Verslag Raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid
Tekst van het document
Gemeenteraad van Leiden Conceptverslag van de digitale vergadering van de raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid, gehouden op donderdag 16 december 2021 De integrale gesproken tekst van de vergadering en die van eventuele insprekers is te beluisteren op www.leiden.raadsinformatie.nl Aanwezig: Voorzitter Commissieleden L&B
de heer E. Krijgsman mevrouw M. van den Berge (PvdD), mevrouw E. van Bree (GL), de heer A. Brink (CU), de heer M. Dirkse (VVD), de heer S. Hemel (CDA), mevrouw A. Jordan (D66), de heer A. Jermoumi (PvdA), de heer T. Leest (VVD), de heer M. Newsome (PvdA), de heer S. Sauvé (SP), mevrouw M. Van Schaik-Gerritsen (PvdD), mevrouw M. Schreuder (GL), de heer R. Storm (CDA), de heer A. Siwpersad (LP), de heer A. Theeuwen (SP), de heer T. Vos (PS), mevrouw F. Zeggelt (D66)
College
de heren P. Dirkse, H. Lenferink en A. North
Insprekers
agendapunt 8: schriftelijke inspraakreactie mevrouw Lamers (Bomenbond) agendapunt 9: de heer G. Holla (Centrummanagement Leiden) agendapunt 10: de heer E. Iemenschot (Wijkcomité Vogelwijk + schriftelijke inspraakreactie de heer De Waal
Overige aanwezigen
bij agendapunt 6: mevrouw Van den Berg en de heer Dister ( leden Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp) en de heer Hageman (onderzoeker)
Commissiegriffier
mevrouw G. Haasnoot
Afmeldingen Notulist
mevrouw A. Vernooij (Notuleerservice Nederland)
OPENING
1.
Opening en vaststellen agenda
De voorzitter opent de (digitale) vergadering om 20.00 uur. De heer Siwpersad (LP) zal aanwezig zijn tot 21.30 uur. Vaststellen van de agenda: Een ordevoorstel is om de mondelinge insprekers bij agendapunten 9 en 10 te laten inspreken bij agendapunt 2, gezien het late tijdstip van deze agendapunten. Agendapunt 6 was in eerste instantie een hamerstuk, maar op verzoek van CU wordt het een bespreekstuk. Mevrouw Schreuder (GL) heeft verzocht om extra spreektijd bij agendapunt 10, namelijk van 1 naar 2 minuten. De commissie stelt de agenda met goedkeuring van bovengenoemde voorstellen gewijzigd vast.
1
2.
Burger aan het woord
De heer Holla spreekt in over de ophoging van de parkeergarage Haarlemmerstraat. Hij stelt dat deze nodig is om de Leidse ondernemers te blijven steunen. Investeren in een goede bereikbaarheid voor alle vormen van vervoer hoort hierbij. Met klem wordt daarom opgeroepen om het Uitvoeringsbesluit voor het ophogen van de parkeergarage te steunen en het eerder genomen besluit om deze garage uit te breiden en te renoveren niet terug te draaien. Een ander advies is om de garage vindbaar te maken in het nieuwe parkeerroute informatiesysteem dat is gelanceerd in juni, maar nog steeds niet werkend is. De heer Theeuwen wijst erop dat de parkeergarages niet vol staan en dat nog 2 miljoen euro extra moet worden uitgetrokken voor de Haarlemmerstraat garage. Is de heer Holla niet met hem eens dat er een grens moeten zijn qua financiële ruimte van de gemeente? De heer Holla zegt dat het goed voor de stad en voor de Haarlemmerstraat is dat de garage gebouwd wordt en dat deze goed bereikbaar is. Op dit moment ligt de garage er slecht bij en de renovatie is een goede gelegenheid om deze uit te breiden. De financiering komt uit het parkeerfonds en dit betekent dat de automobilisten de parkeergarage zelf financieren. De heer Theeuwen vraagt of de twee ondergrondse parkeergarages die er op dit moment zijn voldoende plekken bieden aan mensen die in Leiden komen winkelen.
De heer Holla zegt dat deze door corona uiteraard niet vol staan. Wel weet hij dat op de Open Dag van de universiteit eind 2019 alle garages in Leiden vol stonden en dit was een jaar daarvoor in december ook het geval. In het nieuwe parkeerbeleid zullen op straatniveau een kleine duizend parkeerplaatsen verdwijnen en hierdoor is de verwachting dat de bezoekersgarages meer auto’s zullen ontvangen. --De heer Iemenschot spreekt in namens het wijkcomité Vogelwijk dat meent dat er een voorstel ligt dat op breed draagvlak kan rekenen in de Vogelwijk. Hij heeft nog twee punten om mee te geven aan de raad. De herinrichting zou een mooie kans zijn om meteen glasvezel in de wijk aan te leggen. Laadpalen voor elektrische auto’s worden geplaatst op het moment dat er een concrete aanvraag is van een bewoner. Inmiddels denkt hij dat het aanbod de vraag stimuleert en hij verzoekt de raad te bekijken of de herinrichting kan worden aangegrepen voor extra laadpalen in de wijk. Mevrouw Zeggelt is blij om te horen dat de participatie zo goed heeft uitgepakt en dat het proces is gewaardeerd en heeft geleid tot een plan dat op breed draagvlak kan rekenen. Mevrouw Van Schaik heeft de inspreker horen zeggen dat de participatie intensief was en hij heeft waardering uitgesproken voor het geduld van de ambtenaren.
Zijn de twee door hem genoemde punten ook onderdeel geweest van de participatie-inbreng? De heer Iemenschot stelt dat deze inderdaad onderdeel zijn geweest van de participatie. Over glasvezel is de gemeente in gesprek met KPN en over de laadpalen geldt op dit moment dat plaatsing geschiedt op aanvraag. Dit is toch een belemmering voor mensen om elektrisch te gaan rijden. De heer Jermoumi vraagt of bij het wijkcomité ook bekend is aan welk aantal laadpalen behoefte is? De heer Iemenschot zegt dat laadpalen geen groot onderwerp is geweest in de participatie. Het is aan de orde gesteld door een aantal wijkbewoners. Vanuit het wijkcomité is een enquête georganiseerd, maar het precieze aantal weet hij op dit moment niet. Dit kan hij desgewenst laten weten. De voorzitter stelt voor dat deze informatie naar de griffie wordt gestuurd, zodat deze voor verspreiding kan zorgdragen.
2
3.
Mededelingen, rondvragen (inclusief corona-actualiteiten) en regionale aangelegenheden
Mevrouw Zeggelt deelt mee dat samen met PvdD, GL en VVD is gewerkt aan het vormgeven van het stadsgesprek dat naar aanleiding van het participatieonderzoek is ontstaan. Als gevolg van de coronamaatregelen is op 15 december jl. besloten om dit gesprek dat voor 6 februari 2022 stond geagendeerd, niet door te laten gaan. Er wordt nu bekeken of het in juni 2022 met de nieuwe raad kan worden georganiseerd. Rondvragen 1) Agressie tegen Leidse journalisten Intro (mede namens alle andere fracties) De heer Storm wijst op een artikel dat op Sleutelstad.nl is gepubliceerd: “Leidse journalisten worstelen met agressie”. Hieruit bleek dat acht op de tien journalisten worden bedreigd, voor Leiden is dat ongeveer de helft. Het is onbestaanbaar dat (in dit geval Leidse) journalisten worden bedreigd. Het vrije woord en de journalistiek zijn belangrijke pijlers onder onze democratische rechtstaat. Het is daarom goed dat de hele raad zich uitspreekt voor de journalistiek en tegen agressie en geweld. 1. Is het college bekend met dit thema? Herkent college het geschetste beeld in het artikel? Hoeveel gevallen zijn bekend? Kan er een beeld worden geschetst over meerdere jaren? 2. In hoeverre is hier in het lokale aandacht voor vanuit gemeente én vanuit politie? 3. Staan gemeente en politie in nauw contact met de (Leidse) journalistiek en hoe? 4.
Vanuit politie is bekend dat hier, mede in het bredere perspectief vanuit de landelijke politiek, aandacht voor bedreigde journalisten is. Maar in hoeverre is dat bekend bij de politiemedewerkers die lokale aangiftes opnemen? 5. Worden alle signalen van bedreiging, ook als dit in juridische zin niet direct een strafbaar feit oplevert, serieus genomen? 6. Worden er risico-inschattingen van situaties gemaakt, standaard bij een aangifte en waar nodig op signaal? 7. Is dit een thema waarover de burgemeester ook van gedachten wisselt met collega-burgemeesters in andere steden, en zo ja levert dat nog inzichten op die hij wil delen? Burgemeester Lenferink memoreert dat over dit onderwerp in de Tweede Kamer een aantal maanden geleden een uitgebreid debat is gevoerd. Landelijk is een protocol afgesproken tussen de politie en het OM en de Nederlandse Vereniging van Journalisten en het Genootschap van Hoofdredacteuren. Hieruit is voortgevloeid dat wanneer sprake is van agressie tegen een journalist, deze signalen met voorrang worden opgepakt. Bij de politie en de gemeente zijn overigens weinig dergelijke signalen bekend, maar het lijkt erop dat niet alles wordt gemeld. Veel zit aan de zachtere kant; het zijn niet direct bedreigingen, maar journalisten hebben er een vervelend gevoel over. Met de Leidse media is geen direct contact over dit onderwerp.
De burgemeester wil eventueel wel peilen of er behoefte is aan een gesprek hierover en of dit eventueel tot een gezamenlijke actie zou kunnen leiden. De politie heeft de deskundigheid en kan risico’s inschatten. Er is niet met andere burgemeesters over het onderwerp van gedachten gewisseld en dit heeft er wellicht mee te maken dat er op dit moment veel andere onderwerpen zijn waarop geacteerd moet worden. De heer Storm is er tevreden over dat de burgemeester in gesprek wil gaan met de Leidse journalisten. Hij hoopt dat de burgemeester de raad kan informeren over de verloop van dit gesprek. Burgemeester Lenferink zegt dit toe. 2) Vuurwerkoverlast in wijken (VVD, GL, D66, PvdA, CDA, PvdD, CU, SP, PS) De heer Leest meldt dat al weken in meerdere wijken in Leiden vrijwel iedere avond vuurwerk wordt afgestoken. Dit gebeurt aan de lopende band en kennelijk ongestraft, terwijl vuurwerk afsteken buiten Oud en Nieuw (en dit jaar ook tijdens Oud en Nieuw) illegaal is. De indieners van deze rondvraag ervaren het zelf. Het lijkt veel eerder te zijn begonnen dan vorig jaar en ook meer inwoners ervaren dit jaar meer overlast in de aanloop naar de feestdagen. Naast het feit dat Leidenaars - en ook hun huisdieren - niet graag iedere avond opgeschrikt worden door harde knallen, speelt ook het fenomeen van regelrecht vandalisme met vuurwerk in afvalcontainers of van vuurwerkbommen die tot flinke
3
schade kunnen leiden. De indieners willen graag dat er meer gehandhaafd wordt op deze vuurwerkoverlast. De fracties van VVD, GroenLinks, D66, PvdA, CDA, PvdD, CU, SP en PS hebben de volgende vragen aan de burgemeester: 1. Herkent de burgemeester het geschetste beeld? 2. Wat is de ontwikkeling in de afgelopen jaren? 3. Hoe loopt de bestrijding van de vuurwerkhandel en -overlast door het vuurwerkteam van de politie? 4. Is er sprake van extra inzet of surveillance in wijken waar veel knallen worden gehoord? 5. Bent u bereid om meer handhaving in te zetten op het handhaven van deze vuurwerkoverlast? 6. Ziet u andere oplossingen voor dit probleem? Burgemeester Lenferink herkent het geschetste beeld. Het is overigens geen Leids verschijnsel, het doet zich overal voor. Het lijkt erop dat er relatief veel vuurwerk in bezit is terwijl er momenteel eigenlijk niets verkocht mag worden. Vorig jaar leek dit zich in aanloop naar Oud en Nieuw ook voor te doen, maar het lijkt dit jaar wel iets ernstiger. Het is opmerkelijk dat het aantal klachten echter niet toeneemt, maar afneemt. Er is een speciaal vuurwerkteam. Een eerste opdracht is om zo veel mogelijk achter de vuurwerkhandel te komen. Hierin worden successen behaald. Recentelijk is net over de Duitse grens, en bedoeld voor Nederland, een hoeveelheid van 120.000 kg. opgerold.
Er is geen sprake van extra inzet of surveillance door een gebrek aan capaciteit. In het verleden (2013/2014/2015) is tussen kerst en oud en nieuw gewerkt met driehoeksmetingen. Deze zijn samen met defensie opgezet en hiermee werd duidelijk waar de knallen vandaan kwamen, maar de politie is altijd te laat ter plekke. Het lijkt erop dat het toenemen van vuurwerk een verschijnsel is dat de komende tijd zich gedurende het jaar zal voordoen, omdat er vrij veel vuurwerk onder de mensen is. Hiervoor zal een heldere aanpak nodig zijn, alleen al omdat de opslag van vuurwerk op zich al gevaarlijk is. Dit jaar zal het niet meer lukken om voor oud en nieuw een aanpak uitrollen. Het gaat om heterdaad-delicten en het gebeurt zelden dat duidelijk is wie het vuurwerk afsteekt. Jongeren die zich misdragen, krijgen lasten onder dwangsom. Jongerenwerkers zijn ook aan de slag om het probleem zo veel mogelijk onder controle te krijgen. De heer Leest verzoekt de burgemeester in ieder geval om op de hoogte gehouden te worden van een nieuwe aanpak. Hij memoreert dat vorig jaar wat onduidelijkheid was over de bevoegdheden van handhaving om al dan niet te kunnen optreden tegen vuurwerkoverlast.
Is hier inmiddels helderheid over? Kan de last onder dwangsom eerder worden gestuurd nu blijkt dat de overlast veel eerder plaatsvindt dan met oud en nieuw? Burgemeester Lenferink stelt dat handhavers niet dezelfde bevoegdheden hebben als de politie. Ze kunnen bijvoorbeeld niet optreden tegen illegaal vuurwerk. Er worden veel lasten onder dwangsom verstuurd en hier wordt niet mee gewacht tot 31 december. Regionale aangelegenheden De voorzitter stelt dat de agenda en stukken bekend zijn. Leden van de commissie kunnen eventueel standpunten meegeven aan de delegatie voor de vergadering Holland-Rijnland. Schriftelijk is dit nog mogelijk tot 17 december a.s. bij de griffie. De heer Theeuwen wijst erop dat in de commissie Stedelijke Ontwikkeling een discussie is geweest over hoe om te gaan met het toewijzingsbeleid voor woonwagenstandplaatsen. Om hierover een eenduidig besluit te krijgen, moet dit onderwerp nog in de gemeenteraad worden behandeld. Hoe wordt hiermee omgegaan? De voorzitter zegt dat dit in de raadsvergadering van 21 december a.s. wordt besloten. De ABvergadering vindt een dag later plaats. Mevrouw Zeggelt zegt dat de heer Van Diepen namens haar het AB bijwoont en hierin de mening van de gemeenteraad zal overbrengen. Vervolgens meldt zij dat er een digitaal werkbezoek aan Holland-Rijnland heeft plaatsgevonden op 10 december jl.
Hier is de verwachting uitgesproken dat de (nieuwe) raad dit hopelijk fysiek zal herhalen. De voorzitter meldt dat er een opname is gemaakt van dit werkbezoek die teruggekeken kan worden.
4
De terugkoppeling van het bestuur van de Omgevingsdienst West-Holland zal schriftelijk geschieden.
4.
Lijst van toezeggingen
De voorzitter concludeert dat de commissie LB instemt met de gedane afdoeningsvoorstellen door het college.
5.
Concept besluitenlijsten commissie LB 25 november 2021
Ongewijzigd vastgesteld.
PROGRAMMA 1 BESTUUR EN DIENSTVERLENING REKENKAMERCOMMISSIE LEIDEN-LEIDERDORP
6.
21.0138 Aanbevelingen rekenkamerrapport 'De informatiepositie van de raad bij verbonden partijen' (Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp)
De voorzitter deelt mee dat de Rekenkamercommissie Leiden-Leiderdorp op 11 oktober 2021 het onderzoeksrapport 'De informatiepositie van de raad bij verbonden partijen' aan de raden van Leiden en Leiderdorp heeft aangeboden, inclusief bijbehorende rekenkamerbrief met aanbevelingen. De commissie wordt gevraagd advies uit te brengen aan de raad over vaststelling van het raadsvoorstel Het college heeft een bestuurlijke reactie gestuurd, deze staat bij de stukken in PP en is als bijlage opgenomen bij het raadsvoorstel. Er zijn technische vragen gesteld door D66 en PvdD, deze zijn beantwoord, doorgestuurd en staan in PP. Commissie Mevrouw Jordan kan zich vinden in de aanbevelingen en in het raadsvoorstel. D66 zou het goed vinden als het college in 2022 met een voorstel voor een beleidskader naar de raad komt, inclusief prioriteiten en een afweging over de rapporteurs. Zelf denkt zij dat het ook goed is om aandacht te besteden aan de rol van de griffie. Zij dankt de Rekenkamer voor het heldere rapport en het beantwoorden van de technische vragen. De heer Jermoumi denkt dat het een goede aanbeveling is om te prioriteren. Voor PvdA zijn de thema’s wonen, zorg en voortijdig school verlaten belangrijk. Hij twijfelt aan het net van de rapporteurs. Een rapportage in 2023 lijkt hem zinvol, omdat richting de verkiezingen een rapportage in 2022 wat vroeg lijkt.
De heer Brink erkent dat regionale samenwerking nodig is om belangrijke doelen te bereiken. Tegelijkertijd leidt de hoeveelheid informatie er soms toe dat door de bomen het bos niet meer wordt gezien waardoor het gevoel bestaat dat er geen grip is en dat de raad achter de feiten aanloopt. De CU stelt informeel overleg voor waarin kan worden aangegeven aan welke informatie behoefte is. Het opnieuw instellen van de regiocommissie in de nieuwe raadsperiode is een overweging, hoewel deze voor een kleine fractie lastig te bemensen is. Het aanstellen van raadsrapporteurs heeft haken en ogen en hier wordt de griffie gevolgd die aangeeft dat de afgevaardigde raadsleden in de gemeenschappelijke regelingen wellicht al functioneren als raadsrapporteur. De heer Storm heeft de heer Brink horen spreken over procesgerichte afstemming binnen de regiocommissie. Kan hij hier nader op ingaan? De heer Brink denkt dat concreter kan worden ingezoomd op welke informatie wel of niet gewenst is en wellicht kan de prioriteitsstelling worden besproken. De heer Storm constateert dat zaken bij de verbonden partijen heel traag lijken te gaan, behalve als er besluitvorming van de raad nodig is. Het interne proces kan worden verbeterd, maar er blijft
5
afhankelijkheid bestaan van de verbonden partijen en dit zijn er heel veel. Het lijkt verstandig om een beleidskader op te stellen en bij voorkeur zo snel mogelijk, zodat de nieuwe raad hiermee aan de slag kan. Er lijkt weinig verschil te bestaan tussen de raadsrapporteurs en de huidige situatie. Mevrouw Schreuder complimenteert de Rekenkamer Rekenkamercommissie met het rapport. Zij kan zich goed aansluiten bij PvdA in die zin dat dat de raad goed moet prioriteren en zelf gaat over welke informatie nodig is. Een rapportage in 2023 is een zinvolle datum, omdat er tegen die tijd wat inhoud zal zijn waar de raad mee verder kan. De heer Theeuwen dankt de Rekenkamercommissie Rekenkamer voor het rapport. De crux is hoeveel tijd raadsleden hebben en hoe deze wordt ingedeeld. De onderwerpen van de verbonden partijen rechtvaardigen wel meer aandacht van de raad. Gezien de beschikbare tijd is het echter prettig dat mensen deze rol op zich nemen. De afgelopen periode is dit wat hem betreft goed gegaan en hiervoor complimenteert hij de betrokkenen. Op het moment dat hij specifiek naar iets op zoek is bij de verbonden partijen, is deze informatie altijd wel te achterhalen. Aan de nieuwe raad zal duidelijk gemaakt moeten worden welke rol deze hierin wil hebben en hoeveel tijd erin zal worden gestoken.
Mevrouw Van Schaik schrok van het aantal samenwerkingsverbanden en ook van het feit dat maar liefst 18% van het jaarlijkse budget naar deze regelingen gaat. Daarom is het goed om hierin te prioriteren en hier ziet PvdD erg naar uit. PvdD heeft moeite met samenwerkingsverbanden die een eigen strategie- en beleidsontwikkeling opzetten. Dit zou eigenlijk moeten liggen bij overheden met gekozen vertegenwoordiging. Een discussiepunt is dat het aantal samenwerkingsovereenkomsten stijgt en vaak geen einddatum wordt genoemd. Daarom vreest zij dat het stoppen met een dergelijk samenwerkingsverband uit het oog wordt verloren. Mevrouw Schreuder heeft in de beantwoording op vragen van PvdD gelezen dat het aantal verbonden partijen niet is gestegen. Mevrouw Van Schaik heeft uit het rapport van de Rekenkamercommissie Rekenkamer opgemaakt dat dit niet alleen een Leidse trend is, maar dat landelijk gezien het aantal samenwerkingsverbanden van gemeenten de afgelopen tien jaar sterk is gestegen. De heer Vos bedankt de Rekenkamercommissie Rekenkamer voor het rapport. PS erkent het belang van regionale samenwerking, maar tegelijkertijd is de ontwikkeling dat besluitvorming en budget steeds vaker worden verplaatst naar het regionale niveau wat volgens PS geen goede ontwikkeling is. Dit zet de invloed van gemeenteraden op afstand.
Het keren van deze ontwikkeling ligt echter niet of nauwelijks binnen de macht van de gemeenten, omdat het is ingegeven door het decentraliseren van taken die niet goed passen bij de schaal van gemeenten. De gemeenteraad moet echter een adequate informatiepositie hebben. PS kan daarom instemmen met de aanbevelingen van het Rekenkamerrapport en is benieuwd hoe het rapporteurschap in de praktijk zou functioneren. De heer Dirkse heeft nog niemand gehoord over het feit dat de aanbevelingen uit het vorige rapport uit 2017 niet helemaal met succes zijn doorgevoerd. Hij pleit ervoor om de verbonden partijen serieus te nemen in plaats van erover klagen dat het veel tijd kost. De heer Siwpersad vindt het een complexe materie. LP heeft geen discussiepunten en kan ermee instemmen. College Wethouder Dirkse wijst erop dat er zojuist een nieuwe wet is aangenomen met betrekking tot de gemeenschappelijke regelingen die ervoor is bedoeld om grip te houden op wat er in deze verbanden gebeurt. Deze gaat per 1 juli 2022 in en het is wellicht verstandig om het beleidskader met de nieuwe raad te bespreken. Mevrouw Jordan vraagt zich af of het niet belangrijk is om zo spoedig mogelijk met een update te komen, zodat de raad tijd heeft om met die context aan de slag te gaan.
6
Wethouder Dirkse stelt dat het in ieder geval nog een hele klus zou zijn om dit in maart 2022 voor elkaar te krijgen. Het lijkt hem logischer om dit na de wisseling van de wacht te doen. Mevrouw Jordan vraagt of het zou helpen als de raad een soort overdrachtsdocument maakt met de griffie als input voor de volgende stap. Wethouder Dirkse herkent dat het even duurt voordat een raadslid op vlieghoogte is en hij erkent dat het nuttig is om te bekijken hoe dit kan worden bespoedigd. De verantwoordelijkheid ligt echter ook bij partijen en fracties zelf om dit goed over te dragen. De heer Jermoumi vraagt of de wethouder denkt dat de verkiezingen invloed hebben op de Gemeenschappelijke Regelingen en of dit een extra reden is om het door te schuiven. Wethouder Dirkse vindt het moeilijk om deze vraag voor de hele regio te beantwoorden. Discussiepunten Overdracht naar nieuwe raad Mevrouw Jordan vraagt zich af of de raad niet zelf een lijstje met lessen moet maken en dit meegeeft als input voor de volgende fase om de opgedane kennis niet weg te laten vloeien. Mevrouw Schreuder heeft ook als nieuw raadslid in het AB van Holland-Rijnland deelgenomen en dit is inderdaad een heel nieuwe wereld.
Zij denkt echter niet dat het aan de raad is om een overdrachtsdocument te maken, omdat voor de nieuwe raad weer een heel nieuw inwerkprogramma komt waarin nieuwe raadsleden bekend worden gemaakt met informatie. Wellicht is het een idee dat mensen die in een Gemeenschappelijke Regeling hebben deelgenomen hierover komen vertellen. Mevrouw Van Schaik vindt het punt van D66 heel goed. Ook zij pleit ervoor om het beleidskader zo veel mogelijk naar voren te halen. Wellicht kan er bij het aantreden van de nieuwe raad een aanzet liggen waar de huidige raad aanvullingen op kan geven. Het zou inderdaad zonde zijn als opgedane kennis wegvloeit. De heer Storm denkt ook dat het actualiseren van het nieuwe beleidskader nu in werking moet worden gesteld, maar hier zou de nieuwe raad mee moeten instemmen. Mevrouw Jordan is het met voorgaande spreker eens dat de prioriteiten vastgesteld moeten worden, maar wel kunnen de keuzes en dilemma’s worden weergegeven. Zij laat zo spoedig mogelijk weten of zij met een voorstel komt. Beleidskader De heer Jermoumi stelt voor om pas bij de nieuwe raad, onder andere vanwege de vele ontwikkelingen, de aanbevelingen uit te werken en met de nieuwe ideeën aan de slag te gaan. Daarom stelt hij voor om dit pas in 2023 te doen. Mevrouw Schreuder is hier, gezien de relevantie van het thema, voorstander van.
Mevrouw Jordan denkt dat het wel binnen een jaar kan en dus in 2022. De heer Brink sluit zich aan bij D66. Hij is ook van mening dat de ervaring van deze raad als input kan dienen. Mevrouw Van Schaik vindt 2022 een uiterste datum. 2023 vindt zij echt te laat. De voorzitter wijst erop dat PS in de chat aangeeft een voorkeur voor 2022 te hebben evenals VVD. Hij concludeert dat er een meerderheid voor 2022 is, na de verkiezingen met de nieuwe raad. De heer Jermoumi gaat er vanuit dat dit na de verkiezingen zal zijn, maar hij zal niet met een voorstel komen.
7
Wethouder Dirkse meent dat 2022 vroeg is voor het rapporteren over de voortgang van de aanbevelingen. In zijn beleving wordt een beleidskader uitgewerkt dat aan de nieuwe raad wordt voorgelegd voor de zomer. Vervolgens wordt een periode gewerkt met de aanbevelingen en hierna kan worden gerapporteerd over de voortgang van de aanbevelingen. 2023 lijkt hem hiervoor het eerste moment. De heer Storm sluit zich aan bij de wethouder. De voorzitter vat samen dat er een beleidskader moet komen dat door de nieuwe raad wordt vastgesteld in 2022. Hierin worden voor zover mogelijk de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport verwerkt en de uitwerking hiervan komt in 2023 terug. Mevrouw Schreuder wijst erop dat de rapportage in het raadsvoorstel voor 2022 staat. De voorzitter stelt voor om dit middels een erratum aan te passen. Raadsrapporteurs De heer Jermoumi is op dit moment tegen raadsrapporteurs, omdat er nog veel onduidelijkheid is. Mevrouw Jordan denkt dat het onderwerp moet worden meegenomen om uit te werken en de discussie in de nieuwe raad te voeren. De heer Vos vindt het in ieder geval de moeite waard om te gaan experimenteren met het raadsrapporteurschap. Mevrouw Schreuder heeft geen bezwaren om het te overwegen, maar op dit moment is niet duidelijk wat de voor- of nadelen zijn.
Mevrouw Van Schaik vindt raadsrapporteurschap een heel goed idee en het lijkt haar goed om dit uit te werken in het beleidskader en dit vervolgens voor te leggen aan een volgende raad. De voorzitter concludeert dat een meerderheid van mening is om te overwegen om het raadsrapporteurschap erin te laten staan en dit aan de nieuwe raad te laten of en hoe dit wordt ingevuld. Regiocommissie De heer Brink stelt dat de raad alleen de ervaring kan meegeven aan de nieuwe raad. Mevrouw Van Schaik weet niet of een eigen commissie de oplossing is, maar zij vindt dit wel het proberen waard. Haar eigen ervaring is dat het als een vast agendapunt te weinig aandacht krijgt. De heer Storm zou niet voorstellen om een regiocommissie in te richten, maar verschillende onderwerpen zouden wel prima in een commissievergadering besproken kunnen worden. De heer Jermoumi sluit zich aan bij CDA. Hij denkt niet dat een regiocommissie de oplossing zou zijn voor meer grip op de Gemeenschappelijke Regelingen. Er is al sprake van een hoge werkdruk en de ervaring is dat een regiocommissie een lage opkomst kent. Mevrouw Jordan heeft zelf wat betreft de omgevingsdienst wel moeite gehad met hoe dit in de commissie besproken moest worden. Zij neemt het onderwerp mee in een stuk voor de volgende raad.
Wethouder Dirkse heeft in de nieuwe wet gelezen dat de gemeenschappelijke Adviescommissie is bedoeld voor de zwaardere regelingen. Welke vorm ook wordt gekozen, het draait erom of en hoeveel tijd eraan wordt gespendeerd. Deze afweging zal de nieuwe raad moeten maken.
8
De heer Brink stelt voor om het bij de aanbeveling in het raadsvoorstel te laten, zodat de nieuwe raad een besluit kan nemen. De voorzitter concludeert dat er een erratum komt voor besluitpunt 4, waarmee de rapportage naar 2023 gaat. Verder gaat het als hamerstuk door naar de raadsvergadering. De voorzitter last een korte pauze in. PROGRAMMA 4 BEREIKBAARHEID
7.
21.0137 Verordening parkeerbelastingen gemeente Leiden 2022
De voorzitter heropent de vergadering. De commissie wordt gevraagd advies uit te brengen aan de raad over vaststelling van het raadsvoorstel. Er zijn geen technische vragen gesteld. Commissie De heer Brink stelt dat de raad in het voorstel wordt geïnformeerd over de verhoging van de uurtarieven in de parkeergarages wat een collegebevoegdheid is. Door de tarieven in de garages met hetzelfde bedrag te verhogen als het straatparkeren, blijft voor bezoekers het prijsverschil marginaal, hetgeen niet meehelpt om ze in de garages te laten parkeren. Hij is benieuwd hoe de rest van de commissie hierover denkt en hij verzoekt de wethouder om de voorgestelde tariefsverhoging in de parkeergarage geheel of anders gedeeltelijk terug te draaien. Mevrouw Van Bree wijst erop dat deze verhogingen ook al in de Parkeervisie stonden die de raad vorige zomer als heeft vastgesteld. De heer Brink zegt dat de € 0,30 bekend was, maar hij is toch benieuwd hoe dit wordt ervaren. De heer Dirkse zegt dat VVD voor alle initiatieven is die parkeerlasten voor bewoners of bezoekers niet willen verhogen. Hij denkt dat de bedragen al zijn vastgesteld met de Parkeervisie, maar hij nodigt CU uit om met VVD het besluit om de verhoging in de Haarlemmerstraatgarage tegen te houden. De heer Storm vond het destijds al geen goed idee om bij de Parkeervisie te spreken over tarieven.
Hij is het eens met CU dat differentiëren in prijs tussen de garage en het straatparkeren nodig is om de garages te gevuld te krijgen. Mevrouw Van Bree stelt dat het een collegebevoegdheid is en GL al heeft ingestemd met de Parkeervisie. De heer Theeuwen denkt dat als de verhoging wordt teruggedraaid, de ambities ook teruggedraaid moeten worden. SP vindt dat er teveel en te snel asfalt wordt gelegd en het is de vraag of zestig extra plekken nodig zijn. Mevrouw Zeggelt vindt het een valide argument om mensen naar de parkeergarage te krijgen met een lager tarief dan straatparkeren, maar binnen afzienbare tijd worden de plekken op straat verwijderd waardoor het punt niet meer aan de orde is. De heer Newsome denkt dat het een goed voorstel is, omdat eerder is gesproken over het reserveren van een plek in de parkeergarage tegen een lager tarief en in combinatie hiermee worden ook plekken op straat verwijderd. De heer Vos vindt het punt dat CU aan de orde stelt valide. Het voorstel om mensen te verleiden om meer in de garage te parkeren, steunt hij. Voor PS is het uitgangspunt dat inkomsten uit een belasting naar het doel zelf moeten gaan. Bij deze verordening is dat niet het geval. PS zal in de raad tegen de verordening steunen.
9
Mevrouw Van den Berge verleidt liever mensen om de auto helemaal te laten staan. PvdD zal een voorstel van CU niet steunen. College Wethouder North stelt dat de tarieven in de parkeergarage inderdaad een collegebevoegdheid is. Wel is vorig jaar bij de Mobiliteitsnota specifiek aan de raad voorgelegd om de tarieven te verhogen voor zowel het straatparkeren als het parkeren in parkeergarages. Hij wijst erop dat het besluit dat hierover is genomen – overigens gesteund door CU en PS - nu is uitgewerkt. De middelen die worden opgehaald, gaan naar het Financieel Perspectief Duurzame Stad. De heer Vos zegt dat PS voor de Parkeervisie heeft gestemd, maar PS heeft ook voor het amendement van VVD gestemd om de parkeertarieven niet te verhogen. De heer Brink proeft steun voor het meer differentiëren van tarieven. Plekken op straat schrappen is geen verleiden, maar is dwang. Hij zal niet met een voorstel te komen. De voorzitter concludeert dat het voorstel als hamerstuk naar de raad gaat.
8.
210107 Esthetisch programma van Eisen Rijnlandroute Europaweg en Lammenschansplein (inhoudelijke behandeling)
De voorzitter deelt mee dat de raad wordt gevraagd om het EPVE Rijnland route Europaweg en Lammenschansplein vast te stellen als toetsingskader voor gemeentelijke welstand. Er wordt in het EPVE voor de Europaweg bijvoorbeeld beschreven hoe de bruggen en fietsonderdoorgangen, fietsen wandelpaden en de groene inrichting van het Lammenschansplein eruit komen te zien. De commissie wordt gevraagd advies uit te brengen aan de raad over vaststelling van het raadsvoorstel. Er zijn technische vragen gesteld door CU, GL en PvdA. Deze zijn beantwoord, doorgestuurd en staan in PP. Op 25 november jl. waren er geen insprekers. Wel is er een schriftelijke inspraakreactie geweest die op 14 december jl. is binnengekomen. Deze staat in PP. De heer Newsome is blij met het voorstel, in het bijzonder met de aparte busbaan op de Europalaan. Een discussiepunt is een betere bereikbaarheid van voetgangers die vanuit de stad over de brug naar park Cronesteyn willen. Een tweede punt is de veiligheid van de bocht naar Voorschoten. De heer Brink noemt het programma van eisen een toegankelijk document met een heldere visie. Esthetisch past het bij de ambities van de stad. Belangrijk hierbij is een sociaal veilige vormgeving. Het is een mooie basis en het detailniveau geeft CU voldoende vertrouwen voor de verdere uitwerking.
De heer Dirkse zegt dat VVD tevreden is met het programma van eisen en überhaupt blij is dat wordt begonnen met dit deel van de Rijnlandroute dat belangrijk is voor de bereikbaarheid van de stad. Het programma heeft een indrukwekkende gedetailleerdheid die er wellicht toe heeft geleid dat het even heeft geduurd voordat Leiden en de provincie het eens waren. VVD maakt zich er zorgen over dat het project nog meer vertraging oploopt en daarom wordt de wethouder gevraagd of deze de raad gerust kan stellen dat er vanaf nu geen gedoe meer zal zijn tussen Leiden en de provincie. Met deze kanttekening zal VVD het voorstel steunen. De heer Theeuwen begrijpt dat met de verlaging van de Trekvlietbrug nog wordt uitgewerkt of dit tot geluidsoverlast leidt en of de positie van de fiets wel voldoende wordt meegenomen. Hij hoort graag of dit inderdaad het geval is en of de raad hiervan op de hoogte gesteld kan worden. SP is akkoord met het voorstel. Mevrouw Zeggelt constateert dat het een gedetailleerd programma van eisen is dat er heel goed uitziet. Zij sluit zich aan bij de vraag over de veiligheid van de fietser bij de Trekvlietbrug. D66 stemt in met het voorstel.
10
De heer Vos stelt dat het programma van eisen er prima uitziet. Het is goed dat voor een zo groen mogelijk aanzicht wordt gekozen. Mevrouw Van Bree concludeert dat de participatie en zienswijze goed zijn meegenomen. Er is veel aandacht voor de voetganger en fietser en zij hoopt dat de uitvoering net zo duidelijk en herkenbaar is. Zij sluit zich aan bij het discussiepunt van PvdA. Mevrouw Van den Berge benoemt dat de Rijnlandroute negenduizend bomen heeft gekost. De Bomenbond roept op om bij de herplant van de bomen het behoud en de hoeveelheid ecologische waarde van de bomen uitgangspunt zou moeten zijn. Het Lammenschansplein zal volgens de Bomenbond na realisatie minder groen en meer asfalt hebben dan ervoor. Kan de wethouder hierop reageren? In het kader van de Bomenverordening wordt aangeraden om het totale aantal te kappen bomen tijdig bekend te maken. Kan de wethouder dit toezeggen? PvdD mist nog informatie over amfibievriendelijkheid en oversteekmogelijkheden voor dieren. De heer Hemel stelt dat CDA het uitgangspunt dat de Rijnlandroute ondergeschikt is aan het omringende landschap onderschrijft. De beelden suggereren dat fietsers en voetgangers slechts worden gescheiden door de kleur van het asfalt. Het CDA zou graag een duidelijke scheiding zien.
In het licht van steeds snellere en grotere aantallen fietsers is dit belangrijk voor de veiligheid van zowel fietser als voetganger. CDA zal instemmen. Mevrouw Van Bree heeft begrepen dat de ondergrond van het fiets- en voetpad verschilt waarbij het laatste kiezelachtig zal zijn. De heer Hemel denkt dat dit een goede start is, maar voor CDA mag wel iets duidelijker zijn waar de scheiding tussen de twee paden is. College Wethouder North benadrukt dat de relatie tussen de provincie en gemeente Leiden met betrekking tot de Europaweg altijd positief is geweest. De gesprekken die zijn gevoerd over bepaalde onderwerpen hebben tot lagere kosten geleid. Voorbeelden hiervan zijn het stamriool en de Trekvlietbrug. Tegelijkertijd zijn de zorgen over de vertraging begrijpelijk gezien de relevantie van de Europaweg. De gemeente zal er in ieder geval alles aan doen om ervoor te zorgen dat de werkzaamheden snel zullen starten, maar helaas heeft Leiden niet overal invloed op en kan ook niet worden uitgesloten dat in de toekomst nog een discussiepunt opduikt. De discussiepunt van PvdA over de fietsers voetgangers en de bocht naar Voorschoten vallen in feite buiten de orde van het Esthetisch programma van eisen. De toegankelijkheid voor fietsers en voetgangers is onderdeel van het Provinciaal Inpassingsplan.
Alle paden zijn goed toegankelijk, maar mensen die goed ter been zijn, kunnen een trap gebruiken die een snellere verbinding oplevert. Alle deskundigen achten de bocht naar Voorschoten als veilig in. Deze is obstakelvrij gehouden om de (sociale) veiligheid te dienen. Rondom bomen is in Leiden altijd het uitgangspunt dat deze zo veel mogelijk behouden blijven. De overige vragen van PvdD zijn dermate technisch dat de wethouder deze op dit moment niet kan beantwoorden. Hier zal hij schriftelijk op terugkomen. Ook de vraag van CU over een scheiding van fiets- en voetpaden is technisch van aard. De positie van de fietser op de Trekvlietbrug is met dit ontwerp goed geborgd. De wethouder zegt graag toe om de raad op de hoogte te houden van de Trekvlietbrug en met de uitwerking in het Inpassingsplan. De heer Dirkse vraagt of de wethouder het met hem eens is dat het primaire doel van het project is om een betere ontsluiting te krijgen van de stad Leiden voor het verkeer en dat de andere zaken van ondergeschikt belang zijn. Wethouder North stelt dat de provincie zelf ambitieus is op het gebied van de andere zaken waar de heer Dirkse naar verwijst, maar deze zijn niet de oorzaak van de vertraging. Bereikbaarheid is inderdaad het kernpunt van het project, maar dit is volgens de wethouder alleen mogelijk als er ook wordt gezorgd voor een goede ruimtelijke inpassing.
11
De heer Hemel weet dat de snelheid op de Trekvlietbrug op dit moment 30 km per uur is en dat deze naar 50 kilometer per uur gaat. Hoe valt deze verhoging te verenigen met de veiligheid van de fiets? Wethouder North wijst erop dat verkeersveiligheid altijd de eerste prioriteit is bij verkeerskundige ingrepen en zo zijn ook deze plannen ingestoken. --Bocht richting Voorschoten (PvdA) De heer Newsome weet dat verschillende fracties contact hebben gehad met een bewoner die dit onder de aandacht heeft gebracht. Hij is zelf gaan kijken en heeft geconcludeerd dat verkeersstromen dicht op elkaar zitten. Wellicht is een iets hogere afscheiding tussen fiets en automobilisten een optie en kan de wethouder dit bij de provincie aangeven. Mevrouw Van Bree licht toe dat het om de bocht richting zuidwest gaat. Per fiets vanuit zuidwest is er ’s avonds hinder door lichten op ooghoogte en bij regen van het opspattende water. Het voorstel is dat de afscheiding ongeveer 80 cm hoog is. De vraag is of de sociale veiligheid hier prevaleert boven de fysieke veiligheid. Mevrouw Zeggelt neemt de zorgen serieus en zij stelt voor dat de wethouder deze meeneemt om de balans sociale en fysieke veiligheid te heroverwegen. De heer Dirkse vraagt zich af of deze zorgen niet nu besproken moeten worden gezien de gedetailleerdheid van het stuk dat voorligt.
VVD is in principe voorstander van het aanbrengen van zo veel mogelijk afscheidingen tussen de verschillende verkeersstromen. Als dat in dit geval kan worden verbeterd, is VVD hier een voorstander van. Mevrouw Zeggelt bevestigt dat het stuk zeer gedetailleerd is en naar haar idee zelfs te gedetailleerd voor de raad. De heer Vos staat positief tegenover het voorstel van PvdA en GL. Een voorstel wacht hij af en geeft aan op dit moment niet goed in de techniek te zitten. Wethouder North zegt graag toe om dit als aandachtspunt mee te nemen in de uitwerking. Hij zal hierop terugkomen in de voortgangsrapportage Leiden Duurzaam Bereikbaar. De voorzitter concludeert dat het Esthetisch programma van eisen als hamerstuk doorgaat naar de raad.
PROGRAMMA 5 OMGEVINGSKWALITEIT
9.
21.0130 Uitvoeringsbesluit Ophogen parkeergarage Haarlemmerstraat
De voorzitter deelt mee dat met dit uitvoeringsbesluit het college de raad voorstelt om het ontwerp voor de uitbreiding van de parkeercapaciteit van de parkeergarage Haarlemmerstraat vast te stellen. Het doel van dit besluit is om budget vrij te geven voor de realisatie van de ophoging van de parkeergarage Haarlemmerstraat in combinatie met een renovatie. Het Kaderbesluit is op 18 juni 2020 vastgesteld door de raad. De commissie wordt gevraagd om advies uit te brengen aan de raad over vaststelling van het raadsvoorstel. Verder wordt voorgesteld om de toezegging Natuurinclusief bouwen bij renovatie en ophoging Haarlemmerstraatgarage af te doen. Vanavond is een inspreker gehoord en de beantwoording van technische vragen van GL staan in PP. Mevrouw Zeggelt zegt dat D66 voor ophoging van de parkeergarage is. Hoewel de toename van de kosten van de renovatie behoorlijk groot is, meent zij dat ook zij hierover had kunnen doorvragen. De ideeën van de inspreker over de bewegwijzering en vindbaarheid van de garage lijken haar zinnig en dit voorstel steunt zij van harte.
12
Mevrouw Van Bree vindt dat de verhoging van de garage past in het beeld van een autoluwe binnenstad en minder auto’s op straat. Hierbij komt dat er ook vergroening in het project wordt meegenomen en dat de groene wand prachtig samenvalt met het voorstel om de Ingenieur Driessenstraat om te vormen naar de “Duurzame Dries” met meer groen en autoluw. De heer Brink vraagt of mevrouw Van Bree het met hem eens is dat voordat de auto’s in de garage parkeren, deze eerst door de stad moeten rijden. Mevrouw Van Bree zegt dat het minder zoekverkeer zal opleveren als de bebording – zoals de inspreker heeft bepleit – goed is en bezoekers in een keer op de juiste plek arriveren. De heer Theeuwen vraagt hoe GL de huidige parkeergarages ziet in relatie tot de extra plekken in de Haarlemmerstraatgarage. Mevrouw Van Bree stelt dat andere parkeergarages op dit moment niet ter discussie staan. Zij vindt het belangrijk dat de parkeergarages een belangrijk onderdeel zijn van de autoluwe binnenstad en dat mensen aan de rand van de stad kunnen parkeren en niet de hele stad door hoeven op zoek naar een plek, maar dat ze direct weten waar ze terecht kunnen. Hoe meer de garages worden gebruikt, hoe beter. De heer Theeuwen memoreert dat GL zich in het verleden met hand en tand heeft verzet tegen iedere vorm van een parkeergarage.
Hij begrijpt dat GL wel tevreden is nu het past in de politieke doelen van de partij. Mevrouw Van Bree vindt het prettig dat in het licht van de autoluwe binnenstad mensen kunnen parkeren op een plek niet op straat. De heer Dirkse zegt dat VVD blij is met uitbreiding van deze parkeergarage. Het is spijtig dat deze duurder is geworden, maar de redenen zijn begrijpelijk en VVD vindt de afweging om deze garage uit te breiden een goede. Niet positief is dat gebruikers moeten opdraaien voor de verhoogde kosten van de garage. Dit betekent in feite een dubbele verhoging, omdat de verhoging van € 0,30 voor dit jaar en volgend jaar ook al van toepassing zijn op de tarieven van deze garage. De twee verhogingen van € 0,30 zijn bedoeld voor een autoluwe binnenstad, maar dat is dit project ook. Het voorstel is om de verhoging van de prijs uit dit potje te betalen. Dit ook in het licht van een eerdere discussie om de parkeerder te verleiden om in de parkeergarage te gaan staan en dit effect wordt versterkt als de tarieven niet al te hoog worden. In het verleden is besloten dat de Haarlemmerstraatgarage niet zou worden aangesloten op het PRIS, omdat de garage kwalitatief minder goed zou zijn. Inmiddels is het de bedoeling dat de kwaliteit gelijk wordt getrokken met de andere parkeergarage die aangesloten zijn op dit systeem.
Als de garage wordt aangesloten op het PRIS wordt de bewegwijzering en routering verbeterd. De heer Theeuwen vraagt of VVD de kosten van de begroting ten laste wil leggen van de begroting. De heer Dirkse antwoordt dat het hier uiteindelijk wel op neerkomt. Het college heeft een potje gecreëerd voor een verhoging van tweemaal € 0,30. Hiermee is het systeem van het Parkeerfonds eenmalig gebroken. Dit project sluit aan bij het project autoluwe binnenstad en daarom stelt VVD voor om de hogere kosten niet te verhalen op de gebruiker van de garage te verhalen, maar om het potje hiervoor te gebruiken. De heer Theeuwen begrijpt dat de heer Dirkse doelt op de reserve parkeren. De heer Dirkse legt nogmaals uit dat dit jaar en volgend jaar een verhoging van € 0,30 is toegepast. Dit geld gaat in een potje dat wordt gebruikt voor duurzame stad. Hij stelt voor om dit geld te gebruiken in plaats van de meerkosten te verhalen op de gebruikers van de garage. De heer Theeuwen stelt dat het in feite niet uitmaakt, omdat de belastingbetaler uiteindelijk voor deze parkeergarage betaalt. Hij denkt dat het veel eerlijker is om het te laten betalen door de gebruikers van de garage.
13
De heer Dirkse wijst erop dat de automobilist al heeft betaald. Deze heeft al tweemaal € 0,30 betaald wat is gereserveerd voor autoluwe projecten. De heer Theeuwen meent dat de parkeergarages zijn bedoeld voor bezoekers. Het lijkt hem rechtvaardig dat zij betalen voor parkeren in de stad. De twee ondergrondse garages leveren structureel heel veel geld op en deze middelen worden nu gebruikt om de garage extra op te hogen. SP vindt eigenlijk dat geld dat structureel is, moet worden ingezet voor structurele kosten en niet voor incidentele kosten. Het zou een afschrijving moeten zijn. Het probleem is alleen dat het nog 2 miljoen euro extra moet kosten. Bij de septembercirculaire is ook weer een groot deel naar bereikbaarheid gegaan. Het ophogen van deze parkeergarage en extra plekken te creëren is prima, maar dit kan ook naar de toekomst worden verschoven. SP brengt als discussiepunt in om het uit te stellen, omdat op dit moment bezoekers voldoende plaatsen hebben in parkeergarages. De heer Dirkse stelt dat de meerkosten worden gedekt door het groter gebruik van de parkeergarage. Als de uitbreiding niet plaatsvindt, betekent dit niet dat er 2 miljoen euro extra is die ergens anders aan kan worden uitgegeven.
Is het voorstel van SP om de garage te laten zoals deze nu is, maar wel de kosten te verhogen en dit extra geld uit het Parkeerfonds te onttrekken? De heer Theeuwen deelt mee dat in eerste instantie is beloofd dat er sprake zou zijn van een volledige dekking door de ophoging van de tarieven. Uit het voorliggende voorstel blijkt dat dit niet haalbaar is en dat er toch reserves moeten worden aangesproken. De vraag is of de raad dit wenselijk vindt. VVD wil een ander potje gebruiken. SP vindt dat het geheel te duur wordt en wil de ophoging überhaupt niet. De heer Brink heeft eerder al aangegeven dat CU er niet van overtuigd is dat uitbreiding van deze parkeergarage nodig is. Uit niets blijkt dat de huidige parkeergarages onvoldoende capaciteit hebben om alle bezoekers een parkeerplaats te bieden. Als dit tijdens een paar dagen per jaar wel het geval is, brengt dit mensen wellicht op het idee om een andere vorm van vervoer te kiezen. Hoogbouw op deze plek is bovendien zich beeldbepalend en CU vindt het daarom onverantwoord om hier parkeerplaatsen toe te voegen. Niet alleen de parkeergarage wordt opgehoogd, ook wordt het budget opgehoogd en hiermee ook het parkeertarief. Dit betekent in feite dat bezoekers gestimuleerd moeten worden om met de auto naar de stad te komen, zodat het project kan worden afbetaald. Dit heeft weinig te maken met een autoluwe binnenstad.
Auto’s die hier willen parkeren, moeten wel eerst de binnenstad in rijden. Aan de rand van de stad zijn twee parkeergarages gebouwd om bezoekers te laten parkeren. CU kan niet instemmen met het voorstel. De heer Theeuwen vraagt of de heer Brink ook heeft geconcludeerd dat uit het betoog van de inspreker in feite bleek dat extra parkeerplaatsen niet nodig zijn, omdat alleen op incidentele momenten behoefte was aan extra capaciteit. De heer Brink bevestigt dit. Tegelijkertijd heeft hij ook begrepen dat het over bereikbaarheid van de Haarlemmerstraat ging. Hij denkt dat de inspreker even is vergeten dat behalve de twee parkeergarages die gemeentelijk bezit zijn, er nog een heleboel parkeergarages zijn die ondernemers de mogelijkheid biedt om dicht bij de Haarlemmerstraat te parkeren. Naar zijn mening zijn er voldoende parkeergarages in de stad om niet op straat te hoeven parkeren. Mevrouw Van den Berge brengt in herinnering dat PvdD in juni al heeft opgeroepen om dit plan niet te laten doorgaan. PvdD vindt dat Leiden al voldoende parkeergarages heeft en het verhogen van een parkeergarage midden in het centrum past niet bij het autoluw maken van de binnenstad en komt het stadsbeeld ook niet ten goede. Het feit dat het plan nu nog duurder uitvalt, is reden voor PvdD om niet in te stemmen met dit plan.
De heer Hemel zegt dat CDA eerder heeft betoogd geen voorstander te zijn van het ophogen van een van de lelijkste gebouwen in Leiden. CDA zou liever zien dat de parkeerplaatsen onder de Kaasmarkt gebouwd zouden worden. De commissie vreesde eerder de kosten voor dit alternatief. Het voorliggende voorstel is echter bijna 40% duurder is dan oorspronkelijk gedacht en wellicht zou het alternatief best een goede optie zijn geweest. De vrees is dat deze kostenstijging nog niet het einde is en de vraag is: Wat te doen als de kosten verder stijgen? CDA vindt echter wel dat de extra
14
parkeerplaatsen nodig zijn na het verdwijnen van een groot aantal plaatsen aan de Hooigracht. Met tegenzin zal CDA instemmen met het voorstel. Mevrouw Van Bree vraagt of de heer Hemel weet wat de kosten zouden zijn voor parkeergarages onder de Kaasmarkt. Weet hij ook wat de garages onder de Lammermarkt en de Garenmarkt hebben gekost? De heer Hemel wijst erop dat de twee laatst genoemde garages aanmerkelijk groter zijn dan de hoeveelheid plaatsen dat nu wordt toegevoegd. Als de kosten per parkeerplaats worden doorgerekend, denkt hij dat destijds ook op een bedrag van 7 miljoen euro zou zijn uitgekomen voor een garage onder de Kaasmarkt. Waarschijnlijk zouden de kosten dan ook zijn gestegen. Mevrouw Van Bree zou hier graag een rekensom van willen zien. Zij heeft het gevoel dat deze bedragen niet kloppen. De heer Hemel heeft de berekening die hij destijds heeft gemaakt op dit moment niet bij de hand. Op het moment dat de kosten van de Garenmarktgarage per parkeerplaats worden uitgerekend, zou dit volgens hem ook op 7 miljoen euro zijn uitgekomen waarmee het nu voorgestelde bedrag aardig in de buurt komt. De heer Theeuwen stelt dat CDA een van de voorvechters van de schuldquote naar beneden houden is en een criticaster van het uitgavenpatroon van dit college. Nu wordt gewoon meegewerkt aan het uitgeven van 2 miljoen euro extra.
De heer Hemel memoreert dat om de redenen die de heer Theeuwen noemt, CDA op een aantal zaken zoals de Leidse Ring Noord nee heeft gezegd. Het project zal met argusogen gevolgd blijven worden. De heer Theeuwen begrijpt dat CDA selectief kiest. De heer Hemel zegt dat CDA selectief voor en selectief tegen zaken is. In dit geval is CDA voor. De heer Vos brengt in herinnering dat PS als een van de weinige partijen tegen het Kaderbesluit heeft gestemd. De reden was dat onvoldoende tegemoet werd gekomen aan de bezwaren van omwonenden tegen het ophogen van de garage en tegen de manier waarop inspraak mogelijk was. Bij het uitvoeringsbesluit dat nu voorligt, neigt PS ernaar om voor te stemmen. Het verdwijnen van een groot deel van de parkeerplaatsen in de binnenstad, maakt het toevoegen van extra plaatsen in de Haarlemmerstraatgarage nodig. Een grote mineur zijn de hoge investeringskosten en de overschrijding van 2 miljoen euro maakt het extra zuur. Het geld zal echter naar verwachting voor een groot deel terugverdiend en voor een deel wordt het gefinancierd door de gebruikers zelf. PS zal daarom waarschijnlijk wel kunnen instemmen met het voorstel. Mevrouw Van Bree wijst erop dat nog moet worden ingestemd met de overschrijding. De heer Vos bevestigt dit.
De heer Newsome had liever niet gezien dat het plan duurder was geworden, maar op veel bereikbaarheidsprojecten zijn onderinvesteringen en het college heeft moeite gedaan om een sluitend voorstel te presenteren. PvdA zal het voorstel dan ook steunen, omdat het belangrijk is dat de garage wordt gerenoveerd. Dit leidt ertoe dat er minder wordt geparkeerd op straat en meer in de garages en dit maakt de stad schoner, veiliger en groener. Ook is de garage goed voor de economie voor dit deel van de stad. Hij ondersteunt het pleidooi van de inspreker voor goede bewegwijzering naar de garage. De heer Theeuwen wijst erop dat veel bussen over de Centrumroute rijden. Hij vraagt zich af of het helpt dat hier ook auto’s rijden op zoek naar een parkeergarage. De heer Newsome memoreert dat dit discussiepunt vorige keer bij het Kaderbesluit is besproken. De inschatting was dat het zou lukken, omdat er voldoende ruimte is bij de in- en uitrit van de garage en de indruk bestaat dat de bussen door kunnen blijven rijden.
15
College Wethouder North vindt het ook zeer vervelend dat de raming bij het vorige Kaderbesluit ongeveer 2 miljoen euro lager was dan nu wordt gepresenteerd bij het Uitvoeringsbesluit en hiervoor noemt hij een aantal redenen. Ten eerste zijn er hogere bouw- en materiaalkosten op de markt. Ten tweede is nu rekening gehouden met een extra risicobuffer. Als derde reden kan worden aangevoerd dat de garage voor iedereen veilig en toegankelijk is. Zowel de brandveiligheid als de toegankelijkheid (middels de lift) zorgen ervoor dat noodzakelijke investeringen gedaan moeten worden. De garage bestaat al langer en moet opgeknapt worden en hierbij wordt de gelegenheid aangegrepen om deze ook op te hogen. De heer Theeuwen vraagt wat het probleem is om de uitbreiding van de garage naar achteren te schuiven. Wethouder North verwijst naar af- en uitspraken met en van de raad. Een voorbeeld is het autoluw maken van de Kaasmarkt. Hiervoor worden meer dan honderd plekken weggehaald waarvan het merendeel bezoekersplekken zijn en als alternatief zou de Haarlemmerstraatgarage moeten dienen. Daarnaast worden op heel korte termijn duizend bezoekersplaatsen in de binnenstad op straatniveau opgeheven. Deze worden omgevormd tot plaatsen voor vergunninghouders voor bewoners. Het doel is om bezoekers zo veel mogelijk in de parkeergarage te laten parkeren.
Tot slot zijn er afspraken gemaakt met de VvE’s om de ophoging mogelijk te maken. Het college is ervan overtuigd dat de ophoging uiteindelijk leidt tot meer leefbaarheid in de stad, schonere lucht en een groenere omgeving. De inspreker heeft een goed punt ingebracht over de bewegwijzering. De wethouder maakt een onderscheid tussen PRIS en de reguliere bebording in de stad. Het project PRIS is inmiddels afgesloten en deze was bedoeld voor de Lammenmarktgarage en de Garenmarktgarage. Er is geen geld vrijgemaakt om dit ook voor de Haarlemmerstraatgarage te doen. Wel zegt de wethouder graag toe dat met het renoveren van de Haarlemmerstraatgarage wordt bekeken hoe de bebording zodanig kan worden aangepast dat de garage goed vindbaar is. De heer Brink vraagt of bezoekers ook naar de Haarlemmerstraatgarage worden gelokt als het zou lukken om minder bezoekers met de auto te laten komen, omdat de garage nog niet is afbetaald. Wethouder North is optimistisch over de overgang naar schone vervoersmiddelen. Daarnaast denkt hij dat de capaciteit van de bestaande parkeergarages en de uitbreiding van de Haarlemmerstraatgarage nog lang zal helpen, omdat de auto – ongeacht de brandstof – als vehikel niet zo snel uit het straatbeeld verdwenen zal zijn. Als alle bezoekers van Leiden met een ander voertuig komen dan een auto, kunnen ze wellicht dienst doen voor bewoners.
Dit zal echter toekomstmuziek zijn. Vorig jaar heeft de raad expliciet ingestemd met het voornemen om de garage zichzelf te laten betalen. Een uitgangspunt was dat de gebruiker zou betalen voor de ophoging. Het deel dat resteert, komt uit de parkeerreserve. In het Financieel Perspectief Duurzame Stad zit geen vrije bestedingsruimte. Deze middelen zijn geoormerkt voor andere bestedingen. De heer Dirkse stelt dat de tweemaal € 0,30 ook van toepassing is op de tarieven van de Haarlemmerstraatgarage. Als dit geld wordt gebruikt voor de overschrijding van de kosten, betaalt de gebruiker gewoon voor de garage. Wethouder North bevestigt dit, maar de heer Dirkse tapt een deel uit het Financieel Perspectief dat nu voor andere zaken is geoormerkt. Hiervoor zou dus in ieder geval een dekkingsvoorstel moeten komen. Discussiepunten Financiering parkeergarage (VVD) Mevrouw Van Bree verwijst naar de uitleg van de wethouder over het Financieel Perspectief Duurzame Stad waaruit blijkt dat er geen ruimte is voor financiering.
16
De heer Vos is benieuwd of de projecten die worden gefinancierd vanuit het Financiële Perspectief, worden doorbelast aan de Leidse belastingbetaler of dat deze worden geschrapt. Mevrouw Zeggelt vindt het heel goed dat de gebruiker betaalt, zeker omdat er straks een gelijkwaardige garage zal zijn met de Lammermarkt- en de Garenmarktgarage. De heer Dirkse neemt het mee terug naar de fractie en verwacht met een voorstel te komen. In antwoord op de heer Vos stelt hij dat VVD keuzes wil maken. Juist door geld dat er al is, in te zetten wordt de belastingbetaler niet dubbel aangeslagen. --Plan uitbreiding Haarlemmerstraatgarage uitstellen (SP) De heer Theeuwen heeft hier drie redenen voor. De eerste is dat er niet aan de hand is als het wordt uitgesteld. Het kan altijd nog. Een tweede reden is dat er op dit moment zoveel gebeurt, het beter is om nog even af te wachten of het überhaupt nodig is. Ten slotte noemt hij de financiering die gedeeltelijk een greep uit de parkeerreserve is. Dit zijn structurele gelden die voor structurele uitgaven bedoeld zijn. De heer Dirkse denkt dat de uitbreiding van de garage wel nodig is, omdat er allerlei plekken op straat worden verwijderd. Mevrouw Zeggelt vindt het belangrijk dat Leiden “ruim” kan ontvangen. In het mooie geval dat niemand meer met de auto naar Leiden komt, zal er nog steeds voldoende emplooi zijn voor de garage.
De kosten die met de investering gepaard gaan, kunnen prima betaald worden. D66 zal het voorstel van SP niet steunen. Mevrouw Van Bree hoort de heer Theeuwen niets zeggen over de renovatie en deze kan niet wachten. De garage is erg verouderd en de lift is ook toe aan vernieuwing. Dit zijn zaken die qua veiligheid niet kunnen wachten. De heer Vos begrijpt het probleem met het hoge bedrag. Het besluit moet echter in samenhang met andere besluiten in de binnenstad worden gezien. Parkeerplaatsen op de Kaasmarkt verdwijnen en binnenkort worden duizend plaatsen getransformeerd naar vergunninghoudersplekken. De heer Brink denkt dat uitstel altijd mogelijk is en er verandert veel en wellicht heeft dit een gunstig effect op de financiering. Kosten kunnen in een economische recessie ook dalen en uitstel kan daarom gunstig zijn en misschien komt van uitstel wel afstel. CU zal een voorstel van SP steunen. De heer Hemel ziet toch wel duidelijk de noodzaak gezien de verwijdering van parkeerplaatsen in de binnenstad. CDA steunt een voorstel van SP niet. Mevrouw Van den Berge zou ook graag uitstel en eventueel afstel zien. PvdD zal een voorstel van SP steunen. De heer Theeuwen zal in samenwerking met PvdD en CU met een voorstel komen. Wethouder North wijst er nog op dat de afschrijving van de garage gewoon volgens de begrotingsregels verloopt.
De voorzitter concludeert dat het hiermee een bespreekstuk voor de raad komt. De voorzitter schorst de vergadering voor een korte pauze. PROGRAMAA 5 OMGEVINGSKWALITEIT
17
10.
21.0136 Uitvoeringsbesluit Vogelwijk / Raadsherenbuurt fase 1 wijkvervanging
De voorzitter deelt mee dat in het ‘Uitvoeringsbesluit Vogelwijk Raadsherenbuurt Fase 1’ staat beschreven hoe het westelijk deel van de Raadsherenbuurt en de Vogelwijk wordt verbeterd. Deze verbetering gaat over de herinrichting van de straten, maar ook over zogenoemde klimaatadaptatie en vergroenen van de wijk. De commissie kan advies uitbrengen aan de raad over vaststelling van het raadsvoorstel. Er zijn technische vragen gesteld door GL, Pvd en PS, deze zijn beantwoord, doorgestuurd en staan in PP. Eerder op de avond is een inspreker gehoord en er is een schriftelijke inspraakreactie van de heer De Waal. Deze staat in PP. Ook wordt voorgesteld om 8 toezeggingen af te doen. Commissie Mevrouw Schreuder dankt de ambtenaren en bewoners die het besluit tot een succes hebben gemaakt. GL spreekt steun uit voor variant 2. Wellicht had het groener gekund, de parkeerdruk in de Vogelwijk loopt op tot 64% en de Nachtegaallaan wordt geen fietsstraat, maar gezien het intensieve participatietraject wordt echter gekozen voor een compromis. Aan de wethouder wordt gevraagd of het college voornemens is om de variant voor de Nachtegaallaan over een aantal jaar te evalueren om te beoordelen of dit qua veiligheid en bereikbaarheid iets heeft opgeleverd. De heer Vos vindt ook dat er een goed, afgewogen Uitvoeringsbesluit voor een wijkvervanging voorligt waarbij ook de participatie geslaagd is.