Verslag Raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling
Tekst van het document
Gemeenteraad van Leiden Conceptverslag van de digitale vergadering van de raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling gehouden op dinsdag 23 november 2021 De integrale gesproken tekst van de vergadering en eventuele insprekers is te beluisteren op leiden.raadsinformatie.nl.
Aanwezig: Leden commissie SO:
Leden college: Insprekers: Raadsadviseur:
1.
De heer M. de Crom (VVD), de heer S. van Diepen (D66), de heer A. Friso (GL), de heer M. Gaulard (D66), mevrouw J. Gilissen (VVD), mevrouw J. Heijnen (CDA), de heer H. van der Kaap (PvdD), de heer M. Kersten (PS), de heer A. Liemburg (PvdA), de heer W. van Peijpe (GL, voorzitter), de heer T. Rovers (SP), de heer A. Siwpersad (LP), de heer I. van Spronsen (GL), de heer P. van der Woerd (CU) De heer W. Dirkse (D66, Wethouder Kennis, Onderwijs, Sport en Financiën), mevrouw F. Spijker (D66, wethouder Duurzame Verstedelijking, Ruimte en Wonen) Mevrouw S. Sterk, mevrouw M. Monteba De heer E. Teunissen
Opening en vaststelling agenda
De voorzitter opent de vergadering om 20.04 uur en heet de leden, de insprekers en degenen die de vergadering thuis volgen welkom. Helaas is het weer een digitale vergadering. Dat betekent onder meer dat hij nagaat of het quorum wordt gehaald. Er zijn geen berichten van verhindering. Spreker stelt vast dat het quorum ruim wordt gehaald. Hij heeft geen opmerkingen ontvangen over de agenda. Deze wordt dus vastgesteld.
2.
Burger aan het woord
De voorzitter deelt mee dat niemand zich heeft gemeld.
3.
Mededelingen, rondvraag en regionale aangelegenheden
Wethouder Spijker vraagt aandacht voor de bijeenkomst die georganiseerd is voor de raadsleden van Leiden, Leiderdorp, Kaag en Braassem, Alphen aan den Rijn en Zoeterwoude op 15 december 2021. Tennet en Liander zullen dan als netbeheerders een toelichting geven op de energievoorziening, in het bijzonder de 100 en 150 kV-stations. De genoemde gemeenten zijn de gemeenten in Holland Rijnland waar wordt gekeken naar uitbreiding of toevoeging van dergelijke stations. Zij nodigt de leden uit aanwezig te zijn. Het is heel belangrijk om zich een goed beeld te vormen van wat er in de toekomst op dat gebied nodig is. De voorzitter heeft twee punten voor de rondvraag. Zij gaan beide over het opkoopverbod en de zelfbewoningsplicht. De heer Liemburg is benieuwd naar de vraag van de heer Kersten vanwege de overlap met zijn vraag. Vanaf 1 januari 2022 mogen gemeenten opkoopbescherming tegen beleggers invoeren om bestaande koopwoningen te behouden. In de afgelopen week bracht De Volkskrant naar buiten dat 60% van de gemeenten al regelgeving hiervoor voorbereidt. Amsterdam en Rotterdam hebben zelfs al een voorstel naar de gemeenteraad gestuurd. In juli 2021 heeft de Leidse raad ingestemd met een motie van de PvdA die opriep om uiterlijk op 1 juli 2022 een advies aan de raad voor te leggen over of en hoe een opkoopverbod voor beleggers het beste zou werken.
Gezien de berichtgeving in de Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 23 november 2021
2
landelijke media in de afgelopen weken maakt de PvdA zich echt bezorgd over het risico dat, als vele omliggende gemeenten in de komende maanden al met een verbod komen, veel beleggers uit zullen wijken naar gemeenten waar nog geen verbod geldt, zoals Leiden. Daarom komt spreker met de volgende vragen. Deelt het college de zorg dat, wanneer andere gemeenten de zelfbewoningsplicht invoeren en Leiden nog niet, dit een negatief effect zal hebben op de kansen van starters en andere reguliere woningzoekenden op de Leidse woningmarkt? Ziet het college mogelijkheden om de invoering van een opkoopverbod al sneller naar de raad te sturen, bijvoorbeeld door gebruik te maken van de regelgeving die de gemeenten Amsterdam en Rotterdam al hebben opgelegd? De voorzitter lijkt het verstandig eerst de wethouder het woord te geven. De heer Kersten kan dan kijken of er nog vragen overblijven. Wethouder Spijker denkt dat het handig is dat de heer Kersten ook zijn vraag stelt. Zij had in gedachten om de vragen gecombineerd te behandelen. De voorzitter vraagt de heer Kersten of hij nog vragen heeft die een aanvulling zijn op de vragen van de heer Liemburg. De heer Kersten lijkt het ook het handigst de vragen gecombineerd te behandelen. De PS was net vijf minuten later bij de griffie met haar vragen dan de heer Liemburg, maar het accent van zijn vragen ligt iets anders.
De titel boven zijn vragen is: Is er gedacht aan een regiobeleid bij de aankoopvoorwaarden van nieuwe en bestaande woningen in Leiden? Volgens het al genoemde onderzoek van De Volkskrant heeft ongeveer 60% (222 van de 352 Nederlandse gemeenten) recent al een bewoningsplicht ingesteld voor kopers van woningen. Zij hebben dat niet alleen gedaan voor nieuwbouw, voor sociale koop of voor beide, maar ook voor bestaande panden, verder oudbouw te noemen, of voor al deze categorieën tegelijk. Het is toch wel interessant om al deze categorieën te noemen. Dit principe moet vooral snelle en winstgevende doorverkoop, verhuur en verkamering met vele huurders tegengaan. Het is vooral in de Randstad, maar nog niet in Leiden en omgeving het geval. Ook heeft 66% van deze gemeenten een speculatiebeding ingevoerd op grond waarvan een aantal jaren niet mag worden doorverkocht. In ongeveer de helft van de gevallen komt daar een kettingbeding bij waarbij genoemde plichten ook op de volgende kopers overgaan gedurende een vastgestelde tijd. In 36% van deze gemeenten werd zelfs gekozen voor een combinatie van alle drie eerdergenoemde regelingen en in 60% voor een volledige beleggersblokkade. Het is zeer goed om snode plannen van beleggers te blokkeren. 43 gemeenten overweegt dit nog, zoals misschien Leiden. Als een gemeente dit invoert heeft dit een waterbedeffect op de naburige gemeenten.
In Leiden, waar wel werd gedacht aan de invoering van deze plicht, is geen van genoemde maatregelen ingevoerd. Wel heeft de raad vorige week ingestemd met een voorstel van zijn fractie voor het invoeren van een verhuurvergunning. Dat is ook door de wethouder omarmd. Deze vergunning zou prima passen bij de eerder genoemde maatregelen. De vraag van zijn fractie is dus waarom het college een bewoningsplicht voor nieuwbouw en voor oudbouw of een combinatie van eerdergenoemde mogelijkheden niet aan de regio Holland Rijnland en aan de Leidse raad heeft voorgelegd. Kan het college toezeggen dat dit binnenkort zal gebeuren en, zo ja, welke van genoemde maatregelen of combinaties daarvan dat worden en op welke termijn dat gaat gebeuren? Kan het college toezeggen dit samen of in nauw overleg met de regio te doen teneinde een waterbedeffect voor andere gemeenten binnen deze regio en het ontsnappen van beleggers aan deze maatregel te voorkomen? Wethouder Spijker merkt op dat de heer Kersten refereert aan het onderzoek van De Volkskrant. Daar staat in dat 222 van de 352 gemeenten kijken in hoeverre zij dit instrumentarium, de bewoningsplicht en andere zaken, ter hand willen nemen. Leiden heeft ook meegewerkt aan dit onderzoek en het college is bezig met die zelfbewoningsplicht. Het college heeft ook aangegeven de opkoopbescherming te onderzoeken. Zij komt daar zo op terug.
Het is belangrijk om de zelfbewoningsplicht en de opkoopbescherming goed van elkaar te onderscheiden. De zelfbewoningsplicht is een instrument dat al bestaat. De gemeente kan die alleen bij nieuwbouw opleggen. De gemeente doet dat ook al, in de verkoopakte bij eigen grond of in de anterieure overeenkomst. De opkoopbescherming is een nieuw instrument dat, als het goed is, per 1 januari 2022 wordt ingevoerd. Dit kan ook bij bestaande woningen worden opgelegd. Over de opkoopbescherming is, zoals de heer Liemburg al zei, een motie aangenomen. Naar aanleiding daarvan heeft zij bij het fijn tunen van de motie toegezegd dat het college uiterlijk 1 juli 2022 met een advies aan de raad zal komen over de vraag hoe dit het beste kan worden uitgewerkt en welke gebieden daarvoor worden aangewezen. Dat verbod kan immers alleen gelden voor wijken waar er
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 23 november 2021
3
sprake is van schaarste aan betaalbare koopwoningen. De VNG komt aan het einde van dit jaar met informatie, ook over het inzetten van die opkoopbescherming. Er wordt dus een modelhuisvestingsverordening aangevuld met opkoopbescherming opgesteld. Er verschijnt ook een handreiking van de VNG voor de uitvoeringspraktijk. Leiden is ook vertegenwoordigd in de VNGklankbordgroep. Het college is dus echt goed op de hoogte van wat er gaat komen. Deze VNGklankbordgroep beoordeelt deze producten ook. De heer Liemburg vraagt specifiek naar het waterbedeffect en eigenlijk ziet zij dat ook terug in het verhaal van de heer Kersten. De heer Liemburg verwacht dat uitgeweken wordt naar (buur)gemeenten waar die opkoopbescherming niet geldt. Eigenlijk vraagt de heer Liemburg of het niet voor de hand ligt om wat sneller een gebied aan te wijzen. Het college kan niet zomaar een gebied aanwijzen. Zoals zij in haar inleiding al aangaf mag de gemeente uitsluitend in de delen van de stad waar het opkopen van woningen door beleggers op dit moment aantoonbaar leidt tot schaarste met verdringingseffecten de opkoopbescherming invoeren. Dat moet de gemeente echt per wijk onderzoeken. Deze beperking is ook niet voor niets opgelegd omdat opkoopbescherming wordt gezien als een grote inbreuk op het eigendomsrecht. Gemeenten mogen dat eigenlijk niet zomaar beperken.
Er moet een goede redenen voor zijn en de gemeente moet een besluit ook goed kunnen onderbouwen, omdat het ook tot een rechtszaak kan leiden. Zij kan de heren Liemburg en Kersten toezeggen dat het college de intentie heeft om in elk geval dit jaar nog de raad te informeren over de stand van zaken. Het college zal daarbij ook gebruikmaken van de informatie die zij in VNG-verband krijgt. Het college is oplettend: zodra het verwacht de onderzoeken te kunnen afronden en zodra het een goed zicht heeft op de situatie, komt het advies naar de raad. Raad en college hebben inderdaad 1 juli 2022 afgesproken, maar zij ziet een enorme druk ontstaan in de media, maar ook bij gemeenten in den lande. Het college is buitengewoon oplettend. Dit kan zij in elk geval op dit moment toezeggen. De heer Liemburg brengt naar voren dat zijn vragen zeker naar voldoening zijn beantwoord. De PvdA ziet de onderzoeken en de cijfers die de wethouder heeft toegezegd met belangstelling tegemoet. De heer Kersten vindt het antwoord van de wethouder prima, maar hij mist nog een reactie op zijn oproep om in deze kwestie regionaal op te trekken. Dat moet voorkomen dat de ene gemeente wel een regeling heeft en een andere niet zodat toch weer dat waterbedeffect optreedt.
Hij stelt dus voor dat de gemeente contact neemt met Holland Rijnland en met de zustergemeenten om dit gezamenlijk aan te pakken of in elk geval gezamenlijk te opereren. Hij mist ook de verschillende onderdelen van die opkoopbescherming. De bewoningsplicht is duidelijk ingekaderd, maar de vraag is of de wethouder ook voor zich ziet dat dit principe niet alleen in nieuwbouw en sociale koop, maar ook in oudbouw kan worden gehanteerd. Hij hoort ook graag van de wethouder wat zij denkt van het speculatiebeding, het kettingbeding en de beleggersblokkade. Wethouder Spijker onderscheidt drie elementen in de nadere vragen van de heer Kersten. Holland Rijnland is op dit moment ook met de bestuursopdracht wonen bezig. Dat is een vrij groot traject. Daarbinnen zijn de regiogemeenten ook bezig met de actualisering van de Regionale Woonagenda en met waarop Holland Rijnland in dat verband gaat inzetten. Leiden heeft daar bestuurlijk de wens neergelegd om daarover in ieder geval na een gedegen voorbereiding en na de verkiezingen een definitief besluit te nemen omdat dit vele aspecten kent. Maar Holland Rijnland is nu al bezig de eerste stappen in een proces om te komen tot een bestuursopdracht wonen. Daarin kan ongetwijfeld het aspect worden meegenomen in hoeverre gemeenten ook gebruikmaken van reguleringsinstrumenten. Dat overleg is Holland Rijnland breed.
Zij heeft ook altijd een overleg met de wethouders in de Leidse regio en daarin wordt dit soort zaken ook besproken. Zij kan dit daar dus ook inbrengen. Verder heeft de heer Kersten nog specifieke vragen over antispeculatie-beding en andere bedingen. Dat zit erg vast aan die zelfbewoningsplicht. Daarvoor heeft zij al aangegeven dat de gemeente daarvoor bij goed in eigendom de verkoopakte gebruikt en anders de anterieure overeenkomst. Er zijn verschillende manieren waarop de gemeente dat kan borgen en daarin zit, uit het hoofd gezegd, ook een antispeculatie-beding in. De vraag van de heer Kersten over de opkoopbescherming is eigenlijk vrij technisch en het antwoord hangt ook af van de regeling. Zij vraagt of zij dit ook mee kan nemen in het onderzoek naar de mogelijkheden waar zij het daarnet over had bij de beantwoording van de vragen van de heer Liemburg. De voorzitter lijkt dit een meer dan uitgebreid antwoord. De commissie wacht dit af. Hij wil nog enkele regionale zaken met de commissie bespreken. De leden hebben de conceptagenda en de link naar de stukken voor het portefeuillehoudersoverleg Economie en Leefomgeving van Holland Rijnland op 24 november 2021 ontvangen. Die agenda bevat een aantal punten die voor deze commissie
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 23 november 2021
4
interessant zijn, zoals de aanpassing van de Huisvestingsverordening ten behoeve van de wachtlijst en het handelingsperspectief woonruimteverdeling en de woningbouwopgave. Als zij dat willen, kunnen leden nu zaken meegeven aan de wethouder. De heer Friso wil een ander probleem op woongebied aankaarten. Voor middeninkomens realiseert de gemeente heel veel middelhuurwoningen, maar vaak werpen de ontwikkelaars, de verhuurders van die woningen, drempels op door bijvoorbeeld hoge inkomenseisen te stellen. Iemand moet een aantal malen de huur verdienen om een appartement te mogen betrekken. In april 2021 is een motie van zijn fractie aangenomen bij de Verordening doelgroepen woningbouw. In die motie wordt het college opgeroepen om zo snel mogelijk in regionaal verband de Huisvestingsverordening te herzien en daar dan in te zetten dat inkomenseisen die verhuurders mogen stellen gemaximeerd worden. Hij is benieuwd om van het college te horen of die gelegenheid er al is geweest, wat de taxatie van de wethouder is van hoe daar in de regio over wordt gedacht en op welke wijze zij invulling kan geven aan deze wens van de raad. Wethouder Spijker vindt het goed dat de heer Friso hier aandacht voor vraagt. Niet voor niets is die motie aangenomen. Raad en college willen niet dat eigenlijk alleen mensen met een heel hoog inkomen in die middelhuurwoningen kunnen gaan wonen.
Zij gaf al aan dat de gemeenten in Holland Rijnland bezig zijn met het grotere traject van de bestuursopdracht wonen. Dat zal ook leiden tot wijziging van de Regionale Huisvestingsverordening. Met Holland Rijnland is afgesproken om dit daarin mee te nemen. Maar nu de heer Friso de vraag heeft gesteld, constateert zij ook dat op 22 december 2021 in het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland een wijziging van de Regionale Huisvestingsverordening voorligt op het gebied van de woonwagens. Morgens spreekt het portefeuillehoudersoverleg van Holland Rijnland daar ook over. Zij dacht dat zij daarvoor misschien morgen aandacht kan vragen en kan vragen of dat niet ook kan worden meegenomen. Overigens is voor de wijziging voor de woonwagens al een traject geweest. Het voorstel heeft ook al ter inzage gelegen en zij weet dus niet wat er mogelijk is, maar zij zal in ieder geval Holland Rijnland hier morgen op attenderen. Leiden heeft met Holland Rijnland afgesproken om dit in de grotere herziening mee te nemen, maar zij zegt in ieder geval toe dat zij probeert om hier morgen aandacht voor te vragen. Als het meegenomen kan worden, dan kan het alsnog op 22 december 2021 aan het Algemeen Bestuur worden voorgelegd. Als dat niet kan, dan volgt het in ieder geval volgend jaar bij de grotere herziening van de Regionale Huisvestingsverordening.
Overigens is naast het woonwagenruimteverdeelsysteem, de rangordebepaling die nu wordt gewijzigd, wel de verplichting van private verhuurders om sociale huurwoningen aan te bieden via WoningNet meegenomen. Vandaar dat zij getwitterd had dat dit misschien ook meegenomen had kunnen worden. Dat is niet gebeurd. Zoals eerder gezegd gaat die dus mee in de grote herziening van de Regionale Huisvestingsverordening, maar zij zal er morgen wel aandacht voor vragen. De heer Friso vindt het mooi om te horen dat de wethouder sowieso het probleem erkent en dat het aanbieden via WoningNet al wel geregeld is. Het is fijn dat zij haar best gaat doen om op deze korte termijn te proberen dit erin te krijgen. Hij hoopt dat het lukt. Het is goed te weten dat het anders in de grote wijziging wordt meegenomen. De voorzitter wijst de leden nog op een digitale informatieve bijeenkomst voor de hele Leidse regio, een week voor de bijeenkomst over het kV-station, over de Warmtevisie. Alle gemeenteraden doen mee met deze bijeenkomst over de warmtetransitie. De leden krijgen nog een uitnodiging vaar deze bijeenkomst. De behandeling van al die warmtevisies vindt plaats in gezamenlijke vergaderingen van de commissies Stedelijke Ontwikkeling en Leefbaarheid en Bereikbaarheid op 18 januari 2022 en op 8 februari 2022. Op 18 januari 2022 worden de insprekers gehoord.
Daaraan voorafgaand wordt ook een expertsessie georganiseerd. De heer Van der Kaap vraagt naar een datum, maar volgens spreker heeft hij alle data genoemd. De heer Van der Kaap is de datum van de bijeenkomst over de warmtetransitie even ontgaan. De voorzitter wijst erop dat de heer Van der Kaap nog een uitnodiging krijgt, maar die bijeenkomst is op 8 december 2021.
4.
Besluitenlijst commissie Stedelijke Ontwikkeling van 2 november 2021
De voorzitter deelt mee dat geen opmerkingen zijn ontvangen. De besluitenlijst kan dus ongewijzigd
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 23 november 2021
5
worden vastgesteld. 5.
Lijst van toezeggingen en actiepunten
De voorzitter geeft aan dat de lijst van toezeggingen bij de stukken zit. Er zijn geen opmerkingen ontvangen en er zijn ook geen afdoeningsvoorstellen.
6.
RV 21.0121 Afgifte ontwerp vvgb en besluit omgevingsvergunning Pioenstraat 14
De voorzitter zet uiteen dat het hier gaat om een verzoek om een omgevingsvergunning. Hiervoor is een vvgb-procedure nodig (verklaring van geen bedenkingen). Die wordt ter inzage gelegd en de commissie moet daarmee akkoord gaan. Het onderwerp is geagendeerd als hamerstuk. Er zijn geen vragen gesteld en er is geen verzoek binnengekomen om het voorstel alsnog te bespreken. Als de leden dat wel willen, moeten zij dat nu in de chat aangeven. Als zij dat niet doen, wordt dit een hamerstuk in de raad van 2 december 2021. Spreker ziet dat er niets gebeurt. Het wordt dus een hamerstuk. Spreker sluit dit agendapunt.
7.
RV 21.0119 Stedenbouwkundig plan Pesthuis
De voorzitter merkt voor de mensen thuis op dat het al weer even geleden is dat de raad de nota van uitgangspunten voor dit plan heeft vastgesteld. In december 2018 heeft de raad de kaders voor de kopende partij vastgesteld. De verkopende partij was het Rijksvastgoedbedrijf. Bij die nota van uitgangspunten heeft de raad een aantal belangrijke beoordelingskaders meegegeven: het programma, de cultuurhistorische waarde, de stedenbouwkundige inpassing en de haalbaarheid. De leden kunnen nog steeds schriftelijke vragen stellen in aanloop naar de inhoudelijke behandeling op 7 december 2021. Die vragen moeten zij dan wel uiterlijk op 2 december 2021 inleveren. Vanavond hoort de commissie de insprekers. Dat zijn er twee. Zij krijgen drie minuten spreektijd. Daarna kan de commissie hen vragen stellen. Mevrouw Sterk meent dat de spreektijd vijf minuten is. De voorzitter excuseert zich. Heel lang heeft de commissie een spreektijd van drie minuten gehanteerd vanwege de grote aantallen insprekers. De commissie was daar blij mee, maar heeft de inspreektijd toen ingekort. Vanavond valt het erg mee. De insprekers hebben vijf minuten. Mevrouw Sterk is bewoonster van de Pesthuislaan. Haar overgrootouders zijn daar bijna een eeuw geleden komen wonen.
Om aan te geven dat zij hier niet alleen zit als pestlijder om haar onvrede over dit plan te spuien wijst zij op een stukje uit het participatieverslag van het concept-stedenbouwkundig plan. Daarin wordt aangegeven dat er geen ruimte voor inspraakmogelijkheid is over de programmering. Deze voldoet aan de nota van uitgangspunten. Deze nota van uitgangspunten zou volgens dat verslag gepresenteerd zijn in oktober 2017. Maar als de commissieleden de notulen uit 2017 op dit punt nalezen, kunnen zij zien dat de nota op dat moment nog niet eens af was, maar ook dat de gemeente hier aangeeft nog een participatietraject voor omwonenden vorm te geven. Dit is niet gebeurd. De omwonenden kregen na Wob-verzoeken drie jaar later de nota van uitgangspunten te zien. Tussen neus en lippen door werd vermeld dat zij in de horecavisie werden genoemd. De verantwoordelijke wethouder gaf later ook aan dat hij uit is gegaan van die nota van uitgangspunten en dat de omwonenden dus geen inspraak, participatie of informatie over de nota noch over de horecavisie en het plan van nu van de Amsterdamse ontwikkelaars mogen of kunnen hebben. Spreekster vraagt de commissie dringend en vriendelijk om ook die notulen te lezen en te bekijken hoe de omwonenden hieruit op hadden moeten kunnen maken dat hun hele leefomgeving zelfs van bestemming verandert met een hotel, hostel, shortstay, evenementen en horeca.
Van maatschappelijk worden zij omgedoopt tot horeca. In een verslag uit 2018 van een avond voor geïnteresseerden werd gevraagd of er ook een restaurant zou kunnen komen. Dat was prima, maar het moest geen sterrenrestaurant worden omdat het voor alle bewoners van de stad een plek moest zijn. Zij gaat verder naar de plannen in 2019 waar de omwonenden kennis maakten met de koper. Die liet vijf afbeeldingen zien waarin de horeca in een overheersende rol aan de omwonenden werd gepresenteerd. Van de Rijksgebouwendienst hebben zij echter al die tijd gehoord dat horeca alleen een ondersteunende rol ten opzichte van het geheel zou hebben. Het Pesthuis zou een verbindende werking moeten hebben tussen het centrum en het Leiden Bio Science Park. Dat het vaststaat dat het Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 23 november 2021
6
terrein een horecabestemming krijgt moesten de omwonenden lezen in het Leidsch Dagblad in januari 2020. De wethouder gaf aan dat dit vast is gelegd in het koopcontract met deze ontwikkelaars. In de krant moesten de omwonenden dus lezen dat hun woonomgeving volledig verandert. 90% bestaat uit overnachten: hotel, hostel, shortstay en appartementen. Zij hoeft de commissie niet uit te leggen dat de Leidenaren uit de binnenstad gewoon hun eigen bed hebben en dus niet zitten te wachten op een overnachting. Golden Tulip, Ibis, Fletcher, Holiday Inn, Van der Valk, Hilton en De Oude Morsch vormen een kleine greep uit de hotels hier in de buurt. Een jeugdhostel met een bar in een nieuwbouwgedeelte wordt ook zonder inspraak of participatie voor de neus van de omwonenden gepland. Uit een onderzoek uit maart 2020 van Multiscope onder 7300 Nederlanders blijkt dat zij na één bezoek aan het foodhalgedeelte dat er komt geen reden te zien om terug te komen. Er lijkt dan ook weinig toekomst te zitten in een plan voor een foodhall. De horeca in de binnenstad heeft het nu al zwaar genoeg met de concurrentie, laat staan met de concurrentie van een horecacomplex op deze schaal. Zoals ook in het stedenbouwkundig plan is te lezen is overnachten gasten in het hotel, ontbijten zij in de foodhall en werken zij in de ‘coworking’ ruimte.
Zij kunnen zo het station instappen zonder een voet in het centrum te hebben gezet. Er is geen plek voor de Leidenaren in het Pesthuis en er is geen binding voor de bezoeker met het Pesthuis en het centrum. De in Nederland unieke omgeving die terecht een Hollandse idylle wordt genoemd met een rijkheid aan flora en fauna wordt omgekapt en betegeld en omgetoverd in een evenemententerrein. De kunstbeleving vindt alleen buiten plaats waarvoor een laantje dat al decennia doodlopend is zonder inspraak wordt opengebroken. Van een herbestemming die past bij het bijzondere karakter van het complex met een gemengde invulling, zoals gesteld door de raadsleden zelf, is absoluut geen sprake. Dit plan zonder enige identiteit zou zo toepasbaar zijn op elk bedrijventerrein. Generaties mensen van over de hele wereld kennen het Pesthuis als museum. Leiden als cultuur- en kennisstad verliest hiermee een stuk eigen identiteit en waardigheid. Het zou een brug moeten zijn tussen de historische binnenstad en Leiden Bio Science Park, ofwel een brug tussen cultuur en wetenschap. Dat is kunst, onderwijs of historie. Dat zijn tijdloze kernwaardes die de identiteit van het gebied benadrukken en het monument waardig zijn. Maar horeca is geen brug, maar een eindhalte. Dat betekent tevens een eindhalte voor dit geliefde Leidse monument.
Spreekster vraagt de raad het Pesthuis te beschermen, het voor de Leidenaren te behouden en tegen het plan te stemmen. De heer Kersten is het duidelijk dat mevrouw Sterk ontdaan is over de wijze waarop de participatie heeft plaatsgevonden. Wat is nu haar grootste bezwaar tegen het project? De gang van zaken bij de inspraak en het gebrek aan overleg of toch iets specifieks uit het project zelf, bijvoorbeeld de bestemming tot horeca? Wat is haar grootste probleem? Voor mevrouw Sterk is het grootste probleem dat de identiteit van het gebied eigenlijk wordt veranderd in een gebied dat 24 uur per dag moet gaan leven. Dit gebeurt zonder inspraak, maar het past ook niet bij de sterke punten van het complex met mensen die genieten van de unieke groene omgeving die de omwonenden hebben, met vogels en vleermuizen. Mensen van het ziekenhuis lopen daar langs en genieten van de stilte. Meermaals wordt het gebied genoemd als een oase van rust. Dat wordt nu juist teniet gedaan door deze plannen. Het steekt enorm, als zij als echte Leidenaar achteraf te horen krijgt dat dit gebeurt en dat dat vaststaat. Het doet pijn. De omwonenden hebben al een voorproefje gehad waarbij zij merkten dat de overlast voor bewoners enorm was, maar ook dat de identiteit van het monument te grabbel werd gegooid.
De heer Siwpersad vraagt zich af wanneer mevrouw Sterk erachter is gekomen dat zij eigenlijk helemaal geen participatiemogelijkheden had en wat zij toen heeft gedaan om dat wel voor elkaar te krijgen. Mevrouw Sterk antwoordt dat de omwonenden eigenlijk vrij verbaasd waren dat er een zo groot festival in het Pesthuis kwam omdat tegen hen werd gezegd dat het een klein restaurant zou worden met honderd gasten en met niet versterkte jazzcombo’s. Dat er een enorm evenement kwam met dj’s verbaasde de omwonenden. Toen zijn zij verder gaan vragen en zijn zij samen met andere bewoners uit de stad gaan kijken wat hier aan de hand was. Zij kregen toen een tip van iemand bij de Lutherse Kerk die veel met dit soort dingen bezig is om een Wob-verzoek bij de gemeente in te dienen. Dan zouden zij alle informatie krijgen waaruit blijkt wat vastligt en wat niet vastligt. Maar dat was drie jaar na 2017. Zij hebben toen dat Wob-verzoek gedaan en kregen daarna de volledige nota van uitgangspunten plus die horecavisie voor hun neus. Er werd toen ook gezegd dat dit vaststond en dat zij daar niets meer aan konden doen. Dat de omwonenden hiervan niets wisten werd geweten aan hun gebrekkige participatie. Sindsdien hebben zij de gemeente meermaals om hulp gevraagd om te
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 23 november 2021
7
kijken hoe dit zo is gegaan. Eerlijk gezegd wist zij drie jaar geleden nog niet wat horecavisies en nota’s van uitgangspunten allemaal betekenden. Zij was toen nog niet kundig. Toen zij er achter kwam dat alles al vaststond en toen de omwonenden bij de gemeente om hulp vroegen werden zij constant naar dezelfde ambtenaren teruggestuurd die in 2017 nog zeiden dat de participatieovereenkomst nog zou komen. Later, na die Wob-verzoeken, zeiden zij dat de omwonenden het maar zelf hadden moeten uitzoeken en dat het aan hun gebrekkige participatie lag. De omwonenden hoorden een dag van tevoren dat zij nog één dag hadden om in te spreken over de horecavisie. Dat heeft zij toen direct gedaan hier op het Stadskantoor. Toen zij er achter kwamen dat daar ook geen inspraak op was hebben zij die wethouder gesproken. Die gaf aan dat hij blind van die nota’s was uitgegaan en dat hij inderdaad geen bewoners had gesproken. Zij is zelf op de radio geweest, samen met buren heeft zij verschillende ambtenaren geschreven en zij zijn bij de Rijksgebouwendienst gevraagd .Telkens werden zij teruggestuurd naar dezelfde ambtenaren die in eerste instantie aangaven dat er in hun beleving genoeg aan participatie was gedaan en dat dat bleek uit het verslag van 2017. De heer Siwpersad denkt dat het vertrouwen van mevrouw Sterk in de politiek niet groot zal zijn.
Hij vraagt of zij ook contact heeft gehad met de ontwikkelaar. Zij is er heel erg mee bezig geweest. Hoe ziet zij haar toekomst daar, als alles doorgaat? Gaat zij verhuizen? Dat kan hij zich voorstellen. Mevrouw Sterk wijst erop dat haar kinderen de vijfde generatie vormen die in dat huis woont. Niet alleen zij, maar ook haar moeder, haar ooms en haar tantes zijn daar allemaal geboren. Haar familie zit daar al honderd jaar. Als zij gaat verhuizen geeft zij wel echt een stuk familiegeschiedenis op. Bovendien is zij zich er wel degelijk van bewust dat dit een uniek stukje Leiden is. Zij durft te stellen dat vrijwel niemand in Leiden zoveel van dit stukje houdt als zij, haar familie of de andere bewoners van het laantje. Verhuizen zal zeker geen optie zijn. De relatie tussen de ontwikkelaar als verhuurder en haar als huurder is netjes gezegd aardig bekoeld. Hij verwijst er constant naar dat hij het volste recht heeft met deze plannen omdat het vaststaat in de nota. Haar protest tegen die nota omdat er in feite niets aan participatie is gedaan wordt weggezet als dat van een zeurende buur. Zij wordt een verwende buurvrouw genoemd. Zij wordt door hem samen met de gemeente voortdurend aan de kant gezet. De gemeente heeft zelfs tegen haar gezegd dat, als zij wat vriendelijker is tegen de ontwikkelaar, zij wellicht een nieuwe schutting krijgt.
Zij hoeft de commissie niet te vertellen dat dit wel een heel stuk dieper gaat dan een nieuwe schutting. Daarmee is het probleem zeker niet opgelost. Zij probeert niet alleen haar leefomgeving en die van haar buren te beschermen, maar zij probeert ook dit stukje grond te behouden voor Leiden. Dit is iets van de stad en dat moet open gehouden worden voor de stad en niet worden afgesloten voor Leiden Bio Science Park en een hotel. Het hoort een brug te zijn. De voorzitter ziet dat de heer Kersten nog een vervolgvraag heeft. Hij wil dit wel gaan afronden. Misschien kunnen de antwoorden van mevrouw Sterk iets compacter zijn. De heer Kersten gaat in op het contact met de ontwikkelaar. Die heeft hem ook een brief geschreven. Daarin gaf deze aan dat de bewoners, naar spreker heeft begrepen zijn dat er vier, positief gestemd waren. Uit de woorden van mevrouw Sterk begrijpt hij dat dat niet zo is. Er zijn twee insprekers, dat is dus 50%. De andere twee bewoners zijn om particuliere redenen niet op de barricades geklommen. Weet mevrouw Sterk of zij voor of tegen de plannen zijn? Mevrouw Sterk brengt naar voren dat haar buren het absoluut met haar eens zijn dat er van participatie geen sprake was. Maar haar buren zijn aardig op leeftijd en hebben zoiets van: het staat al vast. Er wordt inderdaad tegen de bewoners gezegd dat het al vast staat.
De 50% die de heer Kersten noemt is al jaren bezig om te worden gehoord. Mensen die aangeven dat zij het er niet mee eens zijn zouden net zo zwaar moeten wegen als mensen die eigenlijk niets aangeven. De heer Kersten heeft begrepen dat een van hen gaat verhuizen. Mevrouw Monteba stelt dat Leiden een stukje van de ziel van de stad, dit monumentale Pesthuis, heeft verkocht aan de hoogste bieder. Zij wil nog iets toevoegen aan het verhaal van mevrouw Sterk. Spreekster woont al 38 jaar op het terrein en zij is trots op het Pesthuis. Al jaren is zij, soms tegen wil en dank, betrokken bij het museale Pesthuis. De bewoners hebben zo al het een en ander meegemaakt. Zij spreekt niet namens alle bewoners omdat een aantal zich terughoudend opstelt om eventuele consequenties van afwijzing te voorkomen. Dankzij de inspanning van haar en haar buren zijn de huizen op het terrein twintig jaar geleden van de sloop gered. Er zou nieuwbouw komen, dat
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 23 november 2021
8
zou grote schade voor het monumentale terrein hebben betekend. Er stonden huizen die eigenlijk weggegumd hadden moeten worden. Nu, zoveel jaren later, wordt de bewoners meegedeeld dat het hele terrein van bestemming verandert. In de krant lazen zij dat de wethouder al een intentieverklaring had getekend, terwijl zij nog niets wisten van de toekomstplannen. Van participatie of informatie was geen sprake. Mevrouw Sterk heeft daar het een en ander over verteld. In plaats van een museum met een monumentaal karakter krijgen de bewoners appartementen en hotels voor hun neus. Het doodlopende straatje wordt opengegooid, met eventueel een gevangeniscomplex, met nieuwbouw, met een hostel en met evenementen op het terrein. De commissie moet zich voorstellen dat er per dag 150 bezoekers in een gevangenis komen en duizend in het Pesthuis. Dit is allemaal 24 uur per dag open. Dit is allemaal besloten terwijl de bewoners erbuiten zijn gehouden. De bewoners krijgen mondjesmaat informatie via de media. Zij zijn inmiddels wel voorzien van een uitgebreid bestemmingsplan waar zij niets over mogen zeggen. De bewoners maken zich zorgen over hun veiligheid en over de voorzieningen die brand of andere calamiteiten op het terrein moeten voorkomen. Voorheen gaven de gemeente en de ontwikkelaars de bewoners vage en tegenstrijdige informatie zodat zij niet precies wisten wat de bedoeling was.
Nu weten zij dat wel, zonder de participatie van alle bewoners. Zij willen niet op een feestterrein wonen met feestende jeugd die overlast verzekert en met mensen die met hun fiets of brommer langs de huizen rijden of met hun rolkoffer midden in de nacht aankomen. Wanneer het hele terrein wordt opengesteld, is het met de veiligheid van de bewoners gedaan. Na 28 jaar werd haar gewoon, zonder inspraak, gezegd dat het doodlopende laantje wordt geopend en dat zij met haar auto van het terrein af moet. De bomen op het terrein zijn in het verleden geplaatst als compensatie voor de bomen die voor de nieuwbouw zijn gekapt. Het is een plek met zeldzame vogels en vleermuizen, maar de bomen zijn in verval door te veel drukte en ook het monumentale karakter wordt aangetast. 24 uur per dag gebruik zorgt voor overlast en past niet bij een monumentaal gebied waarvan in het verleden juist heel veel mensen hebben genoten. Van de gemeente kregen de bewoners te horen dat er een uitsterfbeleid is voor dit unieke straatje en zijn bewoners. Van inspraak was geen sprake. Het plan van de Amsterdamse vastgoedgroep betekent alleen horeca. Ruim 90% van de gebouwen is overnachten: hostel, shortstay, hotel, appartementen en eten. Als er geen behoefte is aan shortstay of hotels, dan maken ze er wel permanente bewoning van. Dat levert ook veel meer op. De toekomst zal het leren.
Voor kunst is er alleen plek in de entreehal en buiten. Dat vindt de Leidenaar leuk, je kunt er ook jeu de boules komen spelen. De plannen zoals die er nu liggen en die enkel zijn gemaakt om het grootschalige verdienmodel te gebruiken gooien het door deze Amsterdamse beleggingsmaatschappij aangekochte monumentale Pesthuis te grabbel en maken de bewoners monddood. Spreekster verzoekt de commissie haar verantwoordelijkheid te nemen, naar de bewoners van de stad en de bewoners op het terrein te luisteren en het oneigenlijke gebruik van het Pesthuis onmogelijk te maken. De heer Kersten heeft een vraag over de locatie van de hostels. Er zijn diverse hostels en hotels gepland. Indertijd had een aantal fracties, waaronder de PvdA en de PS, gevraagd om culturele componenten en een sterrenrestaurant. Is er nu een pand buiten het Pesthuis in de buurt van de laan van mevrouw Monteba dat nu ook wordt bestemd tot jeugdhostel met ongeveer honderd kamers? Is dat buiten het Pesthuis of zit dat tegen de bestaande woningen aan? Mevrouw Monteba antwoordt dat er een gevangenis op het terrein staat die gebruikt zal worden als hostel. Er komt een nieuw gebouw in dezelfde vorm naast de gevangenis. Het is de bedoeling dat daar een opvang komt in de vorm van een bar waar jongeren ook kunnen verblijven. Buiten komt er een soort recreatiegebiedje voor jongeren, kleine gezinnen en ouderen.
De bewoners zien dat helemaal niet zitten; volgens hen gaat dat helemaal fout, als er daar zoveel jongeren rond gaan lopen in een gebied, zoals in een stationsgebied. Het gebeurt nu al dat jongeren met hun scooter allerlei handelingen verrichten omdat niemand het ziet en er goede vluchtmogelijkheden zijn. Dat baart de bewoners zorgen. Zij voelen zich daar niet veilig bij. Zij hoopt dat zij de vraag hiermee heeft beantwoord. Volgens de heer Kersten is dat het geval. De heer Siwpersad had een vraag, maar die is voor een deel al beantwoord. De voorzitter sluit dit agendapunt af. De inhoudelijke bespreking is op 7 december 2021. De leden kunnen nog tot 2 december 2021 vragen stellen. Hij stelt voor te beginnen met agendapunt 8 en wil dan bekijken of tussendoor kan worden geschorst. Hij vindt het nu te vroeg daarvoor. Hij ziet dat geen van de leden behoefte heeft aan een schorsing op dit moment.
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 23 november 2021
9
8
RV 21.0101 Raadsvoorstel vaststellen ontwikkelperspectief Leiden-Noord, We bouwen voort
Mevrouw Gilissen wil checken of de voorzitter haar hoort omdat zij anders straks een verhaal afsteekt dat niemand kan volgen. Het is kennelijk gelukt. De voorzitter hoort haar luid en duidelijk. Voor de mensen thuis en misschien ook voor de commissieleden geeft hij een korte uiteenzetting over dit onderwerp. Het gaat over het vaststellen van het ontwikkelperspectief voor Leiden-Noord, een integrale visie voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving vanwege de complexe en samenhangende opgaven en ontwikkelingen in dat gebied. Het is een van de instrumenten die in de Omgevingswet een rol zal gaan spelen. Er is een schriftelijke vragenronde geweest Er zijn te laat schriftelijke vragen gesteld door de PvdA en GL. Het antwoord is om 18.00 uur rondgestuurd. Dat antwoord is dus wel op tijd. Op 2 november 2021 waren er geen insprekers. Vanavond bespreekt de commissie dus dit ontwikkelperspectief inhoudelijk. Elke fractie heeft twee minuten spreektijd. Daarna gaat hij naar wethouder Spijker en vervolgens bekijkt de commissie welke voorstellen er eventueel naar de raad gaan of dat het een hamerstuk wordt. Mevrouw Gilissen merkt op dat de ambitie van dit college is: “We bouwen voort aan Leiden-Noord”. Dat is op zich een prima ambitie, wanneer het college met een aantal zaken rekening houdt die ontbreken in het voorliggende ontwikkelperspectief.
Haar fractie leest overal dat de wijk autoluw moet worden en dat parkeerplaatsen gaan verdwijnen. Nu is de parkeerdruk in Leiden-Noord niet echt laag te noemen. Overal waar het college ‘rücksichtlos’ parkeerplaatsen wil laten verdwijnen is de VVD daar dus geen voorstander van. Haar fractie wil daarom het uitgangspunt parkeren naar behoefte opnemen in dit ontwikkelperspectief. Dit is het eerste discussiepunt. Daarbij benadrukt haar fractie overigens dat zij vindt dat die behoefte actief moet woerden uitgevraagd bij de bewoners en de ondernemers die het betreft. Tenslotte “maken we samen de stad”. Dit sluit aan bij een ander voorstel dat haar fractie overweegt. Dat is de volgordelijkheid der dingen: eerst overleg met de buurt en haar ondernemers plus het aanbieden van alternatieven voordat de auto’s in het straatbeeld worden teruggedrongen. De VVD wijst ook nog maar eens op de mogelijkheid om straten in te richten met klimaat-adaptieve parkeerplaatsen. De heer Liemburg hoort dat als uitgangspunt wordt genoemd parkeren naar behoefte. Er zijn echter wellicht ook mensen die juist behoefte hebben aan een ander ruimtegebruik. Dan zal er dus een politieke keuze moeten worden gemaakt. Begrijpt hij goed dat wat de VVD betreft daarbij sowieso de voorkeur wordt gegeven aan de behoefte van de autobezitter? Mevrouw Gilissen antwoordt dat dat niet per se hoeft.
Haar fractie wil echter in elk geval wel dat die behoefte wordt gepeild. Op dit moment is dat niet zo. Er wordt nu gewoon gesteld dat dit gaat gebeuren. Het verbaast haar fractie dat er niet veel aandacht lijkt te zijn voor bereikbaarheid. In Leiden-Noord zal heel veel worden gebouwd en daardoor staat de bereikbaarheid onder druk. De VVD overweegt op dit punt een voorstel met als doel en uitgangspunt het waarborgen en versterken van de bereikbaarheid van Leiden-Noord. De heer Gaulard verbaast het helemaal niet dat de VVD deze speerpunten noemt. Hij vraagt wel aan de VVD of deze zaken niet gewoon worden geregeld in de verkeersvisie en in afzonderlijke besluiten die de raad neemt over bedrijvigheid in de wijk. Zouden die voorstellen eigenlijk niet veel beter daar kunnen worden behandeld? Zij zijn daar ook behandeld en een meerderheid in de raad heeft daar die voorstellen niet overgenomen. Wat is nu precies de bedoeling om dit in het ontwikkelperspectief te krijgen, als het beleid waar het ontwikkelperspectief uit bestaat al is vastgesteld door de raad? Volgens mevrouw Gilissen klopt het dat vele van dit soort onderwerpen ook in andere commissies aan de orde zijn. Maar de commissie praat hier over een ontwikkelperspectief dat op een meer helikopterachtige manier kijkt naar het gebied.
De VVD meent dat zeker onderwerpen als bereikbaarheid en parkeren en de andere punten die haar fractie ook nog zal inbrengen daarbij horen en dat daarmee in elk geval rekening moet worden gehouden bij de uitwerking van de plannen die hieruit zullen voortkomen. De voorzitter ziet dat de heer Gaulard nog een vervolgvraag heeft. Hij vraagt die kort te houden
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 23 november 2021
10
omdat hij denkt dat hierover later in de vergadering nog wel wat discussie komt. De heer Gaulard vreest dat eigenlijk ook. Dat heeft ermee te maken dat zo allerlei zaken, met name de parkeervisie en allerlei verkeersprojecten, waarover de raad een besluit heeft genomen en waarvan bij het ontwikkelperspectief is uitgegaan allemaal besproken zullen worden. Dan is de commissie wel erg lang bezig. Hij vraag dus nog steeds aan de VVD wat deze vijf-over-twaalfactie van de VVD nog toevoegt aan het uiteindelijke resultaat, als dit ontwikkelperspectief gebaseerd is op besluiten die de raad heeft genomen en die daardoor in dit perspectief terecht zijn gekomen. Volgens hem past het ook niet in de discussie. Mevrouw Gilissen stelt voorop dat zij hoopt dat het niet vijf over twaalf is voor de bewoners van Leiden-Noord. Zij denkt dat de heer Gaulard gelijk heeft, wanneer zij zou zeggen dat in bepaalde wijken en in bepaalde straten geen auto’s van de straat mogen verdwijnen of wanneer zij zou zeggen da bepaalde straten twee-baanstraten zouden moeten worden of juist moeten worden afgesloten. Als zij met zo concrete voorstellen zou konen, denkt zij dat de heer Gaulard gelijk heeft. Er zijn immers afspraken gemaakt dat de gemeente niet meer parkeerplaatsen gaat realiseren omdat dit college meent dat het er minder moeten zijn. Daar tornt zij niet aan.
Het gaat haar er met name om dat voordat iets wordt weggehaald wordt gekeken wat de behoefte is en dat vervolgens in samenspraak met de buurt wordt bekeken hoe het probleem op een andere manier kan worden opgelost. Hetzelfde geldt voor de bereikbaarheid. Haar fractie zegt niet waar er iets moet gebeuren, maar zij maakt zich wel zorgen over de bereikbaarheid. Daarom meent haar fractie dat dit in het ontwikkelperspectief moet worden opgenomen zodat daar, zoals zij daarnet al zei, in de verdere uitwerking in ieder geval extra aandacht voor is. Dat ontbreekt volgens de VVD in dit ontwikkelperspectief. De voorzitter vraagt mevrouw Gilissen verder te gaan. Hij heeft de indruk dat zij nog wel wat punten heeft. Mevrouw Gilissen heeft inderdaad nog een aantal punten. Haar fractie maakt zich zorgen over het voornemen om De Kooi uit te roepen tot beschermd stadsgezicht. Dit kan beperkend werken voor de bewoners die dan minder mogelijkheden hebben om iets aan hun woning te veranderen of die uit te breiden. De VVD zou juist pleiten voor meer vrijheid voor de bewoners van Leiden-Noord. De VVD vraagt ook aandacht voor de sociale veiligheid in bepaalde gedeelten. Dat kan wat haar fractie betreft beter. Haar fractie vindt dat veiligheid in een ontwikkelperspectief als dit een belangrijke plek mag hebben. Zij brengt dit dan ook in als discussiepunt.
Tenslotte merkt zij op dat het leuk is dat het college van het Kooiplein het kloppende hart van De Kooi wil maken, maar dat haar fractie heeft gezien dat bijna alle nieuwe winkels die daar komen daar helaas niet lang zitten. Wellicht kan het college aangeven hoe het ervoor wil zorgen dat het echt een kloppend hart wordt en niet een hart dat constant gereanimeerd moet worden. Bij het woord perspectief gaan de gedachten van de heer Van der Kaap uit naar mensen als Brunelleschi en Massaccio die in de vroege vijftiende eeuw in Florence zorgden voor een radicale verandering in de weergave van hun omgeving. De introductie van het centraal perspectief leidde een nieuwe periode in. Ook in meer figuurlijke zin wordt het woord gebruikt als een middel om vooruit te kijken naar een andere toekomst. Er wordt dan wel gesproken van een ‘wenkend perspectief’. Biedt het ontwikkelperspectief voor Leiden-Noord ook een blik op gebiedsontwikkeling die in het teken staat van een gezonde, groene en duurzame stad? De aanzet is er zeker. Goede bedoelingen zijn volop terug te vinden in dit stuk, maar is dit voldoende? Biedt het een duidelijk perspectief op die groene, ecologische en klimaatbestendige stad waar de raad zich hard voor maakt? Er wordt inderdaad gesproken over maatregelen bij de nieuwbouw om hittestress tegen te gaan.
Groene daken en gevels worden als voorbeelden genoemd, maar concreet wordt het niet, integendeel. Er staat dat bij de diverse bouwprojecten wordt gekeken naar de mogelijkheden om klimaat- en natuur-inclusief te bouwen. Is dat het wenkend perspectief naar die groene en gezonde stad? Nee, dat is het voor de PvdD nog in onvoldoende mate. Dat kan beter en stelliger. Dat moet beter en stelliger. Als hij dit vergelijkt met de tijd van Brunelleschi dan constateert spreker dat de gemeente met dit stuk nog niet beland is in de renaissance, maar dat Leiden zich nog bevindt in de protorenaissance. De aanzet is er, maar het moet echt een tandje harder. De PvdD zal zich dan ook in de deelbesluiten die nog zullen komen hiervoor gaan inzetten. De heer Van Spronsen brengt naar voren dat GL vele duurzame en sociale ambities ziet samenkomen in het ontwikkelperspectief Leiden-Noord. Het is een verdere uitwerking van de
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 23 november 2021
11
Omgevingsvisie voor een deel van de stad dat wel behoefte heeft aan een integrale benadering. Hij complimenteert de wethouder met dit heldere stuk. Het geeft veel handvatten voor de ontwikkeling in Leiden-Noord, zoals het versterken en verbinden van groene biodiversiteit binnen en tussen de buurten en het bevorderen van gezondheid, ontmoetingen en leefbaarheid naast het bouwen van voldoende betaalbare woningen in een wijk in beweging. Toch worstelt zijn fractie nog wel met een paar punten waarover zij graag in debat gaat. Het gaat om drie discussiepunten die wel wat procedureel van aard zijn, maar zij komen uit op een antwoord op de vraag hoe de raad sturing behoudt bij de ontwikkelingen in Leiden-Noord. De heer Van der Kaap refereerde daar ook aan met zijn vraag hoe het concreet genoeg kan worden gemaakt. Hoe borgt de raad de uitvoering van de gestelde ambities en de doelen, wanneer de gemeente zelf in de buidel moet tasten, en hoe monitort de raad of de in het ontwikkelperspectief vermelde ambities binnen de deelgebieden in samenhang met elkaar worden of zijn gehaald? Bij alle drie de discussiepunten overweegt zijn fractie een voorstel te doen. Spreker zal ze straks nader toelichten. De heer Rovers heeft geen lang en breedsprakig verhaal bij dit voorstel. Het is best een mooi document geworden.
Er is vast veel werk in gestoken en hij ziet ook dat het beleid dat in andere stukken is vastgesteld hierin terugkomt. Het is een wat abstracter niveau en daarom vindt hij het wat lastig om concrete wijzigingsvoorstellen te doen. Hij denkt dat eigenlijk al het vastgestelde beleid hierin wordt meegenomen en dat het er vooral op aan zal komen hoe dit mee wordt genomen in afwegingen, als ooit ambities botsen. Dat wordt de eerste test om vast te stellen of dit perspectief daarvoor een bruikbaar instrument is, maar dat is nu nog niet te zien. Daarnaast is hij wel blij met de manier waarop in de inspraaknota vorm is gegeven aan de thema’s. Bij een thema waar hij zich druk om maakte, de aanleg van een fietspad door Ons Buiten, wordt waar hij bang voor was goed gesust. Dat is mooi, maar hij houdt wel in de gaten of daar niet een oud pad ineens weer verschijnt. Hij heeft geen concrete discussiepunten. De heer Van der Woerd citeert de titel van het voorstel: “We bouwen voort aan Leiden-Noord”. Het is de tijd van het jaar waarin dingen weer moeten rijmen om leuk te zijn. Die tijd is Sinterklaas. Dat is een tijd van cadeautjes en van feest. Als hij het document leest, biedt het tal van mogelijkheden.
Het is een uitnodiging aan de stad, aan ondernemers en ontwikkelaars, aan bewoners en maatschappelijke partners om samen te werken aan de opgaven van Leiden-Noord en om verder te werken aan deze stad. Dat is een mooi uitgangspunt, maar dit leidde binnen zijn fractie wel tot discussie over de vraag wat het document precies is en welke rol het moet vervullen. Omdat er zoveel inzit heeft hij net als de SP op dit moment geen inhoudelijke wijzigingsvoorstellen. Hij heeft echter wel een discussiepunt en een mogelijk voorstel over de tekst van het raadsbesluit zelf. Hij sprak daarnet over een uitnodiging aan de stad. Dat is beslispunt 2.IV en dat staat er ook zo. Het is een uitnodiging aan de stad. In beslispunt 2.VI staat dat het voorstel beoogt een samenhangend kader te scheppen. Volgens hem is dat precies de verkeerde volgorde. Wat de raad hier vaststelt is een onderdeel van de kaders stellende rol van de raad. Dat betekent dat het document een kaders stellend document is. Wellicht beoogt het allerlei mooie uitnodigingen te doen aan de stad om deze stad nog veel mooier te maken, maar dat komt nu net andersom in het voorstel terecht. Hij zou met de commissie willen discussiëren over de vraag of niet steviger moet worden benadrukt dat het een kaders stellend document is. Wat het allemaal beoogt, dat ziet hij dan wel.
De heer Liemburg brengt naar voren dat het ontwikkelperspectief Leiden-Noord een document is over een wijk waarin in het afgelopen decennium al behoorlijk veel ontwikkeld is en waar in de komende decennia ook het nodige op stapel staat. Over het geheel gezien is het een mooi document dat het beleid dat in de afgelopen jaren is ingezet qua woningbouw, vergroening, etc. weerspiegelt. Tot zover kan de PvdA instemmen met het voorstel. Wel heeft zijn fractie nog één aandachtpunt en één discussiepunt. Het aandachtspunt is dat in het ontwikkelperspectief is opgenomen dat bestaande bewoners door de afstemming tussen projecten bij herontwikkeling ook in de wijk kunnen blijven wonen en dat er naar wordt gestreefd de wijk in de toekomst een thuisplek te bieden voor diverse groepen bewoners. De PvdA kan dat van harte steunen, maar geeft als aandachtspunt mee dat bij de woningbouw niet alleen wordt gekeken naar de diversiteit, als het gaat om prijs en de mix van huur en koop, maar ook naar diversiteit in behoefte, met name bij de omvang van de woningen. Veel woningen op de locaties die worden herontwikkeld hebben een behoorlijke omvang en huisvesten soms grote gezinnen. In de afgelopen jaren is bij de nieuwbouw ingezet op kleinere appartementen. Ook nu is het voor woningzoekenden die een grote woning zoeken al knap lastig, zeker wanneer zij op de sociale woningvoorraad zijn aangewezen.
De PvdA gaat ervanuit dat er hiervoor aandacht is en
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 23 november 2021
12
dat iemand in Leiden-Noord elders in de wijk daadwerkelijk een plek moet kunnen vinden. Zijn discussiepunt betreft de Willem de Zwijgerlaan. In het document staat dat de Willem de Zwijgerlaan door de hele wijk wordt genoemd als een aandachtspunt, met name op punten als oversteekbaarheid, luchtkwaliteit en geluidshinder. De weg wordt ervaren als een barrière. De PvdA kan dat goed begrijpen. Nu de commissie het heeft over het ontwikkelperspectief voor Leiden-Noord, rijst de vraag of, als de gemeente de Willem de Zwijgerlaan nog eens aan zou leggen, zij het weer zou doen zoals het nu is gedaan. Nu wordt een klein stukje van de wijk afgezonderd van de rest door een de facto zesbaans-weg. Met de Leidse Ring Noord wordt het er niet beter op. Spreker excuseert zich voor de late indiening van zijn technische vraag en dankt voor de snelle beantwoording. In deze technische vraag heeft hij het college gevraagd of het overwogen heeft om het tracé van de Willem de Zwijgerlaan, althans de situering daarvan, te heroverwegen, nu ook voorzichtig de eerste knopen worden doorgehakt over de toekomst van De Hoven. Het college geeft aan dit niet gedaan te hebben, maar voor de PvdA is het wel een discussiepunt. Een van de doelen van het ontwikkelperspectief is immers ingaan op de ontwikkelingen in de wijken. Er staat nogal wat te gebeuren in een deel van het gebied.
De Willem de Zwijgerlaan gaat op de schop, het zogenaamde Hart van Noord wordt verder ontwikkeld en er zal nog een plan worden gemaakt voor de toekomst van De Hoven. Tot nu toe worden die projecten als redelijk los van elkaar staande projecten beschouwd en zijn zij altijd als zodanig in de raad behandeld. Dat kan volgens de PvdA beter. Bovendien lijkt het een unieke kans voor een fundamentele herbezinning op de inrichting van het noordelijke deel van Leiden-Noord. De heer Siwpersad geeft aan participatie voor LP heel belangrijk is. In het stuk ziet hij informeren en raadplegen terugkomen. Zijn fractie heeft met een aantal bewoners gesproken. Zij zijn redelijk tevreden, maar er zijn toch nog wel wat punten die belangrijk zijn en waar aandacht aan moet worden geschonken. Een van die punten is veiligheid. Een ander punt is het al door de VVD genoemde verdwijnen van parkeerplaatsen. LP zal aan de discussie daarover meedoen. Het was ook voor zijn fractie een discussiepunt. De straatgesprekken zijn ook redelijk goed verlopen. Digitaal is van alles en nog wat ingezet, onder meer op Facebook, maar daar is heel weinig reactie op gekomen. Dat is wel jammer. Er moet gekeken worden of de mensen op een andere manier kunnen worden bereikt. Mensen zijn in de straatgesprekken bereikt, maar zij moeten ook online bereikt kunnen worden. Het moet toch anders.
Voor de rest heeft zijn fractie geen punten. De heer Kersten denkt dat het de commissie misschien verbaast, maar de PS is over het geheel genomen echt tevreden met dit stuk. Het is een indrukwekkende hoeveelheid tekst. In het begin dacht hij er nog aan om Greta Thunberg uit te nodigen om naar de Leidse raad te komen om haar oordeel te geven. Die zou dit allemaal bla-bla-bla noemen, maar hij vond het toch wel een goed en concreet plan, hoewel het heel kaders stellend en theoretisch is en het vol met ambtelijke termen zit. Dat maakt het soms ook wel moeilijk voor degenen die aan de inspraak hebben meegedaan. Er is indrukwekkend veel inspraak opgehaald zowel in de gesprekken als in de spelletjes die zijn gedaan. Er zijn 95 serieuze zienswijzen van 25 mensen, instanties en stadspartners van de gemeente opgehaald. Dat is nogal wat, ondanks het vrij moeilijke karakter van de problematiek. Maar over het algemeen is het stuk kaders stellend en sturend zoals een ontwikkelperspectief hoort te zijn. Dat betekent ook dat er heel weinig concrete punten zijn om aan te vallen of te verdedigen. Hij begrijpt heel goed dat de commissie dit met de inspraak erbij kan beschouwen en dan concludeert dat er goed werk is verricht met de inspraak en dat de inspraakreacties zelfs regelmatig zijn gehonoreerd. Het voorbeeld is inderdaad het pad door het volkstuinencomplex.
Dat bleek een misverstand te zijn, het ging om een brug. Het gaat echter ook om heel andere punten die toch voldoende mogelijkheden bieden om de definitieve plannen in de geest van dit kaders stellende stuk uit te voeren. Dan kan de raad daarin alsnog verder bijsturen. Het rijmpje dat de heer Van der Woerd terecht citeerde doet spreker denken dat het bijna een lied is: “Wij bouwen voort aan Leiden-Noord en we gaan zwemmen in Bacardi Lemon”. In dit stuk zit wel een beetje muziek en de PS wil wel eens een keer haar waardering uitspreken voor het college en voor het ambtelijk apparaat die nu eens wel heel veel werk hebben gemaakt van de participatie. Het aantal van 236 kilobytes van de inspraaknota en het participatieverslag is indrukwekkend, het advies van de Leidse Milieuraad 551 telt kilobytes. Dat document van de Milieuraad is overigens een indrukwekkend inspraakdocument. De voorzitter vraagt de heer Kersten zijn betoog af te ronden. Zijn complimenten worden gewaardeerd, maar met zijn kilobytes gaat hij net iets te veel in op de details. De heer Kersten zal zich daar niet in vastbijten. Hij was van plan af te ronden, maar wilde zeggen dat het stuk van de Leidse Milieuraad en van de Adviesraad Sociaal Domein zeer belangrijk zijn en er als
Commissie Stedelijke Ontwikkeling d.d. 23 november 2021
13
een soort aanhangsel voortaan bij moeten worden gehouden naast de 25 inspraakreacties. De voorzitter onderbreekt de heer Kersten. Volgens de heer Kersten was dat zijn slotzin. Er zijn concrete adviezen aan de gemeente gegeven en het is goed die erbij te houden. De heer Gaulard ziet hier het perspectief voor de wijk waar hij al heel lang woont. Als bestuurder van een wijkvereniging is hij zelfs bezig geweest met een vorig plan, het wijkontwikkelingsplan. Het is leuk om te lezen hoe een dergelijk stuk tot stand is gekomen en om de wijkanalyse te zien die daarachter zit. Dat is een goede test en het is te zien dat heel gedegen werk is geleverd. Wat erin staat is voor hem geen grote verrassing. Hij kent de wijk goed en hij begrijpt dus wat eruit is gekomen. Het stuk werd daardoor voor hem heel levendig. Hij vond het goed dat er allerlei haken en ogen in zaten over beleidskeuzes die de raad eerder gemaakt heeft. De commissie zal daar zo over discussiëren. Alles is eigenlijk heel herkenbaar. Dat vindt hij ook goed omdat hij denkt dat de gemeente in een transitiefase zit op weg naar het omgevingsplan, waarin de raad beleid vaststelt in overkoepelende beleidsstukken die dan eigenlijk automatisch als onderdeel terechtkomen in het plan dat voor een groot gebied wordt gemaakt. Dat vindt hij hierin terug. Spreker is eigenlijk wel een fan van dit ontwikkelperspectief.
Hij hoopt dat hiermee wordt doorgegaan in de volgende periode in de richting van het omgevingsplan. De commissie gaat zo praten over wat dat voor de raad betekent. Hij heeft daar wel gedachten over, maar dat is eigenlijk iets meer een procedurele discussie dan iets voor dit plan zelf. Hij heeft nog wel een kanttekening, maar weet niet wat hij daarmee moet doen. Er is in de wijkanalyse geconstateerd dat een groot deel van de wijk als laatste in Leiden van het gas afgaat en dat 60% van de woningen in deze wijk corporatiewoningen zijn. Dan lijkt het hem zinvol om in ieder geval bij de volgende prestatieafspraken eens te kijken of er wat dwingender kan worden opgetreden tot 2050. Dat duurt nog wel even en het rendeert ook. D66 steunt het voorstel van harte. Spreker neemt graag deel aan de discussie. De heer Liemburg sluit aan bij de laatste oproep van de heer Gaulard. Hij vraagt of deze het dan met spreker eens is dat de gemeente de corporaties moet helpen om dat soort doelen te realiseren, op moet houden met het uitdelen van individuele subsidietjes aan huizenbezitters en dat zij het geld daar moet investeren waar dat rendeert. De heer Gaulard vraagt hem nog even wat politiek vechten te gunnen in de nadagen van zijn raadslidmaatschap.