CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag Raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid

raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 9 september 2021, gemeente Leiden13.178 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeenteraad van Leiden Conceptverslag van de digitale vergadering van de raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid, gehouden op donderdag 9 september 2021 De integrale gesproken tekst van de vergadering en die van eventuele insprekers is te beluisteren op www.leiden.raadsinformatie.nl Aanwezig: Voorzitter

de heer E. Krijgsman

Commissieleden L&B

mevrouw E. van Bree (GL), de heer A. Brink (CU), de heer M. Dirkse (VVD), de heer S. Hemel (CDA), de heer A. Jermoumi (PvdA), de heer T. Leest (VVD), de heer M. Newsome (PvdA), mevrouw M. van Schaik-Gerritsen (PvdD), mevrouw M. Schreuder (GL), de heer A. Siwpersad (LP), de heer R. Storm (CDA), de heer A. Theeuwen (SP), de heer T. Vos (PS) en mevrouw F. Zeggelt (D66)

College

de heer A. North

Insprekers

mevrouw Haazebroek-Buijsen (namens bewoners Stevenshofpolder), de heer Van der Meer (namens Aldi Zoetermeer BV)

Overige aanwezigen Commissiegriffier

mevrouw G. Haasnoot

Afmeldingen

mevrouw M. Van den Berge (PvdD), mevrouw A. Jordan (D66), de heer S. Sauvé (SP)

Notulist

mevrouw A. Vernooij (Notuleerservice Nederland)

OPENING

1.

Opening en vaststellen agenda

De voorzitter opent de digitale vergadering om 20.00 uur en licht de regels met betrekking tot digitaal vergaderen toe. Mevrouw Van den Berge (PvdD), mevrouw Jordan (D66) en de heer Sauvé (SP) zijn verhinderd. De heer Newsome (PvdA) schuift later aan in verband met de commissie WM die ook plaatsvindt en de heer Siwpersad (LP) zal tot 22.30 uur bij de vergadering aanwezig zijn. Wethouder North is weer aanwezig. Vaststellen van de agenda: Het presidium heeft voorgesteld om agendapunten 6 (Parapluherziening beleidsregels parkeren Binnenstad en Stationsomgeving) en 7 (Verordening tot wijziging van de Wegsleepverordening Leiden 2004) als hamerstuk te behandelen. Wel heeft zich bij agendapunt 6 een inspreker gemeld. Na de inspraakreactie zal worden bekeken of dit ertoe leidt dat dit agendapunt alsnog inhoudelijk wordt behandeld (op 30 september a.s.). Gezien het aantal bespreekpunten wordt voorgesteld om agendapunt 11 (Uitvoeringsbesluit Leidse Ring Noord – Deelproject Engelendaal) te behandelen voor agendapunt 10 (Kaderbesluit Jan van

1

Houtkade), zodat eerst alle voorstellen met betrekking tot het programma Bereikbaarheid worden behandeld. Het voorstel is om agendapunten 9 (Beleidsprogramma Voetganger 2020-2030) en 12 (Kaderbesluit De Hoge Mors) te verplaatsen naar de volgende vergadering van de commissie LB (30 september 2021). De agenda wordt gewijzigd vastgesteld.

2.

Burger aan het woord

Mevrouw Haazebroek-Buijsen spreekt namens bewoners Stevenshofpolder in over de tweede Milieustraat op bedrijventerrein en afsluiting Afslag Zuid A44. Mevrouw Haazebroek-Buijsen woont sinds 38 jaar in de Stevenshofpolder. Bij de bouw van de woningen destijds was er een parkeernorm van 1,5 auto per woning. Voor de Stevenshofpolder zijn er slechts twee aan- en afvoerwegen: Via de Haagweg en via de Haagse Schouw. Deze worden ook nog eens afgesloten door bruggen waardoor een totaal verkeersinfarct ontstaat als deze open blijven staan. Een fietstunnel bij de Haagse Schouw zou het aantal ongelukken drastisch kunnen verminderen, omdat op dit moment de bijna 1400 fietsers per uur die over het fietspad voorrang hebben, maar dit niet altijd krijgen. Inmiddels heeft zij begrepen dat de wijk niet wordt aangesloten op de Rijnlandroute wat betekent dat de verkeersstroom vanaf de A44 door de wijk zal komen, deze wordt nog vergroot door de vertraging op de Europaweg. Zij adviseert de raad om de situatie in de wijk te komen schouwen. Zolang de bereikbaarheid van de Stevenshof niet wordt gewijzigd, zou de tweede Milieustraat er niet moeten komen. Op de Busbrug rijden twee bussen per uur, maar deze is niet bereikbaar voor de bewoners en dit geldt ook voor de Trompbrug. Mevrouw Van Bree vraagt namens hoeveel bewoners mevrouw Haazebroek spreekt.

Zij vraagt of het een oplossing zou zijn als bij alle inwoners van de Stevenshofpolder vier auto’s voor de deur zouden staan. Mevrouw Haazebroek-Buijsen stelt dat het niet uitmaakt of er één of vier auto’s voor de deur staan als de wijk goed bereikbaar is en de werkelijkheid is dat er veel auto’s per huishouden zijn. De bewonerscommissie onder leiding van de heer Osinga heeft vorige week al ingesproken over de Milieustraat en hij heeft alle reacties van bewoners uit de Stevenshofpolder overgedragen. De heer Hemel vraagt of mevrouw Haazebroek haar verzoek aan de commissie kan toelichten. Mevrouw Haazebroek-Buijsen denkt dat een fietstunnel bij de Haagse Schouw al veel fileleed op zou lossen wat betreft verkeer richting Stevenshofpolder. Deze files worden zeker verwacht, omdat de Stevenshofpolder niet wordt aangesloten op de Rijnlandroute. Zij adviseert de gemeente om bij te houden hoeveel auto’s en fietsers per week de Stevenshof in- en uitgaan nu de vakanties weer voorbij zijn. Mevrouw Zeggelt vraagt of mevrouw Haazebroek-Buijsen, samen met de bewonersvereniging, contact heeft op ambtelijk niveau. Mevrouw Haazebroek-Buijsen heeft dit niet. Zij heeft wel bewoners gesproken en er wordt gecommuniceerd via Facebook. De heer Dirkse zegt dat het college de wens van VVD voor meer auto’s niet deelt.

Mensen zouden niet meer parkeerplaatsen nodig hebben, omdat ze ook de fiets kunnen gebruiken. Wat vindt mevrouw Haazebroek-Buijsen hiervan? Mevrouw Haazebroek-Buijsen noemt dit een rare uitspraak. Zij is zelf zeer mobiel, maar ze werkt de laatste jaren vanuit huis omdat ze steeds meer problemen kreeg met het ontvangen van klanten. Veel mensen in de Stevenshof werken op Schiphol en ’s morgens vroeg rijden er nog geen treinen. De

2

discussie of de auto’s nodig zijn, zou niet moeten spelen omdat de realiteit is dat mensen drie tot vier auto’s voor de deur hebben staan en er zijn grote parkeerproblemen.

3.

Mededelingen, en regionale aangelegenheden a. Mededelingen

Mededelingen college Wethouder North heeft een mededeling over de stand van zaken met betrekking tot de Hoogkamerbrug. In december 2019 heeft de gemeente met de provincie afgesproken hoe om te gaan met storingen van provinciale bruggen. Helaas waren er de afgelopen weken vijf storingen bij de Hoogkamerbrug. De provincie heeft een apparaat aan de brug bevestigd om te meten of een achterliggende oorzaak kan worden gevonden. Binnenkort worden alle bruggen en de onderhoudsplannen met de provincie besproken om ervoor te zorgen dat storingen tot een minimum beperkt kunnen worden. Een tweede mededeling is actueel: De regio heeft vandaag een subsidie ontvangen van 1,3 miljoen euro voor klimaatadaptatie waarvan bijna € 800.000,- voor Leiden is. Dit bedrag zal worden bestemd voor maatregelen ten behoeve van drainage, het infiltreren van water en voor waterretentie in de vijf wijken waarin hier al aan wordt gewerkt en in de Langegracht. Rondvragen Mevrouw Van Schaik heeft een rondvraag over de vervuiling van het oppervlaktewater De Mors. De Partij voor de Dieren heeft signalen ontvangen van omwonenden in de Mors over dieren die in de dierenweide oppervlaktewater moeten drinken dat vies en vervuild is. Ook zijn foto’s en filmpjes ontvangen waaruit dit bleek. PvdD heeft daarom vier vragen aan de wethouder. 1.

Klopt het dat de dieren in de dierenweide in De Mors alleen oppervlaktewater krijgen? 2. Waarom hebben de dieren in de dierenweide in de Mors geen toegang tot schoon drinkwater? 3. Is de wethouder het met de PvdD eens dat het zeer wenselijk is dat in alle gemeentelijke dierenweides en kinderboerderijen drinkautomaten aangelegd worden die aangesloten zijn op de waterleiding? 4. Is de wethouder bereid om zo snel mogelijk te zorgen voor de aanleg van dit soort drinkautomaten die aangesloten zijn op de waterleiding? Wethouder North beantwoordt de vragen. Het klopt niet dat de dieren in de dierenweide van De Mors alleen oppervlaktewater te drinken krijgen. Er komen elke dag dierverzorgers en vrijwilligers uit de buurt die de aanwezige kuipen vullen met schoon water. De wethouder is het met mevrouw Van Schaik eens dat er drinkautomaten aangelegd zouden moeten worden. Op drie locaties ontbreken deze nog en het is de bedoeling om deze alsnog te realiseren. Op dit moment ontbreekt het aan budget hiervoor, maar hij is bereid om te onderzoeken hoe dit wel mogelijk kan worden gemaakt. Hij zal de commissie op de hoogte houden van de resultaten van dit onderzoek. Mevrouw Van Schaik is blij met de toezegging en zij hoopt dat er snel budget wordt gevonden. Is het mogelijk om hiervan een update te krijgen bij de begrotingsbespreking? Wethouder North streeft ernaar om dit te doen.

Het gaat om een relatief klein bedrag en hij zal naar mogelijkheden kijken. --De heer Theeuwen (SP) heeft een rondvraag over het voetbalveldje Forellenpad. Er zit een groot gat in het veld waardoor het al een tijdje onbruikbaar is. Bewoners hebben dit in juli jl. al gemeld, maar tot nu toe hebben zij nog geen reactie ontvangen. 1 Waarom wordt het voetbalveldje bij het Forellenpad niet gerepareerd? 2 Waarom duurt het zo lang? 3. Waarom worden de mensen die dit aangemeld hebben niet op de hoogte gehouden van wat er gaande is?

3

Wethouder North kent het probleem dat via WhatsApp en Twitter is gemeld. Er is alle bereidheid om een oplossing te treffen. Het probleem is dat er zoveel druk is op aannemers dat het nog niet is gelukt om het veldje te repareren. Het is vanzelfsprekend niet de bedoeling om mensen niet te informeren en hij zegt toe dat volgende week contact wordt opgenomen met zowel bewoners als met aannemers om te proberen om de reparatie zo spoedig mogelijk uit te voeren. De heer Theeuwen is blij met de toezegging. Hij wijst erop dat gezien het grote gat dit ook wel gevaarlijk is en wellicht kan iemand van beheer hier een waarschuwing bij plaatsen. Wethouder North zal het signaal doorgeven en vragen om poolshoogte te nemen. De heer Theeuwen zal op de hoogte worden gehouden van vorderingen.

b. Regionale aangelegenheden De voorzitter deelt mee dat op 29 september a.s. om 19.00 uur een raadsbijeenkomst van de Leidse regio plaatsvindt in het gemeentehuis van Leiderdorp. Aanmelden kan via g.haasnoot@leiden.nl Via de commissiegriffier kan de commissie zich ook aanmelden voor een informele bijeenkomst op 8 oktober over het onderzoek naar de busroutering.

4.

Lijst van toezeggingen en actiepunten

Er zijn afdoeningsvoorstellen van het college voor de volgende toezeggingen: - Burgemeester Lenferink zegt toe dat de raad de evaluatie van het proces rond de verkiezingen zal ontvangen. - De commissie LB krijgt een afschrift van de brief die binnenkort wordt verzonden aan de groenaannemers waarmee de gemeente werkt, waarin wordt aangegeven dat de gemeente er groot belang aan hecht dat er op een ecologische manier en met oog voor behoud van natuur wordt beheerd. - Wethouder North zegt toe om de raad begin juni 2021 te informeren over de nieuwe dienstregeling voor het OV voor 2022. - Wethouder van Delft zegt toe dat de raad in de week van 5 juli 2021 een afschrift van de antwoordbrief aan de bewoners van de Herenstraat ontvangt. De voorzitter concludeert dat de commissie LB instemt met de gedane afdoeningsvoorstellen door het college.

5.

Besluitenlijst van de commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid van 27 mei en 1 juli 2021

De besluitenlijsten wordt ongewijzigd vastgesteld. HAMERSTUKKEN

PROGRAMMA 4 BEREIKBAARHEID 6.

21.0075 Parapluherziening beleidsregels parkeren Binnenstad en Stationsomgeving

Het doel van het bestemmingsplan Parapluherziening beleidsregels parkeren Binnenstad en Stationsomgeving is om voor de gebieden Binnenstad en Stationsomgeving een aanvullende bepaling in bestemmingsplannen op te nemen om te verduidelijken dat in deze gebieden een maximale parkeernorm van toepassing is. Het college legt het bestemmingsplan ter vaststelling voor aan de gemeenteraad. De voorzitter meldt dat aan het begin van de vergadering is bepaald dat het een hamerstuk is. Er is wel een inspreker die de gelegenheid krijgt.

4

De heer Van der Meer spreekt in namens Aldi Zoetermeer BV over de maximale parkeernorm van ‘0’ in het Stationsgebied. Hij meent dat het niet terecht is om dit plan als hamerstuk te beschouwen. De onderbouwing van het plan is onvolledig en onjuist. De parkeersituatie die zal ontstaan, betekent onder meer een strop voor het filiaal van Aldi aan het Stationsplein. De maximale parkeernorm van 0 in dit gebied betekent dat er geen nieuwe parkeerplaatsen meer op eigen terrein gerealiseerd mogen worden. Dit is niet in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening in het gebied waar allerlei nieuwe functies zijn voorzien. Volgens CROW is er altijd een parkeerbehoefte bij nieuwe functies, zelfs in het centrum van een zeer sterk stedelijk gebied. Om de parkeervraag te berekenen, is gebruik gemaakt van de Beleidsregels Parkeernormen, maar wel voor de locatie binnenstad in plaats van voor het stationsgebied. De gevolgen van een parkeernorm 0 zijn onaanvaardbaar. De aanwezige ondernemers in het gebied worden al geconfronteerd met een hoge parkeerdruk die alleen maar zal toenemen. De gemeente meent dat mensen bereid zijn om een afstand van 400 m. af te leggen naar hun woning en 800 m. naar andere functies. Uit recent onderzoek van CROW blijkt dit laatste helemaal niet te kloppen. Voor een supermarkt is een acceptabele loopafstand 100-250 m.

Dit is logisch gezien het feit mensen met boodschappen moeten lopen. De bezoekers van de Aldi van het Morssingelterrein zullen worden verdreven en zullen zoeken naar alternatieven. Door een parkeernorm van 0 te hanteren, wordt gehandeld in strijd met de Wet markt en overheid, omdat de gemeente hiermee bijvoorbeeld de exploitatie van eigen parkeergarages bevordert. Spreker hoopt dat de commissie naar aanleiding van zijn betoog nog eens wil kijken naar de herziening van de beleidsregels. Mevrouw Van Bree is van mening dat het om een technische wijziging gaat van beleid dat reeds is vastgesteld. Zij is wel benieuwd of de heer Van der Meer de parkeergarages in de buurt op 260300 m. niet voldoende vindt voor de parkeerbehoefte, naast de fietsparkeerplekken en het treinstation voor de deur. De heer Van der Meer wijst erop dat Aldi een discountformule heeft. Hierdoor komen er niet veel treinbezoekers en fietsers en is de supermarkt voornamelijk afhankelijk van mensen met de auto. De parkeergarages bevinden zich op meer dan 300 m. afstand. De klanten van Aldi worden van het Morssingelterrein verdreven door nieuwe functies. De heer Dirkse bevestigt dat het om de uitwerking van vastgesteld beleid gaat. Hij is het eens met de inspreker en VVD zal tegenstemmen, maar hij vreest dat deze te laat is.

De heer Van der Meer wijst erop dat het om de vaststelling van een paraplubestemmingsplan gaat. Dit biedt een juridisch planologisch kader. Insprekers kunnen pas op dit moment reageren op een procedure. Hij was graag eerder aangesloten geweest toen het beleid werd opgesteld. Er wordt pas gereageerd als een juridische positie wordt geraakt en dit is bij een bestemmingsplan en niet bij een beleidsstuk. De voorzitter stelt dat ook beleidskaders door de gemeente zijn vastgesteld. De heer Hemel vraagt of de heer Van der Meer de strop die Aldi zal lijden, kan toelichten. Zou Aldi zelf parkeerplaatsen willen aanleggen op het moment dat dat de parkeernorm geen 0 zou zijn? De heer Van der Meer memoreert dat de gemeente in het bestemmingsplan De Geus verwijst naar parkeernormen die gelden voor de binnenstad – die overigens ook te laag zijn ingeschat - en niet voor naar de parkeernorm voor het Stationsgebied. Op dit moment is er sprake van betaald parkeren bij het filiaal en bedraagt de consument met auto 40%. Deze klanten zijn verantwoordelijk voor 50-60% van de omzet. Uit onderzoek van de Consumentenbond blijkt dat 72% van de autoconsument in een verslechterde parkeersituatie niet meer zal kiezen voor de desbetreffende supermarkt. Als deze klanten verdwijnen, leert een rekensommetje dat er meer dan 40% omzetverlies zal zijn.

De heer Siwpersad vraagt in welk stadium de Aldi op de hoogte is gesteld door de gemeente. De heer Van der Meer antwoordt dat dit niet is gebeurd. Aldi is uiteindelijk zelf betrokken geraakt bij de bestemmingsplannen van De Geus.

5

De heer Vos zou het stuk graag mee terugnemen naar de fractie, omdat hij bij de eerder genomen besluiten zelf niet betrokken is geweest. Het betoog van de heer Van der Meer roept bij hem een aantal vragen op. Mevrouw Van Schaik vindt het prima om het als hamerstuk te behandelen. Als PS er echter nog nadere vragen over wil stellen, is zij ook akkoord om het op een later moment terug te laten komen. De voorzitter concludeert dat commissie akkoord is met behandeling Parapluherziening beleidsregels parkeren Binnenstad en Stationsomgeving in de commissie van 30 september a.s. Mevrouw Van Bree vindt het echt bezwaarlijk om het punt uit te stellen. De parkeernorm, de parkeervisie en de mobiliteitsnota zijn allemaal uitgebreid behandeld. Het gaat hier slechts om een juridische uitwerking om het mogelijk te maken dat parkeernormen worden gereguleerd en ingevoerd. Zij meent dat Aldi bij eerdere gesprekken is betrokken en ook zienswijzen heeft ingediend. De voorzitter concludeert dat een meerderheid geen bezwaar heeft tegen behandeling in de commissie van 30 september a.s.

7.

21.0081 Verordening tot wijziging van de Wegsleepverordening Leiden 2004

De voorzitter concludeert dat de commissie LB adviseert aan de raad van 16 september 2021 om de Verordening tot wijziging van de Wegsleepverordening Leiden 2004’ als hamerstuk te behandelen.

BESPREEKSTUKKEN PROGRAMMA 1 BESTUUR EN DIENSTVERLENING 8.

Bespreking onderzoek en vervolg ‘Participatie in Leiden ontleed’

De voorzitter licht toe dat alle commissies voor deze bespreking zijn uitgenodigd. Op 1 juli jl. heeft Platform31 de resultaten van het onderzoek ‘Participatie in Leiden ontleed’ gepresenteerd aan de raad in de commissie LB. Dit onderzoek is gedaan op verzoek van de raad en in opdracht van het college, naar aanleiding van de motie ‘Participatie onafhankelijk belicht’ (unaniem aangenomen door de raad op 17 september 2020). De commissie LB bespreekt uitkomsten en aanbevelingen van het onderzoek, hoe de commissie LB verder vervolg wil geven aan de resultaten en hoe de fracties tegen de verdere behandeling van het dossier participatie aankijken. Na de presentatie in de commissie LB op 1 juli jl. hebben de leden gelegenheid gekregen om technische en informatieve vragen bij het onderzoek te stellen. Er zijn 3 sets technische vragen gesteld door PS, en deze zijn beantwoord en staan in Politiek Portaal. In de bespreking worden vier onderdelen onderscheiden: 1) Inhoudelijke bespreking commissie van het rapport 2) Vervolg behandeling 3) In gesprek met de stad 4) Timing De heer Dirkse is niet bijster onder de indruk van het onderzoek. De conclusies en aanbevelingen zijn eigenlijk open deuren. Wel komt duidelijk naar voren dat veel valt te winnen in de communicatie. Hij vindt dat de reactie van het college in een raadsvoorstel vervat zou moeten worden, zodat hierover kan worden gestemd.

Dit zou een mooie afsluiting zijn van het rapport. De heer Theeuwen wijst erop dat het rapport slechts één lijn van participatie behandelt. Daarnaast zijn er twee sessies geweest over participatie die nog niet zijn afgerond. Hoe ziet VVD een besluit van dit rapport in lijn met het nog niet afgeronde proces? De heer Dirkse denkt dat het raadsvoorstel echt een reactie is op het rapport en dat dit als raad bekrachtigd zou moeten worden.

6

Het andere traject zou stadsbreed een evenement en een discussie moeten worden over participatie en hoe hier als politiek mee omgegaan wordt. Vervolgens zouden afspraken gemaakt kunnen worden richting nieuw beleidsakkoord, zodat een nieuw college met een schone lei begint. Tot slot dankt hij de leden de klankbordgroep voor de sessies rondom het rapport en de ondersteuning van de commissiegriffier. De heer Jermoumi denkt dat Leiden nog steeds een sociale stad is. Dat niet alles goed gaat, moet de gemeente zich aantrekken en daarom juicht PvdA het toe dat de aanbevelingen uit het rapport zijn overgenomen door het college. Het Platform31-rapport is in de basis prima. PvdA sluit zich aan bij het idee voor een raadsvoorstel, omdat dit ook burgers de mogelijkheid geeft om in te spreken. PvdA denkt ook dat de aanbevelingen meegenomen moeten worden in een nieuw bestuursakkoord. Een voorstel zou zijn om weer wijkwethouders in te stellen, zodat veel meer integraal wordt gewerkt en de wijkregie wordt versterkt. Echte zorgen zijn er doordat de rest van de stad niet wordt gehoord en dat vaak dezelfde mensen over dezelfde projecten worden gehoord. De komende jaren ligt er een uitdaging om meer mensen in de stad te bereiken. Participatie is heel belangrijk, maar het blijft een middel. Eerlijkheid over uitgangspunten en beleidsstukken is ook essentieel om burgers geen valse hoop te geven.

Projectleiders en ambtenaren zijn niet altijd goed op de hoogte van Leidse situaties en hier zal het college mee aan de slag moeten. Burgers moeten open tegemoet worden getreden vanuit vertrouwen en niet vanuit wantrouwen. Er is veel knowhow in de stad en de balans moet worden gezocht van de input vanuit de stad tegenover de bredere belangen. Mevrouw Zeggelt vindt het een helder rapport dat prettig is opgebouwd. Het is inderdaad niet verwonderlijk dat de inhoud niet nieuw is. De inzichten en aanbevelingen bieden een mooie houvast, omdat ze allemaal te maken hebben met variëteiten in communicatie en ze pleit ervoor om deze als markeringspunten te gebruiken. Het gesprek met de stad moet continu gevoerd blijven worden en zij is met voorgaande spreker eens dat ook de gemeente in gesprek moet komen met andere mensen die nu niet gehoord worden. De participatieverordening herijken zal op den duur moeten gebeuren, maar pas nadat meer ervaring is opgedaan en zeker in samenhang met de invoering van de Omgevingswet. D66 steunt van het voorstel van VVD om de reactie van het college in een raadsvoorstel te vatten. De heer Theeuwen vraagt of mevrouw Zeggelt concludeert dat de Participatieverordening aangepast moet worden, omdat de participatieladder niet deugt.

Mevrouw Zeggelt zegt dat op het moment dat de inzichten en aanbevelingen uit het rapport Leids gebruik worden, dit ook vastgelegd zou moeten worden in de Participatieverordening. Mevrouw Schreuder dankt Platform31, het college, de mensen die input hebben geleverd en de klankbordgroep. GL is tevreden over het onderzoek. Veel mensen in de stad zijn enthousiast en willen graag een positieve bijdrage leveren aan het mooier en beter maken van de stad. Het ongemak dat er ook is, speelt in het hele land. Prangende zaken als de klimaat- en wooncrisis en de energietransitie vragen ook om daadkrachtige politiek en daarom is het begrijpelijk dat er ook onrust, twijfel en zelfs boosheid is over bepaalde keuzes. GL adviseert dat de politiek zich hier niet tegen moet verzetten, maar dit moet omarmen omdat het er soms gewoon mag zijn. De raad moet zich focussen op de inhoud. Er moeten duidelijke kaders worden gesteld en echte keuzes worden gemaakt. Participatie en inspraak mogen de politieke afwegingen niet vervangen. Er is aangetoond dat participatie en inspraak soms ook sociale ongelijkheid in de kaart kan werken, omdat het vaak wordt gedomineerd door bekende insprekers. Voor GL is ‘weg met de politieke stress’ en meer ontspanning een van de belangrijkste conclusies.

De komende tijd moet worden benut om ervaring op te doen met de aanbevelingen en de nieuwe raad zal moeten kijken naar het beleid. De wethouder wordt daarom verzocht om de nieuwe raad zo spoedig mogelijk op de hoogte te brengen van dit onderzoek en de resultaten. De heer Theeuwen memoreert dat de vorige raad ook al vier jaar heeft geïnvesteerd in een voorbereidingstraject van participatie. Waarom is het volgens GL niet gelukt om dit goed af te ronden? Mevrouw Schreuder vindt het lastig om een vergelijking te maken omdat het afhankelijk is van onderwerpen, betrokken mensen en van partijen die in de raad zitten. Het huidige college heeft wel enorm veel meer tijd, geld en middelen besteed aan participatie.

7

De heer Theeuwen vraagt of GL in deze periode wel voldoende prioriteit heeft gegeven aan het participatiebeleid. Mevrouw Schreuder denkt dat GL dit als onderdeel van de coalitie zeker heeft gedaan. Aan participatie is prioriteit gegeven. Er zijn heel veel projecten met participatie gestart en er wordt veel in de stad ontwikkeld dankzij participatie. Het is helder dat de uitkomst niet altijd voor iedereen bevredigend is. De heer Siwpersad stelt dat er heel veel aan de hand is in de stad en de geloofwaardigheid van de raad staat op het spel. Hoe kan mevrouw Schreuder zeggen dat er weinig aan de hand is? Mevrouw Schreuder heeft niet ontkend dat er iets aan de hand is. Zij heeft juist de woorden ongemak, onrust en boosheid gebruikt. GL kiest er echter voor om dit te omarmen, omdat deze emoties er ook mogen zijn. Wantrouwen voeden met meer wantrouwen helpt niemand verder. De heer Siwpersad krijgt reacties van bewoners. Af en toe gaat er iets goed, maar constant gebeurt het dat zaken niet goed gaan. De heer Vos zegt dat mevrouw Schreuder terecht stelt dat er sprake is van sociale ongelijkheid bij participatietrajecten en dat de raad tegenwicht moet bieden.

Geldt voor de gemeenteraad ook niet dat veel groepen zijn ondervertegenwoordigd en zou er niet gestreefd moeten worden naar kanalen die juist die groepen meer betrekken bij de democratie? Mevrouw Schreuder stelt dat GL werkt aan diversiteit en inclusie van de gemeenteraad. De vraag is verder dermate breed dat zij hier op dit moment geen antwoord op kan geven. De heer Vos heeft gedoeld op het zoeken naar kanalen waarin meer ondervertegenwoordigde groepen participeren. Mevrouw Schreuder bevestigt dat de gemeenteraad en het college actief op zoek moeten naar mensen die zich niet zo makkelijk in het debat voegen. Als mensen zich niet mengen in participatie bij grote projecten, dan is het aan de raad om hun belangen mee te wegen. De heer Vos dankt de onderzoekers voor het rapport dat een aantal interessante inzichten biedt. Tegelijkertijd constateert hij dat er wat betreft participatie geen vergelijking is gemaakt met andere gemeenten zoals de motie vroeg en ook is geen verbinding gelegd met eerdere studies en rapporten. Dat is zonde, omdat het aanreiken van best practices de discussie over participatie verder had kunnen brengen. Veel zaken zijn ook niet gekwantificeerd waardoor het onderzoek op veel vragen geen antwoord geeft; bijvoorbeeld bij ontevredenheid van burgers over participatie.

Nog problematischer is dat er geen wederhoor heeft plaatsgevonden en dat de rapportage alleen is voorgelegd aan de gemeente. Het is hiermee zelf een voorbeeld geworden van hoe zaken in Leiden op het vlak van participatie fout gaan. Het college wordt daarom gevraagd om inzage te geven in de totstandkoming van het rapport. Mevrouw Schreuder vindt het niet constructief om in te zoomen op een bepaalde casus. De heer Vos heeft deelgenomen aan de klankbordgroep. Waarom zijn zijn bezwaren hier niet op tafel gekomen, zodat hierover besloten kon worden? De heer Vos vreest dat hij hier weinig aan had kunnen doen, omdat de klankbordgroep het onderzoek niet heeft kunnen bespreken wegens tijdsnood en de groep niet meer bij elkaar is gekomen toen dit aan de orde was. Wat niet goed is gegaan, dient in het vervolgtraject wel goed gedaan te worden. Er dient een gesprek tussen stad en politiek te komen dat de basis moet vormen rond beslissingen over participatie. Het inrichten van participatie moet immers vooral aansluiten bij de samenleving. Volgens PS schort het er bij participatie aan dat er een mismatch is tussen wat het college en burger met participatie willen, draagvlak voor het eigen plan versus invloed op de eigen leefomgeving en de tegenstelling tussen de systeemwereld van de overheid en de leefwereld van burgers. PS heeft drie inhoudelijke discussiepunten.

8

Het eerste is het structureel verhogen van het niveau van participatie. Ten tweede dienen bij elk participatietraject heldere en concrete afspraken gemaakt te worden die in een convenant vastgelegd moeten worden en die door een onafhankelijke bemiddelaar worden bewaakt. Het derde punt betreft de externe inhuur bij participatie. De gemeente zou zelf meer capaciteit moeten hebben, zodat daadwerkelijk sprake is van een lerende organisatie. De heer Vos sluit af zonder volledig te zijn geweest, omdat er veel meer nodig is, zoals andere instrumenten en een andere mentaliteit. Mevrouw Schreuder vraagt hoe PS haar eigen rol ziet als raadslid. De heer Vos ziet zichtzelf als volksvertegenwoordiger en in zekere zin als een soort Ombudsman. PS vindt dat de raad zelf ook actief aan de slag moet met de input van burgers met betrekking tot participatie en inspraak. Mevrouw Schreuder vraagt hoe de heer Vos deze rol ziet in verhouding tot de rol van de raad om alle belangen in de raad af te wegen. De heer Vos zegt dat de raadsleden van PS zelf de stad in gaan om mensen op te zoeken, zodat ook mensen aan het woord komen die PS niet zelf weten te vinden. Verder is PS bezig met het uitwerken van voorstellen voor instrumenten waarmee mensen die minder vertegenwoordigd zijn bij participatie invloed kunnen uitoefenen. De heer Theeuwen is niet onder de indruk van het rapport.

Eigenlijk is het een verzameling van conclusies waarom het in deze raadsperiode niet is gelukt om de participatie verder vorm te geven. Het adviesbureau van de SP heeft zelf wel een analyse gedaan waarbij drie grote boosdoeners zijn geïdentificeerd die verantwoordelijk zijn voor het niet slagen van participatie op dit moment. De eerste is het zeer uitgebreide coalitieakkoord waarin allerlei afspraken tot in detail zijn vastgelegd. De tweede is de hierbij behorende bestuursstijl die past bij deze besluitvorming en die de macht grotendeels bij het college neerlegt. Het derde probleem is de uitnodigingsplanologie die wordt gehanteerd bij stedelijke ontwikkeling. In eerdere periodes stonden in het bestuursakkoord voornamelijk zaken waarover men het niet eens was. Dit werd aangevuld met open doelstellingen en problemen die opgelost moeten worden. Hierdoor ontstond er een open vraag waaraan zowel de oppositie als de stad kon deelnemen om op zoek te gaan naar een zo goed mogelijke oplossing. Hiermee wordt het doel van participatie – namelijk het creëren van draagvlak – bereikt. Dit leidt vaak tot de beste oplossingen, omdat er openheid is voor de meningen van anderen. De SP maakt zich grote zorgen over de Omgevingsvisie waarbij dit college voornemens is om de uitnodigingsplanologie als leidraad te gebruiken. SP pleit ervoor om participatie te benoemen als verkiezingsthema.

Tot slot wil de heer Theeuwen ook nog een paar uitzonderingen benoemen. In de portefeuillehouder van de hier aanwezige wethouder zijn de herinrichtingsplannen van de wijken prima in orde. Participatie bij het Roomburgerpark, bij de bouw bij de Kopermolen en bij de aanbesteding van cultuur is ook succesvol geweest. Mevrouw Schreuder vraagt waarom SP heeft ingestemd met het onderzoek terwijl al bekend was wat er mis was door het onderzoek van het adviesbureau van de SP. Herinnert SP zich ook problemen van het coalitieakkoord in de vorige periode? De heer Theeuwen stelt in antwoord op de eerste vraag dat het participatieverhaal niet vlotte. Het onderzoek is aangevraagd door VVD en het leek een goed voorstel om wellicht wat snelheid en resultaat te verkrijgen. Het onderzoek is echter kwalitatief niet goed genoeg om hier echt grote stappen in te zetten en het is eigenlijk ook te laat. In de vorige periodes zat de gemeenteraad echt aan het stuur en was ook sprake van wisselende meerderheden. Heel veel besluiten zijn uiteindelijk unaniem aangenomen, zowel door coalitie als door oppositie. Op dit moment gebeurt het steeds dat bij belangrijke beslissingen de coalitie voor stemt en de oppositie tegen. De heer Dirkse vraagt hoe SP tegenover de stadsbrede discussie over participatie richting de verkiezingen staat.

9

De heer Theeuwen denkt dat het goed is om deze discussie in het licht van de verkiezingen te voeren, maar hier ook de verkiezingen aan te koppelen, zodat de Leidenaren zelf kunnen kiezen voor een bestuursstijl. De heer Storm geeft als voorbeeld dat SP voorstander is van sociale woningbouw. Om aan de 30%norm te komen, worden wijken uitgeruild die geen sociale woningbouw krijgen en andere wijken die alleen maar sociale woningbouw hebben. Mensen in de wijk met 100% sociaal pleiten voor meer diversiteit, maar gaan niet participeren omdat de politiek volgens hen al een akkoord heeft gesloten. De heer Theeuwen gaat niet op de exacte casus in, maar hij zal wel de regels benoemen die nodig zijn om dit tot een goed eind te brengen. Als partijen het oneens zijn bij het vormen van een coalitie, moeten deze zaken worden benoemd en moeten hierover afspraken worden gemaakt. De meeste zaken kunnen echter gewoon opengelaten worden, zodat een proces kan worden gevolgd waarbij middels participatie, maar ook met alle betrokken partijen gezocht kan worden naar oplossingen. Uiteindelijk stemt de gemeenteraad in meerderheid voor de beste oplossing met behulp van moties en amendementen. De heer Siwpersad wijst erop de heftigste kritiek op het rapport van Platform31 komt van de direct betrokkenen in de Van Damstraat.

Het college zal een vervolgonderzoek vrijwel zeker blokkeren, omdat volgens een artikel van Oud Leiden Nieuws de gemeente vooral een bedrijf is dat projectontwikkelaars ten dienste staat en vorig jaar zou een wethouder al gezegd hebben dat zij niets met wijkverenigingen heeft. De heer Jermoumi maakt bezwaar tegen de insinuaties die de heer Siwpersad doet. Mevrouw Schreuder sluit zich hierbij aan. De heer Storm zegt dat CDA ook niet verbaasd was over het rapport. CDA had liever gezien dat de Rekenkamer dit onderzoek zou hebben uitgevoerd, omdat er een politieke analyse gemaakt zou moeten worden van hoe in Leiden wordt bestuurd en het zou niet als ambtelijk probleem beschouwd moeten worden wat nu voor een deel wel wordt gedaan. Voor een goede participatie zou een wijk eigenlijk al inspraak moeten hebben op het moment dat er een stuk grond braak komt te liggen. Bij het Singelpark is eigenlijk geen participatie geweest, maar de mensen hebben iets georganiseerd en de gemeente heeft zich hierbij aangesloten. Voor CDA zou dit de meest ideale vorm van participatie zijn. Zoals de heer Theeuwen heeft gesteld, geldt dat hoe concreter het coalitieakkoord is, hoe minder ruimte er voor oppositie en burgers is om een plan aan te passen. CDA denkt daarom dat het probleem opnieuw op tafel dient te komen bij de nieuwe coalitie en dat de kiezer hier een uitspraak over moet doen.

CDA pleit in dat geval voor minder harde kaders in de afspraken, burgers zo vroeg mogelijk in het proces betrekken en ruimte creëren zodat mensen echt kunnen meedenken. Mevrouw Zeggelt vraagt of de heer Storm voorziet dat de invoering van de Omgevingswet hetgeen door hem is geschetst, zal bewerkstelligen. De heer Storm ziet dit niet zo. De Omgevingswet is puur een middel om sneller en meer besluitvorming te realiseren. Uiteindelijk is het een VVD-wet om veel te kunnen bouwen. De heer Jermoumi merkt op dat in de Strategische Verkenningen staat dat de woningbouwopgave nog verder verhoogd moet worden. Hoe zou de heer Storm dit met stad communiceren? De heer Storm erkent dat dit een serieus probleem is. Hij zou voorstellen om in het coalitieakkoord te melden dat de wens bestaat om veel te bouwen en dat dit conform beleid mogelijk is, maar niet bij voorbaat te bepalen waar en om hoeveel woningen het gaat. Burgers worden in de war gebracht met alle verschillende kaders wanneer welk uitgangspunt voorop staat. Middelen is uiteindelijk vaak de beste oplossing. De heer Jermoumi wijst erop dat er partners, organisatie en bedrijven in de stad zijn die personeel nodig hebben.

10

De heer Storm heeft ook de ambitie om heel veel te bouwen, maar de vraag is hoe dit moet worden gedaan. Het heeft ook te maken met schaarse grond en zaken als klimaat. Mevrouw Schreuder vraagt zich af of door het niet vastleggen van zaken en de burgers altijd ruimte te geven om dingen te veranderen, niet juist meer verwarring wordt gecreëerd. Betekent dit ook niet dat beleid dat wordt vastgesteld later moet worden omgegooid omdat het toch niet wenselijk is? De heer Storm zegt dat geen ruimte in het beleid leidt tot spanning en stress. Op het moment dat ambities over hoeveelheden en locaties worden vastgelegd, levert dit veel weerstand op in de stad en moet ook niet worden gepretendeerd dat de stad samen wordt gemaakt en dat er participatie wordt toegepast. De heer Dirkse vraagt zich af of er eigenlijk niet veel te veel wordt geparticipeerd en dat hiermee de indruk wordt gewekt dat mensen alles kunnen aanpassen terwijl dit niet het geval is. Zou het niet beter zijn om gewoon geen participatie te organiseren? De heer Storm erkent dat wat betreft het huidige coalitieakkoord inderdaad teveel wordt geparticipeerd waardoor teveel stress in de stad ontstaat. Hij zou graag meer participatie en meer ruimte voor de burger willen zien.

De heer Dirkse vraagt of de heer Storm voorstander is van een stadsbrede discussie richting verkiezingen over participatie om de scheidslijnen tussen partijen helder te krijgen. De heer Storm is hier zeker een voorstander van, maar hij noemt dit het verkiezingsdebat. Hij zou niet nu een heel circus willen optuigen dat veel geld kost en uiteindelijk niet veel oplevert. De heer Brink denkt dat de discussie eigenlijk moet gaan over het verkleinen van de kloof tussen overheid en burger. Hij twijfelt niet aan de goede intenties van het college, maar bij heel veel projecten is participatie het afgelopen jaar het toverwoord geworden. Als omwonenden maar vroeg genoeg worden betrokken, wordt draagvlak gecreëerd en wordt een gang naar de rechter voorkomen. Dit is echter geen echte participatie: Het plan ligt er al, een weg terug is er niet als de Leidenaren dan worden uitgenodigd. Terecht dat ze hier geen genoegen mee nemen als niet op voorhand duidelijk wordt gemaakt wat het speelveld is. Hoewel het rapport wellicht niet nodig was om aan te tonen dat het op het gebied van burgerparticipatie vaak niet goed gaat, is het wel goed om zaken weer eens op een rijtje te zetten. CU kan zich in grote lijnen vinden in de aanbevelingen van het onderzoeksbureau; ruimte geven, meer en beter communiceren en geen participatiestress.

Er is nu eenmaal geen spoorboekje voor het ideale participatieproces en CU heeft drie praktische voorstellen. Een eerste is om in participatietrajecten meer met scenario’s te werken. Het tweede voorstel is om iemand binnen de communicatieafdeling van de gemeente verantwoordelijk te maken voor een heldere communicatie en terugkoppeling bij participatietrajecten. Het derde is om naar de burger toe te komen, huis-aan-huis langsgaan in plaats van de burger uit te nodigen voor een informatieavond. De heer Theeuwen heeft het gevoel dat de conclusie van CU is gebaseerd op het rapport dat voorligt. Hoe kijkt de heer Brink aan tegen het traject van de raad over participatie en vindt hij dat er op dit moment al conclusies en aanbevelingen getrokken kunnen worden? De heer Brink concludeert dat de trajecten en het rapport in grote lijnen dezelfde conclusies trekken. Er wordt meer dan ooit geparticipeerd, maar het proces slaagt steeds niet. Het is een blijvend leerproces om de ideale vorm van participatie te vinden. De heer Theeuwen vraagt of CU een link ziet tussen participatie en bestuursstijl. De heer Brink ziet inderdaad een link tussen de gekozen bestuursstijl en het al dan niet slagen van participatie. Het voorstel om verschillende scenario’s uit te werken, vraagt om een niet dichtgetimmerd plan. Wellicht moet wat meer ruimte en inventiviteit bij de burger neergelegd worden.

De heer Theeuwen wijst erop dat het werken met scenario’s onderdeel is van het bestuursakkoord en van de open bestuursstijl. Betekent dit eigenlijk niet dat de afspraak uit het bestuursakkoord niet is nagekomen?

11

De heer Brink denkt dat het werken met scenario’s vooral is afgesproken met de raad. Richting burgers is dit veel moeilijker, omdat deze voor een ander plan kunnen kiezen. Hij weet niet hoe het exact is afgesproken in het akkoord richting burger. De heer Siwpersad begrijpt dat de heer Brink het onderzoek als gedegen bestempelt. Wijkverenigingen hebben hier niet aan meegewerkt. Hoe kan dit onderzoek dan goed zijn uitgevoerd? De heer Brink heeft volgens hem niet het woord gedegen gebruikt. Hij was niet verrast door de uitkomsten, maar hij kan zich wel vinden in de conclusies. Het onderzoek heeft er goed aan gedaan om een aantal casussen beet te pakken en in het kader hiervan zijn ook wijkverenigingen geïnterviewd. Dit is ook in de klankbordgroep aan de orde gekomen. Als een wijkvereniging niet van belang was voor een casus is deze wellicht niet benoemd, maar dit is begrijpelijk in het kader van afbakening van tijd en omvang. De heer Siwpersad stelt dat de wijkvereniging van de Verdamstraat spreekt over feiten die zijn verdraaid. Deze informatie is ook van andere wijken ontvangen. Hoe beoordeelt de heer Brink dit? De heer Brink meent dat de wijkverenigingen mee mochten doen. Dit blijkt ook uit het feit dat nu weer wordt gereageerd vanuit de wijkverenigingen. Misschien is dit juist een voorbeeld van de complexe situatie en dit ondersteunt zijn pleidooi voor ontspannenheid.

De heer Jermoumi stelt dat bij huis-aan-huis de plankosten de pan uit zullen rijzen. Hoe staat CU hier tegenover? De heer Brink denkt dat de kosten afhankelijk zijn van hoe groot de cirkel is om de burger te betrekken. Hij wil niet op de uitwerking van het plan vooruitlopen, maar hij denkt dat dit zeker een aspect is dat in overweging moet worden genomen. Dit zou afgewogen moeten worden tegen het belang van het creëren van draagvlak. De heer Vos vraagt of de heer Brink van mening is dat er wederhoor had moeten plaatsvinden van alle partijen die zijn geïnterviewd en niet alleen met het college. De heer Brink betwijfelt of dit altijd nodig is. Als dit vooraf is afgesproken natuurlijk wel. Het onderzoeksbureau heeft een aantal conclusies getrokken en zoals hij het begrijpt, zijn wijkbewoners het met name over deze conclusies oneens. Het staat een bureau echter vrij om conclusies te trekken op basis van interviews met meerdere mensen en in dit kader is het bijzonder om deze in twijfel te trekken. Dit is iets anders dan dat mensen verkeerd worden geciteerd. De heer Dirkse vraagt waar voor CU de grens ligt dat een inspraak nog democratisch gelegitimeerd is. Naar zijn mening is de gemeenteraad gekozen middels een verkiezing en dit is de manier waarop volgens hem democratisch draagvlak wordt gecreëerd.

Hoeveel invloed mogen participanten volgens CU hebben? De heer Brink denkt dat participatie altijd meeweegt in de beoordeling van de gemeenteraad, maar niet van doorslaggevende betekenis moet zijn. Bij scenario’s denkt hij aan invulling van een idee of kader dat door de raad is geschetst en uiteindelijk velt de raad een eindoordeel. De heer Siwpersad vindt het dermate ernstig als feiten worden verdraaid dat hij denkt dat afstand moet worden genomen van een onderzoek. De heer Brink vindt het voorbarig om te concluderen dat de feiten zijn verdraaid. De onderzoekscommissie heeft bijvoorbeeld geconcludeerd dat de informatieavond geen doorsnede was van de wijk. Hiermee kan iemand het eens of oneens zijn, maar dit heeft niets te maken met het verdraaien van feiten. Mevrouw Van Schaik ziet in het rapport zowel mooie, heldere analyses en aanbevelingen, als een aantal open deuren. Het onderzoeksproces is niet helemaal vlekkeloos verlopen waardoor er ruis op de lijn is gekomen. Het college kiest veel voor participatietreden, informeren en raadplegen terwijl

12

burgers juist meer invloed willen hebben op het eindresultaat. PvdD stelt daarom voor om een zo hoog mogelijke trede op de participatieladder te kiezen en hier voldoende tijd en budget voor te nemen. Bewoners willen invloed hebben op essentiële dingen, op de kaders die de gemeenteraad stelt. Als deze te hard zijn, ontstaat weerstand. Nu gebeurt het vaak dat het college al met een oplossing lijkt te komen terwijl burgers nog bijgepraat moeten worden over de gezamenlijke vraagstelling. PvdD pleit voor een veel meer open vraagstelling. Het is prima om dit onderwerp op te pakken in aanloop naar de verkiezingen. Er zijn veel meer instrumenten dan nu worden ingezet. Deze toolbox is er gewoon en dit kan aan het college worden gevraagd. De heer Dirkse vraagt hoe PvdD er tegenover staat als wordt gesleuteld aan de kaders die zijn gesteld door de democratisch gekozen gemeenteraad. Mevrouw Van Schaik stelt dat mensen heel goede punten naar voren kunnen brengen. Het is aan de gemeenteraad om deze punten mee te nemen, af te wegen en wellicht weer opnieuw voor te leggen aan de wijk. Wellicht kan er een rondje extra worden gemaakt om te bezien of alles is meegewogen. De heer Theeuwen vraagt of PvdD de uitnodigingsplanologie ook als een van de grote problemen ziet waardoor de participatie maar niet van de grond komt. Mevrouw Van Schaik is dit met de heer Theeuwen eens.

Uitnodigingsplanologie is vooral uitnodigend naar anderen dan burgers. In dit geval worden kaders afgesproken die niet per se kaders zijn waar burger blij mee zijn. Burgers staan op achterstand als de kaders al zijn vastgesteld. Ook zij ziet dit als een groot risico met de nieuwe Omgevingsvisie en de nieuwe Omgevingswet die eraan komt. Wethouder North dankt de raad voor het indienen van de motie om het onderzoek te doen en de betrokkenheid hierbij. Daarnaast dankt hij de stad en de wijkverenigingen. De afgelopen tijd is nagenoeg met alle wijkverenigingen gesproken en dit heeft heel veel waardevolle inzichten verschaft. Hij adviseert de raad om ook deze gesprekken te voeren. Het college heeft zichzelf ook gevraagd hoe zaken beter kunnen en hierbij speelt een aantal zaken een rol zoals communicatie. Een tweede is het stellen van heldere kaders en als deze eenmaal zijn vastgesteld door de raad, hier gezamenlijk voor te staan. Mevrouw Van Schaik begrijpt de oproep van de wethouder over het stellen van heldere kaders. Maar ziet de wethouder ook kansen om wat minder strikte kaders aan de voorkant mee te geven en dat deze bijvoorbeeld met inwoners worden gesteld in plaats van dat bewoners binnen een kader worden geplaatst? Wethouder North wijst erop dat de raad al heel veel kaders heeft vastgesteld. Het college moet als uitvoerder van deze kaders handelen.

Wanneer dit niet wordt gedaan, kunnen inwoners het college er terecht op aanspreken dat wordt gehandeld in tegenspraak met democratisch vastgestelde kaders. Het is overigens ook een uitdaging om vervolgens te bekijken om hierbinnen zo veel mogelijk maatwerk toe te passen om tot een oplossing te komen die past bij de omgeving. De wethouder denkt dat het college dit vaker doet dan wellicht wordt gedacht. Hierbij kan worden gedacht aan het energiepark, de kaasmarkt, de wijkvervangingen of een zonnepark. Er zijn veel voorbeelden waarbij dit gebeurt, maar het is een uitdaging om ervoor te zorgen dat dit altijd goed gaat. De heer Storm stelt dat het erg makkelijk is om te zeggen dat de kaders bij de raad vandaan komen. Deze komen ook bij het college vandaan. De raad is hier bovendien verdeeld over. Daarnaast is in beleid vaak sprake van uitzonderingen die afwijken van clausules. Voor machthebbende partijen is het veel makkelijker om deze clausules in te stellen. Een voorbeeld hiervan is LEAD dat ver boven de hoogbouwvisie uitging en ver boven het wijkontwikkelingsplan uitging. Is het niet beter om eerder te zoeken met de wijk naar de ruimte om ervoor te zorgen dat er gemeenschappelijke grond onder de plannen komt? Wethouder North is het pertinent met de heer Storm oneens dat de kaders vaak bij het college vandaan komen.

Hiermee wordt de rol en status van de raad veel te laag aangeslagen. De raad is het hoogste orgaan van de stad en het college stelt kaders voor in lijn met opdrachten die het krijgt of waarvan wordt gedacht dat de raad hier in meerderheid steun voor heeft. Als voorbeeld noemt hij wijkvervangingen. De raad heeft duidelijke kaders gesteld over parkeren en vergroening en

13

vervolgens komen hierover vragen vanuit de wijk. Dan wordt met de wijk gesproken en wordt geprobeerd om tot een goede oplossing te komen om zo goed mogelijk binnen de kaders die de raad heeft gesteld, tot een voorstel te komen. De heer Storm stelt dat de problemen niet bij de portefeuille van wethouder North liggen. De gemeenteraad is inderdaad het hoogste orgaan, maar de raadsvoorstellen komen vanuit het college en hier zitten bepaalde ideeën achter. Machthebbers kunnen makkelijk zeggen dat de kaders gerespecteerd moeten worden. Hiervan afwijken, zoals bij LEAD, heeft voor heel veel onrust gezorgd in de stad. Wethouder North zegt dat altijd binnen vastgestelde kaders moet worden bekeken hoe zo goed mogelijk bij de omgeving kan worden aangesloten. Van democratisering van de inspraak heeft het college de afgelopen jaren veel werk willen maken door bijvoorbeeld de introductie van het platform ‘Doe mee’ waar ook nieuwe groepen deelnemers deelnemen aan de inspraak. Het blijft een grote opgave om een divers en breed publiek te blijven bereiken. Er zijn heel veel mensen die niet de tijd of het inkomen hebben of om andere redenen niet kunnen of willen deelnemen aan participatie. Het is belangrijk dat de belangenafweging die bij de representatieve democratie hoort goed wordt gemaakt om te voorkomen dat de ongelijkheid toeneemt.

Discussiepunten De voorzitter vat samen dat een van de discussiepunten is of het een goed idee is om het onderliggende rapport met de conclusies en aanbevelingen via een raadsvoorstel vast te leggen. Het eerste idee hiervoor was van VVD. De heer Dirkse is het eens met het voorstel om het college om een raadsvoorstel te vragen. De enige bedenking hierbij is dat niet alle discussiepunten van toepassing zijn op het raadsvoorstel. Mevrouw Zeggelt heeft begrepen dat het erom ging de brief van het college in een raadsvoorstel te vervatten. Dit is naar haar idee iets anders dan het rapport met de uitkomsten. Zij ziet in ieder geval graag dat de reactie van het college het raadsvoorstel wordt. De heer Dirkse heeft dezelfde insteek. De voorzitter zegt dat de conclusies en aanbevelingen voorliggen als raadsvoorstel. Mevrouw Zeggelt is akkoord. Wethouder North zegt dat het geen probleem is om de reactie van het college in een raadsvoorstel te gieten en dit vast te stellen. Dit zou op korte termijn mogelijk zijn en wellicht zou het in de komende raadsvergadering al vastgesteld kunnen worden. De voorzitter denkt dat dit wat betreft de agenda van de raad net te kort dag zal zijn. Mevrouw Schreuder stelt dat het voor GL voor nu voldoende zou zijn om gewoon in de praktijk aan de slag te gaan met de aanbevelingen. Het is geen absolute noodzaak om een raadsvoorstel vast te stellen.

Zij heeft wat zorgen over de tijdsplanning. Als er vervolgdiscussiepunten zijn, zou haar voorstel zijn om deze aan het raadsvoorstel te koppelen. De heer Jermoumi is akkoord met het voorstel van de voorzitter. Mevrouw Van Schaik kan zich hier ook in vinden. Zij is er vanuit gegaan dat op het moment dat het in een raadsvoorstel wordt gegoten, het ook openstaat voor insprekers. De voorzitter bevestigt dit en hij wijst erop dat het agendapunt van vanavond ook openstond voor insprekers.

14

De heer Vos is voorstander van een raadsvoorstel, maar met twee kanttekeningen. De eerste is dat er eerst een stadsgesprek moet plaatsvinden en daarna pas het raadsvoorstel vastgesteld zou moeten worden. Ten tweede wil PS ook niet dat het op de lange baan wordt geschoven. De heer Storm vindt het prima als het een raadsvoorstel wordt waarbij bij voorkeur wordt gefocust op eigen voorstellen. De heer Theeuwen vindt het een goed voorstel. Hij vreest dat het niet meer zal lukken om voorafgaand aan het raadsvoorstel stadsgesprekken te organiseren. De heer Brink sluit zich aan bij voorgaande spreker waarbij partijen hun eigen voorstellen kunnen voorleggen. De voorzitter concludeert dat het onderwerp op korte termijn moet terugkomen in de commissie als raadsvoorstel, zodat dit in een volgende raadsvergadering kan worden vastgesteld. Vervolgens inventariseert hij de behoefte voor een stadsgesprek. Mevrouw Zeggelt hoopt dat het stadsgesprek wordt beperkt tot één gesprek en dat iedereen in de verkiezingen zijn eigen gang kan gaan.. De heer Jermoumi voorziet niet dat een stadsgesprek in deze fase heel veel zal toevoegen. Hij denkt dat richting hierover met de stad gesproken kan worden op weg naar de verkiezingen.

De heer Vos is voorstander van een letterlijk stadsgesprek, maar hij wil er ook een verkiezingsthema van maken De heer Dirkse is voorstander van een stadsgesprek, omdat dit zou kunnen helpen om de verhoudingen helder te krijgen op dit specifieke thema. Hij begrijpt wel dat het lastig is om dit op korte termijn te realiseren. Mevrouw Schreuder sluit zich aan bij de PvdA. De heer Theeuwen denkt niet dat de gemeente per se invulling moet geven aan een stadsgesprek. Het is wellicht wel handig om als gemeente aan te kloppen bij verschillende instellingen in de stad om te inventariseren of deze het een interessant thema vinden. De heer Brink sluit zich aan bij D66. Het zal wellicht een verkiezingsthema worden. Mevrouw Van Schaik ziet een stadsgesprek wel zitten. Zij vindt dat het eigenlijk niet goed is afgerond als het niet gebeurt. Het debat is hier nu met elkaar gevoerd, maar de burgers zijn er nog niet over gehoord. De voorzitter verzoekt partijen om na te denken over de vorm van een stadsgesprek dat na vaststelling van het raadsvoorstel zou kunnen plaatsvinden. Dit kan worden meegenomen bij de volgende bespreking. De voorzitter schorst de vergadering voor een korte pauze.

PROGRAMMA 4 BEREIKBAARHEID 9.

21.0028 Beleidsprogramma Voetganger 2020-2030

Agendapunt 9 wordt verplaatst naar de commissie LB van 30 september 2021.

15

PROGRAMMA 5 OMGEVINGSKWALITEIT

10.

21.0059 Uitvoeringsbesluit Leidse Ring Noord – Deelproject Engelendaal

De voorzitter deelt mee dat het college van burgemeester en wethouders de raad voorstelt om het uitvoeringsbesluit voor de ombouw van het kruispunt tussen Engelendaal en de Oude Spoorbaan in de gemeente Leiderdorp vast te stellen. Het project wordt deels op Leids en deels op Leiderdorps grondgebied uitgevoerd. Over dit voorstel vindt gelijktijdig besluitvorming plaats in de raad van Leiderdorp. Op 12 juli jl. heeft de gemeenteraad van Leiderdorp unaniem ingestemd met dit voorstel. Doel van behandeling in de commissie is advies uit te brengen aan de raad over de vaststelling van het raadsvoorstel. Vooraf zijn technische vragen gesteld door PvdD en GL. Deze zijn beantwoord en staan in Politiek Portaal. Er is een technisch erratum ontvangen van het college bij dit raadsvoorstel, met betrekking tot de toevoeging van de bijdrage van de MRDH van € 242.372 voor de doorstromingsmaatregelen R-Net in de besluittekst op pagina 17. Deze staat in PP. De heer Newsome vindt de Leidse Ring Noord een belangrijk project, omdat deze belangrijk is voor de verstedelijkingsopgave van Leiden. Hierdoor kan flink worden bijgebouwd en dit is goed, omdat veel extra betaalbare woningen nodig zijn. Tevens wordt door de Leidse Ring Noord de leefbaarheid verbeterd. PvdA kan instemmen met het uitvoeringbesluit. Het biedt grote verbeteringen voor de fiets en het kruispunt wordt groener.

PvdA heeft geen discussiepunten. De heer Brink heeft ook al eerder aangegeven dat de Leidse Ring Noord belangrijk is. CU kijkt met name naar een zo groen mogelijke inrichting en een zo veilig mogelijke inpassing voor fietsers en voetgangers. Met dit voorstel gaat de fietser er enorm op vooruit. Het is jammer dat er ruim veertig bomen gekapt moeten worden, maar deze worden ruimschoots gecompenseerd. CU steunt het voorstel. Mevrouw Zeggelt hoopt dat Leiden net als Leiderdorp unaniem zal voorstemmen. D66 heeft geen discussiepunten. De heer Hemel memoreert dat CDA geen voorstander is van de Leidse Ring Noord, zeker ook niet in het kader van de financiering. Leiden zal voor een deel van de buurgemeenten betalen en dit is vreemd. De heer Vos zegt dat PS ook tegenstander is van Leidse Ring Noord en dat geldt ook voor het tracédeel. Mevrouw Van Bree sluit zich aan bij de woorden van de voorstanders van de Leidse Ring Noord. GL is gecharmeerd van het toegevoegde groen, veiligere fietspaden, busbanen, betere doorstroming voor de HOV en de groene band en de tuinen waar alleen bewoners toegang toe hebben. Het is prettig dat ruim de helft wordt gefinancierd door Leiderdorp of wordt ontvangen in de vorm van subsidie. Mevrouw Van Schaik is tegen de aanleg van de Leidse Ring Noord en ook tegen dit deeltraject.

Er zitten mooie groene elementen in, maar deze waren ook mogelijk geweest zonder geld te steken in asfalt, zonder het kappen van veertig bomen en zonder het stimuleren van nog meer autoverkeer. Bovendien leidt de aanleg op deze manier ertoe dat er 12.000 m2. weidevogelgebied in de Boterhuispolder verloren gaat. De heer Theeuwen stelt dat heel veel geld is gemoeid met het project en de vraag is of dit dringend noodzakelijk is. Het is aanleiding om straks de weg richting de A4 dubbelbaans te maken wat weer een stuk natuur kost. De maatregelen zouden een stuk soberder kunnen zijn om toch hetzelfde doel te bereiken. Participatie loopt op dit moment wel goed, maar is verkeerd begonnen met het weghalen van het fietspad. De heer Dirkse zegt dat VVD het een fantastisch plan vindt en het is mooi dat het wordt doorgezet. VVD zal het voorstel steunen. De voorzitter concludeert dat het als hamerstuk doorgaat naar de raad. CDA, PS, PvdD en SP zullen tegen stemmen. De overige partijen zijn akkoord met het voorstel.

16

11.

21.0034 Kaderbesluit Herinrichting Jan van Houtkade (Singelpark fase 2)

De voorzitter deelt mee dat in het kader van de tweede fase van het project Singelpark het college het kaderbesluit aan de raad voorlegt om de Jan van Houtkade te gaan herinrichten. Het doel is de Jan van Houtkade te vergroenen, meer ruimte aan het langzame verkeer te bieden en daarmee te investeren in verkeersveiligheid en de verblijfskwaliteit. Het doel van dit kaderbesluit is het bieden van inhoudelijke en financiële kaders voor de uitwerking van het schetsontwerp tot een definitief ontwerp voor de Jan van Houtkade. De commissie kan advies uitbrengen aan de raad over de vaststelling van het raadsvoorstel. Vooraf zijn technische vragen gesteld door PvdA, GL, VVD en PS, deze zijn beantwoord, doorgestuurd en staan in Politiek Portaal. Er is een technisch erratum ontvangen bij dit raadsvoorstel, met betrekking tot de verlaging van de gevraagde investering in het MIP met €300.000,- (omdat dit voorbereidingskrediet al beschikbaar is gesteld). Op 17 juni 2021 hebben vijf insprekers een reactie gegeven en daarnaast zijn er 4 schriftelijke inspraakreacties ontvangen. De schriftelijke inspreekteksten staan in Politiek Portaal. De heer Theeuwen meldt dat de SP van positie is veranderd door de reactie van de insprekers en onder de indruk is van de samenwerking met de gemeente. SP stemt voor het besluit.

De heer Leest is positief over het Singelpark en over een groot deel van de voorstellen met betrekking tot de Jan van Houtkade. VVD brengt drie discussiepunten in. Het te plannen muurpad is eigenlijk niet heel breed en vormt hiermee geen ideale schakel met het Singelpark. VVD heeft een technische vraag gesteld om dit pad te verbreden en dit blijkt mogelijk. Het voorstel zou zijn om dit te doen en het plan voor het waterpad voorlopig uit te stellen. Er wordt een aantal parkeerplaatsen geschrapt en de vraag is wat dit betekent als het autogebruik niet daalt. De parkeergarages zijn in principe bedoeld als extra ondersteuning voor bezoekers. Door overal in en om de binnenstad plekken te schrappen en de parkeergarages als alternatieven te gebruiken, wordt het voor ondernemers in de binnenstad moeilijker. Een voorstel is om een aantal bezoekersplaatsen op straat te behouden op de Jan van Houtkade. Een ander idee is om kort parkeren in te voeren op de Doezastraat en eventueel het uitbreiden van het rode kapmeterregime naar het noordelijke deel. Mevrouw Van Schaik vindt het enerzijds fijn dat ook deze kant van het Singelpark wordt aangepakt en met de verlaging van de snelheid naar 30 kilometer per uur en de verlaging van het aantal parkeerplaatsen meer ruimte ontstaat voor groen. Tegelijkertijd is er ook nog een aantal verbeterpunten dat wordt ingebracht als discussiepunten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10562887/2