CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Vastgesteld besluit bij RV 22.0010 Reglement van orde voor de gemeenteraad Leiden

Gemeenteraad 10 maart 2022, gemeente LeidenBij agendapunt: RV 22.0010 Reglement van Orde voor de gemeenteraad Leiden9.887 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RAADSVOORSTEL Rv. nr.: RV 22.0010

Presidium d.d.: í 1-02-2022

Naam programma +onderdeel: Bestuur en Dienstverlening.

Onderwerp: Reglement van orde voor de gemeenteraad Leiden

Aanleiding: Voorgesteld wordt het Reglement van orde voor de gemeenteraad Leiden aan te passen vanwege gewijzigde wet- en regelgeving en om de daarin geregelde materie weer goed te laten aansluiten op de praktijk. Doel: Doel is het in overeenstemming brengen van deze regeling met de gewijzigde wet- en regelgeving en met de (inmiddels gegroeide) gewijzigde praktijk.

Kader: . artikel í6 Gemeentewet

. Reglement van orde voor de gemeenteraad 2018 Ovenaregingen ln het laatste kwartaal van 2O21 is een juridische 'quickscan' uitgevoerd op een aantal 'raadsregelingen' (verordeningen en regelingen die de raad zelÍ aangaan). Er is een inventarisatie gemaakt van de noodzakelijke en mogelijke wijzigingen van deze regelingen en waar mogelijk en nodig zijn deze in dit raadsvoorstel veniverkt. De wijzigingen betreffen voor een groot deel technisch-juridische aanpassingen of verduidelijkingen. Voorgesteld wordt het reglement van orde op een aantal onderdelen ook inhoudelijk aan te passen. Het gaat daarbij om: De actualiteitsvraag De definitie van de actualiteitsvraag in artikel 1 is verduidelijkt op basis van de ervaringen in deze raadsperiode. Deze wijziging hangt samen met de aanpassingen in artikel 16 RvO (en met de

aanpassing van artikel 1 en artikel 16 in de Verordening op de raadscommissies dat in een separaat voorstel wordt geregeld). Toegevoegd is dat een actualiteitsvraag geen technische vraag is (maar een vraag van politieke aard). ln de definitie stond al dat het daarbij moet gaan om actuele onderwerpen. Het moet dus gaan om nieuwe feiten en omstandigheden die met enige spoed antwoord behoeven (waarvan beantwoording dus niet kan wachten tot de eerstvolgende commissievergadering). Vastgelegd wordt dat actualiteitsvragen kort en duidelijk geformuleerd moeten worden. De vragen kunnen van een korte toelichting worden voorzien. Tot slot wordt vastgelegd dat geen

actualiteitsvragen kunnen worden gesteld bij vergaderingen waar de Kadernota, jaarrekening of de begroting (de P&C-stukken) worden behandeld. Dit is bij de rondvraag in de commissie al staande praktijk (en wordt daar als reden een rondvraag niet toe te staan ook expliciet (in artikel 16)

Pagina 1 van 24

opgenomen). De reden hiervoor is dat tijdens deze vergaderingen in principe'alles' aan de orde kan komen. Eventuele actualiteiten kunnen als discussiepunt aan de orde worden gesteld. Alteen een verslag bij besloten vergaderingen (besluitenlijst en AV-beelden volstaan) Voorgesteld wordt het reglement aan te passen zodat een verslag alleen nodig is bij een besloten

(deel) van een raadsvergadering. Dan is ook een notulist nodig. Op dit moment is het verslag al 'extra' omdat de besluitenlijst het formele verslagleggingsdocument is en de uitzending van de vergadering in beeld en geluid beschikbaar blijft. Het huidige verslag is vooral een manier om snel vanuit de besluitenlijst in te zoomen op de videobeelden van de vergadering. De functie komt binnenkort helemaal te vervallen omdat het digitale raadsinformatiesysteem (RlS) na de invoering van Parlaeus 'automatisch'een verslag maakt op basis van digitale uitzending (de zgn. videotulen). Een verslag is dan dubbelop. Volstaan kan worden met een besluitenlijst. Bijeen besloten (deel) van een vergadering is een verslag echter wettelijk verplicht. Vandaar dat de bepalingen over het verslag gehandhaafd zijn in het deel van de verordening dat gaat over besloten vergaderingen (hoofdstuk 5). Samenloop motie VOD en behandeling L|S-brief Artikel 21 wordt aangepast om de huidige praktijk en de procedure rondom de motie VOD en de agendering van een L|S-brief in het RvO vast te leggen en daarmee dus te formaliseren. Daarbij is het de bedoeling zo veel mogelijk te voorkomen dat een L|S-brief twee keer in een commissievergadering aan de orde komt door daar bij voorkeur direct een motie-VOD te bespreken en niet eerst een L|S-brief en daarna een motie VOD.

Uiteraard is die procedure niet van toepassing bij commissie- en raadsvergaderingen wtarbij de P&C-stukken worden besproken of als een L|S-brief 'hoort' bij een raadsvoorstel dat in een commissie wordt besproken. ln die gevallen kan dat zonder meer, kan worden voistaan met het L|S-advies: 'desgewenst betrekken bij de behandeling van RV X in commissie Y' en is geen apart behandelvoorstel nodig. Korte spreektijd college bij motie-VOD Aan artikel 408 wordt toegevoegd dat het college bij de behandeling van een motie-VOD in de raad maximaal één minuut de tijd krijgt een stemadvies te geven. Dit is een wens uit de praktijk van deze raadsperiode. Fracties hebben de mogelijkheid tot het geven van een stemverklaring over de motieVOD (zoals geregeld in artikel 30 RvO), voor het college ontbrak deze mogelijkheid en wordt nu dus geregeld. P&C-vergadering wordt stand aardvolgorde Voorgesteld wordt artikel 23 (en 46 en 47) aan te passen zodat de sprekersvolgorde zoals die nu in de praktijk wordt gehanteerd (dat is de volgorde die in de P&C-vergaderingen wordt gebruikt), vast te leggen als de standaardmethode (i.p.v. het loten). Het loten is erg bewerkelijk, de nu voorgestelde werkwijze zorgt van te voren voor duidelijkheid. Fracties die vooraf amendementen en/of moties S pre kersvolgorde

hebben aangekondigd, krijgen als eerste het woord. Samenloop schriftelijke vragen en actualiteit Het komt regelmatig voor dat een lid een schriftelijke vraag wil stellen terwijl aan ander lid over hetzelfde onderwerp een actualiteitsvraag wil stellen tijdens een raadsvergadering. Onduidelijk is dan hoe deze vragen zich tot elkaar verhouden. Voorgesteld wordt dat in artikel 45 RvO beter te regelen. Ten eerste wordt voorgesteld dat een raadslid dient te wachten met het indienen van een schriftelijke vraag tot antwoorden op gestelde actualiteitsvragen over hetzelfde onderwerp (in commissies of raad) bekend zijn. Het raadslid dat een schriftelijke vraag wil stellen kan dan aan de hand van die antwoorden overwegen de vraag niet te stellen of deze aan te scherpen / verduidelijken.

Pagina 2van24

Verder wordt voorgesteld dit artikel te wijzigen zodat duidelijk is dat de schriftelijke beantwoording door het college van een schriftelijke vraag de standaard is. Als er desondanks vanwege bijzondere omstandigheden mondelinge reactie nodig is, kan dat bijde actualiteit. Voor een meer gedetailleerde uitleg van alle wijzigingen wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting die als bijlage bij dit voorstel is gevoegd.

Financiën: Geen financiële gevolgen

Overgangsrecht: Overgangsrecht is niet aan de orde.

Evaluatie: Het is gebruik het RvO aan het eind van een raadsperiode te evalueren op basis van de praktijkervaringen en gewijzigde wet- en regelgeving. Als dat vervolgens nodig is, wordt een naar aanleiding daarvan aangepaste versie aan de raad voorgelegd.

Bijgevoegde informatie: . Artikelsgewijze toelichting van de wijzigingen . Algemene toelichting (met wijzigingen zichtbaar)

. Geconsolideerde versie van het Rvo inclusief de zichtbare wijzigingen

Pagina 3van24

RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Leiden; Gezien het voorstel van het presidium (Raadsvoorstel RV 22.0010 van 11 februari 2022), mede gezien het advies van de commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid, gelet op artikel 16 van de Gemeentewet;

BESLUIT

l.

Vast te stellen de navolgende verordening;

Reglement van Orde voor de gemeenteraad Leiden

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen ln dit reglement wordt verstaan onder:

- actualiteitsvraag: vragen van niet technische aard over actuele onderwerpen met een zekere urgentie en waarvan bespreking niet is uii ie sieiien tot cje eerstvoigencie commissievergadering; De door de raad aan het begin van de raadsvergadering vastgestelde agenda; - agenda: - voorlopige agenda: agenda opgesteld door het presidium, die 10 dagen voor de vergadering wordt verzonden;

- amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpbesluit dat is opgenomen in een raadsvoorstel, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het besluit, waarop het betrekking heeft; - subamendement: voorstel tot wijziging van een ingediend amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft;

- burgemeester: de burgemeester van Leiden als bestuursorgaan of als portefeuillehouder; - college: het college van B&W, te weten de wethouders en de burgemeester van de gemeente Leiden;

- collegeleden: leden van het college van B&W, te weten de wethouders en de burgemeester - coalitiepartij: - fractie:

van de gemeente Leiden; fractie die onderdeel uitmaakt van de coalitie; De leden, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. ls onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit

lid als een afzonderlijke fractie beschouwd; - fractievoorzitter raadslid waarvan door de voorzitter op basis van artikel 5, lid 2 in de raad is vastgesteld dat dit lid fractievoorzitter is; griffier van de raad of diens plaatsvervanger; - griffier: - initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; korte onderbreking van een spreker ter verkrijging van duidelijkheid omtrent - interruptie:

- interpellatie:

hetgeen aan de orde is door het stellen van een vraag; vragen van inlichtingen aan het college of aan de burgemeester over een onderwerp dat niet vermeld staat op de agenda;

- lid:

raadslid;

Pagina 4van24

- motie: - motie vreemd aan aan de orde van de dag (VOD): - persoonlijk feit :

- voorstel van orde: - voorzitter:

korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp (dat op de agenda van de raad staat) waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; korte, gemotiveerde verklaring over een onderwerp, dat niet op de agenda van de raad staat, waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; mededeling buiten de orde van de vergadering; voorstel betreffende de orde van de vergadering; voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger;

- plaatsvervangend voorzitter:

- presidium:

- regeling van werkwerkzaamheden:

- secretaris:

de door de raad aangewezen voorzitters van de raadscommissies; het presidium voor de raad en raadscommissies bestaande uit de commissievoorzitters van de op grond van artikel 2 van de Verordening op de raadscommissies Leiden ingestelde raadscommissies en de voorzitter van de raad. Het presidium wordt ondersteund door de griffier; een planning van en de agendapunten voor de komende commissie en raadsvergaderingen; gemeentesecretaris van de gemeente Leiden;

- volstrekte meerderheid:

de helft + 1

Artikel 2 De voorzitter van de raad 1. De voorzitter is belast met:

a) het leiden van de vergadering van de raad en het presidium; b) het handhaven van de orde in de vergadering van de raad; c) het doen naleven van het reglement van orde; d) hetgeen de wet of dit reglement hem verder opdraagt.

2. De voorzitter verleent het woord, formuleert de conclusies waarover wordt gestemd en deelt de uitslag mee.

3. De raad benoemt de vier voorzitters van de raadscommissies als eerste, tweede, derde of vierde plaatsvervangend voorzitter van de raad.

AÉikel 3 De griffier 1. De griffier is in elke vergadering van de raad aanwezig.

2. Bij zijn verhindering of afirvezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad daartoe aangewezen ambtenaar (plv. griffier).

3. De griffier kan, indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.

Artikel 4A Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging

1. Er is een commissie voor: a) het onderzoeken van de aan de raad ingezonden geloofsbrieven van een tot lid benoemde en van de overige door de Kieswet geëiste stukken, welke met de geloofsbrieven zijn overgelegd; b) het onderzoeken van de benoembaarheid van de kandidaten die aan de raad worden voorgesteld om te worden benoemd tot wethouder, waarbij getoetst wordt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet en de door de raad voor wethouders vastgestelde

Pagina 5van24

gedragscode. Hierbij kan van de kandidaat-wethouder een verklaring omtrent het gedrag (VOG) worden gevraagd als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, en c) het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau van de gemeenteraadsverkiezingen.

2. Deze commissie bestaat uit de voorzitters van de twee grootste coalitiefracties en van de twee grootste oppositiefracties, te benoemen door en uit de raad in de eerste vergadering na de vergadering van elke zittingsperiode waarin de leden worden geïnstalleerd. Als voorzitter van de commissie treedt op de voorzitter van de grootste fractie. lndien deze daar van afziet, beslist de commissie wie als voorzitter zal optreden.

3. De benoeming geschiedt voor de duur van de zittingsperiode van de raad en gaat in op het tijdstip waarop deze wordt aanvaard.

4. Degene aan wie op zijn verzoek ontslag wordt verleend, blijft als voorzitter of als lid deel uitmaken van de commissie totdat de opvolger de benoeming heeft aanvaard.

Artikel48

1. Bij elke benoeming van nieuwe leden onderzoekt de commissie de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden. Een commissielid onthoudt zich van het onderzoek geloofsbrieven van leden uit een fractie waar het commissielid deelvan uitmaakt.

2. leder lid ontvangt voor toelating tot de raad, de door de raad vastgestelde gedragscode raadsleden en duo-leden van de gemeente Leiden.

3. De commissie doet na haar onderzoek mondeling verslag aan de raad en brengt vervolgens advies uit omtrent de toelaatbaarheid van de kandidaat. lndien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.

4. De raad besluit daarna in dezelfde vergadering, behoudens in het geval voorzien in artikel 32, vierde lid, van de Gemeentewet, over de toelating van de benoemde of, indien uitstel nodig wordt geacht, op een daartoe door de raad op voorstel van de voorzitter te bepalen tijdstip.

5. De voorzitter roept een toegelaten lid op om in de eerste vergadering, waarin hij zijn functie volgens de Kieswet kan aanvaarden, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte, af te leggen

6. Bij de benoeming van een wethouder doet de commissie verslag aan de raad omtrent de benoembaarheid van de kandidaat overeenkomstig het derde lid.

7. De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaatwethouders aan een risicoanalyse integriteit te ondenryerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. De risicoanalyse is niet openbaar.

8. Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in de oude samenstelling na de verkiezingen.

Artikel 5 Fracties.

1. lndien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie binnen de raad deze aanduiding als naam. lndien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt

Pagina 6van24

de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in

de raad wil voeren.

2. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de voorzitter ter kennis gebracht.

3. Er wordt een schriftelijke mededeling gedaan aan de voorzitter indien: - één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden; - twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; - één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; Met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering van de raad wordt hiermee rekening gehouden.

4. lndien één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden, blijft de naam van de fractie bij de leden die in de oorspronkelijke fractie blijven.

Artikel 6 Fractievoorzittersoverleg

1. Het fractievoorzittersoverleg bestaat uit de voorzitter van de raad en de fractievoorzitters. De voorzitter van de raad treedt op als voorzitter van het overleg. De voorzitter kan zich laten vervangen door één van de plaatsvervangende voorzitlers van de raad. De leden kunnen zich bij

verhindering laten vervangen door een raadslid uit de eigen fractie.

2. De griffier treedt op als secretaris en is elke vergadering in die hoedanigheid aanwezig 3. Het fractievoorzittersoverleg komt bij elkaar indien hiertoe aanleiding bestaat. 4. De griffier stelt de agenda op in samenspraak met de voorzitter van het overleg. De agenda en de bijbehorende stukken worden uiterlijk 72 uur voor de vergadering onder de leden verspreid.

ArtikelT Presidium

1. Er is een presidium voor de raad en de raadscommissies.. De voorzitter van de Commissie voor de Rekeningen en de voorzitter van een raadscommissie bestaande uit raadsleden die is ingesteld op grond van een andere verordening dan de Verordening op de raadscommissies Leiden, worden voor advies gevraagd in aangelegenheden die de betreffende commissie aangaan.

2. De griffier treedt op als secretaris en is elke vergadering in die hoedanigheid aanwezig. 3. Het presidium vergadert één keer per week of zo vaak als de voorzitter dit noodzakelijk acht. 4. Het presidium bereidt de raads- en commissievergaderingen voor. Hij bespreekt alle vergaderingen van raad en commissies voor, beoordeelt de kwaliteit van stukken, bepaalt of stukken 'rijp' zijn voor behandeling, stelt het vergaderschema vast, houdt overzicht over aanlevering en agendering van stukken en de wijze van behandeling van stukken in commissies en raad. Hij bewaakt de regeling van werkzaamheden van de commissies en de raad en draagt zorg voor de planning van de activiteiten voor raad en commissies.

5. Het presidium beoordeelt voor de commissievergaderingen op welke wijze een voorstel wordt geagendeerd, te weten I (informatiefl, BC (besluit commissie), DC (debat en pre-besÍuitvorming in

Pagina 7 van 24

de commissie, besluitvorming in de raad), DR (debat in de commissie, debat en besluitvorming in de raad) of als hamerstuk.

6. De vergaderingen van het presidium zijn openbaar, tenzij de aard van het te bespreken ondenrverp zich daartegen verzet. De griffier verstuurt de agenda en de adviezen van de griffie op

de te agenderen voorstellen minimaal 48 uur voor de vergadering aan de presidiumleden. De griffier maakt een besluitenlijst. Alle leden, duo-leden en collegeleden ontvangen zo spoedig mogelijk deze besluitenlijst per email.

7, leder presidiumlid kan bij de voorzitter verzoeken om een extra vergadering van het presidium Het presidiumlid dient het verzoek met redenen te omkleden. De voorzitter beslist zo spoedig mogelijk over het verzoek na consultatie van de griffier.

Hoofdstuk 2: Orde van de vergaderingen AÉikel 8 Vergaderfrequentie en aanvangstijd 1. De raad vergadert in een cyclus van drie weken, uitgezonderd de recesperiodes en de periode rond de verkiezing van de gemeenteraad. De raadsvergadering vindt plaats in de derde week van de cvclus. 2

De vergaderingen vinden plaats op donderdagavond. De vergaderingen beginnen om 20.00 uur en eindigen uiterlijk om 23.00 uur. Extra vergaderingen worden in principe op dinsdagavond gehouden.

3. De raadsvergadering waarin de Jaarrekening, de Kadernota of Begroting wordt behandeld, kan vanaf 16.00 uur plaatsvinden

4. Voorts vergadert de raad indien de voorzitter het nodig oordeelt of ten minste acht leden schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom verzoeken.

5. De voorzitter kan de raad bij de schriftelijke oproep voor de vergadering (art. 9 lid 1) voorstellen de aanvangstijd te vervroegen voor andere raadsvergaderingen dan die genoemd in het derde tid.

De raad kan bij meerderheid van stemmen besluiten dat een vergadering na 23.00 uur wordt voortgezet. lndien de vergadering niet na 23.00 uur wordt voortgezet, wordt de vergadering voortgezet op de daarop volgende dinsdagavond.

6. De voorzitter bepaalt in overleg met het presidium tijdstip en plaats van de extra vergadering bedoeld in het vierde lid, met dien verstande dat de raadsvergadering moet plaatsvinden binnen 7 dagen gerekend vanaf de dag dat het verzoek is gedaan. De termijn genoemd in artikel 9 eerste lid is niet van toepassing.

AÉikel9 Oproep

1. De voorzitter zendt ten minste 10 dagen vóór een vergadering de leden, de griffier, de collegeleden, de gemeentesecretaris en genodigden digitaal een oproep onder vermelding van de dag, tijdstip en plaats van de vergadering.

Pagina 8van24

2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 25 van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de oproeping digitaal aan de leden verzonden.

3. De openbare aankondiging van de vergadering vindt plaats in de Stadskrant en op de internetsite van de gemeente met de vermelding van de agendapunten die behandeld worden. De agenda en stukken die ter toelichting van de onderurrerpen, of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de oproep op de gemeentelijke website ontsloten en zijn digitaal in te zien op het stadhuis. lndien na het verzenden van de oproep stukken op de website worden toegevoegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden. Op verzoek kan op het stadhuis inzage worden gegeven in de papieren versie van deze stukken.

4. lndien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afiruijking van het tweede lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden inzage.

Artikel í0 Agenda

1. Voordat de oproep wordt verzonden, stelt het presidium de voorlopige agenda van de vergadering vast. lndien de vergadering van de raad vóór 20.00 uur begint, worden de agendapunten waarvoor (veel) publiek valt te verwachten zoveel mogelijk na 20.00 uur geagendeerd.

2. leder lid, de voorzitter of een raadscommissie, kan na het verschijnen van de voorlopige agenda het presidium met redenen omkleed verzoeken een ondenryerp aan de agenda toe te voegen of af te voeren. Het presidium beslist zo spoedig mogelijk. lndien het presidium positief beslist worden de aangepaste agenda en eventueel daarbij behorende stukken verspreid.

3. ln spoedeisende gevallen kan het presidium na het verzenden van de oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een herziene agenda opstellen. De herziene agenda en de daarop vermelde voorstellen worden zo spoedig mogelijk digitaal via de gemeentelijke website ontsloten.

4. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda ondenverpen van de agenda afvoeren of de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.

Artikel 1í De wethouders en burgemeester

1. De burgemeester heeft het recht in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen 2. Een wethouder kan al dan niet op zijn verzoek door de raad worden uitgenodigd om in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslaging deel te nemen. lndien een wethouder zich wil laten vervangen door een ander collegelid om het woord te voeren, meldt hij dit bij de voorzitter.

3. lndien de burgemeester het woord wil voeren over voorstellen die tot zijn portefeuille behoren kan hij het voorzitterschap van de raadsvergadering overdragen aan een van de plaatsvervangende voorzitters.

AÉikel 12 De gemeentesecretaris De gemeentesecretaris kan indien de raad het college hierom verzoekt, aanwezig zijn bij de raadsvergadering en deelnemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement.

Pagina 9 van 24

Artikel 13 Presentielijst 1. Bij binnenkomst tekent ieder lid onmiddellijk de presentielijst.

2. De leden die voor de sluiting de vergadering verlaten, geven daarvan kennis aan de voorzitter dan wel de griffier.

AÉikel 14 Zitplaatsen 1. De voorzitter, de leden en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg met het presidium bij iedere nieuwe zittingsperiode van de raad aangewezen.

2. lndien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien in overleg met het presidium.

3. De voorzitter draagt voor zover mogelijk zorg voor een zitplaats in de raadzaal voor de secretaris, personen die voor de ondersteuning van de leden en collegeleden zijn uitgenodigd, personen met een fysieke of verstandelijke beperking die niet op de publieke tribune kunnen plaatsnemen en overige bij de voorzitter aangemelde genodigde personen.

4. Tijdens de raadsvergadering worden in de raadzaal, naast de leden en genodigden als bedoeld in het derde lid, alleen diegenen die zijn beëdigd, toegelaten.

AÉikel 15 Opening van de vergadering; quorum 1. De vergadering van de raad wordt niet geopend voordat blijkens de presentielijst meer cian de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.

2. lndien ingevolge het eerste lid de vergadering niet kan worden geopend, belegt de voorzitter, onder venrvijzing naar dit artikel, opnieuw een vergadering tegen een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproeping is gelegen.

3. Op de vergadering, als bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raad kan echter over andere aangelegenheden, dan die waarvoor de ingevolge het eerste lid niet geopende vergadering was belegd, alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden tegenwoordig is.

Artikel 16 De actualiteit 1. Na de opening van de vergadering geeft de voorzitter de leden gelegenheid om gedurende totaal dertig minuten actualiteitsvragen als bedoeld in artikel 1 te stellen.

2. Het lid dat tijdens de actualiteit vragen wil stellen, meldt dit onder vermelding van het onderwerp en de concrete vra(a)g(en) uiterlijk om 10.00 uur op de dag van de vergadering bij de griffier via de email. Actualiteitsvragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een

korte toelichting worden voorzien.

3. De voorzitter kan weigeren een ondenrverp tijdens de actualiteit aan de orde te stellen indien: - het onderwerp niet voldoende nauwkeurig is omschreven; - het onderwerp in de raadsvergadering van die dag aan de orde komt; - het onderwerp reeds staat gepland voor behandeling in een raadscommissie; - over het onderwerp reeds een actualiteitsvraag is aangekondigd in een raadscommissie; - het een onderwerp betreft waarover nog een inspraak- of zienswijzenprocedure aanhangig is; Pagina 10van24

het een onderwerp betreft waarover een juridische procedure aanhangig is;

over het onderwerp reeds schriftelijke vragen zijn gesteld conform artikel 45; de actualiteitsvraag wordt gesteld aan het college en het onderwerp niet behoort tot de ínvloedssfeer of bevoegdheid van het college van B&W; het ondenrverp naar het oordeel van de voorzitter niet kan worden aangemerkt als actualiteitsvraag. de kadernota, de begroting of de jaarrekening in de raadsvergadering wordt behandeld

4. De aangemelde ondenrerpen worden op volgorde van aanmelding tijdens de actualiteit aan de orde gesteld.

5. Het lid dat de actualiteitsvraag wil stellen geeft bij het aanmelden van de actualiteit aan hoeveel spreektijd voor dit punt wordt gereserveerd. De voorzitter deelt het collegelid dat de actualiteitsvraag gaat beantwoorden een spreektijd toe voor de beantwoording.

6. Per actualiteitsvraag wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of aan de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven.

7. Na de beantwoording door het college of door de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst nog éénmaal het woord om aanvullende vragen te stellen.

8. Tijdens de actualiteit kunnen geen moties worden ingediend AÉikel 17 Regeling van Werkzaamheden

1. Na het agendapunt 'Actualiteit' wordt het punt 'Regeling van werkzaamheden' geagendeerd. De regeling van werkzaamheden bevat de voorstellen van het presidium voor de komende vergadercyci. 2

Elk lid kan bij dit agendapunt het woord vragen en voorstellen een stuk op een andere wijze te behandelen dan het presidium heeft voorgesteld. Een voorstel van een lid wordt overgenomen indien de raad hierbij in meerderheid instemt.

3. Een lid dat een wijziging in de Regeling van Werkzaamheden wilvoorstellen conform het tweede lid meldt dit voor 10.00 uur op de dag van de raadsvergadering bij de griffier.

AÉikel í8 (Vervallen) Artikel 19 (Vervallen) Artikel 20 Besluitenlijst

1. De raadsvergadering wordt rechtstreeks via de gemeentelijke website uitgezonden en beschikbaar gehouden.

2

Van hetgeen wordt besloten in een raadsvergadering wordt een besluitenlijst gemaakt.

3

De besluitenlijst bevat in ieder geval: a) de namen van de voorzitter, de griffier, de secretaris, de wethouders, de ter vergadering aanwezig leden en de namen van de leden die afwezig waren; b) de namen van de overige personen die in de vergadering het woord gevoerd hebben; c) een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

Pagina 11 van24

d) een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden; e) de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefuoorstellen, moties, amendementen en subamendementen; 0 bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen aan wie het op grond van het bepaalde in artikel 29 door de raad is toegestaan deel te nemen aan de beraadslagingen. 3

De concept- besluitenlijst wordt, zo mogelijk gelijktijdig met de oproeping voor de volgende raadsvergadering, aan de leden en het college gestuurd.

4

De leden, de leden van het college, de voorzitter van de raad en de griffier hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is.

5. Een voorstel tot verandering wordt uiterlijk om 10.00 uur op de dag van de vergadering bij de griffier ingediend.

6. De besluitenlijst wordt vastgesteld door de gemeenteraad in de eerstvolgende raadsvergadering. De besluitenlijst wordt op de agenda na het agendapunt 'lngekomen Stukken', zoals bedoeld in artikel 21 geagendeerd.

Artikel 21 lngekomen stukken 1. De vrijdag voor de vergadering van de raad, wordt door de griffier voor de leden een lijst met de ingekomen stukken digitaal via de gemeentelijke website ontsloten. De lijst met ingekomen stukken bevat alle correspondentie gericht aan de raad en de raadscommissies die in de drie weken daarvoor zijn ontvangen bij de griffie.

2. Op de lijst wordt aangegeven wie de afzender van het bericht is, een korte omschrijving van de inhoud van de mededelingen en de door het presidium voorgestelde wijze van afdoening van het ingekomerr sluk.

3. Een voorstel tot wijziging van de wijze van afhandeling van een ingekomen stuk kan tot uiterlijk '10.00 uur op de dag van de vergadering doorgegeven worden aan de griffier.

4. De ingekomen stukken worden geagendeerd na het agendapunt'Regeling van Werkzaamheden' De raad stelt de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast.

5. lndien een of meer leden over de ingekomen stukken het woord vraagt, kan de voorzitter hiertoe onmiddellijk gelegenheid geven, echter uitsluitend met betrekking tot de wijze van afhandeling.

6. Wanneer de raad door vaststelling van de lijst met ingekomen stukken conform het vierde lid heeft ingestemd met een verzoek van een lid een ingekomen stuk separaat te bespreken in een raadscommissie en een lid niet kiest voor het indienen van een Motie-VOD als bedoeld in artikel 408, dient dat lid voor de volgende raadsvergadering een behandelvoorstel in bij de griffie. lndien het behandelvoorstel niet tijdig wordt ingediend, wordt het betreffende ingekomen stuk voor kennisgeving aangenomen.

Pagina 12van24

Artikel 22 Spreekregels

1. De leden en de coÍlegeleden spreken vanaf hun plaats indien het een stemverklaring of een voorstel van orde betreft, en voor het overige vanaf het spreekgestoelte of een interru ptiem icrofoon.

2. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden en het college vanaf een andere plaats spreken.

AÉikel 23 Volgorde sprekers 1. Leden en collegeleden voeren het woord alleen na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.

2. Sprekers krijgen het woord op volgorde van het aantal zetels van de fracties waarbij wordt begonnen met de spreker van de grootste oppositiefractie, vervolgens van de grootste coalitiefractie, vervolgens van de één na grootste oppositiefractie, daarna van de één na grootste coalitiefractie tot alle sprekers zijn geweest en wordt geëindigd met de spreker van de kleinste

fractie. Sprekers die vooraf amendementen en/of moties hebben aangekondigd, krijgen daarbij eerder het woord dan sprekers die geen amendementen en/of moties hebben aangekondigd..

3. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid het woord vraagt over de orde van de vergadering, of over een persoonlijk feit. Een voorstel van orde kan door de voorzitter of een lid worden gedaan. Over een voorstel van orde beslist de raad terstond.

4. De collegeleden voeren indien nodig het woord nadat alle leden die dat wensen het woord hebben gevoerd.

Artikel 24 Aantal spreektermijnen

1. De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist.

2. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten 3. Een lid mag in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde ondeniverp of voorstel.

4. Het derde lid is niet van toepassing op: - de voorzitter van een raadscommissie in geval van informatieverstrekking uit de -

raadscommissie; leden die een initiatietuoorstel (art. 43) hebben ingediend of een interpellatiedebat (art. 44) hebben aangevraagd.

5. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

AÉikel 25 Spreektijd

1. Het presidium bepaalt het aantal minuten dat beschikbaar is voor de behandeling van alle agendapunten per fractie. De fracties krijgen gezamenlijk 66% van de beschikbare spreektijd en het college 33%.

Pagina '|'3 van24

2

ln afwijking van het eerste lid kan het presidium ook bepalen dat een debattijd per ondenruerp wordt ingevoerd. De beschikbare debattijd wordt over de agendapunten verdeeld. De fracties en het college hebben per agendapunt recht op 66% respectievelijk 33% van de debattijd. lndien de totale debattijd is verstreken wordt het onderwerp afgesloten en indien nadere beraadslaging of stemmingen nodig zijn, in een volgende vergadering voortgezet.

3. De fracties en het college geven uiterlijk 48 uur voor de raadsvergadering bij de griffier aan hoe zij de hun toebedeelde spreektijden verdelen over de verschillende ondenverpen, tenzij de vergadering op dinsdagavond plaatsvindt. Het aanlevertijdstip is in dat geval dinsdagochtend 10.00 uur.

4. Het lid dat namens zijn fractie het woord voert dient zich aan de vooraf opgegeven spreektijd te houden. Het is niet toegestaan om niet gebruikte spreektijd bij een onderwerp op de agenda mee te nemen naar een volgend agendapunt. Ook mag het lid dat het woord voert en door zijn spreektijd heen is, geen (deel van de) spreektijd overhevelen van een later geagendeerd onderwerp naar het agendapunt waar het lid het woord over voert, tenzij dat door de voorzitter wordt toegestaan.

Artikel 26 Orde der vergaderingen 1. De voorzitter zorglvoor de handhaving van de orde in de vergadering en is bevoegd, wanneer die orde op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken.

2. De voorzitter kan de raad voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelcie gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming van het voorstel verlaat het lid onmiddellijk de vergadering. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.

3. lndien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. lndien de spreker hieraan geen gevolg geeft kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.

4. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord, de vergadering sluiten.

AÉikel27 Advisering aan raad Een voorstel kan op drie verschillende wijzen door de raadscommissie aan de raad worden gezonden

ter besluitvorming. Voorstellen kunnen worden besproken als hamerstuk, hamerstuk met stemverklaring of inhoudelijk bespreekpunt. Bij een bespreekpunt wordt vermeld welke amendementen en moties zijn aangekondigd.

Artikel 28 Beraadslaging

1. De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid besluiten over één of meer onderdelen van een onderurrerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.

2. Op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te

Pagina 14van24

geven tot onderling nader beraad. Het verzoek om schorsing dient door de helft van de aanwezige leden te worden ondersteund. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.

AÉikel 29 Deelname aan de beraadslaging door anderen 1. De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden en het college, de gemeentesecretaris, de griffier of de voorzitter mogen deelnemen aan de beraadslaging.

2. De raad beslist daartoe op voorstel van de voorzitter of één van de leden voordat met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt wordt begonnen.

AÉikel 30 Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren. Artikel 31 Beslissing

1. Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzijde raad anders beslist.

2. Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt na een stemming over eventuele amendementen en moties, de stemming plaats over het voorstel in zijn geheel, zoals het dan luidt. Artikel 32 is van toepassing.

3. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing.

4. Bij een raadsvoorstel waarbij twee of meer scenario's zijn opgenomen wordt, voordat het voorstel in stemming wordt gebracht, bepaald door middel van een peiling in twee of meer stemrondes welk scenario een meerderheid van de uitgebrachte stemmen in de raad heeft. Vervolgens wordt het voorstel met dit meerderheidsscenarío in stemming gebracht.

Artikel 32 Algemene bepalingen over stemmingen A. Alqemeen 1. lndien geen van de leden om stemming vraagt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder

stemming is aangenomen. lndien in de vergadering aanwezige leden om stemming vragen, dan geschiedt de stemming met het digitale stemsysteem. Mocht dit systeem tijdelijk niet functioneren dan brengen de leden hun stem uit door het opsteken van een hand of, indien de voorzitter of een van de leden dat verlangt, bij hoofdelijke oproeping. Voorafgaand aan de stemming roept de voorzitter, indien nodig, de leden op tot stemming door middel van een geluidssignaal. 2

Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering

aanwezige leden aantekening in het verslag vragen, datzij geacht willen worden te hebben tegengestemd of overeenkomstig artikel 33 niet aan de stemming te hebben deelgenomen.

3. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet tevens mededeling of het voorliggende besluit, voorstel, motie, amendement of verzoek is aangenomen of veruvorpen.

Pagina'l5van24

4

Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen.

5

Het vierde lid is niet van toepassing:

a. ingeval opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien van wie in een vorige vergadering een stemming op grond van dat niet geldig was. b. in een vergadering als bedoeld in artikel 15, tweede lid, voor zover het betreft onderwerpen die in de daaraan voorafgaande, ingevolge artikel 15, eerste lid, niet geopende vergadering aan de orde waren gesteld.

6. Tenzij de vergadering voltallig is, wordt bij staking van stemmen het nemen van een beslissing uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend 7

lndien de stemmen staken in een voltallige vergadering of ingevolge het zesde lid opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen.

8. Onder een voltallige vergadering wordt verstaan een vergadering waarin alle leden waaruit de raad bestaat, voor zover zij zich niet van deelneming aan de stemming moesten onthouden, een stem hebben uitoebracht.

9. lndien een raadsvergadering op grond van artikel 8, derde of vijfde lid eerder dan 20.00 uur begint, vinden stemmingen over de voorstellen die voor 20.00 uur worden behandeld na 20.00 uur plaats. De raad kan besluiten tot stemming voor 20.00 uur indien bijde stemming de voltallige raad aanwezig is of uit persoonlijke afmeldingen blijkt dat de afwezige leden de raadsvergadering niet bijzullen wonen.

10. Ook kan hijvoorstellen, het voorgestelde besluit in een of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke stemming zal plaatsvinden. Dit splitsingsvoorstel brengt de voorzitter in stemming. B. Hoofdeliike stemminq 11. Stemmingên bij hooídellJke oproeplng gëschleden mondeling

12. Voorafgaand aan de hoofdelijke stemming bepaalt de voorzitter bij welk lid een hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming. 13. De griffier roept de leden bij naam op hun stem uit te brengen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. Stemming vindt plaats door het woord 'voor' of 'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging.

14. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. í 5. lndien hoofdelijk wordt gestemd kan een lid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem heeft vergist, deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.

Pagina 16 van 24

Artikel 33 Deelneming aan stemming 1. Een lid neemt niet deel aan de stemming over:

a. een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hijals vertegenwoord iger is betrokken;

b. de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welk bestuur hij behoort.

2. Bij een schriftelijke stemming wordt onder het deelnemen aan de stemming verstaan: het inleveren van een stembriefje.

3. Een benoeming gaat iemand persoonlijk aan, wanneer hij behoort tot de personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt.

4. Het eerste lid is niet van toepassing bij het besluit betreffende de toelating van de na periodieke verkiezing benoemde leden.

AÉikel 34 Besluitquorum 1. Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem hebben uitgebracht.

2. Bij een schriftelijke stemming wordt onder het uitbrengen van een stem verstaan het inleveren van een behoorlijk ingevuld stembriefje.

Artikel 35 Stemming over amendementen en moties

1. lndien zowel een amendement als een motie op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd, vervolgens over de motie en daarna over het voorstel.

2. lndien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.

3. lndien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zalworden gestemd. Daarbijgeldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.

4. lndien bij een voorstel slechts een of meer moties zijn ingediend, wordt eerst over de motie gestemd en vervolgens over het voorstel. Daarbij geldt de regel, dat de meest verstrekkende motie het eerst in stemming wordt gebracht.

Artikel 36 Stemming over personen

1. Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter vier leden in het stembureau.

2. De stemming over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen is geheim.

3. leder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes zijn identiek.

Pagina 17 van 24

4. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen, De vergadering kan op voorstelvan de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.

5. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het derde lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.

6. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als hiervoor bedoeld worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: a) een blanco ingevuld stembriefje; b) een ondertekend stembriefje; c) een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; d) een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; e) een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.

7. ln geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter.

8. De griffier draagt ervoor zorg dat de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag worden vernietigd.

9. Dit artikel is niet van toepassing indien de benoeming in een bepaald ambt of een bepaalde functie beperkt is tot één persoon. De voorgestelde kandidaten kunnen in die gevallen bij hamerslag worden benoemd.

Artlkêl 37 Hêrstêmmlng over personên 1. lndien de stemmen staken over personen tot wie de keuze door een voordracht of bij een herstemming is beperkt, wordt in dezelfde vergadering een herstemming gehouden.

2. Staken bij deze stemming de stemmen opnieuw, dan beslist terstond het lot AÉikel 38 Beslissing door het lot

1. Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.

2. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud.

3. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.

Pagina 18van24

Hoofdstuk 3: Rechten van leden

Artikel 39 Amendementen

1. leder lid is bevoegd tijdens de beraadslagingen wijzigingen voor te stellen op het voorgestelde besluit. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn.

2. leder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement).

3. De behandeling van een (sub)amendement op een aanhangig voorstelvindt tegelijk met de beraadslaging over dat voorstel plaats.

4. Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. Het amendement dient voorzien te zijn van de handtekening van de indiener en, indien van toepassing, van de namen en handtekeningen van medeondertekenaars.

5. lntrekking, door de indiener, van het (sub)amendement is mogelijk, tot het moment dat de besluitvorming door de raad plaatsvindt.

6. Een amendement is ontoelaatbaar, indien het een strekking heeft, tegengesteld aan die van het voorstel, of indien er tussen de materie van het amendement en die van het voorstel geen rechtstreeks verband bestaat, zulks ter beoordeling van de voorzitter.

Artikel40A Moties

1. leder lid is bevoegd tijdens de beraadslagingen een motie in te dienen. Alleen beraadslaagd kan worden over moties die ingediend zijn door leden, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn.

2. Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, voorzien van de naam en de handtekening van de indiener en, indien van toepassing, van de namen en handtekeningen van medeondertekenaars.

3. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat ondenverp of voorstel plaats.

AÉikel 408 Motie VOD 1. Een lid dat voornemens is een motie over een niet op de agenda opgenomen ondeniverp, (motie vreemd aan de orde van de dag) te gaan indienen, dient deze ten minste 48 uur voor aanvang van de presidiumvergadering in bij het presidium. Het presidium doet een voorstel waar en op welke wijze de motie behandeld wordt. Deze moties worden inhoudelijk besproken in een commissievergadering. ln de raadsvergadering kan de indiener van de motie een korte toelichting geven, krijgt het college één minuut de tijd een stemadvies te geven en vervolgens vindt uitsluitend stemming plaats.

2. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld.

Pagina 19van24

AÉikel41 Voorstellen van orde

1. De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.

2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen 3. Over een voorstel van orde beslist de raad bij gewone meerderheid. AÉikel 42 Collegevoorstel Een voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de voorlopige agenda van de raad (art.10 lid 2), kan niet van de agenda worden afgehaald zonder toestemming van de raad. Artikel 43 ln itiatiefvoorstellen 1. Elk lid kan een initiatiefvoorstel aanbieden ter besluitvorming in de raad. Een initiatiefuoorstel wordt in behandeling genomen, indien het schriftelijk bij het presidium is ingediend.

2. Het presidium plaatst het voorstel op de lijst van ingekomen stukken van de eerstvolgende raadsvergadering met een behandelingsadvies.

3. Het behandelingsadvies genoemd in het tweede lid geeft aan wanneer van het college eventuele schriftelijke wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorstel ter kennis van de raad worden gebracht en wanneer en in welke commissie het initiatief wordt behandeld. De wensen en bedenkingen van het college moet uiterlijk tien dagen voor de commissievergadering bij de griffie worden aangeleverd.

4. Na behandeling in de raadscommissie vindt besluitvorming in de eerstvolgende raadsvergadering plaats.

5. lndien het initiatiefvoorstel op grond van de lnspraak- en participatieverordening inspraakplichtig is, dient de raadscommissie te bepalen of het initiatiefvoorstel op een meerderheid in de raad zou

kunnen rekenen. Na instemming van een meerderheid van de raadscommissie wordt het voorstel voor inspraak vrijgegeven.

6. De initiatiefnemers handelen de inspraakprocedure af en beantwoorden de ingediende zienswijzen. Na de beantwoording van de zienswijzen wordt het initiatiefuoorstel in twee instanties door de commissie behandeld, waarna besluitvorming in de raad volgt.

7. De raad kan nadere voonvaarden stellen aan de indiening en behandeling van een initiatiefvoorstel. Het Presidium kan de raad hierbijadviseren.

8. lndien het initiatiefvoorstel vermeld staat op de agenda van de raad en de indiener het voorstel wil intrekken is het bepaalde in artikel 10 van overeenkomstige toepassing. Arti kel 44 lnterpellatie 1. Een verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van het presidium spoedeisende gevallen, tenminste 48 uur voor de aanvang van de raadsvergadering schriftelijk bij het presidium ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd en indien mogelijk de concrete vragen.

Pagina 20 van24

2. De voorzitter van het presidium brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden en het college. Het verzoek wordt in stemming gebracht op de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek bij het agendapunt 'vaststellen agenda'. Bij aanvaarding van het verzoek door tenminste 8 leden bepaalt de raad op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zalworden gehouden, met dien verstande dat uiterlijk om 22.00 uur met de interpellatie moet worden aangevangen.

3. De interpellant(en) voert (voeren) niet meer dan driemaal het woord, het college maximaal twee maal en de overige fracties voeren niet meer dan eenmaal het woord, tenzij de raad anders besluit. De interpellant(en) krijgen in de eerste termijn het woord. Daarna volgt de reactie van het college. ln de tweede termijn krijgen de interpellant(en) opnieuw het woord. Vervolgens krijgen de andere fracties het woord en daarna nogmaals het college. Tot slot krijgen de interpellant(en) de gelegenheid tot het geven van een conclusie.

4. lnterrupties zijn alleen toegestaan in de tweede en derde termijn van de interpellant(en) indien dit noodzakelijk is voor het verhelderen van standpunten. ln de eerste termijn zijn interrupties niet toegestaan.

Artikel 45 Schriftelijke vragen 1. leder lid kan aan het college of aan de burgemeester schriftelijke vragen stellen

2. Een lid wacht met het indienen van een schriftelijke vraag totdat het college antwoord heeft gegeven op een eerder in de raad of in de commissie gestelde actualiteitsvraag over hetzelfde onderwerp.

3. Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien.

4. De vragen worden bij de griffier ingediend. Daarvoor wordt een formulier door de griffier beschikbaar gesteld. Deze draagt er na advisering aan de indiener zorg voor dat de vragen ter kennis van de overige leden, het college en de pers worden gebracht.

5. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, doch in ieder geval binnen zes weken nadat de vragen zijn binnengekomen. lndien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, stelt het college de raad hiervan voor het einde van de termijn gemotiveerd in kennis. Het college dient aan te geven binnen welke termijn wel beantwoording zal plaatsvinden.

6. lndien binnen de (uit)gestelde termijn in het vierde lid, geen beantwoording volgt, worden op verzoek van de indieners de schriftelijke vragen op de agenda geplaatst van de eerstvolgende raadsvergadering ter behandel ing.

7. De antwoorden worden digitaal door de griffier aan alle leden gestuurd 8. De vragensteller kan in geval van schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende raadsvergadering en in het geval van mondelinge beantwoording in dezelfde raadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende ondenverpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door het college of de burgemeester gegeven antwoord, tenzij de raad anders beslist.

9. Aan de vragensteller wordt het woord verleend om de nadere inlichtingen te vragen aan het college of aan de burgemeester en een toelichting daarop te geven.

Pagina 21 van 24

10, Na de beantwoording door het college of door de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst nog éénmaal het woord om nadere inlichtingen te vragen.

11, Het is niet mogelijk naar aanleiding van de beantwoording van de vragen om nadere inlichtingen moties in te dienen.

Hoofdstuk 4: Begroting en Rekening Artikel 46 Procedure begroting Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek en behandeling van de begroting volgens een procedure die de raad elk jaar voor 15 november vaststelt.

Artikel 47 Procedure jaarrekening Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek en behandeling van de jaarrekening en jaarverslag volgens een procedure die de raad elk jaar voor 15

julivaststelt.

AÉikel 48 lnformatie en verantwoording

1. Een lid of een collegelid, dat door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht in de raadsvergadering in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken èf voor het sluiten van de vergadering verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn

2. De voorzitter kan bepalen dat de bespreking van dit verslag plaatsvindt in de desbetreffende raadscommissie,

3. Wanneer een lid een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan.

4. lndien een door de raad aangewezen lid niet meer het vertrouwen van de raad heeft als lid van het algemeen bestuur van een in het eerste lid bedoeld orgaan, kan de raad het voorstel doen dat lid te ontslaan als lid van dat algemeen bestuur.

5. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden of andere in het eerste lid bedoelde personen, heeft benoemd.

Hoofdstuk 5: Besloten Vergaderingen Artikel 49 Algemeen 1. De vergadering van de raad wordt in het openbaar gehouden

2. De deuren worden gesloten, wanneer ten minste een vijfde van het aantal leden dat de presentielijst heeft getekend daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt.

3. De raad beslist vervolgens of met gesloten deuren zalworden vergaderd

Pagina 22van24

4. Van een vergadering met gesloten deuren wordt een afzonderlijk verslag opgemaakt, dat niet openbaar wordt gemaakt, tenzij de raad anders beslist.

5. De raad maakt een besluitenlijst van zijn vergaderingen op de in de gemeente gebruikelijke wijze openbaar. De raad laat de openbaarmaking achtenivege voor zover het aangelegenheden betreft ten aanzien waarvan op grond van artikel 52 geheimhouding is opgelegd of ten aanzien waarvan openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang.

Artikel 50 Het verslag

1. Het conceptverslag van een besloten raadsvergaderingen wordt niet verspreid, maar uitsluitend voor de raadsleden ter inzage gelegd bij de griffier.

2. Het verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens de vergadering waarin het verslag van de besloten vergadering wordt vastgesteld neemt de raad een beslissing over het al dan niet openbaar maken van het verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11292098/1