Vastgesteld besluit bij RV 21.0113 Verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld Leiden 2022
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Rv. nr.: 21.0113
B en W-besluit d.d.: 26-10-2021 B en W-besluit nr.: 21.0419
*22359A873C4"
Naam programma: 05 Omgevingskwaliteit Onderwerp: Verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld 2022
Aanleiding: Jaarlijks worden de tarieven van de belastingen, leges en rechten aangepast. Dit gebeurt door vaststelling van de nieuwe belasting- en legesverordeningen of wijzigingen in bestaande verordeningen door de Raad. ln dit voorstel staan de nieuwe tarieven binnenhavengeld voor
2022. De nieuwe verordening binnenhavengeld dient vóór 1 januari 2022 te zijn vastgesteld, gepubliceerd en integraal op internet beschikbaar te zijn gesteld.
Doel: Het vaststellen van de tarieven voor de binnenhavengeld 2022.
Kader: Artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet Ovenrvegingen: Jaarlijks worden de tarieven van de belastingen en rechten aangepast vanwege de inflatiecorrectie of mogelrjke andere wijzigingen in tarieven. De trendverhoging voor 2022 is berekend op 1,7o/o voor de belastingen en andere heffingen. De trendverhoging van 1,7o/o voor de rondvaartboten, sloepen(verhuur) en platbodems wordt berekend over de oorspronkelijke tarieven die in de raadsvergadering van 15 december 2020 zijn vastgesteld. De trend wordt dus niet berekend over de eenmalige verlaging van 33,33% die met terugwerkende kracht per 1
januari 2021 zijn vastgesteld. ln december 2020 is reeds aangekondigd dat in de passantenhaven een nieuw systeem is geïnstalleerd zodat schippers met een app kunnen betalen. Hiermee behoort contante betaling
aan brugwachters tot het verleden. De tariefstructuur voor de passantenhaven die in de verordening staat, kan niet worden ingeregeld in de nieuwe betaal app. Daarom moet de tariefstructuur worden aangepast.
Financiën: Bij het indienen van de begroting is reeds rekening gehouden met de nieuwe tarieven
Pagina 1 van 9
lnspraaUpartici patie: n.v.t.
Evaluatie: n.v.t.
Bijgevoegde informatie: Toelichting op de wijzigingen in de verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld Leiden 2022.
Pagina 2 van 9
RAADSBESLUIT: De raad van de gemeente Leiden
Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (Raadsvoorstel 21.0113 van 26 oktober 2021), mede gezien het advies van de commissie Werk en Middelen, Gelet op de artikel 216 en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;
BESLUIT
1. vast te stellen de volgende verordening Verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld Leiden 2022 (Verordening bin nenhavengeld Leiden 2022)
AÉikel í Definities ln deze verordening wordt verstaan onder: a. havengebied: het water binnen de grenzen van de gemeente, dat in eigendom, beheer of onderhoud is van de gemeente; b. openbaar water: alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek
c. d. e.
bevaarbaar of op een andere manier toegankelijk zijn, met uitzondering van bevaarbare en openbaar toegankelijke wateren die geen eigendom zijn van de gemeente; vaartuig: elk drijvend voorwerp, inclusief vaartuigen zonder waterverplaatsing, dat vanwege zijn drijfvermogen wordt gebruikt voor of bestemd is voor het vervoergn van personen of goederen te water; woonschip: elk vaartuig, dat uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen tot woon-, dag- of nachtverblijf van één of meer personen; bedrijfsvaartuig: een vaartuig dat voornamelijk wordt gebruikt en bestemd is voor het uitoefenen van een beroep of bedrijf, of daarvoor bestemd is, waaronder begrepen: goederenvervoer, goederenopslag, rondvaarten en/of verhuur ten behoeve van de pleziervaart. Hieronder vallen ook vaartuigen die feitelijk niet geschikt zijn om zich door het water te verplaatsen, met uitzondering van terrasboten waar een terrasvergunning
voor is verleend en waarvan de locatie de aanduiding "terrasboot" heeft in het vigerende
f.
bestemmingsplan; passagiersschip (rondvaartboten en partysloepen): vaartuigen bestemd voor het bedrijfsmatig vervoer van personen en die het gehele havengebied van Leiden kunnen
g.
bevaren; pleziervaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebruikt voor recreatief gebruik dan wel voor sportbeoefening;
h. i. j. k.
box: een vaste ligplaats voor een bedrijfsvaartuig. De afmetingen hiervan bedragen 12,5 meter bij 4 meter waarbij met de langste maat de maat langs de kade wordt bedoeld. havenmeester: de teamleider havenbeheer van de gemeente of diens plaatsvervanger; tabel: de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieven; termijn: dag: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren; week: een aaneengesloten tijdvak van 7 dagen; Pagina 3 van 9
t.
m
maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 dagen; kwartaal: een tijdvak van drie aaneengesloten kalendermaanden; jaar: een kalenderjaar; vaste ligplaats: een, door middel van een vergunning, van gemeentewege aangewezen locatie in het openbaar water bestemd voor het afmeren van een vaartuig; reis: een periode van ononderbroken verblijf binnen de grenzen van het havengebied van veertien dagen of korter.
Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam binnenhavengeld worden rechten geheven ter zake van het gebruik van het havengehied en ter zake van het genol van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte dierrsten in verband met dat gebruik.
Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de houder van een ligplaatsvergunning en bij gebreke van een ligplaatsvergunning de eigenaar van het vaartuig, de reder, de schipper, de kapitein, degene aan wie het schip in gebruik is gegeven, of degene die als vertegenwoordiger voor één van dezen optreedt.
Artikel 4 Maatstaf van heffing Het binnenhavengeld wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
Artikel 5 Tarief Het binnenhavengeld wordt geheven naar de tarieven, die zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van daarin gegeven aanwijzingen en bijzondere bepalingen en van het bepaalde in artikel 6.
AÉikel 6 Tariefberekening en toepassing 1. Voor de toepassing van de tarieven voor de bedrijfsvaartuigen geldt dat:
a. de box de basis is van het te berekenen tarief; b. in die gevallen dat een ligplaatsvergunning met maatwerk wordt afgegeven en de maten van de ligplaats afwijkend van de box, zal het tarief naar rato van de afwijking worden berekend. c. in cjie gevailen ciat er bij het begin van het beiasiingjaar bijcie gemeenie bekende vaartuigen van een vergunninghouder en na het rangschikken per box van vaartuigen per tariefgroep een situatie ontstaat dat er een box overblijft die vaartuigen uit meerdere tariefgroepen bevat, dan wordt voor dat belastingjaar het tarief gehanteerd van het vaartuig dat de meeste oppervlakte binnen de box inneemt. 2. Voor de toepassing van de tarieven voor alle overige vaartuigen: a. wordt de oppervlakte van een vaartuig gesteld op het product van de lengte over alles en
de grootste breedte; b. worden de lengte en de breedte van een vaartuig gesteld op de lengte over alles en de grootste breedte, zoals deze blijken uit de bij het vaartuig behorende meetbrief, dan wel ambtshalve worden vastgesteld ; c. wordt een gedeelte van een eenheid van oppervlakte of van lengte voor een volle eenheid gerekend.
Pagina 4 van 9
AÉikel 7 Belastingtijdvak Het belastingjaar loopt van I januaritot en met 31 december
Artikel 8 Vrijstellingen Binnenhavengeld wordt niet geheven ter zake van: 1. binnen het havengebied nieuw gebouwde vaartuigen, die voor de eerste maal vaarklaar zijn gemaakt en geen lading hebben; 2. vaartuigen, die blijkens een schriftelijke verklaring van de teammanager van het Team Vergunningen Openbare Ruimte behorende bij het Cluster Publiekszaken, Handhaving en Veiligheid, of diens rechtsopvolger, in dienst van de gemeente worden gebruikt; 3. politievaartuigen waarmede binnen de gemeente toezicht wordt gehouden; 4. vaartuigen, welke het havengebied binnenkomen en doorvaren naar een binnen het havengebied aan het water gelegen scheepsmakerij, machinefabriek of motorherstelplaats, teneinde aldaar een herstelling te ondergaan, mits het betreffende bedrijf precariobelasting betaalt voor het gebruik of genot van gemeentegrond.
AÉikel 9 Wijze van heffing Het binnenhavengeld wordt geheven bijwege van aanslag, indien een vaste ligplaatsvergunning is afgegeven. ln alle overige gevallen bijwege van voldoening op aangifte.
AÉikel í 0 Verschuldigdheid 1. Het binnenhavengeld is verschuldigd zodra het gebruik van de wateren binnen de gemeentegrenzen aanvangt. 2. Bij verlening van een vaste ligplaatsvergunning is het binnenhavengeld verschuldigd vanaf de 1e dag van de maand volgend op de verlening van de vergunning.
AÉikel í1 Aangifte; aanslag; betaling 1. De aangifte wordt gedaan bij de teammanager van het Team Vergunningen Openbare Ruimte behorende bij het Cluster Publiekszaken, Handhaving en Veiligheid, of diens rechtsopvolger. 2. Het binnenhavengeld moet overeenkomstig de aangifte aan de teammanager van het Team Vergunningen Openbare Ruimte behorende bij het Cluster Publiekszaken, Handhaving en Veiligheid, of diens rechtsopvolger, worden betaald op de eerste werkdag volgende op de dag van aankomst van het vaartuig in het havengebied, doch vóór het tijdstip waarop het vaartuig uit het havengebied vertrekt. 3. ln afiruijking van het bepaalde in het tweede lid kan het binnenhavengeld worden betaald binnen 14 dagen na de dag van aankomst van het vaartuig in het havengebied, mits ten genoegen van de teammanager van het Team Vergunningen Openbare Ruimte behorende bij het Cluster Publiekszaken, Handhaving en Veiligheid, of diens rechtsopvolger, zekerheid tot betaling van het binnenhavengeld is gesteld.
4. lndien het vaartuig in de loop van een termijn, die in de tarieventabel is aangeduid als een termijn per reis, uit het havengebied vertrekt en daar in de loop van die termijn terugkeert, begint btj de terugkeer een nieuwe termijn en neemt met betrekking tot de laatstbedoelde termijn het gebruik van het havengebied opnieuw een aanvang. 5. Bij voortgezet verblijf in het havengebied, na afloop van de termijn waarvoor binnenhavengeld is betaald, begint een nieuwe termijn en neemt met betrekking tot de laatstbedoelde termijn het gebruik van het havengebied opnieuw een aanvang. Alsdan moet opnieuw aangifte en betaling overeenkomstig het 2e lid plaatsvinden. 6. De aanslag moet worden voldaan in één termijn, die vervalt op de laatste dag van de maand, volgende op die van de dagtekening van het aanslagbiljet. Pagina 5 van 9
7. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c., van de lnvorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. 8. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
AÉikel 12 Teruggaaf en overschrijving 1. Van het binnenhavengeld dat wordt betaald naar een termijn van een jaar wordt, indien het gebruik van het havengebied is geëindigd voor het verstrijken van de termijn, op schriftelijk verzoek van de belastingplichtige, restitutie verleend voor zoveel twaalfden van het betaalde bedrag als er in dat jaar na de beëindiging van het gebruik van het havengebied volle maanden overblijven, met dien verstande dat bedragen beneden € 11,48 niet worden têruggegeven. 2. lndien een vaartuig wordt vervangen door een ander vaartuig wordt deze wijziging ingevoerd met ingang van het nieuwe kalenderjaar. De voor het lopende belastingjaar opgelegde aanslag blijft in stand. De situatie op I januari, dan wel bij aanvang belastingplicht gedurende het belastingjaar, vormt de grondslag voor het vaststellen van de aanslag. AÉikel 13 Nadere regels door het College van Burgemeester en Wethouders Het College van Burgemeester en Wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de binnenhavengelden.
Artikel 14 lnwerkingtreding en citeertitel binnenhavengeld 2021" van 15 december 2020 met de daarbij behorende tarieventabelwordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dalzij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor 1 . De "Verordening
die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 ianuari 2022. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening binnenhavengeld Leiden 2022".
Gedaan in de openbare raadsvergadering van 2 december 2021,
de
de Griffier,
dhr
Van Leiden
drs. H.J.J. Lenferink
Pagina 6 van 9
Tarieventabel behorende bij de verordening binnenhavengeld Leiden 2022
Het binnenhavengeld bedraagt a.
voor passagiersschepen en bedrijfsvaartuigen, zonder vaste ligplaats in de gemeente Leiden: 1. voor passagiersschepen met een verblijfsduur van meer dan 2 uur binnen de gemeentegrens: per dag of een gedeelte daarvan of per overnachting per m2
met een minimum van 2. in de periode tussen 1 november en 1 april per meter lengte per maand of gedeelte daarvan met een minimum van
€ €
0,15 13,64
€ €
37,66
€
0,33
€ €
9,36
7,55
3. in de Winterperiode tussen 1 november en 31 maart voor passagiersschepen en bedrijfsvaartuigen met een verblijfsduur van meer dan 2 uur binnen de gemeentegrens: per dag of een gedeelte daarvan of per overnachting per m2 b
voor pleziervaartuigen zonder vaste ligplaats in de gemeente Leiden: 1. per dag of gedeelte daarvan of per overnachting per meter lengte
met een minimum van
2. in de winterperiode tussen I november en 31 maart per dag per met een minimum van 3. lndien het een aantoonbaar bij het Register Varend Erfgoed Nederland of in het Nationaal Register Mobiel Erfgoed ingeschreven vaartuig betreft: per dag of gedeelte daarvan of per overnachting per meter lengte met een minimum van voor vaartuigen welke uitsluitend of hoofdzakelijk als woning worden gebruikt of tot woning zijn bestemd per kwartaal of gedeelte daarvan voor elke meter, welke het vaartuig langer is dan 15 meter verhoogd
€ €
50,02
€
0,93
€
4,18
€
158,02
met;
€
15,56
€
21,46
€
10,73
€
4,74
meter lengte
c.
d
1,65
0,33
voor pleziervaartuigen, waarvoor door het college van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats is toegestaan, per kalenderjaar of een gedeelte daarvan per m2 oppervlakte (met een minimum van 5
m2) 1. lndien het een door een fossiele of organische brandstofmotor aangedreven vaartuig betreft 2. lndien het een elektrisch of door spierkracht aangedreven vaartuig betreft (zoals kano's, kajakken of sups) 3. lndien het een aantoonbaar bij het Register Varend Erfgoed Nederland of in het Nationaal Register Mobiel Erfgoed ingeschreven vaartuig betreft voor bedrijfsvaartuigen waarvoor door het college van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats is toegestaan, per kalenderjaar of gedeelte daarvan per box Pagina 7 van 9
1. lndien het een door een fossiele of organische brandstofmotor aangedreven vaartuig of een vaartuig zonder eigen voortstuwing betreft 2. lndien het een elektrisch of door spierkracht aangedreven vaartuig betreft (zoals kano's, kaiakken of sups) 3. lndien het een aantoonbaar bij het Register Varend Erfgoed Nederland of in het Nationaal Register Mobiel Erfgoed ingeschreven vaartuig betreft, tenzij het een dekschuit, beunbak, duwbak of ander bedriifsvaartuig zonder opbouw en zonder eigen voortstuwing betreft
f
g
h
t.
voor voormalige bedrijfsvaartuigen in de Historische Sleepboothaven aan de Oude Singel / Houtmarkt, waarvoor door het college van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats is toegestaan, per kalenderiaar of gedeelte daarvan per m2 oppervlakte Voor bewoonde voormalige bedrijfsvaartuigen in de Historische Haven aan het Galgewater, waarvoor door het college van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats is toegestaan, per kalenderiaar of gedeelte daarvan per m2 oppervlakte
€
775,09
€
177,93
€ 201,47
€
4,77
€
4,77
onderhoudswerkzaamheden uitvoeren aan schepen, waarvoor door het college van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats is toeqestaan, per kalenderiaar of gedeelte daarvan per m2 oppervlakte
€
21,46
voor vaartuigen, andere dan onder c, d, e, f, g en h van deze tabel gerroerrrde, waarvoor door lret college van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats is toegestaan, per kalenderjaar of gedeelte daarvan per m2 oppervlakte
€
21,46
voor bedrijven die restauratie-, reparatie- of
Pagina 8 van 9
Toelichting op de wijzigingen in de verordening op de heffing en invordering van bi n nen haven geld Leiden 2022. ln de tarieventabel zijn de posten onder a. en b. aangepast. ln de passantenhaven is een nieuw systeem geÏnstalleerd zodat schippers met een app kunnen betalen. Hiermee behoort contante belasting aan brugwachters tot het verleden. Bovendien mag met de invoering van de Machinerichtlijn de passantenhaven uit veiligheidsoverwegingen voor de weggebruikers niet meer door de brugwachters worden bediend. Voor het beheer van de passantenhaven is de functie van Havenmeester ingesteld, die ook als gastheer optreedt voor de bezoekers van de passantenhaven. De tariefstructuur voor de passantenhaven is gewijzigd door de inzet van de nieuwe functie van
Havenmeester en omdat deze structuur niet kan worden ingeregeld in de nieuwe betaalapp. Daarop is de nieuwe tariefstructuur aangepast. De tarieven voor tijdelijk verblijf van de pleziervaart in de passantenhaven zijn aangepast aan een
marktconform tarief, op basis van een benchmark met omliggende steden. Het tarief is getoetst bij een vooraanstaand adviesbureau voor ontwikkelingen m.b.t. watertoerisme.
Pagina 9 van 9