Vraag 74 Bijlage 1 (Notitie kwantitatieve opgave versie def)
Tekst van het document
Notitie Aan: Van: Betreft: Datum:
bestuurlijk overleg Leidse regio Projectgroep Maatschappelijke zorg Leidse regio Kwantitatieve opgave Beschermd Wonen en maatschappelijke opvang Leidse regio 22 janauri 2020
Wonen staat centraal in het uitvoeringsplan Maatschappelijke Zorg Leidse regio. In de Leidse regio is geformuleerd dat we werken vanuit 1 gebied, 1 opgave, 1 aanpak. Dit betekent dat we intensief samenwerken om in onze subregio een (woning)aanbod te realiseren dat aansluit bij de behoefte. Kwantitatief is het wenselijk om de voorzieningen en de behoefte aan zelfstandige woonruimte van deze kwetsbare groep, te spreiden over de regio zodat daadwerkelijk een gezamenlijk aanpak ontstaat en decentralisatie gestalte krijgt. Dit vergt een concrete verdeling van de (woon)opgaven. In deze notitie is hiervoor een verdeling naar bevolkingsaantallen gebruikt. De opgave voor de individuele gemeenten die hieruit volgt is nog redelijk abstract maar geeft wel richting aan een evenwichtige verdeling van de opgave. In de uitwerking kan ervoor gekozen worden dat de ene gemeente iets meer doet op een specifiek deel van de opgave en een andere gemeente juist weer meer op een ander deel van de totale opgave. Op deze manier kan er een uitruil van opgaven ontstaan. Zo heeft op termijn de ene gemeente meer intramurale voorzieningen en de andere gemeente wellicht meer tussenvoorzieningen of uitstroomwoningen. Gezamenlijk wordt voorzien in de opgave. naast het realiseren van een decentralisatie in kwantitatief opzicht is er een kwalitatieve slag te maken.
1 gebeid, 1 plan en 1 opgave betekent dat er in de verschillende gemeenten verschillend aanbod voor andere doelgroepen kan zijn. Al deze verschillende accenten leiden samen tot een kwalitatief aanbod dat aansluit bij de subregionale vraag. Dit vergt een transformatie en om op termijn aan de kwalitatieve vraag te kunnen voldoen is waarschijnlijk tijdelijk een overschot nodig (frictie). In deze notitie is de kwantitatieve behoefte aan voorzieningen voor beschermd wonen en maatschappelijke opvang én reguliere woningen voor uitstroom van deze doelgroep in kaart gebracht. Op basis hiervan kan de vraag beantwoord worden hoeveel aanbod er nu al is en hoe dit past bij de kwantitatieve vraag. Tenslotte is van belang om de vastgoedopgave te benoemen: blijft de voorraad gelijk of moet deze af- of toenemen en met hoeveel? In een vervolgstap (vervolgnotitie) zal vervolgens in beeld gebracht worden wat de transformatieopgave is. hiermee wordt bedoeld de beweging van intramurale voorzieningen naar vormen van ondersteuning waarbij sprake is van scheiden van wonen met zorg en ambulante zorg. Dit kan vorm krijgen via een zogenaamde tussenvoorziening (geclusterd wonen op basis van scheiden van wonen en zorg) maar ook door middel van zelfstandige woningen met ambulante zorg.
Leeswijzer de opbouw van deze notitie is als volgt: - beschemd wonen o Holland Rijnland o Leidse regio - maatschappelijke opvang
1
1 Beschermd wonen De kwantitatieve behoefte komt in beeld door het huidige aantal beschikkingen Beschermd Wonen in ogenschouw te nemen. De beschikkingen zijn verder onder te verdelen in gerealiseerde huisvestingsvragen (huidige plekken) en inwoners die op de wachtlijst staan (zij hebben doorgaans overbruggingszorg). Ten derde volgt uit de tijdelijkheid van de voorzieningen dat er contingent woningen nodig zijn om uitstroom te realiseren. Door uitstroom kan er ook weer nieuwe instroom plaatsvinden. De vraag die gesteld moet worden is of de uitstroom verhoogd kan worden ten opzichte van de huidige uitstroom. Vervolgens is nodig om aannames te doen over de lengte van de wachtlijst en de vraag of de wachttijd acceptabel is. In deze paragraaf zetten we eerst de cijfers voor Holland Rijnland op een rij, gevolgd door een uiteenzetting van de situatie in de Leidse regio. 1.1 Holland Rijnland Het is gewenst om de behoefte in de Leidse regio te bezien in het perspectief van de regio Holland Rijnland. Dit mede omdat Leiden vanuit haar centrumgemeente-functie van oudsher relatief meer voorzieningen Beschermd Wonen binnen haar gemeentegrenzen heeft. 1.1.1. Opgave regionaal aanbod Holland Rijnland Voordat we het aandeel van de 3 subregio’s naast elkaar plaatsen constateren we eerst dat 105 plekken van de 591 plekken in Holland Rijnland behoren tot het regionale aanbod.
Dit betreft 45 plekken in de Leidse regio (28 sociaal pension, 3 moeder&kind Haardstee, 10 Rivierduinen), 55 plekken in de Duin- en Bollenstreek en 5 plekken in de Rijnstreek. Deze zullen separaat gefinancieerd worden en tellen niet mee voor de subregionale opgaven. Dit aanbod zal verder opgebouwd dienen te worden omdat er voor een aantal doelgroepen nog geen of te weinig aanbod is. Hiervan is geen kwantificering beschikbaar. In deze notite wordt de behoefte aan deze regionale voorzieningen verder buiten beschouwing gelaten. 1.1.2. Subregionaal aanbod Holland Rijnland In totaal zijn er dus 486 (591-105 regionaal aanbod) plekken die meetellen voor de subregionale opgaves. In onderstaande tabel 1 is opgenomen het aantal Beschermd Wonen plekken in Holland Rijnland, exclusief regionaal aanbod. Tabel 1 verdeling actuele plekken Beschermd wonen in Holland Rijnland Subregio Rijnstreek Leidse regio Duin- en Bollenstreek Onbekend Totaal
Aantal BW plekken (aandeel1) 114 (23%) 241 (50%)2 129 (27%) 12 (2%) 486 (100%)
Aandeel bevolking 30% 36% 35% 1003%
1
Door afrondingsverschillen tellen de aandelen niet tot 100% In totaal zijn er 276 plekken Beschermd Wonen in de Leidse regio. Van deze plekken zijn er in totaal 45 plekken waar doelgroepen wonen die tot de regionale doelgroepen behoren. Het betreft 41 plekken in Leiden (28 plekken sociaal pension, 3 plekken moeder/kind) en 4 moeder/kind plekken in Leiderdorp. 3 Door afrondingsverschillen tellen de aandelen niet tot 100% 2
2
Uit de tabel is af te leiden dat het aandeel aanbod in de Leidse regio naar verhouding hoger is dan het aandeel bevolking. Het aandeel bevolking zou een verdelsleutel kunnen zijn voor voorzieningen voor beschermd wonen. 1.1.3. Wachtlijsten Holland Rijnland Bekijken we de wachtlijst (dit is inclusief wachtenden voor een regionale voorziening) in Holland Rijnland dan ziet deze er als volgt uit: Tabel 2 wachtlijst naar huidige woonplaats Holland Rijnland in 2019 Subregio
Aantal inwoners op wachtlijst
Rijnstreek Duin –en Bollenstreek Leidse regio Onbekend Totaal
54 (28%) 49 (25%) 75 (39%) 15 (8%) 193 (100%)
Waarvan wachtenden regionale voorziening
O,5 x 193 = 97
Wanneer we ervan uitgaan dat de helft van de wachtenden wachten op een regionale voorziening dan resteert een wachtlijst voor heel Holland Rijnland van 97. Wanneer we de aanname doen dat een gemiddelde wachttijd van een jaar voor een subregionale voorziening acceptabel is, dan is de opbouw voor heel Holland Rijnland 97-754 = 22 Wanneer deze redenatie die uitgaat van en verdeling naar bevolkingsaantallen wordt uitgewerkt dan wordt zichtbaar dat de Leidse regio kan afbouwen en dat zowel de Duin- en Bollenstreek als de Rijnstreek een opbouwopgave hebben. Subregio
Aandeel bevolking
Rijnstreek
Aantal BW plekken (aandeel5) 114 (23%)
30%
Nodig obv aandeel bevolking 146 (30%)
Leidse regio
241 (50%)6
36%
175 (36%)
Duin- en Bollenstreek
129 (27%)
35%
170 (35%)
Onbekend Totaal
12 (2%) 486 (100%)
0% 1007%
0
Nodig inclusief wachtlijst 30% x 22 =7 36% x 22 =8 35% x 22 =8 0
Totaal nodig
Op-en afbouw
153
+39
183
-58
178
+49
0
0 22
Hierbij is niet meegenomen een omzetting van intramurale voorzieningen naar meer ambulante zorg op basis van scheiden van wonen en zorg. Dannenberg rekent hiervoor met een derde afname Beschermd Wonen plekken.
4
In 2016 heeft HHM een onderzoek uitgevoerd in opdracht van centrumgemeente Leiden. Daarin is voor de regio Holland Rijnland geinventariseerd welke uitstroommogelijkheden er zijn van de bewoners van voorzieningen. De uitkomst was dat er ca. 75 bewoners per jaar kunnen uitstromen in Holland Rijnland. 5 Door afrondingsverschillen tellen de aandelen niet tot 100% 6 In totaal zijn er 276 plekken Beschermd Wonen in de Leidse regio. Van deze plekken zijn er in totaal 45 plekken waar doelgroepen wonen die tot de regionale doelgroepen behoren. Het betreft 41 plekken in Leiden (28 plekken sociaal pension, 3 plekken moeder/kind) en 4 moeder/kind plekken in Leiderdorp. 7 Door afrondingsverschillen tellen de aandelen niet tot 100%
3
1.1.4. Voorlopige conclusie De Leidse regio heeft naar verhouding veel aanbod maar ook veel inwoners op de wachtlijst. Wanneer we bevolkingsomvang hanteren als uitgangspunt dan betekent dit dat de Leidse regio met ca. 66 plekken kan afbouwen en dat de Duin- en Bollenstreek (+73) en de Rijnstreek (+86) ieder een opbouwopgave heeft. De Leidse regio kiest ervoor om vooralsnog gelijk te blijven in het aanbod maar wel de transformatie naar ambulantisering in te zetten. Op termijn, zodra de opbouw in de andere regio’s gestalte krijgt, zal de Leidse regio gaan afbouwen. 1.2 Leidse regio 1.2.1 Huidige aanbod beschermd wonen Leidse regio In totaal zijn er 241 plekken (276 – 45 regionale plekken) die meetellen voor de subregionale opgave in de Leidse regio. Onderstaand is in tabel 3 de verdeling van de huidige Beschermd Wonen plekken over de Leidse regio opgenomen. Tabel 3 verdeling actuele plekken Beschermd Wonen Leidse regio Gemeente Leiden Leiderdorp Oegstgeest Voorschoten Zoeterwoude Totaal
Aantal huidige BW plekken (aandeel) 203 (84%) 6 (2%) 29 (12%) 3 (1%) 0 (0%) 241 (100%8)
Aandeel bevolking 125.000 (59%) 26.000 (12%) 25.000 (12%) 27.000 (13%) 8.000 (4%) 100%
Als we op basis van databestanden uit de uitvoering verder inzoomen op de bewoners van deze voorzieningen dan valt op dat een vijfde van het aantal betrekking heeft op PGB-plekken (54 cliënten; 20%). Veelal is dit voortgekomen uit particulier initiatief waardoor op aantallen wat minder goed gestuurd kan worden. Ook valt op dat relatief veel cliënten jonger dan 30 jaar (120 cliënten; 43%) zijn. De leeftijd van bewoners is een indicator voor het perspectief op ontwikkeling en dus op mogelijke uitstroom in de toekomst. Tegelijkertijd zien we dat een relatief groot aantal cliënten ouder is dan 50 jaar (93 cliënten; 34%). Daarbij is vaak juist sprake van weinig tot geen ontwikkelperspectief. Tenslotte valt op dat 55% (151 cliënten) een ZZP3 heeft terwijl 45% (125 cliënten) een ZZP 4/5/6 heeft. Ook dit kan een indicator zijn voor de mogelijkheden van uitstroom. 1.2.2
Wachtlijst Leidse regio
Op basis van de beschikbare gegevens leidt dit tot de volgende cijfers over de wachtlijst: Tabel 4 aantal wachtenden op de wachtlijst in 2019 Gemeente Leiden Leiderdorp Oegstgeest Voorschoten 8
Aantal inwoners op wachtlijst (aandeel) 56 (75%) 8 (11%) 8 (11%) 3 (4%)
Idem voetnoot 1
4
Zoeterwoude Totaal
0 (0%) 75 (100%)
De wachtlijst is in dit geval een momentopname van 2019 omdat er geen meerjarige analyse is van de wachtlijst. Bovenstaande gegevens betreft de gegevens anno najaar 2019. De aantallen zijn erg klein in de meeste gemeenten waardoor de waarde die eraan gehecht kan worden beperkt is. Niettemin is zichtbaar dat de vraag in Leiden wat hoger is dan op het aandeel bevolking te verwachten zou zijn. In Leiderdorp, Voorschoten en Zoeterwoude is deze juist wat lager. In Oegstgeest is dit redelijk in evenwicht. Een gesprek met de consulenten Beschermd Wonen levert op dat ongeveer de helft van de wachtlijst Leidse regio bezet wordt door inwoners die wachten op een regionale voorziening zoals een voorziening voor LVB in combinatie met Autisme of ouderen met somatische klachten. Dit betekent dat de druk op de voorzieningen die onder verantwoordelijkheid van de subregio vallen minder groot is (ongeveer halveert). Tevens valt in data-analyse van gegevens uit de uitvoering op dat ongeveer de helft van de clienten/ mensen op de de wachtlijst jonger is dan 30 jaar (48 cliënten; 64%) en dat drie kwart van de cliënten valt onder doelgroep Autisme spectrum stoornis of Psychiatrisch langdurig. 1.2.3
Uitstroom uit beschermd wonen
Tenslotte is er geregistreerd hoeveel uitstroom er in 2018 is geweest. Dit waren er 38. De consulenten BW geven aan dit aantal wat hoog te vinden. Daarom is er een aanname dat de gemiddelde doorstroming ca. 25-35 per jaar is. Dit betekent dat de gemiddelde wachttijd ruim een jaar is. Hierbij de zijn de regionaal wachtenden niet meegerekend. Een kanttekening bij het uitgaan van een gemiddelde is dat er op individueel niveau grote verschillen in wachttijd zijn. Sommige voorzieningen kennen een veel kortere wachttijd dan andere. Een belangrijke voorwaarde om dit op te lossen is door de kwalitatieve match te verbeteren: het aanbod beter passend te maken bij de vraag. In 2016 heeft HHM een onderzoek uitgevoerd in opdracht van centrumgemeente Leiden. Daarin is voor de regio Holland Rijnland geinventariseerd welke uitstroommogelijkheden er zijn van de bewoners van voorzieningen. De uitkomst was dat er ca. 75 bewoners per jaar kunnen uitstromen in Holland Rijnland. Er is in het HHM onderzoek geen verdeling gemaakt naar herkomst. Daarom doen we hier de aanname dat deze uitstroom van 75 naar reguliere woningen evenredig verdeeld is op basis van het aantal huidige voorzieningen per subregio. De Leidse regio heeft momenteel 49% van de voorzieningen binnen haar gemeentegrenzen. Dit zou betekenen dat er in de Leidse regio een jaarlijkse uitstroom van ca. 37 bewoners kan plaatsvinden.
Dit komt goed overeen met de ervaringscijfers vanuit de uitvoering. Op basis hiervan wordt de conclusie bevestigd dat een uitstroom van 25-35 inwoners uit beschermd wonen een goede inschatting is. 1.2.4
Behoefte aan voorzieningen en woningen
Om te komen tot het vaststellen van een behoefte aan voorzieningen Beschermd Wonen zal een aanname moeten worden gedaan over de verhouding in de regio Holland Rijnland, over de lengte van de wachttijd en over de uitstroommogelijkheden. Aanname regionale verdeling Holland Rijnland 5
Het AEF rapport van juli 2019 geeft aan dat er een afbouwopgave is voor de Leidse regio. Wat ontbreekt is een kwantificering hiervan. Voor deze analyse doen we daarom een aanname en die luidt: Er is in de Leidse regio op lange termijn een afname van ca. 58 plekken mogelijk. Dit is exclusief de opbouw voor regionale plekken. Deze afbouw van 58 is gebaseerd op de verhoudingen tussen bevolkingsopbouw in de regio Holland Rijnland. Voorwaarde is wel dat de omliggende subregio’s opbouwen. De afbouw volgt op de opbouw. In de regio is afgesproken voor de opbouw tot 2025 de tijd te nemen. In de praktijk zal moeten blijken of de instroom in de andere regio’s blijvend omhoog zal gaan en of er uitstroom vanuit de Leidse regio naar de andere subregio’s plaatsvindt. De afbouw kan pas volgen nadat de opbouw erin heeft geresulteerd dat de wachtlijst in Leidse regio is afgenomen. Voor de komende korte tot middellange termijn van ca. 3-4 jaar betekent dit dat het aanbod gelijk zal moeten blijven of maar heel mondjesmaat zal kunnen afnemen. Aanname wachtlijst De wachtlijst bevat voor de helft inwoners die wachten op aanbod waarvan we nu in het AEF traject hebben bepaald dat dit regionaal zal worden gerealiseerd en gefinancieerd. Laten we die buiten beschouwing dan bedraagt de wachtlijst ca. 35-40 inwoners. Met een reguliere uitstroom van ca.
2535 per jaar betekent dit dat er een gemiddelde wachttijd is van ruim een jaar. De aanname daarover luidt: Een gemiddelde wachttijd van ruim een jaar is in de meeste gevallen acceptabel gezien de overbruggingszorg die geboden wordt. Op basis hiervan kan het aanbod in kwantitatieve zin gelijk blijven. Aanname uitstroom uit Beschermd Wonen De in het HHM rapport verkende mogelijke jaarlijkse (Holland Rijnland 75, Leidse regio 49% daarvan) uitstroom komt overeen met de doorstroming/uitstroom uit beschermd wonen. Dit betekent dat we vooralsnog geen rekening houden met het kunnen realiseren van een hogere uitstroom dan nu het geval is. Om uitstroom te kunnen realiseren zijn contingentwoningen9 nodig. Dit zijn reguliere sociale huurwoningen waarvan er voldoende in de woningvoorraad aanwezig moeten zijn zodat er genoeg vrij komen per jaar voor nieuwe verhuring. Het betreft veelal kleine, goedkope woningen. Deze zijn in Leiden nog wel voorradig maar in de andere Leidse regiogemeenten komen er onvoldoende vrij. Hierdoor is er onvoldoende spreiding mogelijk.
De aanname luidt: Wanneer we de uitstroom naar rato van inwonersaantal verdelen zou de woningbehoefte aan kleine goedkope woningen voor deze doelgroep er als volgt uitzien: Tabel 5 behoefte aan uitstroomwoningen Beschermd wonen, verdeeld over de Leidse regio Gemeente Aandeel inwoners Aantal woningen per Omvang kleine en jaar dat beschikbaar goedkope moet komen woningvoorraad bij mutatiegraad van 10% Leiden 59% 15-21 150-210 Leiderdorp 12% 3-4 30-40 Oegstgeest 12% 3-4 30-40 Voorschoten 13% 3-5 30-50 Zoeterwoude 4% 1-1 10-10 Totaal 100% 25-35 250-350 9
Conform afspraken in de regio Holland Rijnland komen er in 2020 76 contingentwoningen beschikbaar.
6
Er worden door de woningcorporaties in 2020 76 contingentwoningen beschikbaar gesteld. Om aan deze opdracht te voldoen dienen er voldoende woningen in de voorraad aanwezig te zijn dat er jaarlijks voldoende woningen door verhuizing vrij komen. Dat aantal woningen dat nodig is om er voldoende voor nieuwe verhuring vrij te krijgen is opgenomen in de rechter kolom van tabel 5. Om aan de opgave van 25-35 uitstroom voor beschermd wonen te voldoen, zijn de 76 contingentwoningen toereikend, ware het niet dat er ook een behoefte is aan contingentwoningen ten behoeve van de uitstroom uit de maatschappelijke opvang. Hier gaan we in hoofdstuk 2 op in. 1.2.5. Aanname over verdeling over de Leidse regio In tabel 3 (zie 1.2.1.) is zichtbaar dat de verdeling van het huidige aanbod scheef verdeeld is over de Leidse regio. Het voorstel is om het toekomstige aanbod meer in lijn te brengen met de bevolkingsaantallen. Dit zou het volgende beeld geven: Tabel 6 voorgestelde verdeling van aanbod Beschermd Wonen over de Leidse regio Gemeente
Aantal BW plekken huidig (aandeel)
Leiden Leiderdorp Oegstgeest Voorschoten Zoeterwoude Totaal
203 (84%) 6 (2%) 29 (12%) 3 (1%) 0 (0%) 241 (100%10)
Aantal BW plekken toekomst (aandeel) 142 (59%) 29 (12%) 29 (12%) 31 (13%) 9 (4%) 241 (100%11)
Af- en opbouw
Af 61 Bij 23 Bij/Af 0 Bij 28 Bij 9 Bij/af 012
1.2.6. Huidige transitie Om te bepalen of de Leidse regio goed op weg is om de transitie van gelijkblijvend aanbod te realiseren is bijlage 1 opgenomen. 2 Behoefte en verdeling Maatschappelijke opvang 2.1 behoefte aan maatschappelijke opvang De maatschappelijke opvang is nu centraal gelegen in Leiden, te weten in de Nieuwe Energie/gebouw C. Er is plek voor 60 inwoners vanuit Holland Rijnland. Afgesproken is dat dit in 2021 maximaal 30 zal zijn. Deze 30 worden – conform voorstel voor de decentralisatie in Holland Rijnland (voorstel Pho 18 december 2019) gezamenlijk bekostigd (regionale voorziening MO). In het convenant Maatschappelijke opvang is afgesproken dat er decentrale voorzieningen zouden worden gerealiseerd. De opgave bedraagt ca. 30 plekken voor heel Holland Rijnland. De subregio’s Rijnstreek en Duin en Bollen hebben een opgave van ca. 15. De Leidse regio heeft een opgave van extra 13 plekken13. Dit is inclusief de 5 extra scheve huisjes en 2 opvangplekken voor gezinnen. Het 10
Idem voetnoot 1 Idem voetnoot 1 12 Idem voetnoot 1 13 Zie evaluatie convenant Maatschappelijke Zorg 2019 11
7
realiseren van 13 plekken in de regio betekent bijvoorbeeld dat er verdeeld over de 5 gemeenten ca. 2 a 3 plekken per gemeente gerealiseerd zouden kunnen worden. Tenslotte is er een opgave voor het opvangen van jongeren. Deze bedraagt conform opgave van de Binnenvest anno 2020 30 plekken in de regio Holland Rijnland. Circa 40-50% betreft behoefte uit de Leidse regio. Dit betekent dat er 15 plekken in de Leidse regio gerealiseerd dienen te worden. Hiervan zijn er 7 a 8 eenmalig nodig en 7 plekken per jaar nodig. 2.2. Uitstroom naar reguliere woningen vanuit Maatschappelijk opvang Conform opgave van De Binnenvest anno 2020 is er een behoefte aan 170 reguliere woningen (contingent) in Holland Rijnland. Hiervan betreft 40 een gezinswoning (groter appartement) en 130 een klein en goedkoop appartement voor alleenstaanden. Circa 50-55% van deze behoefte betreft een vraag in de Leidse regio. Dit betekent dat er in de Leidse regio ca. 20-22 gezinswoningen nodig zijn op jaarbasis en dat er 65-72 kleinere appartementen nodig zijn voor de uitstroom uit de Maatschappelijke Opvang. Bij elkaar opgeteld bedraagt de behoefte 85-94 woningen. Wanneer we deze naar rato verdelen over de Leidse regio dan is volgende beeld hierbij behorend: Tabel 9 behoefte reguliere woningen Leidse regio i.v.m. uitstroom uit Maatschappelijke opvang Gemeente
Aandeel obv instroom De Binnenvest 2018/201914
Leiden Leiderdorp Oegstgeest Voorschoten Zoeterwoude Totaal
85% 6% 4% 4% 1% 100%
Aantal beschikbaar komende kleine goedkope appartementen per jaar 55-61 4-4 3-3 3-3 1-1 65-72
Omvang kleine en goedkope woningvoorraad bij mutatiegraad15 van 10% 550-610 40-40 30-30 30-30 10-10 650-720
Beschikbare grotere appartementen voor gezinnen
Voorraad goekope grotere bij mutatiegraad 10%
17-19 1-1 1-1 1-1 0-0 20-22
170-190 10-10 10-10 10-10 0-0 200-220
Net als in tabel 5 over beschermd wonen, is ook in tabel 9 zichtbaar gemaakt welke omvang de woningvoorraad zal moeten hebben om te kunnen voldoende aan de behoefte vanuit de Maatschappelijke Opvang. Voor elke gemeente geldt dus dat op basis van de omvang van de voorraad van sociale huurwoningen een analyse kan worden gemaakt over het aantal te realiseren woningen. Conclusie Zetten we de behoefte van 85-94 woningen vanuit de Maatschappelijke Opvang af tegen het beschikbaar komen van de contingentwoningen (76 in de Leidse regio) dan wordt een tekort zichtbaar. Tellen we daar de behoefte vanuit beschermd wonen (25-35 woningen) daarbij op dan bedraagt de behoefte 110 tot 129 woningen. Er is dus een tekort van ca. 34-53 contingentwoningen.
14
zie voortgangsrapportage convenant Maatschappelijke opvang Dit houdt in dat 10% van de woningvoorraad kleine appartementen jaarlijks vrij komt voor een nieuwe huurder (10% komt leeg door verhuizing van de bewoner) 15
8
Bijlage 1 huidige transitie Leidse regio Gemeente
Op- en afbouw Opgave BW
Op-en afbouw opgave MO
Totaal opbouw
Planning opbouw 2020-2025
Planning afbouw 20202025
-6 Rijnvr. T -10 Hugo d Gr.
-48/49
+6 Driftstr. T + 10 Kanaalp. +14 Maanst. T Totaal: + 30
Leiden
-61
+ 12 tot 13
Leiderdorp +23
+ 2 tot 3
+25/26
0
+ 2 tot 3
+2/3
+28
+ 2 tot 3
+ 30/31
+9
+ 2 tot 3
+11/12
+3 Hoog. Weg T +3 friendsw. T Totaal: +6 +1 (scheef h.) Totaal: +1 +1 (scheef h.) Totaal: +1 +2 (scheef h.) Totaal: +2
-1
+13
+11
+40
Oegstgeest Voorschot en Zoeterwou de TOTAAL
Totaal: -16
Saldo op- en afbouw
Afbouw maar mogelijk behoud voor doelgroep 8 Morsstr. 20 Hugo d Gr.
+14 Totaal: 28 0
0 Totaal: 0 0 Totaal: 0 0 Totaal: 0 0 Totaal: 0
+6
+2
Totaal: 0 7 Geverstr. Totaal: 7 0 Totaal: 0 0 Totaal: 0
-16
+24
28 extra
+1 +1
T = tussenvoorziening Niet meegenomen Opbouw Leiden: - 15 zelfstandige woningen Bizetpad (uitstroom) - 6 onzelfstandige woningen Oude Singel (project gaat niet door) - 5 zelfstandige woningen De Ruijterstraat (uitstroom) - 70 – 10 = 60 woningen Kanaalpark (WLZ) - Maansteenpad heeft 20 kamers, maar 6 daarvan hebben al bestemming MO, dus 14 uitbreiding. Afbouw Leiden: - 25 zelfstandige kamers Robijnhof (uitstroom) - 10 zelfstandige woningen Hugo de Groot (WLZ) - 30 afbouw centrale opvang Langegracht (regionale voorziening) Opbouw Oegstgeest: - 30 zelfstandige woningen Rivierduinen (regionale voorziening) - 8 zelfstandige woningen Trompenburg (WLZ) Opbouw Leiderdorp: - 12 zelfstandige woningen Driemaster (uitstroom) Opbouw Zoeterwoude: 7 zelfstandige woningen Schenkelweg (project gaat niet door)
9