CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag AB Omgevingsdienst West-Holland d.d. 10 mei 2021

raadscommissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid 9 september 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: Mededelingen, rondvragen en regionale aangelegenheden3.727 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag Overleg: Datum: Tijd Plaats: Bijlagen: Kenmerk:

Algemeen bestuur Omgevingsdienst West-Holland 10 mei 2021 16.00 - 18.00 uur Omgevingsdienst West-Holland 2021006833

Aanwezig Gemeente Hillegom: C.J. Hoekstra Gemeente Kaag en Braassem: Y. Peters-Adrian, I. van der Meer Gemeente Katwijk: G. Mostert Gemeente Leiden: A. North, A. Jordan Gemeente Leiderdorp: R. van Woudenberg, B. van Elburg Gemeente Lisse: J.T.A. van Haaster, G.M.J. Meiland Gemeente Nieuwkoop: A. Ingwersen Gemeente Noordwijk: T.C.W.M. Alkemade Gemeente Oegstgeest: P. Glasbeek, M. Welling Gemeente Teylingen: H. Hooij, R.G.E. Wietsma-Biesbroek Gemeente Voorschoten: E. Spil, M. Cramwinckel Gemeente Zoeterwoude: R.F. Bouter, T.C. Van der Kooi-Van den Kolk Provincie Zuid-Holland: M. Stolk, J. Baljeu BakerTilly: S. Turenhout Omgevingsdienst West-Holland: M.E. Krul-Seen, N.E. Mier, L. de Jongh, C. van Mullem, M. Westgeest, E. van Os en N. de Kruif Afwezig Gemeente Hillegom: A. de Jong Gemeente Katwijk: R. Nagtegaal Gemeente Nieuwkoop: G.A.H. Elkhuizen Gemeente Noordwijk: G.C. Duijndam Toehoorders Gemeente Teylingen: Dominique van der Leek, Griffiemedewerker Gemeente Voorschoten: J. Bos, gemeenteraadslid GroenLinks

1. Opening, mededelingen en ingekomen en uitgaande post Y. Peters-Adrian opent de vergadering. Y. Peters-Adrian heet Meindert Stolk en Jeffrey van Haaster welkom. Zij stellen zich voor bij agendapunt 4. De mededelingen van de dienst (agendapunt 3) wordt behandeld na de agendapunten 4 en 5. Het algemeen bestuur stelt de agenda vast. Agendapunt 2 AB 12 juli 2021: Verslag vergadering 10 mei 2021 (2021006833)

1

2. Verslag AB-vergadering 26 oktober 2020 Het algemeen bestuur stelt het verslag vast.

4a. Aanwijzen DB-lid Provincie Zuid-Holland Het algemeen bestuur wijst de heer M. Stolk aan als lid van het dagelijks bestuur. 4b. Aanwijzen DB-lid regio Duin- en Bollenstreek / de Leidse regio

Voor het aanwijzen van dit lid heeft een verkiezing plaatsgevonden. De kandidaten zijn E. Spil van de gemeente Voorschoten, R. van Woudenberg van gemeente Leiderdorp en J. van Haaster van de gemeente Lisse. De heer Van Haaster behaalt de volstrekte meerderheid in de eerste stemronde. Het algemeen bestuur wijst de heer J. van Haaster aan als lid van het dagelijks bestuur.

5. Jaarstukken 2020 Y. Peters-Adrian geeft aan dat het bestuur trots is op de jaarstukken, die mede onder de invloed van de verhuur van het oude pand een positief resultaat laten zien. S. Turenhout van BakkerTilly geeft een presentatie over het accountantsverslag. Zij hebben een goedkeurende controleverklaring verstrekt bij de jaarrekening over boekjaar 2020 ten aanzien van getrouwheid en rechtmatigheid. De accountant geeft aan dat de interne beheersing (betalingen, urenadministratie) en de automatiseringsomgeving zijn verbeterd. De accountant ziet nog wel verbetermogelijkheden met betrekking tot autorisatie van uren en inkopen. De rechtmatigheidsverantwoording wordt vanaf 2021 de verantwoordelijk-heid van het bestuur – als dit wordt goedgekeurd in de Kamer. De dienst heeft hiervoor de eerste voorbereidingen getroffen. De accountant is positief gestemd met betrekking tot de formele eisen, zoals de financiële verordening. Het resultaat over 2020 is € 208.000 na onttrekkingen van de reserves. De afwijkingen zijn toereikend toegelicht. Het vermogen van € 594.000 is lager dan de interne 5% norm. De weerstandsratio is 0,9 (verhouding benodigd weerstandsvermogen / weerstandscapaciteit). Het eigen vermogen is door de verhuizing incidenteel (zoals voorspeld) teruggelopen. Dit is met de besparing op de huursom de komende jaren terug te verdienen.

De accountant heeft de samenwerking met de dienst als positief ervaren. M. Cramwinckel vraagt of het zorgwekkend is dat de algemene reserve onder de 5%-norm is. S. Turenhout geeft aan dat de het bestuur zelf de 5%-norm heeft ingesteld. De algemene reserve heeft een bufferfunctie tussen de deelnemers en de dienst, zodat niet bij elk tekort bij de deelnemer hoeft te worden aangeklopt. Het gebruik van de buffer voor een verhuizing is een hele gezonde situatie. Een gebruikelijke norm is om de omvang van de ingeschatte risico’s te hanteren. Daar zit de dienst nagenoeg op. Met de 5%-norm hanteert de dienst een wat ruimere norm. Beide zijn voor de accountant voldoende. A. Ingwersen geeft een compliment op het resultaat. Zij vraagt een toelichting op de budgetten voor organisatie-ontwikkeling en opleidingen.

Agendapunt 2 AB 12 juli 2021: Verslag vergadering 10 mei 2021 (2021006833)

2

M. Krul-Seen geeft aan dat de opleidingen die vanwege COVID19 niet door konden gaan in 2020 vanwege fysieke aanwezigheid, ingehaald zullen worden in 2021. Daarnaast is de dienst in ontwikkeling. Door het thuiswerken en elkaar niet kunnen ontmoeten is hier stagnatie opgetreden. Daarnaast dient de Strategie 2022 – 2025 te worden opgepakt. Zoals in de Kadernota is aangegeven is er een verlegging van de koers. Er zijn middelen nodig om dit in goede banen te leiden. Om de lopende exploitatie van 2021 daar niet mee te belasten wordt er verzocht om een bestemmingsreserve te vormen. H. Hooij dankt voor de heldere jaarstukken. Zij heeft een vraag met betrekking tot het budget voor Corona. Zij vraagt hoe de reservering wordt ingezet. M. Krul-Seen geeft aan dat door COVID19 we een stijging van het verlofstuwmeer zien: mensen kunnen niet op vakantie en sparen de uren op. De verwachting is dat na het versoepelen van de corona-maatregelen mensen gebruik zullen maken van hun verlofrecht en op vakantie zullen gaan. Dit betekent minder inzetbaarheid en mogelijk noodzakelijke inhuur om de dienstverlening aan onze deelnemers op niveau te kunnen houden. Ook als medewerkers daartoe hun verlof niet opnemen, zal de dienst dat moeten uitbetalen.

De dienst was voornemens om deze gevolgen op te vangen binnen de exploitatie, door een meevaller in de onderverhuur van de Schipholweg: de huurinkomsten in 2021 zouden hiervoor gebruikt worden. Echter bij de accountantscontrole bleek dat de regels van het BBV dit niet toelaten: wij moeten de huuropbrengsten die we in 2021 nog krijgen al verantwoorden in 2020. Dit hadden we vanuit het voorzichtigheidsprincipe niet gedaan. Hierdoor waren we de buffer die we hiervoor hadden voorzien in 2021 kwijt; deze buffer creëren we weer door middel van een bestemmingreserve. Het algemeen bestuur stemt in met 1. de onttrekkingen van € 318.812 (algemene reserve) en € 160.000 (bestemmingsreserve) en toevoegingen van € 175.000 aan de bestemmingsreserves 2. het aanvullen van de algemene reserve met het exploitatieresultaat van € 208.807 3. de Jaarstukken 2020 4. het Accountantsverslag 2020 Y. Peters-Adrian dankt de dienst en met name Edwin van Os voor het opstellen van de duidelijke jaarstukken. Y. Peters-Adriaan geeft aan dat het dagelijks bestuur soms constateert dat op sommige punten onze gemeenschappelijke regeling gedateerd is. De 5%-norm is een onderwerp dat in het kader van de gemeenschappelijke regeling kan worden gemoderniseerd. De norm is ingesteld, opdat de dienst zichzelf kan bedruipen en niet terug moet naar de deelnemers gedurende het jaar.

Aan de andere kant is het ook niet gewenst om meer geld in de reserve te hebben dan voor het afdekken van de risico’s nodig is. Wij komen hierop terug.

3. Mededelingen uit de dienst M. Krul-Seen geeft aan dat na de vergadering het publieke jaarverslag zal worden toegestuurd. Het is mooi materiaal om in de raad ten toon te stellen. Dit jaarverslag zal ook in gedrukte vorm verschijnen op bijenpapier (vanuit het project Bijenlandschap). Bij de deelnemers zal worden opgevraagd hoeveel exemplaren zij zouden willen ontvangen. Rond de provinciale weg (N206) is commotie ontstaan nadat er blijkt dat er gebruik wordt gemaakt van Beaumix waarin veel batterijen zijn aangetroffen. De gemeente Katwijk en de

Agendapunt 2 AB 12 juli 2021: Verslag vergadering 10 mei 2021 (2021006833)

3

Provincie Zuid-Holland hebben de dienst opdracht gegeven deze casus te onderzoeken. Het onderzoek op basis van het Besluit bodemkwaliteit wordt uitgevoerd door Antea. We informeren u over dit onderwerp omdat er veel aandacht aan wordt besteed in de (landelijke) media. Het Covid-19 protocol is nog steeds onverminderd van kracht; thuiswerken is de norm. De productie blijft redelijk op peil. De dienst is voornemens om vanaf september (op z’n vroegst) weer op kantoor te werken. Juli en augustus zijn een vakantie- en overgangsperiode. In het tweede kwartaal zal de dienst een onderzoek naar werkwensen van medewerkers uitvoeren: rooster doorgeven welke uren werken, en vooral ook waar. Er wordt daarbij zoveel mogelijk rekening houden met wensen van medewerkers bij definitief bepalen van het ‘werkrooster’. M. Krul-Seen geeft aan de ze blij is dat we weer een bestuurlijke trekker hebben voor de Strategie. Nu kan er een herstart worden gemaakt op ambtelijk en bestuurlijk niveau. De externe inhuur is voortijdig beëindigd. Het heeft wel toegevoegde waarde geleverd voor de start van het proces (missie, visie, SWOT). In de AB-vergadering van 12 juli zullen concept-ontwikkelingen worden voorbereid op het gebied van Basistaken en VTH-beleid, Duurzaamheid/energiestrategie en Omgevingswet in de praktijk. In de AB-vergadering van 1 november zal een bestuurlijke conferentie plaatsvinden.

De onderwerpen zullen dan een nadere verdieping krijgen. Prof. dr. Jan Rothmans zal een deel van de conferentie voor zijn rekening nemen. Hij heeft kennis van de materie en kan zaken in beweging krijgen. Ook zullen er in de vergadering richtinggevende uitspraken worden gevraagd. We hopen dat de bestuurlijke conferentie kan plaatsvinden op ons kantoor, zodat de bestuurders de nieuwe locatie leren kennen. In de AB-vergadering van februari 2022 zal er door het huidige bestuur een besluit worden genomen over de Strategie. We zullen de bestuurder vragen meer tijd te reserveren voor de bestuurlijke conferentie. M. Welling geeft aan dat er in maart 2022 verkiezingen voor de gemeenten. Hoe krijgen de nieuwe raadleden de mogelijkheid om vorm te geven aan de Strategie? Wat is de besluitvorming in februari 2022 en wat al daarna nog invulling krijgen? M. Krul-Seen wil in februari 2022 een overdrachtsdocument opleveren voor het nieuwe bestuur. Zij kunnen het document al een concept beschouwen en daar waar gewenst aanpassingen of bijstelling in verwerken. Over het algemeen wordt het als prettig ervaren als er al een document ligt vanuit de ervaring van het voorgaande bestuur. B. van Elburg vraagt om een toelichting op de mismatch tussen de dienst en de externe adviseur. Zij stelt dat het zonde is van de tijd en energie. M.

Krul-Seen geeft aan dat het geen verspilling van tijd en geld is geweest, want de externe adviseur heeft ons geholpen met de missie en de strategie en de sterkte en zwakke-analyse. Bestuurlijke gevoeligheid in combinatie met kennis van gemeenschappelijke regelingen hebben wij als niet voldoende ervaren. M. Cramwinckel ziet veel discussie in de gemeenten over het gemeentebudget. Hij vindt dat de gemeenten een gesprek met de gemeenschappelijke regelingen moeten aangaan over het budget dat zij verantwoord achten. Naar verwachting komen twee-derde van de gemeenten de komende jaren in de problemen met de begroting. De indexering wordt gezamenlijk opgepakt. We zullen in het kader van de strategie over geld moeten praten en hoe we meer kunnen doen met minder geld. Y. Peters-Adrian geeft aan dat ze het een helder signaal vindt en dat Voorschoten dat signaal al vaker heeft afgegeven in de regio. In de vorige vergadering van het algemeen bestuur is dit ook besproken bij de Kadernota. Daarbij is de uitdaging bij de dienst

Agendapunt 2 AB 12 juli 2021: Verslag vergadering 10 mei 2021 (2021006833)

4

neergelegd om te kijken of en hoe het anders kan. De dienst voert de wettelijke taken zo efficiënt mogelijk uit. Het is ook aan de deelnemers om te bezien of zij te veel van de dienst vragen of te bekijken waar het minder kan. Er zijn dus aan twee kanten uitdagingen. G. Meiland geeft aan dat de wettelijke taken uitgevoerd dienen te worden. De gemeenten kunnen zelf keuzes maken of ze plustaken zelf uitvoeren of dat ze die uitbesteden. Hij gaat ervan uit dat dat in de strategie wordt meegenomen. Het rapport van Van Aartsen geeft aanbevelingen waarbij we in de spiegel kunnen kijken. Zijn we groot genoeg? Zijn we robuust genoeg? Is de samenwerking met andere omgevingsdiensten goed genoeg? Er staan ook aanbevelingen in over het verbeteren van rijkstoezicht. Hij neemt aan dat dit wordt meegenomen bij de strategie. Y. Peters-Adrian geeft dat G. Meiland geluk heeft dat de bestuurlijke trekker van de Strategie uit zijn eigen gemeente komt, waardoor hij goed zijn wensen kan aangeven. De aanbevelingen van de Commissie van Aartsen komen bij agendapunt 6 aan de orde.

6. Strategie voor 2022 – 2025 M. Krul-Seen geeft aan dat het rapport van de Commissie van Aartsen tien aanbevelingen heeft gegeven. Te weten: Tien maatregelen om te komen tot een effectief, slagvaardig en toekomstvast stelsel: 1. De ondergrens voor de omvang van de omgevingsdiensten verhogen. (B) 2. Kwaliteit verbeteren en afstemmen op aard van inrichtingen. (A) 3. Meer prioriteit, capaciteit en inzet voor strafrechtelijke handhaving en vervolging. (C) 4. Hetzelfde basistakenpakket voor elke omgevingsdienst. (A) 5. Landelijke normfinanciering in plaats van lokale outputfinanciering. (B) 6. Verplichting tot informatie-uitwisseling en investeren in kennisontwikkeling en kennisdeling. (A) 7. Eén uitvoerings- en handhavingsbeleid, en één uitvoering- programma op basis van één risicoanalyse per regio. (A) 8. Versterking van de positie van de directeur door verplicht mandaat (A) en herzien van de benoemingsprocedure. (C) 9. Inrichten van Rijkstoezicht op omgevingsdiensten. (C) 10. Advisering en uitvoeringstoets door omgevingsdiensten over omgevingsplannen. (A) M. Krul-Seen heeft de aanbevelingen gerangschikt naar drie categorieën: A. Nu direct van invloed op de ODWH (2, 4, 10, 6, 7, 8) B. Eerst nadere verkenning op centraal niveau nodig (1, 5) C. Actie anderen nodig, resultaten daarvan afwachten (8, 3, 9). A.

Ingwersen raadt via de chat van teams aan op de bespreking beknopt te houden. E. Spil vraagt wanneer het rapport wordt geeffectueerd. M. Krul-Seen geeft aan dat ODNL zeer actief betrokken is bij het rapport. Dit betekent dat er gesprekken zijn geweest met bestuurders van ODNL. M. Krul-Seen is sinds november penningmeester bij ODNL en lid van het bestuur van ODNL. ODNL heeft een reactie gestuurd op het rapport. In het najaar zal het pas inhoudelijk worden behandeld als de regering zich heeft gevormd. E. Spil geeft aan dat wij als bestuur ook al een reactie kunnen geven op het rapport. M. Krul-Seen geeft aan dat VNG en IPO ook zeer nauw betrokken zijn bij het project. Zij stelt dat we moeten bezien of we als dienst individueel een reactie zouden moeten geven.

Agendapunt 2 AB 12 juli 2021: Verslag vergadering 10 mei 2021 (2021006833)

5

M. Krul-Seen stelt voor met aanbeveling twee te beginnen: Kwaliteit verbeteren en afstemmen op aard van inrichtingen. Het uitgangspunt is dat wij minimaal dezelfde deskundigheid hebben als degene waarbij we vergunningen verlenen en toezicht houden. Dat blijft bij zeer specialistische bedrijven een ingewikkeld punt. Op het gebied van bijzondere bedrijven die wij in onze regio hebben op het gebied van genetisch gemanipuleerde organismen heeft de dienst een landelijke voortrekkersrol naar andere diensten. Als er ander specialismen in onze regio komen zullen we daarop moeten inspelen met kwalitatief hoogwaardige medewerkers of samenwerking met andere diensten. Een ander punt dat door de commissie hierbij is genoemd is geen kwaliteitsverordening per bevoegd gezag voor de basistaken maar één besluit van het bestuur van de omgevingsdienst dat de voor de dienst benodigde kwalitatieve en kwantitatieve bezetting vastlegt voor de uitvoering van de basistaken, als afgeleide van de complexiteit van de onder toezicht staande bedrijven in de gehele regio. Dit is een punt om over verder over na te denken. Wat moeten we doen om dat te bereiken? − In de nieuwe Nota VTH aandacht besteden aan de gezamenlijke uitgangspunten bij de uitvoering van basistaken. − Bepalen met bestuur hoe hoog die kwalitatieve en kwantitatieve bezetting moet zijn om basistaken uit te voeren.

− Investeren in (het aantrekken van) personeel om tot gelijkwaardig of hoger niveau te komen (zo mogelijk samen met de OD’s in Zuid-Holland e.a.). − Uitbouwen van werken met trainees (intern opleiden) om mede te voorzien in de personeelsbehoefte die gewenst is. A. Jordan geeft aan dat er ook gekeken dient te worden naar de kosten die door de individuele gemeenten worden gemaakt voor onderzoeken, voor bijvoorbeeld Pfas en stikstof. Het is een pleidooi aan de gemeenten om niet streng te zijn naar de dienst voor het inhuren van personeel, want de gemeenten maken ook onafhankelijk kosten. Zij roept de gemeenten op om de kosten te bundelen. A. North geeft aan dat de gemeenten de omgevingsdienst inhuren voor een aantal onderzoeken vanwege hun expertise, maar dat een aantal gemeenten daarnaast ook continue onderzoeken doet naar een aantal milieutechnische zaken. We zouden inzicht moeten hebben hoeveel kosten we als gemeenten zelf maken. Zo voorkom je dubbele opdrachten bij verschillende adviesbureaus. M. Krul-Seen geeft aan dat het belangrijk is deze informatie gezamenlijk te ontsluiten. Daar ligt een behoorlijke uitdaging. De omgevingsdienst zou er erg bij gebaat zijn en het zou een prettige manier van samenwerken betekenen. M. Cramwinckel geeft aan dat de commissie Van Aartsen aan de ene kant zegt dat het kwaliteitsniveau binnen de regio hetzelfde zou moeten zijn.

Aan de andere kant worden er ook aanbevelingen gedaan voor centralisatie, zoals Rijkstoezicht en landelijke normfinanciering. Als dat wordt gelegd naast de aanbevelingen van de raad van openbaar bestuur, dan wordt de beleidsvrijheid ingeperkt. Hij vraagt zich af of we de goede weg opgaan als we de aanbevelingen uitvoeren of dat we later spijt krijgen van de centralisatie. Hij vraagt wie de kwaliteitsverbeteringen gaan betalen en of er rijksfinanciering komt. M. Krul-Seen geeft aan dat dit een nogal politieke vraag is. Zij reageert op de vraag met haar persoonlijke mening die zij heeft opgedaan als adviseur bij omgevingsdiensten. Zij geeft aan dat het Rijk zich eigenlijk nooit met de uitvoering heeft bemoeid; beleid moest

Agendapunt 2 AB 12 juli 2021: Verslag vergadering 10 mei 2021 (2021006833)

6

bottom-up worden gemaakt. Als centralisatie de norm wordt, dan moet het Rijk ook met oplossingen komen. Of en wanneer het Rijk haar rol gaat pakken is nog onzeker. Ook de aanbeveling voor normfinanciering is interessant. Er moet bij omgevingsdiensten ruimte zijn voor productontwikkeling. Dat hebben wij geregeld in de Kadernota. In zijn algemeenheid biedt het rapport veel aanknopingspunten voor ontwikkelingen; op een aantal punten moeten we landelijke besluitvorming afwachten. Y. Peters-Adrian deelt op veel punten de mening van M. Krul-Seen. Er staan veel zaken in het rapport van de commissie Van Aartsen waarmee we ons voordeel kunnen doen. We doen er verstandig aan om met de blik naar buiten te blijven opereren, samen met andere diensten te kijken wat er beter kan en ruimhartig kennis te delen. R. Bouter geeft aan dat de eerste aanbeveling is overgeslagen, namelijk ‘de ondergrens voor de omvang van de omgevingsdiensten verhogen’. Hij vraagt of de dienst onder de ondergrens zit en of we moeten denken aan samenwerking in de vorm van een fusie. M. Krul-Seen geeft aan dat de dienst waarschijnlijk voor een groot deel kan voldoen aan de normen die gesteld zouden kunnen worden, maar is daar niet 100% zeker van. De commissie is niet duidelijk wat nu precies de norm is.

De commissie spreekt ook van de voorkeur van één omgevingsdienst in één veiligheidsregio, wat bij ons niet van toepassing is. Maar de aanbeveling doelt volgens ODNL met name op netwerkdiensten en zeer kleine diensten in het land. Dat betekent overigens niet dat je in de toekomst niet zou moeten nadenken over schaalvergroting. We moeten erop toezien dat we voldoende menskracht, massa en vlieguren organiseren voor de thema’s in onze regio. Dit is een punt dat we periodiek evalueren en dat zal binnenkort ook weer worden opgepakt. M. Stolk heeft een opmerking over het proces. Het nieuwe kabinet zal op het rapport zijn visie moeten geven. De zaken die we goed en minder goed vinden kunnen we meegeven in de lobby voor de kabinetsreactie. Daarnaast moeten we kijken welke zaken we mee willen nemen in de strategienota/actiepunten van de omgevingsdienst. Hij vraagt zich, net als M. Cramwinckel, af of we wel Rijkstoezicht willen. M. Krul-Seen zal de reactie van ODNL delen met het bestuur. Ook zal ze bekijken hoe we de regionale punten kunnen onderscheiden van de landelijke punten. M. Krul-Seen vraagt of de deelnemers punt zeven willen behandelen: één uitvoerings- en handhavingsbeleid, en één uitvoeringsprogramma op basis van één risicoanalyse per regio. Y. Peters-Adrian stemt hiermee in. E. Spil geeft aan dat harmonisering altijd beter is.

Echter heeft ze grote twijfels of een gezamenlijk beleid in de praktijk haalbaar is. M. Krul-Seen geeft aan dat het inderdaad een grote ambitie is. Ze wil hiervoor de voorwaarde van de Omgevingswet gebruiken: ‘ja, mits’ in plaats van ‘nee, tenzij’. Het streven is om vanuit één manier van denken te starten. Er zal uiteraard blijken dat het niet op alle fronten mogelijk is. E. Spil geeft aan dat we af en toe meetpunten moeten hebben om de gevolgen voor de organisatie te inventariseren. A. Ingwersen deelt de grote lijn van M. Krul-Seen. Ze wil graag meer zicht hebben op de knel- en aandachtspunten. Ook op ambtelijk niveau. M. Krul-Seen geeft aan dat als je dit als uitgangspunt kiest, de knelpunten in de uitvoering naar voren komen. Dit kunnen we ambtelijk voorbereiden en de voor- en nadelen bestuurlijk voorleggen.

Agendapunt 2 AB 12 juli 2021: Verslag vergadering 10 mei 2021 (2021006833)

7

M. Cramwinckel is het eens met A. Ingwersen. Hij wil hier graag de vraag aan toevoegen of er een inschatting gemaakt kan worden of het geld gaat kosten of dat het geld gaat opleveren. Daarnaast is hij het ook eens met de opmerking van M. Stolk. M. Krul-Seen merkt op dat de opties financieel worden doorgerekend. Uitgangspunt is dat de uitwerking zal passen binnen de financiële randvoorwaarden. M. Krul-Seen geeft aan dat er een start is gemaakt met de onderwerpen. We gaan bekijken hoe we de andere onderwerpen kunnen oppakken, met de suggesties van M. Stolk in gedachten. We zullen hierop terugkomen. Y. Peters-Adrian geeft aan dat M. Krul-Seen een eerste aanzet heeft gegeven met de bespreking van het rapport van de Commissie van Aartsen en inzicht heeft gegeven in de verschillende categorieën. We zullen hierop terugkomen in de Strategienota of op een andere manier.

7. Rondvraag Geen vragen.

Y. Peters-Adrian sluit de vergadering om 17.41 uur.

Vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van 13 juli 2021,

de voorzitter,

de secretaris,

Y. Peters-Adrian

M.E. Krul-Seen

Agendapunt 2 AB 12 juli 2021: Verslag vergadering 10 mei 2021 (2021006833)

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10481536/2