Vastgesteld besluit bij RV 21.0128 Wijziging Verordening voor de Fysieke Leefomgeving Leiden 2020 ten behoeve van mogelijk maken ligplaatsen voor maatschappelijke doel
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Rv. nr.: 21.0128
B en W-besluit d.d.: 16-11-2021 B en W-besluit nr.: 21.0567
*Z22B2E3DBE9"
Naam programma: Economie Ondenrverp: Raadsvoorstel Wijziging Verordening voor de Fysieke Leefomgeving Leiden 2020 ten behoeve van mogelijk maken ligplaatsen voor maatschappelijke doeleinden'
Aanleiding: Op 13 iuli 2021 heeft de gemeenteraad van Leiden de motie, PvdD 21 .0067, ligplaats voor schone grachten aangenomen, waarin de raad het college verzoekt zich maximaal in te spannen om een ligplaats voor de kano's van Plastic Spotter in het centrum van de stad, en bijvoorkeur in het water aan de Oude Singel, te realiseren. Plastic Spotter is een vrijwilligersorganisatie die zich inzet voor het verwijderen van plastic afval in de grachten van Leiden. Hiervoor beschikt Plastic Spotter over zes tweepersoonskano's. plastic Spotter is momenteel niet in het bezit van een ligplaatsvergunning voor de kano's. Dat is wel vereist op grond van de Verordeníng voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020 (hierna: 'Verordening voor de fysieke leefomgeving' of 'Verordening'). De organisatie heeft een aanvraag voor een vergunning ingediend, maar deze is nog niet toegewezen. De organisatie komt op grond van de wachtlijst (nog lang) niet voor een ligplaatsvergunning in aanmerking. Naar aanleiding van dit geval is de vraag opgekomen of de Verordening moet worden gewijzigd om het mogelijk te maken dat in bijzondere gevallen met voorbijgaan aan de wachlijst toch een vergunning kan worden verleend voor plezier- en bedrijfsvaartuigen.
Doel: Aanpassing van de Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020, Paragrafen 2.2.1 Ligplaatsenplan en 3.4.1 Algemene bepalingen met betrekking tot ligplaatsvergunningen, om een uitzonderingsclausule voor maatschappelijke doelen mogelijk te maken. Kader: Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020
Ovenregingen Om een uitzondering van de hoofdregel, dat een aanvrager alleen op grond van de huidige geldende verdeelsystematiek in aanmerking kan komen voor een ligplaatsvergunning, voor bepaalde gevallen mogelijk te maken, zal het college daartoe in de Verordening de bevoegdheid gegeven moeten worden. Daarbij ligt het in de rede dat het college de taak krijgt om te beoordelen of de grond voor een uitzondering zich voordoet. Het zal dan gaan om een "kanbepaling": het college beschikt dan over beoordelingsruimte bij het aanwenden van de bevoegdheid. Voor het formuleren van deze kan-bepaling en de motivering daarvan heeft het college advies gevraagd bij Pels Rijcken. Het door hen uitgebrachte advies is in dit raadsvoorstel veruverkt. Pagina í van 5
Zowel bij de formulering van de uitzondering (door de raad) als bij de toepassing daarvan (de concrete afirveging en beoordeling door het college) zijn in ieder geval de volgende belangen relevant, die tegenover elkaar staan: het belang van aanvragers dat zij gelijk met andere aanvragers behandeld worden en dat ' vergunningen volgens de wachtlijst worden verdeeld; het belang om voorrang te krijgen voor een aanvrager die een bepaald (maatschappelijk) ' belang nastreeft waarvoor hij over een ligplaats moet beschikken. Het eerste belang maakt dat het voorrang verlenen aan bijzondere aanvragers een uitzondering moet blijven. Uit de door uw raad aangenomen motie, PvdD 21.0067, d.d. 13 juli 2021, blijkt dat u zoekt naar
een mogelijkheid om voor bepaalde bijzondere gevallen aan een bijzondere aanvraag voorrang te verlenen. Dat is scherper omlijnd en restrictiever dan een algemene hardheidsclausule, die als nadeel heeft dat die onbepaald is. Aan het verzoek van uw raad geeft het college invulling door te kiezen voor een uitzonderingsclausule die is toegesneden op het gegeven dat met de aanvraag een maatschappelijk belang wordt gediend. Dat belang kan dan vervolgens worden afgewogen tegen het belang om de hand te houden aan de geldende verdeelsystematiek. Het college acht het wenselijk om deze uitzonderingsclausule ook mogelijk te maken bij bedrijfsvaartuigen. ln het geval van de Plastic Spotters gaat het om pleziervaartuigen, maar het is zeer waarschijnlijk dat toekomstige aanvragen voor bijzondere voorrang ook voor bedrijfsvaartuigen worden ingediend. Een concreet voorbeeld hiervan is CityBarge, een organisatie die van het college gedoogtoestemming heeft gekregen om tijdelijk een ligplaats in gebruik te nemen voor haar elektrische afualboot en met haar activiteiten een bijdrage levert aan het doel van de Zero Emissie Stadslogistiek. Deze gedoogtoestemming was alleen mogelijk als er zicht is op legalisatie.
Het college stelt daarom voor om via de uitzonderingsclausule de mogelijkheid te creëren ligplaatsvergunningen te verlenen voor dergeÍijke initiatieven die een maatschappelijke bijdrage leveren aan bijvoorbeeld duurzame mobil iteit. Het college heeft nieuwe artikelen opgesteld die we voorstellen om op te nemen in de Verordening voor de fysieke leefomgeving. Deze artikelen luiden als volgt:
Artikel 3.4.1.11 Bijzondere Voorrang Eerste lid
'Het college kan, bijwege van uitzondering, in afiruijking van artikel 3.4.2.3 en artikel 3.4.3.1 een vergunning verlenen aan een aanvrager die, op grond van de geldende verdeelsystematiek, niet in aanmerking komt voor een ligplaatsvergunning, indien de bijdrage van de aanvrager aan een maatschappelijk doel naar zijn oordeel zwaarder weegt dan het vasthouden aan een verdeling op basis van die verdeelsystematiek.' Een korte toelichting (op de gebruikte begrippen): "Het college (...) kan" en "naar zijn oordeel": Deze formuleringen drukken uit dat het college over beleids- en beoordelingsruimte beschikt "bij wege van uitzondering": Deze formulering drukt uit dat uitsluitend in een beperkt aantal gevallen voorrang kan worden verleend met voorbijgaan aan de geldende verdeelsystematiek. "de bijdrage van de aanvraag aan een maatschappelijk doel": Het zal aan de aanvrager zijn om in de aanvraag uiteen te zetten wat het beoogde
maatschappelijk doel is en waarom een ligplaatsvergunning daaraan bijdraagt. Pagina 2 van 5
"zwaarder weegt dan het vasthouden aan een verdeting op basis van de getdende verdeeIsystematiek": Deze weging geeft het college de opdracht en mogelijkheid om ook de belangen van degenen, die op grond van de geldende verdeelsystematiek hun beurt afiruachten, te betrekken bij de besluitvorming. Deze weging maakt bijvoorbeeld ook dat slechts in een beperkt aantal gevallen er een rechtvaardiging zal zijn om voorbij te gaan aan die verdeelsystematiek. Bij meer gevallen zal voor een andere verdeelsystematiek gekozen moeten worden. Tweede lid De vergunninghouder is verplicht om het college binnen twee maanden te informeren als de bijdrage van de vergunning aan het in de aanvraag opgenomen maatschappelijke doel verandert. Als niet aan deze verplichting wordt voldaan, is het college bevoegd om de vergunning in te trekken. Derde lid Het college is bevoegd om, als de bijdrage van de vergunning aan een maatschappelijk doel anders is geworden dan in de aanvraag aangegeven, de vergunning in te trekken.' Het ligt niet in de rede dat een aanvrager nog steeds van een op bijzondere wijze verkregen ligplaatsvergunning gebruik mag blijven maken als de bijdrage aan het maatschappelijk doel wegvalt.
Daarom verplichten lid twee en drie de aanvrager daarom het college op de hoogte te stellen als het maatschappelijk doel wegvalt of verandert ten opzichte van de aanvraag op basis waarvan het college heeft besloten. Het college is dan bevoegd om opnieuw een weging uit te voeren en/of de vergunning in te trekken. Met deze wijziging in de Verordening komt het college tegemoet aan de wens van uw raad om een vergunning voor initiatieven als Plastic Spotter mogelijk te maken binnen de regelgeving voor ligplaatsen. Artikel 2.2.1.2 Vaststelling Ligplaatsenplannen Zesde lid (nieuw) Het college kan nieuwe ligplaatsen aanwijzen voor vergunningen die met bijzondere voorrang zijn verleend, zoals bedoeld in artikel 3.4.1.1í eerste lid, met dien verstande dat de ligplaats van rechtswege vervalt na beëindiging van de vergunning. Een korte toelichting: Vergunningen die met bijzondere voorrang zijn verleend, zoals bedoeld in artikel 3.4.1.11 eerste lid, kunnen het noodzakelijk maken om ligplaatsen aan te wijzen die niet door de raad in het Ligplaatsenplan zijn vastgesteld. Bijvoorbeeld omdat de ligplaatsen in het Ligplaatsenplan bezet zijn, minder goed bruikbaar zijn voor de aanvrager of het belang van het volgen van de geldende verdeelsystematiek op een locatie te zwaar weegt. Dergelijke scenario's zijn met name denkbaar bij bedrijfsligplaatsen.
Dit lid kent aan het college de bevoegdheid toe om ligplaatsen aan te wijzen buiten het geldende Ligplaatsenplan om ten behoeve van vergunningen die in het kader van artikel 3.4.1.11 zijn verleend. Het ligt wel in de rede dat het gaat om een tijdelijke aanwijzing die vervalt als de ligplaatsvergunning vervalt. Daarmee wordt voorkomen dat de ligplaats ook na het wegvallen van het maatschappelijk doel als ligplaats in gebruik blijft. Pagina 3 van 5
Financiën: N.V.T
lnspraaUparticipatie: N.v.t.
Evaluatie
Bijgevoegde informatie: N.v.t
Pagina 4 van 5
RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Leiden:
g Gezien het voorstelvan burgemeester en wethouders (Raadsvoorstel 21 .01*van 16 november 2021), mede gezien het advies van de commissie Werk en Middelen, BESLUIT De verordening tot wijziging van de Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020, paragraaf 2.2.1 en paragraaf 3.4.1, vast te stellen, luidende als volgt:
Verordening tot wijziging van de Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020, paragraaf 2.2.1 en paragraaf 3.4.í. Artike I I Wijzigen verorde ning De Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020 wordt als volgt gewijzigd.
A.
ln Hoofdstuk 2, Afdeling 2.2, paragraaf 2.2.1 een zesde lid aan artikel 2.2.1 .2 toe le voegen dat luidt als volgt:
AÉikef 2.2.'1.2 Vaststelling Ligplaatsenplannen (Bedrijfs- en pleziervaaÉuigen-verordening) 6. Het college kan nieuwe ligplaatsen aanwijzen voor vergunningen die met bijzondere voorrang zijn verleend, zoals bedoeld in artikel 3.4.1.11, eerste lid, met dien verstande dat de ligplaats van rechtswege vervalt na beëindiging van de vergunning.
B.
ln Hoofdstuk 3, Afdeling 3.4, paragraaf 3.4.1 een artikel 3.4.1.11 toe te voegen dat luidt
als volgt:
Artikel 3.4.1.11 Bijzondere Voorrang 1. Het college kan, bijwege van uitzondering, in afiruijking van artikel 3.4.2.3 en artikel
2
3.
3.4.3.1een vergunning verlenen aan een aanvrager die, op grond van de geldende verdeelsystematiek, niet in aanmerking komt voor een ligplaatsvergunning, indien de bijdrage van de aanvraag aan een maatschappelijk doel naar zijn oordeel zwaarder weegt dan het vasthouden aan een verdeling op basis van die verdeelsystematiek. De vergunninghouder is verplicht om het college binnen twee maanden te informeren als de bijdrage van de vergunning aan het in de aanvraag opgenomen maatschappelijke doel verandert. Als niet aan deze verplichting wordt voldaan, is het college bevoegd om de vergunning in te trekken. Het college is bevoegd om, als de bijdrage van de vergunning aan een maatschappelijk doel anders is geworden dan in de aanvraag aangegeven, de vergunning in te trekken.
Artikel I I I nwerkingtred ing Deze wijzigingsverordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking. Artikel ll I Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Wijzigingsverordening Verordening voor de fysieke
leefomgeving Leiden 2020. Gedaan in
openbare raadsvergadering van 21 december 2021,
de
dhr
de
.C. Van Leid e
.J.J. Lenferink Pagina 5 van 5