1938_PlanMER CIDB Deelrapport 3 Leefomgeving - 14juni2022 DEF.pdf
Tekst van het document
PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING
• •
Uit figuur 7-9 blijkt dat de jaargemiddelde concentratie NO2 vanwege variant 1T in 2030 vrijwel gelijk is aan de jaargemiddelde concentratie die berekend is in de autonome ontwikkeling in figuur 7-5. Uit figuur 7-10 blijkt dat de jaargemiddelde concentratie NO2 in variant 1L in 2030 vrijwel gelijk is aan de jaargemiddelde concentratie die berekend is in de autonome ontwikkeling (en in variant 1T). Variant 1L zorgt voor een lichte afname van verkeer, maar deze afname is zo beperkt dat dit vrijwel geen effect heeft op de luchtkwaliteit. Net als in de referentiesituatie en in variant 1T, zijn er enige concentratiepieken te herkennen langs de A12, op de Binckhorstlaan bij tunnelmond van de Rotterdamsebaan en bij de aansluiting van het Schenkviaduct. In 2030 bedraagt de jaargemiddelde concentratie bij variant 1L in het grootste deel van het studiegebied 15-20 µg/m3.
Daar waar getoetst dient te worden, ter hoogte van woningen en gevoelige bestemmingen, bedraagt de NO2 concentratie in de varianten 1B, 1T en 1L maximaal 29 µg/m3 vanwege de zeer nabije ligging van de A12. Hier wordt voldaan aan de grenswaarden voor de luchtkwaliteit volgens zowel de Nederlandse Wet Milieubeheer als de WHO-advieswaarden.
Figuur 7-8 Jaargemiddelde concentratie NO2 in variant 1B, 2030
90
Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022
PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING
Figuur 7-9 Jaargemiddelde concentratie NO2, plansituatie variant 1T, 2030
Figuur 7-10 Jaargemiddelde concentratie NO2 in variant 1L, 2030
91
Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022
PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING
Alternatief 2 De jaargemiddelde concentratie NO2 in 2030 voor de variant 2T is weergegeven in respectievelijk figuur 7-11: •
Uit figuur 7-11 blijkt dat de jaargemiddelde concentratie NO2 in variant 2T in 2030 vrijwel gelijk is aan de jaargemiddelde concentratie die berekend is in de autonome ontwikkeling. Variant 2T zorgt voor een lichte afname van verkeer, waardoor de jaargemiddelde concentratie NO2 heel licht zal afnemen. Net als in de referentiesituatie zijn er enige concentratiepieken te herkennen langs de A12, op de Binckhorstlaan bij tunnelmond van de Rotterdamsebaan en bij de aansluiting van het Schenkviaduct. In 2030 bedraagt de jaargemiddelde concentratie in het grootste deel van het studiegebied variant 2T 15-20 µg/m3.
Daar waar getoetst dient te worden, ter hoogte van woningen en gevoelige bestemmingen, bedraagt de NO2 concentratie in varianten 2T maximaal 29 µg/m3 vanwege de zeer nabije ligging van de A12. Hier wordt voldaan aan de grenswaarden voor de luchtkwaliteit volgens zowel de Nederlandse Wet Milieubeheer als de WHOadvieswaarden.
Figuur 7-11 Jaargemiddelde concentratie NO2, plansituatie variant 2T, 2030
Alternatief 3 Uit voorgaande paragrafen blijkt dat de jaargemiddelde concentratie NO 2 in de referentiesituatie, in alternatief 1 en in variant 2T steeds gelijk zijn. Hieruit kan opgemaakt worden dat de HOV en de verschillende alternatieven niet leiden tot een verandering van de luchtkwaliteit. Dit wordt veroorzaakt doordat er maar kleine verschillen zijn tussen de aantallen auto’s, trams (lightrail) en bussen. Hierdoor zijn de verschillen in de emissie tussen de alternatieven en varianten marginaal en is een effect op de luchtkwaliteit vooral het gevolg van een gewijzigde ligging van de sporen, busbanen en wegen. Voor alternatief 3 geldt dat er alleen sprake is van een busvariant (3B). Omdat de verschillen in de verkeerscijfers zo klein zijn, zal alternatief 3 niet leiden tot veranderingen in de jaargemiddelde concentratie NO2. Deze zal dus, net als in alle andere varianten 15-20 µg/m3 bedragen in het grootste gedeelte van het studiegebied. Enkele concentratieverhogingen zullen optreden langs de A12 en lokaal langs de Binckhorstlaan, zoals in alle andere varianten het geval is.
92
Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022
PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING
Alternatief 4 De jaargemiddelde concentratie NO2 in 2030 voor de variant 4T is weergegeven in respectievelijk figuur 7-12: •
Uit figuur 7-12 blijkt dat de jaargemiddelde concentratie NO2 in variant 4T in 2030 vrijwel gelijk is aan de jaargemiddelde concentratie die berekend is in de autonome ontwikkeling. Variant 4T zorgt voor een lichte afname van verkeer. Deze afname is echter zo klein dat dit vrijwel geen effect heeft op de luchtkwaliteit. Net als in de referentiesituatie zijn er enige concentratiepieken te herkennen langs de A12, op de Binckhorstlaan bij tunnelmond van de Rotterdamsebaan en bij de aansluiting van het Schenkviaduct. In 2030 bedraagt de jaargemiddelde concentratie in het grootste deel van het studiegebied variant 4T 15-20 µg/m3.
Daar waar getoetst dient te worden, ter hoogte van woningen en gevoelige bestemmingen, bedraagt de NO2 concentratie in variant 4T maximaal 29 µg/m3 vanwege de zeer nabije ligging van de A12. Hier wordt voldaan aan de grenswaarden voor de luchtkwaliteit volgens zowel de Nederlandse Wet Milieubeheer als de WHO-advieswaarden.
Figuur 7-12 Jaargemiddelde concentratie NO2, plansituatie variant 4T, 2030
Alternatief 5 De jaargemiddelde concentratie NO2 in 2030 voor de variant 5T is weergegeven in respectievelijk figuur 7-13: •
Uit figuur 7-13 blijkt dat de jaargemiddelde concentratie NO2 in variant 5T in 2030 vrijwel gelijk is aan de jaargemiddelde concentratie die berekend is in de autonome ontwikkeling. Variant 5T zorgt voor een lichte afname van verkeer, waardoor de jaargemiddelde concentratie NO2 heel licht zal afnemen. Deze afname is echter zo klein dat dit vrijwel geen effect heeft op de luchtkwaliteit. Net als in de referentiesituatie zijn er enige concentratiepieken te herkennen langs de A12, op de Binckhorstlaan bij tunnelmond van de Rotterdamsebaan en bij de aansluiting van het Schenkviaduct. In 2030 bedraagt de jaargemiddelde concentratie in het grootste deel van het studiegebied variant 5T 15-20 µg/m3.
Daar waar getoetst dient te worden, ter hoogte van woningen en gevoelige bestemmingen, bedraagt de NO2 concentratie in variant 5T maximaal 29 µg/m3 vanwege de zeer nabije ligging van de A12. Hier wordt voldaan aan de grenswaarden voor de luchtkwaliteit volgens zowel de Nederlandse Wet Milieubeheer als de WHO-advieswaarden.
93
Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022
PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING
Figuur 7-13 Jaargemiddelde concentratie NO2, plansituatie variant 5T, 2030
Verandering van jaargemiddelde concentratie NO2 Alternatief 1 De verandering van de concentratie NO2 als gevolg van variant 1B, 1T en 1L is weergegeven in figuur 7-14, figuur 7-15 en figuur 7-16. De weergegeven verandering van de concentratie geldt voor het wegverkeer, omdat uit voorgaande paragraaf gebleken is dat dit wegverkeer veruit maatgevend is voor de jaargemiddelde concentratie NO 2. Uit de figuren blijkt dat in de varianten 1B, 1T en 1L de jaargemiddelde concentratie NO2 in het studiegebied minder dan 0,4 µg/m3 verandert. Dit kan beoordeeld worden als neutraal (0). De tellingen van het aantal woningen binnen het studiegebied en de veranderingen die optreden zijn opgenomen in tabel 7-10. Om de verandering van de concentratie goed in beeld te brengen, is ook de referentiesituatie in deze tabel opgenomen, waarbij woningen in de referentiesituatie geen verschuiving ondervinden (verschil <0,4 µg/m 3). Tabel 7-10 Tellingen van aantal woningen in het studiegebied en verandering van de jaargemiddelde concentratie NO2 Afname > 2,4 µg/m3
Afname 1,2-2,4 µg/m3
Afname 0,4-1,2 µg/m3
Verschil < 0,4 µg/m3
Toename 0,4-1,2 µg/m3
Toename 1,2-2,4 µg/m3
Toename > 2,4 µg/m3
Referentie
0
0
0
79.481
0
0
0
Variant 1B
0
0
0
79.481
0
0
0
Variant 1T
0
0
0
79.481
0
0
0
Variant 1L
0
0
0
79.481
0
0
0
Uit de tellingen blijkt dat er in de varianten 1T, 1B en 1L geen veranderingen in de jaargemiddelde concentratie NO 2 optreden. Daarom scoren deze varianten allemaal neutraal ten opzichte van de referentiesituatie (0). Voor luchtkwaliteit geldt dat er geen verschil in effecten is voor wat betreft een verhoogde of verdiepte ligging ter hoogte van het tracédeel bij Opa’s veldje. Variant 1L-1 (verdiepte ligging lightrailtracé Maanweg-station Voorburg) is daarmee ook beoordeeld als neutraal (0).
94
Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022
PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING
Figuur 7-14 Effect van variant 1B: verandering van de jaargemiddelde concentratie NO2
Figuur 7-15 Effect van variant 1T: verandering van de jaargemiddelde concentratie NO2
95
Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022
PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING
Figuur 7-16 Effect van variant 1L: verandering van de jaargemiddelde concentratie NO2
Alternatief 2 De verandering van de concentratie NO2 als gevolg van variant 2T is weergegeven in figuur 7-17. Uit de figuur blijkt dat in variant 2T de jaargemiddelde concentratie NO2 in het studiegebied minder dan 0,4 µg/m3 verandert. Op basis van deze figuur, kan dit beoordeeld worden als neutraal (0). De tellingen van het aantal woningen binnen het studiegebied en de veranderingen die optreden zijn opgenomen in tabel 7-11. Om de verandering van de concentratie goed in beeld te brengen, is ook de referentiesituatie in deze tabel opgenomen, waarbij woningen in de referentiesituatie geen verschuiving ondervinden (verschil <0,4 µg/m 3). Tabel 7-11 Tellingen van aantal woningen in het studiegebied en verandering van de jaargemiddelde concentratie NO2 Afname > 2,4 µg/m3
Afname 1,2-2,4 µg/m3
Afname 0,4-1,2 µg/m3
Verschil < 0,4 µg/m3
Toename 0,4-1,2 µg/m3
Toename 1,2-2,4 µg/m3
Toename > 2,4 µg/m3
Referentie
0
0
0
79.481
0
0
0
Variant 2T
0
0
0
79.481
0
0
0
Uit de tellingen blijkt dat er in de variant 2T geen veranderingen in de jaargemiddelde concentratie NO 2 optreden. Daarom scoort deze variant neutraal ten opzichte van de referentiesituatie (0). Uit bovenstaande blijkt dat variant 2T niet voor een verandering van de jaargemiddelde concentratie NO 2 zorgt. Uit de analyse van de jaargemiddelde concentratie NO 2 onder de modaliteiten van alternatief 1 (1B, 1T en 1L), is gebleken dat er geen veranderingen optreden vanwege de verschillende modaliteiten. De motorvoertuigaantallen, tram- en busaantallen verschillen zo weinig tussen de varianten en modaliteiten, dat de veranderingen geen effect hebben op de luchtkwaliteit. Daarom geldt voor variant 2B en 2L dat ook deze neutraal zullen scoren ten opzichte van de referentiesituatie.
96
Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022
PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING
Figuur 7-17 Effect van variant 2T: verandering van de jaargemiddelde concentratie NO2
Alternatief 3 Alternatief 3 betreft het alternatief naar Voorburg via de Zonweg, Melkwegstraat en een deel van de Maanweg. Voor dit alternatief is alleen de modaliteit bus van toepassing. Uit analyse van de aantallen voor het wegverkeer en het openbaar vervoer is gebleken dat er in alternatief 3 slechts kleine veranderingen optreden ten opzichte van de referentiesituatie. Deze veranderingen zijn zo klein, dat zij geen invloed hebben op de jaargemiddelde concentratie NO2. De luchtkwaliteit zal vanwege realisatie van alternatief 3 daarom maximaal 0,4 µg/m 3 veranderen. Hiermee zal ook alternatief 3 (variant 3B) neutraal scoren ten opzichte van de referentiesituatie. Alternatief 4 (4T) Variant 4T maakt gebruik van de bestaande sporen in de Prinses Mariannelaan, Laan van Middenburg en Westeinde. Dit tracé leidt tot extra OV-beweging via deze route. Het effect is weergeven in figuur 7-18. Uit de figuur blijkt dat in variant 4T de jaargemiddelde concentratie NO2 in het studiegebied minder dan 0,4 µg/m3 verandert. Op basis van deze figuur, kan dit beoordeeld worden als neutraal (0). De tellingen van het aantal woningen binnen het studiegebied en de veranderingen die optreden zijn opgenomen in tabel 7-12.
Om de verandering van de concentratie goed in beeld te brengen, is ook de referentiesituatie in deze tabel opgenomen, waarbij woningen in de referentiesituatie geen verschuiving ondervinden (verschil <0,4 µg/m 3). Tabel 7-12 Tellingen van aantal woningen in het studiegebied en verandering van de jaargemiddelde concentratie NO2 Afname > 2,4 µg/m3
Afname 1,2-2,4 µg/m3
Afname 0,4-1,2 µg/m3
Verschil < 0,4 µg/m3
Toename 0,4-1,2 µg/m3
Toename 1,2-2,4 µg/m3
Toename > 2,4 µg/m3
Referentie
0
0
0
79.481
0
0
0
Variant 4T
0
0
0
79.481
0
0
0
Uit de tellingen blijkt dat er in de variant 4T geen veranderingen in de jaargemiddelde concentratie NO 2 optreden. Daarom scoort deze variant neutraal ten opzichte van de referentiesituatie (0).
97
Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022
PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING
Figuur 7-18 Effect van variant 4T: verandering van de jaargemiddelde concentratie NO2
Alternatief 5 Voor alternatief 5 is het tracé naar Voorburg (via de Maanweg) gelijk aan alternatief 1. Het tracé van de HOV naar de Haagweg in Rijswijk, loopt via de Jupiterkade en Broekslootkade, in plaats van de Geestbrugweg zoals in alternatief 1. Het effect is weergeven in figuur 7-19. Uit de figuur blijkt dat in variant 5T de jaargemiddelde concentratie NO 2 in het studiegebied minder dan 0,4 µg/m3 verandert. Op basis van deze figuur, kan dit beoordeeld worden als neutraal (0). De tellingen van het aantal woningen binnen het studiegebied en de veranderingen die optreden zijn opgenomen in tabel 7-12. Om de verandering van de concentratie goed in beeld te brengen, is ook de referentiesituatie in deze tabel opgenomen, waarbij woningen in de referentiesituatie geen verschuiving ondervinden (verschil <0,4 µg/m3). Tabel 7-13 Tellingen van aantal woningen in het studiegebied en verandering van de jaargemiddelde concentratie NO2 Afname > 2,4 µg/m3
Afname 1,2-2,4 µg/m3
Afname 0,4-1,2 µg/m3
Verschil < 0,4 µg/m3
Toename 0,4-1,2 µg/m3
Toename 1,2-2,4 µg/m3
Toename > 2,4 µg/m3
Referentie
0
0
0
79.481
0
0
0
Variant 5T
0
0
0
79.481
0
0
0
Uit de tellingen blijkt dat er in de variant 5T geen veranderingen in de jaargemiddelde concentratie NO 2 optreden. Daarom scoort deze variant neutraal ten opzichte van de referentiesituatie (0).
98
Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022
PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING
Figuur 7-19 Effect van variant 5T: verandering van de jaargemiddelde concentratie NO2
Doorkijkscenario met doortrekking lightrail naar de regio (LReg) Uit de berekeningsresultaten van de bijdragen van tram en lightrail is voor alle varianten gebleken dat vrijwel niet bijdragen aan de jaargemiddelde concentratie stikstofdioxide. Ook wanneer het (light)railtracé wordt doorgetrokken naar de regio, is ditzelfde patroon te verwachten. Wel is het mogelijk dat de verkeersaantallen nabij het tracé verder afnemen. Hierdoor kan het doortrekken van het (light)railtracé indirect leiden tot een lichte verbetering van de luchtkwaliteit.
7.4.2
Fijn stof (PM10)
Alternatieven in plangebied Jaargemiddelde concentratie PM10 Alternatief 1 De jaargemiddelde concentratie PM10 in 2030 voor de varianten 1B, 1T en 1L is weergegeven in respectievelijk figuur 7-20, figuur 7-21 en figuur 7-22. De jaargemiddelde concentratie PM10 bedraagt in de varianten van alternatief 1 in 2030 14-18 µg/m3. Net als in de autonome ontwikkeling zijn er enkele concentratieverhogingen rond de A12 en de Binckhorstlaan en Neherkade. In vergelijking met de referentiesituatie blijven de gebieden met concentratieverhogingen in varianten 1B, 1T en 1L vrijwel gelijk. De verkeerseffecten die optreden tussen de modaliteiten bus, tram en lightrail in de varianten van alternatief 1, zijn nihil en leiden niet tot effecten op de luchtkwaliteit. Nergens in het studiegebied is de berekende jaargemiddelde concentratie fijn stof in de varianten van alternatief 1 hoger dan 20 µg/m3. Hiermee wordt voldaan aan de grenswaarden voor fijn stof volgens de Nederlandse Wet Milieubeheer en volgens de WHO-advieswaarden.
99
Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022
PLAN-MER MIRT-VERKENNING BEREIKBAARHEID CID BINCKHORST DEELRAPPORT 3 – LEEFOMGEVING EN VERSTEDELIJKING
Figuur 7-20 Jaargemiddelde concentratie PM10, plansituatie variant 1B, 2030
Figuur 7-21 Jaargemiddelde concentratie PM10, plansituatie variant 1T, 2030
100
Onze referentie: D10042535 - Datum: 14 juni 2022