Vastgesteld besluit bij RV 21.0006 Visie Stadstuinieren (incl amendement)
Tekst van het document
RAADSVOORSTEL Rv. nr.: 21.0006
B&W-besluit d.d. : 02-02-2021 B&W-beslu it nr.: 21.0042
Ondenrerp: Visie Stadstuinieren
Aanleiding: ln het Uitvoeringsprogramma'Leiden Biodivers en klimaatbestendig 2020-2023'is een van de actiepunten het opstellen van een visie Stadstuinieren. Stadstuinieren is samen op een natuurvriendelijke manier tuinieren. Hieronder vallen volkstuinen, stadstuinen Matilo, schooltu inen, buurttuinen en eetbare school pleinen.
Stadstuinieren heeft vele positieve effecten voor Leiden en haar bewoners. Echter de ruimte in de stad is beperkt en de middelen zijn bescheiden. Grotere initiatieven kunnen vaak geen definitieve/langjarige plek vinden. Afspraken met verschillende initiatiefnemers zíjn niet consistent. Soms krijgen initiatieven subsidie, andere initiatieven moeten een marktconforme grondprijs betalen. Er is geen eenduidige lijn. Ook wordt al jaren gesproken over de openstaande compensatie van de in het verleden opgeheven volkstuinen zonder dat dit tot een eindoplossing komt. De Visie Stadstuinieren biedt de handvatten om belangrijke stappen te zetten en dit compensatiedossier na vele jaren te kunnen afronden. Voldoende aanleiding om een visie op te stellen waarin wordt aangegeven hoe Leiden met stadstuinieren om wil gaan. De Visie Stadstuinieren geeft een koers voor de lange termijn die de richting van het handelen stuurt.
Doel: Tuinieren in de stad draagt bij aan sociale cohesie, een aantrekkelijke leefomgeving, biodivers vergroenen en klimaatadaptatie. Stadstuinieren draagt daarnaast bij aan meer bewustzijn van gezond en lokaal voedsel. We willen stadstuinieren faciliteren en bevorderen. Het doel van de Visie Stadstuinieren is helderheid te geven over de mogelijkheden en voorwaarden voor stadstuinieren. De kern is dat het college meer ruimte voor stadstuinieren in Leiden wil geven. Het initiatief ligt bij de bewoners
en de gemeente inspireert en faciliteert. De visie geeft daarnaast inzicht in de behoefte aan stadstuinieren, de bestaande afspraken, knelpunten, kansen en bedreigingen en de meeruvaarde voor de stad, zoals het versterken van de sociale cohesie door samen te tuinieren. Deze visie biedt ook handvatten voor: o nieuwe contracten met bestaande huurders, zoals de Leidse Bond van Amateurtuinders (LBA)
o afronding van het compensatiedossier volkstuinen . eenduidige omgang met verzoeken gebruik voor gebruik openbare ruimte om te stadstuinieren
o eenduidige omgang met verzoeken voor gebruik van gemeentelijke gronden voor stadstuinieren
o de rol van de gemeente om stadstuinieren te faciliteren en/ of aan te jagen.
117
Kader: Er is geen breed bestaand kader voor stadstuinieren. Het ontbreken van eenduidig beleid is een
van de redenen voor het opstellen van deze visie. Wel heeft de gemeente verschillende nota's opgesteld en afspraken gemaakt die van belang zijn voor de Visie Stadstuinieren. Hierbij een beknopt overzicht van kaders en afspraken. Een uitgebreid overzicht en een toelichting is opgenomen in de visie onder Kaders. r Beleidsakkoord Samen maken we de stad 2018-2022 Stadstuinieren draagt bij aan de doelen die in het Beleidsakkoord 'Samen maken we de stad'zijn opgenomen: Werken aan een groen, sociaalen ondernemend Leiden, Groener, gezonder en duurzamer Leiden, ledereen doet mee
. Omgevingsvisie Leiden 20401.0 (RV 17.0029) r Leiden biodivers en klimaatbestendig vergroenen (2019) r Nota Versterken en Verbinden van groen in Leiden (2013, B&W 13'1088) . Groene Kansenkaart (RV 19.0042) . Beleidskader Vastgoed (RV 14.0037) . Groeneducatie beleid . Toetsingskader en bestemmingsplan Oostvlietpolder 20í6 (RV 16.0088) o Onderzoek compensatie Volkstuinen (2016) -'
,Àfcnralzon r,sl,, e,r
nmlranf do Riinlandrnr rte
Overuvegingen: . Stadstuinieren draagt bij aan de doelen van de gemeente op het gebied van sociale cohesie, aantrekkelijke leefomgeving, biodivers vergroenen en klimaatadaptatie. Stadstuinen geven groen meerwaarde. Volkstuinen zijn ook wandelparken en de groene
.
longen van de stad. Uit de enquêtes (Leidenpanel en Doemee.Leiden) en gesprekken blijkt dat er duidelijk behoefte is aan ruimte voor stadstuinieren in Leiden. En dat het belangrijk is dat er meerdere mogelijkheden zijn, van volkstuinen tot schooltuinen. De participatie bevestigt dit.
o De stadsecoloog heeft advies uitgebracht en ondersteunt grotendeels hetgeen in de Visie Stadstuinieren is beschreven. De stadsecoloog geeft aan dat in het proces van vergroenen stadstuinieren een nuttige rol kan spelen en beaamt dat in de visie ecologie en biodiversiteit ruim aan bod komen. Gazon en bestrating omzetten in stadstuinen geeft positieve gevolgen. Het ecologische voordeel van buurt(moes)tuinen/ volkstuinen/ i- ,.1^ ^.^+^ rilz an lranlanf inn hinnan aan nahiad ^!^l^r..;-^^ lltl I JUI ^^h,,il+ Yqr rqrre qqr v19 .,ariali^ ^an r nal.rn lulll ll I v9 Yr DtcluJtull vevr vrr\ vr I vvl/rqr rrrr rY vrr rr rvr I vvr I vvv,vv
.
nf v,
tuin. Hierdoor vindt een breed scala aan soorten het specifieke leefgebied dat ze nodig hebben. De stadsecoloog geeft wel aan dat de ecologische winst bij het realiseren van een stadstuin afhankelijk is van de nulsituatie (wat was er eerst) en de wijze en inrichting van het tuinieren. Het is een goede zet om uit te gaan van natuurvriendelijk tuinieren, o.a. door de afwezigheid van bestrijdingsmiddelen. Nuance speelt een rol bij de afweging van of een locatie zich vanuit ecologisch perspectief loont om te benutten. Op het oog zijn gronden zoals braakliggende terreinen ideale stadstuinierplekken, maar deze hebben ook vaak een hoge ecologische waarde. Een goede afweging is per plek van belang. Het college wil het 'compensatiedossier volkstuinen' afronden. ln het verleden (eind jaren 'g0/ begin 20" eeuw) zijn volkstuinen in Leiden ontruimd voor verschillende ruimtelijke ontwikkelingen. Destijds is afgesproken deze te compenseren. Dat heeft deels plaatsgevonden. De gemeente wil uiterlijk 2024 dil dossier afronden. De compensatie van de volkstuinen wil het college laten plaatsvinden op de gronden die hiervoor reeds door de raad zi)n bestemd in het bestemmingsplan Oostvlietpolder (2016), te weten in het 217
middendeel van de Oostvlietpolder. Daarmee geeft het college uitvoering aan de door de raad vastgestelde kaders, waar ook participatie op heeft plaatsgevonden. Het college ziet deze gronden, die reeds in eigendom van de gemeente zijn, als enige reële mogelijkheid voor aanleg van nieuwe volkstuinen. Voor de uitvoering van de aanleg van nieuwe volkstuinen in de Oostvlietpolder wordt een separaat uitvoeringsbesluit met financiering voorbereid. Soms wordt ook de zone tussen Stevenshof en Rijnlandroute genoemd voor nieuwe volkstuinen. Uit de participatie Rijnlandroute is gebleken dat inwoners hier hechten aan het huidige open karakter. De gemeente heeft met de bewoners afgesproken dat de zone groen en open blijft. Op basis van recent contact met de wijkvereniging blijft het college
op het standpunt om deze zone vooralsnog zo te houden zoals deze nu is. Tevens beschouM het college de aanleg van vele vormen van stadstuinen die reeds heeft plaatsgevonden in de afgelopen jaren en de komende jaren zal gaan plaatsvinden als vorm van compensatie.
Participatie De participatie werd belemmerd door de Covidlock down. Door de Covid-maatregelen konden helaas geen bijeenkomsten met fysieke aanwezigheid georganiseerd worden. Desondanks heeft er afdoende participatie plaatsgevonden. Er is een aantal een-op-een gesprekken gevoerd met de belangrijkste stakeholders. De behoefte aan stadstuinieren is gepeild met een enquête onder het Leidenpanel. ln juni is de behoefte uit buurttuinen gepeild op Doemee.Leiden. Uit de gesprekken is inzícht ontstaan in de bestaande vormen van stadstuinen en hun waarde, aan de behoefte aan stadstuinieren in diverse vormen, evenals de knelpunten. Dit is de basis voor de Visie Stadstuinieren. ln februari 2020 zijn vragen over de behoefte aan stadstuinieren voorgelegd aan het Leidenpanel
De helft van de respondenten tuiniert al in eigen tuin, op eigen balkon of op een volkstuin. Een derde heeft geen belangstelling voor stadstuinieren. Een zesde deel heeft wel belangstelling, maar tuiniert nog niet. De belangrijkste redenen om niet te tuinieren zijn gebrek aan tijd of gebrek aan een tuin. Een kwart van degenen die willen tuinieren heeft belangstelling voor een gezamenlijke buurtmoestuin of een buurtmoestuin met een eigen tuintje. De helft van de respondenten wil een stadstuin in de nabijheid, op maximaal I kilometer afstand. De respondenten willen de tuin gebruiken voor het kweken van groente of voor de rusVals buitenverblijf in de zomer. Respondenten geven aan dat het kan helpen als de gemeente meer
tuinen beschikbaar stellen zou en meer informatie. ln juni 2020 zijn op Doemee.Leiden.nlvragen gesteld over met name buurttuinen. 83% van de participanten heeft interesse om samen met anderen in de buurt te tuinieren. 59% van deelnemers weet een goede plek voor een buurt(moes)tuin. Geïnteresseerden hebben vooral informatie nodig over locaties en hoe een buurt(moes)tuin op te zetten. Met de organisaties van stadstuinders is in juni 2O2O de concept Visie besproken, evenals aandachtspunten voor de uitvoering. ln de Visie wordt uitgegaan van de kracht van de Leidse bewoners, die zij zel'f initiatief kunnen nemen voor een stadstuin en die laten groeien en bloeien. Dit lukt niet altijd en dan is ondersteuning nodig om mensen in beweging te krijgen, zodalze gaan stadstuinieren en het ook volhouden. En men miste het belang van educatie (kennisoverdracht), kennisdelen en verspreiden, de rol van een groen netwerk. Het organiseren van stadstuinieren gebeurt door vrijwilligers. Zij hebben niet de tijd/energie om hun kennis en ervaring over te brengen naar nieuwe organisaties/stadstuinders. Deze punten zijn aangescherpt in hoofdstuk 4. Onder andere de gemeentelijke organisatie wordt goed ingericht op het faciliteren
3t7
en informeren, bijvoorbeeld via Samen aan de Slag. En er zijn mogelijkheden opgenomen om inwoners meer te faciliteren, zoals met bodemonderzoek en grondverbetering.
Inspraak Er is veel input geleverd en het college constateert, zoals bijde inleiding vermeld, grofweg twee thema's vanuit de inspraak: (1)
Veel bijval op de inhoudelijke strekking van, de intenties en de meeste benoemde aandachtspunten en handelwijze in de Visie Stadstuinieren. Op basis van de inspraakreacties vinden er enkele wijzigingen, vaak nuances, plaats in het besluit dat het college aan de raad voorlegt. Daarnaast hebben veel opmerkingen gevolgen voor het vervolgtraject van zowel uitvoering van de visie als dc contractvernieuwing met
de LBA. (2\
Negatieve reacties op een specifiek onderdeel in de visie, namelijk op het voornemen om uitvoering te geven aan de reeds door de raad vastgestelde kaders om in het middendeel van de Oostvlietpolder nieuwe volkstuinen te realiseren (op de door de raad in het bestemmingsplan (2016) daarvoor bestemde gronden). Deze locatie wordt niet gewaardeerd vanweEe met name de aantasting van het groen, de mogelijk te venrvachten verkeerstoename en het reeds aanwezigzijn van veelvolkstuinen in dit deel van de stad. Een inspreker stelt tevens het realiseren van 'extra' volkstuinen in zijn geheel ter discussie.
Het college concludeert hierover het volgende: a
a
a
De inspraak bevestigt de behoefte aan stadstuinieren en ondersteunt de visie om verschillende vormen van stadstuinieren verspreid over de stad mogelijk te maken. Hiermee speelt het college in te spelen op de (veranderende) behoefte van haar inwoners om te (gezamenlijk) te tuinieren. Er is een convenant uit 1998 betreffende compensatie van volkstuinen tussen de gemeente en de LBA die het college zou willen nakomen en afronden uiterlijk in 2024. Dat wil het college doen door (1) aanleg van extra volkstuinen en (2) het mogelijk maken van andere vormen van stadstuinieren in de hele stad. De enige locatie van formaat voor aanleg van extra volkstuinen in Leiden ziet het college in het middendeel van de Oostvlietpolder. Uit eerdere studies zijn geen andere geschikte gronden naar voren gekomen en deze gronden zijn hiervoor door de gemeenteraad in 2016 reeds bestemd bijvaststelling van het bestemmingsplan Oostvlietpolder. Ook in het met participatie tot stand gekomen Toetsingskader Oostvlietpolder is de mogelijkheid van volkstuinen hier opgenomen. Het college wil uitvoering geven aan de door de raad vastgestelde kaders waar reeds participatie en inspraak op heeft plaatsgevonden. De
a
grond is eigendom van de gemeente. Uit de inspraak blijkt dat tegen deze locatie weerstand is van met name direct omwonenden en gebruikers van de Oostvlietpolder. Uit de inspraakreacties zijn zorgen geuit over de mogelijke extra verkeersdrukte op de Vlietweg en de landschappelijke kwaliteiten. De consequenties van de aanleg van nieuwe volkstuinen zijn reeds afgewogen bij het bestemmingsplan. Gezien het huidige gebruik en de functie van de Vlietweg en de beperkte verkeersgeneratie van de extra volkstuinen zijn geen problemen te verwachten voor de afwikkeling of de veiligheid van het verkeer als gevolg van de nieuwe volkstuinen. Er zijn geen aanpassingen aan de infrastructuur nodig. Het college wil desondanks het bezoek aan de tuinen per fiets maximaal stimuleren en zal bij de 4t7
uitvoering onderzoeken of het, rekening houdend met de parkeernorm, mogelijk is om zeer terughoudend te zijn met extra parkeerplekken. Voor de landschappelijke invulling geeft het ïoetsingskader Oostvlietpolder vastgestelde richtlijnen. a
a
a
a
Het voorstel in de Visie voor extra volkstuinen in de Oostvlietpolder betreft nu geen
uitvoeringsbesluit, maar wel het voornemen om compensatie in de Oostvlietpolder de komende jaren te realiseren. Daarmee geeft het college uitvoering aan de door de raad vastgestelde kaders. De inspraakreacties tot zich genomen hebbende blijft het college bij de intentie om uiterlijk 2024 hel compensatiedossier volkstuinen af te ronden. Het college vindt het belangrijk om dit lang lopende dossier te sluiten. Het college blijft als enige mogelijkheid van formaat voor aanleg van volkstuinen de door de raad aangewezen gronden in de Oostvlietpolder zien. Het college geeft aan datzij wellicht in de toekomst moet constateren dat, als in 2024 nog geen compensatie van volkstuinen heeft kunnen plaatsvinden, uitbreiding van deze vorm van extra volkstuinen niet meer mogelijk is in Leiden. Het college gaat in 2021 verder in gesprek met de LBA over het compensatiedossier en de vernieuwing van het huidige aflopende contract. Daarbij betrekt het college het feit dat in de afgelopen jaren veel alternatieve vormen van stadstuinieren zijn gecreëerd en zij hier mee door wil gaan, zoals in de Visie Stadstuinieren is aangegeven.
Financiën: De uitvoering van deze visie wordt gerealiseerd binnen de huidige organisatie en beschikbare capaciteit en middelen. Voor het realiseren van extra volkstuinen zal het college in het uitvoeringsbesluit met een dekkingsvoorstel komen.
Evaluatie: Eind 2022 wordt geëvalueerd om te bepalen wat de effecten zijn en welke inzet de verdere jaren nodig is om verder uitvoering te geven aan deze visie.
Bijgevoegde informatie: 1. VisieStadstuinieren 2. lnspraakdocument Visie Stadstuinieren
3. Participatieverslag
517
RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Leiden Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders (RV 21.0006 in 2021), mede gezien het advies van de commissie Leefbaarheid & Bereikbaarheid,
BESLUIT
1. De Visie Stadstuinieren vast te stellen met: de volgende speerpunten om stadstuinieren duurzaam en meer
nrogelijk te maken in Leiden: 1. meer ruimte voor stadstuinieren in Leiden, het initiatief ligt bij de bewoners en de gemeente inspireert en
2.
faciliteert;
3. afronden van het compensatie dossier volkstuinen uiterlijk 2024; 4. meer buurt(moes)tuinen. ln iedere wijk minimaal één 5.
buurt(moes)tuin mogelijk maken; meer mogelijkheid bieden voor kleinschalig straat- en
6. 7.
stadstuinieren; meer mensen kennis laten maken met stadstuinieren; meer kinderen laten kennismaken met het telen van groenten en
8.
9.
natunrontwikkeling door educatie op de schooltuinen. Vaak begint hier de ervaring met tuinieren; meer eetbare schoolpleinen, een plek op het schoolplein met eetbare gewassen. Zodat ook die kinderen die niet naar een schooltuin gaan, gewassen zien groeien en ervan kunnen proeven; versterken van de maatschappelijke functie van de volkstuinen
en van de verbinding met de omgeving. Meer variatie in (omvang) van tuinen op bestaande complexen. 10. benutten van kansen voor meer diversiteit en sociale cohesie
door middel van stadstuinieren
ll. de volgende 4 hoofdlijnen voor de uitvoering: 1. Basis op orde: behouden wat er is aan huidige 2. 3.
stadstuiniermogelijkheden en afspraken beter vastleggen; Stimuleren: mogelijk maken van nieuwe stadstuinen, vooralvan buurt(moes)tuinen. Het uitgangspunt hierbij is dat de stad het initiatief neemt en de gemeente faciliteert. Opstarten voorbereiding uitvoering compensatie volkstuinen: binnen de daarvoor door de raad bestemde gronden in de Oostvlietpolder, onder de landschappelijke uitgangspunten van de bestaande door de raad vastgestelde visie Oostvlietpolder en met als uitgangspunt dat gebruikers vooral de tuinen bezoeken door middel van duurzaam langzaam vervoer;
617
4. Kansen pakken: gelijktijdig kansen voor stadstuinieren grijpen bij ruimtelijke ontwikkelingen en herinrichtingen. Gedaan in de openbare raadsvergadering van 8 april2O21,
de Voorzitter,
dhr
F.C. Van Leiden
drs. H.J.J. LenferÍnk
717