen van het aantal verharde vierkante meters waarop het Waterschap, het Hoogheemraadschap heeft gezegd het kan. Terwijl uit de gegevens die wij weer krijgen blijkt dat die getallen niet kloppen. En dat misschien zelfs op grond van die andere getallen het Hoogheemraadschap misschien een negatief besluit had genomen. Mij gaat het om dat soort feitelijke gegevens. Niet om de kubieke meters, mij gaat het om de feitelijke gegevens die wij ook toetsbaar moeten kunnen toetsen als gemeente. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Dolen. We hebben nu een aantal dingen meerdere keren voorbij zien komen. Dit is volgens mij al de derde toelichting die hetzelfde klonk als de eerste toelichting van mijnheer Van Dolen. Ik zou ook willen proberen te kijken of we naar een afronding van de eerste termijn kunnen komen. Zoals het er nu uitziet is er geen steun voor dit verhaal. We hebben nog een vraag open staan van de heer Van Dolen die zegt van kloppen die cijfers nou. Wethouder Rouwendal geeft aan van ja wij baseren ons op de aanvraag, de vergunningaanvraag, en dat zijn dan de cijfers waarmee we gaan rekenen. Wethouder ik zie een interruptie van de heer Van Dolen. Ik geef u zo het woord mijnheer Van Dolen.
Maar kunnen we iets bedenken om gewoon voorzichtig aan dit punt af te ronden en te bedenken wat wij hiermee in de raad gaan doen. Mijnheer Van Dolen gaat uw gang. De heer Van Dolen (D66): Voorzitter dank. Ik stoor me een beetje aan uw woorden dat het een beetje voor de derde keer is dat ik in een soort herhaling val, maar dat komt omdat de wethouder niet ingaat op mijn vraag. En dat is de reden waarom ik denk dat ik tot drie keer toe mijn verhaal moet houden. De voorzitter: Het was geen verwijt mijnheer Van Dolen. Het was een constatering dat we nu met zijn allen gewoon drie keer hetzelfde met elkaar aan het bespreken zijn. En dat een vierde keer ons niet gaat helpen om hier meer duidelijkheid uit te krijgen. Dus ik zou de wethouder willen uitnodigen om even te kijken of hij nog een bijdrage kan leveren en misschien nog een aantal dingen bij elkaar kan brengen. Zo niet dan ga ik de eerste termijn afronden en dan gaan we in tweede termijn kijken hoe we hiermee verder kunnen omgaan. Mevrouw Bremer gaat uw gang. Mevrouw Bremer (GBLV): Ik dacht ik pak het raadsvoorstel er nog een keer bij. Dat is mede waarom iedereen op het verkeerde been is gezet. Dat is onder punt 4, daar staat namelijk ‘het perceel biedt naast sloop van de oorspronkelijke grote woning voldoende ruimte voor de realisatie van twee kleinere woningen’. Dit heeft de wethouder zelf opgeschreven.
En dit is dus precies wat er niet klopt. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Bremer. Wethouder Rouwendal heeft u nog behoefte om uw bijdrage te concluderen?
Pagina 9/11
Wethouder Rouwendal: Voorzitter het perceel biedt wel voldoende ruimte, dat blijkt iedere.. Het past gewoon. En richting mijnheer Van Dolen. Als iemand een aanvraag indient voor een aantal vierkante meters verharding dan krijgt hij daarvoor een vergunning. Als iemand vervolgens zegt van ja ik nog veel meer verharden dan ik heb aangevraagd. Dan is hij dus in overtreding want dan doet hij meer dan hij vergund krijgt. Zo simpel is het. Maar u kunt toch niet van te voren gaan zeggen van ok u gaat misschien wel meer doen dan dat u aanvraagt dus daarom ga ik de vergunning al bij voorbaat weigeren. De voorzitter: Goed. Dan wat ik hier zelf uit begrijp. Er ligt een stuk voor, een raadvoorstel voor, om een verklaring af te geven van geen bezwaar. Daarvan kan ik constateren in de commissie dat er een meerderheid is die dat niet gaat steunen. Niet zozeer inhoudelijk, maar meer procedureel naar de raad toe. Mijn voorstel zal zo zijn om dit als hamerstuk naar de raad te sturen tenzij er nu een van de fracties gaat zeggen van nou we willen een motie indienen die ook een vervolg aanbiedt als dit plan mocht worden weggestemd. Dus graag een reactie op dat voorstel dat ik nu doe. Ik zag dat de heer Van Duffelen in de tweede termijn ook het woord zou willen voeren. En als u het goed vindt wil ik even bij hem beginnen. Mijnheer Van Duffelen gaat uw gang.
De heer Van Duffelen (CDA): Voorzitter dank u wel dat u mij de gelegenheid geeft. Allereerst even dank nog aan de wethouder dat hij in ieder geval geprobeerd heeft om met de bewoners te spreken en te bezien of er een oplossing mogelijk was. Dat blijkt niet het geval te zijn. Waar ik, ik kan me op zich in uw voorstel om het als hamerstuk over te hevelen wel vinden, want ik denk dat we hier lang genoeg over gepraat hebben. Eigenlijk ook een beetje oneigenlijk. Want we zitten nu een soort bezwaarfase voor de verklaring van geen bedenkingen in te voeren. Maar waar ik zelf nog wel behoefte aan zou hebben is eigenlijk een beetje antwoord op de vraag die de heer Van Dolen stelde. Kunnen we niet nog een overzicht krijgen van de verschillende cijfers en de waardering daartussen op grond dat we een goede ruimtelijke onderbouwing hebben om de verklaring wel of niet af te geven. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Duffelen. Mijnheer Van Dolen gaat uw gang, tweede termijn D66. De heer Van Dolen (D66): Voorzitter dank. Ik denk dat de heer Van Duffelen eigenlijk ook precies samenvat wat ik wil. Ik wil mijn toetsende rol goed kunnen invullen en dan is het heel handig dat we nog eens een keertje even goed de cijfers naast elkaar hebben staan. Wat zijn nu de echte feiten, wat zijn nu de echte harde cijfers waarop wij het besluit nu moeten nemen. Dus dat zou me heel erg helpen.
Maar ik kan me ook voorstellen dat wij zeggen van ja het is een hamerstuk en dan heb je kans dat we misschien toch met een motie of wat dan ook zullen komen. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Dolen. Mijnheer Brans, VVD, gaat uw gang.
Pagina 10/11
De heer Brans (VVD): Dank u wel voorzitter. Ik heb eigenlijk geen behoefte aan een tweede termijn. Ik denk dat dat een herhaling van zetten wordt. Ik denk dat alle partijen ook en wij ook duidelijk hebben gemaakt waar onze problemen liggen. Ik stel dus voor, ik kan er helemaal mee akkoord gaan dat het een hamerstuk wordt waar gewoon over gestemd wordt. Mocht er een motie komen dan kunnen we altijd die daarin meenemen. En dat was ik nog vergeten te zeggen, ik wil de wethouder wel heel hartelijk danken voor zijn antwoorden. Dank u. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Brans. Mijnheer Verschoor, ChristenUnie-SGP, gaat uw gang, tweede termijn. De heer Verschoor (ChristenUnie-SGP): Ik heb geen tweede termijn voorzitter. Als u denkt dat het hiermee een hamerstuk kan worden vind ik dat prima. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Verschoor. Zoals u weet geeft een hamerstuk niet aan of een onderwerp wel of niet belangrijk is. Maar er is een procedureel voorstel van hoe we hiermee om kunnen gaan en of we dan verder kunnen gaan daarmee. Mevrouw Bremer, tweede termijn. Mevrouw Bremer (GBLV): Dank u wel voorzitter. We hebben al heel veel gevraagd en uitgelegd en nog een keer gevraagd. En de antwoorden blijven rondcirculeren in die zin dat er geen opheldering komt. Dus dan maar als hamerstuk naar de raad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Bremer. Wethouder Rouwendal gaat uw gang.
Wethouder Rouwendal: Ja goed dat is een hele flauwe opmerking want volgens mij zei mevrouw Bremer al in de eerste termijn dat ze tegen zou gaan stemmen en mijnheer Brans ook. Dus dan moet ze niet zeggen ik krijg geen opheldering want die conclusie had ze van tevoren al getrokken. Maar als mijnheer Van Dolen graag nog een keer de cijfers wil, voor wat het dan waard is als het een hamerstuk wordt, dan kunnen we er nog wel een keer naar kijken. En voor de rest ben ik het volledig met mijnheer Van Duffelen eens dat de raad het college nu dwingt om de vergunning te weigeren. Want dat is wat de raad nu doet. Mevrouw Bremer zegt dan moet het overnieuw beginnen. Het college gaat niet overnieuw beginnen, dan zijn het dus de initiatiefnemers die opnieuw moeten beginnen. Dus er wordt wel degelijk nu een kant gekozen, wat mevrouw Bremer niet wil, maar wat ze wel doet. En mijns inziens ook nog eens de verkeerde. Maar goed, daar gaat de raad zelf over. Ik zou het een hele oneigenlijke weigering vinden. Maar goed als de raad vindt dat het toch zo moet dan moet het zo. De cijfers kunnen, als daar behoefte aan is, kunnen nog een keer gecheckt worden. Maar ik hoop dat de raad in de komende 14 dagen nog wat beter bij z’n positieven komt.
Pagina 11/11
De voorzitter: Wethouder Rouwendal dank u wel. Ik heb nog een interruptie van mevrouw Bremer. Mevrouw Bremer gaat uw gang. Mevrouw Bremer (GBLV): Ik vind het heel jammer wat wethouder Rouwendal nu zegt. Want ik heb hem bedankt voor zijn mediation en ik heb een paar vragen gesteld waar ik gewoon geen antwoord op krijg. En dan zegt hij nu u kiest de verkeerde kant. Ik vind dat gewoon niet correct, ik vind het ook niet kies om dat in een commissie zo te doen. Wij proberen hier het goede te doen en dan geeft u aan u kiest een verkeerde kant. Wij willen niet kiezen dus ga ik terug naar de basis. En de basis is dit stuk is vanaf het begin af aan niet juist beoordeeld waardoor we nu in deze situatie zitten. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Bremer. Het is kennelijk interessant om te zien dat de emoties van de buren ook bij de commissie terecht komen. En dan wil ik toch weer even kijken of het kunnen terugpakken. We hebben nu aangegeven dat we het als hamerstuk naar de raad gaan doorsturen. De heer Van Dolen heeft aangegeven dat er mogelijk nog een motie kan komen. Wethouder Rouwendal heeft aangeboden nog even naar de cijfers te kijken. Mocht de motie er komen en mochten de cijfers aanleiding geven om het toch als bespreekstuk aan te merken dan kunnen we dat altijd nog tegen die tijd doen. Dan wil ik u allen bedanken voor deze inbreng en dan wil ik dit punt afronden.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg d.d. 5 oktober 2021. De griffier,
de voorzitter,
mr. C.J. De Vries
dhr. J.G. Bijl
Het integrale videoverslag van deze vergadering is te zien via: https://www.lv.nl/gemeenteraad