CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

1464 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Leidschendam-Voorburg

Raadsvergadering 2 februari 2021, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: Herziening Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs (1464).15.335 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

SO

VSO

8,8

12,2

13,8

15,5

8,8

9,2

*Tenzij bij beschikking van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen de N-factor anders dan 7 is vastgesteld. Voor SO-MG met N=2, voor VSO-MG met N=2 geldt 57,5,voor SO-MG met N=3 geldt 56,75 en voor VSO-MG met N=3 geldt 57,5.

21

B.1.4 School voor voortgezet onderwijs 1. De ruimtebehoefte voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald aan de hand van het ruimtebehoeftemodel. De totale ruimte van een instelling voor voortgezet onderwijs is het totaal van twee componenten, te weten: a. een leerlinggebonden component, en b. een vaste voet. 2. De leerlinggebonden component wordt berekend door de in tabel 2.a opgenomen bruto vloeroppervlakten per leerling te vermenigvuldigen met het aantal leerlingen dat op de school voor voortgezet onderwijs staat ingeschreven. De leerlinggebonden component is afhankelijk van de soort onderwijs. de leerweg of de sector die leerling volgt. 3. De vaste voet is opgenomen in tabel 2.b. De vaste voet voor de hoofdvestiging van de instelling is 980 vierkante meter bruto vloeroppervlakte. Voor een nevenvestiging die op grond van een ministeriële beschikking in aanmerking komt voor aanvullende bekostiging in verband met spreidingsnoodzaak geldt een afzonderlijke vast voet van 550 vierkante meter bruto vloeroppervlakte. Een tijdelijke nevenvestiging komt niet in aanmerking voor een vaste voet. Naast de vaste voet per instelling wordt per instelling een vaste voet toegekend op de vestiging voor die sectoren waar de beroepsgerichte leerweg(en) wordt aangeboden. 4. De ruimtebehoefte van een school voor voortgezet onderwijs is de som van: a.

de uitkomst van de vermenigvuldiging van het aantal leerlingen per onderwijssoort met de bijbehorende normoppervlakten; b. de vast voet per instelling; c. als dit van toepassing is, een vaste voet per sector, uitgedrukt in bruto vierkante meter, en d. als dit van toepassing is, een vaste voet voor een afdeling praktijkonderwijs. 5. De ruimtebehoefte van een school voor praktijkonderwijs is de som van: a. de uitkomst van de vermenigvuldiging van het aantal leerlingen met de bijbehorende normoppervlakten, en b. de vast voet voor praktijkonderwijs. 6. Als dit noodzakelijk is voor het bepalen van de omvang van de toekenning, kan op basis van deze normering de leegstand in onderwijsruimten binnen een gebouw voor voortgezet onderwijs worden bepaald. Het ruimtebehoeftemodel kent geen afzonderlijke normering voor een orthopedagogische didactisch centrum.

22

Tabel 2.a Berekening leerlingafhankelijke ruimtebehoefte voortgezet onderwijs Onderwijssoort Leerweg 1 Ruimtetype BVO/leerling Onderbouw (leergang 1 en 2) Algemeen 6,18 Bovenbouw AVO/VWO Algemeen 5,85 Bovenbouw theoretische leerweg TLW Algemeen 6,41 LWOO Algemeen 7,07 Bovenbouw techniek GLW Algemeen 5,98 Specifiek 5,47 BLW Algemeen 4,69 Specifiek 8,99 LWOO Algemeen 4,44 Specifiek 12,72 Bovenbouw economie GLW Algemeen 5,95 Specifiek 0,89 BLW Algemeen 5,56 Specifiek 2,25 LWOO Algemeen 5,85 Specifiek 3,06 Bovenbouw zorg/welzijn GLW Algemeen 5,33 Specifiek 2,10 BLW Algemeen 4,71 Specifiek 4,22 LWOO Algemeen 4,85 Specifiek 5,53 Bovenbouw landbouw GLW Algemeen 5,94 Specifiek 0,78 BLW Algemeen 5,37 Specifiek 2,34 LWOO Algemeen 5,03 Specifiek 4,69 Praktijkonderwijs Algemeen 4,41 Specifiek 7,72

1 TLW= theoretische leerweg

LWOO = leerwegondersteunend onderwijs GLW = gemengde leerweg BLW = beroepsgericht leerweg (basis- of kader-)

23

Tabel 2.b Vaste voet per instelling voor het bereken van de ruimtebehoefte voorgezet onderwijs Onderwijssoort Ruimtetype Vast voet Hoofdvestiging Algemeen 980 Nevenvestiging met spreidingsnoodzaak Algemeen 550 Tijdelijke nevenvestiging 0 VMBO-techniek BLW Specifiek 299 VMBO-economie BLW Specifiek 196 VMBO – zorg/welzijn BLW Specifiek 168 VMBO – landbouw BLW Specifiek 117 Praktijkonderwijs Algemeen 306 B.2 Lokalen bewegingsonderwijs 1. De ruimtebehoefte van een lokaal bewegingsonderwijs wordt vastgesteld: a. voor een school voor basisonderwijs op 1,5 klokuur per week per groep leerlingen 6 jaar en ouder; b. voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, op 2,25 klokuur per week per groep leerlingen 6 jaar en ouder, en c. als het schoolgebouw niet beschikt over een speellokaal, op 3,75 klokuur per week voor de leerlingen 4 en 5 jaar. 2. Bij een school voor voortgezet onderwijs wordt de ruimtebehoefte bepaald op basis van het aantal lestijden bewegingsonderwijs. Hiervoor geldt als maximum het aantal lesuren dat overeenkomstig tabel 3 van het ruimtebehoeftemodel is berekend. Deze berekening is als volgt: (aantal leerlingen * 32 * vierkante meter bruto vloeroppervlakte bewegingsonderwijs per leerling) : 460.

Voor het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs wordt een aangepaste formule gehanteerd: (aantal leerlingen * 32 * vierkante meter bruto vloeroppervlakte bewegingsonderwijs per leerling): 322. Tabel 3 Uitgangspunten vaststellen ruimtebehoefte lokaal bewegingsonderwijs voortgezet onderwijs Onderwijssoort Leerweg BVO per leerling Onderbouw (leerjaar 1 en 2) 1,66 Bovenbouw AVO/VWO 0,78 Bovenbouw theoretische leerweg TLW 1,11 LWOO 1,26 Bovenbouw techniek GLW 1,11 BLW 1,38 LWOO 1,57 Bovenbouw economie GLW 1,11 BLW 1,38 LWOO 1,57 Bovenbouw zorg/welzijn GLW 1,11 BLW 1,38 LWOO 1,57 Bovenbouw landbouw GLW 1,11 BLW 1,38 LWOO 1,57 Praktijkonderwijs 1,99

24

DEEL C. Vaststellen aanvullende ruimtebehoefte C.1 Voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen Er is sprake van een voorziening voor blijvend gebruik als de overeenkomstig deel C vastgestelde ruimtebehoefte gedurende minstens 15 jaar blijft bestaan. C.1.1 Nieuwbouw, of vervangende nieuwbouw De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening nieuwbouw of vervangende nieuwbouw wordt overeenkomstig deel B vastgesteld. C.1.2 Overige voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen 1. Uitbreiding, uitbreiding ter vervanging van een bestaand gebouw, ingebruikneming of medegebruik wordt voor een: a. school voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs vastgesteld als het verschil tussen de overeenkomstig deel A vastgestelde capaciteit en de overeenkomstig deel B vastgestelde ruimtebehoefte gelijk of groter is dan de drempelwaarde van: 1. 55 vierkante meter bruto vloeroppervlakte voor een voorziening basisonderwijs; 2. 50 vierkante meter bruto vloeroppervlakte voor een voorziening speciaal basisonderwijs; 3. 50 vierkante meter bruto vloeroppervlakte voor een voorziening voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs; b.

school voor voortgezet onderwijs wordt vastgesteld als het verschil tussen de overeenkomstig deel A vastgestelde capaciteit en de overeenkomstig deel B vastgestelde ruimtebehoefte gelijk of groter dan 10 procent van de bestaande capaciteit met een minimum van 100 vierkante meter. Medegebruik wordt vastgelegd op het verschil tussen de overeenkomstig deel B vastgestelde ruimtebehoefte en de overeenkomstig deel A vastgestelde capaciteit verhoogd met 10%. 2. Voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs bedraagt de bruto vloeroppervlakte van een speellokaal, in aanvulling op het aantal meters bruto vloeroppervlakte bedoelt in het eerst lid, 90 vierkante meter. C.2 Voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen De ruimtebehoefte van een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening wordt op dezelfde wijze vastgesteld als de ruimtebehoefte voor een voor blijvend gebruik bestemde voorziening. Een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening is voor minstens 4 jaar en maximaal 15 jaar noodzakelijk. Voor het opstellen van de omvang van een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening moet het verschil: a. Bij een school voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs ten minste 40 vierkante meter bruto vloeroppervlakte bedragen, en b.

Bij een school voor voortgezet onderwijs voldoen aan het gestelde onder C.1.2, eerste lid, onder b. C.3 Overige voor blijvend gebruik of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen De omvang van een goedgekeurde voorziening: a. Voor blijvend of tijdelijk gebruik bestemde voorziening terrein, dan wel uitbreiding van het terrein, wordt bepaald door de minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om het schoolgebouw te realiseren met inachtneming van de bij of krachtens de wet gestelde eisen ten aanzien van de terreinoppervlakte en de minimumnormen, bedoeld in deel D. b. Eerste aanschaf van: 1. Onderwijsleerpakket en meubilair, of uitbreiding van de eerste aanschaf van het onderwijsleerpakket en meubilair van een school basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs , en

25

2. Leer- en hulpmiddelen en meubilair, of uitbreiding van de eerste aanschaf van leer- en hulpmiddelen en meubilair voor een school voor voortgezet onderwijs, is gekoppeld aan de omvang van de toegekende voorziening. c. Tegemoetkoming in eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair voor een school voor voortgezet onderwijs als gevolg van een inpandige aanpassing waarbij algemene of specifieke ruimte wordt omgezet in specifieke of werkplaatsruimte bedraagt het verschil tussen de vergoeding voor eerste inrichting van de bestaande ruimte en de vergoeding voor eerste inrichting van de te creëren ruimte. d. Herstel van constructiefouten en herstel van schade aan het gebouw, onderwijsleerpakket, leer- en hulpmiddelen en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden wordt bepaald door de activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs. C.4 Lokalen bewegingsonderwijs 1. De omvang van de goedgekeurde voorziening nieuwbouw, vervangende nieuwbouw en uitbreiding van een lokaal bewegingsonderwijs wordt: a. voor een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, vastgesteld op het verschil tussen de overeenkomstig bijlage III, deel A , vastgestelde capaciteit en het overeenkomstig B.2, eerste lid, vastgestelde ruimtebehoefte, en b.

voor een school voor voortgezet onderwijs vastgesteld op de overeenkomstig B2, tweede lid vastgestelde ruimtebehoefte als de uitbreiding groter of gelijk is dan 10% van de overeenkomstig deel A vastgestelde capaciteit. 2. De omvang van de goedgekeurde voorziening uitbreiden van een lokaal bewegingsonderwijs van een school voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op de minimaal noodzakelijke aanvullende vloeroppervlakte om te kunnen voldoen aan de minimumnormen, bedoeld in deel D, onder D.3. 3. De omvang van de goedgekeurde voorziening terrein, of uitbreiding van het terrein, voor een lokaal bewegingsonderwijs wordt vastgesteld op de minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om het lokaal, of de uitbreiding van het lokaal te realiseren. 4. De omvang van de goedgekeurde voorziening aanvulling op de eerste aanschaf van het meubilair wordt overeenkomstig bijlage IV bepaald als een lokaal bewegingsonderwijs in gebruik wordt genomen door andere leerlingen dan waarvoor het lokaal oorspronkelijk is bedoeld of wordt uitgebreid. 5.

De omvang van de goedgekeurde voorziening herstel van constructiefouten en het herstel van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden wordt bepaald door de feitelijke kosten voor de activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang van het onderwijs. DEEL D. Minimumnormen bij het realiseren van nieuwe voorzieningen D.1 Terreinoppervlakte Voor een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet onderwijs geldt voor het verharde gedeelte (speelplaats) een minimum terreinoppervlakte van 3 vierkante meter per leerling, met een minimum van 300 vierkante meter netto. Vanaf 200 leerlingen kan worden volstaan met 600 vierkante meter netto. D.2 Speellokaal Een speellokaal heeft een minimum van 90 vierkante meter netto.

26

D.3. Lokaal bewegingsonderwijs 1. De netto vloeroppervlakte van een lokaal bewegingsonderwijs is minstens 252 vierkante meter netto en de hoogte minstens 5 meter. 2. Een lokaal bewegingsonderwijs bevat minstens twee kleedruimten met een was- of douchegelegenheid. DEEL E. Meetinstructie voor het vaststellen van de bruto vloeroppervlakte van schoolgebouwen E.1 Meetinstructie voor schoolgebouwen De bruto vloeroppervlakte van een schoolgebouw wordt vastgesteld volgens NEN 2580. E.2 Aanvulling op de meetinstructie voor de schoolgebouwen E.2.1 (Speciaal) basisonderwijs en speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs 1. De in- en aangebouwde fietsenstallingen en bergingen die uitsluitend van buitenaf bereikbaar zijn, worden niet tot de bruto vloeroppervlakte gerekend. 2. De oppervlakte van verbindende ruimten tussen in- of aanpandige lokalen bewegingsonderwijs wordt toegekend aan het lesgebouw. 3. bij scheidingswanden tussen lesgebouwen en in- of aanpandige lokalen bewegingsonderwijs wordt de bruto vloeroppervlakte gerekend tot het hart van de scheidingsconstructie. E.2.2 Voortgezet onderwijs De bruto oppervlakte van een gebouw is de som van de bruto vloeroppervlakte van alle tot het gebouw behorende beloopbare binnenruimten. De bruto vloeroppervlakte wordt gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande buitenconstructies die de ruimten omhullen.

Tot de bruto oppervlakte behoren eveneens: a. De oppervlakte van trapgaten, liftschachten en leidingschachten op elk vloerniveau, en b. De oppervlakte van vrijstaande uitwendige kolommen, voor zover groter dan 0,5 vierkante meter. E.2.3 Uitzonderingen 1. De oppervlakten van overdekte niet door vaste buitenbegrenzingen omsloten ruimten worden niet tot de bruto vloeroppervlakte gerekend, ongeacht de vloerconstructie of wijze van verharding. Dit betreft in ieder geval luifels, dakoverstekken, de ruimte onder op kolommen staande verdiepingen, fietsenstallingen. 2. Open brand- of vluchttrappen aan de buitenzijde van een gebouw worden bij de bepaling van de bruto vloeroppervlakte niet meegerekend. 3. Niet beloopbare kelders en zolders worden niet meegerekend.

27

BIJLAGE IV NORMBEDRAGEN VOOR VERGOEDING EN INDEXERING DEEL A – Indexering

De normbedragen in deel B worden jaarlijks aangepast in overeenstemming met onderstaande systematiek en prijsbijstelling: A.1. Nieuwbouw en uitbreiding

1 ___________ * MEV, jaar t, bruto investeringen door bedrijven in woningen (bron: CPB, Middelen en Bestedingen)

Prijsindexcijfer van de bouwkosten van nieuwe woningen, jaar t. tweede kwartaal (bron CBS, kerncijfers bouwnijverheid inclusief BTW) _______________________________ * prijsindexcijfer van de bouwkosten van van nieuwe woningen, jaar t-1, tweede kwartaal (bron: CBS, kerncijfers, bouwnijverheid inclusief btw)

MEV, jaar t + 1 bruto investeringen door bedrijven in woningen (bron: CPB, Middelen en bestedingen) ___________________

1

A.2. Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair

1 _____________ * MEV, jaar t, Prijsmutatie netto Materiële Overheidsconsumptie (bron: CPB, Kerngegevens Collectieve sector)

28

Consumentenprijsindex, alle Huishoudens, jaar t, per 1 juli (bron: CBS, Kerncijfers, cijfer van de maand juni jaar t) ___________________________ * Consumentenprijsindex, alle huishoudens, jaar t-1, per 1 juli (bron: CBS, kerncijfers, cijfer van de maand juni jaar t-1

MEV, jaar t + 1 prijsmutatie netto materiële overheidsconsumptie (bron: CPB, Kerngegevens collectieve sector) ________________________

1

DEEL B – Normbedragen De in dit hoofdstuk opgenomen normbedragen zijn bijgesteld ten behoeve van de vergoedingen voor 2020. Alle in dit deel genoemde bedragen zijn inclusief BTW. A. Nieuwbouw met permanente bouwaard A.1. Kostencomponenten nieuwbouw 1. De financiële normering voor nieuwbouw valt uiteen in volgende kostencomponenten: a. kosten voor terrein; b. bouwkosten; c. toeslag voor verhuiskosten bij vervangende bouw; d. als het een school voor voortgezet onderwijs betreft, toeslag paalfundering; e. als het een speciale school voor basisonderwijs of een school voor speciaal onderwijs betreft een toeslag voor het realiseren van een afzonderlijk speellokaal, en f. als het een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs betreft, toeslag voor het aanbrengen van een liftinstallatie. 2. Als vervangende nieuwbouw wordt gecombineerd met het uitbreiden van een gebouw ter vervanging van een ander gebouw, gelden de bedragen bedoeld in paragraaf B. A.2. Kosten voor terreinen Het benodigde bouwrijpe terrein wordt door de gemeente, eventueel na aankoop, om niet aan het schoolbestuur beschikbaar gesteld en het juridische eigendom wordt aan hen overgedragen. De kosten van een terrein worden opgenomen op het programma, zowel bij aankoop van een terrein als in de situatie dat de gemeente een terrein beschikbaar stelt.

De kosten voor het terrein worden bepaald op de in de gemeente gangbare wijze van waardevaststelling van terreinen. Bij vervangende nieuwbouw behoren de kosten voor het slopen van het oude gebouw tot de kosten voor terreinen. A.3.1. Bouwkosten 1. Tot de bouwkosten behoren: a. de bouwkosten van het gebouw, inclusief fundering, en b. de kosten van de aanleg en inrichting van het schoolterrein. 2. De vergoeding bestaat uit een startbedrag, inclusief een aantal vierkante meters, en een bedrag per vierkante meter bruto vloeroppervlakte. Met deze vergoedingsbedragen moet de in overeenkomstig bijlage III, deel C, vastgestelde aanvullende ruimtebehoefte worden gerealiseerd. A.3.2. Bouwkosten school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag voor de realisatie van de eerste 350 m2 bruto vloeroppervlakte Voor elke volgende m2 bruto vloeroppervlakte

29

€ 1.093.866,09 € 1.871,92

A.3.3. bouwkosten speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag voor de realisatie van de eerste 670 m2 bruto vloeroppervlakte, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal Voor elke volgende m2 bruto vloeroppervlakte, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal Toeslag voor elke speellokaal

€ 1.772.392,22 € 1.960,15 € 168.168,10

A.3.4. Bouwkosten school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag, voor de realisatie van de eerste 677 m2 bruto vloeroppervlakte, € 1.705.640,91 waarin niet begrepen een eventueel speellokaal Voor elke volgende m2 bruto vloeroppervlakte, waarin niet begrepen een € 1.948,52 eventueel speellokaal Toeslag voor elk speellokaal € 168.168,10 Toeslag liftinstallatie als bij nieuwbouw een liftinstallatie inclusief een schacht € 165.291,75 wordt aangebracht A.3.5. Bouwkosten school voor voortgezet onderwijs 1. Er is geen onderscheid in de normbedragen tussen nieuwbouw en uitbreiding 2. De sectieafhankelijke kosten bestaan voor projecten vanaf 460m2 bruto vloeroppervlak uit een vast bedrag per voorziening en een vast bedrag per sectie. 3. Voor projecten kleiner dan 460 m2 bruto vloeroppervlakte worden geen sectieafhankelijke kosten per project toegekend. Deze kosten zijn namelijk opgenomen in de bedragen voor de ruimteafhankelijke kosten per m2 bruto vloeroppervlakte. 4. De bedragen zijn opgenomen in de tabel met vaste bedragen per m2 bruto vloeroppervlakte en vaste bedragen per voorziening. 5. Voor het berekenen van de vergoeding voor de: a.

ruimteafhankelijke kosten wordt het overeenkomstig bijlage III, deel C, vastgestelde aantal m2 per type ruimte van de voorziening, vermenigvuldigd met onderstaande bedragen per ruimtesoort: < 460 m2 ≥ 460 < 2.500 m2 ≥ 2.500 m2 Algemene en specifieke ruimte € 2.928,61 € 1.738,05 € 1.696,41 Werkplaatsen € 2.860,42 € 2.313,85 Werkplaatsen consumptief € 3.473,42 € 2.926,85 b. sectie afhankelijke kosten wordt de vergoeding voor de algemene vaste voet op de vaste voor de algemene sectie of de werkplaatssectie, afhankelijk van de secties waaruit overeenkomst bijlage III, deel C, toegekende voorziening bestaat, verhoogd met de onderstaande bedragen. < 460 m2 ≥ 460 < 2.500 m2 ≥ 2.500 m2 Algemeen € 0,00 € 184.789,31 Algemene sectie € 0,00 € 362.727,46 € 506.450,51 Werkplaatssectie € 0,00 € 67.069,51 6. Tot de algemene en specifieke ruimte behoren: a. (uiterlijke) verzorging / mode en commercie: huishoudkunde, gezondheidskunde, uiterlijke verzorging, mode en commercie, en b. handel/verkoop/administratie: verkooppraktijk, kantoorpraktijk, etaleren. 30

7. Tot de werkplaatsen behoren: a. techniek algemeen: 1. bouwtechniek; 2. machinale houtbewerking; 3. meten; 4. elektrotechniek; 5. installatietechniek; 6. lasserij; 7. metaal; 8. motorvoertuigentechniek, en 9. mechanische techniek. b. consumptief: werkplaats, consumptieve techniek; c. grafische techniek: werkplaats voor grafische techniek, en d. landbouw: groen-praktijk. 8. Overige ruimten behoren tot de categorie algemene ruimte. A.3.6. Toeslag paalfundering school voor voortgezet onderwijs 1. Voor de school voor voortgezet onderwijs is het bedrag van de normkosten gebaseerd op een standaardlocatie. Voor de volgende aanvullende investeringskosten wordt, indien noodzakelijk, een aanvullend bedrag beschikbaar gesteld: a. paalfundering, en b. bemaling. 2. De aanvullende vergoeding is afhankelijk van de benodigde paallengte in relatie met de omvang van de bouw in bruto vloeroppervlakte en wordt bepaald op basis van de volgende formules: Nieuwbouw en uitbreiding <1.000 m2 Paallengte 1 tot 15 meter € 5.386,87 + (€ 28,27*A) Paallengte 15 tot 20 meter € 5.734,99 + (€ 47,81*A) Paallengte 20 meter of langer € 6.402,94 + (€ 85,55*A) itbreiding ≥1.000m2 Paallengte 1 tot 15 meter € 6.578,33 + (€ 9,90*A) Paallengte 15 tot 20 meter € 8.580,34 + (€ 25,69*A) Paallengte 20 meter of langer € 13.029,97 + (€ 51,94*A) 3.

Als de grondwaterstand minder dan 1 meter onder het maaiveld ligt, is bemaling noodzakelijk en wordt een aanvullend bedrag per vierkante meter goedgekeurde terreinoppervlakte toegekend. De vergoeding bedraagt € 18,36 per vierkante meter terrein. A.3.7. Toeslag voor verhuiskosten bij vervangende nieuwbouw 1. Als een school tijdens de realisatie van vervangende nieuwbouw gebruik kan blijven maken van het bestaande schoolgebouw, bestaat aanspraak op bekostiging van de verhuiskosten van één verhuizing. 2. Als een school tijdens de realisatie van vervangende nieuwbouw tijdelijk op een andere locatie moet worden gehuisvest, bestaat aanspraak op bekostiging van de verhuiskosten voor twee verhuizingen. 3. De vergoeding wordt vastgesteld op feitelijke kosten.

31

B. Uitbreiding met permanente bouwaard B.1. Reikwijdte Deze paragraaf is van toepassing op de uitbreiding van de huisvesting in permanente bouwaard van een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs tot 1.035 vierkante meter bruto vloeroppervlakte en van een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs tot 1.000 vierkante meter bruto vloeroppervlakte. Op overige uitbreidingen is paragraaf A overeenkomstig van toepassing. B.2. Kosten terrein Als uitbreiding van het terrein noodzakelijk is, is het bepaalde in A.2 overeenkomstig van toepassing op het vaststellen van de kosten voor het voor uitbreiding benodigde terrein. B.3.1. Bouwkosten 1. Tot de bouwkosten behoren: a. de bouwkosten van het gebouw, en b. kosten voor extra aanleg en inrichting van een deel van het schoolterrein. 2. De vergoeding bestaat uit een startbedrag, inclusief een aantal vierkante meters, en een bedrag per vierkante meter. Met deze vergoedingsbedragen moet de overeenkomstig bijlage III, deel C, vastgestelde aanvullende ruimtebehoefte worden gerealiseerd. B.3.2. Bouwkosten school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreiding van 115m2 bvo of groter € 160.185,69 Startbedrag bij uitbreiding van 55 tot 115m2 bvo € 106.790,52 Naast het startbedrag voor elke m2 bvo € 2.133,84 B.3.3.

Bouwkosten speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreiding van 105m2 bvo of groter € 164.729,33 Startbedrag bij uitbreiding van 50 tot 105 m2 bvo € 109.819,54 Naast het startbedrag voor elke m2 bvo, waarin niet € 2.176,37 begrepen een eventueel speellokaal Toeslag voor elk afzonderlijk speellokaal (90m2 bvo) in € 192.046,20 combinatie met uitbreiding van de school Vergoeding voor elk afzonderlijk speellokaal, zonder € 353.088,51 gelijktijdige uitbreiding van de school

32

B.3.4. Bouwkosten school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreiding van 96m2 bvo of groter € 149.195,90 Startbedrag bij uitbreiding van 50 tot 96 m2 bvo € 99.463,94 Naast het startbedrag voor elke m2 bvo, waarin niet € 2.180,68 begrepen een eventueel speellokaal Toeslag voor elk afzonderlijk speellokaal (90m2 bvo) in € 168.168,10 combinatie met uitbreiding van de school Vergoeding voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m2 € 353.088,51 bvo), zonder gelijktijdige uitbreiding van de school Toeslag liftinstallatie als bij uitbreiding een liftinstallatie € 198.677,66 inclusief een schacht wordt aangebracht B.3.5. Toeslag paalfundering school voor voortgezet onderwijs Het bepaalde in A3.6 is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de omvang van de vergoeding voor paalfundering en bemaling bij uitbreiding. C. Tijdelijke voorziening C.1. Vergoeding bedragen tijdelijke voorzieningen 1. De vergoedingsbedragen voor tijdelijke voorzieningen zijn afgestemd op de investeringslasten van voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen: a. nieuwbouw van een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw als hoofdlocatie; b.

uitbreiding van een permanent hoofdlocatie met een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw, en c. uitbreiding van bestaande voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwen. 2. In aanvulling op het eerste lid wordt rekening gehouden met het bekostigen van een tijdelijke voorziening door middel van huur van een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw. C.2. Kosten voor terrein Als een tijdelijke voorziening niet gerealiseerd kan worden op het aanwezige terrein, worden de kosten voor het benodigde terrein bepaald overeenkomstig A.2. C3.1. Nieuwbouw als hoofdlocatie / uitbreiding van permanente hoofdlocatie De vergoeding voor een tijdelijke voorziening bestaat uit een startbedrag en een bedrag per vierkante meter. In deze bedragen zij begrepen de bouwkosten, de kosten van herstel en inrichting van terreinen, de kosten van paalfundering en de eenmalige aansluitkosten op nutsvoorzieningen. C3.2. Vergoeding basisschool en speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool en een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij nieuwbouw van 80 m2 bvo of groter € 62.293,89 Startbedrag b ij nieuwbouw van 40 tot 80 m2 bvo € 41.529,27 Naast het startbedrag voor elke m2 bvo € 1.530,85

33

C.3.3. Vergoeding school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs 1. De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij nieuwbouw van 80 m2 bvo of groter € 65.290,63 Startbedrag bij nieuwbouw van 40 tot 80 m2 bvo € 44.120,78 Naast het startbedrag voor elke m2 bvo € 1.499,89 2. Paragraaf A is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de hoogte van de vergoeding voor sloopkosten van het oude gebouw, herstel en inrichting van terreinen en voor tijdelijke verhuizing van de leerlingen. C.3.4. Vergoeding school voor voortgezet onderwijs De vergoeding voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald op basis van de vergoedingsformule € 931,92*A + € 64.070,92, waarbij A het overeenkomstig bijlage III, deel C, bepaalde aantal vierkante meter bruto vloeroppervlakte aan tijdelijke huisvesting is. C.4.1. Uitbreiding van bestaande tijdelijke voorzieningen primair en speciaal of voortgezet speciaal onderwijs 1. De vergoeding voor uitbreiding bestaande tijdelijke voorziening bestaat uit een startbedrag en een bedrag per vierkante meter. In deze bedragen zijn begrepen de bouwkosten, de toeslag voor paalfundering en de toeslag voor herstel en inrichting van terreinen. 2.

Paragraaf A is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de hoogte van de vergoeding voor sloopkosten van het oude gebouw, herstel en inrichting van terreinen en voor tijdelijke verhuizing van de leerlingen. C.4.2. Vergoeding basisschool en speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool en een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreiding van 80 m2 bvo of groter Startbedrag bij uitbreiding van 40 tot 80 m2 bvo Naast het startbedrag voor elke m2 bvo

€ 35.015,89 € 23.343,92 € 1.604,08

C.4.3. Vergoeding school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreiding van 80 m2 € 35.504,70 Startbedrag bij uitbreiding van 40 tot 80 m2 € 23.669,79 Naast het startbedrag voor elke m2 bvo € 1.585,80 C.5. Huur van voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwen Huur van een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening en huur van een bestaand gebouw worden vergoed op basis van de werkelijke kosten. D. Eerste inrichting D.1.1. Vergoeding onderwijsleerpakket en meubilair Het bedrag van de vergoeding voor onderwijsleerpakket en meubilair wordt bepaald aan de hand van het verschil tussen de al toegekende investeringsbedragen en de nieuwe berekende vergoeding.

34

D.1.2. Vergoeding basisschool De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag, incl. 200 m2 bvo € 41.155,84 Naast het startbedrag voor elke m2 € 143,98 D.1.3. Vergoeding speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag incl. 250 m2 bvo € 87.317,93 Naast het startbedrag voor elke m2 bvo € 148,95 D.1.4. Vergoeding school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag incl. 370 m2 m.u.v. vaste Voor elke volgende m2 bvo voet vso-ZMLK van 250 m2 SO / VSO-doven € 147.122,36 € 256,81 SO / VSO-sh € 133.648,95 € 332,83 SO / VSO-esm € 124.537,94 € 165,50 SO / VSO-visg € 176.744,13 € 315,88 SO / VSO-lz € 112.707,66 € 155,64 SO / VSO-lg € 132.688,64 € 303,42 SO / VSO-zmlk € 110.957,15 € 132,03 SO / VSO-zmok € 108.304,84 € 151,78 SO / VSO-pi € 109.262,25 € 164,83 SO / VSO-mg € 134.347,31 € 134,64 D.1.5.

Vergoeding speellokaal speciale school voor basisonderwijs en school voor speciaal onderwijs De vergoeding voor onderwijsleerpakket en meubilair voor de inrichting van een speellokaal voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs bedraagt € 7.968,15. D.2. School voor voortgezet onderwijs 1. De vergoeding voor eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair is gekoppeld aan de toe te kennen voorziening nieuwbouw, niet zijnde vervangende nieuwbouw, uitbreiding en ingebruikneming, niet zijnde ingebruikneming ter vervanging van een bestaand gebouw. Aanspraak op deze vergoeding bestaat als de eerste inrichting nog niet eerder door het rijk of de gemeente is bekostigd. De hoogte van de vergoeding wordt berekend door vast te stellen het verschil tussen de al toegekende vergoeding en de vergoeding die is vastgesteld op basis van de te realiseren bruto vloeroppervlakte per ruimtetype. De hoogte van de vergoeding per ruimtetype wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Ruimtetype Functie Algemeen € 169,84 Specifiek (Uiterlijke) verzorging / mode en commercie € 396,96 Handel / verkoop / administratie € 242,83 € 326,04 Praktijkonderwijs Werkplaatsen Techniek algemeen € 416,47 Consumptief € 806,51 Grafische techniek € 1.541,92 Landbouw € 0,00 35

2. Als in plaats van uitbreiding van het schoolgebouw medegebruik van een voor een school bestemd gebouw wordt gevorderd, wordt inventaris slechts toegekend als de inventaris in de voor medegebruik aangewezen ruimte ontbreekt of niet geschikt is. E. Lokalen bewegingsonderwijs E.1. Bouwkosten nieuwbouw 1. De vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een lokaal bewegingsonderwijs met een netto speeloppervlakte van 252 m2 vierkante meters bedraagt € 1.149.929,69 als deze op het schoolterrein gerealiseerd kan worden, of € 1.173.187,70 als deze op een afzonderlijk terrein gerealiseerd wordt. In deze vergoeding zijn opgenomen de kosten van fundering op staal en inrichting van terrein. 2. Scholen met lichamelijk gehandicapte leerlingen, meervoudig gehandicapte leerlingen of zeer moeilijk lerende leerlingen wordt een toeslag toegekend van 50 vierkante meter. Het normbedrag van deze toeslag is € 115.354,59. 3. Als paalfundering noodzakelijk is wordt een toeslag gegeven op basis van de volgende bedragen: Paallengte Vergoeding Vergoeding bij ruimten LG en MG 1 < 15m € 23.129,57 € 29.163,08 15 < 20m € 31.885,29 € 40.388,59 ≥ 20m € 44.781,52 € 58.125,97 E.2. uitbreiding Het bepaalde in E.1. eerste lid, is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de hoogte van de vergoeding voor uitbreiding van een lokaal bewegingsonderwijs.

Bij lokalen bewegingsonderwijs met een oefenvloer van 140 vierkante meter netto speeloppervlakte of minder, kan de oefenvloer worden uitgebreid tot een oppervlakte van 252 vierkante meter. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Uitbreiding 112 t/m 120 m2 121 t/m 150 m2

Normbedragen € 267.171,63 € 324.783,83

Paallengte 1 < 15 meter € 10.354,70 € 12.947,58

15 < 20 meter € 17.934,95 € 22.412,90

≥ 20 meter € 29.321,65 € 36.652,05

E.3.2. OLP / meubilair school voor basisonderwijs en speciaal basisonderwijs De vergoeding voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs bedraagt € 53.786,01 E.3.3. OLP / meubilair school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een school voor speciaal onderwijs of voor voortgezet speciaal onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen:

36

Schoolsoort SO-doven SO-sh/esm SO-visg SO-lg/mg SO-lz/pi SO-zmlk SO-zmok VSO-doven VSO-sh/esm VSO-visg VSO-lg/mg VSO-lz/pi VSO-zmlk VSO-zmok SOVSO-doven SOVSO-sh/esm SOVSO-visg SOVSO-lg/mg SOVSO-lz/pi SOVSO-zmlk SOVSO-zmok

Bedrag in euro € 43.967,68 € 43.709,74 € 52.917,21 € 57.965,72 € 41.576,45 € 41.576,45 € 41.490,90 € 51.547,03 € 52.892,04 € 62.924,29 € 64.554,28 € 50.802,18 € 50.802,18 € 45.350.42 € 53.380,85 € 57.223,38 € 65.299,12 € 66.311,34 € 55.132,28 € 55.132,28 € 45.865,02

E.3.4. Meubilair / leer- en hulpmiddelen school voor voortgezet onderwijs De vergoeding voor de eerste inrichting meubilair of leer- en hulpmiddelen voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Meubilair Leer- en hulpmiddelen Totaal Eerste lokaal € 1.164,45 € 69.439,21 € 70.603,69 Tweede lokaal € 1.164,45 € 54.167,85 € 55.332,32 Derde lokaal € 1.164,45 € 23.549,65 € 24.714,12 Oefenplaats 1 € 0,00 € 14.335,53 Oefenplaats 2 € 0,00 € 1.770,28 E.4. Medegebruik / huur van een niet-eigen voorziening Naast bewegingsonderwijs in een eigen lokaal van de school is ook bewegingsonderwijs mogelijk in een bestaand lokaal bewegingsonderwijs door middel van: a. Medegebruik van een gebouw van een andere school of de gemeente, of b. Huur van een gebouw van een commerciële exploitant. F. Verhoging Vergoedingen F.1. Verhoging normbedragen De normbedragen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, kunnen door burgemeester en wethouders worden verhoogd met een toeslag van ten hoogste 8% als de voorziening zonder deze verhoging door bijzondere lokale omstandigheden in redelijkheid niet kan worden gerealiseerd. F.2.

Verhoging feitelijke kosten De vergoeding van de feitelijke kosten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, wordt gebaseerd op de door burgemeester en wethouders goedgekeurde offerte en verhoogd met 8 procent voor de kosten van technische advisering, voor zover het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 2, onder b en c. 37

G. Huur sportvelden 1. Een school voor voortgezet onderwijs maakt aanspraak op een vergoeding van de huur van een sportveld voor maximaal 8 weken per jaar. De vergoeding voor deze kosten bedraagt voor de periode van 8 weken € 22,50 per klokuur. 2. Aanspraak op vergoeding als bedoeld in het eerste lid bestaat uitsluitend als de school voor voortgezet onderwijs niet beschikt over een eigen sportveld en geen gebruik maakt van een sportveld dat door de gemeente is gefinancierd.

38

BIJLAGE V CRITERIA VOOR HET VASTSTELLEN VAN DE PRIORITEIT VAN DE AANGEVRAAGDE VOORZIENING 1. Algemeen Prioriteiten worden vastgesteld als het overeenkomstig artikel 11 vastgestelde bekostigingsplafond onvoldoende is om alle aangevraagde voorzieningen die in aanmerking komen om te worden opgenomen op het programma te honoreren. Op basis van de gestelde prioriteiten wordt een rangorde vastgesteld van de voorzieningen waarvan is vastgesteld dat die voor bekostiging in aanmerking komen. Daarna wordt vastgesteld voor welke voorzieningen het bekostigingsplafond voldoende is en deze voorzieningen worden opgenomen op het programma. De voorzieningen die niet worden opgenomen op het programma worden op het overzicht geplaatst. 2. Onderscheid voorzieningen 1. Bij het stellen van de prioriteiten wordt onderscheid gemaakt in voorzieningen die noodzakelijk zijn: a. om capaciteitstekorten op te heffen, en b. om een adequaat niveau te handhaven. 2. Voorzieningen als bedoeld in het eerste lid, onder a. vallen onder hoofdprioriteit 1. Het betreft de volgende voorzieningen: a. nieuwbouw, inclusief terrein; b. uitbreiding, indien van toepassing, inclusief terrein; c. in gebruik nemen bestaand gebouw, indien van toepassing, inclusief terrein; d. verplaatsen tijdelijke gebouwen; e. eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair of leer- en hulpmiddelen; f.

uitbreiding eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair of leer- en hulpmiddelen, en g. medegebruik. 3. Voorzieningen als bedoeld in het eerste lid, onder b, vallen onder hoofdprioriteit 2. Het betreft de volgende voorzieningen: a. vervangende nieuwbouw, indien van toepassing, inclusief terrein; b. herstel van een constructiefout, en c. herstel en vervanging in verband met schade. 4. De onder hoofdprioriteit 2 opgenomen voorziening vervangende nieuwbouw valt onder hoofprioriteit 1 op het moment dat deze voorziening gecombineerd wordt met een uitbreiding van de capaciteit en de vervangende nieuwbouw noodzakelijk is omdat wordt voldaan aan het criterium genoemd onder in bijlage I, deel A, onder A.2. 3. Hoofd- en sub prioriteit 1. Om te omen tot het vaststellen van de prioriteit wordt een onderverdeling gemaakt in hoofdprioriteit en sub prioriteit. 2. Voor het vaststellen van de prioriteit wordt voor de onder 2, eerste lid, onder a, genoemde voorzieningen de ruimtebehoefte vastgesteld overeenkomstig bijlage III, deel C. Deze voorzieningen omvatten zowel de schoolgebouwen als de lokalen bewegingsonderwijs.

39

3. Nadat de onderverdeling naar hoofdprioriteiten heeft plaatsgevonden moet worden vastgesteld welke voorzieningen in aanmerking komen om op het programma te worden geplaatst. Dit vindt plaats op basis van het vaststellen van de sub prioriteit. Bij hoofdprioriteit 1 worden de volgende uitgangspunten gehanteerd om vast te stellen welke voorzieningen voor het plaatsen op het programma in aanmerking komen: a. als eerste de voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk kwantitatief tekort opheft in een situatie met herschikking van schoolgebouwen; b. Vervolgens die voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk kwantitatief tekort opheft in een situatie zonder herschikking van schoolgebouwen, en c. vervolgens die voorziening die relatief gezien een zo groot mogelijk kwantitatief tekort aan lokalen bewegingsonderwijs en sportterreinen opheft.

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=d7d3a33a-10ea-4421-b8b0-53056ec6aa7a