CConstaterende datLeiden
Koppel je AI →
Document · PDF

Vastgesteld besluit bij RV 21.0038 Gebiedsvisie Stationsgebied

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente LeidenBij agendapunt: RV 21.0038 Gebiedsvisie Stationsgebied14.333 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voor de beoogde bouwplannen op het Morspoortterrein, het Morssingelblok en de Trafolocatie wordt minimaal één uitvoeringsbesluit (vaststelling grondexploitatie) venvacht. ln deze gemeentelijke grondexploitatie is de dekking geregeld voor werkzaamheden die verband houden met betreffende bouwplannen. ln het kader van het Woningbouwimpuls (WBi)-traject van het ministerie van BZK is ter onderbouwing van de subsidieaanvraag een haalbaarheidsberekening uitgevoerd. Hieruit bleek dat de te veruvachte grondopbrengsten voor de integrale ontwikkeling van deze drie locaties lager waren dan de kosten. Dit leidt tot een verwachte onrendabele top. Het uitgangspunt van het WBi{raject is dat de gemeente en het Rijk gezamenlijk zorgen voor de benodigde aanvullende dekking. Voor dekking van het gemeentelijk deelvan deze onrendabele 21

top zijn de reserve STEO en de reserve grondexploitaties nadrukkelijk in beeld. De subsidieaanvraag voor de helft van de onrendabele top is inmiddels gehonoreerd. Voor de ontwikkeling van het Buskavelworden meerdere opties onderzocht. Centraal staat de realisatie van een hoogwaardige busterminal en de wens is om deze een dak te geven en daarboven woningen; kantoren en/of een hotel te realiseren. Deze laatste wensen zijn vooralsnog als optioneel in de gebiedsvisie opgenomen, op basis van de resultaten van enkele bouwtechnische en marktonderzoeken is duidelijk geworden dat een bouwprogramma moeilijk te realiseren zalzijn en hoge kosten met zich meebrengt. ln de O-variant (geen bouwprogramma boven de busterminal) wordt onderzocht in hoeverre het bouwprogramma elders in het stationsgebied een plaats kan krijgen. ln de gebiedsvisie is voor de Connexxionlocatie het door de gemeente gewenste eindbeeld van een volledige woningbouwontwikkeling opgenomen. De verplaatsing van de nu aanwezige busremise is nog onderuverp van onderzoek. De situatie kan ontstaan dat de Connexxionlocatie gefaseerd wordt ontwikkeld waarbijvoor een bepaalde periode voorzieningen aanwezig blijven ten behoeve van het busvervoer. De verwachting is dat de meeste invullingen voldoende grondopbrengsten zullen genereren om kosten die met het waarmaken van de ambities op deze locatie gemoeid zijn te kunnen dekken.

Voordat de Connexxionlocatie in exploitatie wordt genomen (grondexploitatie vaststellen) zijn de nodige voorbereidingswerkzaamheden nodig. Gelijktijdig met het vaststellen van de gebiedsvisie wordt een zogenaamde IVA geopend, waarop de voorbereidingskosten om tot een grondexploitatie te komen geactiveerd kunnen worden, Direct gerelateerd aan de verstedelijkingsprojecten zijn de gemeentelijke kosten voor beheer en ondcrhoud van de openbarc ruimte. Vanwege de uitvoering van de verstedelijkingsprojecten ontstaan er onvermijdelijk wijzigingen in de meerjarige begroting voor het stedelijke beheer en onderhoud. Door de gemeente wordt vóór afronding van een fase een structurele meerjarige raming gemaakt van de jaarlijkse beheer- en onderhoudskosten. Hiertoe zal bij het betreffende het Meerjarenperspectief Grondexploitaties (MPG) voorafgaand aan de overdracht melding worden gemaakt. ln de periode tussen dit MPG en de eerstvolgende Kaderbrief zal deze raming worden opgesteld. Waarna de meerjarige begrotingsmutatie voor'beheer en onderhoud' zal worden aangemeld bij de hierboven genoemde Kaderbrief. Als dekking van deze beheer- en onderhoudskosten zalworden voorgesteld de additionele structurele inkomsten via Algemene Uitkering en Onroerende Zaakbelasting door areaaluitbreiding wegens woningbouw in het Stationsgebied Leiden Centraal.

Bereikhaarheid: Finaneiële dekkins bii uitvoerinasbesluiten omtrent de reallsatie van de ambities beschreven in het MIRT-Traiect Knooppunt Leiden Centraal bestaat naast het treinstation uit het busstation, fietsenstallingen, kiss-and-ridevoorzieningen en taxistandplaatsen,, Er valt op dit punt veel te verbeteren. Belangrijke elementen voor de versterking van het huidige OV-knooppunt zijn: een efficiënt, overzichtelijk en overdekt busstation met een inpandige wachtruimte, een interne verbinding tussen het busstation en het treinstation, verruimde stationshallen met nieuwe stationsgevels aan beide zijden, een verbreding van de NS-passage, meer ruimte in het interieur rondom de OVpoortjes, een vernieuwd en mogelijk deels overkapt plein, grote ruime inpandige fietsenstallingen met korte looplijnen naar de OV{erminal en voldoende goed bereikbare opstelplekken voor Kiss & Ride, taxi's en aanbod van deelmobiliteit. Daarvoor is betrokkenheid van onder andere het Rijk, ProRail, NS en de provincie Zuid-Holland en een goede samenwerking in de regio essentieel. De vernieuwing van Knooppunt Leiden Centraal is inmiddels inzet onderdeel van in een nationale MIRT-verkenning waarin deze partijen samen de toekomst voor Knooppunt Leiden Centraal gaan uitwerken.

Deze plannen houden minder of geen verband met bouwplannen en de uitvoeringsbesluiten zullen daarom ook niet in de vorm van een vaststelling van een grondexploitatie verschijnen. Het gaat om investeringen 22

waar geen grondopbrengsten tegenover staan, om die reden zal bij het uitvoeringsbesluit andersoortige dekking gevonden moeten worden. Het investeringsprogramma voor de realisatie van de beschreven ambities op dit thema ligt nog niet vast. Wel is duidelijk dat het om een programma van grotendeels publieke investeringenzal gaan, met een omvang van ongeveer 250-285 miljoen euro. Met publieke investeringen wordt bedoeld dat naast de gemeente ook andere overheden zoals het Rijk en de provincie financieel bijdragen in de realisatie van de opgave. De opgaven waarvoor een financiële bijdrage van andere overheden wordt verlangd, zijn geconsolideerd in het bidbook'Leiden Verbindt' en vertegenwoordigt de gemeentelijke propositie in het zogenaamde MIRT-Traject. De manier waarop de kosten verdeeld worden tussen de overheden is afhankelijk van de betreffende deelopgave. Ook in het geval het MIRT-Traject onverhoopt niet doorgaat of de scope wordt beperkt, wordt door de gemeente ingezet om ambities waar te maken. De ambities ten aanzien van het Stationspleinen, de Stationsweg, de kruising Bargelaan-Rijnsburgerweg en de fietsenstallingen blijven los van het MIRT-Traject onverminderd bestaan. De gemeente kan voor de bekostiging van de fietsenstallingen voor een gedeelte rekenen op het ministerie van I en W en voor het overige dient de reserve Parkeren als dekkingsbron.

Voor de upgrade van de Stationspleinen, de Stationsweg en de kruising Bargelaan-Rijnsburgenveg zal de gemeente de komende jaren nog op zoek moeten naar dekkingsbronnen en -middelen.

Bereikbaarheid: Financiële dekking bii uitvoerinqsbesluiten omtrent de ambities op het gebied van autoparkeren Aan de hand van de ambities worden ook plannen gemaakt op het gebied van autoparkeren. De behoefte aan autoparkeerplaatsen in het gebied houdt gedeeltelijk verband met de bouwplannen en zullen in de vaststellingsbesluiten van de grondexploitaties betrokken worden. Daarnaast is de verwachting dat er ook een parkeeropgave binnen het stationsgebied ligt om gebiedsoverstijgende ambities waar te maken, zoals autoluwe binnenstad. ln de gevallen waar het gaat om gebiedsoverstijgende ambities zal voor de financiële dekking ook in eerste instantie naar de reserve Parkeren worden gekeken. Maatsc h ap pel i i ke o ndersteu n i ng Voor de herhuisvesting van het Sociaal Pension, nu ondergebracht in de voormalige kazerne aan de Morsweg 1, is het Morspoortterrein één van de van de zoeklocaties die betrokken wordt in het herhuisvestingsonderzoek. De herhuisvesting brengt kosten met zich mee in de vorm van financieringslastenlasten. De gewijzigde financieringslasten zullen worden meegenomen in een begrotingswijziging.

Overise thema's: Financiële dekkinq bii overige ambities Er zijn ook doelstellingen en ambilies in de gebiedsvisie opgenomen waarbij het op dit moment nog minder duidelijk is hoe deze gerealiseerd gaan worden. Bij de benodigde uitvoeringsbesluiten worden indien nodig de benodigde financiële middelen en de dekkingsmogelijkheden opgenomen. Niet alle doelstelling leiden tot de inzet van extra middelen. Als voorbeeld de ambities op het gebied van duurzaamheid: Het gebruik van hernieuwbare materialen hoeft niet automatisch te leiden tot ongedekte kosten. Het is goed voor te stellen dat het gebruik van hernieuwbare materialen zoals hout zich laat vertalen in hogere verkoop- en grondopbrengsten waardoor geen aanvullende dekking benodigd is voor de realisatie van deze ambities.

Kansen en risico's Kansen:

-

Het toekomstige stationsgebied wordt het visitekaartje van de stad, een aantrekkelijke entree. Een plek van verbinding, vergroening en ontmoeting 23

-

De MIRT-verkenning en het Groeifonds zijn kansen om gezamenlijk met het Rijk, de provincie, NS en ProRail tot de transformatie van het Knooppunt Leiden Centraal te komen. Met de beschikbaarstelling van de rijkssubsidie 'Woningbouwimpuls'wordt een groot deel betaalbare woningen gerealiseerd. Het sterk versteende stationsgebied krijgt in veel opzichten een duurzame upgrade. Met de inzet van groene energie, duurzame mobiliteit, circulaire economie, klimaatadaptatie,

-

biodiversiteit en vitaliteit. Het stationsgebied ligt in de'Duurzaamste Kilometer van Nederland'. Dit samenwerkingsverband tussen partijen in het stationsgebied biedt kansen om ook uit te blinken op nog meer duurzaamheidthema's en het mobiliteitsknooppunt in te zetten als proefstation voor verschillende d uurzaam heidsmaatregelen. De M|RT-verkenning is een kans om gezamenlijk met het Rijk, de provincie, NS en ProRail tot de transformatie van het Knooppunt Leiden Centraal te komen. Martpartijen worden verleidt te investeren in Leiden door het geven van duidelijkheid en

-

context. De gebiedsvisie biedt heldere kaders met een goede ruimtelijke en programmatische

-

onderbouwing.

Risico's:

-

-

-

-

-

Marktpartijen pakken de ontwikkelopgaven niet op. Het ambitieniveau is te hoog of de opgave te complex voor financieel haalbare ontwikkelingen. ln die situatie dienen de ambities te worden bijgesteld. De financiële dekking is (nog) niet geregeld voor belangrijke ambities in de openbare ruimte (o.a. Stationsplein, Bargerlaan en Stationswcg). Bargclaan cn Stationsplcin worden nrogelijk geen onderdeel van MIRT (Ov-knoop) waardoor cofinanciering komt te vervallen. De vraag naar woningen is momenteel dominant en de afzetmarkt voor kantoren laag. Daardoor is woningbouwontwikkeling minder risicovol dan kantorenontwikkeling. Daardoor kan de realisatie van een hoog stedelijk gemengd gebied onder druk komen te staan. Een effect van de Autoluwe Binnenstad kan een verschuiving van parkeerplaatsen voor auto's naar het stationsgebied veroorzaken. Deze verschuiving is strijdig met de ambities om ook het stationsgebied autoluw te maken. Gevolg hiervan is dat de parkeervraag en druk toeneemt in het stationsgebied. De gewenste bebouwing boven het busstation komt niet tot ontwikkeling. Hierdoor worden de ruimtelijke en programmatische ambities niet behaald en zal met name voor de beoogde kantoren in dit deelgebied naar alternatieve locaties gezocht moeten worden. Het busvrij maken van het stationsplein- en weg vragen ook maatregelen in de binnenstad om de nieuwe busroutes mogelijk te maken.

Deze dienen vooruitlopend genomen te worden voordat het stationsplein en -weg busvrij gemaakt kunnen worden. De plannen op gebied van verdichting, mobiliteit, verduurzaming, vergroening kunnen niet rekenen op volledig draagvalk vanuit met name de directe omgeving. Dit kan leiden tot vertragingen wanneer er bezwaren wordt ingediend bij het doorlopen van de benodigde procedures en vergunningen.

lnspraaUparticipatie De Gebiedsvisie Stationsgebied Leiden is opgesteld samen met de stad, marktpartijen en

professionele stakeholders en belangenpartijen. De gespreks- en vertrekpunten die de start van de participatie vormden waren vastgelegd in de gebiedsagenda. Alle documenten, verslagen, ruwe data, filmpjes, et cetera zijn te vinden op doemee.leiden.nl. Aan het eind van elke fase zijn de bijhorende documenten gedeeld. Als bijlage bij dit raadsvoorstel is het participatie verslag 24

inclusief de uitgebreide conclusies en adviezen per fase gedeeld. Het participatieproces is hieronder schematisch weergegeven. Opstel Ien gebiedsagenda ln november en december van 20'1 9 is de gebiedsagenda opgesteld.

lnformeren ln mei en juni 2020 is de stad geïnformeerd over de agendapunten uit de gebiedsagenda en is er veel informatie vanuit de stad opgehaald als

ttt

rt-rf

3.I'IEEDENKEN

input voor de gebiedsvisie.

Àji

*

ï.,ï

rAà

ttf rr

breed debat lníolm*ie onllro enquate

Meedenken Van juni tot en met september 2020 heeft iedereen die dat wilde mee kunnen denken op verschillende manieren. Hierna is op basis van de input de conceptvisie opgesteld.

4. REFLECÏEREN

Reflecteren ln januari en februari 2021 was de gelegenheid om te reflecteren op de conceptvisie.

5. AFRONDEN BESTUITVORT.IING

expeÊ panel

avond

+ /

rtátlonsSoblsd

+"

Afronden Met de input van de reflectiefase is van de

Def nltlef

D. dêílnltivo geblodrvbl€ statlonsf3bl êd

concept gebiedsvisie de definitieve visie gemaakt. Die nu ter besluitvorming voorligt.

Door de COVIDl-19 pandemie heeft de participatie grotendeels online plaatsgevonden, met uitzondering van de Meedenkroute in september 2020. Dit is gedurende het proces steeds geëvalueerd , om zo te kunnen waarborgen dat het online participatieproces een volwaardig proces was. Hiervoor is gebruikgemaakt van het platform doemee.leiden.nl, maar er zijn ook webinars en Teams-sessies georganiseerd en de telefoon is veelvuldig gebruikt. Op hoofdlijnen zijn daar in de verschillende fases de volgende activiteiten voor ontplooid.

lnformeren ln deze fase is de stad ge'Ínformeerd over de onderwerpen uit de gebiedsagenda en is informatie voor het opstellen van de visie uit de stad opgehaald. Dat is gebeurd door: De enquête'feedback op de gebiedsagenda'. (bijna 300x ingevuld) De'flitspeiling identiteit' (bijna 400x ingevuld) lnstructievideo's over ambitie, de 8 agendapunten en het proces (1000x bekeken) Vijf video-i nloopspreekuren Wethouder Spijker heeft drie speeddates gehad met ge'interesseerde deelnemers De belangrijkste uitkomsten uit deze fase waren dat de meeste mensen in het gebied komen om te reizen of erdoor heen lopen of fietsen. Voor het toekomstige karakter wil 66% dat historie terugkomt en 55% vindt dat het gebied gastvrij moet zijn, het culturele karakter staat op een

derde plek. De sfeer van het nieuwe stationsgebied moet groen, gezellig, duurzaam, authentiek en levendig zijn. Daarnaast moet het een plek van verbinding en ontmoeting zijn die bruist. 25

Ook zijn de geagendeerde thema's uit de gebiedsvisie aangevuld

Meedenken Honderden Leidenaren dachten mee over de toekomst van het stationsgebied. Dat gebeurde in twee keer drie weken precies voor en na het zomerreces. Het eerste deel vond plaats van 18 mei Um 7 juni 2020 en bestond uit de volgende onderdelen:

1. Enquête'Feedback op gebiedsagenda'. De gemeenteraad heeft de gebiedsagenda unaniem omarmd als startpunt voor het opstellen van de gebiedsvisie. Toch kon het zo zijn dat er onderwerpen ontbreken of aangevuld moesten worden. We nodigden betrokkenen uit om met een korte vragenlijst feedback te geven. De enquête werd meer dan 300 keer ingevuld. 2. Flitspeiling ldentiteit. Wat zijn de onderscheidende kenmerken, gevoelswaarden en iconische beelden van het huidige stationsgebied Leiden? En wat moet het stationsgebied van de toekomst uitstralen? Ongeveer 400 mensen gaven via een korte vragenlijst antwoord op deze vragen. 3. Speeddates informatiefase. Op 3 juni 2020 zijn in totaal vier deelnemers 'op date geweest' met wethouder Fleur Spijker. Zij gingen met haar in gesprek over de toekomst van het stationsgebied in het algemeen, de gebiedsagenda en het proces voor het opstellen van de gebiedsvisie. 4. Inloopspreekuren informatiefase, ledere week was het mogelijk om in te bellen voor vragen en opmerkingen in een videogesprek met projectmanager Jelle Deurman (gemeente Leiden) en projectleider participatie Wout van der Heijden (Kickstad). Circa 10 personen hebben hiervan gebruik gemaakt. Het tweede deel vond plaats van 29 juni Vm 20 september 2O2O en bestond uit de volgende

onderdelen:

5. Meedenkroute. Op zaterdag 5 september organiseerde gemeente Leiden een verrassende en coronaveilige wandeling; de Meedenkroute. Meer dan 100 deelnemers gingen op zes verschillende plekken in het gebied in gesprek met ontwerpers en gemeente over onderwerpen zoals duurzaamheid, mobiliteit en de identiteit van het stationsgebied. Ook kregen deelnemers de gelegenheid om ideeën aan te dragen voor de toekomstige inrichting van het Morspoort- en Morssingelterrein en de Connexxionlocatie. 6. Enquête Knooppunt Leiden Gentraal. Om meer te weten te komen over hoe bewoners van Leiden en reizigers de voorzieningen op en rondom Knooppunt Leiden Centraal ervaren is van 6 tot 31 juli2O2O een enquête uitgevoerd. Zo'n220 personen hebben de enquête ingevuld. 7. Digitale workshops. Tijdens de meedenkfase is er een aantal digitale workshops georganiseerd waarin is nagedacht over de invulling van specifieke deellocaties in het gebied.

8. ldentiteitskompas. Het identiteitskompas beschrijft het karakter van het stationsgebied Leiden: Wat voor plek was het stationsgebied vroeger? Wat kenmerkt het stationsgebied nu? En wat voor plek wordt het stationsgebied in de toekomst? Het concept identiteitskompas is samen met de stad gemaakt. Eind mei 2020 hebben bijna 400 bewoners van Leiden een flitspeiling ingevuld. Daarnaast zijn met stakeholders en belanghebbenden uit het stationsgebied oriënterende gesprekken gevoerd en twee workshops gedaan.

L Speeddates meedenkfase. Op 15 juli en 1 september zijn in totaal vier deelnemers 'op '1

date geweest' met wethouder Fleur Spijker. Zij gingen met haar in gesprek over de toekomst van het stationsgebied in het algemeen, de gebiedsagenda en het proces voor

26

het opstellen van de gebiedsvisie. ln de bijlagen onderaan de pagina vindt u het verslag van de gesprekken. 10. Inloopspreekuren meedenkfase. ledere weekwas het mogelijk om in te bellen voor vragen en opmerkingen in een videogesprek met projectmanager Jelle Deurman (gemeente Leiden) en projectleider participatie Wout van der Heijden (Kickstad). í1. Diverse gesprekken en sessies georganiseerd met intern deskundigen en extern experts m.b.t. het thema innovatie. 12. Diverse gesprekken en sessies georganiseerd met intern deskundigen en extern experts m.b.t. het thema tijdelijkheid 13. Kennistafel. Aan de doorlopende kennistafels besteden we speciale aandacht aan kennisdeling, achtergrondinformatie, technische aspecten, verhoudingen tussen betrokken partijen en ontwikkeltrajecten. ln de meedenkfase zijn we dieper ingegaan op de deelonderwerpen mobiliteit en duurzaamheid. Alle voorlopige conclusies uit dit participatieproces zijn gebundeld en vertaald naar een advies van de stad aan Posad Maxwan, de opsteller van de gebiedsvisie. Toegevoegd als bijlage 7. De belangrijkste onderwerpen en suggesties die aangedragen werden, waren (in willekeurige Thema

Visie algemeen

Suggesties en feedback De gebiedsagenda is een goede weergave van de

onderwerpen die besproken moeten worden in de gebiedsvisie. Maak duidelijk hoe je de integrale afwegingen maakt en geef (sub)thema's leefbaarheid, groen, duurzaamheid, verkeersveiligheid, fietsen & fietsenstallingen en cultuur een plek. Knooppunt Leiden Centraal

Breed begrip voor een omvangrijke en vooral integrale aanpak van Knooppunt Leiden Centraal tot 'hoogwaardige OV-Hub'. ledereen ziet de grote verbeterslag die gemaakt kan worden. Unanimiteit dat het busstation anders moet. Meer comfort en minder dominant qua uitstraling en ruimtebeslag. De taxistandplaats is voor veel mensen een doorn in het oog. Men ziet graag een mooiere invulling van de plek.

Veel mensen vinden dat een Kiss & Ride voorziening belangrijk is om te behouden. De huidige situatie wordt als rommelig ervaren. Veel gebruikers van het treinstation ervaren de stationshal en de perrons als erg druk in de spits. Een heelveel genoemd advies is het realiseren van extra opgangen bij het LUMC en Schuttersveld om loopafstanden korter te maken en drukte te spreiden. Alom steun en begrip voor het verder uitbreiden en de kwal iteitsverbetering van fietsparkeerplaatsen. Duurzaamheid

Het thema vitaliteit is erg belangrijk. Maar waar voor de een vitaliteit draait om rust en gezondheid, associeert een ander vitaliteit met drukte en gezelligheid. Naast vitaliteit kreeg ook het thema klimaatadaptatie in veel rondes van de Meedenkroute een hoge score. Stel

eisen aan projectontwikkelaars en daag ze uit. 27

lnnovatie als middel vs. innovatie als doel. Stakeholders vinden innovatie enorm belangrijk, maar

Verbinding

vooral als middel om doelstellingen op andere agendapunten te realiseren, met name voor mobiliteit en duurzaamheid. Ook is de leefbaarheid binnen het Morspoortterrein een punt van zorg, met name als het gaat om hittestress en de donkere straten in de wijk. Ook is er zorg of er voldoende infrastructuur is en de bereikbaarheid voor auto, fiets en voetganger voldoende is. Maak een echt duurzaam gebied van de Connexxionlocatie en probeer aansluiting te zoeken bij de Duurzaamste Kilometer. Bouw met'een goede aansluiting bij het HoutkwaÉier'; houdt zichtlijnen in stad, hoe rekening met de karakteristieken van de omgevinq en zonlicht. Het stationsgebied moet veel meer een plek van verbinding zijn. De drie unieke stadsdelen Binnenstad, Bio Science Park en het nieuwe stationsgebied zouden meer en aantrekkelijker dan nu met elkaar verbonden moetcn

zijn. Gebruikers en bêwoners voelen zich door onduidelijke routes en onoverzichtelijke situaties onveilig in het gebled. De kwaliteit en capaciteit van de onderdoorgangen onder het spoor zijn ondermaats. Autoluw & MorspooÉgarage. Het verdwijnen van de garage zorgt enerzijds voor angst over het parkeren van de eigen auto en anderzijds voor zorgen om overlast in de buurt door een toename van auto's. Er zijn zorgen over een fietspad dwars door het Morssingelblok heen. Nu het busstation blijft waar het nu al zit, zullen de fietsstromen eerder over de flanken van het gebied gaan. Het doorkruisen van het Morssingelblok lijkt dan ook niet meer noodzakelijk. Ook zijn er zorgen over gevolgen voor de verkeerssituatie /ontsluiting op de Boerhaavelaan bij een toename van verkeer van en naar de Gonnexxion locatie. Ontmoeting

Besteed in de gebiedsvisie veel aandacht aan de (kwaliteit van) de openbare ruimte. Het stationsgebied als plek voor ontmoeting en een gastvrij ontvangst. Zie het stationsplein als een lobby voor de stad, een waardige entree waar je je welkom voelt. Het groen in het Morssingelterrein behouden en uitbreiden (tot openbaar park). Aansluiting op het Singelpark is gewenst. Aandacht voor sociale cohesie van het gebied. Bij het ontwikkelen van woningen zijn de kleine straatjes een zorgpunt in verband met sociale cohesie en veiligheid. 28

Hoogbouw (bouwen richting 70m of daarboven) is een punt waar veel mensen bezorgd over zijn. Ze vrezen het beeld van hoogbouw naast de kleinschalige binnenstad en het effect van hoogbouw op het wind- en zonklimaat.

Overig

Ook leeft de zorg dat hoogbouw een onprettigere

openbare ruimte oplevert. De vrees voor hoogbouw gaat (zie volgende conclusie) wel gepaard met een wens voor meer programma in het gebied, waarbij het stationsgebied gezien wordt als geschikte plek voor wonen, werken, cultuur en voorzieningen in een compacte stad. ln het stationsgebied is een kans om met architectuur 'een schoonheid te creëren die er nu nog niet is'. Waarbij oud en nieuw mooi aansluiten en we unieke plekken maken.

Voor de werkzaamheden is het uitgangspunt dat ze voor zo min mogelijk overlast zorgen, ze veilig zijn en dat er goede communicatie plaatsvindt. Het gebied is te allen tijde leefbaar en bereikbaar. Er zijn zorgen (en onduidelijkheid) over de genoemde

'parkeernorm 0'. ln de periode tussen de meedenkfase en de reflectiefase is gewerkt aan de concept gebiedsvisie en is de input vanuit de stad daarbij meegenomen. Waar de input niet kon worden meegenomen, is in het document Conclusies Meedenkfase aangegeven waarom dat niet het geval is.

Reflecteren ln de reflectiefase zijn de volgende activiteiten georganiseerd:

1. Digitale presentatie concept gebiedsvisie (ruim 500 keer bekeken) Op 1 1 februari 2021 is de concept gebiedsvisie stationsgebied Leiden aan de stad gepresenteerd. Via de chatfunctie van Facebook en YouTube was er de mogelijkheid om vragen te stellen aan supervisor Rients Dijkstra en projectmanager stationsgebied Jelle Deurman (Gemeente Leiden).

2. Digitaal stationscafé (30 deelnemers) Als onderdeel van de reflectiefase vond op í 7 februari het digitale stationscafé plaats. Tijdens deze avond gingen rond de 30 deelnemers in groepen uiteen om hun reflectie op de gebiedsvisie te geven en in gesprek te gaan met het projectteam. ln een uur tijd hebben de groepen toegewerkt naar adviezen richting de gemeente ter aanscherping van de gebiedsvisie. 3. Reflecteren via het reactieformulier op doemee.leiden.nl (55 reacties) 4. Belangrijke stakeholders als het LUMC, stichting LBSP, de Hoge School Leiden en bewoners- en belangenverenigingen hebben een individuele presentatie van de gebiedsvisie gehad. 5. Verschillende betrokkenen hebben via het e-mailadres stelrq_!SS9bfC!@l_e-t.d-en.n1 gereageerd op de visie. De belangrijkste onderwerpen bij de participatie waren (in willekeurige volgorde): - lntegrale aanpak voor het stationsgebied, waarbij alle stedelijke ontwikkelingen met betrekking tot verkeer - zoals autoluw maken binnenstad, Leidse Ring Noord, ontwikkelingen Schipholweg, verkeerssituatie Houtkwartiergoed - goed geborgd zijn en de effecten ervan meegenomen in de afiregingen.

29

Gevolgen op andere routes van het busvrij maken van de Stationsweg en Steenstraat. Zijn de (voorgestelde) routes en infrastructuur rondom het station en de relatie met de zeezijde wel voldoe nd e o nderzocht en geanalyseerd. Behoud van Morspoortgarage voor autoparkeren voor bezoekers en ten behoeve van de autoluwe binnenstad. Advies om een paragraaf over toegankelijkheid toe te voegen. Het uiterlijk van de gebouwen in het stationsgebied moet uitnodigen tot ontmoeting. Nu, en ook in beelden toekomstige situatie, oogt het best modern en industrieel. Houdt rekening in de gebiedsvisie met relatie architectuur binnenstad Leiden en de menselijke maat.

ln de concept gebiedsvisie heeft de westzijde van het spoor onvoldoende aandacht gekregen. Toename groen in het gebied wordt zeer gewaardeerd. Zorgen zijn er over het waarmaken van de ambities. Zijn de verwachtingen niet te overspannen? Knooppunt Leiden heel belangrijk, maar spanningsveld tussen plek van ontmoeting en plek van verbinding komt vaak terug in de reacties. Voor de een betekent dit meer focus op verbinding en voor de ander meer op ontmoeting. Het stationsgebied ligt in de duurzaamste kilometer van Nederland, maar het hoofdstuk over duurzaamheid werd nog als weinig concreet beschouwd. Zorgen over de effecten van hoogbouw. (Gedeeltelijk) verdwijnen van de busremise ten behoeve van woningbouw op de Connexxionlocatie. Realisme van de beelden in de gebiedsvisie. Na de reflectiefase is gewerkt aan de definitieve gebiedsvisie en is de input vanuit de stad daarbij

meegenomen. Waar de input niet kon worden meegenomen, is in het document Conclusies Reflectiefase aangegeven waarom dat niet het geval is. ln ieder geval zijn de volgende zaken gewijzigd (niet uitputtend): - Hoofdstuk Plek van vergroening en verduurzaming herschreven en veel concreter gemaakt en aangevuld. - Kaart opgenomen waarin duidelijk is aangegeven waar extra inspanning nodig is met betrekking tot duurzaamheidsambities. - Beelden Bargelaan en Stationsweg aangepast, met daarbij ook aandacht voor de bomen die er kunnen staan. - Zeezijde stationsgebied, met name stationsplein en Bargelaan, beter uitgewerkt. Dit is met name schriftelijk gebeurd, omdat uitwerking plaats vindt in MlRTtraject.

-

Onderbouwing en afirvegingen rondom routestructuur in een notitie gevangen en bijgevoegd bij raadsvoorstel. De parkeeroplossing in het stationsgebied is nog een onderzoeksopgave. Hiervoor zijn twee plekken aangeduid in de gebiedsvisie. Daarnaast zijn er een heel aantal kleinere wijzigingen doorgevoerd en tekstsuggesties opgenomen.

Als bijlage bij dit raadsvoorstel is het uitgebreide participatieverslag, inclusief conclusies van de verschillende fases, toegevoegd. Hierin is ook te lezen wat er naar aanleiding van de laatste fase nog is gewijzigd in de visie.

Vervolg paÉicipatie Op basis van de gebiedsvisie gaan we verder met de uitwerking van de verschillende deelprojecten met stakeholders, marktpartijen, woningcorporaties, mede overheden. Dit betekent dat het participatieproces een vervolg krijgt in het MlRTtraject, de uitwerking van kavelpaspoorten, de uitwerking van inrichtingsplannen van de openbare ruimte en bij de realisatie 30

van (bouw)plannen. Er wordt een overkoepelend participatieplan opgesteld voor het stationsgebied waarbij de ontwikkeling van het gebied in de tijd centraal staat: projecten zitten in verschillende fasen van ontwikkeling en vergen specifieke participatie voor wat betreft 'hoe en waar mensen hun belang kunnen inbrengen'. Hierin wordt expliciet gemaakt hoe het met de kaders zit: vastgestelde kaders (uitwerking binnen de gebiedsvisies) en kaders in beweging (te maken keuzes binnen het MIRT-traject). ln het overkoepelde participatieplan wordt ook beschreven hoe we belanghebbenden overzicht bieden in de samenhang tussen de verschillende trajecten en projecten in en rondom het plangebied. Randvooruvaardelijk is een representatieve vertegenwoordiging met duidelijk spelregels en procesafspraken.

Bijgevoegde informatie:

1. GebiedsvisieStationsgebied 2. ldentiteitskompas 3. Mobiliteitsstructuur Stationsgebied 4. Programma stationsgebied Leiden 5. Ecologische input ontwerp Stationsgebied Leiden 6. Duurzaamheidsvisie Stationsgebied Leiden 7. Participatieverslag 'Samen maken we het stationsgebied'

31

RAADSBESLUIT: De raad van de gemeente Leiden Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (Raadsvoorstel 21.0038 van 26 april 2021), mede gezien het advies van de commissie Stedelijke Ontwikkeling,

BESLUIT

1. De gebiedsvisie voor het stationsgebied vast te stellen als ontwikkel- en toetsingskader voor de verdere ontwikkeling van het gebied en daarmee het Stedenbouwkundige Plan uit 2O12 (raadsbesluit: RV 12.0063) te vervangen waardoor voor toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen die passen binnen de kaders van deze visie niet opnieuw kaders hoeven te worden vastgesteld via een Nota van Uitgangspunten, met als belangrijkste elementen: - de ontwikkeling van een hoogwaardig Knooppunt Leiden Centraal; - de ontwikkeling van een duurzaam gebied - die bijdraagt aan de Duurzaamste Kilometer van Nederland; - de zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwbouw zodat er verbinding met en tussen andere stadsdelen ontstaat; - de hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte waar ontmoeting centraal staat. 2. ln te stemmen met de verdere uitwerking van de gebiedsvisie in kaders voor: a. Plek van Verbinding: - Knooppunt Leiden Gentraal ligt centraal in het stationsgebied cn de ontwikkelirrg is randvoonrvaardelijk voor het functioneren van mobiliteit en het

-

-

-

behalen van de verstedelijkings- en duurzaamheidsdoelen. Knooppunt Leiden Centraal is onderdeel van de M|RT-verkenning, die in opdracht van het ministerie van lnfrastructuur & Waterstaat wordt uitgevoerd, in samenwerking met regionale en landelijke partijen. Een goed ingericht busstation bepaalt in belangrijke mate de kwaliteit en het succes van de overstapfunctie van Knooppunt Leiden Centraal. Verdere uitwerking van Knooppunt Leiden Centraal wordt dan ook in de MIRT-verkenning vormgegeven. Het busstation Leiden Centraal blijft op de huidige locatie en wordt daar vernieuwd. Dit wordt verder onderzocht in de MIRT-studie. De verdere uitwerking van deze opgave vindt in een gezamenlijk MIRT-traject plaats. De realisatie van fietsenstallingen die goed bereikbaar en vindbaar zijn, met aantrekkelijke voetgangersverbindingen van en naar de OV-Knoop. Ook deze opgave wordt verder uitgewerkt in het MIRT-traject. ln het stationsgebied staan fietsers en voetgangers op í en worden Stationsplein, Stationsweg en Steenstraat bus-vrij gemaakt voor een hoogwaardige entree naar de binnenstad. Daarvoor is de realisatie van betrouwbare alternatieve busroutes nodig: Via Bargelaan- Schuttersveld-Turfmarkt. Het andere alternatief Morsweg Rijnzichtbrug wordt in het kader van Autoluwe binnenstad nog verder onderzocht. Privé automobiliteit en logistiek: Het stationsgebied wordt autoluw.

Er wordt niet op straat geparkeerd, maar in gebouwde parkeergarages.

Verbinding met de omliggende gebieden: Aansluiten op bestaande buurten met een onderbouw (sokkel) van 12 tot 18 meter en hoogteaccenten van 30 en 50 meter (Morspoortterrein en Morssingelblok) en 70 meter (Trafoen Buslocatie) toe te staan. 32

b. Plek van Ontmoeting: - Een levendige, groene openbare ruimte: het maken van groene ruimte met een hoge ecologische waarde, zodat er aantrekkelijke leefgebieden (biotopen) ontstaan, waar flora en fauna elkaar ontmoeten en 'hand in hand' gaan.

-

-

-

-

Een groen raamwerk van 'grote straten' bestaande uit de Singel de Plesmanlaan en Schuttersveld- Rijnsburgerweg. Hierop worden de Bargelaan, Schipholweg en Stationsweg aangesloten. Het Morspoortterreinpark, het Morssingelblokpark en de Ballontuin worden buurtparkjes waar rust en (spontane)ontmoeting centraal staat. De twee stationspleinen zijn belangrijke entrees van de stad, waarmee de stad zich bij binnenkomst laat zien, aan haar bewoners, gebruikers en bezoekers. Deze pleinen worden veel groener ingericht en levendigheid en ontmoeting staat centraal staat. De Leidse straatjes zijn geïnspireerd op de vele woonstraten in het historisch centrum van de stad. Deze straatjes worden gekenmerkt door boomaanplant en geveltuinen. Daken en gevels - innovatieve vergroening: De daken van de sokkels en

laagbouw in het stationsgebied worden deels ingericht als buitenruimte voor de bewoners en werknemers, het grootste deel van het dakoppervlak wordt groen ingericht, met oog voor de stedelijke ecologie. Leiden is een stad voor en van iedereen, dat betekent dat bij het woonprogramma rekening wordt gehouden met alle doelgroepen. Er komt zowel sociale woningbouw (30%) als duurdere woningen in vele verschillende soorten en maten. Op het Morspoortterrein, de Trafolocatie en het Morssingelterrein worden minimaal 527 woningen gebouwd in het sociale en middelduur segment. De realisatie van kantorenprogramma ten behoeve van werkgelegenheid, in samenhang met de andere projecten in de spoorzone. Met als belangrijk aandachtspunt de aansluiting bij het LBSP. Het mogelijk maken van buurtgerichte voorzieningen zoals horeca en detailhandel en van maatschappelijke voorzieningen in samenhang met de andere projecten in de spoorzone.

c. Plek van Vergroening & Verduurzaming: - Vergroening en verduurzaming krijgen in het Stationsgebied hoge prioriteit. Bijde verduurzaming wordt onderscheid gemaakt in de thema's

-

-

duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie, duurzame energie, circulaire economie en vitaliteit). Vergroening: Het groen wordt voel- en zichtbaar in ieder seizoen. Groenvoorzieningen zijn bij voorkeur groot en aaneen gesloten. Het groen wordt door toepassing van kruidenrijke vegetatie en inheemse soorten geschikt gemaakt om leefgebieden (biotopen) te ontwikkelen voor vogels, vlinders insecten etc. Door natuurinclusief te ontwerpen wordt in het stationsgebied zo veel als mogelijk kansen benut om natuur te creëren. Bij de vergroeningsopgave wordt goed rekening gehouden dat het groen goed en gezond oud kan worden. Duurzame mobiliteit: Thuiswerken en overige voorzieningen worden zoveel mogelijk nabij voorzieningen georganiseerd. Reizigers laten de auto staan ten faveure van actieve mobiliteit. Fietsers en wandelaars krijgen de ruimte. Het Stationsgebied wordt een belangrijk duurzaam OV-knooppunt waar 33

meerdere vervoersmodaliteiten samenkomen, zoals treinen en bussen, maar ook de fiets en deelauto's. Bewoners en bezoekers van het Stationsgebied worden gestimuleerd om zero-emissie vervoersmodaliteiten te gebruiken. De logistiek in het Stationsgebied is duurzaam, gebundeld en gecentraliseerd. Klimaatadaptatie: Het is de ambitie om in de openbare ruimte tenminste 50% schaduw op de hoogste zonnestand te garanderen. Het is de ambitie tenminste 4oo/o van de horizontale wordt warmt werend of verkoelend ingericht/gebouwd. Het doel is dat het gebied blijft functioneren bij extreme neerslag (11250jaar, 90 mm/u).

Duurzame energie: ln het stationsgebied is duurzame energie het nieuwe normaal. De wettelijke eis BENG 3 wordt voor het Stationsgebied gehanteerd, daar waar de dichtheid hoog is. Bij lagere dichtheden wordt de wettelijke eis BENG í gehanteerd. ln het Stationsgebied wordt lokaal elektriciteit opgewekt. Er wordt voorzien in een collectief systeem voor duurzame warmte en koude, Circulaire economie: De milieudruk van materialen wordt verlaagd. ln het stationsgebied geldt een MPG (Milieu Prestatie Gebouwen) waarde van minimaal 0,8. Toepassing van biobased en hernieuwbare materialen wordt gestimuleerd. Multifunctioneel ruimtegebru ik en compacte gebouwvormen bespaard grondstoffen. Remontabel bouwen is de standaard. Vitaal en gezond: Het stationsgebied nodigt uit tot bewegen. Er is in het stationsgebied ruimte om elkaar te ontmoeten. Het stationsgebied is een schoon gebied met cen aangcnaam lecfklimaat. ln hct stationsgcbicd zijn vccl voorzicningcn aanwczig gcricht op woncn, wcrken en recreëren. Basisvoorzieningen zijn nabijgelegen en toegankelijk.

Gedaan in de o de Griffier,

dh

G.F.C. Van Leiden

raadsvergadering van 13 en 15 juli,

deV

drs. H.J.J. Lenferink

34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10414248/1