CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Vastgesteld besluit bij RV 22.0006 Verordening bekostiging leerlingenvervoer Leiden 2022

Gemeenteraad 10 maart 2022, gemeente LeidenBij agendapunt: RV 22.0006 Verordening bekostiging leerlingenvervoer Leiden 20224.729 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL

Rv. nr.: RV 22.0006

B en W-besluit d.d.: 18-01-2022 B en W-besluit nr.: 22.0026

*224D41C'tB6F* Naam programma: Jeugd en Ondenvijs

Onderwerp: Verorden n g bekosti gi n g leerl n ge nve w oer Leiden 2022 i

i

Aanleiding: De huidige Verordening bekostiging leerlingenvervoer stamt uit 2015, deze is opgesteld naar aanleiding van de instelling van de Wet op het Passend onderwijs in 2014 en de Jeugdwet in 2015. Gaandeweg is in de praktijk gebleken dat de huidige Verordening bekostiging leerlingenvervoer op een aantal punten niet goed aansluit op bovengenoemde wetten. Bij voorbeeld in het geval van het vervoer naar een zorgboerderij waar ook onderwijs gegeven wordt. Dit, en een aantal ontwikkelingen in de jurisprudentie, is de belangrijkste aanleiding voor een nieuwe verordening. Bovendien is er in het Sociaal Domein de laatste jaren een ontwikkeling gaande richting meer zelfredzaamheid. Ook dat is in de nieuwe verordening venrverkt. Doel: De gemeente heeft de wettelijke plicht een regeling vast te stellen voor de bekostiging van het leerlingenvervoer. ln 2015 heeft de VNG een modelverordening leerlingenvervoer gepubliceerd. Sinds 2015 zijn er veel ontwikkelingen in het sociaal domein en specifiek in het passend onderwijs geweest, waardoor er behoefte bleek aan een herziening van de modelverordening leerlingenvervoer. De VNG heeft in december 2020 een herziene modelverordening bekostiging leerlingenvervoer

gepubliceerd. Deze heeft als uitgangspunt gediend voor de Verordening bekostiging leerlingenvervoer Leiden 2022. Met deze verordening wordt beter aangesloten op vigerende

wetten en meer aandacht gegeven aan de zelfredzaamheid van de ouders en de kinderen. Het college heeft ervoor gekozen op een aantal punten de modelverordening van de VNG niet op te volgen. ln het bijgaande Was-wordt overzicht wordt per artikel aangegeven waar van de VNG modelverordening is afgeweken. Dit overzicht dient tevens als toelichting. Kader: De wet op het primair onderwijs, de wet op het voortgezet onderwijs en de wet op de expertisecentra dienen als kader voor deze verordening. Daarnaast heeft het leerlingenvervoer ook raakvlakken met de Wet op het passend onderwijs en de Jeugdwet. ln artikel 4 van de Wet op het primair ondenrvijs, de Wet op het voortgezet ondenvijs en de Wet op de expertisecentra is de grondslag voor het leerlingenvervoer vastgelegd. Het leerlingenvervoer gaat terug tot de jaren twintig van de vorige eeuw en had toen voornamelijk betrekking op het vervoer van leerlingen naar scholen met een bepaalde religieuze signatuur. Later is daar het vervoer van leerlingen met een beperking bij gekomen.

Pagina I van 11

ln de wet staat dat gekeken moet worden wat de ouders redelijkerwijs zelf kunnen doen. Wanneer het kínd onder begeleiding met het openbaar vervoer kan gaan wordt bijvoorbeeld geen leerlingenvervoer toegekend. Bovendien wordt uitgegaan van het vervoer naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Tot slot wordt altijd gekeken naar de gezinssituatie, daarom is er sprake van maatwerk. Ovenaregingen: Met de'Verordening bekostiging leerlingenvervoer Leiden 2022'wordtaangesloten bij de bewegíng die in het sociaal domein wordt gemaakt richting zelfredzaamheid en eigen kracht. Leerlingenvervoer is maatwerk. Daarbij is het van belang om kennis te hebben van de situatie van een leerling, de meest geschikte en haalbare vervoerswijze en de zelfredzaamheid van de leerling en het gezin. Hierbijwordt zoveel mogelijk uitgegaan van wat mensen zelf kunnen. Het uitgangspunt bij het beoordelen van een aanvraag voor leerlingenvervoer is dat waar mogelijk wordt uitgegaan van de eigen mogelijkheden van de leerling en de ouders. ln de nieuwe verordening is het meer mogelijk om maatwerk te kunnen leveren: het kan voorkomen dat een leerling of een ouder op een andere manier kan of wenst te reizen. Hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld een handbike of een elektrische fiets. Artikel 21 van de

Verordening bekostiging leerlingenvervoer Leiden 2022 maakt het mogelijk dit maatwerk toe te passen en de vergoeding aan te laten sluiten bij de vermogens van de leerling en/of de ouder. Op een aantal punten moet de Verordening leerlingenvervoer Leiden 2015 worden geactualiseerd:

- ln de huidige verordening wordt veruvezen naat de Reisregeling Binnenland. Deze regeling is echter per I januari 2020 komen te vervallen; - Door de uitspraak van 21 oktober 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2467) van de Afdeting Bestuursrechtspraak van de Raad van State moet artikel 3, tweede lid van de huidige verordening worden herzien. ln deze uitspraak heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State namelijk geoordeeld dat het college de op godsdienst of levensbeschouwing berustende keuze van ouders voor een school moet eerbiedigen en niet mag afdwingen dat ouders zich tegen dichterbij gelegen richtingen uitspreken. Op dit moment loopt een aanbestedingsprocedure voor het leerlingenvervoer. Het contract met de huidige vervoerder loopt af. Het doel van de aanbesteding is het contracteren van nieuwe,

goede partijvoor het leerlingenvervoer conform de Europese aanbestedingsregels. We streven in de Leidse regio naar eenduidigheid van beleid. Daarom is er bij het tot stand komen van de nieuwe Verordening en beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer Leiden2022 intensief met de collega's uit de Leidse regío samengewerkt en ook met hen afgestemd. Dat laat onverlet dat lokale inkleuring - desgewenst door de raad - mogelijk is. Consequentie daarvan is wel dat een inwoner met een vraag om leerlingenvervoer uit Leiden een andere'behandeling' krijgt dan een inwoner van een van de andere drie gemeenten.

Financiën: Niet van toepassing

lnspraak/paÉicipatie: De Verordening en de bijbehorende beleidsregels zijn 6 weken in de inspraak geweest. Er zijn geen reacties ontvangen. De Adviesraad Sociaal Domein is separaat om advies gevraagd. Het advies en de reactie daarop van het college zijn bijgevoegd.

Pagina 2 van í1

Evaluatie: De verordening gaat in met ingang van het schooljaar 202212023. Aan het einde van dit schooljaar zal een evaluatie plaatsvinden.

Bijgevoegde informatie: 1. Was-wordt lijst behorende bij de verordening; 2. Advies van de Adviesraad Sociaal Domein; 3. Nota van beantwoording;

4. Beleidsregels bekostiging leerlingenvervoer Leiden 2O22

Pagina 3 van 1í

RAADSBESLUIT: De raad van de gemeente Leiden; Gezien het voorstelvan burgemeester en wethouders (Raadsvoorstel RV 22.0006 van 18 januari 2022), mede gezien het advies van de commissie Onderwijs en Samenleving; gelet op artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 4 van de Wet op de expertisecentra en artikel 4 van de Wet op het voortgezet ondenvijs;

BESLUIT Vast te stellen de volgende verordening Vero rden i n g bekosti g i n g leerl i n genvervoer Leiden 2022

Paragraaf 1. Algemene bepalingen

AÉikel1. Definities ln deze verordening wordt verstaan onder: - aangepast vervoer: vervoer per besloten busvervoer, schoolbusvervoer, taxi, taxibus, bustaxi of touringcar; - afstand: afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg; - begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer

te begeleiden; - college: het college van burgemeester en wethouders; - deskundige: onafhankelijk medisch of pedagogisch deskundige; - eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig of fiets; - gehandicapte leerling: een leerling als bedoeld in dit artikel, die door een structurele lichamelijke,

verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet, of niet zelfstandig van het openbaar veryoer of de fiets gebruik kan maken; - leerling: de leerling die is ingeschreven bijeen school als bedoeld in dit artikel; - OOGO: het Op Overeenstemming Gericht Overleg Onderwijs en Jeugdhulp Leidse regio tussen de samenwerkingsverbanden en de gemeenten binnen het samenwerkingsverband als bedoeld in

artikel 18a, negende lid, van de Wet op het primair onderuvijs en artikel í 7a, negende lid, van de Wet op het voorgezet onderwijs; - openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer; - opstapplaats: plaats aangewezen door het college, vanaf waar de leeding gebruik kan maken van het vervoer; - ouders: ouder(s), voogden of verzorgers van de leerling en de handelingsbekwame meerderjarige leerling; - reistijd: totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning en de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids, minus maximaal 10 minuten, indien en voor zover de leerling het schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning, plus een eventuele wachttijd voor het openbaar vervoer of maximaal 10 minuten bij gebruikmaking van aangepast vervoer; - samenwerkingsverband:

Pagina 4 van 11

1'. voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs; 2o. voor het speciaal en voortgezet speciaal ondenrvijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 28a van de Wet op de expertisecentra; of 3'. voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17avan de Wet op het voortgezet onderwijs; - school: de schoollocatie waar de leerling onderwijs volgt. Dit is: 1'. het primair onderwijs: basisschool of speciale school voor basisonderuvijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; 2". het speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs of het speciaal ondenvijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; 3'. het voortgezet speciaal onderwijs: school voor voortgezet speciaal ondenrvijs of voortgezet speciaal onderwijs binnen een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of 4'.

het voortgezet onderwijs: school voor voortgezet ondenruijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet ondenruijs; - toegankelijke school: school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school; - vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning dan wel de opstapplaats en de schooldat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele handicap van de leerling die aansluiting onmogelijk maakt; - vervoersvoorziening: 1'. bekostiging van de goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig diens begeleider;

2'. aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen; of 3'. gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door het college noodzakelijk geachte vervoerkosten van de leerling en zo nodig diens begeleider; - woning: plaats waar de leerling feitelijk en structureel verblijft.

AÉikel2. Doelstelling Deze verordening heeft tot doel, op basis van een beoordeling op grond van in de verordening bepaalde criteria en op basis van een onderzoek naar de individuele situatie van de leerling, een gehele of gedeeltelijke bekostiging toe te kennen, aan de ouders voor het goedkoopst passend vervoer van de leerling van de woning dan wel de opstapplaats naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor de leerling en terug met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.

Paragraaf 2. Aanvraag van de veruoersvooniening

AÉikel 3. Aanvraagprocedure 1. Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan in de gemeente waar de leerling zijn

woning heeft, door indiening bij het college van een volledig ingevuld en door de ouders ondertekend papieren of digitaal formulier, voorzien van de op het formulier gevraagde gegevens. 2. Als dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college de ouders verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken. 3. De gegevens voortvloeiend uit de aanvraag voor een veryoersvoorziening worden slechts gebruikt om de aanvraag te kunnen beoordelen en uitvoering te kunnen geven aan de veryoersvoorziening voor de leerling.

Pagina 5 van 11

4. Het college besluit binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag voor een vervoersvoorziening. 5. Het college kan de in het vorige lid bedoelde besluitvormingstermijn met ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. 6. Als een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze: a. wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de ouders verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag; b. wanneer het een aanbieding van aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zoveel mogelijk aansluit bij de door de ouders verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag

AÉikel 4. Zelfstandigheid en zelfredzaamheid Bij de beoordeling van een aanvraag voor een Vervoersvoorziening voor de leerling en eventueel

een begeleider, wordt rekening gehouden met de mate van zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en die van het gezin.

Artikel 5. Op Overeenstemming Gericht Overleg Onderuvijs met het samenwerkingsverband passend ondenarijs Het college neemt het leerlingenvervoer op als agendapunt in het Op Overeenstemming Gericht

Overleg Onderwijs.

AÉikel 6. Algemene voonraarden voor toekenning van de vervoersvoorziening 1. Ten behoeve van het schoolbezoek kent het college aan de ouders van de in de gemeente verblijvende leerling op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.

2. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen. 3. Als de leerling een meerderjarige en handelingsbekwame leerling is, wordt de vervoersvoorziening op aanvraag toegekend aan de leerling.

4. Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking dan wel de uitbetaling, alsmede de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening. 5. Het college kan aan de toekenning van een vervoersvoorziening nadere voonvaarden verbinden. 6. Het college verstrekt een vervoersvoorziening voor het vervoer van de leerling van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school en terug. 7. Het college kan ten behoeve van de uitvoering van deze verordening nadere regels stellen.

AÉikel 7. Herziening, opschorting, intrekking of terugvordering van de vervoersvoorziening 1. De ouders zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende

vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, direct schriftelijk mede te delen aan het college. 2. Als sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening, vervalt de aanspraak daarop en kent het college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. 3. Als de ouders niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, en het college een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststellen, waardoor blijkt dat ten onrechte een vervoersvoorziening is verstrekt, vervalt de aanspraak op de vervoersvoorziening terstond en kent het college al dan niet opnieuw een veryoersvoorziening toe. Het college deelt het besluit schriftelijk mee aan de ouders. 4. Het college kan een besluit als bedoeld in deze verordening herzien, opschorten dan wel intrekken, als het college vaststelt dat:

Pagina 6 van 11

a. niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voonryaarden en verplichtingen gesteld bij of krachtens deze verordening; b. beschikt ís op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een ander besluit zou zijn genomen; c. de verstrekte vervoersvoorziening niet meer de meest passende vervoersvoorziening is; d. sprake is van onaanvaardbaar gedrag door de leerling gedurende het verblijf in het aangepast vervoer; of e. het vervoeren van de leerling leidt tot een onveilige situatie in het aangepast vervoer. 5. De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de minderjarige leerling gedurende het verblijf van de leerling in het aangepaste vervoer berust bij de ouders. 6. Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders worden teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuw verstrekte vervoersvoorziening.

Paragraaf 3. Beoordelingsfase.' beoordeling van de aanspraak op veruoersvoorziening

AÉikel 8. vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school 1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee brengt en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen. 2. Met inachtneming van het bepaalde in de voorgaande leden wordt eveneens een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning of de opstapplaats en: a. de dichtstbíjzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschoolwaarvan de leerling afkomstig is; of b. een andere speciale schoolvoor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs als bedoeld onder a. 3. Als de ouders vanwege een specifieke onderuvijskundige behoefte van de leerling een vervoersvoorziening aanvragen naar een school op een grotere afstand, dan de dichtstbijzijnde toegankelijke school van de onderwijssoort waarop de leerling is aangewezen, wordt deze slechts toegekend als is voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

aan het college door de ouders genoegzaam is aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke ondenruijskundige ondenuijsbehoefte van de leerling is; en b. aan het college door de ouders genoegzaam is aangetoond dat de dichtstbijzijnde school van de ondenruijssoort waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen

bieden van het noodzakelijke specifleke onderwijsaanbod,-

AÉikel 9. Afstandsgrens 1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde

toegankelijke school voor: a. basisondenruijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; b. speciale basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair ondenrvijs meer bedraagt dan zes

kilometer;of c. speciaalonderwijs meer bedraagt dan zes kilometer. 2. ln afiruijking van het eerste lid wordt geen afstandsgrens gehanteerd wanneer aan het college genoegzaam is aangetoond dat het een gehandicapte leerling betreft. Zo nodig kan het college hierover advies vragen aan een deskundige. De deskundige betrekt in zijn advies de mogelijkheden van de gehandicapte leerling om zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen.

Pagina 7 van 11

AÉikel I 0. Aanwijzing opstapplaats 1. Het college kan bij het verstrekken van aangepast vervoer een opstapplaats aanwijzen van

waaruit de leerling gebruik maakt van de vervoersvoorziening. 2. De ouders dragen er zorg voor dat de leerling naar en op de opstapplaats wordt begeleid als dit noodzakelijk is. 3. Het college wijst geen opstapplaats aan als door de ouders wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is. 4. Het college wijst geen opstapplaats aan als het gebruik van een opstapplaats leidt tot hogere kosten dan aangepast vervoer vanaf de woning van de leerling.

AÉikel 1L Peildatum leeftijd leerling Voor het verstrekken van een vervoersvoorziening op basis van artikel 18 is de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de veryoersvoorziening betrekking heeft bepalend.

Artikel í2. Andere vergoedingen De aanspraak op een toelage, voor zover die voor de betreffende leerling betrekking heeft op de

reiskosten, wordt op een bekostiging in mindering gebracht, dan wel als eigen bijdrage in rekening gebracht.

AÉikel 13. Schooltijden en wachttijden 1. Bekostiging van het aangepast vervoer vindt plaats op standaard schooldagen en schooltijden, zoals deze zijn opgenomen in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt. 2. lngevaler binnen een school sprake is van verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden, kan het college besluiten met de inzet van het aangepaste vervoer een wachttijd aan te houden van één of meerdere klokuren, om zodoende aan te sluiten op het reguliere leerlingenvervoer. 3. Het aangepast vervoer op schooldagen en schooltijden die afwijken van de in de schoolgids genoemde dagen en tijden wordt niet bekostigd, tenzijde ouders bewijs overleggen waaruit blijkt dat de structurele handicap van de leerling de aansluiting op de standaard schooltijden onmogelijk maakt.

Artikel 14. Tijdelijk verblijf buiten de gemeente 1. Het college kan een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken

toekennen aan de ouders van een leerling, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits aan de volgende voonryaarden is voldaan: a. de leerling blijft zijn eigen school bezoeken; b. in de periode, voorafgaand aan het tijdelijke verblijf buiten de gemeente, is een veryoersvoorziening toegekend op grond van deze verordening; en c. de intentie bestaat dat de leerling terugkeert naar de oorspronkelijke gemeente. 2. Het besluit waarin de vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke vervoersvoorziening wordt opgeschort met ingang van de datum van tijdelijk verblijf buiten de gemeente en herleeft weer zodra de leerling terugkeert in de gemeente, tenzij de geldigheidsduur van dit besluit is verstreken.

Pagina 8 van 11

Artikel í 5. Vervoersvoorziening naar stageadres 1. Als er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar een school voor voortgezet

speciaal ondenvijs of een school voor voortgezet onderuvijs kan op verzoek een vervoersvoorziening worden toegekend voor het veryoer naar een stageadres.

2. ln afirijking van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, kan een aanvraag voor stagevervoer bovendien door de school voor voortgezet speciaal ondenrvijs of de school voor voortgezet ondenvijs gedaan worden, ouders dienen de school hiervoor te machtigen. 3. De vervoersvoorziening naar een stageadres wordt slechts toegekend als er wordt voldaan aan de volgende voonryaarden: a. de stage is onderdeel van het ondenrijsprogramma zoals opgenomen in de schoolgids van de school of in het stagecontract; b. de stagetijden komen overeen met de reguliere schooltijden; c. de stage vindt plaats op één stageadres; en d. het stageadres is gelegen op de route van de woning dan wel de opstapplaats naar de school. Als wordt aangetoond dat dit niet mogelijk is, dan kan het stageadres gelegen zijn binnen een door het college te bepalen maximale straal van de woning of de school. 4. Een vervoersvoorziening wordt slechts toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en het dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke stageadres. 5. Het college kan het stagecontract opvragen.

Paragraaf 4. Onderzoeksfase: verstrekking aard en omvang van de vervoersvoorziening

AÉikel 16. Verstrekking van de vervoersvoorziening 1. Het college betrekt bij de verstrekking van de vervoersvoorziening vervoersadviezen van deskundigen die voor de onderzoekfase van belang zijn. 2. Als begeleiding in het vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerskosten die verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het vervoer.

AÉikel 17. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets

í. Als voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 9, eerste lid, verstrekt het college aan de ouders van de leerling die een school voor primair onderwijs of speciaal onderuvijs bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer. 2. Als aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets. 3. De kilometervergoeding voor de fiets is 9 cent per kilometer gemeten langs de kortste afstand. AÉikel í8. Bekostiging van de kosten van openbaar veryoer of vervoer per fiets met een begeleider 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling, die een school bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer of vervoer per fiets van de leerling en een begeleider van de leerling als: a. voldaan is aan de afstandsgrens genoemd in artikel 9, eerste lid, de leerling jonger dan negen

jaar is en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken; of b. de leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet zelfstandig van het openbaar veryoer of de fiets gebruik kan maken. 2. De kilometervergoeding voor de fiets is 9 cent per kilometer gemeten langs de kortste afstand.

Pagina 9 van 11

3. Als een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.

AÉikel 19. Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school bezoekt, als: a. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 17 of 18 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht; b. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 17 of 18 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer perfiets; c. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 18 en door de ouders ten behoeve van het college wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of d. de leerling, naar het oordeel van het college, ook niet onder begeleiding in staat is van het openbaar vervoer gebruik te maken.

AÉikel20. Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer 1. Als aanspraak bestaat op een veryoersvoorziening, kan het college de ouders vragen of op

aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren. 2. Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren: a. een bedrag op basis van de kosten van het vervoer per fiets voor de leerling zonder begeleiding, als aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets al dan niet met begeleiding. De kilometervergoeding voor de fiets is 9 cent per kilometers gemeten langs de kortste afstand; of b. een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer voor de leerling zonder begeleiding, als aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer al dan niet met begeleiding; of c. een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, als aanspraak zou bestaan op een voorziening in de vorm van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid. Deze vergoeding bedraagt 37 cent per kilometer voor de auto, waarin de leerling is vervoerd gerekend langs de kortste afstand. 3.

Als toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag van 37 cent per kilometer voor de auto, waarin de leerling is vervoerd gerekend langs de kortste afstand, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 4. Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die voor het vervoer van één of meer leerlingen bekostiging van het college ontvangen, wordt door het college geen bekostiging verstrekt. Arti kel 2 I . Bekostig i ng andere passende vervoersvoorzien i ng Als aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college na overleg met de ouders een bekostiging verstrekken voor een andere passende voorziening, die goedkoper is dan of gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer.

Pagina 10 van 11

Artikel 22. Vervoersvoorziening voor weekeinde en vakantie 1. Met inachtneming van artikel 8 kent het college desgewenst een vervoersvoorziening voor het

weekeinde en de vakantie toe aan de in de gemeente wonende ouders van de leerling die, met het oog op het volgen van voor hem passend speciaal ondenruijs of voortgezet speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft. 2. Het college kennen aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het weekeindevervoer van de leerling voor de, eenmaal per weekeinde gemaakte, reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de weekeinden niet vallen binnen de in het derde lid bedoelde schoolvakanties. 3. Het college kent aan de ouders een vervoersvoorziening toe voor het vakantievervoer van de leerling voor de, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer, gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voor zover de vakantie voorkomt in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt. 4. Artikel 19, aanhef en onder a, is niet van toepassing. Parag raaf 5. Slotbepali ngen

AÉikel23. Beslissing van het college in gevallen waarin de regeling niet voorziet ln gevallen, de uitvoering van het leerlingenvervoer betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Arti kel 24. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen, het vervoer voor onderuvijs aangaande, ten gunste van de ouders afivijken van de bepalingen in deze verordening, zo nodig na advies te hebben gevraagd aan deskundigen.

Artikel 25. lnwerkingtreding en citeeÉitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 augustus 2022, onder gelijktijdige intrekking van de Verordening leerlingenvervoer Leiden, zoals vastgesteld op 18 juni 2015. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bekostiging leerlingenvewoer Leiden2O22

Gedaan in de openbare raadsvergadering van 10 maart2022, de Griffier,

de Voorzitter,

hn dhr. G.F.C. Van Leiden

drs. H.J.J. Lenferink

Pagina '11 van 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11292010/1