CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Vastgesteld besluit bij RV 21.0111 Verordening tot wijziging van de verordening binnenhavengeld Leiden 2021

Gemeenteraad 2 december 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: RV 21.0110 t/m 21.0118 Verordeningen Lokale heffingen2.526 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

RAADSVOORSTEL Rv. nr.: 21.0111

B en W-besluit d.d.: 26-10-2021 B en W-besluit nr.: *2235788,674C*

Naam programma: 05 Omgevingskwaliteit Ondenrverp: Wijziging verordening binnenhave ngeld 2021

Aanleiding: ln verband met de gevolgen van corona hebben ondernemers van rondvaartboten, sloepen(verhuur) en platbodems die bedrijfsmatig worden geëxploiteerd hun schepen niet volledig kunnen benutten. Deze periode duurde van 1 januari tot 28 april201. Om de ondernemers tegemoet te komen voor de geleden schade, worden de tarieven voor vergunningen voor rondvaartboten, sloepen(verhuur) en platbodems met 33,33% (vier twaalfde) verlaagd. Anders gezegd: over 4 maanden wordt geen tarief geheven. De verlaging gaat met terugwerkende kracht in per 1 januari 2021. Doel: Het verlagen van de tarieven 2021 voor de vergunningen van rondvaartboten, sloepen(verhuur)

en platbodems.

Kader: Artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet

Overuregingen: Zie aanleiding.

Financiën: Het gemis aan belastingopbrengsten wordt gecompenseerd door het Rijk. lnspraaUpaÉicipatie: n.v.t.

Evaluatie: n.v.t.

Bijgevoegde informatie: Geconsolideerde gewijzigde Verordening op de heffing en de invordering van binnenhavengeld Leiden 2021 (eerste wijziging verordening binnenhavengeld Leiden 2021).

Pagina 1 van 8

RAADSBESLUIT: De raad van de gemeente Leiden: Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (Raadsvoorstel 21.0111 van 26 oktober 2021), mede gezien het advies van de commissie Werk en Middelen, Gelet op de artikel 216 en 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet;

BESLUIT

1. vast te stellen de navolgende Verordening tot wijziging van de verordentng op de heffing en invordering van binnenhavengeld Leiden 2021

AÉikel I Letter e. van de tarieventabel behorende bijde verordening op de heffing en invordering van bin nen haven geld 2021 wordt als vol gt gewijzi gd : e

voor bedrijfsvaartuigen waarvoor door het college van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats is toegestaan, per kalenderjaar of gedeelte daarvan

box

1. lndien het een door een fossiele of organische brandstofmotor

€

aangedreven vaartuiq of een vaartuig zonder eige n voortstuwinq betreft

508,09

2. lndien het een elektrisch aangedreven vaartuig betreft 3. lndien het een aantoonbaar bij het Register Varend Erfgoed Nederland of in het Nationaal Register Mobiel Erfgoed ingeschreven vaartuig betreft

€ 116,64

€ 132,07

AÉikel ll Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot en met

1januari2021.

Artikel lll Deze verordening wordt aangehaald als "eerste wijziging verordening binnenhavengeld Leiden 2021',.

Gedaan in de

raadsvergadering van 2 december 2021, de

dhr

C. Van Leiden

drs. H.J.J. Lenferink

Pagina 2 van 8

Geconsolideerde gewijzigde Verordening op de heffing en invordering van binnenhavengeld Leiden 202í (eerste wijziging verordening binnenhavengeld Leiden 2021 )

Artikel í Definities ln deze verordening wordt verstaan onder:

a. b. c. d. e.

havengebied: het water binnen de grenzen van de gemeente, dat in eigendom, beheer of onderhoud is van de gemeente; openbaar water: alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of op een andere manier toegankelijk zijn, met uitzondering van bevaarbare en openbaar toegankelijke wateren die geen eigendom zijn van de gemeente; vaartuig: elk drijvend voorwerp, inclusief vaartuigen zonder waterverplaatsing, dat vanwege zijn drijfvermogen wordt gebruikt voor of bestemd is voor het vervoeren van personen of goederen te water; woonschip: elk vaartuig, dat uitsluitend of in hoofdzaak dient of kan dienen tot woon-, dag- of nachtverblijf van één of meer personen; bedrijfsvaartuig: een vaartuig dat voornamelijk wordt gebruikt en bestemd is voor het uitoefenen van een beroep of bedrijf, of daarvoor bestemd is, waaronder begrepen: goederenvervoer, goederenopslag, rondvaarten en/ofverhuurten behoevevan de pleziervaart. Hieronder vallen ook vaartuigen die feitelijk niet geschikt zijn om zich door het water te verplaatsen, met uitzondering van terrasboten waar een terrasvergunning

voor is verleend en waaryan de locatie de aanduiding "terrasboot" heeft in het vigerende

f. g. h. i. j. k.

bestemmingsplan; passagiersschip (rondvaartboten en partysloepen): vaartuigen bestemd voor het bedrijfsmatig vervoer van personen en die het gehele havengebied van Leiden kunnen bevaren; pleziervaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebruikt voor recreatief gebruik dan wel voor sportbeoefening; box: een vaste ligplaats voor een bedrijfsvaartuig. De afmetingen hiervan bedragen 12,5 meter bij4 meter waarbij met de langste maat de maat langs de kade wordt bedoeld. havenmeester: de teamleider havenbeheer van de gemeente of diens plaatsvervanger; tabel: de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieven; termijn:

dag: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren; week: een aaneengesloten tijdvak van 7 dagen; maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 dagen; kwartaal: een tijdvak van drie aaneengesloten kalendermaanden; jaar: een kalenderjaar;

l. m.

vaste ligplaats: een, door middel van een vergunning, van gemeentewege aangewezen locatie in het openbaar water bestemd voor het afmeren van een vaartuig; reis: een periode van ononderbroken verblijf binnen de grenzen van het havengebied van veertien dagen of korter.

AÉikel 2 Belastbaar feit Onder de naam binnenhavengeld worden rechten geheven ter zake van het gebruik van het havengebied en ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten in verband met dat gebruik.

Pagina"3 van 8

AÉikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is de houder van een ligplaatsvergunning en bij gebreke van een ligplaatsvergunning de eigenaar van het vaartuig, de reder, de schipper, de kapitein, degene aan wie het schip in gebruik is gegeven, of degene die als vertegenwoordiger voor één van dezen optreedt.

AÉikel 4 Maatstaf van heffing Het binnenhavengeld wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

AÉikel 5 Tarief Het binnenhavengeld wordt gcheven naar de tarieven, die zijn opgenom€n in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van daarin gegeven aanwijzingen en bijzondere bepalingen en van het bepaalde in artikel 6.

AÉikel 6 Tariefberekening en toepassing 1. Voor de toepassing van de tarieven voor de bedrijfsvaartuigen geldt dat: a. de box de basis is van het te berekenen tarief; b. in die gevallen dat een ligplaatsvergunning met maatwerk wordt afgegeven en de maten van de ligplaats atwijkend van de box, zal het tarief naar rato van de afwijking worden berekend. c. in die gevallen dat er bij het begin van het belastingjaar bij de gemeente bekende vaartuigen van een vergunninghouder en na het rangschikken per box van vaartuigen per tariefgroep een situatie ontstaat dat er een box overblijft die vaartuigen uit meerdere tariefgroepen bevat, dan wordt voor dat belastingjaar het tarief gehanteerd van het vaartuig dat de meeste oppervlakte binnen de box inneemt. 2. Voor de toepassing van de tarieven voor alle overige vaartuigen: a. wordt de oppervlakte van een vaartuig gesteld op het product van de lengte over alles en de grootste breedte; b. worden de lengte en de breedte van een vaartuig gesteld op de lengte over alles en de grootste breedte, zoals deze blijken uit de bij het vaartuig behorende meetbrief, dan wel ambtshalve worden vastgesteld ; c. wordt een gedeelte van een eenheid van oppervlakte of van lengte voor een volle eenheid gerekend.

Artikel 7 Belastingtijdvak Het belastrngjaar loopt van 1 januaritot en mêt 31 december

Artikel 8 Vrijstellingen Binnenhavengeld wordt niet geheven ter zake van: 1. binnen het havengebied nieuw gebouwde vaartuigen, die voor de eerste maal vaarklaar ziin gemaakt en geen lading hebben; 2. vaartuigen, die blijkens een schriftelijke verklaring van de teammanager van het Team Vergunningen Openbare Ruimte behorende bij het Cluster Publiekszaken, Handhaving en Veiligheid, of diens rechtsopvolger, in dienst van de gemeente worden gebruikt; 3. politievaartuigen waarmede binnen de gemeente toezicht wordt gehouden; 4. vaartuigen, welke het havengebied binnenkomen en doorvaren naar een binnen het

havengebied aan het water gelegen scheepsmakerij, machinefabriek of motorherstelplaats,

Pagina 4 van 8

teneinde aldaar een herstelling te ondergaan, míts het betreffende bedrijf precariobelasting betaalt voor het gebruik of genot van gemeentegrond.

AÉikel 9 Wijze van heffing Het binnenhavengeld wordt geheven bijwege van aanslag, indien een vaste ligplaatsvergunning is afgegeven. ln alle overige gevallen bijwege van voldoening op aangifte.

Artikel 1 0 Verschuldigdheid 1. Het binnenhavengeld is verschuldigd zodra het gebruik van de wateren binnen de gemeentegrenzen aanvangt. 2. Bij verlening van een vaste ligplaatsvergunning is het binnenhavengeld verschuldigd vanaf de 1e dag van de maand volgend op de verlening van de vergunning.

Artikel 1í Aangifte; aanslag; betaling 1. De aangifte wordt gedaan bij de teammanager van het Team Vergunningen Openbare Ruimte

behorende bij het Cluster Publiekszaken, Handhaving en Veiligheid, of diens rechtsopvolger. 2. Het binnenhavengeld moet overeenkomstig de aangifte aan de teammanager van het Team Vergunningen Openbare Ruimte behorende bij het Cluster Publiekszaken, Handhaving en Veiligheid, of diens rechtsopvolger, worden betaald op de eerste werkdag volgende op de dag van aankomst van het vaartuig in het havengebied, doch vóór het tijdstip waarop het vaartuig uit het havengebied vertrekt. 3. ln afirijking van het bepaalde in het tweede lid kan het binnenhavengeld worden betaald

binnen 14 dagen na de dag van aankomst van het vaartuig in het havengebied, mits ten genoegen van de teammanager van het Team Vergunningen Openbare Ruimte behorende bij het Cluster Publiekszaken, Handhaving en Veiligheid, of diens rechtsopvolger, zekerheid tot betaling van het binnenhavengeld is gesteld. 4. lndien het vaartuig in de loop van een termijn, die in de tarieventabel is aangeduid als een termijn per reis, uit het havengebied vertrekt en daar in de loop van die termijn terugkeert, begint bij de terugkeer een nieuwe termijn en neemt met betrekking tot de laatstbedoelde termijn het gebruik van het havengebied opnieuw een aanvang. 5. Bij voortgezet verblijf in het havengebied, na afloop van de termijn waarvoor binnenhavengeld is betaald, begint een nieuwe termijn en neemt met betrekking tot de laatstbedoelde termijn het gebruik van het havengebied opníeuw een aanvang. Alsdan moet opnieuw aangifte en betaling overeenkomstig het 2e lid plaatsvinden. 6. De aanslag moet worden voldaan in één termijn, die vervalt op de laatste dag van de maand, volgende op die van de dagtekening van het aanslagbiljet. 7. Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c., van de lnvorderingswet 1990, met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. 8.

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 12 Teruggaaf en overschrijving

L Van het binnenhavengeld dat wordt betaald naar een termijn van een jaar wordt, indien het gebruik van het havengebied is geëindigd voor het verstrijken van de termíjn, op schriftelijk verzoek van de belastingplichtige, restitutie verleend voor zoveel twaalfden van het betaalde bedrag als er in dat jaar na de beéindiging van het gebruik van het havengebied volle maanden overblijven, met dien verstande dat bedragen beneden € 11 ,48 niet worden teruggegeven.

Pagina 5 van 8

2. lndien een vaartuig wordt vervangen door een ander vaartuig wordt deze wijziging ingevoerd met ingang van het nieuwe kalenderjaar. De voor het lopende belastingjaar opgelegde aanslag blijft in stand. De situatie op 1 januari, dan wel bij aanvang belastingplicht gedurende het belastingjaar, vormt de grondslag voor het vaststellen van de aanslag.

AÉikel í3 Nadere regels door het College van Burgemeester en Wethouders Het College van Burgemeester en Wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de binnenhavengelden.

AÉikel 14 Inwerkingtreding en citeeÉitel binnenhavengeld 2O20" van 3 december 2019 met de daarbij behorende tarieventabelwordt ingetrokken mct ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van heffing, met dien verstande dalzij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor 1 . De "Verordening

die datum hebben voorgedaan. 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3. De datum van ingang van de heffing is 1 ianuari 2O21. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening binnenhavengeld Leiden 2021".

Gedaan in de openbare raadsvergadering van 15 december 2020,

de Griffier,

de Voorzifter,

Pagina 6 van 8

Tarieventabel behorende bij de verordening binnenhavengeld Leiden 202í

Het binnenhavengeld bedraagt a

voor passagiersschepen en bedrijfsvaartuigen, zonder vaste ligplaats in de gemeente Leiden: 1. voor passagiersschepen met een verblijfsduur van minder dan 2 uur binnen de gemeentegrens: per m2

€

0,02

met een minimum van

€

1,71

2. voor bedrijfsvaartuigen met een verblijfsduur van minder dan 2 uur binnen de gemeentegrens: per m2

€

0,02

met een minimum van

€

1,71

€ €

13,41

€

7,42

3. voor passagiersschepen met een verblijfsduur van meer dan 2 uur binnen

de gemeentegrens: per dag of een gedeelte daarvan of per overnachting per m2

met een minimum van 4. in de periode tussen 16 oktober en 16 april per meter lengte per maand of gedeelte daarvan b.

c

d

e

0,15

met een minimum van voor pleziervaartuigen zonder vaste ligplaats in de gemeente Leiden 1. per dag of gedeelte daarvan of per overnachting per meter lengte

€

37,03

€

1,22

met een minimum van 2. per week of gedeelte daarvan per meter lengte

€ €

6,18 6,18

met een minimum van 3. in de periode tussen 16 oktober en 16 april per meter lengte per maand of gedeelte daarvan

€

30,88

€

7,41

met een minimum van voor vaartuigen welke uitsluitend of hoofdzakelijk als woning worden gebruikt of tot woning zijn bestemd per kwartaal of gedeelte daarvan

€

37,03

€

155,38

voor elke meter, welke het vaartuig langer is dan 15 meter verhooqd met; voor pleziervaartuigen, waarvoor door het college van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats is toegestaan, per kalenderjaar of een gedeelte daarvan per m2 oppervlakte (met een minimum van 5 m2) 1. lndien het een door een fossiele of organische brandstofmotor aangedreven vaartuig betreft 2. lndien het een elektrisch of door spierkracht aangedreven vaartuig betreft (zoals kano's, kajakken of sup's) 3. lndien het een aantoonbaar bij het Register Varend Erfgoed Nederland of

€

15,30

€

21,10

€

10,55

in het Nationaal Register Mobiel Erfgoed ingeschreven vaartuig betreft

€

4,66

€

508,09

€

116,64

voor bedrijfsvaartuigen waarvoor door het college van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats is toegestaan, per kalenderjaar of gedeelte daarvan per box 1. lndien het een door een fossiele of organische brandstofmotor aangedreven vaartuig of een vaartuig zonder eigen voortstuwing betreft 2. lndien het een elektrisch of door spierkracht aangedreven vaartuig betreft (zoals kano's, kajakken of sup's) 3. lndien het een aantoonbaar bij het Register Varend Erfgoed Nederland of Pagina 7 van 8

€ 132,07

in het Nationaal Register Mobiel Erfgoed ingeschreven vaartuig betreft, tenzij het een dekschuit, beunbak, duwbak of ander bedrijfsvaartuig zonder

f

voortstuwi betreft uw en zonder voor voormalige bedrijfsvaartr.tigen in de Historische .Sleephoothaven aan de Oude Singel/ Houtmarkt, waarvoor door het college van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats is toegestaan, per kalenderjaar of gedeelte daarvan per m2 oppervlakte

g

h

€

4,69

€

4,69

€

21,10

€

21,10

Voor bewoonde voormalige bedrijfsvaartuigen in de Historische Haven aan het Galgewater, waarvoor door het college van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats is toegestaan, per kalenderjaar of gedeelte daarvan per m2 oppervlakte voor bedrijven die restauratie-, reparatie- oÍ ultderltoudswerkzaamlreden uitvoeren aan schepen, waarvoor door het college van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats is toegestaan, per kalenderjaar of gedeelte daarvan per m2 oppervlakte voor vaartuigen, andere dan onder c,d,e,f,g en h van deze tabel genoemde, waarvoor door het college van burgemeester en wethouders een vaste ligplaats is toegestaan, per kalenderjaar of gedeelte daarvan per m2 oppervlakte

Pagina 8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10881147/1