CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen GrLinks mbt PA 2025 tbv raadscie SO 19 01 2021 versie DEF BvM 18 01 2021 opgeschoond

raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling 9 februari 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Technische vragen1.496 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen GrLinks mbt PA 2025 tbv raadscie SO 19 01 2021

1. HBV van Portaal is onder voorwaarden met de prestatieafspraken akkoord gegaan. Wat gebeurt er als niet aan die voorwaarden wordt voldaan (een deel van de voorwaarden hebben namelijk betrekking op acties van Portaal zelf) en zij hun akkoord intrekken? Wat betekent dat dan voor de prestatieafspraken? Antwoord: Allereerst wil ik graag benadrukken dat het afgelopen jaar zowel de huurdersverenigingen, de Leidse corporaties en de gemeente constructief met elkaar hebben samengewerkt aan ambitieuze prestatieafspraken (PA 2020-2025) die alle partijen hebben omarmd en hebben ondertekend. Dit in tegenstelling tot de PA van de periode hiervoor (2015-2020) waarin de huurders uiteindelijk geen partij en ondertekenaars waren. Ik ga er tegen deze achtergrond vanuit dat alle partijen zich inzetten om de afspraken tot 2025 ook samen na te komen, uit te voeren en hiermee een bijdrage te leveren aan goed en plezierig wonen in onze stad. De disclaimer bij afspraak 1.5b2 en 1.5b3 (pag. 10), die op verzoek van Portaal als voorbehoud is toegevoegd aan deze afspraak, beschrijft het proces hoe Portaal en haar huurdersvereniging HBV met elkaar omgaan in geval van discussie tussen beiden over deze onderdelen van de prestatieafspraken. Of deze discussie ontstaat en over de eventuele uitkomst daarvan, kan de gemeente nu niets zeggen.

Wel dat we hierbij betrokken zullen zijn als gemeente mocht deze situatie zich voordoen (zie ook: tekst disclaimer).

2. Hoe verhoudt de resultaatverplichting om 1900 sociale huurwoningen te bouwen tot 2030 met de coalitieafspraken om 30% sociale huur te bouwen tot 2030? Antwoord: De cijfers corresponderen met elkaar: het college heeft zich tot doel gesteld om 30% sociaal te bouwen op een opgave van 8.180 woningen voor de periode 2017 – 2030. Voor deze periode komt dat neer op 2450 sociale huurwoningen. Uit de rapportage Woningbouwmonitor 2020-1 blijkt dat op 1 januari 2020 al 580 sociale huurwoningen opgeleverd zijn. Daarmee komt de resterende opgave voor de periode 1 januari 2020 – 1 januari 2030 uit op afgerond 1900 sociale huurwoningen.

3. Naast gewone sociale huur heeft Leiden zich tot doel gesteld ook voldoende woningen voor bijzondere doelgroepen te bouwen (zorgwoningen, beschermd wonen, etc). Hoeveel worden daarvan tot 2030 gebouwd? En hoeveel overlap (qua telling) hebben die met bovenstaande streefgetallen voor nieuwbouw? Antwoord (NB: beantwoording door ECWD & BMO): de woningen voor bijzondere doelgroepen vallen onder de categorie sociale huurwoningen. In de prestatieafspraken is vastgelegd dat corporaties streven om 10% van de nieuwbouw sociale huurwoningen te bestemmen voor de bijzondere doelgroepen. Er zijn geen aparte afspraken gemaakt over het absolute aantal woningen voor bijzondere doelgroepen. Het totale aantal woningen voor bijzondere doelgroepen tot 2030 hangt dus af van het totale aantal sociale huurwoningen dat zal worden gebouwd.

4. Bijzondere aandacht vergt beschermd wonen. Er zijn daar nog steeds teveel problemen. Hoeveel van dit soort plekken heeft Leiden tot zijn beschikking? Antwoord: Leiden heeft 203 plekken Beschermd Wonen. In totaal zijn er in heel Holland Rijnland 591 Beschermd Wonen plekken beschikbaar.

5. Klopt het bovendien dat er nog steeds een tekort aan woningen voor beschermd wonen (bwplekken) zijn? Zo ja, hoeveel? En wanneer verwacht het College dat dit is opgelost? Antwoord: Dit is niet simpel te beantwoorden. Door de decentralisatie Maatschappelijke zorg per 1 jan. 2023 zal elke gemeente zelf verantwoordelijk worden voor Beschermd Wonen. De gemeenten in de

Leidse regio werken daarin samen. Daarnaast wordt ingezet op ambulantisering, d.w.z. vervangen van intramuraal beschermd wonen door zelfstandig wonen met ambulante begeleiding. Landelijke schattingen zijn dat dit voor ca. 1/3 van het aantal cliënten BW mogelijk zou moeten zijn. Er wordt derhalve in de Leidse regio niet primair ingezet op uitbreiding van het aantal plaatsen BW, maar op het bevorderen van uitstroomwoningen uit BW of lichtere vormen van BW zoals beschermd wonenlight als tussenvorm. Daarnaast zullen de Rijnstreek en Duin- en Bollenstreek zelf voorzieningen voor BW moeten opbouwen. De schatting is dat op termijn in Leiden het aantal BW-plekken zelfs enigszins zal afnemen. Het tempo waarin dat kan is afhankelijk van de opbouw van de voorzieningen in de andere subregio’s en het realiseren van de benodigde uitstroomwoningen. Een voorzichtige schatting is dat voor structureel goede uitstroom mogelijkheden uit BW op langere termijn ca. 150-200 van dat soort woningen nodig zijn in Leiden. Dat zal vooral gerealiseerd moeten worden via de nieuwbouwopgave sociale huurwoningen (zie onder vraag 3).

6. Samenhangend met het punt van het tekort aan woningen voor bw-plekken: wat is de gemiddelde wachttijd voor een bewoner in Leiden voor een bw-plek? (in het kader van de urgentie een relevante vraag) Antwoord: De wachttijd voor een plek in Beschermd Wonen wisselt sterk en is afhankelijk van de soort plek en aard van de ondersteuningsvraag van de cliënt. De meeste cliënten wachten minimaal 1,5 jaar op een plek.

7. Bij punt 1.1. onder f. staat dat corporaties terughoudend zullen zijn met de verkoop van sociale huurwoningen. Wat wordt hieronder verstaan? Zijn er afspraken gemaakt over max. aantallen en criteria waaraan voldaan moeten worden voor de verkoop hiervan? Antwoord: Van belang om hier ten eerste te melden is dat Leidse corporaties zeer terughoudend zijn in de verkoop van sociale huurwoningen. Het beeld van de afgelopen jaren laat dit ook zien. Zo zijn in bijvoorbeeld de jaren 2019 en 2020 resp. 5 en 3 woningen totaal verkocht door de Leidse corporaties (Ons Doel, Portaal en de Sleutels). Wel wensen de corporaties de mogelijkheid open te houden om dit te kunnen doen. Bijvoorbeeld om redenen van beheer in geval van gespikkeld bezit (een complex waarbij de corporatie nog woningen verhuurd, maar de rest bestaat uit eigendomswoningen). Andere reden is dat een woning qua puntenwaardering eigenlijk niet meer passend is in de sociale voorraad en om die reden wordt verkocht. Tegen bovenstaande achtergrond, is deze prestatieafspraak gemaakt zonder daar nu al criteria of maximale aantallen over af te spreken met elkaar. Wel is in de PA (bijlage 1a Ontwikkeling gezamenlijke voorraad Ons Doel, de Sleutels, Portaal) weergegeven welke aantallen verkoop worden voorzien tot en met 2025 (2020 t/m 2025: totaal 110). Bij substantiële afwijking van dit aantal (o.b.v.

monitoring), zal de gemeente dit onderwerp aan de orde stellen in het overleg met corporaties en huurders.

8. Studentenwoningen: de ambitie wordt uitgesproken dat er 600 woningen bijkomen tot 2024. Terwijl de ambitie is er 2700 nieuwe studentenwoningen in 2030 te realiseren. Hoe schat het College in dat dit gaat lukken? En welke maatregelen ziet het College om hierin bij te sturen? Antwoord: het gaat hier om 600 wooneenheden van alleen DUWO. Daarnaast realiseren ook andere partijen SHV. Wat betreft de opgave lopen we op schema. De stand van zaken rondom de realisatie is als volgt: In 2019 zijn 555 wooneenheden opgeleverd (467) op de Leidse Schans en 88 in Voorschoten. In 2020 zijn daar 52 wooneenheden in Voorschoten bijgekomen. Begin 2021 worden 197 wooneenheden op de Leidse Schans opgeleverd, In Leiderdorp Statenhof komen daar nog eens 150 wooneenheden bij. In 2022 en 2023 is de oplevering van 392 wooneenheden op de Ypenburchtbocht, 300 in het Schilperoortpark en 703 op het Entreegebied BSP (mogelijk nog 100 a 150 extra) voorzien. Na 2023 zijn 300 eenheden op het Oegstgeesterdeel van het BSP en 50 eenheden op de Humanities Campus

gepland. Daarnaast zijn er mogelijk nog kansen voor studentenhuisvesting in het Westerpoortgebied (Paardewei) en in Zoeterwoude. De conclusie is dat we op schema liggen voor de realisatie van 2700 eenheden extra voor de langere termijn. 9. Bij 5.4 onder c (huisvesten buurtvoorzieningen) staat dat de welzijnsorganisaties inventariseren welke behoefte er is aan buurtvoorzieningen en in welke wijken. Hoe inventariseren deze organisaties dat en krijgt de Raad daar ook informatie over zodat wij o.a. bij de prestatieafspraken kun monitoren of er voldoende buurtvoorzieningen zijn en of deze in corporatiebezit kunnen worden gehuisvest? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Deze prestatieafspraak gaat om de afspraak met corporaties dat ze er voor openstaan om met de welzijnspartijen samen te werken indien het mogelijk handig en/of wenselijk is om zich in corporatiebezit te huisvesten. Inmiddels hebben de partners van de Sterke Sociale Basis zich gevestigd in de stad. Alle huidige locaties kunt u vinden op hun websites. Op een aantal locaties na, hebben de partners zich voornamelijk gehuisvest in de locaties die ook voorheen werden gebruikt door de verschillende welzijnspartijen. In enkele gevallen maken ze gebruik van corporatiebezit.

Mocht u signalen krijgen dat de buurtvoorzieningen op wat voor manier dan ook niet aansluiten bij de behoeften in de stad horen wij, en de SSB partners, dat graag. Tenslotte hebben we als gemeente met de corporaties afgesproken om een kennismaking met de (nieuwe) partijen in de SSB te organiseren en te verkennen hoe de samenwerking kan worden verstrekt om waar nodig de leefbaarheid in de wijken te versterken. Vanwege ‘Corona’ is een fysieke bijeenkomst helaas nog niet mogelijk geweest. Zodra die mogelijkheid er is, wordt dit georganiseerd. Uiteraard weten personen elkaar in de wijken al wel te vinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9644709/1