CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling

raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling 23 november 2021, gemeente Leiden18.959 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hij is het echter volledig eens met de heer Liemburg, maar hij denkt dat het een schone taak is voor formerende partijen om volgend jaar te bekijken hoe zij zowel bij de ontwikkeling van de duurzame verstedelijking als voor dit soort vragen echt goede oplossingen kunnen vinden en daarover afspraken met elkaar kunnen maken. Mevrouw Heijnen wil het kort houden. Kennelijk horen de titels van de Leidse ontwikkelperspectieven te rijmen. Nu is het “We bouwen voort aan Leiden-Noord”. Een aantal jaren geleden heeft de raad “Zuidwest op zijn best” besproken. Zoals de PvdD het eerder heeft gezegd is dit bijna een utopie om in te kunnen wonen, als alle uitgangspunten uit zouden komen. De heer Van der Kaap sprak ook over een renaissance en dat gevoel heeft het CDA ook wel een beetje bij dit soort stuk. Er staan immers alleen maar fantastische teksten in. Verder is het een goed stuk waar zij het college mee complimenteert. Haar fractie ziet graag de concrete uitwerking gestalte krijgen, maar voorziet daarbij ook wel enige problemen. Haar fractie heeft één discussiepunt. Het gevaar bestaat altijd dat discussies zich gaan herhalen vanuit vorige besprekingen over ontwikkelperspectieven. Daarnet werd al het punt van de bereikbaarheid genoemd.

Het CDA wil het voorstel doen om de knelpunten die er nu zijn proactief te identificeren en de toekomstige afwikkeling van verkeersbewegingen en bereikbaarheid in te passen. Zij licht dit nog toe wanneer het als discussiepunt aan de orde komt. De voorzitter heeft alle fracties gehoord. Hij vraagt de wethouder te reageren op een aantal vragen dat hij heeft gehoord. Daarna wil hij even schorsen. Wethouder Spijker is heel blij dat dit stuk er ligt. Noord verdient ook wel een dergelijk stuk. Het college constateert dat er in Noord heel veel gaande is en dat er al heel veel is gedaan, maar ook dat er nog heel veel ontwikkelingen volgen. Dan is het ook fijn om een stuk te hebben waarin een toekomstbeeld wordt geschetst. Zij neemt de complimenten, ook voor de leesbaarheid, in ontvangst. Zij zal ze ook doorgeven aan alle ambtenaren die betrokken zijn geweest bij het opstellen van het

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 23 november 2021

14

ontwikkelperspectief. Maar het ging niet alleen om het opstellen. Zij en haar ambtenaren hebben getracht met het breed opzetten van een participatietraject ook informatie op te halen. Ook neemt zij de positieve woorden van LP en de PS op dat punt in ontvangst. Zij zal dit ook doorgeven. Zij heeft een aantal punten genoteerd waarvan het misschien aardig is om daar alvast kort op te reageren. De VVD heeft punten met betrekking tot parkeren en bereikbaarheid, maar daar werd al op gereageerd door de commissie zelf. Inderdaad is het vigerende parkeerbeleid als uitgangspunt genomen. En het vigerende parkeerbeleid zal ook in de toekomst als uitgangspunt worden genomen. Dat komt ook terug in het raadsvoorstel zelf. In het ontwikkelperspectief is dat op die manier omschreven. Dat geldt ook voor de bereikbaarheid. Omdat mevrouw Gilissen daarom heeft gevraagd gaat zij in het bijzonder in op het kloppend hart van Leiden-Noord, het Kooiplein. Daar is al heel veel aan gebeurd. Zij kan mevrouw Gilissen in ieder geval aangeven dat er in de toekomst heel veel woningen toegevoegd zullen worden en dat daarmee het draagvlak voor het voorzieningenniveau zal toenemen. Daar zal aandacht voor zijn. Het college heeft immers stadsbreed gezegd dat het, of het nu gaat om De Mors of om de Merenwijk, winkelcentra of clusters van winkels wil hebben die ook echt het hart van een wijk gaan vormen.

Het is natuurlijk heel belangrijk om dat voor Noord goed in de gaten te houden. Zo is het ook omschreven in het ontwikkelperspectief. In de discussie zal ongetwijfeld de vraag van GL terugkomen wat dit nu eigenlijk voor een stuk is en of het concreet genoeg is. Het college heeft onder besluitpunt 2 specifiek opgenomen wat voor type document het zou moeten zijn. De CU heeft het daarover ook gehad. Zij proefde bij de heer Van Spronsen en eerder ook al bij de commissie tijdens de bespreking van De Mors en van Zuidwest de vraag hoe de gemeente omgaat met de opgaven die er liggen. Er zijn bestaande opgaven, zoals klimaatadaptatie en vergroening, maar er zijn ook andere zaken. Ook de energietransitie zal een grote rol spelen. De heer Gaulard refereerde daar al aan. Raad en college zullen moeten bekijken in hoeverre daarvoor in de toekomst gelden beschikbaar kunnen worden gesteld. Die zijn natuurlijk ook via de reguliere lijn beschikbaar. Maar dit is iets dat in de toekomst moet worden opgepakt. Op dit moment heeft het college niet echt een bedrag aan het ontwikkelperspectief verbonden. In die zin is het perspectief ook niet uitgewerkt. Het is een instrument tussen Omgevingsvisie enerzijds en gebiedsvisie en planvorming anderzijds. Het is gepositioneerd als type instrument om uit te nodigen en om aan de slag te gaan.

Zij ziet zowel in Zuidwest als in De Mors dat een ontwikkelperspectief ook echt een dergelijke functie vervult. Voor nu is dit het hoogst haalbare, maar dit instrument wordt doorontwikkeld, dat is trouwens ook in de besluitvorming opgenomen. Zodra de Wet elektronische publicaties beschikbaar is, wordt dit document digitaal ontsloten en ook zullen er financiën aan worden gekoppeld. De CU wil de discussie voeren over de wijze van nummering van de beslispunten, namelijk eerst de uitnodiging en later pas de kaderstelling en ook nog over het woord ‘beoogt’. Toen de heer Van der Woerd dat zei, dacht zij dat hij daar misschien wel een punt heeft. Zij moet daar even over nadenken en zij voegt zich op dit punt graag in de discussie. Als laatste heeft zij het punt van de PvdA genoteerd. Dat is voor haar een belangrijk punt en het is ook een zwaar punt. De heer Liemburg weet dat ook wel. De gemeente heeft natuurlijk al heel veel besluitvorming die in een vroegere fase zit. Een voorbeeld is de Leidse Ring. Daarvoor heeft de gemeente heel veel subsidie gekregen. Het college gaat nu toe naar de uitwerking van het kaderbesluit Leidse Ring met een referentieontwerp. Het college verwacht ook dat eerdaags aan de commissie voor te kunnen leggen.

Door nu in de groep te gooien om de Willem de Zwijgerlaan maar eventjes op een andere manier te positioneren zou de raad alle besluitvorming tot op heden doorkruisen. Ook gelet op de financiën is het eigenlijk gewoon niet te doen. Zij zou dit ontraden. Iedereen heeft natuurlijk de wens om zoveel mogelijk de verbinding in die wijk te realiseren. Overigens heeft het college ook een subsidieaanvraag ingediend bij het Rijk om die verbinding tussen het ene deel en het andere mogelijk te maken. Er wordt nu onderzocht of dat een brug kan zijnen hoe dat verder uitwerkt met geluidswallen. Het heeft de aandacht en het is ook een van de prominente thema’s in het ontwikkelperspectief. Maar zij raadt de raad ten zeerste af om de Willem de Zwijgerlaan te willen verleggen. Zij wil best nog meer technische gegevens verstrekken over zowel de situatie boven de grond als onder de grond en over alle daarmee samenhangende projecten, maar het gaat de gemeente niet opleveren wat de heer Liemburg waarschijnlijk in het hoofd heeft. De heer Van Spronsen heeft een vraag om verheldering aan de wethouder over wat nu het vervolg is. Er staan in het stuk acht deelgebieden en hij kan zich voorstellen dat daarvoor gebiedsvisies worden opgesteld zodat het ambitieniveau wat concreter wordt. Is dat de planning, hoe moet hij dat zien? Wethouder Spijker vindt dit een mooi punt.

Het past in de structuur waar Leiden mee bezig is. De gemeente heeft nu de Omgevingsvisie en het ontwikkelperspectief. Het college is nu samen met de corporaties hard bezig met een gebiedsvisie voor De Zwijger omdat daar in de komende tijd heel veel

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 23 november 2021

15

gaat spelen. Dat is inderdaad het instrument dat het college ter hand neemt om uiteindelijk invulling te geven aan het realiseren van bouwplannen en dat integraal op te pakken. Mevrouw Gilissen geeft aan dat de VVD twijfelt aan de wenselijkheid van het uitroepen van De Kooi tot beschermd stadsgezicht. Daarom zou zij graag van de wethouder vernemen wat het probleem zou zijn, wanneer dit geen beschermd stadsgezicht zou zijn. Wethouder Spijker zegt zo uit het hoofd dat dit in het ontwikkelperspectief als een eindsituatie is opgenomen. Het is een wensbeeld voor 2040. Zij denkt dat het aardig is om dit in ieder geval als wensbeeld op te nemen vooral om voor besluitvorming op dat punt inzichtelijk te maken wat dat dan betekent. Natuurlijk heeft mevrouw Gilissen een punt. Wanneer de gemeente iets uitroept tot beschermd stadsgezicht, is het belangrijk dat zij daarvoor bekijkt wat voor consequentie dat dan heeft voor de woningen en dus voor de bewoners. Dat is destijds ook zo gedaan voor de Zuidelijke Schil Dat vergt ook aparte besluitvorming. Mevrouw Gilissen vraagt of zij dan goed begrijpt dat bij dit denkbeeld niet is uitgezocht wat de gevolgen zouden kunnen zijn voor de bewoners. Wethouder Spijker kan niet direct aangeven hoe diepgaand het onderzoek is geweest.

Maar het college heeft natuurlijk wel ervaring opgedaan met het beschermd stadsgezicht voor de Zuidelijke Schil en weet daardoor grosso modo wat de beperkingen kunnen zijn. Zij meent echter dat de gemeente, wanneer zij die stap zou nemen en dus tot besluitvorming zou komen, dit wel inzichtelijk moet hebben. Dat betekent ook een hele procesgang om met elkaar zover te komen. Zij zou dit niet bij voorbaat uit het ontwikkelperspectief halen omdat iedereen wel voelt en ziet dat het gebied een heel eigen karakter heeft dat hij mogelijkerwijs zou willen beschermen De voorzitter denkt dat de commissie hier misschien nog op terugkomt, als mevrouw Gilissen dit als discussiepunt gaat inbrengen. Wethouder Spijker merkt dat er misschien wat verwarring is ontstaan. Het gaat om een beschermd stadsgezicht in De Oude Kooi. De woningen in het Kooipark zijn al gedeeltelijk gemeentelijk monument. Het beschermd stadsgezicht zou dan met name de straten beschermen. Bij gemeentelijke monumenten is er al een beperking voor de bewoners. De verdere beperkingen zullen altijd afgezet moeten worden tegen de beperkingen die de bewoners nu al kennen. Het zou kunnen zijn dat het per saldo weinig beperkingen oplevert. Het lijkt de voorzitter goed om nu even kort te schorsen.

Aangezien Sinterklaas voorbijkwam vraagt hij de leden om een leuke slagzin voor het volgende ontwikkelperspectief te verzinnen tijdens deze schorsing. Hij trapt af met: “Alle stof in de Stevenshof!” De voorzitter schorst de vergadering om 21.43 uur en heropent deze om 21.53 uur. De voorzitter gaat over tot de discussiepunten die de leden hebben aangegeven. Hij begint met de VVD die een zestal discussiepunten heeft genoemd. Op een aantal punten is de wethouder ingegaan. Hij wil bekijken welke discussiepunten overblijven. Hij vraagt mevrouw Gilissen een poging te doen om heel kort en krachtig te formuleren wat een voorstel zou kunnen zijn. Het eerste punt ging over parkeren naar behoefte. Mevrouw Gilissen of de voorzitter wil dat zij de punten stuk voor stuk behandelt of dat zij ze allemaal in één keer opsomt. De voorzitter zou ze per punt willen behandelen. Mevrouw Gilissen heeft het over parkeren gehad, zowel over parkeren naar behoefte als over eerst overleg en het aanbieden van alternatieven voordat er auto’s gaan verdwijnen. Dat blijft staan. De heer Gaulard reageert kort omdat dit in het verlengde ligt van het onderonsje dat mevrouw Gilissen en hij al hebben gehad. Hij denkt dat het verstandiger en misschien uiteindelijk voor de VVD gunstiger is om dit soort zaken vast teleggen in een aparte parkeernotitie.

Als de VVD ooit weer eens de grootste partij in Leiden is, kan er wel eens een andere parkeervisie komen. De wethouder heeft

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 23 november 2021

16

net gezegd dat het vigerende parkeerbeleid dan geldt. Hij meent dat de commissie dit voorstel wel kan skippen omdat de raad een besluit heeft genomen over de parkeervisie. Die beslissing is uitgevallen in een richting die de VVD niet prefereert. Maar er zijn alle mogelijkheden om via de politieke weg te proberen het beleid bij te stellen. Hij ziet geen meerwaarde in het opnemen hiervan in ontwikkelperspectieven. Het kan ook detoneren met het beleid dat voor de hele stad is vastgesteld. Hij zou ervoor zijn om beleidsstukken die onderlegger zijn voor het ontwikkelperspectief als basis te nemen. Als de raad daarin verandering wil, dan worden die stukken aangepakt en dan geldt dat meteen voor alle perspectieven die de raad heeft vastgesteld. De heer Kersten is het geheel met de heer Gaulard eens. Hij voegt daaraan toe dat hij het punt van mevrouw Gilissen wel begrijpt en dat de bewoners van de wijk daar ook wel hun oren naar zullen laten hangen. Maar dit stuk is een kaders stellend en sturend stuk dat inderdaad gebaseerd is op de vigerende nota’s en andere stukken. Het is geen nota van uitvoering en het is geen ontwikkelplan. De heel begrijpelijke angst van mevrouw Gilissen moet dan maar naar voren komen bij de verdere uitwerking in deelplannen.

De heer Van Spronsen begrijpt op zich de zorg van de VVD wel, maar volgens hem is afgesproken dat eerst naar de parkeerdruk wordt gekeken en dat dan pas parkeerplaatsen worden weggehaald. Hij bedoelt dat zijn fractie er wel voor is om zoveel mogelijk parkeerplaatsen weg te halen, maar dat eerst wel naar het parkeren moet worden gekeken. Volgens hem is dat staand beleid. De heer Siwpersad deelt mee dat LP het voorstel wel kan steunen, afhankelijk van hoe het wordt gebracht. Zijn fractie ziet wat er gebeurt met automobilisten. Het wordt tijd om te kijken naar wat nodig is en de gemeente moet niet zomaar topdown een beleid gaan voeren. De voorzitter vraagt mevrouw Gilissen of zij met een voorstel komt, eventueel in overleg met de heer Siwpersad. Mevrouw Gilissen deelt mee dat de VVD met een voorstel zal komen, al was het maar omdat haar fractie vindt dat er overleg moet plaatsvinden. Zij is blij van de heer Van Spronsen te horen dat er sowieso naar de parkeerdruk wordt gekeken. Het is mooi om dat mee te nemen, maar haar fractie blijft het belangrijk vinden dat er wordt gesproken met de buurt. Participatie zal ook in het kader van het parkeren moeten plaatsvinden. Zij zal hierover overleg hebben met de heer Siwpersad. De voorzitter merkt op dat dit de tot één punt samengevoegde eerste twee discussiepunten van de VVD waren. Het derde discussiepunt gaat over bereikbaarheid.

Hij vraagt mevrouw Gilissen om een korte toelichting. Mevrouw Gilissen heeft al toegelicht dat er heel veel wordt gebouwd in Leiden-Noord en dat de VVD zich er zorgen over maakt of de bereikbaarheid voldoende in het zicht blijft. Haar fractie zou graag zien dat dit als doel of uitgangspunt wordt meegenomen in dit ontwikkelperspectief. Zij hoorde daarnet dat het CDA er ook iets over zei. Dat was net iets concreter. Wellicht kan de voorzitter het die kant op sturen, dan kunnen zij kijken of zij samen kunnen optrekken. De voorzitter vindt dit een prima suggestie. Hij vraagt mevrouw Heijnen of zij hier nog iets aan heeft toe te voegen. Mevrouw Heijnen vindt het goed om die twee punten samen te nemen. Zij zet het voorstel van het CDA iets uitgebreider en concreter uiteen dan daarnet. In dit gebied zijn er al verschillende verkeersknelpunten. Op zich hebben andere commissieleden gelijk, als zij zeggen dat dit per project wordt opgepakt en dat bij woningbouw de ontsluiting komt, etc. Maar dat draagt nu juist niet extra bij aan de oplossing van die verkeersknelpunten. Haar fractie stelt daarom voor om op te nemen wat op dit moment al kan worden verbeterd in de wijk qua verkeer.

Als er dan bouwprojecten zijn die aansluiten op dit soort wegen, moet dat dan integraal worden bekeken in plaats van dat alleen voor dat kleine stuk de ontsluiting wordt verzorgd of de weg iets wordt verplaatst. Haar fractie is ervoor om met die problemen al proactief aan de slag te gaan zodat de situatie beter wordt in plaats van dat er straks weer ‘postzegelachtig’ over wordt gedacht. Heeft de VVD daar nog iets aan toe te voegen of zag die fractie het juist heel anders? De voorzitter denkt dat dit een aardig discussiepunt is. Hij gaat de fracties af voor een reactie.

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 23 november 2021

17

De heer Liemburg stelt dat er op zichzelf niets tegen kan zijn om rekening te houden met bereikbaarheid, maar hij vindt het een beetje vaag. Gesteld dat de raad dit zou opnemen in het ontwikkelperspectief en het inmiddels 2040 is, op basis waarvan gaat het college of wie er te zijner tijd in de raad zit dan afrekenen en toetsen of is voldaan aan deze wens van de VVD? Hoe wordt dat gemeten en op basis van welke indicatoren gaan college of raad hier iets mee doen? Of blijft het alleen maar een mooie volzin waaraan iedereen zijn eigen invulling aan kan geven? De voorzitter vraagt wie van de twee indieners van voostellen hij het woord mag geven. Mevrouw Heijnen wil hierop reageren. Als heer Liemburg echt kijkt naar een concreet plan, dan zou dit een motie zijn om bijvoorbeeld volgend jaar bij de kaderbrief geïdentificeerd te hebben wat nu die knelpunten zijn en om dan in de verdere uitwerking van elk deelproject telkens naar dat plan terug te kijken. De heer Gaulard stelt voorop dat de discussie die de commissie nu voert precies datgene is waar de commissie zo meteen bij het punt van GL over gaat praten: waar wegen de raadsleden hun wensen met een dergelijk ‘hoogover’ ontwikkelperspectief? Voor de verkeersafhandeling in de wijk is er een gedegen basis in de wijkanalyse die ten grondslag ligt aan het ontwikkelperspectief.

Hij denkt dat, als iemand door zijn oogharen zicht heeft op hoe hij de toekomstige verkeersontwikkeling in de wijk zou willen hebben en op wat de kaders zijn die hij wil hebben, het voor hem niet zo vast hoeft te liggen aanpalend aan dit ontwikkelperspectief. Als het CDA en de VVD een globaal overzicht van de knelpunten willen hebben niet alleen voor deze wijk, maar misschien voor de hele stad, dan kan hij zich voorstellen dat het heel nuttig is om dat mee te nemen ook naar aanleiding van discussie volgend jaar over de coalitievorming. Maar hij denkt dat dit losstaat van dit ontwikkelperspectief omdat de uitwerking niet het probleem is. Het zit met name hierin dat de raad zegt dat hij wil dat de wijk goed met de fiets bereikbaar is en dat de wegen goed aansluiten. Er staat in het perspectief ook een stukje over verkeersafwikkeling. Dat is niet heel concreet, maar het geeft wel aan wat de gemeente in 2050 wil bereiken. Hij zou er niet erg voor zijn om heel concrete knelpunten in het ontwikkelperspectief op te nemen. Natuurlijk is het altijd mogelijk om technische vragen te stellen. Wethouder Spijker wijst erop dat het college heeft geprobeerd om in het ontwikkelperspectief die bereikbaarheid juist wel heel duidelijk te vermelden. Dat geldt voor alle verkeersstromen, auto, voetganger en HOV (Hoogwaardig Openbaar Vervoer).

Dit komt niet alleen terug in het ontwikkelperspectief zelf, maar ook in het raadsvoorstel. De knelpunten die nu al bekend zijn staan ook in het ontwikkelperspectief evenals de lopende projecten zoals de Leidse Ring Noord. Zij is erg benieuwd naar wat CDA en VVD dan nog extra in het ontwikkelperspectief en in het raadsvoorstel opgenomen willen zien. Vanuit de commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid en in de Mobiliteitsnota zijn allerlei projecten al in kaart gebracht. Het college is er dus al stadsbreed mee bezig. Naar de mening van het college hoeft niet nog eens specifiek voor dit ontwikkelperspectief iets extra’s te worden opgenomen. Het perspectief geeft die lopende projecten en de diversiteit in verkeersstromen ook aan. Mevrouw Gilissen vraagt of de wethouder meent dat met wat er nu staat voldoende is gewaarborgd dat de verschillende projecten die allemaal nog moeten worden uitgevoerd dusdanig op elkaar worden afgestemd dat de bereikbaarheid van Leiden-Noord te allen tijde fatsoenlijk is geregeld. In Zuidwest zijn die projecten niet altijd even goed op elkaar afgestemd met de ontwikkelingen van de Rijnland Route daar en de ontwikkelingen die rond het Lammenschansplein moeten plaatsvinden. Wethouder Spijker denkt dat mevrouw Gilissen een heel belangrijk punt te pakken heeft met de bereikbaarheid in Leiden en met de ‘modal shift’ die de gemeente wil maken.

De gemeente is aan het verdichten en kijkt ook hoe de stad goed bereikbaar wordt gehouden. Tegelijkertijd wil de gemeente de slag maken naar de duurzame mobiliteit. Dat maakt dat de stad in een fase zit waarin de gemeente veel inzichtelijk moet krijgen. Er gaat trouwens al heel veel geld om in de mobiliteitsportefeuille. Zij wil heel duidelijk zijn: elk project zal moeten voldoen aan de eisen die gelden voor bereikbaarheid. Wanneer het college constateert dat iets in zijn integraliteit moet worden bekeken, doet het dat natuurlijk ook. Dat heeft het ook voor Zuidwest gedaan. Afhankelijk van hoe de projecten straks worden geconcretiseerd moet ook worden bekeken wat dat vraagt op het gebied van bereikbaarheid en verkeersoplossingen. Het is niet mogelijk om nu al een soort overall-plan te hebben, maar het college heeft op grond van de gegevens die er zijn aardig goed inzicht in waar de knelpunten zitten.

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 23 november 2021

18

Spreekster is benieuwd naar het voorstel van mevrouw Gilissen, maar zij ziet niet in dat het college iets aanvullends in het ontwikkelperspectief zou moeten opnemen. Mevrouw Heijnen had ook de vraag die mevrouw Gilissen stelde. Intussen zit zij in het stuk te bladeren. Heeft de wethouder het dan over Leiderdorp, Leidse Ring Noord en toename verkeersontwikkeling of heeft spreekster een paragraaf over het hoofd gezien over huidige knelpunten in de wijk? Dit is heel technisch, zij zal er dus naar kijken. De heer Van Spronsen vermoedt dat zijn fractie en het CDA en de VVD op een andere manier naar het verkeersprobleem kijken, maar hij begrijpt de worsteling wel omdat de mate waarin de raad concreet wil zijn een onderdeel is waar de commissie zo nog op terugkomt. Maar hij is benieuwd waar mevrouw Gilissen en mevrouw Heijnen mee komen omdat dat misschien als voorbeeld kan worden gebruikt voor hoe de raad wel of niet concreet kan zijn in het ontwikkelperspectief. De heer Siwpersad kan het heel goed volgen. Hij is ook benieuwd naar het voorstel. Zijn fractie zal het zeker steunen. De voorzitter heeft het idee dat mevrouw Gilissen en mevrouw Heijnen elkaar zullen opzoeken. Hij wacht af wat voor voorstel er uiteindelijk uitkomt. Het volgende discussiepunt van de VVD is het beschermd stadsgezicht.

De wethouder heeft daarop gereageerd en mevrouw Gilissen heeft daar ook nog een vraag over gesteld. Het gaat dan om De Oude Kooi. Hij vraagt of mevrouw Gilissen daarover nog met de commissie wil discussiëren. Mevrouw Gilissen heeft van de wethouder begrepen dat het gaat om De Oude Kooi waarvan een deel al als gemeentelijk monument is aangewezen. Daar zitten dus al beperkingen op, maar de wethouder voegde daaraan toe dat het bij het beschermd stadsgezicht zou gaan om de omliggende straten. Spreekster gaat ervanuit dat die omliggende straten nog niet behoren tot het gemeentelijke monument. Dat zou dus in de toekomst wel een beperking in het gebruik van de woning opleveren. Overigens heeft de wethouder aangegeven dat het iets is dat in de toekomst verder onderzocht zou moeten worden en dat er pas tegen die tijd een concreet voorstel zou zijn waarmee dit gerealiseerd zou kunnen worden. Dan stelt spreekster op haar beurt namens de VVD voor om het er nu uit te halen, om het uit te zoeken en om tegen die tijd met een concreet voorstel te komen. Spreekster denkt dat, als de raad het er nu in laat staan, hij daarmee ook zegt dat dit een wens is van de raad. Het is niet op voorhand een wens van de VVD. Zij denkt dat haar fractie wel met een voorstel zal komen.

De heer Gaulard heeft het zo gelezen dat het met name de centrale blokken van De Kooi betreft die de raad in de vorige raadsperiode heeft laten renoveren en die een geschiedenis hebben. Als dat zo is, zou hij daar als vertegenwoordiger van D66 graag een beschermd stadsgezicht van maken zodat in de toekomst niet weer de discussie ontstaat over wel of niet slopen. Maar misschien kan de wethouder de commissie informeren of het inderdaad gaat om de centrale blokken of dat er ook nog andere straten bij betrokken zijn. Dat maakt het misschien wat gemakkelijker voor de discussie. De voorzitter weet niet of de wethouder deze vraag nu al kan en wil beantwoorden. Hij ziet ook nog reacties van de heren Van Spronsen en Liemburg. Hij geeft de wethouder de gelegenheid om dit op te zoeken. De heer Van Spronsen meent dat de vraag van de heer Gaulard wel terecht is. Spreker vroeg zich ook af waar De Oude Kooi precies ophoudt. Als iemand die in De Kooi is opgegroeid was hij al onaangenaam getroffen door het feit dat de hele West-Indische buurt programmatisch ineens niet meer in De Kooi lag. Hij leeft nu dus in een identiteitscrisis, maar op zich kan hij het voornemen om De Oude Kooi als beschermd stadsgezicht aan te wijzen alleen maar steunen. De voorzitter zou zeggen dat De Oude Kooi ophoudt waar De Nieuwe Kooi begint.

De heer Liemburg sluit zich op hoofdlijnen aan bij wat de heer Gaulard heeft gezegd. Het lijkt hem een logisch uitvloeisel van de discussie die eerder is gevoerd over het behouden van de mooie elementen die in De Oude Kooi zitten. Voor een groot deel heeft de gemeente die door een corporatie laten opknappen. Het lijkt hem dus een vrij logische keuze om dat als beschermd stadsgezicht aan te wijzen.

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 23 november 2021

19

De heer Kersten sluit zich volledig aan bij de woorden van de heren Gaulard en Liemburg. Volgens wethouder Spijker zijn het, voor zover zij het nu begrijpt, de centrale blokken. Zij houdt een kleine slag om de arm. Misschien komt daar nog een extra straat bij, maar dat is wel de kern. Het gaat dus met name om de relatie met gemeentelijke monumenten, maar ook om het stratenpatroon, het ensemble en het groen. Het gaat om een combinatie die een mooi voorbeeld is van het arbeidsverleden van die wijk. In die zin zullen de beperkingen ook beperkt zijn ten opzichte van de huidige situatie. De voorzitter begrijpt dat er nog even iets wordt gecheckt. Mevrouw Gilissen zou het prettig vinden, als haar in ieder geval duidelijker kan worden gemaakt waar het nu exact over gaat. Zij meent in het ontwikkelperspectief te hebben gelezen dat De Kooi beschermd stadsgezicht zou worden en niet De Oude Kooi. Zij geeft aan de wethouder mee dat dat verwarrend kan zijn, wanneer het maar om een deel van De Kooi gaat. Zij wacht tot zij concrete informatie binnen heeft en dan bespreekt zij dit opnieuw met haar fractie. De voorzitter denkt dat mevrouw Gilissen nu in ieder geval weet hoe de commissie aankijkt tegen de centrale blokken. Wethouder Spijker heeft het zelf even opgezocht. Op pagina 99 van het document staat dit bij Toekomstbeeld De Kooi 2040. Daar wordt echt wel gesproken over De Oude Kooi.

Er staat ook: “waardoor het gehele ensemble van de bebouwing, straten, het Kooipark en de pleinen beschermd is.” Dat is dus een wensbeeld. In die zin is het afgebakend. Zij weet niet of dit mevrouw Gilissen voldoende comfort biedt. De voorzitter wacht af of dat comfort bij mevrouw Gilissen ontstaat. Hij gaat naar het discussiepunt veiligheid van de VVD. Hij vraagt mevrouw Gilissen of dit nog een toelichting behoeft of dat dit helder was. Volgens mevrouw Gilissen was dit helder. Haar fractie heeft aangegeven dat er in ieder geval nog steeds gebieden zijn die onveilig voelen. Er is altijd het verschil tussen het gevoel van onveiligheid en daadwerkelijke onveiligheid. Haar fractie mist dat aspect in het ontwikkelperspectief. Zij zou dat graag toevoegen. De heer Siwpersad had hierover in zijn betoog ook iets gezegd. Veiligheid is heel belangrijk. Hij kan zich nog herinneren dat Leiden een jaar of twintig geleden heel onveilig was. De stad behoorde tot de top-tien van onveilige steden in Nederland. Groepen ondernemers maakten ook afspraken. Het is wel lang geleden dat dit speelde. Nu is er een voorstel van de VVD. Hij wacht dat af en zal kijken wat het inhoudt, maar LP zal het zeker steunen.

Volgens de heer Gaulard klopt het misschien dat er in het ontwikkelperspectief geen paragraafje of hoofdstukje over veiligheid te lezen is, maar hij herinnert zich uit het hoofd dat integraal wel over veiligheid wordt gesproken in het stuk. Bij het park dat vroeger vrij onveilig was wordt er bijvoorbeeld nadrukkelijk op gewezen dat het opener moet worden om een veiliger gevoel te geven. Er wordt ook gesproken over de nauwe straatjes in het Noorderkwartier met verlichting waar aandacht aan moet worden gegeven. Hij heeft veiligheid dus wel integraal teruggezien per deelonderwerp. Het is inderdaad geen apart hoofdstukje, maar hij heeft wel gezien dat het de aandacht heeft in het stuk. Vooralsnog is dat voor D66 voldoende. Hij denkt dat veiligheid absoluut belangrijk is, maar hij denkt dat het ook belangrijk is om te kijken waar dat dan precies terechtkomt. Elke buurt of wijk heeft immers een ander veiligheidsvraagstuk dan een andere. De wijze waarop het nu is uitgewerkt heeft zijn voorkeur. De heer Rovers noemt als voorbeeld van de plekken waar veiligheid wordt genoemd 6.2 Bouwsteen 2: Sociaal krachtig en gezond. Daar worden ook de ruimtelijke aspecten van veiligheid zoals de SP die graag ziet benoemd. Voor het handhavingsaspect en dat soort zaken zijn er andere documenten. Het perspectief gaat puur over de ruimtelijke aspecten.

Spreker denkt dat wat in het perspectief staat in elk geval voor de SP voldoende is. Hij zou het voorstel nu niet steunen. De heer Liemburg kan het niet mooier verwoorden dan de heer Rovers. Hij sluit zich daar dus graag

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 23 november 2021

20

bij aan. Mevrouw Gilissen heeft de collega’s goed gehoord. Zij gaat daar nog eens rustig over nadenken. De voorzitter gaat naar het laatste discussiepunt van de VVD, het Kooiplein. De wethouder heeft daar in het kort iets over gezegd. Hij weet niet of dat aanleiding is om het discussiepunt te schrappen. Mevrouw Gilissen kan hier kort over zijn. Het was geen discussiepunt. Zij had de wethouder gevraagd om in te gaan op de situatie ter plaatse en op de vraag hoe de gemeente hier van een constant gereanimeerd hart naar een constant kloppend hart zou kunnen gaan. De wethouder heeft daarop gereageerd. Dat is wat haar betreft voldoende. De voorzitter stelt vast dat de commissie de discussiepunten van de VVD heeft besproken. Mevrouw Gilissen gaat in elk geval aan de slag. Hij gaat over naar de discussiepunten van GL. De heer Van Spronsen heeft drie discussiepunten die eerder voorlagen als een vraag. Hij vraagt de heer Van Spronsen duidelijk te formuleren wat zijn voorstel zou kunnen zijn, beginnend met zijn eerste idee. De heer Van Spronsen meent dat de vraag over hoe het verder wordt uitgewerkt in de eventuele deelgebieden wel duidelijk is. Hij vraagt zich wel af hoe het zit, als het ontwikkelperspectief niet verder in deelgebieden wordt uitgewerkt.

Is er dan nog een moment waarop de raad kan sturen? Als dat niet het geval is, dan kan hij zich voorstellen dat de raad ten aanzien van een aantal ambities wat scherper zou willen zijn, bijvoorbeeld de ambities duurzaamheid en groen. Maar dat is ervan afhankelijk of het nog concreter wordt bij gebieden met grote ontwikkelingen. In andere gevallen zou dat niet hoeven. De voorzitter ziet dit eigenlijk als een vraag die vooraf had kunnen worden gesteld. De wethouder zou daar antwoord op kunnen geven. Wethouder Spijker heeft net aangegeven dat het college voor De Zwijger bezig is met de gebiedsvisie. Daar besluit de raad ook over. Over de vraag of de gemeente in de toekomst daaraan een vervolg gaat geven qua instrumentarium heeft de raad onlangs besloten met die werkwijzer. Dat besluit geeft het college de opdracht om uit te werken hoe die Omgevingswet goed moet worden benut. Maar de raad kan sowieso altijd in het kader van het omgevingsplan aan het stuur zitten. Dat instrument is altijd nodig om ontwikkelingen verder te brengen en ervoor te zorgen dat er vergunningen worden verleend. Leiden heeft nu echt wel de gewoonte om opgaven integraal te bekijken en direct samenhang te creëren in projecten zodra projecten gelijktijdig oplopen. Zo kan de raad daar integraal over besluiten. Voor de heer Van Spronsen is dit op dit moment duidelijk genoeg.

Hij denkt dat daar niets uit voortvloeit. De voorzitter vraagt de heer Van Spronsen zijn volgende discussiepunt toe te lichten. De heer Van Spronsen hoorde de wethouder iets moois zeggen over het feit dat in de toekomst moet worden bekeken hoe de financiën worden geregeld voor zaken zoals openbare ruimte, voldoende groen en biodiversiteit. Hij kan zich indenken dat er nog een voorstel in het stuk wordt opgenomen waarin wordt aangegeven dat dat goed moet worden geregeld. Dat is het discussiepunt. De heer Gaulard begrijpt heel goed wat de heer Van Spronsen zegt, maar hij denkt dat het een overstijgend vraagstuk is. De commissie heeft hier al eerder aan geraakt. Hij meent dat de volgende raad er bijzonder goed aan doet om in het kader van duurzame verstedelijking en de opgave die de gemeente heeft om bij infrastructurele projecten of bouwopgaven in de openbare ruimte voldoende financiën te hebben om daarin bij te springen. Dat wordt sowieso een thema om in de komende vier jaar uit te werken. Dat heeft dan ook zijn effect op de ontwikkelperspectieven die nu worden vastgesteld in de uitwerking die daaruit voortvloeit. Spreker vindt zelf dat het stuk doorspekt is met allerlei klimaat-adaptieve en omgevingspositieve zaken op het gebied waar de heer Van Spronsen zich terecht druk over maakt.

Spreker zou niet een voorstel kunnen bedenken waarin dat nog sterker naar voren zou worden gebracht. Hij zou heel erg inzetten op wat in de volgende periode in het verder toewerken naar de nieuwe situatie wat meer cachet kan geven in de besluiten over de openbare ruimte.

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 23 november 2021

21

Wethouder Spijker vindt het juist zo mooi dat investeren in klimaatadaptatie in de openbare ruimte en in gebouwen als besluitpunt is opgenomen. Dit staat bij 1.VII. Er wordt in 1.VIII ook gesproken over het versterken van groenblauwe raamwerken en investeren in biodiversiteit. Als uitgangspunt staat dit er dus heel duidelijk en expliciet in. De financiën zijn iets dat overstijgend is. In de discussie werd dat daarnet ook al aangegeven. De gemeente heeft ook nog het programma klimaatadaptatie. Qua systematiek zou zij dit niet apart in het ontwikkelperspectief willen regelen. Anders ontstaan er allemaal passages voor deelaspecten. Zij voorziet dat er dan misschien ook vragen zijn vanuit de commissie om voor iets anders ook maar geld te reserveren. Daar is dit ontwikkelperspectief niet op ingericht, terwijl de uitgangspunten wel heel duidelijk zijn genoemd. De heer Van Spronsen meent dat de heer Gaulard gelijk heeft. Het plan is doorspekt met klimaat- en omgevingszaken en dat maakt het juist een erg mooi plan. Dat is ook de reden dat spreker zich er zorgen over maakt of het met die financiën wel goed komt. Hij begrijpt wel dat de wethouder zegt dat het, als het stuk met een heleboel wensen wordt opgetuigd, misschien ook wel lastig wordt. Volgens hem is het dan verstandig om dit in de komende periode goed te borgen. Dat is dan voor een groot deel de taak van het volgende college.

Alles gehoord hebbende kan hij zich voorstellen dat hij niet met een voorstel komt, maar voor de zekerheid neemt hij dit wel mee terug naar zijn fractie. De voorzitter merkt op dat de heer Van Spronsen al met een conclusie komt, maar hij ziet dat de heer Kersten had willen reageren. De heer Kersten denkt dat zijn opmerking een beetje als mosterd na de maaltijd komt. Hij meent dat in het ontwikkelperspectief concretisering en misconcretisering voorkomen, al begrijpt hij wel wat de heer Gaulard zegt. De Leidse Milieuraad (LMR) mist in het stuk een concretisering van de doelen voor 2030 en 2040 en het afwegingskader van de gemaakte keuze. De Milieuraad wil meer aandacht voor de bodem en de biodiversiteit als gezonde ondergrond. Hij brengt dit naar voren ter ondersteuning van wat de heer Van Spronsen zegt. De voorzitter meent dat de heer Van Spronsen het meer over financiën had. Hij vraagt of de heer Van Spronsen nog een punt heeft. Hij heeft ‘monitoren’ genoteerd. De heer Van Spronsen vindt het wel aardig dat de heer Kersten in die zin al vooruitloopt op de vraag hoe dit voor een deel concreet genoeg wordt gemaakt. Een onderdeel van de monitor is natuurlijk hoe ervoor wordt gezorgd dat ook bij een ontwikkelperspectief op een dergelijk gebied de raad een vinger aan de pols houdt.

Het is een lange periode tot 2040 en hij kan zich voorstellen dat de raad in ieder geval met enige regelmaat monitort of de gemeente ook alle tussenstappen, eerst naar 2030 en dan naar 2040, haalt. Dat kan in de vorm van een onderdeel van de woningmonitor, bijvoorbeeld één keer per jaar of per twee jaar. Dat is zo ongeveer de gedachte. Ook al zijn de punten strategisch en ‘hoogover’, toch is het beter een vinger aan de pols te houden om te zien of het toegaat naar waar de raad naartoe wil. Wethouder Spijker zou toch afraden om in deze fase te gaan monitoren. Stadsbreed is er de bouwmonitor. Daarin wordt al heel veel bijgehouden. Verder heeft de gemeente het programma Duurzaamheid waarin ook van alles wordt bijgehouden. Dat geldt ook voor de P & C-cyclus. Zij zou daar de informatie uithalen. Zij kan zich wel voorstellen dat, als de gemeente verder gaat door-ontwikkelen of bepaalde programma’s in de zin van de Omgevingswet gaat opstellen, daar juist wel monitoring aan wordt opgehangen. Dat is trouwens ook verplicht voor het programma in de zin van de Omgevingswet. Zij zou dat niet doen voor de ontwikkelperspectieven zoals het college die nu vorm heeft gegeven. Zij zou de informatie waar die bestaat stadsbreed willen ophalen. De heer Kersten vindt wat de wethouder net zegt begrijpelijk, maar hij citeert weer de LMR.

Die signaleert de tegenstrijdigheid tussen een toevoeging van 2500 woningen op een huidig totaal van 8000 en een versterking van groen en biodiversiteit en het humane gebruik van de openbare ruimte. De voorzitter vraagt de heer Kersten om te reageren op het discussiepunt. Hij begrijpt dat de heer Kersten de reactie van de Leidse Milieuraad relevant vindt. Dat vindt iedereen, iedereen heeft die kunnen lezen. Maar de discussie gaat nu over een tussentijdse monitor. De heer Kersten heeft het daarover. Dat moet tussentijds worden gemonitord omdat het niet mogelijk

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 23 november 2021

22

is dat te laten wachten tot 2030 of 2040. Dan is het te laat. Er zijn zoveel woningen en tegelijkertijd moet die versterking van het groen, de diversiteit en het gebruik van de openbare ruimte plaatsvinden. Volgens de LMR is dat onmogelijk. Het is dus toch wel relevant voor wat de heer Van Spronsen zegt. Volgens de heer Gaulard illustreert wat de heer Kersten zojuist zei wel dat het zinvol is om niet nu, maar in de komende periode na te denken over een manier om deze transitie te monitoren en over hoe de raad meegenomen wordt in de gang van zaken. Hij proeft een discrepantie tussen de vakwethouder en haar ambtenaren en het volgen van deze commissie op een enkeling na in de ontwikkeling. Bij het Sociaal Domein is er een monitor geweest voor de transitie. Hij denkt dat het een goed idee is om een vorm te vinden waarin de commissie dat kan bekijken. Dat is zeker gewenst, als de gemeente van plan is om in de volgende periode nieuwe ontwikkelperspectieven te gaan maken voor andere wijken. Hij denkt dat dat ook zal gebeuren. Het is gewenst om ergens in de richting van 2029 een discussie hierover te voeren en de eerste ervaringen met het werken in die kaders te evalueren. Spreker is het met de wethouder eens dat het heel lange trajecten zijn. Er wordt nu gesproken over 2050, maar dan is iedereen gepensioneerd, spreker in elk geval wel.

Hij denkt echter dat het zinvol is dit te doen, misschien door het instellen van een aparte commissie, ook omdat daarmee wordt ondervangen dat het soort discussie ontstaat die zich nu bij deelvoorstellen voordoet. Deze vraag overstijgt naar zijn mening eigenlijk het ontwikkelperspectief. De voorzitter ziet dat er verder geen reacties zijn. Hij vraagt de heer Van Spronsen of hij een voorstel gaat schrijven. De heer Van Spronsen twijfelt. Het idee van de heer Gaulard voor een conditiemonitor en het feit dat het overstijgend is maken dat hij niet helemaal weet of het past om bij dit voorstel met een motie te komen om naar de toekomst te kijken. Juist het verzamelen van de verschillende delen is natuurlijk een probleem. De leden van de commissie Stedelijke Ontwikkeling vinden van alles over bouwen en wonen en letten ook wel op het groen, maar heel veel achterliggende stukken nemen zij wat korter tot zich. Hij kan zich dus wel iets voorstellen bij dat verzamelen, los van de hoeveelheid werk die eraan vastzit. Maar volgens hem is de vraag in het kader van de transitie naar de Omgevingswet en met alle opgaven die de gemeente heeft hoe dat allemaal goed wordt samengebracht.

Hoe wordt in de komende periode alles dat te maken heeft met de Omgevingswet, de Omgevingsvisie, het ontwikkelperspectief en het omgevingsplan goed gebundeld? Daar wil hij dan misschien wel een motie van maken op grond van het feit dat de Omgevingswet een keer wordt ingevoerd, in 2022,2024 of 2025. De voorzitter begrijpt dat de heer Van Spronsen gaat nadenken en wellicht een motie gaat formuleren. Hij wacht dat af. De commissie heeft dan de discussiepunten van GL besproken. De heer Van der Woerd had een discussiepunt over de volgorde van het besluit. Daar heeft de wethouder wel iets over gezegd. Spreker weet niet of dat leidt tot een erratum of iets wat daarop lijkt. Volgens hem was het punt van de heer Van der Woerd duidelijk, maar om te bevorderen dat de leden het punt weer scherp voor de geest krijgen vraagt hij hem het punt kort te herhalen. De heer Van der Woerd zal dat doen. Hij kan dan tegelijk verduidelijken dat het geen technisch voorstel is om de volgorde van het raadsbesluit om te gooien. Door de beantwoording van de wethouder werd dat een beetje gesuggereerd. Het is echt een inhoudelijk punt. Wat is het document dat de raad opstelt? Is het een uitnodiging aan de stad of is het een kaders stellend document dat die uitnodiging beoogt te doen? Er staat nu dat het een uitnodiging is en dat het beoogt kaders te stellen.

Zijn standpunt is dat het een document is dat kaders vaststelt . Dat is namelijk de taak van de raad. In die kaders stellende rol past dit document. Hij heeft gekeken naar de raadsbesluiten over eerdere ontwikkelperspectieven en volgens hem is er sprake van voortschrijdend inzicht omdat de bewoordingen en de omschrijving van wat het document precies is nogal eens veranderen, maar de strekking is hetzelfde. Zijn discussiepunt is of de raad niet moet vastleggen dat het een kaders stellend document is. Wat het dan allemaal beoogt is prachtig, maar dat is niet aan de commissie. Als dat iets is dat de wethouder met hem eens is en zij het in een erratum wil aanpassen, dan hoeft er niet over te worden gediscussieerd, maar anders wil hij graag de discussie. De heer Kersten kan de heer Van der Woerd geruststellen. In het stuk staat duidelijk dat het een kaders stellend en sturend stuk is. Het is dus al benoemd. De heer Rovers lijkt het dan goed om het in het raadsbesluit niet zachter te maken dan het is en het

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 23 november 2021

23

gewoon duidelijk te benoemen als kaders stellend stuk zodat daarover geen twijfel kan bestaan. Hij wil woorden als ‘beoogt’ vermijden omdat dat toch een beetje klinkt als een terugtrekkende beweging. Dat moet het niet zijn. Het is gewoon een stellig, kaders stellend stuk waarop de raad besluiten gaat baseren. Wethouder Spijker is erg blij met de bewoordingen van de heer Rovers en zij is ook blij dat hij er vanavond weer bij is. Zij had dat idee ook toen zij dit opeens weer las in het stuk. Zo op het oog is het wel een beetje terugtrekkend. Zo is die tekst overigens niet beoogd. Zij is bereid om dat erratum op te stellen. Zij zal een voorstel daarvoor naar de commissie zenden. Dat lijkt de voorzitter goed. De heer Van der Woerd zal daar heel kritisch kijken. De heer Van der Woerd bedankt de wethouder ervoor dat dit probleem op deze manier kan worden opgelost. Hij zal er kritisch naar kijken, maar volgens hem is het punt duidelijk. De wethouder en hij komen daar wel uit. Hij wil opschrijven wat het is, al was het alleen maar voor de raad zelf. Hij hoeft er niet verder over te discussiëren. De voorzitter merkt op dat de leden dit vooraf nog kunnen checken. Dan wordt het een erratum van het college. De heer Kersten vindt het grote onzin. Het is verkwiste tijd van de wethouder.

Er staat heel duidelijk in de inleiding dat dit een ontwikkelperspectief is dat kaders stellend is voor Leiden-Noord. De voorzitter onderbreekt de heer Kersten. Het gaat hier over de tekst van het raadsbesluit. De heer Kersten merkt op dat het in de inleiding van het raadsbesluit staat. De voorzitter wijst erop dat de inleiding niet het besluit is. Het besluit staat altijd helemaal onderaan. Hij gaat niet in discussie met de heer Kersten. Hij heeft net geconcludeerd met de wethouder en de heer Van der Woerd dat er een erratum komt. Als de heer Kersten het niet eens is met een erratum, dan gaat de heer Van der Woerd een voorstel schrijven dat breed wordt omarmd door de wethouder. Als de heer Kersten dat wil, dan hoort hij dat graag, maar hij gaat niet meer discussiëren over de vraag of het er wel of niet in staat. De commissie heeft daarnet geconcludeerd dat de wethouder dat beter en duidelijker gaat formuleren. De heer Kersten vindt het prima. De voorzitter is daar dan blij mee. De heer Siwpersad wil reageren op de heer Kersten. Het is puur een kwestie van bewoordingen. Hij begrijpt niet waarom deze hiertegen is. De voorzitter sluit dit discussiepunt af. Het volgende discussiepunt is het discussiepunt van de PvdA over heroverweging van de Willem de Zwijgerlaan. De wethouder heeft daar kort op gereageerd.

Hij heeft het gevoel dat de heer Liemburg het punt vrij uitgebreid heeft toegelicht. Volgens de heer Gaulard zal het in deze fase voorstellen om de Willem de Zwijgerlaan te verleggen dermate veel vertraging en kosten opleveren dat hij zich eigenlijk afvraagt of de heer Liemburg hier niet probeert een punt te maken. De heer Liemburg wil volgens hem nagaan hoe de raad dit soort perspectieven als matrix kan gebruiken om de fysieke leefomgeving echt integraal in te richten. Hij vraagt hem te corrigeren, wanneer hij ernaast zit. Maar als dat zo is, dan vindt hij dat dat punt goed is gekozen. Het zou ideaal zijn om op een blanco stuk papier te werken waarop de raad zoveel mogelijk kaders kan invullen. Die mogelijkheid heeft de raad nu natuurlijk niet, de raad springt al rijdend op de fiets. In die zin blijft de strijd tussen datgene wat de raad als kaders wil meegeven en datgene wat al in gang is gezet. Verleggen van de Willem de Zwijgerlaan is onbetaalbaar en het is ook zonde van alle bruggen die al aangelegd zijn. Dat zal D66 op zich niet steunen. Volgens de voorzitter heeft de wethouder duidelijk gezegd dat zij er geen heil in ziet. Uit de commissie komen er verder geen reacties. Spreker vraagt de heer Liemburg of de PvdA nog met een voorstel komt.

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 23 november 2021

24

De heer Siwpersad is het helemaal eens met de heer Gaulard. De heer Van Spronsen sluit zich aan bij de woorden van de heer Gaulard, hoewel hij natuurlijk altijd voor minder wegen is. Maar dat is persoonlijk. De heer Kersten is het helemaal eens met de heer Gaulard. De voorzitter merkt op dat de heer Liemburg nu wat meer feedback heeft. Wat is zijn conclusie? De heer Liemburg hoort nog geen overweldigende steun voor dit idee. Hij neemt het dus mee terug naar zijn fractie. Hij is aangesproken door de heer Gaulard en daar reageert hij graag op. Op zichzelf is het inderdaad ingewikkeld dat de commissie nu een groot gebied integraal wil beschouwen en dat tegelijkertijd al een aantal besluiten is genomen voor dat gebied dat niet integraal is overwogen. De raad loopt dus wel het risico dat hij op papier in het ontwikkelperspectief een visie geeft op een deel van de stad over een aantal decennia, maar dat het feitelijk voor een deel bestaande plannen zijn met een nietje erdoorheen. Dat is op zich zonde en het is een gemiste kans voor de stad. De voorzitter sluit dit discussiepunt af. De commissiegriffier en hij hebben geen discussiepunten meer. Voor de zekerheid vraagt hij de leden of dat ook in hun ogen zo is. Het voorstel is uitvoerig besproken. Het wordt in ieder geval een bespreekstuk in de raad. Spreker sluit dit agendapunt af.

9.

RV 0100 Aanwijzing Wet voorkeursrecht gemeenten Hoge Rijndijk 352

De voorzitter zet uiteen dat het hier gaat om het verkrijgen van een voorkeursrecht om grip te krijgen op de locatie Hoge Rijndijk 352 ter voorkoming van speculatie. Om die reden is strategische verwerving gewenst. Volgens het college is dat van belang. Er is een zienswijzentermijn van zes weken geweest. Die periode is inmiddels verstreken en er zijn geen zienswijzen binnengekomen. Bij de stukken zit om die reden een erratum waarbij een tweede beslispunt komt te vervallen. Dat ging namelijk over die zienswijzen. Er zijn geen schriftelijke vragen gesteld. Er is ook geen inspraak waargenomen en dus bespreekt de commissie het voorstel nu inhoudelijk. De spreektijd is één minuut per fractie. Hij wilde het woord geven aan de heer Siwpersad, maar die heeft meegedeeld dat hij is vertrokken. De heer Van der Woerd wijst erop dat de commissie al een aantal keren over deze ontwikkeling heeft gesproken en dat de raad daarvoor uitgangspunten heeft vastgesteld. Als er ontwikkelingen zijn die daartegenin gaan, dan is dit een bekend instrument. De CU kan zich vinden in de argumentatie, steunt het raadsvoorstel en heeft geen discussiepunten. Mevrouw Heijnen zal het ook kort houden. Dit voorstel kan volgens het CDA als hamerstuk naar de raad. Zij heeft geen discussiepunten. De heer Van Spronsen is het geheel met mevrouw Heijnen eens.

De heer Kersten valt uit de toon: hij is het met iedereen helemaal eens. Dit is een fantastisch plan. De heer Rovers lijkt het een correct gebruik van dit instrument. Het is ook wenselijk in deze situatie. De SP steun dit voorstel dus. Hij heeft geen bespreekpunten. De heer Gaulard merkt op dat de raad het al lang over deze ontwikkelingsplek heeft gehad. Vanaf 2015 is het voorbijgekomen, eerst als plek voor statushouders en door een monument van zijn hand nu gewoon voor ontwikkeling. Er kan daar heel veel en hij hoopt dat er ook veel gaat gebeuren. Het lijkt hem een goed instrument om de kaders die de raad al eerder heeft gesteld ook daadwerkelijk te borgen. D66 steunt dus dit voorstel. Mevrouw Gilissen geeft aan dat, hoewel de VVD het over het algemeen pijnlijk vindt, wanneer er beslag of claims worden gelegd op het bezit van een ander, haar fractie in dit geval het argument kan volgen dat het noodzakelijk is om hier grip op te krijgen. Haar fractie zal het voorstel steunen. De heer Liemburg vindt het bijzonder dat de VVD het ingewikkeld vindt, als er een claim wordt gelegd

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 23 november 2021

25

op het bezit van een ander, terwijl als iemand een auto wil parkeren, dat wel op het bezit van alle inwoners mag. Maar dat is een opmerking terzijde. De PvdA vindt het een goed voorstel. Hij heeft geen discussiepunten. De heer Van der Kaap vindt het een goede zaak, als speculatie kan worden voorkomen. De PvdD kan dus instemmen. Wethouder Spijker brengt naar voren dat het college heel hard aan de slag is om de nota van uitgangspunten verder te brengen en uiteindelijk tot uitvoering van het plan te komen. De voorzitter concludeert dat dit voorstel als hamerstuk naar de raad gaat. De commissie heeft dan alle agendapunten besproken. Hij had gehoopt in de chat nog een slogan aan te treffen voor de ontwikkelperspectieven. Die heeft hij helaas niet gezien. Hij heeft er zelf maar eentje verzonnen waarmee hij afsluit: “Voel je rijk in de Professorenwijk!” Die vond hij ook wel aardig. Wellicht komen er in deze app-groep nog creatieve slogans voorbij. De voorzitter sluit de vergadering om 22.50 uur.

Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 23 november 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10866167/2