Vastgesteld besluit bij RV 21.0137 Verordening parkeerbelastingen gemeente Leiden 2022
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Rv. nr.: 21.0137
B en W-besluit d.d.: 23-11-2021 B en W-besluit nr.: 21.0586
''z244t40rD15* Naam programma: 4. Bereikbaarheid
Ondenrerp Verordening parkeerbelastingen gemeente Leiden 2022 (Parkeerbelastingverordening 2022)
Aanleiding: ln juli 2020 is de Parkeervisie Leiden Auto- en Fietsparkeren2O20-2030 vastgesteld De parkeervisie is opgesteld aan de hand van de volgende 6 visiepunten voor autoparkeren: 1. Leiden staat voor een duurzame verstedelijkingsopgave. Het past het parkeerbeleid aan om verdere groei in woningen mogelijk te maken, om de overgang naar schoon vervoer te stimuleren en zo beter in te spelen op de veranderende mobiliteitsbehoefte van inwoners.
2. ln Leiden sluiten de parkeeroplossingen aan bijde eigenschappen en ambities van wijken en buurten. De gemeente hanteert een gebiedsgerichte aanpak. 3. Leiden zet in op een verbetering van de kwaliteit van de openbare ruimte. Teneinde leefbare wijken te kunnen borgen waar ruimte is voor groen, water, spelen en bewegen, gaan we het parkeren in de openbare ruimte beter reguleren. 4. Met sturend parkeerbeleid laat de gemeente Leiden de juiste doelgroep op de juiste plaats parkeren. 5. Voor parkeren hanteert de gemeente Leiden de standaardbenadering 'beïnvloeden, benutten, beprijzen en bouwen'. 6. ln Leiden voegen we geen parkeerplaatsen in de openbare ruimte toe om parkeerknelpunten op te lossen. Om deze visiepunten kracht bij te zetten, zijn in de parkeervisie maatregelen voor de auto en fiets geformuleerd. Eén van deze maatregelen behelst het verhogen van de parkeertarieven. Hiertoe heeft de raad bij de behandeling van de Mobiliteitsnota Leiden Duurzaam Bereikbaar (RV 20.0030) onder meer besloten dat de uurtarieven voor het bezoekersparkeren in 2021 en 2022 met € 0,30 (inclusief € 0,05 indexering) worden verhoogd.
De extra inkomsten (in 2021€ 630.000 en vanaf 2022 structureel €1.200.000) maken een dotatie vanuit de Reserve Parkeren aan de Reserve Duurzame Stad mogelijk, ten behoeve van de ambities en investeringen geformuleerd en vastgesteld in het Financieel Perspectief Duurzame Stad. Met onderliggend voorstel geeft het college uitvoering aan dit raadsbesluit. Naast het verhogen van de straattarieven, zullen de tarieven van de parkeervergunningen en naheffingsaanslagen worden geÏndexeerd. Verder wordt voorgesteld om in navolging van de uurtarieven op straat ook de tarieven voor de dag-, week-, maand- en jaarkaart te verhogen. Door deze verhoging wordt het verschil met de tarieven in de garages vergroot, waardoor langparkerende bezoekers worden verleid om in één van de garages te parkeren in plaats van op straat. ln tabel 1 worden de huidige en nieuwe tarieven weergegeven.
Pagina 1 van 11
Parkeerzone/
Product Zone A Zone 81 ZoneB.2
Betaald pateren op straat Bijzonderheden Huidig tarief
Nieuw tarief
€ €
3,20
€
3,50
2,50
€
2,80
lste & 2e uur
€
0,10
€
3" uur en verder
€ € €
2,50
€
0,10 2,80
20,00
€
25,00
€ € €
330,00
Dagkaart Weekkaart
90,00
€ €
Maandkaart Jaarkaart
280,00 2800,00
110,00 3300,00
Tabel 1: tarieven straatparkeren
Daarnaast verhoogt het college de uurtarieven in de garages met € 0,30 (+ € 0,40 in de Morspoortgarage om beter aan te sluiten bij het tarief in de Lammermarktgarage) en worden de tarieven van de dagkaarten in de garages verhoogd. Aanpassing van de garagetarieven is een privaatrechtelijke bevoegdheid en is daarmee toebedeeld aan het college. Bij besluit van B&W 14'0047 d.d.21-01-2014 is deze bevoegdheid neergelegd bij de wethouder Duurzaamheid, Mobiliteit en Beheer Openbare Ruimte. Uw raad wordt nu dus niet gevraagd om een besluit over de garagetarieven, maar het college benut graag niettemin deze gelegenheid om u te informeren
over deze ontwikkeling. De verhoging van de garagetarieven is in lijn met de besluiten en visiepunten die u heeft vastgesteld bij zowel de Mobiliteitsnota als de Parkeervisie. De tarieven voor de dagkaarten stijgen slechts beperkt om het verschil met de dagkaarten op straat te vergroten, zodat bezoekers bij een langer bezoek nog eerder voor een plek in de garage zullen kiezen. ln tabel 2 worden de uurtarieven en tarieven voor de dagkaarten in de garages weergegeven.
Garage
Bijzonderheden
Morspoort
0,40 verhoging om beter aan te sluiten bij
Betaald parkeren in garages Huidig Nieuw Huidig tarief uuÉarief uuÉarief dagkaaÉen
€
2,30
€
2,70
€
12,00
Nieuw tarief dagkaaÉen
€
16,00
tarief Lammermarkt
€
2,10
€ € € €
€
1,80
€
2,10
€
€ €
Lammermarkt Garenmarkt Ringkade
€ € 3,10 € 1,80 €
€
Haarlemmerstraat
l ste uur
1,90
2,20
3,10
3,40 3,40
10,00
€ € € €
10,00
€
11,00
20,00 20,00
16,00 21.00 21.00 12,00
gratis Soestdijkkade
l ste uur
12,00
gratis Tabel 2: tarieven garageparkeren
Doel: De Parkeerbelastingverordening2022 vaststellen, waarmee de ambities uit de parkeervisie Leiden Auto- en Fietsparkeren 2020-2030 worden ondersteund en uitvoering wordt gegeven aan het raadsbesluit bij de Mobiliteitsnota (RV. 20.0030) om de parkeertarieven te verhogen. Pagina 2 van 11
Kader: De volgende punten zijn kaderstellend voor de vaststelling van de parkeertarieven 2022
1. Financieel Perspectief Duurzame Stad (FPDS) 2. Mobiliteitsnota Leiden 2O2O-2O30 3. Parkeervisie Leiden 2020 - 2030:
Financieel Perspectief Duurzame stad ln het Financieel Perspectief Duurzame Stad is de structurele bijdrage uit het betaald parkeren al vastgesteld. Om deze structurele bijdrage te kunnen realiseren, is eerder al besloten tot een verhoging van de parkeertarieven met € 0,30 (inclusief € 0,05 indexering) per uur voor zowel de gemeentelijke parkeergarages, als het parkeren op straat voor de jaren 2021 en 2022. Vorig jaar is hierbij de inschatting gemaakt dat dit zou leiden tot de volgende meeropbrengsten:
2021: € 600.000 2O22: € 1.200.000 Mob i I ite its nota Le id e n 2020-20 30
ln de Mobiliteitsnota worden de algemene doelstellingen van het mobiliteitsbeleid beschreven. Het parkeren maakt hier onderdeel van uit en draagt onder andere bij aan de vermindering van uitstoot en de gewenste transitie naar schonere vervoersmodaliteiten. Met het aannemen van dit
raadsvoorstel heeft de raad via besluitpunt 3 tevens besloten om de bezoekerstarieven op straat en in de garages ín 2021 en 2022 te verhogen met € 0,30 (inclusief € 0,05 indexering). Met de meeropbrengsten kan een dotatie gedaan worden aan de Reserve Duurzame Stad. Parkeervisie Leiden Auto- en Fietsparkeren 2020-2030 ln de parkeervisie zijn de doelstellingen en ambities beschreven voor het parkeerbeleid de komende jaren. Tevens worden per gebiedstype maatregelen voorgesteld om deze doelstellingen en ambities te realiseren, waaronder: - Algemene verhoging van de parkeertarieven - Verhoging van de tarieven voor de tweede en derde bewonersvergunning. Bij de vaststelling van de Parkeerbelastingverordening 2021 zijn de tarieven voor de tweede en derde bewonersparkeervergunning al opgehoogd. ln de Parkeerbelastingverordening 2022 wordt daarom volstaan met een indexering (2% verhoging).
Overwegingen: De ontwikkeling van de parkeertarieven verloopt via enkele uitgangspunten: 1. Het tarief voor de parkeergarages dient lager te zijn dan de parkeertarieven op straat. 2. ln de Kadernota Bereikbaarheid 2009 is vastgesteld dat de parkeertarieven eenmaal per twee jaar worden geïndexeerd. 3. ln het Financieel Perspectief Duurzame Stad (FPDS) is de structurele bijdrage uit de opbrengsten betaald parkeren aan de Reserve Duurzame Stad opgenomen(2021: € 600.000, vanaf 2022 € 1.200.000). Hiertoe is door de gemeenteraad al een besluit genomen voor het verhogen van de parkeertarieven met € 0,301 via de aanpassing van de parkeerbelastingverordening vorig jaar (RV 20.0137). Het tweede deel van deze verhoging ligt nu voor. 4. Om te voorkomen dat Leiden zichzelf uit de markt prijst, wordt ook gekeken naar de parkeertarieven in andere plaatsen.
I € 0,25 ten behoeve van
de reserve Duurzame Stad en € 0,05 ten behoeve van de indexatie van de parkeertarieven voor de PEX.
Pagina 3 van í1
Naast het toepassen van een indexatie (2o/o voot 2022) is er ook een aantal randvoonrraarden die worden toegepast bij de ontwikkeling van het parkeertarief.
a. Afronding op € 0,10 voor betaald parkeren op straat. Omdat contante betaling bij de parkeerautomaat op straat nog steeds mogelijk is, en deze automaat geen kleinere munteenheid kan venverken dan € 0,10, is een afronding
noodzakelijk. Hierbij wordt wel geprobeerd het principe van "betalen per minuut" zo zuiver mogelijk te realiseren. Dit is ook in de parkeergarages het geval. De tarieven voor de vergunningen zijn ook zodanig afgerond dat deze eenvoudiger kunnen worden verwerkt per maand.
b. ln verhouding met parkeertarieven in de regio We willen voorkomen dat Leiden zichzelf uit de markt prijst als het gaat om het parkeertarief. Het is belangrijk om concurrerend te blijven. Daarom kijken we ook naar de parkeertarieven van steden in de regio met een gelijksoortig stedelijk karakter. Daarbij gaat het om Den Haag, Haarlem, Delft en Alphen aan den Rijn. Den Haag en Haarlem hanteren hogere tarieven dan Leiden. Alphen aan den Rijn kent een lager tarief en Katwijk ligt nu het dichtst tegen het tarief van Leiden aan. ln het algemeen kan gesteld worden dat verhoging van het parkeertarief in Leiden niet betekent dat de stad zichzelf uit
de markt prijst.
c. Garages goedkoper dan straat Het doel is om zo veel als mogelijk bezoekers van de stad te laten parkeren in de goed vindbare parkeergarages. Hiermee wordt niet alleen de bereikbaarheid verbeterd, maar ook de aantrekkelijkheid en leefbaarheid in de stad. De parkeerplaatsen op straat zijn met name bedoeld voor bewoners. Om dit te bereiken kan het parkeertarief als sturingsmiddel worden gebruikt. Het parkeertarief op straat moet dan duurder zijn dan het tarief in de parkeergarages. Daarnaast zullen de uitbreiding van vergunninghoudersparkeren in de binnenstad en maatregelen in het kader van de Autoluwe Binnenstad het gebruik van de parkeergarages door bezoekers stimuleren.
Financiën: Het aanpassen van de parkeertarieven leidt tot meeropbrengsten van parkeerinkomsten. Bij de Eerste technische wijziging 2022worden deze meeropbrengsten venryerkt in de begroting waarbij de meeropbrengsten aan de reserve Parkeren worden gedoteerd. Hierbij is de afspraak gemaakt dat de duurzame mobiliteitsprojecten worden gedekt uit de middelen die voortvloeien uit het verhogen van de parkeertarieven in 2021 en in 2022 met € 0,30 per uur. Vanaf 2021 wordt dan ook structureel een bedrag gedoteerd vanuit de reserve Parkeren aan de reserve Duurzame Stad ter dekking van de duurzame mobiliteitsprojecten. Voor 2021 betrof dit € 0,6 miljoen en vanaf 2022 en verder zal dil€ 1,2 miljoen zijn. InspraaUparticipatie: Het vaststellen van de Parkeerbelastingverordening 2022 en de daarin opgenomen tarieven is voorbehouden aan de gemeenteraad. Besluitvorming volgt uit de visiepunten die zijn vastgesteld bijde Mobiliteitsnota en de Parkeervisie, waarover destijds zeer uitgebreide participatie heeft plaatsgevonden. Het is niet mogelijk om bezwaar in te dienen tegen de vaststelling van de verordening en hoogte van de parkeerbelasting. Er is heeft over dit financiële besluit nu dan ook geen separate participatie plaatsgevonden, conform de bedoeling van de inspraak- en participatieverordening. Evaluatie: N. v. t. Pagina 4 van 11
Bijgevoegde informatie: Verordening parkeerbelastingen gemeente Leiden 2022 (Parkeerbelastingverordening 2022)
Pagina 5 van 11
RAADSBESLUIT: De raad van de gemeente Leiden Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (Raadsvoorstel 21.0137 van 23 november 2021), mede gezien het advies van de commissie Leefbaarheid en Bereikbaarheid op 16 december 2021,
BESLUIT 1
vast te stellen de navolgende Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen gemeente Leiden 2022
AÉikel í Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a) parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden b) houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een voertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 - aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig of brommobiel opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven; c) parkeerapparatuur: parkeermeters en individuele, in het voertuig aanwezige parkeerapparatuur inclusief mobiele telefoons, waarmee ler zake van het parkeren van een voertuig de parkeerbelasting kan worden voldaan. :
AÉikel 2 Belastbaar feit Onder de naam "parkeerbelastingen" worden de volgende belastingen geheven
a) een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het College van Burgemeester en Wethouders te bepalen plaats, tijdstip en wijze; b) een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.
AÉikel 3 Belastingplicht
1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a., wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd.
2. Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:
a.
b.
degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen; zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat 1. indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd;
Pagina 6 van 11
2. indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, wordt die ander aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd.
3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op grond van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkenruijs niet heeft kunnen voorkomen.
4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.
5. De belastingen genoemd in artikel 2, onderdeel a, zijn niet verschuldigd indien het voertuig is voorzien van een geldige gehandicaptenparkeerkaart, mits het voertuig geparkeerd is op een algemene gehandicaptenparkeerplaats en mits de gehandicaptenparkeerkaart zodanig in of aan het motorvoertuig is geplaatst, dat deze met het oog op toezicht en controle van buitenaf goed zicht- en leesbaar is. 6. De belastingen genoemd in artikel 2, onderdeel a, zijn niet verschuldigd indien het kenteken van het voertuig door een houder van een geldige gehandicaptenparkeerkaart, uitgegeven door de gemeente Leiden, van tevoren op voorgeschreven wijze is aangemeld bij de gemeente (gehandicaptenvergunning).
AÉikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uítmakende tarieventabel.
AÉikel 5 Ontstaan van de belastingschuld
1. De belasting bedoeld in artikel2, onderdeel a., is verschuldigd bijde aanvang van het parkeren.
2. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b., is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
AÉikel 6 Wijze van heffing, termijnen van betaling en restitutie
1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven door voldoening op aangifte. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt: a. het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften. b. het bij aanvang van het parkeren inbellen of aanmelden op een centrale computer op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college gestelde voorschriften. 2. De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bijwege van voldoening op aangifte en moeten worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend dan welvóór het in de vergunning aangegeven tijdstip. 3. De belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt bij aanvang van de belastingplicht berekend vanaf de 1e dag van de maand van verlening van de vergunning. 4. lndien de belastingplicht bedoeld in artikel 2, onderdeel b, uitgezonderd de bezoekersparkeervergunning, in de loop van de vergunningperiode eindigt, bestaat het recht op restitutie over zoveelvolle kalendermaanden als er in die periode na het tijdstip van de belastingplicht nog resteren. 5. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.
Pagina 7 van 11
AÉikel 7 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en wethouders bij openbaar te maken besluit.
AÉikel 8 Kosten
1. De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in artikel 2 zijn vermeld in de bijdeze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieven- en kostentabel.
Artikel 9 Kwijtschelding Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.
AÉikel í0 Nadere regels door het Gollege van Burgemeester en Wethouders Het College van Burgemeester en Wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de parkeerbelastingen.
AÉikel í í Overgangsrecht De "Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2021", van 15 december 2020, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing bÍijft op de belastbare feiten die zich hebben voorgedaan vóór die datum.
AÉikel 12 lnwerkingtreding
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking 2. De ingangsdatum van heffing is 1 februari 2022. Artikel 13 CiteeÉitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening parkeerbelastingen Leiden 2022
Gedaan in
openbare raadsvergadering van 21 december de
dhr. G.F
Van Leiden
H.J.J. Lenferink
Pagina 8 van 1í
BIJLAGE 1 - TARIEVEN. EN KOSTENTABEL, BEHORENDE BIJ DE VERORDENING PARKEERBELASTI NG EN 2022 Onderdeel l. ln deze tabel wordt verstaan onder
a. parkeermeter: hetgeen daaronder in het spraakgebruik wordt verstaan, met inbegrip van verzamelparkeermeters en parkeerautomaten;
b. dag: periode van24uur; c. week: periode van 7 dagen; d. maand: periode van 30 dagen; e. kwartaal: een kalenderkwartaal; f. jaar: een kalenderjaar;
Onderdeel ll. Tarief van de belasting als bedoeld in artikel2, onderdeel a, van de verordening 1. Het tarief voor het parkeren bij een parkeermeter bedraagt: a
Parkeerzone A, tariefzone l, zoals aangegeven op de bij het geldende aanwijzingsbesluit K.31.1 behorende kaart en gedurende de in dat besluit vermelde tijd: per 60 minuten € 3,50, minimaal belastingbedrag € 0,20;
a
Parkeerzone B1, tariefzone ll, zoals aangegeven op de bij het geldende aanwijzingsbesluit K.31.í behorende kaart en gedurende de in dat besluit vermelde tijd: per 60 minuten €2,80, minimaal belastingbedrag € 0,20
a
Parkeerzone 82, tarief ll zoals aangegeven op de bij het geldende aanwijzingsbesluit K.31.1 behorende kaart en gedurende de in dat besluit vermelde tijd: - 1e en 2e uur; per 60 minuten € 0,10, minimaal belastingbedrag € 0,10; - 3e uur en langer; per 60 minuten € 2,80;
. . . .
voor alle tariefzones per dag € 25,00; voor alle tariefzones per week € 1 10,00; voor alle tariefzones per maand € 330,00; voor alle tariefzones per jaar € 3.300,00;
2. Het tarief voor het parkeren op een vergunninghoudersplaats, anders dan krachtens een parkeervergunning, inclusief bezoekersparkeervergunning, bedraagt:
. . . .
voor alle tariefzones per dag € 25,00; voor alle tariefzones per week € 1 10,00; voor alle tariefzones per maand € 330,00; voor alle tariefzones per jaar € 3.300,00;
Pagina 9 van í1
Onderdeel lll. Tarief van de belasting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de verordening Het tarief voor een parkeervergunning, voor het parkeren op bepaalde wegen of gedeelten van wegen en/of bepaalde tijden, bedraagt per aangegeven tijdseenheid bij een:
Verg unnrn 1e bewoners
nnt
1e
dseenheid i
zone A
kwartaal
€ 48,00
Jaar
u
2e bewonersparkeervergun ning
ly_e.,.le.et
zone B € 54,00
€ 144,00
2e bewonersparkeervergu nning
Jaar
€ 192,00
3e bewo
Jaar
€ 384,00
-e
"
nrn
dlii{g p eflÍp-g-ry9-tg.Y
Jaar
nn
Zorgpa
u
Klussenbusparkeervergunning
iVere
€ 120
kwartaal
n n in 9
nnrng
Deel
Bezoekersparkeervergu n n i ng Opwaarderen
s- 91?,gg
kwartaal
€ 96,00
€ 96,00
Kwartaal
€ 96,00
€ 96,00
:l.e.et
€
€ 54,00
Jaar
€ 192,00
€ 54,00
l ste aanschaf
€.14,99
€ 6,43
Per uur
€ 0,79
€ 0,37
Jaar
€ 48,00
€ 48,00
IÍweÍeel
€ 48,00
€
Kwartaal
€ 111,00
bezoekersvergunni rkeervergunni
nnt
Jaar
un
z Functionele
nni
Gehandicaptenparkeervergu nning
00
€ 156,00
Jaar
€ 444,00 €372,00
€372,00
Jaar
0,00
0,00
Jaar
0,00
0,00
Jaar
€ 156
(binnen Leid Gehand icapten parkeervergu nn in g
buiten Leiden
Onderdeel lV. Kosten van de naheffingsaanslag als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de verordening. De kosten van de naheffingsaanslag wordt, met inachtneming van het "Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen" vastgesteld op € 66,60
Pagina 10 van 1í
e
{
'iv
.\ $
L'r
.
'-l
i{Ír
?
il
I
t::ji
au
,
1,i
i
f
L
Èp
{ I f,, s (fíi
*ê
04
'í
n -f'
r. i\ l
i1
,,{í *.'t'
lntt''
t
It* ,i\\/ /r: i+
1&
,ï r I
''
ffi
Prkeczone À, tlri€faonc
1
Pttecrcrbicliè m.flidag tot €ít ÍrEt z.tr&
\irn 9.00 tot 2Í.00 rÀrÍ Dndrg van 1300 td 21.00 u.rr
[f,
PrkeeÍzone 81, trbf:me ll
il=
Prfteezonc 82" tfietzoÍrc ll (cs!lÊ 2 uuÍ € 0.10 pêÍ 60 ÍÍÍnut€n) PskêeÍrestÍictb maflldag lot Gn Ín t vÍii@
Prtccncokictie mr'ldag tot en ÍïËt zrbÍdNg vEn 9.00 td 19.30 wr
va$ 9.00 tcl 19,30 uur
P(i.ct Ondeuerp: Krrl X3l.í zaaildoc. n.: v 1 7 t I l8e42u t27 ?3w
ProÈet Gl7-!29
Oaturr 12-1ÍL20t7
Foím.$ A4
Asttnn J. Gassbrnocn
SlrÀ15: oh{hibt &.cË:ïsÊ--'r.*
*..n {iàh9XE,hoir]Ê b&9írqlrrfr
Kaart behorende bijAanwijzing terreinen, weggedeelten en tijdstippen voor betaald parkeren als bedoeld in de geldende parkeerverordening en de geldende verordening parkeerbelastingen (parkeerrestrictiegebied) K. 31 . 1
Pagina 11 van 11