Verslag Raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid d.d. 300921
Tekst van het document
Gemeenteraad van Leiden Conceptverslag van de fysieke vergadering van de raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid, gehouden op donderdag 30 september 2021 in het Hoogheemraadschap De integrale gesproken tekst van de vergadering en die van eventuele insprekers is te beluisteren op www.leiden.raadsinformatie.nl Aanwezig: Voorzitter Commissieleden L&B
de heer E. Krijgsman mevrouw M. van den Berge (PvdD), E. van Bree (GL), de heer A. Brink (CU), de heer M. Dirkse (VVD), de heer S. Hemel (CDA), mevrouw A. Jordan (D66), de heer A. Jermoumi (PvdA), de heer T. Leest (VVD), de heer M. Newsome (PvdA), de heer Sauvé (SP), mevrouw M. van Schaik-Gerritsen (PvdD), mevrouw M. Schreuder (GL), de heer A. Siwpersad (LP), de heer A. Theeuwen (SP), de heer T. Vos (PS) en mevrouw F. Zeggelt (D66)
College
de heer H. Lenferink, A. North
Insprekers
de heer M. Urai namens Extinction Rebellion (agendapunt 2), mevrouw C. Gonsalves op persoonlijke titel en mevrouw B. Hoogheid namens Bomenbond Rijnland (agendapunt 9)
Overige aanwezigen
de heer J. van Holsteyn, voorzitter Referendumkamer (agendapunt xx)
Commissiegriffier
mevrouw G. Haasnoot
Afmeldingen
de heer R. Storm (CDA)
Notulist
mevrouw A. Vernooij (Notuleerservice Nederland)
OPENING
1.
Opening en vaststellen agenda
De voorzitter opent de fysieke vergadering om 20.00 uur. De heer Storm (CDA) is verhinderd. De heer Jermoumi (PvdA) zal later aanschuiven. Vaststellen van de agenda: Aan de commissie is voorgesteld om agendapunt 6 (Parapluherziening beleidsregels parkeren Binnenstad en Stationsomgeving) als hamerstuk te behandelen. Er zijn geen discussiepunten aangedragen vanuit de fracties om deze alsnog als bespreekstuk te behandelen. Wel heeft de heer Vos (PS) aangegeven een korte mededeling te willen doen. De heer Vos stelt dat PS aanvankelijk wel de behoefte had om agendapunt 6 te bespreken, omdat de raad de verantwoordelijkheid heeft om juridisch te toetsen. PS is akkoord om het als hamerstuk te behandelen vanwege de uitgebreide agenda en omdat er in de commissie onvoldoende draagvlak is voor bespreking. In de raad zal PS tegen stemmen met een stemverklaring. Er hebben zich twee mondelinge insprekers gemeld voor agendapunt 9 (Uitvoeringsbesluit herinrichting Centrumroute fase 4, tracédeel Schuttersveld). Omdat dit pas later op de avond wordt
1
behandeld, is het voorstel om deze mondelinge insprekers al eerder te laten inspreken bij agendapunt 2, Burger aan het Woord. De agenda wordt gewijzigd vastgesteld.
2.
Burger aan het woord
De heer Urai spreekt in namens Extinction Rebellion naar aanleiding van het meest recente IPCCrapport. De heer Urai stelt dat uit het IPCC-rapport blijkt dat er nog slechts tien jaar de tijd is voor een radicale omslag in het klimaatbeleid. Nadat de vorige keer is ingesproken, is met alle partijen gesproken die de wetenschap begrijpen. Uit het beleid blijkt dit echter niet. Leiden volgt nog altijd de nationale richtlijnen wat betreft uitstoot en luchtkwaliteit die niet afdoende zijn. In de EU is Nederland een van de minst ambitieuze lidstaten als het gaat om klimaatdoelen. In het meest gunstige geval zal de spiegel van de Noordzee in 2100 zijn gestegen met 30 cm. In het slechtste geval, als er geen maatregelen worden genomen, zal dit 2 m. zijn. In het rapport Urbanisten Klimaatadaptief, dat als bijlage bij het raadsvoorstel over de Hoge Mors is gevoegd, staat letterlijk dat Leiden nog geen beleid of ambitie heeft vastgesteld over hoe met klimaatverandering om te gaan. In de vorige verkiezingen is de klimaatcrisis in geen enkel partijprogramma benoemd. Een aanbeveling van Extinction Rebellion is om een burgerberaad in te stellen in Leiden, zoals Amsterdam heeft gedaan, waar dit in november van start gaat. De insprekers bij agendapunt 9 krijgen, gezien de late agendering, ook de gelegenheid om bij dit agendapunt in te spreken.
Mevrouw Gonsalves woont aan de Rijnsburgersingel om de hoek bij het Schuttersveld. Helaas heeft zij de inspraakronde gemist. Zij maakt zich zorgen over de oversteek voor voetgangers in het plan, omdat op dit moment de oversteek vanaf de Rijnsburgersingel naar de overkant zeer slecht zicht geeft. In het plan staat nergens een oversteek en zij wil vanavond de voetgangers die wat slechter ter been zijn onder de aandacht brengen. Op de website staat dat de veranderingen op het Schuttersveld ook ten goede komen van de verkeersveiligheid, maar het is haar niet duidelijk hoe deze verkeersveiligheid wordt gerealiseerd. Mevrouw Van Bree meent dat de huidige oversteek net buiten het plaatje valt. Mevrouw Gonsalves zegt dat er wel strepen op de weg zijn aangebracht, maar die betekenen niets wat betreft voorrang voor voetgangers. Een zebra is er pas richting Stationsplein bij de verkeerslichten. Mevrouw Van Bree vraagt wat een oplossing zou kunnen zijn. Mevrouw Gonsalves heeft van een verkeerskundige begrepen dat het vrij ingewikkeld is, maar zij denkt dat het wel nodig is om ergens meer veiligheid in te bouwen. Mevrouw Zeggelt herkent de situatie die mevrouw Gonsalves schetst, omdat zij hier vaak fietst. --Mevrouw Hoogheid spreekt in namens de Bomenbond Rijnland.
Mevrouw Hoogheid wijst op de stressvolle situatie als men met de fiets vanaf het station voor de Valkbrug oversteekt richting Maresingel. De vraag is of de gekozen variant in het plan de beste is. Er is gekozen voor verbetering van de oversteek op een eerder stuk op het verlengde van de Schipholweg. De Leilindes moeten hier wijken voor een ruimere opstelplaats om vervolgens achter een rij populieren op een smal tweerichtingen fietspad terecht te komen. In de huidige fase van het tracédeel wordt slechts een iep geofferd. Mevrouw Hoogheid adviseert om iets aan de oversteek voor de brug te doen en om te wachten met de aanleg van het twee richtingen fietspad totdat het
2
tweerichtingen fietspad op de Rijnsburgerweg ook wordt aangelegd. Een voordeel van deze tweede optie is tijdswinst zodat de compensatie-bomen kunnen groeien en de populieren aan het eind van hun leven komen, zodat ze geen gevaar meer kunnen opleveren door vallende takken.
3.
Mededelingen, en regionale aangelegenheden a. Mededelingen
Mededelingen college Er zijn geen mededelingen. Rondvragen De vier rondvragen voor wethouder North worden eerst behandeld. De rondvraag voor de burgemeester zal later worden behandeld. De heer Dirkse (VVD) stelt voor om de rondvraag van de heer Newsome (PvdA) en die van de VVD samen te voegen, omdat deze de veiligheidssituatie van de oversteekplaats van de Leidseweg en de Haagweg betreffen. Recent is er wederom een aanrijding geweest bij de oversteekplaats van de Leidseweg en de Haagweg. Dit is het zoveelste incident op deze beruchte oversteekplek. Hoe taxeert het college de huidige veiligheidssituatie op deze plek in het licht van recente ongelukken en welke maatregelen kan de gemeente nemen om het kruispunt veiliger te maken? De heer Newsome (PvdA) meldt dat gisteren helaas opnieuw een ongeluk heeft plaatsgevonden op de fietsrotonde bij de Herenstraat en Koninginnelaan. Vanaf het moment dat de fietsrotonde is opgeleverd, hebben fietsers voorrang op het autoverkeer en helaas hebben sinds een jaar tijd veel ongelukken plaatsgevonden. Van bewoners rond de Herenstraat is begrepen dat er ook veel bijnaongelukken plaatsvinden. De fracties van VVD en PvdA maken zich zorgen over de veiligheid van de fietsrotonde en hij denkt dat namens veel mensen wordt gesproken als wordt gezegd dat er wordt gehoopt dat er snel een veiliger situatie op de kruising Herenstraat-Koninginnelaan komt.
Daarom twee vragen aan de wethouder: 1. Gegeven dat er al een jaar, sinds de oplevering, onrust is over deze fietsrotonde: Is de wethouder bereid om zich maximaal in te spannen voor een veiliger situatie en is hij bereid om serieus na te denken over een veiliger situatie en is het aanpassen van de voorrangssituatie hierbij een optie? Hiermee wordt bedoeld dat fietsers geen voorrang meer hebben op deze rotonde. 2. Als de wethouder niet bereid is de voorrangssituatie om te draaien, wat is dan nodig om de situatie veiliger te maken? Wethouder North stelt dat verkeersveiligheid het belangrijkste uitgangspunt is in verkeersbeleid. Op het kruispunt bij de Groote Vink gebeuren inderdaad helaas regelmatig ongevallen. Naar aanleiding van vragen van CDA eind 2019 heeft het college aangekondigd om op korte termijn aanpassingen te doen aan de kruising die zijn doorgevoerd, zoals een extra drempel. Tevens is aangekondigd dat een grootschaliger herinrichting zou worden meegenomen bij het fietsbeleid. Het is nog te vroeg om aan te geven of de kortetermijnmaatregelen hebben geholpen, maar het is duidelijk dat het wenselijk is om eenrichtingverkeer te realiseren en de raad heeft dit ook mogelijk gemaakt bij de vaststelling van het fietsbeleid.
De voorbereidingen worden op dit moment getroffen en hierbij wordt gedacht aan het scheiden van fiets- en autoverkeer door de auto’s via de bestaande onderdoorgang te laten rijden in combinatie met de aanleg van een rotonde. De fietsoversteken komen hiermee te vervallen waardoor auto’s en fietsers niet meer met elkaar kunnen conflicteren. Zeer recent heeft het college een intentieovereenkomst gesloten met Voorschoten dat hier vlakbij woningbouw realiseert waarbij het idee is om de Leidseweg af te sluiten voor auto’s en om een nieuwe ontsluitingsweg aan te leggen waarbij de auto’s en fietsers ook gescheiden zouden moeten worden. Het college heeft een dezer dagen de voortgangsrapportage over Leiden Duurzaam Bereikbaar gestuurd. De heer Dirkse begrijpt dat vanuit Stevenshof de tunnel onderdoor gegaan moet worden om naar Voorschoten te gaan.
3
Wethouder North bevestigt dat de plannen hierop zijn gericht. Vervolgens gaat hij in op de Herenstraat. Het aantal ongevallen en het aantal bijna-ongelukken is voor het college aanleiding om steeds alert te zijn en actief te monitoren. Het college constateert dat het aantal ongevallen afneemt ten opzichte van de eerste periode nadat de rotonde is aangelegd. Op 11 juni jl. is een ongeval geregistreerd en gisteren nog een keer. In het verleden heeft de wethouder opgeroepen om alle klachten te melden om beter te kunnen sturen. Sinds het vorige ongeval hebben hem geen klachten meer bereikt. Het college is vooralsnog inhoudelijk niet van standpunt veranderd ten aanzien van het omdraaien van de voorrangssituatie. De verwachting is niet dat dit de verkeersveiligheid ten goede zou komen, omdat na onderzoek en signalen vanuit de omgeving bewust is gekozen om de oude situatie waarin de auto voorrang had, te wijzigen met als doel het verbeteren van de verkeersveiligheid. Als de fietser uit de voorrang zou worden gehaald, gaat dit ook voor de voetgangers gelden wat erin zal resulteren dat de positie van de voetganger minder veilig wordt. Daarnaast liggen de fietsoversteken bij de Herenstraat Noord en de Leuvenstraat op een verhoogde aanrit waardoor op dit moment de voorrang niet omgedraaid kan worden. Het zou de onveiligheid vergroten door verschillende regimes op één kruising te hebben.
Verder is er weinig opstelruimte voor fietsers om te wachten en in een dergelijk geval blijven ze niet lang wachten en ook dat kan tot gevaarlijke situaties leiden. Alle ontwerpmogelijkheden ten aanzien van het verbeteren van de verkeersveiligheid zijn inmiddels uitputtend verkend en waar mogelijk ook toegepast. De wethouder stelt voor dat een verkeerskundige een presentatie komt geven over de dilemma’s en de gemaakte keuzes en naar aanleiding van de presentatie het gesprek aan te gaan. De heer Newsome (PvdA) staat hier positief tegenover. Hij denkt dat het goed is dat de raad goed betrokken blijft bij het onderwerp. De voorzitter concludeert dat ook de heer Dirkse positief reageert. --De heer Leest (VVD) meldt dat VVD de laatste tijd regelmatig signalen krijgt over zwerfvuil en bijplaatsingen bij afvalcontainers. Eerder heeft hij al vragen gesteld over de locatie Medusastraat/Kooilaan en heeft hij ook voor camera’s gepleit bij bekende afval hotspots. Enkele jaren geleden leek deze problematiek, mede dankzij het datagericht werken door beheer, juist vrij goed onder controle en werd er minder geklaagd. De cijfers van de stads- en wijkenquête bevestigen nu het zorgelijke beeld: Ten opzichte van 2017 is er een enorme daling van het aantal Leidenaars dat vindt dat de afvalcontainers en directe omgeving er in hun buurt schoon uitzien. In een artikel op Sleutelstad d.d.
13 september jl. worden de cijfers op een rij gezet en gemeld dat vooral in LeidenNoord en in het stations- en Boerhaavedistrict de overlast is toegenomen. Een proef met kleine kunstgrasveldjes rond enkele afvalcontainers in de Merenwijk wordt niet verder uitgebreid, omdat dit blijkbaar niet het gewenste effect oplevert. Daarom heeft VVD de volgende vragen aan het college: 1. Herkent het college het geschetste beeld? 2. Zijn er - naast corona – andere redenen voor deze negatieve ontwikkeling? 3. Hoe wordt ervoor gezorgd dat het aantal afval hotspots weer wordt teruggebracht naar (bijna) nul, zoals dat enkele jaren terug het geval was? 4. Lopen er – naast de kunstgrasveldjes – nog andere proeven om het gedrag van Leidenaars positief te beïnvloeden? 5. Eerder heeft de burgemeester toegezegd dat er een onderzoek zou komen naar de mogelijke inzet van camera’s op hardnekkige afval hotspots in onder meer de Slaaghwijk. Wanneer is hierover meer bekend? Wethouder North herkent het door de heer Leest geschetste beeld. Hierbij wijkt het beeld van het Noorderkwartier niet af van elders in de stad. Het gaat niet zozeer om meer locaties waar afval wordt gedumpt, maar de hoeveelheid afval die wordt gedumpt is toegenomen. Voor zover bekend, zijn hiervoor geen andere ontwikkelingen aan te wijzen dan corona.
In deze periode is de gebruikersdruk op de openbare ruimte flink toegenomen en mensen bestellen veel meer vanuit huis. Een ander aspect is dat de handhaving volledig is gefocust op het handhaven van coronamaatregelen waardoor minder capaciteit beschikbaar was voor afval dumping. Het college denkt dat de overlast zal afnemen als de normale situatie weer terugkeert. Doordat de horeca weer open gaat, neemt de druk op de
4
openbare ruimte al af en de verwachting is dat het afvalaanbod zal afnemen nu mensen minder vaak thuis zullen werken. Het aantal medewerkers bij het team Inzameling en Reiniging wordt de komende periode weer naar het normale niveau gebracht en de routine om periodiek hotspots te onderzoeken en op te ruimen zal in principe weer worden opgepakt. De komende maanden zal de situatie nauwgezet worden gemonitord. Als de situatie onverhoopt niet verbetert, komt de wethouder bij de raad terug. Er lopen een heleboel proeven om het gedrag van Leidenaars positief te beïnvloeden. Hierbij valt te denken aan initiatieven als opschoonacties, containeradoptie, inzameldagen, acties om dumping in de grachten tegen te gaan en programma’s via scholen om kinderen bewust te maken van het afvalprobleem. De burgemeester heeft toegezegd te onderzoeken op welke specifieke hotspots het ondanks alle maatregelen niet lukt de bijplaatsingen onder controle te krijgen. Een uitgebreide notitie hieromtrent volgt medio december. Inmiddels is wel duidelijk dat inzet van camera’s bij hotspots juridisch heel complex is vanuit het oogpunt van privacy en het is bovendien erg arbeidsintensief. Een brief over zwerfafval, die wethouder Delft heeft toegezegd tijdens afwezigheid van wethouder North, zal voor de begrotingsbehandeling worden rondgestuurd.
Tot slot noemt hij de nieuwe meldingen App waarop meldingen met betrekking tot de openbare ruimte doorgegeven kunnen worden. --Mevrouw Van den Berge (PvdD) stelt dat een van de ambities om de modal shift zoals genoemd in de mobiliteitsnota te bereiken, het ondersteunen van deelconcepten is zoals de elektrische deelauto’s. Het bedrijf MyWheels heeft gemeld dat ze voor de twee elektrische deelauto's, tot voor kort gestald op het de Anthony Fokkerweg bij de Rabobank, een nieuwe plek moeten zoeken op hun vaste autodeelplekken. Hiervoor moeten zij dan laadpalen organiseren waarbij ze bij de gemeente oplopen tegen "een moeizaam en tijdrovend proces". De enige mogelijkheid lijkt om een dure vergunning aan te vragen. PvdD vindt het teleurstellend om te horen dat deze aanvraag zo moeilijk gaat. Wat is er tot nu toe gedaan om dit bedrijf te ondersteunen bij het komen tot een oplossing? Is het mogelijk om snel tot een oplossing te komen met een vergunning die niet zo duur is en eerder stimuleert om nog meer elektrische deelauto's aan te bieden zodat aanbieders niet verdwijnen uit Leiden? Wethouder North bevestigt dat de modal shift een belangrijk beleidsdoel is van de mobiliteitsnota en elektrisch rijden. Deelmobiliteit hoort hier zeker bij. De e-mail die PvdD heeft ontvangen, heeft hij gisteren ook gekregen.
Het college ondersteunt en faciliteert deelconcepten wat blijkt uit het feit dat de afgelopen tijd 26 nieuwe autodateparkeerplaatsen zijn aangelegd voor MyWheels en de komende weken komen hier nog 12 plekken bij voor Greenwheels. Hiernaast ondersteunt het college ook een privaat autodeelinitiatief op de Kaasmarkt waar tien tot vijftien bewoners gezamenlijk drie auto’s delen. De twee plekken waar PvdD specifiek op is ingegaan, lagen op het eigen terrein van de Rabobank. Als deze verplaatst moeten worden naar de openbare ruimte is er een verkeersbesluit nodig. De gemeente is reeds in gesprek met MyWheels om een geschikte locatie te vinden voor deze parkeerplaatsen en er is zelfs aangeboden om de parkeerplaatsen alvast aan te leggen en pas achteraf een verkeersbesluit te nemen. Het aansluiten van een oplaadpaal kost echter tijd en dit ligt buiten de macht van de gemeente. In overleg met MyWheels is bekeken of er eerst twee gewone voertuigen geplaatst kunnen worden en deze te zijner tijd te vervangen door elektrische voertuigen. --De rondvraag van PS voor burgemeester Lenferink wordt voor agendapunt 8 behandeld.
De heer Vos meldt dat de burgemeesters van 36 grote en kleine gemeenten onlangs een manifest hebben gepresenteerd tegen ondermijnende drugscriminaliteit met daarin een nieuwe integrale aanpak die bestaat uit: Investeer en versterk de gehele strafrechtketen, breek de gouden roltrap af, haal het verdienmodelweg weg door softdrugs te legaliseren en mobiliseer de samenleving. 1. Hoe staat de gemeente Leiden tegenover de inhoud van dit manifest? 2. Is de burgemeester bereid om zich ook aan te sluiten bij dit manifest? Burgemeester Lenferink zegt dat er goede dingen in het manifest staan, maar hij vraagt zich af of een manifest helpt. De aanpak komt ook terug in de begrotingsstukken van Justitie en Veiligheid. Er vindt continu overleg plaats met het ministerie.
5
b. Regionale aangelegenheden De voorzitter deelt mee dat op vrijdagmiddag 8 oktober een informele bijeenkomst (en wandeling) plaatsvindt over het onderzoek naar de busroutering (LB).
4.
Lijst van toezeggingen en actiepunten
Er zijn afdoeningsvoorstellen van het college voor de volgende toezegging: Toezegging (aan PvdA, SP, PS en CU) bij behandeling Agenda Autoluwe Binnenstad: Er wordt contact opgenomen met wijkvereniging en bewoners Zeeheldenbuurt bij Zijlsingel over de miscommunicatie over de maatregelen m.b.t. de Zijlsingel. De heer Newsome (PvdA) complimenteert de wethouder met de voorgestelde maatregelen die uitgebreid zijn, de situatie overzichtelijker en veiliger maken en die ook heel snel worden uitgevoerd. De voorzitter concludeert dat de commissie LB instemt met de gedane afdoeningsvoorstellen door het college.
5.
Besluitenlijst van 9 september 2021
de
commissie
Leefbaarheid
en
Bereikbaarheid
van
De besluitenlijst wordt ongewijzigd vastgesteld.
HAMERSTUKKEN
PROGRAMMA 4 BEREIKBAARHEID 6.
21.0075 Parapluherziening beleidsregels parkeren Binnenstad en Stationsomgeving
De commissie LB adviseert aan de raad van 7 oktober 2021 2021 om ‘RV 21.0075 Parapluherziening beleidsregels parkeren Binnenstad en Stationsomgeving’ als hamerstuk te behandelen. Hierbij zal de heer Vos (PS) tegen stemmen en een stemverklaring afleggen.
BESPREEKSTUKKEN
PROGRAMMA 4 BEREIKBAARHEID
7.
21.0028 Beleidsprogramma Voetganger 2020-2030 (inhoudelijke behandeling)
De voorzitter licht toe dat het college de raad voorstelt om het beleidsprogramma Voetganger 20202030 vast te stellen. Hierin is vastgelegd hoe men in Leiden de voetganger op de kaart wil zetten. Het college richt zich daarbij op veilige en comfortabele looproutes, op duidelijkheid van bewegwijzering en op het verbeteren van de veiligheid en overzichtelijkheid in drukke gebieden en bij oversteekplaatsen. Het doel van behandeling in de commissie is om advies uit te brengen aan de raad over vaststelling van het raadsvoorstel ‘Beleidsprogramma Voetganger 2020-2030’. Er zijn technische vragen gesteld door PS en PvdA. Deze zijn beantwoord en staan in PP. De commissie LB heeft op 22 april jl. de insprekers gehoord en deze bijdragen staan in PP.
6
Commissie Mevrouw Van Bree is blij dat er een voetgangersbeleid wordt vastgesteld en het is goed dat op dit moment al ambitie wordt getoond. GL vindt het van belang dat het Platform Gehandicapten en de organisatie Wij Staan Op! blijven meekijken op infrastructurele plannen. Mevrouw Zeggelt zegt dat D66 graag vasthoudt aan de uitgangspunten van een schoon, aangenaam en veilig straatbeeld. Zij hoopt dat hier nog aan toegevoegd kan worden dat de belemmeringen voor voetgangers met een beperking ook worden opgelost. De heer Brink noemt het een mooi programma met veel uitgangspunten en principes waarin CU zich goed kan vinden zoals de aandacht voor veiligheid voor voetgangers en kwetsbare verkeersdeelnemers. Met de ambitie voor goede en veilige looproutes wordt de stad ook beter toegankelijk voor minder validen. CU mist een concrete uitwerking van de visie. Er zijn tien actiepunten die de komende jaren worden uitgevoerd. Een punt als het voetgangersnetwerk obstakelvrij en voldoende vrij maken, is heel belangrijk maar het is de vraag hoe dit kan worden gerealiseerd in een gebied waar de ruimte zeer beperkt is. Hoe wordt de overlast door hinderlijk geplaatste auto’s en fietsen opgelost in de compacte binnenstad van Leiden als tevens wordt gesteld dat na de coronacrisis wordt ingezet op handhaving van verkeerd geparkeerde fietsen die lange tijd niet worden gebruikt.
CU had graag een tijdpad of een prioriteitenlijst gezien. De heer Newsome (PvdA) stelt dat de stad met dit programma een stuk beter wordt om doorheen te wandelen. PvdA constateert net als CU dat er geen uitvoeringsprogramma is gemaakt en vraagt zich ook af wat het tijdpad is en aan welke zaken prioriteit wordt gegeven. Een tweede discussiepunt is shared space. Dit wordt nu toegepast op het kruispunt Korevaarstraat/Breestraat en op het Stationsplein. Voor voetgangers is het onoverzichtelijk en mensen ervaren hier meer stress dan elders in de stad. PvdA stelt voor om shared space niet meer toe te passen of er zeer terughoudend mee omgaan. Het voetgangersbeleid staat vol met ambities voor de binnenstad, maar een oproep is om de aandacht voor de wijken niet uit het oog te verliezen. De heer Theeuwen vindt het bijzonder dat Leiden een van de weinige gemeenten is met een voetgangersbeleid. Ook de participatie bij het beleid is goed geweest. Hoewel er geen uitvoeringsprogramma bij het beleid is, heeft het college toegezegd dat er een evaluatie komt. Dit zou hij willen aandragen als bespreekpunt. Zebra’s komen nog aan de orde, maar deze zijn direct verbonden met de shared space en SP hoort graag wanneer het beleid voor zebra’s komt. Voor SP is het belangrijk om in ieder geval bij bushaltes zebra’s aan te leggen.
Een laatste discussiepunt is de fietsers en voetgangers op de markt tijdens marktdagen. Mevrouw Van den Berge is blij dat Leiden specifiek een voetgangersbeleid heeft opgesteld, omdat PvdD de voetganger het liefst op de eerste plaats zet. De ambitie om wandel- en fietspaden aan te leggen, obstakelvrij te maken of te verbreden is duidelijk. Voor PvdD is echter het behoud van het bestaande groen essentieel. Hiervoor wordt een voorstel overwogen. Er komen beleidskaders voor de afweging tussen oversteekplaatsen en zebra’s en PvdD pleit voor meer zebra’s. Eventueel overweegt PvdD hiervoor een motie. PvdD is ook geen voorstander van shared spaces. Deze staan haaks op uitgangspunt 3, inclusiviteit en lopen en actiepunt 5 dat stelt dat de openbare ruimte voor iedereen toegankelijk moet zijn. Het concept levert onoverzichtelijke gevaarlijke pleinen op. Voet- en fietspaden verschillen vaak alleen in kleur in plaats van hoogteverschil. Dit zorgt ervoor dat fietsen hoeken afsnijden. De wethouder wordt verzocht om een jaar na aanleg van dit soort straten een evaluatie te doen. De voetgangersbeweging heeft een lijst met aanbevelingen gestuurd en de wethouder wordt gevraagd om deze op te pakken. PvdD vindt de maximum snelheid van 30 km per uur heel belangrijk.
De heer Vos constateert dat in de praktijk vaak nog veel obstakels in de openbare ruimte zijn voor voetgangers zoals krappe stoepen of geparkeerde fietsen en auto’s die stoepen blokkeren. Binnen de gemeentelijke afdelingen is helaas nog te weinig afstemming en daarom is het goed dat het college een integrale werkwijze nastreeft en als een van de eerste gemeenten een voetgangersbeleid heeft opgesteld. Om dit te laten slagen, dienen wel diverse knelpunten in de stad te worden aangepakt. De Voetgangersbeweging heeft hiervoor een uitgebreide lijst aangeleverd en het college zou hier actief
7
mee aan de slag moeten. Een specifiek probleem vormt de kommarotonde, de kruising van de Jan van Houtkade, Geregracht, Korevaarstraat en Lammenschansweg die op dit moment met name voor voetgangers een gevaarlijke situatie oplevert. Vragen van PvdD naar aanleiding van signalen van buurtbewoners hebben niet geleid tot onderzoek. PS brengt dit als discussiepunt in en stelt voor om een zebrapad aan te leggen en te onderzoeken of hier een maximumsnelheid van 30 km per uur mogelijk is. Een tweede discussiepunt is een pilot voor de inzet van knipperbollen bij voetgangersoversteekplaatsen. De heer Siwpersad denkt dat voor dit voetgangersbeleid redelijk goed participatie is toegepast. Ook hij verzoekt een toezegging van de wethouder om serieus te kijken naar de lijst van aanbevelingen van de Voetgangersbeweging. De heer Hemel vindt het ook goed om ruimte voor de voetganger te creëren, zeker in het centrum van de stad. CDA heeft ook zorgen over shared spaces waar geen sprake is van duidelijkheid voor fietsers en bescherming van voetgangers, zeker niet omdat er steeds harder wordt gefietst. Om deze te vermijden, brengt CDA dit in als discussiepunt. CDA mist de wijken en kinderen. Deze doelgroep loopt door de wijken, maar spelen er ook en kinderen moeten ruimte krijgen en beschermd worden.
Voor CDA is het belangrijk dat winkels toegankelijk blijven voor fietsers om even snel een boodschap te doen en daarom zou de geparkeerde fiets niet helemaal moeten verdwijnen uit de openbare ruimte. De heer Dirkse heeft het idee dat er niet heel veel nieuw beleid in de voetgangersnota staat. Er staat veel over weesfietsen, maar VVD vraagt of te zijner tijd ook wordt opgetreden tegen de bankjes bij mensen voor de deur. Met betrekking tot de weesfietsen is hij benieuwd hoe dit probleem concreet wordt aangepakt. College Wethouder North zegt dat het programma is ontstaan vanuit de participatie van de mobiliteitsnota gekomen. De complimenten voor de nota zijn dus bedoeld voor de inwoners. Met organisaties als het Platform Gehandicapten en Wij Staan Op! wordt met regelmaat gesproken, zeker als het gaat om herinrichtingen. Het college heeft er bewust voor gekozen om een beleidsprogramma te maken en niet ook een uitvoeringsprogramma. Dit lijkt niet nodig, omdat de kaders die worden meegegeven, meegenomen kunnen worden in de projecten en dit is ook de meest kostefficiënte manier. Een andere reden is dat er op dit moment sprake is van een zeer beperkte capaciteit, met name in het cluster stedelijke ontwikkeling en bij de afdeling mobiliteit. In de voortgangsrapportage over Leiden Duurzaam Bereikbaar kan een update over de projecten worden gegeven.
Na een jaar kan eventueel worden bepaald of dit werkt of dat wellicht toch een uitvoeringsprogramma wenselijk is. Maatregelen om de overlast van geparkeerde auto’s en fietsers tegen te gaan, is veelal belegd in de agenda autoluwe binnenstad. In de wijkvervangingen kunnen veel maatregelen worden genomen om de omgeving voor de voetganger te verbeteren. Wat betreft shared spaces verzoekt de wethouder om het college ruimte te laten houden om dit toe te passen waar het echt niet anders kan zoals op locaties waar ruimtegebrek is. Ook hij heeft signalen ontvangen dat mensen de situatie bij de Korevaarstraat onprettig vinden, maar sinds de invoering hiervan zijn er geen ongelukken meer gebeurd. Uit ruimtegebrek is dit de enige oplossing die mogelijk was. Hij kan zich voorstellen dat hier terughoudend mee omgegaan moet worden. In een oversteekwijzer zal worden aangegeven wanneer welk middel kan worden toegepast. De wethouder heeft gezien de urgentie al opdracht gegeven om hiermee aan de slag te gaan. De uitkomst hiervan zal met de commissie worden gedeeld. De heer Theeuwen vraagt of dit als raadsvoorstel naar de raad komt. Wethouder North licht toe dat het een collegebevoegdheid is, omdat het om beleidsregels gaat. Hij zal de commissie wel informeren middels een brief die kan worden geagendeerd, zodat het gesprek er in ieder geval over gevoerd kan worden.
De heer Theeuwen begrijpt dat de input dus op korte termijn moet worden gegeven.
8
Wethouder North denkt dat dit moment ligt na de participatie als er meer invulling is gegeven aan de oversteekwijzer. De heer Theeuwen vraagt hoe de wethouder tegen het ontmoedigingsbeleid voor fietsen op de markt aankijkt. Denkt hij hierbij wellicht aan een verkeersbesluit? Wethouder North stelt dat dit een technisch aspect is dat hij zal moeten uitzoeken. Het beleid is vastgesteld bij de autoluwe binnenstad en hierin is bepaald dat het marktgebied rond de Nieuwe Rijn een voetgangersgebied wordt. Het is wel complex om dit te implementeren, maar dit is beleid dat door de raad is vastgesteld. Het college heeft meerdere keren vragen beantwoord over de kommarotonde en uitgelegd waarom het niet mogelijk, nodig en wenselijk is om hier een zebrapad aan te leggen. Ondanks het feit dat het een intensief gebruikte kruising is, gebeuren er nauwelijks ongelukken. Er is goed contact met de Voetgangersbeweging en de punten die worden ingebracht, worden serieus besproken. De wijkvervanging is een logisch moment om aan de veiligheid van kinderen te denken. Wat betreft de overlast van weesfietsen wordt in ieder geval de stallingsmogelijkheid voor fietsen in het centrum vergroot. Daarnaast zal ook worden gehandhaafd op weesfietsen.
Het college doet er alles aan om zo veel mogelijk bomen te behouden en om zo veel mogelijk bomen toe te voegen, maar de situatie kan zich voordoen dat wordt gekozen voor een betere toegankelijkheid door een voetpad te verbreden. Bomen die hiervoor eventueel moeten wijken, zullen worden gecompenseerd. Een voorstel is om het tracé op de centrumroute waar het concept van gelijke voet- en fietspaden wordt toegepast, te gebruiken om het concept te evalueren. Discussiepunten De heer Brink kan leven met de toezegging van de wethouder om de uitvoering mee te nemen in de regelmatige evaluatie en om hierin dan de punten die missen in de uitvoering op dat moment aan de orde te stellen. De heer Newsome zegt dat bij bestaande projecten aan de slag wordt gegaan, maar er zijn ook punten waar het nodig is om nu iets voor de voetgangers te doen, maar de werkzaamheden wat verder in de toekomst liggen. Maar het voorstel van de wethouder is op dit moment afdoende en hij ziet uit naar een spoedige evaluatie. --De heer Newsome is voornemens om met een motie of amendement te komen inzake het zeer terughoudend zijn met shared spaces, maar hij is benieuwd hoe de commissie hier tegenover staat. De heer Theeuwen ziet wel een conflict tussen de doorstroming als gevolg van shared spaces en de veiligheid van voetgangers.
SP zou kiezen voor veiligheid en als PvdA dit bedoelt, kan SP een voorstel hiervoor steunen. Een evaluatie is in ieder geval opportuun. De heer Newsome licht toe dat er wat PvdA betreft altijd gekozen moet worden voor gescheiden fietsen voetpaden, tenzij er een reden is vanwege ruimtegebrek. De heer Theeuwen meent dat de positie van de voetganger in shared spaces kwetsbaar is. Daarom denkt hij aan zebra’s als een garantie voor het veilig oversteken. Mevrouw Van Bree heeft van de wethouder begrepen dat in de shared spaces eigenlijk nooit ongelukken gebeuren. De heer Theeuwen heeft echter het gevoel dat het onveilig is voor de voetganger. Kan hij dit toelichten? De heer Theeuwen zegt dat voetgangers geen goede manier hebben om veilig aan de overkant te komen. Ouderen en mensen die niet goed ter been zijn, zullen hier last van hebben. Het feit dat er geen ongelukken zijn gebeurd, betekent niet dat zij zich comfortabel voelen als ze willen oversteken.
9
Mevrouw Zeggelt wijst erop dat shared spaces niet zeer algemeen wordt toegepast in Leiden. Binnen D66 is dit tot op heden geen punt van discussie geweest, maar zij zal het zeker in de eerstvolgende fractievergadering voorleggen. Zelf denkt zij dat voetgangers heel alert worden, maar zij begrijpt de heer Theeuwen ook heel goed. De oversteekwijzer zou hier een licht op kunnen werpen en hier wil zij wel op wachten. Wethouder North bevestigt dat shared spaces tot alertheid leiden. Het gebrek aan comfort zorgt er juist voor dat het verkeer veiliger wordt. Hij kan zich wel voorstellen dat hier terughoudend mee omgegaan moet worden. Hij verzoekt om dit te scheiden van de oversteekwijzer om geen discussies te vermengen. De heer Newsome zal met een voorstel komen. --De heer Theeuwen zal wat betreft zebra’s en de plannen voor de markt nog even afwachten. --Mevrouw Van den Berge vindt de toezegging van de wethouder over behoud van groen niet helemaal voldoende, maar PvdD zal er scherp op blijven. --De heer Vos denkt wel dat het nodig is om iets aan de kommarotonde te doen. Deze wordt intensief gebruikt en er zijn al meerdere ongelukken gebeurd. Het voorstel is om een zebrapad toe te voegen en om beter te markeren welk deel voor fietsers en welk deel voor voetgangers is bedoeld. PS zou ook nog graag een onderzoek zien naar een maximumsnelheid van 30 km per uur.
Het antwoord van de wethouder overtuigt niet en op de Hooigracht zijn diverse zebrapaden. De heer Siwpersad vindt het ook een gevaarlijke situatie. Mevrouw Van Bree denkt niet dat dit het moment is om een wijziging aan te brengen aan de kommarotonde. Er zijn op de Hooigracht zebrapaden, maar die zijn er op meerdere plekken in Leiden en dit betekent niet dat deze hier ook mogelijk zijn. De heer Brink heeft het idee dat het scheiden van fietsers en voetgangers iets anders is dan de zebra. Hij erkent echter dat dit inderdaad een verwarrende situatie is die de veiligheid niet ten goede komt. De heer Theeuwen vraagt of de heer Vos nogmaals kan uitleggen hoe hij het probleem wil oplossen. De heer Vos zou een zebrapad willen toevoegen. Daarnaast wil hij dat het deel dat voor fietsers en dat voor voetgangers is bedoeld beter markeren. Tot slot is een voorstel om te onderzoeken of een maximumsnelheid van 30 km per uur mogelijk is. Hij zal optrekken met LP en met een voorstel komen dat op het meeste draagvlak kan rekenen. --De heer Vos meldt dat tot de zestiger jaren naast zebrapaden vaak knipperbollen staan als waarschuwing dat voetgangers voorrang hadden. PS stelt voor om een pilot te starten om deze opnieuw in te zetten, omdat het op sommige plaatsen voor ander verkeer niet altijd duidelijk is dat er een voetgangersoversteekplaats is.
De heer Dirkse heeft begrepen dat deze knipperbol inderdaad tot 1962 werd geplaatst bij zebrapaden en met ingang van dat jaar werd de wetgeving aangepast zodat de automobilist voetgangers op een zebrapad voorrang moest verlenen. Hij denkt dat veel mensen niet bekend zijn met deze knipperbol en hij vraagt zich af wat de reactie zal zijn van mensen die deze opeens geplaatst zien. Hij is
10
benieuwd wat deze knipperbol in het bijzonder zou toevoegen aan de veiligheid meer dan een extra verkeersbord waar mensen wel aan gewend zijn. Mevrouw Zeggelt denkt dat het effect van een knipperbol niet zou zijn dat automobilisten acuut zouden afremmen. Zij is er geen voorstander van. Mevrouw Van Bree sluit zich aan bij de reactie van VVD. De heer Vos wijst erop dat de knipperbol in diverse landen nog wordt gebruikt. Hij denkt dat deze duidelijker dan een verkeersbord zal accentueren dat de voetganger hier voorrang heeft. Hij neemt het voorstel mee terug naar de fractie. --De heer Hemel begrijpt de opmerking van de wethouder over de veiligheid van kinderen die wordt meegenomen bij de wijkvervanging. Het is hem nog niet helemaal duidelijk hoe deze hierbij betrokken wordt. Wethouder North licht toe dat bij het openbreken van de straat bij wijkvervanging de kaders van het voetgangersbeleid gelden. Dit beleid is er al op gestoeld om ruimte te bieden aan ouderen en het spelende kind. De openbare ruimte zal over het algemeen toegankelijker worden voor mensen die zich per voet verplaatsen. De heer Theeuwen is benieuwd naar een concreet voorstel van CDA met betrekking tot het verbeteren van de veiligheid van kinderen. De heer Hemel noemt als voorbeeld het voorkomen dat een rennend kind achter een bal aan tegen een auto of fiets aanloopt.
Een oplossing zou kunnen zijn plekken creëren waar ze veilig kunnen spelen. Hij neemt het mee terug naar de fractie. Mevrouw Van Bree stelt dat de commissie is bedoeld om inhoudelijk over zaken te spreken en zij verzoekt de heer Hemel om concreet iets neer te leggen. De heer Hemel besluit om niet met een voorstel te komen. De voorzitter concludeert dat het Beleidsprogramma Voetganger 2020-2030 een bespreekpunt in de raad wordt waar PvdA met een voorstel voor shared space komt en PS met een voorstel voor de kommarotonde. De voorzitter schorst de vergadering voor een korte pauze en heropent deze voor de uitgestelde rondvraag van de burgemeester (onder agendapunt 2).
PROGRAMMA 1 BESTUUR EN DIENSTVERLENING 8.
Evaluatie referendum ‘Raadsvoorstel inrichtingsvoorstel Wijksportpark Roomburgerpark’
De voorzitter meldt dat de heer Van Holsteyn, voorzitter van de Referendumkamer, aanwezig is. Op 15, 16 en 17 maart 2021 is het referendum-raadsvoorstel Inrichtingsvoorstel Wijksportpark Roomburgerpark gehouden. Zowel de Referendumkamer, als het college, het presidium en de griffie hebben ieder vanuit de eigen rol en positie een evaluatie gedaan over de wijze waarop het referendum organisatorisch en procedureel is verlopen. Het doel van behandeling is om de uitkomsten en aanbevelingen van de evaluaties en het verdere vervolg te bespreken en met elkaar te debatteren over het instrument referendum naar aanleiding van de evaluaties en aanbevelingen die zijn gedaan. en de eigen standpunten van de fracties. Technische en organisatorische zaken met betrekking tot de uitvoering van het referendum kunnen behandeld worden bij het raadsvoorstel voor wijziging van de Referendumverordening. Het streven is deze voor het einde van het jaar in de raad te behandelen.
11
De heer Vos vindt het uitbreiden van de Leidse democratie met meer dan een directe democratie een van de belangrijkste zaken waardoor de Leidse democratie kan verbeteren. Het referendum met betrekking tot Roompak heeft laten zien dat dit instrument uitstekend functioneert. PS sluit zich grotendeels aan bij de aanbevelingen die door de Referendumkamer zijn gedaan. Wel heeft PS een aantal discussiepunten. Het referendum zou laagdrempeliger en burgervriendelijker moeten zijn. Concreet betekent dit dat de handtekeningendrempel gehalveerd zou moeten worden en dat de opkomstdrempel afgeschaft moet worden. Meer onderwerpen zouden referendabel moeten zijn, zoals belastingen (het verhogen van de parkeertarieven) en het besluit over gemeenschappelijke regelingen. Als het gaat om algemeen verbindende zaken, zouden ook collegebesluiten referendabel moeten zijn. Een voorbeeld hiervan is een vuurwerkverbod. De heer Theeuwen stelt dat alle besluiten die de gemeenteraad neemt in principe referendabel zijn. De heer Vos wijst op de referendumlijst waarop een aantal uitgesloten onderwerpen staan. Mevrouw Schreuder heeft begrepen dat het vanavond vooral de bedoeling is om te kijken naar het politiek bestuurlijke proces en om dit te evalueren. De discussiepunten van PS zien op technische en organisatorische zaken.
De voorzitter denkt dat het goed is dat partijen vanavond meegeven welke wijziging van de referendumverordening zij voor ogen hebben. De heer Vos begrijpt het punt van mevrouw Schreuder. De discussiepunten die hij noemt, vallen onder het instrument an sich. Met een collectief referendum kan de Leidenaar op de rem trappen, maar mensen moeten ook aan het stuur kunnen zitten. Initiatiefnemers zouden daarom ook de mogelijkheid moeten krijgen om een alternatief plan voor te leggen aan de gemeenteraad en te onderwerpen aan een referendum. PS is van mening dat de dubbelrol van het college zo veel mogelijk moet worden ontvlochten. Mevrouw Jordan kan zich vinden in de adviezen van de Referendumkamer. D66 vindt het een goed idee om de subsidievoorwaarden aan te passen richting het maken van een collectief en dit geldt ook voor het publiceren van toegekende subsidie. De naamgeving van het referendum is belangrijk richting bespreking in het najaar. De dubbelrol van het college is een van de uitdagingen van het proces en wellicht kan een oplossing worden gevonden in het scheiden van de vakwethouder die het plan verdedigt en de burgemeester die de neutraliteit bewaakt. Naast de genoemde adviezen, zou D66 graag informatie krijgen over het verlagen van de stemgerechtigde leeftijd en wil weten of het mogelijk is om een weging aan te brengen tussen verschillende aspecten van een plan.
De heer Theeuwen ziet het referendum niet als het belangrijkste middel om de democratie te waarborgen. Dit zou de bestuursstijl moeten zijn en de manier waarop mensen kunnen participeren in de planvorming. Het referendum is in feite een correctie. Het referendum over het Roomburgerpark is een goed referendum geweest in die zin dat het een correctie is geweest op een genomen besluit. De SP kan instemmen met de aanbevelingen van de Referendumkamer. Bij toekenning van financiën, voor-, tegenstanders en neutrale partijen zou een advies zijn om duidelijk te maken wie de afzender is van bepaald propagandagoed en welke positie wordt ingenomen. De heer Theeuwen denkt dat sommige discussiepunten beter passen bij de bespreking van de referendumverordening. De heer Jermoumi noemt de drie evaluaties zeer waardevol en hij is blij met de aanbevelingen. PvdA heeft drie aandachtpunten. Voor PvdA zou het college wel degelijk een rol moeten hebben, maar het moet wel duidelijk zijn welke rol dit is. Een tweede punt is de hoogte van de kosten en PvdA stelt voor om de kosten te verlagen. Een laatste punt is een hardheidsclausule voor de burgemeester in situaties waarin de verordening niet helemaal voldoet, maar waarbij een bepaalde partij wel wordt benadeeld als niet direct een beslissing wordt genomen. De heer Theeuwen begrijpt dat PvdA vindt dat het college een actievere rol had moeten spelen.
Hadden de voorstanders eigenlijk niet een actievere rol moeten spelen?
12
De heer Jermoumi stelt dat heel open is gecommuniceerd over wat PvdA inhoudelijk van het plan vond. De rol van het college is met name van belangrijk bij project LEAD, omdat hier de belangen van 580 woningeigenaren of huurders nooit gehoord waren als het referendum doorgang had gehad. Wie behartigt hier de belangen van de mensen die hier een woning zoeken? De heer Brink vindt het goed dat blijkt dat uit het proces lering wordt getrokken uit hetgeen is geëvalueerd. CU kan zich goed vinden in de aanbevelingen, met name die in de technische en organisatorische sfeer. Op dit moment ziet CU op basis van de twee recent gehouden referenda geen aanleiding tot principiële wijzigingen zoals het aanpassen van de kiesdrempel. Een referendum brengt een grote impact en tijdbelasting met zich mee alsook hoge kosten. Daarnaast heeft het ook een sociaal maatschappelijke impact in de stad. Het heeft de inwoners van Leiden bepaald niet dichter bij elkaar gebracht. CU ziet het referendum dan ook als een middel dat alleen in uiterste noodzaak en bij uitzondering moet worden ingezet. Eerst zouden zo veel mogelijk andere vormen van participatie benut moeten worden. De heer Siwpersad kan zich ook vinden in de aanbevelingen. Ook hij stelt dat participatie het voortraject moet zijn waar het moet gebeuren. Als een referendum noodzakelijk is, dan moet het, maar dan wel richting een wijkreferendum.
Ook moet zwaar worden ingezet op communicatie vanuit de gemeente richting burgers. Mevrouw Schreuder kan zich ook vinden in de aanbevelingen. Van sommige is het de vraag waarom deze nog geen standaard zijn. GL kan zich goed voorstellen dat het college een wat actievere rol op zich neemt. Verder is het de vraag of de raad wel voldoende heeft afgewogen of het opportuun was om het referendum gelijktijdig met de verkiezingen te doen. Delen van het referendum referendabel maken, is niet iets wat GL voorstaat. Dit doet af aan de integraliteit van het voorstel en hiermee aan de afweging die met een referendum gemaakt moet worden. GL vraagt zich verder af of de standaard van 5000 handtekeningen op een groeiende bevolking op termijn nog houdbaar is. De focus zou moeten liggen op het digitaal ophalen van informatie met het stadskantoor wellicht als fysieke locatie. Zij sluit zich aan bij D66 wat betreft de verlaging van de stemgerechtigde leeftijd. De heer Theeuwen vraagt waarom GL zelf geen actievere rol heeft gespeeld in het referendum. Het is vreemd dat GL na afloop stelde voor elke meter groen te strijden alsof de belangen van de andere positie werden behartigd. Mevrouw Schreuder denkt dat de laatste opmerking bij GL past en geen nieuwe boodschap is. Zij heeft gezegd dat het college een actievere rol had kunnen nemen, niet dat dit had moeten gebeuren.
GL heeft een vrij genuanceerde positie ingenomen, ook voorafgaand aan het referendum. De reactie richting leden is volgens haar zeer passend geweest bij het bericht dat steeds is uitgedragen. De heer Theeuwen meent dat mevrouw Schreuder eigenlijk ook voor de groenbestemming van het Roomburgerpark is. De heer Hemel stelt dat CDA geen groot voorstander is van referenda en dit referendum is een voorbeeld van een onderwerp dat niet referendabel is. Het gaat slechts om een klein stukje stad waar de meerderheid van de stad niets mee heeft. Bovendien is gebleken dat het framen van het voorstel een stuk makkelijker is dan het onderwerp in een positief daglicht zetten. CDA vindt het opvallend dat het college en partijen erg voorzichtig zijn geweest bij het verdedigen van het standpunt van het college. Het referendum zou als instrument niet nodig zijn geweest als alle instrumenten goed benut zouden zijn geweest. De heer Dirkse kan zich goed vinden in de meeste aanbevelingen, maar wel binnen de context dat het referendum een volstrekt dramatisch instrument is dat de democratie veel meer schade dan goed doet. Het Roomburgerpark-referendum is met allerlei drogredenen tot een stadsbrede issue gebombardeerd.
Door het neekamp werd bovendien glashard gelogen over waar het over ging en na afloop werd gesteld dat het hockeyveld was verworpen en de andere zaken uit het referendum wel gewoon moesten gebeuren. Met uitzondering van PvdA hebben de coalitiepartijen zich stilletjes neergelegd bij de uitslag van het referendum.
13
Mevrouw Jordan vraagt of de heer Dirkse zich kan herinneren dat D66 zich lokaal een keer niet heeft neergelegd bij de uitslag van een referendum. De heer Dirkse kan zich dit niet herinneren. Hij kan zich ook niet herinneren dat D66 iets heeft gedaan om het raadsvoorstel van haar college te verdedigen. Dit is het zoveelste voorbeeld dat referenda in de politiek niet gebruikt zouden moeten worden. Het feit dat er onjuiste informatie is verstrekt door met name het neekamp en dat dus in feite met gemeentesubsidie fake nieuws is verspreid, baart veel zorgen en VVD zou graag een manier vinden om dit tegen te gaan. De heer Theeuwen vraagt wat VVD ervan vindt dat over de hele stad een bijzonder hoog opkomstpercentage is gerealiseerd en dat ook over de verschillende stembureaus over de hele stad ongeveer dezelfde uitkomst blijkt. De heer Dirkse denkt dat de Tweede Kamer verkiezingen hier alles mee te maken heeft gehad. De heer Theeuwen vraagt waarom de heer Dirkse denkt dat de tegenstanders mensen op het verkeerde been hebben gezet. De heer Dirkse heeft gezegd dat hij het voorliegen een beschamende vertoning vond en dat het hem zorgen baart dat dit met overheidssubsidie is gebeurd. Het is hem volstrekt onduidelijk wat tussen de oren zit van mensen die een stem hebben uitgebracht en dat is de reden dat hij niet van referenda houdt.
Het was geen referendum over het hockeyveld, maar over een raadsvoorstel waar het hockeyveld onderdeel van was waarvan de tegenstanders later hebben geoordeeld dat die niet waren verworpen. De heer Theeuwen wijst erop dat zowel tegenstanders, voorstanders als neutralen campagne hebben gevoerd. Heeft VVD dit gemerkt en geconcludeerd dat de leugenaars alleen in de nee-campagne zaten? De heer Dirkse baseert zich op de facts check die is gedaan door Sleutelstad, met subsidie voor een neutrale partij. Ook de voorstanders hebben het niet altijd even nauw genomen met de waarheid, maar de meest tendentieuze leugens zaten bij het veld van de tegenstanders. De heer Siwpersad vraagt hoe VVD tegen wijkreferenda aankijkt. De heer Dirkse is hier om dezelfde reden ook geen voorstander van. Mevrouw Van Schaik kan met het grootste deel van de aanbevelingen instemmen. Een uitzondering is aanbeveling 7 van de Referendumkamer waarin wordt gesteld dat het aantal fysieke tekenlocaties wellicht kan worden verminderd. PvdD zou het liefst zien dat het aantal tekenlocaties behouden blijft. Hoewel er veel haken en ogen aan kunnen zitten, pleit PvdD om te onderzoeken hoe mogelijk kan worden gemaakt dat een deel van het raadsvoorstel in stemming wordt gebracht. In de evaluatie stelt het college dat het zich te neutraal heeft opgesteld en onvoldoende zichtbaar was.
PvdD deelt deze mening niet en zou het liefst zien dat het college zich tijdens de campagne vooral feitelijk, maar niet richtinggevend opstelt, omdat de mening van het college al voldoende voor het voetlicht is gekomen in het raadsvoorstel zelf. De heer Van Holsteyn wijst erop dat er in dit geval geen sprake is van een correctief referendum. Het is een adviserend referendum en de uitslag is bekend bij de gemeenteraad op het moment dat de gemeenteraad een besluit moet nemen. De rol van het college is lastig en uit de evaluatie van het college zelf blijkt dit ook. Waarschijnlijk moeten bij ieder nieuw initiatief in een zeer vroeg stadium afspraken gemaakt worden over de rol van het college in het referendumproces. Bij het referendum Roomburgerpark is voor het eerst gebruik gemaakt van de subsidieverordening. De indruk van de Referendumkamer is dat dit overwegend goed is gegaan, maar dat op detailniveau aanscherping mogelijk is.
14
Voor een handtekeningeneis is het belangrijk dat er draagvlak is. De eis zoals nu geformuleerd in de verordening heeft een zekere gedifferentieerde werking. Het is uiteraard aan de raad om de eis omhoog of omlaag bij te stellen. In de evaluatie is aandacht besteed aan delen van het raadsvoorstel te onderwerpen aan een referendum. De huidige systematiek in de verordening stelt dat een referendum over een raadsvoorstel gaat gezien het feit dat het een advies aan de gemeenteraad is ten aanzien van de eindstemming over het gehele raadsvoorstel. Als dit gewijzigd dient te worden, zou een aanzienlijk deel van de verordening herschreven moeten worden. Mevrouw Van Schaik meent dat in de evaluatie over het opsplitsen van een raadsvoorstel staat dat er een onderdeel uitgelicht zou moeten worden en dat hiervoor een apart raadsvoorstel van gemaakt moet worden. Dit is toch mogelijk zonder de hele verordening te herschrijven? De heer Van Holsteyn bevestigt dat de raad vroeg in het proces onderdelen in een apart conceptvoorstel zou kunnen ontwikkelen als het een omstreden onderwerp betreft. In dat geval is het nog steeds een referendum over een afzonderlijk raadsvoorstel. Als er echter een raadsvoorstel ligt, dan kan er geen referendum over een deel van het voorstel worden gehouden. Burgemeester Lenferink vindt dat een referendum een mooie invalshoek kan hebben.
Grotendeels zit hij op de lijn van de heer Theeuwen over hoe referenda een rol zouden kunnen vervullen in de politiek. De verordening biedt overigens voor de raad ook een mogelijkheid om zelf een referendum te organiseren. De drempels voor een referendum zijn reëel en deze zijn ook nodig om niet steeds een referendum te organiseren wat veel geld kost, maar het is ook de vraag of het niet haaks komt te staan op het principe van de vertegenwoordigende democratie. Hij constateert dat de evaluatie van de Rekenkamer breed wordt gesteund. Het college is van mening dat er wel inhoudelijke campagne gevoerd moet kunnen worden. De argumentatie is dat het voorstel dat er ligt vaak zelf door het college is voorbereid. Als dit betwist wordt, moet dit ook inhoudelijk verdedigd kunnen worden. Volgens de burgemeester is het eigenlijk ook niet zo gek als raadsleden positie zouden kiezen. De heer Dirkse is het eens met de burgemeester, maar het is de vraag waarom het college dit bij het recente referenda niet heeft gedaan, Burgemeester Lenferink memoreert dat bij het referendum RijnGouwelijn een expliciete politieke afspraak is gemaakt dat de neutraliteit betracht zou worden. Een andere is de vraag of het level playing field of de positie van het college belangrijker is. Binnen de kaders die er formeel waren, had het college er wel iets meer van had kunnen maken dan het heeft gedaan.
Het college is van mening dat er ruimte gepakt had moeten worden om duidelijk positie te kiezen. De heer Theeuwen stelt dat het college een bestuurlijk orgaan is. Een referendum daarentegen is een politiek proces. Hij betwijfelt of een bestuursorgaan hier een rol in heeft, dit zou overgelaten moeten worden aan de politieke partijen. Burgemeester Lenferink wijst erop dat een voorstel dat in de raad wordt behandeld, een volledig politieke discussie is tussen de leden van de gemeenteraad. Het komt echter zelden voor dat het college zich niet roert in de discussie en zeker niet als het gaat om voorstellen die het college zelf heeft gedaan. De heer Theeuwen zegt dat het een politiek besluit is. Een referendum op dat besluit is een uitvloeisel van dit politieke besluit en het college heeft hier geen politieke rol in. Burgemeester Lenferink merkt op dat het op dat moment nog geen besluit is. Het is een mogelijk besluit. Het gaat over een raadgevend referendum. De heer Theeuwen vraagt of het college een neutrale rol of een voorstandersrol zou spelen. Burgemeester Lenferink heeft eerder gesteld dat het voor de hand ligt dat een voorstel dat door het college is gedaan nadien wordt verdedigd door het college.
15
Mevrouw Van Schaik vraagt hoe de burgemeester in dat geval staat tegenover de evaluatie van de Referendumkamer die voorstaat dat het college zich meer richt op de feitelijke kant en niet op een richtinggevende kant. Burgemeester Lenferink antwoordt dat het college het hier niet mee eens is. Mevrouw Van Schaik licht toe dat de Referendumkamer heeft uitgelegd dat de feitelijke kant moet worden belicht om ruimte te geven aan mogelijke tegenstanders. Als het college met ambtelijke middelen een voorstel voorbereidt, is het oneigenlijk om die ambtelijke middelen in te zetten om campagne te voeren. Hierdoor worden de tegenstanders eigenlijk al op achterstand gezet. Burgemeester Lenferink vraagt zich af of het verschil erg groot is. Op het moment dat het college grote, dure campagnes zou voeren, zou hij het met mevrouw Van Schaik eens zijn. Hij vindt echter wel dat de wethouder die het voorstel heeft gedaan, mag uitleggen waarom het een goed voorstel is. Dit zou hij zowel via zijn eigen kanalen kunnen doen of via de kanalen van het college. Mevrouw Jordan informeert of dit niet juist het verschil is tussen de vakwethouder en het college. Er is sprake van machtsverschil tussen de overheid en de burger, maar ook een verschil in kennis. Zij hoort graag van de heer Van Holsteyn wat deze ervan vindt.
Burgemeester Lenferink wijst erop dat de voorstellen niet worden gedaan door een vakwethouder, maar door het college. Het proces moet wel voldoende waarborgen hebben, zodat dit heel neutraal wordt georganiseerd. Er zijn allerlei juridische en feitelijke waarborgen om dit ordentelijk te laten verlopen. De rollen moeten inderdaad wel worden gescheiden en de Referentiekamer zegt dit ook. De heer Van Holsteyn denkt dat het verschil tussen de evaluaties van het college en van de Referendumkamer niet heel erg groot is. Het college zou graag een meer inhoudelijke positie willen innemen richting het referendum. De Referendumkamer sluit dit zeker niet uit, maar pleit wel voor terughoudendheid en voorzichtigheid vanwege het gelijke speelveld voor alle partijen. De vrijheid van leden van de raad om campagne te voeren, is aanzienlijk groter omdat hier niet snel de schijn ontstaat van een ongelijk speelveld. De Referendumkamer waardeert het ten zeerste dat het college de adviezen van de Referendumkamer op dit punt altijd serieus heeft genomen. Dit heeft wellicht geleid tot een terughoudendheid waarvan het college nu zegt dat het iets minder had gemogen. De heer Dirkse stelt dat als het college met een voorstel komt dat tot een referendum leidt, het ongeloofwaardig is dat het college dit voorstel niet verdedigt en dit zou de geloofwaardigheid van het college schaden.
Het college van deze stad is een uitkomst van een verkiezing die is gehouden. De heer Theeuwen begrijpt dat VVD geen voorstander is van dualisme. Op het moment dat bestuurders die functie nemen, zijn ze nog steeds politici met een bepaalde kleur. Het klopt dus kennelijk niet dat wethouders er voor alle burgers zijn. De heer Dirkse bevestigt dat wethouders zeker politici blijven. Een politicus van een bepaalde partij zit er niet namens de hele bevolking. Hij zit hier ook voor de VVD’ers in Leiden. Mevrouw Van Schaik meent dat het college een duidelijke voorsprong heeft op mogelijke tegenstanders als er een voorcampagne wordt gestart op sociale media. De heer Dirkse meent dat het volstrekt irrealistisch is om te veronderstellen dat de uitgangspositie van voor- en tegenstanders gelijk is. Op het moment dat het college een voorstel heeft gemaakt dat al in de raad is besproken, is er de facto al een enorme voorsprong en dit is ook geen probleem want het college zit hier omdat het gekozen is middels een democratische verkiezing. De heer Vos bevestigt dat het college nu eenmaal een politiek orgaan is en in de praktijk ook de initiatiefnemer is van raadsvoorstellen die worden onderworpen aan een referendum. In dat opzicht is het niet heel vreemd dat het college hiervoor campagne wil voeren.
Er zijn echter wel een aantal belangrijke waarborgen nodig, omdat het een gelijk speelveld moet zijn. PS meent dat hierom de dubbele petten zo veel mogelijk ontvlochten moeten worden. De Referendumkamer zou bijvoorbeeld kunnen toezien op de onafhankelijke voorlichting vanuit de gemeente. Als aan deze waarborgen wordt
16
voldaan en alle middelen van de gemeente niet exclusief beschikbaar worden gesteld aan het college, maar ook aan de initiatiefnemers van het referendum zou het college meer ruimte mogen hebben om ook stelling te hebben in een referendumdebat. De heer Theeuwen hoort de heer Vos zeggen dat het college initiatiefnemer is van een voorstel, maar het college voert een politieke agenda uit die is gebaseerd op wat de politiek wil. De heer Vos noemt dit een juridische werkelijkheid volgens verordeningen en het Nederlandse staatsrecht. In de praktijk zijn wethouders oud-politici die voortkomen uit de gemeenteraad en ook vaak zijn verkozen op basis van een bepaald partijprogramma. De heer Theeuwen concludeert dat de heer Vos zich aansluit bij de positie van de VVD dat de bestuurders niet in een onafhankelijke positie zitten, maar in een politieke en dat ze hierin niet neutraal zijn en nog steeds hun politieke agenda uitvoeren. De heer Vos stelt dat het niet van belang is of hij het hiermee eens is, maar het is de realiteit. De heer Jermoumi heeft van de Referendumkamer begrepen dat het college in ieder geval ruimte heeft om te zoeken naar de positie-inname. Hij denkt dat dit wel degelijk van belang is, omdat het niet altijd gaat om zaken die in het coalitieakkoord staan. Bij een project als LEAD gaat het om de belangen van honderden woningzoekenden.