Vastgesteld besluit bij RV 21.0112 Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing Leiden 2022
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL
Rv. nr.:21.0112
B en W-besluit d.d.: 26-10-2021 B en W-besluit nr.: 21.0518
I
tilt tilil tilil tilil ililil ilfi t]ll ilfl tilll ilil tilil tilt til
*223OD926954*
Naam programma: 05 Omgevingskwaliteit
Ondenrerp: Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing Leiden 2022
Aanleiding: Jaarlijks worden de tarieven van de belastingen, leges en rechten aangepast. Dit gebeurt door vaststelling van de nieuwe belasting- en legesverordeningen of (verordeningen tot) wijzigingen in bestaande verordeningen door de Raad. ln dit voorstel staan de nieuwe tarieven afu alstoffen h eÍfing v oor 2022.
De verordening afvalstoffenheffing dient vóór 1 januari 2022he zijn vastgesteld en gepubliceerd
Doel: Het vaststellen van de tarieven voor de afualstoffenheffing 2022
Kader: Artikel 15.33 van de Wet milieubeheer
Overwegingen: ln het Beleidsakkoord 2018-2022 is opgenomen dat de afualstoffenheffing stapsgewijs verhoogd wordt naar 100% kostendekkendheid in 2022, mede in verband met de afschaffing van de precario op kabels en leidingen. Wijzigingen in aantal te belasten huishoudens, oninbaarheid dan
wel kwijtscheldingen hebben hierdoor invloed op de hoogte van de tarieven. De afvalstoffenheffing wordt mel8,7o/o verhoogd. Dit is inclusief de indexeringvan 1,7o/o. ln artikel 8, tweede lid (Termijnen van betaling) is de grens van automatische incasso verhoogd van € 5.000 naar € 10.000.
Financiën: ln de begrote opbrengst afvalstoffenheffing is reeds rekening gehouden met de nieuwe tarieven
Pagina 1 van 5
lnspraak/paÉicipatie n.v.t.
Evaluatie: n.v.t.
Bijgevoegde informatie: n.v.t.
Pagina 2 van 5
De raad van de gemeente Leiden
Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (Raadsvoorstel 21.0112 van 26 oktober 2021), mede gezien het advies van de commissie Werk en Middelen, gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;
BESLUIT
1, vast te stellen de volgende verordening Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing Lelden2O22 (Verorde n n g afva lstoffen heffi ng Leiden 2022) i
AÉikel 1 Definities
1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder 'gebruik maken': gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer.
2. Voor de toepassing van deze verordening wordt als één perceel aangemerkt: a. hetgeen in artikel í6 van de Wet waardering onroerende zaken als één onroerende zaak wordt aangemerkt; b. een roerende zaak;
c. een gedeelte van een roerende zaakdat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d. een samenstel van twee of meer roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.
AÉikel 2 Aard van de belasting en belastbaarfeit 1. Onder de naam 'afualstoffenheffing'wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2. De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudel ijke afu alstoffen geldt.
Artikel 3 Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom , bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
Artikel 4 Maatstaf van heffing en belastingtarief
1. De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 226,20 indien het perceel wordt gebruikt door één persoon. 2. De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 325,20 indien het perceel wordt gebruikt door twee personen. 3. De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 424,44 indien het perceel wordt gebruikt door drie of meer personen. Pagina 3 van 5
4. ln afwijking van de voorgaande leden bedraagt de belasting, indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, niet permanent mag worden bewoond, €.226,20. 5. lndicn in dc loop van hct bclastingjaar oon vorandering plaatsvindt van het derde naar het tweede lid, respectievelijk van het tweede lid naar het eerste lid, respectievelijk van het derde naar het eerste lid, wordt het tarief als bedoeld in het tweede lid of het eerste lid toegepast met ingang van de eerst volgende kalendermaand, tenzij in dezelfde dan wel de eerstvolgende kalendermaand opnieuw sprake is van lid 3 dan wel lid 2.
AÉikel 5 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar
Artikel 6 Wijze van heffing De belasting wordt bijwege van aanslag geheven AÉikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2. lndien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. lndien de belastingplicht aanvangt op de eerste dag van een kalendermaand wordt die kalendermaand aangemerkt als een volle kalendermaand. 3. lndien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. lndien de belastingplicht eindigt op de eerste dag van een kalendermaand wordt die kalendermaand aangemerkt als een volle kalendermaand.
Artikel I Termijnen van betaling
1. ln afirvijking van artikel 9, eerste lid, van de lnvorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. ln afivijking van het bepaalde in lid 1 geldt dat, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 75,00 doch minder dan € 10.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, de aanslagen moeten worden betaald in maximaal acht termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 3. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid gestelde termijnen.
AÉikel 9 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing.
Pagina 4 van 5
Artikel í 0 Overgangsrecht De'Verordening afualstoffenheffing Leiden 2021'van 3 december 2020 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel í 1 tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande datzij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
AÉikel I I lnwerkingtreding
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari2022. Artikel 12 Giteertitel Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening afualstoffenheffing Leiden 2022'
Gedaan in de
bare raadsvergadering van 2 december 2021,
de Griffier,
de
dhr
drs. H.J.J. Lenferink
C. Van Leiden
Pagina 5 van 5